13.12.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 319/4


Resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen op 21 november 2008, over betere integratie van levenslange begeleiding in de strategieën voor een leven lang leren

(2008/C 319/02)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE EN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN,

OVERWEGENDE HETGEEN VOLGT:

1.

de toenemende mondialisering en de verlenging van het beroepsleven vergen in toenemende mate dat mensen hun individuele vaardigheden voortdurend aanpassen teneinde te anticiperen op te voorziene of noodzakelijke ontwikkelingen en hun beroepstrajecten veilig te stellen;

2.

de uitbreiding van de Europese Unie heeft het potentieel voor mobiliteit in onderwijs en opleiding en op de arbeidsmarkt vergroot en maakt het derhalve noodzakelijk de burgers van de Unie voor te bereiden op het ontwikkelen van hun leer- en beroepstrajecten in een ruimere geografische context;

3.

de levens van de burgers worden steeds meer gekenmerkt door een veelheid aan overgangen: met name van school naar beroepsonderwijs en -opleiding, hoger onderwijs of werk, of van werk naar werkeloosheid, een vervolgopleiding of ophouden met werken. Begeleiding speelt een doorslaggevende rol bij het nemen van de belangrijke beslissingen waarmee personen gedurende hun hele leven worden geconfronteerd. In dit opzicht kan zij ertoe bijdragen personen in de huidige arbeidsmarktsituatie een stevigere regie over hun loopbaan te geven en een beter evenwicht tussen hun persoonlijke en beroepsleven te scheppen;

4.

de arbeidsmarkt wordt tevens gekenmerkt door het contrast tussen hardnekkige werkeloosheid en de aanwervingsproblemen in bepaalde sectoren; begeleiding biedt een middel om effectiever in te spelen op de behoeften van de arbeidsmarkt;

5.

Sociale insluiting en gelijke kansen vormen nog steeds belangrijke uitdagingen voor het beleid op gebied van onderwijs, opleiding en werkgelegenheid.

BEVESTIGEN:

de definitie van begeleiding als een permanent proces waardoor burgers van elke leeftijd op elk moment van hun leven in staat worden gesteld te bepalen waar hun capaciteiten, vaardigheden en interesses liggen, beslissingen te nemen ten aanzien van onderwijs, opleiding en werk en hun levensloop te bepalen in een leer-, werk- of andere omgeving waar deze capaciteiten en vaardigheden worden aangeleerd en/of ingezet. Begeleiding omvat een reeks individuele en collectieve activiteiten inzake voorlichting, adviesverlening, bekwaamheidsbeoordeling, ondersteuning, en het onderwijzen van vaardigheden inzake het nemen van beslissingen en loopbaanbeheer.

HERINNEREN AAN HET VOLGENDE:

1.

in de resolutie van de Raad van 28 mei 2004 (1) inzake het versterken van beleidsmaatregelen, systemen en praktijken op gebied van levenslange begeleiding worden de grote doelstellingen voor een levenslang begeleidingsbeleid voor EU-burgers geformuleerd;

2.

in de aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren van 18 december 2006 (2) wordt, wat verscheidene sleutelcompetenties betreft, het vermogen tot het zoeken van het onderwijs- en opleidingsaanbod alsook van de beschikbare begeleiding en/of steun van wezenlijk belang voor de persoonlijke ontplooiing, de professionele ontwikkeling en de sociale integratie genoemd;

3.

in de resolutie van de Raad van 15 november 2007 met de titel „Nieuwe vaardigheden voor nieuwe banen” (3) wordt de lidstaten en de Commissie verzocht de werknemers voor te bereiden op de nieuwe banen van de kennismaatschappij door middel van professionele begeleidingsdiensten die werkzoekenden in staat stellen te bepalen welke vaardigheden nodig zijn om toegang te krijgen tot nieuwe banen in sectoren waar een tekort aan competenties bestaat;

4.

het gezamenlijk voortgangsverslag van 2008 van de Raad en de Commissie over de uitvoering van het werkprogramma „Kennis, creativiteit en innovatie dankzij een leven lang leren” (4) herinnert aan het belang „bijzondere aandacht aan levenslange begeleiding” te besteden;

5.

de conclusies van de Raad van 25 mei 2007 over een samenhangend kader van indicatoren en benchmarks voor de toetsing van de vorderingen met de Lissabondoelstellingen op onderwijs- en opleidingsgebied (5) vormen een belangrijk instrument dat het mogelijk maakt de vorderingen bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de strategie van Lissabon te evalueren; met behulp daarvan kan de vooruitgang van de lidstaten op gebied van begeleiding in hun strategie voor een leven lang leren kunnen worden gevolgd;

6.

de aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van een „Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren” (6) biedt een gemeenschappelijk referentiekader dat als convertor werkt tussen de verschillende certificatiesystemen en-niveaus. Dit referentiekader vergemakkelijkt de mobiliteit van werknemers en de integratie van begeleiding in de praktijken en beleidsmaatregelen van de lidstaten op gebied van onderwijs en werkgelegenheid;

7.

in de conclusies van de Raad van 22 mei 2008 inzake onderwijs en opleiding van volwassenen (7) wordt gewezen op de economische, sociale en individuele voordelen van een verbetering van volwasseneneducatie, en beklemtoond dat het tot de taak van de overheid behoort hoogwaardige voorlichtings- en begeleidingssystemen op basis van een meer persoonsgerichte aanpak in te voeren teneinde mensen een eerlijke en billijke kans te geven actiever en zelfstandiger te worden op het gebied van onderwijs en opleiding.

MERKEN HET VOLGENDE OP:

1.

de recente evaluatierapporten, met name het rapport van het Europees Centrum voor de Ontwikkeling van de Beroepsopleiding (CEDEFOP) van 2008 over de uitvoering van de resolutie van 2004, benadrukken dat — hoewel vooruitgang is geboekt — er nog inspanningen nodig zijn om kwalitatief betere begeleidingsdiensten beschikbaar te stellen, een billijkere toegang te bieden die op de aspiraties en behoeften van de burgers is gericht en partnerschappen tussen aangeboden diensten te coördineren en te ontwikkelen;

2.

in 2007 hebben de lidstaten een Europese beleidsnetwerk inzake levenslange begeleiding opgezet dat vertegenwoordigers omvat van elke lidstaat die eraan wenst deel te nemen en aldus de lidstaten meer mogelijkheden geeft om van elkaar te leren en samen te werken bij het ontwikkelen van beleid, systemen en praktijken op het gebied van levenslange begeleiding;

3.

het is noodzakelijk de prioriteiten te consolideren die gericht zijn op de actieve tenuitvoerlegging van een begeleidingsbeleid in het kader van de nationale strategieën voor een leven lang leren. Deze prioriteiten moeten in acties worden omgezet en daarvoor moeten Europese instrumenten worden gebruikt.

VERZOEKEN DE LIDSTATEN OM:

in het kader van de nationale strategieën voor een leven lang leren de rol van levenslange begeleiding te versterken in overeenstemming met zowel de strategie van Lissabon als het hernieuwde strategische kader voor de Europese samenwerking op gebied van onderwijs en opleiding;

in voorkomend geval evaluaties van het beleid en de praktijken op het vlak van begeleiding op nationaal niveau te verrichten;

gebruik te maken van de volgende leidende beginselen (als nader omschreven onder de „prioritaire zwaartepunten” in de bijlage), zulks in overeenstemming met de nationale context en wetgeving en ter ondersteuning van de overgangen in de hele loopbaan van burgers:

1.

stimuleren van het gedurende het hele leven aanleren van vaardigheden op het vlak van loopbaanbeheer;

2.

de toegang van alle burgers tot begeleidingsdiensten bevorderen;

3.

de kwaliteitsborging van begeleidingsdiensten ontwikkelen;

4.

de coördinatie en de samenwerking van de verschillende actoren op nationaal, regionaal en lokaal niveau aanmoedigen;

gebruik te maken van de door het actieprogramma op het gebied van een leven lang leren en de door de Europese structuurfondsen geboden mogelijkheden, zulks in overeenstemming met de prioriteiten van de lidstaten.

VERZOEKT DE LIDSTATEN EN DE COMMISSIE IN HET KADER VAN HUN RESPECTIEVE BEVOEGDHEDEN:

1.

de Europese samenwerking op het gebied van levenslange begeleiding te versterken, met name middels het ELGPN netwerk, gesteund door het Programma Een Leven lang Leren, en in overleg met het CEDEFOP.

In concreto houdt dit in:

de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten over hun beleidsmaatregelen, hun praktijken en hun evaluaties daarvan vergemakkelijken, opdat zij kunnen leren van de successen van anderen;

toezicht houden op de nationale en Europese tenuitvoerlegging van de vier prioritaire zwaartepunten van de onderhavige resolutie door middel van onderzoek, studies, verslagen, wederzijdse leeractiviteiten met inbegrip van casestudies en conferenties op Europees niveau;

trachten de samenhang van levenslange begeleiding alsook de afstemming daarvan op verschillende Europese beleidsterreinen te versterken, en met name op de beleidsmaatregelen op het gebied van werkgelegenheid en sociale insluiting;

te overwegen of op Europees niveau meer empirisch gefundeerd beleid inzake begeleiding moet worden ontwikkeld;

2.

burgers en begeleidingsactoren met name door middel van het netwerk Euroguidance betrouwbare informatiebronnen ter beschikking te stellen, welke alle onderwijs- en opleidingssystemen en begeleidingsdiensten van de lidstaten omvatten;

3.

de ontwikkeling van levenslange begeleiding in derde landen te bevorderen met inachtneming van de vier prioritaire zwaartepunten van de resolutie, met name door middel van de activiteiten van de Europese Stichting voor opleiding.


(1)  Doc. 9286/04.

(2)  PB L 394 van 30.12.2006, blz. 10.

(3)  PB C 290 van 4.12.2007, blz. 1.

(4)  Doc. 5723/08.

(5)  PB C 311 van 21.12.2007, blz. 13.

(6)  PB C 111 van 6.5.2008, blz. 1.

(7)  PB C 140 van 6.6.2008, blz. 10.


BIJLAGE

PRIORITAIRE ZWAARTEPUNTEN

PRIORITAIR ZWAARTEPUNT 1: STIMULEREN VAN HET GEDURENDE HET HELE LEVEN AANLEREN VAN VAARDIGHEDEN INZAKE LOOPBAANBEHEER

Vaardigheden inzake loopbaanbeheer zijn van essentieel belang om de burgers in staat te stellen zelf vorm te geven aan hun leer-, opleidings- en integratietraject en hun loopbaan. Dit vermogen, dat gedurende het hele leven zou moeten worden onderhouden, is gebaseerd op sleutelcompetenties en met name de competentie „te leren leren” en sociale en civiele competenties — waaronder interculturele — alsook initiatief en ondernemersgeest. Met name in de overgangsfasen omvatten deze vaardigheden inzake loopbaanbeheer de hiernavolgende aspecten:

zich vertrouwd maken met de economische context, de bedrijven en de beroepen;

zelfbeoordelingsvermogen, zelfkennis en de bekwaamheid de in het kader van formeel, informeel of niet-formeel onderwijs verworven vaardigheden te beschrijven;

de onderwijs, opleidings- en certificatiesystemen kennen.

Om ten aanzien van dit zwaartepunt vooruitgang te boeken, overwegen de lidstaten naargelang van hun specifieke situatie, om:

activiteiten met het oog op het aanleren van vaardigheden inzake loopbaanbeheer op te nemen in programma's voor algemeen, beroeps- en hoger onderwijs;

leerkrachten en opleiders voor te bereiden op het uitvoeren van dergelijke activiteiten en hen in deze taak bij te staan;

ouders te stimuleren om zich bezig te houden met begeleidingsvraagstukken;

een grotere rol toe te kennen aan maatschappelijke organisaties en de sociale partners;

de toegang tot informatie over opleidingsmogelijkheden, het verband daarvan met beroepen, en de verwachte vaardigheidsbehoeften in een bepaald geografisch gebied, te vergemakkelijken;

in de opleidingsprogramma's voor volwassenen vaardigheden inzake loopbaanbeheer op te nemen;

begeleiding op te nemen in de doelstellingen van scholen, aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding en instellingen voor hoger onderwijs. Met name dient rekening te worden gehouden met de integratie in het beroepsleven en de werking van de arbeidsmarkt op lokaal, nationaal en Europees niveau.

PRIORITAIR ZWAARTEPUNT 2: DE TOEGANG VAN ALLE BURGERS TOT BEGELEIDINGSDIENSTEN BEVORDEREN

Als diensten van algemeen belang moeten de begeleidingsdiensten voor alle burgers toegankelijk zijn, ongeacht hun uitgangsniveau wat informatie en vaardigheden betreft, en een gemakkelijk te bevatten en relevant aanbod ter beschikking stellen. Bijzondere zorg moet worden besteed aan een betere toegang tot deze diensten voor de meest kansarmen en personen met bijzondere behoeften.

Om ten aanzien van dit zwaartepunt vooruitgang te boeken, overwegen de lidstaten naargelang van hun specifieke situatie, om:

het gebruik van begeleidingsdiensten actief bij het publiek aan te bevelen en hun zichtbaarheid met alle mogelijke middelen op het gebied van voorlichting en communicatie te bevorderen;

een duidelijk aanbod van gemakkelijk toegankelijke diensten ter beschikking te stellen op basis van een evaluatie van de aspiraties en behoeften van de burgers, en rekening houdend met hun leef- en werkomgeving;

de burgers toegang te bieden tot steun met het oog op het doen valideren en erkennen op de arbeidsmarkt van de resultaten van hun formele, niet-formele en informele opleidingen teneinde hun loopbaan veilig te stellen en hun inzetbaarheid te handhaven, met name in de tweede helft van de loopbaan;

de vrije toegang tot documentatie, steun bij het zoeken van informatie, individueel advies en institutionele bijstand te bevorderen;

PRIORITAIR ZWAARTEPUNT 3: DE KWALITEITSBORGING VAN BEGELEIDINGSDIENSTEN ONTWIKKELEN

Het ontwikkelen van kwaliteitsvolle begeleidingsdiensten is een gezamenlijke doelstelling van de lidstaten.

Om ten aanzien van dit zwaartepunt vooruitgang te boeken, overwegen de lidstaten naargelang van hun specifieke situatie, om:

de kwaliteit van informatie en adviesverlening over loopbanen te verbeteren en de objectiviteit daarvan te garanderen, door rekening te houden met de verwachtingen van de gebruikers en de realiteit op de arbeidsmarkt;

zich ervan te verzekeren dat de presentatie van deze informatie alsook het verleende advies en de begeleiding aangepast zijn aan de verschillende doelgroepen;

de toekomstgerichte benadering van de arbeidsmarkt en de competenties te ontwikkelen op basis van zowel nationale hulpbronnen alsook communautaire instrumenten en met name het CEDEFOP;

de informatie op het gebied van opleidingsaanbod en de werking van de arbeidsmarkt geografisch te ordenen;

het beroepsprofiel en het niveau van begeleiders, mede door een basisvorming en een vervolgopleiding, te verbeteren, en hun competenties en vaardigheden inzake met name voorlichting, adviesverlening en begeleiding te stimuleren, zodat beter kan worden ingespeeld op de behoeften en verwachtingen van de burgers en de beleidsmakers;

de doeltreffendheid van de begeleiding te meten, in voorkomend geval door het verzamelen van betrouwbare gegevens met betrekking tot zowel de gebruikersperceptie van de diensten als de voordelen die zij daar op middellange termijn aan ontlenen;

kwaliteitsnormen voor de begeleidingsdiensten te scheppen, welke hun aanbod definiëren en evenzeer doelstellingen en resultaten voor de gebruikers als methodes en procedures betreffen.

PRIORITAIR ZWAARTEPUNT 4: DE COÖRDINATIE EN SAMENWERKING VAN DE VERSCHILLENDE ACTOREN OP NATIONAAL, REGIONAAL EN LOKAAL NIVEAU AANMOEDIGEN

De begeleiding is naar doelgroep gesegmenteerd: leerlingen, aankomende universiteitsstudenten, werkzoekenden, mensen die een beroepsopleiding volgen en werkenden vergen verschillende systemen. Geboden is een betere complementariteit en coördinatie tussen de verschillende gebieden, met samenwerking tussen nationale en plaatselijke overheidsinstanties, bedrijven, passende bureaus, de sociale partners en de plaatselijke overheden teneinde de voor iedere begeleidingzoeker toegankelijke opvangnetwerken doeltreffender te maken.

Om ten aanzien van dit zwaartepunt vooruitgang te boeken, overwegen de lidstaten naargelang van hun specifieke situatie, om:

doeltreffende nationale en regionale coördinatie- en samenwerkingsmechanismen voor de lange termijn te ontwikkelen tussen de belangrijke actoren op het gebied van levenslange begeleiding;

een dergelijke coördinatie en samenwerking te bevorderen door in de nationale strategieën voor een leven lang leren een begeleidingsdimensie te ontwikkelen die strookt met het door elke lidstaat vastgestelde conceptuele kader;

een op partnerschappen gebaseerd beleid en plaatselijke netwerkvorming van de diensten voor levenslange begeleiding te steunen, onder andere door het bundelen van diensten waar dat doeltreffend zou kunnen zijn, teneinde de toegang van de gebruikers te vereenvoudigen;

een gemeenschappelijke cultuur te ontwikkelen, mede door middel van kwaliteitsborging, binnen de verschillende bevoegde diensten op lokaal, regionaal en nationaal niveau.