51996PC0356

Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD betreffende de sluiting van de Overeenkomst inzake de visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Litouwen /* COM/96/0356 DEF - CNS 96/0201 */

Publicatieblad Nr. C 284 van 27/09/1996 blz. 0008


Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad betreffende de sluiting van de Overeenkomst inzake de visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Litouwen (96/C 284/06) (Voor de EER relevante tekst) COM(96) 356 def. - 96/0201(CNS)

(Door de Commissie ingediend op 22 juli 1996)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, in zonderheid op artikel 43 samen met de eerste zin van artikel 228, lid 2, en de eerste subparagraaf van artikel 228, lid 3,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Overwegende dat de Europese Gemeenschap en de Republiek Litouwen na onderhandeling overeenstemming hebben bereikt over een Overeenkomst inzake de visserij en deze Overeenkomst hebben geparafeerd;

Overwegende dat het in het belang van de Gemeenschap is deze Overeenkomst goed te keuren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De Overeenkomst inzake de visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Litouwen wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd. De tekst van de Overeenkomst en van het Protocol tot vaststelling van de voorwaarden inzake tijdelijke samenwerkingsverbanden en gemengde vennootschappen is aan deze verordening gehecht.

Artikel 2

De Voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de personen aan te wijzen die bevoegd zijn de Overeenkomst te ondertekenen teneinde daardoor de Gemeenschap te binden.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

OVEREENKOMST inzake de visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Litouwen

DE EUROPESE GEMEENSCHAP,

hierna de "Gemeenschap" te noemen, en

DE REPUBLIEK LITOUWEN,

hierna "Litouwen" te noemen,

beide hierna "Partijen" te noemen,

GEZIEN de nauwe betrekkingen tussen de Gemeenschap en Litouwen, met name in het kader van de Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschap en Litouwen en van de op 17 december 1993 te Brussel ondertekende Overeenkomst inzake de visserij tussen de Gemeenschap en de Republiek Litouwen, en de gemeenschappelijke wens om deze betrekkingen te intensiveren;

OVERWEGENDE dat het Koninkrijk Zweden en de Republiek Finland op 1 januari 1995 tot de Gemeenschap zijn toegetreden;

OVERWEGENDE dat de visserijovereenkomsten die de Regering van het Koninkrijk Zweden, op 25 november 1993, en de Regering van de Republiek Finland, op 7 juni 1993, met de Regering van de Republiek Litouwen hebben gesloten, thans door de Gemeenschap worden beheerd;

GEZIEN hun gemeenschappelijke wens om deze overeenkomsten te vervangen door één nieuwe overeenkomst tussen Litouwen en de Gemeenschap zoals samengesteld op 1 januari 1995;

GEZIEN hun gemeenschappelijke wens om de instandhouding en het rationele beheer van de visbestanden in hun kustwateren te waarborgen;

GELET OP de bepalingen van het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties van 1982;

BEVESTIGEND dat de kuststaten bij de uitbreiding van de gebieden waarin de visbestanden onder hun jurisdictie vallen en bij de uitoefening van hun soevereine rechten in die wateren met het oog op de exploratie, de exploitatie, de instandhouding en het beheer van deze visbestanden, moeten handelen op grond van en in overeenstemming met de beginselen van het internationale recht;

GELET OP het feit dat Litouwen de visserij-jurisdictie heeft gevestigd over wateren waarin het soevereine rechten uitoefent wat betreft de exploratie, de exploitatie, de instandhouding en het beheer van de natuurlijke hulpbronnen en dat de Gemeenschap is overeengekomen dat voor de visserijzones van haar Lid-Staten (hierna "de visserijzone van de Gemeenschap" te noemen) de 200-mijlsgrens geldt en dat voor de uitoefening van de visserij in dit gebied de bepalingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid van toepassing zijn;

REKENING HOUDENDE met het feit dat een gedeelte van de visbestanden in de Oostzee bestaat uit gezamenlijke bestanden of sterk onderling afhankelijke bestanden die worden geëxploiteerd door vissers van beide Partijen en dat een efficiënte instandhouding en een rationeel beheer van deze bestanden daarom alleen mogelijk is door samenwerking tussen de Partijen in de betrokken internationale organisaties en met name de Internationale Visserijcommissie voor de Oostzee (IBSFC);

GELET OP de uitkomst van de Conferentie van de Verenigde Naties over de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden, alsmede op de Gedragscode voor een verantwoorde visserij;

VERLANGENDE hun samenwerking voor de instandhouding, de rationele exploitatie en het beheer van alle betrokken visbestanden in de bevoegde internationale visserijorganisaties voort te zetten;

GELET OP deze samenwerking voor de instandhouding, het beheer, de exploratie en de exploitatie van de visbestanden, op het belang van wetenschappelijk onderzoek voor de instandhouding, de rationele exploitatie en het beheer van de bestanden, en geleid door de wens deze samenwerking te intensiveren;

OVERWEGENDE het belang van beide Partijen bij de visserij in de visserijzone van de andere Partij in de Oostzee;

VASTBESLOTEN met het oog op de ontwikkeling van de sector nauwer samen te werken op visserijgebied, met name via de bevordering van gemengde vennootschappen en tijdelijke samenwerkingsverbanden van het bedrijfsleven;

ERVAN OVERTUIGD dat deze nieuwe vorm van samenwerking de modernisering en de omschakeling van de vloot van Litouwen en de herstructurering van de vloot van de Gemeenschap in de hand zal werken;

VERLANGENDE de bepalingen en de voorwaarden vast te stellen die de wederzijdse visserijbetrekkingen beheersen, en de richting voor de verdere ontwikkeling van de samenwerking aan te geven,

KOMEN ALS VOLGT OVEREEN:

Artikel 1

Partijen werken samen met het oog op de instandhouding en een rationeel beheer van de visbestanden in de visserijzones van beide Partijen en de daaraan grenzende gebieden. Partijen streven hetzij rechtstreeks, hetzij via de betrokken regionale organisaties naar overeenstemming met derde partijen over maatregelen voor de instandhouding en een rationeel gebruik van deze bestanden, met inbegrip van maatregelen ten aanzien van de totaal toegestane vangst en de toewijzing daarvan.

Artikel 2

Elke Partij verleent de vissersvaartuigen van de andere Partij toegang tot de visserij in haar visserijzone in de Oostzee, buiten de twaalfmijlszone gemeten vanaf de basislijnen voor de vaststelling van de territoriale zee, volgens de hierna vermelde bepalingen.

Artikel 3

1. Elke Partij bepaalt, zo nodig, jaarlijks voor zijn visserijzone in de Oostzee, onder voorbehoud van aanpassingen in verband met onvoorziene omstandigheden, uitgaande van een rationeel beheer van de levende rijkdommen van de zee:

a) de totaal toegestane vangst per bestand of groep van bestanden en baseert zich daarbij op de beste wetenschappelijke informatie waarover zij beschikt, de onderlinge afhankelijkheid van de bestanden, de werkzaamheden van de betrokken internationale organisaties en andere relevante factoren;

b) na passend overleg, de toe te wijzen hoeveelheden voor de vissersvaartuigen van de Partijen en streeft daarbij naar een wederzijds bevredigend evenwicht in de betrekkingen op visserijgebied;

c) de regelingen voor de wederzijdse toegang tot de visserij in het kader van regelingen voor het beheer van gezamenlijke bestanden.

2. Elke Partij treft de overige maatregelen die zij nodig acht voor de instandhouding van de visbestanden of het herstel daarvan tot een niveau waarbij de maximale duurzame vangst kan worden behaald. Bij de vaststelling van dergelijke maatregelen en bij alle verdere maatregelen in het kader van de jaarlijkse bepaling van de vangstmogelijkheden dient ervoor te worden gezorgd dat de uitoefening van de in het kader van deze Overeenkomst toegekende visserijrechten niet in gevaar wordt gebracht.

Artikel 4

Het staat Litouwen vrij extra vangstmogelijkheden in zijn visserijzone te verlenen in ruil voor een financiële vergoeding van de Gemeenschap. Deze vergoeding wordt door Litouwen voor de ontwikkeling van de visserijtechnologie, met inbegrip van de aquacultuur, voor de instandhouding van de visbestanden en voor onderzoeks- en opleidingsdoeleinden gebruikt, en wel zo dat de belangen van de Gemeenschap niet worden geschaad.

Artikel 5

1. Partijen bevorderen de totstandbrenging van tijdelijke samenwerkingsverbanden en gemengde vennootschappen in de visserijsector tussen bedrijven uit de Gemeenschap en uit Litouwen.

2. Litouwen bevordert de totstandkoming en de handhaving van een gunstig en stabiel klimaat voor de totstandbrenging en de werking van dergelijke tijdelijke samenwerkingsverbanden en gemengde vennootschappen.

Daartoe neemt Litouwen met name maatregelen voor de bevordering en de bescherming van investeringen die alle bedrijven uit de Gemeenschap welke deelnemen in dergelijke tijdelijke samenwerkingsverbanden en gemengde vennootschappen waarborgen dat zij niet worden gediscrimineerd en eerlijk en billijk worden behandeld. Dit houdt onder andere het recht in om de zeevisserij te beoefenen.

3. Partijen komen overeen overleg te plegen over de meest geschikte manier om de totstandkoming van dergelijke tijdelijke samenwerkingsverbanden en gemengde vennootschappen van Litouwse en communautaire reders voor de gezamenlijke exploitatie van visbestanden in de visserijzone van Litouwen te stimuleren in het kader van een regeling waarbij de Gemeenschap financiële ondersteuning en Litouwen vangstmogelijkheden, bovenop die als bedoeld in de artikelen 3 en 4, verleent.

Artikel 6

Elke Partij kan eisen dat vissersvaartuigen van de andere Partij die de visserij uitoefenen in haar visserijzone in het bezit dienen te zijn van een vergunning. De grenzen waarbinnen deze vergunningen worden afgegeven worden in overleg tussen de Partijen bepaald. De bevoegde autoriteiten van elke Partij verstrekken de andere Partij tijdig de naam, het registratienummer en andere relevante gegevens over de vissersvaartuigen die de visserij mogen uitoefenen binnen de visserijzone van de andere Partij. Laatstgenoemde Partij verstrekt vervolgens vergunningen binnen de overeengekomen grenzen.

Artikel 7

1. Elke Partij neemt in overeenstemming met haar wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat haar vaartuigen zich houden aan de instandhoudingsmaatregelen en aan alle andere bepalingen en voorwaarden, voorschriften en regels die de andere Partij voor de uitoefening van de visserij in haar visserijzone heeft vastgesteld.

2. Elke Partij kan, met inachtneming van het internationale recht, in haar visserijzone de maatregelen nemen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de instandhoudingsmaatregelen en de andere bepalingen, voorwaarden, voorschriften en regels worden nageleefd.

3. Elke Partij stelt de andere Partij tijdig en op passende wijze in kennis van maatregelen of voorwaarden voor de uitoefening van de visserij in haar visserijzone, en van de wijzigingen daarvan.

4. De maatregelen die elke Partij neemt met het oog op de instandhouding van de visbestanden, moeten worden gebaseerd op objectieve en wetenschappelijke criteria en mogen noch in feite, noch in rechte discriminatie inhouden van de andere Partij.

Artikel 8

Partijen aanvaarden dat hun vaartuigen in de visserijzone van de andere Partij worden geïnspecteerd door de ter zake bevoegde instanties van de andere Partij. Zij verlenen hun medewerking aan dergelijke inspecties om de naleving van de in artikel 7 bedoelde maatregelen, bepalingen, voorwaarden, voorschriften en regels te verifiëren.

Artikel 9

De bevoegde instanties van een Partij die een vissersvaartuig van de andere Partij aanhouden of in beslag nemen, stellen de bevoegde instanties van deze laatste langs diplomatieke weg onverwijld in kennis van de verdere actie die wordt ondernomen.

De bevoegde instanties van elke Partij spannen zich in om de vrijlating van de vaartuigen die zijn aangehouden of in beslag genomen wegens overtreding van de instandhoudingsmaatregelen of andere visserijvoorschriften, alsmede van de bemanningen, tegen betaling door de reders of hun vertegenwoordiger van een op grond van de toepasselijke wetgeving vastgestelde redelijke borgsom of verstrekking van een andere zekerheid, te bespoedigen.

Artikel 10

Partijen komen overeen informatie van wetenschappelijke en technische aard over de ontwikkelingen in hun visserijsector, betreffende onder meer de gevangen hoeveelheden en de bestemming ervan, uit te wisselen.

Artikel 11

1. Partijen werken samen bij het verrichten van wetenschappelijk onderzoek dat noodzakelijk is voor de instandhouding en de rationele exploitatie van de visbestanden in hun visserijzones, bij het nemen van monsters en het verzamelen van biologische en statistische gegevens, betreffende onder meer de gevangen hoeveelheden, de geleverde visserij-inspanningen en het gebruik van verschillende vistuigtypes, alsmede bij de exploratie van nieuwe doelsoorten en visgronden en bij de beoordeling van de mogelijkheden voor gezamenlijke exploitatie.

2. Partijen moedigen samenwerking van hun wetenschappelijk onderzoekers en deskundigen op visserijgebied aan, onder andere via uitwisselingsinitiatieven. Zij werken tevens samen om de onderzoekfaciliteiten en de opleiding van wetenschappers in Litouwen te verbeteren. Deze samenwerking vindt plaats in het kader van in onderling overleg vastgestelde programma's.

Artikel 12

1. Partijen werken hetzij bilateraal, hetzij in het kader van de ter zake bevoegde internationale organisaties samen, onder meer in de vorm van wetenschappelijk onderzoek, met het oog op de instandhouding, de rationele exploitatie en een doeltreffend beheer van de visbestanden in de visserijzone van elke Partij en in die van derde landen waar hun vissersvaartuigen de visserij beoefenen. Partijen plegen met elkaar overleg over hun belangen betreffende aangelegenheden die in het kader van de betrokken internationale organisaties worden behandeld.

2. Partijen werken samen bij het uitoefenen van de rechten en het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit het internationaal recht, met het oog op de coördinatie van de instandhouding, de rationele exploitatie en een doeltreffend beheer van de visbestanden in de Oostzee en de Noordatlantische Oceaan.

Artikel 13

1. Met het oog op de instandhouding van de anadrome vissoorten verbinden Partijen zich tot de naleving van de relevante beginselen en bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982, en met name artikel 66 daarvan.

2. Daartoe werken Partijen samen, hetzij bilateraal, hetzij in het kader van de ter zake bevoegde internationale organisaties, met name de IBSFC.

Artikel 14

1. Partijen plegen overleg over kwesties in verband met de uitvoering en het functioneren van deze Overeenkomst.

2. Bij geschillen over de interpretatie of de toepassing van deze Overeenkomst wordt overleg gepleegd tussen Partijen.

Artikel 15

Geen enkele bepaling in deze Overeenkomst is van enigerlei invloed op het standpunt van Partijen met betrekking tot vraagstukken inzake het zeerecht.

Artikel 16

Deze overeenkomst laat onverlet de afbakening van de exclusieve economische zones of visserijzones tussen Litouwen en de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap.

Artikel 17

Deze Overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap geldt onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden en, anderzijds, op het grondgebied van de Republiek Litouwen.

Artikel 18

Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop de Partijen elkaar ervan kennis geven dat de hiertoe vereiste procedures zijn voltooid.

Op die datum vervangt zij de visserijovereenkomsten welke de Gemeenschap, op 17 december 1993, de Regering van de Republiek Finland, op 7 juni 1993, en de Regering van het Koninkrijk Zweden, op 25 november 1993, met de Regering van de Republiek Litouwen hebben gesloten.

Artikel 19

Deze Overeenkomst blijft van kracht voor een eerste periode van zes jaar na de datum van inwerkingtreding. Als de Overeenkomst niet door een der Partijen wordt beëindigd door opzegging ten minste negen maanden voor het verstrijken van deze periode, wordt zij telkens met periodes van drie jaar verlengd, tenzij ten minste negen maanden voor het verstrijken van een dergelijke periode een kennisgeving van opzegging is gedaan.

Deze Overeenkomst wordt opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Litouwse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Europese Economische Gemeenschap

Voor de Republiek Litouwen

PROTOCOL tot vaststelling van de voorwaarden inzake tijdelijke samenwerkingsverbanden en gemengde vennootschappen als bedoeld in de Visserijovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Litouwen

Artikel 1

In dit protocol wordt verstaan onder:

a) tijdelijk samenwerkingsverband: een vereniging gebaseerd op een contractuele overeenkomst van beperkte duur tussen een reder uit de Gemeenschap en natuurlijke personen of rechtspersonen in Litouwen met het doel Litouwse vangstquota gezamenlijk te bevissen en te exploiteren, met gebruikmaking van vaartuigen die de vlag van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap voeren, en de kosten, winsten of verliezen van de gezamenlijk ondernomen economische activiteit te delen, bij voorrang met het oog op de voorziening van de markt van de Gemeenschap;

b) gemengde vennootschap: een vennootschap naar Litouws recht waarvan de vennoten een of meer reders uit de Gemeenschap en een of meer Litouwse partners zijn, en die tot doel heeft Litouwse vangstquota te bevissen en eventueel te exploiteren met gebruikmaking van vaartuigen die de vlag van Litouwen voeren, bij voorrang met het oog op de voorziening van de markt van de Gemeenschap;

c) vaartuig uit de Gemeenschap: een vaartuig dat de vlag voert van een Lid-Staat van de Gemeenschap en in de Gemeenschap is geregistreerd;

d) reder uit de Gemeenschap: een reder die in een van de Lid-Staten van de Gemeenschap is gevestigd;

e) bedrijfsvestiging: een in Litouwen opgerichte vennootschap naar privaatrecht, met kapitaal uit een of meer Lid-Staten van de Gemeenschap en met als maatschappelijk doel de exploitatie van de Litouwse visbestanden, bij voorrang met het oog op de voorziening van de markt van de Gemeenschap.

Artikel 2

1. De overeenkomstsluitende partijen scheppen gunstige voorwaarden voor de oprichting in Litouwen van ondernemingen die gebruik maken van kapitaal uit een of meer Lid-Staten van de Gemeenschap en de oprichting van gemengde vennootschappen en tijdelijke samenwerkingsverbanden in de visserijsector tussen reders uit Litouwen en reders uit de Gemeenschap, die gericht zijn op de gemeenschappelijke exploitatie van Litouwse visbestanden op de in dit protocol bepaalde voorwaarden.

2. Litouwen verleent de in lid 1 van dit protocol bedoelde ondernemingen toegang tot de in bijlage I vermelde vangstmogelijkheden.

3. Als onderdeel van haar beleid voor de herstructurering van haar vloot, vergemakkelijkt de Gemeenschap de overneming van vaartuigen uit de Gemeenschap door in Litouwen gevestigde of te vestigen ondernemingen. Daartoe zal Litouwen, als onderdeel van zijn beleid voor technische modernisering van zijn visserij-industrie, vangstvergunningen overdragen en de vereiste nieuwe vergunningen afgeven zoals in de Overeenkomst is bepaald.

4. Vaartuigen uit de Gemeenschap die op grond van het bepaalde in artikel 5 in de Litouwse visserijvloot zijn opgenomen en waarvoor de financiële bijstand als bedoeld in bijlage IV is verleend, mogen niet opnieuw in de vloot van de Gemeenschap worden opgenomen.

Artikel 3

1. De overeenkomstsluitende partijen selecteren de projecten voor tijdelijke samenwerkingsverbanden en gemengde vennootschappen als bedoeld in artikel 2. Daartoe wordt een Gemengde Commissie opgericht om

- de projecten die door de overeenkomstsluitende partijen worden ingediend met het oog op de oprichting van tijdelijke samenwerkingsverbanden of gemengde vennootschappen als bedoeld in artikel 2 van het protocol te evalueren op basis van de in bijlage II vermelde criteria;

- te verifiëren dat de projecten correct worden beheerd en toe te zien op de uit hoofde van artikel 5 van dit protocol toegekende financiële bijstand;

- de activiteiten in Litouwse wateren van vaartuigen uit de Gemeenschap die deel uitmaken van een tijdelijk samenwerkingsverband te evalueren voordat hun contract afloopt.

2. De Gemengde Commissie komt eenmaal per jaar bijeen, afwisselend in Vilnius en in Brussel, en kan uitzonderlijk ook op verzoek van een van de overeenkomstsluitende partijen bijeenkomen.

Artikel 4

1. Teneinde de oprichting van tijdelijke samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 2 te stimuleren, wordt voor door de overeenkomstsluitende partijen geselecteerde projecten op de in bijlage III bepaalde voorwaarden financiële bijstand verleend.

2. De Gemeenschap verleent de Litouwse onderneming die met een reder uit de Gemeenschap een tijdelijk samenwerkingsverband vormt, een financiële bijdrage die overeenkomt met vijftien procent (15 %) van de aan de reder uit de Gemeenschap toegekende bijdrage.

Artikel 5

1. Teneinde de oprichting van gemengde vennootschappen als bedoeld in artikel 2 te stimuleren, wordt voor de door de overeenkomstsluitende partijen geselecteerde projecten op de in bijlage IV bepaalde voorwaarden financiële bijstand verleend.

2. Teneinde de oprichting en de ontwikkeling van gemengde vennootschappen te stimuleren, verleent de Commissie aan nieuwe vennootschappen die in Litouwen worden opgericht een financiële bijdrage die overeenkomt met vijftien procent (15 %) van het aan de eigenaar uit de Gemeenschap toegekende bedrag. Deze financiële bijdrage, die wordt uitgekeerd als bedrijfskapitaal, wordt door de Gemeenschap uitbetaald aan de Directie Visserij van het Ministerie van Landbouw van de Republiek Litouwen, die bepaalt op welke wijze het geld wordt besteed en beheerd. Litouwen deelt de Gemengde Commissie mede op welke wijze dit geld wordt besteed.

Artikel 6

De oprichting van gemengde vennootschappen mag niet leiden tot een verhoging van de capaciteit van de Litouwse vloot.

Artikel 7

De voorwaarden voor de oprichting van tijdelijke samenwerkingsverbanden en gemengde vennootschappen en voor de toegang ervan tot de bestanden, zijn vastgesteld in bijlage V.

Artikel 8

De financiële bijstand als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van dit protocol wordt aan de reder van het vaartuig uit de Gemeenschap verleend als gedeeltelijke vergoeding voor zijn aandeel in de kosten voor de oprichting van een gemengde vennootschap of een tijdelijk samenwerkingsverband in Litouwen en voor het schrappen van het betrokken vaartuig uit het communautaire vlootregister.

Artikel 9

De Europese Commissie zal voor de looptijd van dit protocol 2 500 000 ecu ter beschikking stellen voor het financieren van de financiële bijstand voor de oprichting van tijdelijke samenwerkingsverbanden en gemengde vennootschappen als bedoeld in artikel 5 van de Overeenkomst en in de artikelen 4 en 5 van dit protocol.

Artikel 10

1. De bepalingen van dit protocol treden in werking op de dag waarop de overeenkomstsluitende partijen elkaar meedelen dat zij de voor de inwerkingtreding vereiste procedures hebben voltooid.

2. Dit protocol geldt voor een periode van drie jaar. Vóór het einde van de looptijd van dit protocol plegen de overeenkomstsluitende partijen overleg om na te gaan of voor de daaropvolgende periode het protocol en/of de bijlagen moeten worden gewijzigd.

Artikel 11

Dit protocol wordt opgesteld in twee exemplaren, in de Spaanse, de Deense, de Duitse, de Griekse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Finse, de Zweedse en de Litouwse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Europese Gemeenschap

Voor de Republiek Litouwen

BIJLAGE I

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR GEMENGDE ONDERNEMINGEN

Overeenkomstig artikel 5 van de Overeenkomst en artikel 2, lid 2, van dit protocol stimuleert Litouwen de totstandkoming en de instandhouding van een gunstig en stabiel klimaat voor de vestiging en de exploitatie van tijdelijke samenwerkingsverbanden en gemengde vennootschappen.

Daartoe zal Litouwen garanderen dat dergelijke tijdelijke samenwerkingsverbanden en gemengde vennootschappen op niet-discriminerende, rechtvaardige en billijke wijze worden behandeld. Litouwen zal ervoor zorgen dat de omgevlagde vaartuigen uit de Gemeenschap toegang hebben tot Litouwse visbestanden en zal hen de quota en vergunningen van uit de vaart genomen Litouwse vaartuigen overdragen.

BIJLAGE II

VOORSCHRIFTEN EN CRITERIA VOOR DE SELECTIE VAN PROJECTEN

1. De overeenkomstsluitende partijen wisselen informatie uit over de projecten die zijn ingediend voor de oprichting van tijdelijke samenwerkingsverbanden en gemengde vennootschappen als bedoeld in artikel 2 van dit protocol, waarvoor financiële bijstand van de Gemeenschap kan worden verleend.

2. De projecten worden door de bevoegde autoriteiten van de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten bij de Gemeenschap ingediend.

3. De Gemeenschap legt aan de Gemengde Commissie de lijst voor van projecten die voor financiële bijstand als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van dit protocol in aanmerking komen. De Gemengde Commissie evalueert de projecten in hoofdzaak op basis van de onderstaande criteria:

a) de overeenstemming tussen de beschikbare technieken en de voorgenomen visserijactiviteiten;

b) de doelsoorten en de visserijzone;

c) de ouderdom van het vaartuig;

d) voor tijdelijke samenwerkingsverbanden: de totale looptijd van het samenwerkingsverband en de duur van de visserijactiviteiten;

e) de ervaring op visserijgebied van de reder uit de Gemeenschap en eventueel van de Litouwse partner.

4. De Gemengde Commissie beveelt aan de overeenkomstsluitende partijen de projecten aan die zij op basis van de in punt 3 genoemde criteria heeft geselecteerd.

5. Zodra de projecten door de Litouwse autoriteit en door de Gemeenschap zijn goedgekeurd, deelt de Gemeenschap de Litouwse autoriteit de lijst mee van de projecten waarvoor de nodige visvergunningen zullen moeten worden overgedragen of afgegeven.

BIJLAGE III

BIJSTAND VOOR TIJDELIJKE SAMENWERKINGSVERBANDEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De Lid-Staten van de Europese Gemeenschap verlenen een bijdrage van 25 % van de bovenvermelde bedragen voor projecten waarbij vaartuigen zijn betrokken die hun vlag voeren.

BIJLAGE IV

BIJSTAND VOOR GEMENGDE VENNOOTSCHAPPEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De premies die aan de begunstigden worden betaald voor de oprichting van gemengde vennootschappen, mogen niet hoger zijn dan:

- voor vijftien jaar oude vaartuigen: zie bovenstaande tabel;

- voor vaartuigen van minder dan vijftien jaar: de in bovenstaande tabel vermelde bedragen worden verhoogd met 1,5 % per jaar minder dan 15; elke steun voor de bouw of modernisering van het vaartuig die in de aan de oprichting van de gemengde vennootschap voorafgaande tien jaar voor het vaartuig zijn verleend, wordt evenwel pro rata temporis op de premiebedragen in mindering gebracht en voor vaartuigen van vijf jaar of jonger wordt geen bijstand verleend;

- voor vaartuigen van meer dan vijftien jaar oud: de in bovenstaande tabel vermelde bedragen worden verminderd met 1,5 % per jaar boven 15.

De Lid-Staten van de Europese Gemeenschap verlenen een bijdrage van 25 % van bovenvermelde bedragen voor projecten waarbij vaartuigen betrokken zijn die worden omgevlagd van hun vlag naar die van de Republiek Litouwen.

BIJLAGE V

VOORWAARDEN VOOR DE OPRICHTING VAN TIJDELIJKE SAMENWERKINGSVERBANDEN EN GEMENGDE VENNOOTSCHAPPEN IN LITOUWEN EN VOOR DE TOEGANG ERVAN TOT DE VISBESTANDEN

A. Geselecteerde projecten

Nadat de in bijlage II bij dit protocol vastgestelde procedure voor de selectie van projecten is voltooid, deelt de Commissie de Litouwse autoriteit een lijst mede van de vaartuigen uit de Gemeenschap die zijn geselecteerd om te worden opgenomen in een tijdelijk samenwerkingsverband of een gemengde vennootschap, om er de desbetreffende visserijactiviteiten uit te oefenen.

B. Vergunningen

De Litouwse autoriteit zal onverwijld een visvergunning overdragen en afgeven. Voor tijdelijke samenwerkingsverbanden zal de looptijd van de afgegeven visvergunningen overeenkomen met de periode waarvoor de tijdelijke samenwerkingsverbanden zijn opgericht en zal worden gevist op door de Litouwse autoriteit toegewezen quota.

C. Vervanging van vaartuigen

Een vaartuig uit de Gemeenschap dat vist in het kader van een tijdelijk samenwerkingsverband mag alleen door een ander vaartuig uit de Gemeenschap met gelijkwaardige capaciteit en gelijkwaardige technische kenmerken worden vervangen indien daarvoor gegronde redenen bestaan en de andere Partij ermee instemt.

D. Uitrusting

Vaartuigen die vissen in het kader van tijdelijke samenwerkingsverbanden moeten voldoen aan de voorschriften en bepalingen die in de Republiek Litouwen gelden ten aanzien van de uitrusting, en deze voorschriften en bepalingen moeten worden toegepast zonder discriminatie tussen de vaartuigen uit Litouwen en die uit de Gemeenschap.

E. Vangstaangifte

1. Alle vaartuigen van de Gemeenschap zenden de Litouwse autoriteit een vangstaangifte overeenkomstig de Litouwse visserijvoorschriften.

2. Een kopie van de vangstaangifte wordt aan de Europese Commissie in Brussel toegezonden.

3. Bij niet-naleving van deze bepalingen kan de Litouwse autoriteit de visvergunning van het betrokken vaartuig schorsen totdat aan vorengenoemde formaliteiten is voldaan.

F. Duur van de tijdelijke samenwerkingsverbanden

De tijdelijke samenwerkingsverbanden worden opgericht voor ten hoogste één jaar en zij blijven in geen geval voortbestaan na de datum waarop dit protocol afloopt.

G. Wetenschappelijke waarnemers

Op verzoek van de Litouwse autoriteit staan vaartuigen uit de Gemeenschap die in het kader van dit protocol vissen, toe dat een door die autoriteit aangewezen wetenschappelijk waarnemer aan boord komt en er zijn werkzaamheden verricht. De waarnemer krijgt de beschikking over alle voorzieningen die voor de uitoefening van zijn taken nodig zijn.

De wetenschappelijke waarnemer geniet aan boord dezelfde behandeling als de officieren van het vaartuig. Het salaris en de sociale lasten voor de waarnemers zijn voor rekening van de Litouwse autoriteiten. De kosten voor zijn verblijf aan boord zijn voor rekening van de reder van het vaartuig.

H. Aanwerving van bemanningsleden

1. De bemanning van vaartuigen uit de Gemeenschap die behoren tot tijdelijke samenwerkingsverbanden bestaat voor ten minste dertig procent (30 %) uit bemanningsleden met de Litouwse nationaliteit. De bemanning dient over de nodige kennis te beschikken om haar taak naar behoren te vervullen.

2. De bemanning en de kapitein van omgevlagde vaartuigen die behoren tot tijdelijke samenwerkingsverbanden moeten van Litouwse nationaliteit zijn.

3. De arbeidscontracten van vorengenoemde bemanningsleden worden in Litouwen gesloten tussen de vertegenwoordigers van de reders en de betrokken bemanningsleden en deze contracten moeten met name voorzien in een regeling inzake sociale zekerheid en in een levens- en een ongevallenverzekering overeenkomstig de Litouwse wetgeving.