41971A0603(02)

Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, ondertekend te Luxemburg, 3 juni 1971 /* Geconsolideerde versie CF 498Y0126(02) */

Publicatieblad Nr. L 204 van 02/08/1975 blz. 0028 - 0031
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 01 Deel 2 blz. 0028
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 01 Deel 2 blz. 0028


++++

PROTOCOL

betreffende de uitlegging door het Hof van Justifie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken ( 1 ) ( 2 )

( 75/464/EEG )

DE HOGE PARTIJEN BIJ HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP ,

VERWIJZENDE naar de Verklaring gehecht aan het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken , ondertekend te Brussel op 27 september 1968 ,

HEBBEN BESLOTEN een Protocol te sluiten waarbij aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen bepaalde bevoegdheden worden toegekend om genoemd Verdrag uit te leggen en hebben te dien einde als hun Gevolmachtigden aangewezen :

ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN :

de heer Alfons VRANCKX ,

Minister van Justitie ;

DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND :

de heer Gerhard JAHN ,

Bondsminister van Justitie ;

DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK :

de heer René PLEVEN ,

Grootzegelbewaarder , Minister van Justitie ;

DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK :

de heer Erminio PENNACCHINI ,

Staatssecretaris van Justitie ;

ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG :

de heer Eugène SCHAUS ,

Minister van Justitie ,

Vice-Minister-President ;

HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN :

de heer C.H.F . POLAK ,

Minister van Justitie ;

DIE , in het kader van de Raad bijeen , na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten ,

OVEREENSTEMMING HEBBEN BEREIKT OVER DE VOLGENDE BEPALINGEN :

Artikel 1

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is bevoegd om uitspraak te doen over de uitlegging van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken en van het aan dat Verdrag gehechte Protocol , beide ondertekend te Brussel op 27 september 1968 , alsmede van het onderhavige Protocol .

Artikel 2

De volgende rechterlijke instanties kunnen het Hof van Justitie verzoeken , bij wijze van prejudiciële beslissing , een uitspraak te doen over een vraagstuk van uitlegging :

1 . in België : het Hof van Cassatie - la Cour de cassation en de Raad van State - le Conseil d'Etat ,

in de Bondsrepubliek Duitsland : die obersten Gerichtshoefe des Bundes ,

in Frankrijk : la Cour de cassation alsmede le Conseil d'Etat ,

in Italië : la Corte Suprema di Cassazione ,

in Luxemburg : la Cour supérieure de justice siégeant comme cour de cassation ,

in Nederland : de Hoge Raad ;

2 . de rechterlijke instanties van de Verdragsluitende Staten , wanneer zij recht spreken in hoger beroep ;

3 . in de gevallen , bedoeld in artikel 37 van het Verdrag , de in dat artikel genoemde rechterlijke instanties .

Artikel 3

1 . Indien een vraag betreffende de uitlegging van het Verdrag en van de andere in artikel 1 genoemde teksten wordt opgeworpen in een zaak aanhangig bij een rechterlijke instantie genoemd onder punt 1 van artikel 2 , is deze instantie , indien zij een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van haar vonnis , gehouden het Hof van Justitie te verzoeken over deze vraag een uitspraak te doen .

2 . Indien een vraag te dien aanzien wordt opgeworpen voor een onder de punten 2 en 3 van artikel 2 genoemde rechterlijke instantie , kan deze instantie , onder de in lid 1 bepaalde voorwaarden , het Hof van Justitie verzoeken uitspraak te doen .

Artikel 4

1 . De bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat kan aan het Hof van Justitie verzoeken zich uit te spreken over een vraagstuk betreffende de uitlegging van het Verdrag en van de andere in artikel 1 genoemde teksten , indien de door de rechterlijke instanties van deze Staat gegeven beslissingen in strijd zijn met de door het Hof van Justitie of in een uitspraak van een rechterlijke instantie van een andere Verdragsluitende Staat , genoemd onder de punten 1 en 2 van artikel 2 , gegeven uitlegging . De bepalingen van dit lid zijn slechts van toepassing op uitspraken die kracht van gewijsde hebben verkregen .

2 . De door het Hof van Justitie naar aanleiding van een dergelijk verzoek gegeven uitlegging heeft geen gevolg ten aanzien van de uitspraken ter gelegenheid waarvan het Hof om uitlegging is verzocht .

3 . De Procureurs-generaal bij de Hoven van Cassatie van de Verdragsluitende Staten of elke andere door een Verdragsluitende Staat aangewezen autoriteit zijn bevoegd , zich met een verzoek om uitlegging als bedoeld in lid 1 tot het Hof van Justitie te wenden .

4 . De Griffier van het Hof van Justitie geeft kennis van het verzoek aan de Verdragsluitende Staten , aan de Commissie en aan de Raad van de Europese Gemeenschappen , die het recht hebben binnen twee maanden te rekenen vanaf deze kennisgeving bij het Hof memories of schriftelijke opmerkingen in te dienen .

5 . De in het onderhavige artikel omschreven procedure geeft geen aanleiding tot inning noch tot vergoeding van kosten of uitgaven .

Artikel 5

1 . Voor zover dit Protocol niet anders bepaalt , zijn de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en die van het daaraan gehechte Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie , die van toepassing zijn wanneer het Hof bij wijze van prejudiciële beslissing een uitspraak dient te doen , tevens van toepassing op de procedure inzake de uitlegging van het Verdrag en van de andere in artikel 1 genoemde teksten .

2 . Het Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie zal zo nodig worden aangepast en aangevuld overeenkomstig artikel 188 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap .

Artikel 6

Dit Protocol is van toepassing op het Europese grondgebied van de Verdragsluitende Staten , de Franse overzeese departementen en de Franse overzeese gebieden .

Het Koninkrijk der Nederlanden kan op het tijdstip van de ondertekening of de bekrachtiging van dit Protocol , of op elk tijdstip nadien , door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen verklaren dat dit protocol van toepassing zal zijn op Suriname en de Nederlandse Antillen .

Artikel 7

Dit Protocol wordt door de ondertekenende Staten bekrachtigd . De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen .

Artikel 8

Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op het nederleggen van de akte van bekrachtiging door de ondertekenende Staat , die als laatste deze handeling verricht . Het Protocol treedt evenwel niet eerder in werking dan het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken .

Artikel 9

De Verdragsluitende Partijen erkennen dat elke Staat die lid wordt van de Europese Economische Gemeenschap en waarop artikel 63 van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van toepassing is de bepalingen van het onderhavige protocol dient te aanvaarden onder voorbehoud van de noodzakelijke aanpassingen .

Artikel 10

De Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen stelt de ondertekenende Staten in kennis van :

a ) het nederleggen van iedere akte van bekrachtiging ;

b ) de datum van inwerkingtreding van dit Protocol ;

c ) de ingevolge artikel 4 , lid 3 , ontvangen verklaringen ;

d ) de ingevolge artikel 6 , tweede alinea , ontvangen verklaringen .

Artikel 11

De Verdragsluitende Staten doen aan de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen mededeling van de teksten van hun wettelijke bepalingen die een wijziging van de lijst van de in artikel 2 , punt 1 , genoemde rechterlijke instanties met zich medebrengen .

Artikel 12

Dit Protocol wordt voor onbeperkte tijd gesloten .

Artikel 13

Iedere Verdragsluitende Staat kan verzoeken om herziening van dit Protocol . In dat geval roept de Voorzitter van de Raad van de Europese Gemeenschappen een conferentie voor de herziening bijeen .

Artikel 14

Dit Protocol , opgesteld in één exemplaar , in de Duitse , de Franse , de Italiaanse en de Nederlandse taal , welke vier teksten gelijkelijk authentiek zijn , zal worden nedergelegd in het archief van het Secretariaat van de Raad van de Europese Gemeenschappen . De Secretaris-generaal zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elke ondertekenende Staat .

Zu Urkund dessen haben die unterzeichneten Bevollmachtigten ihre Unterschrift unter dieses Protokoll gesetzt .

En foi de quoi les plénipotentiaires soussignés ont apposé leur signature au bas du présent protocole .

In fede di che i plenipotenziari sottoscritti hanno apposto le loro firme in calce al presente protocollo .

Ten blijke waarvan de onderscheiden gevolmachtigden hun handtekening onder dit Protocol hebben gesteld .

Geschehen zu Luxemburg am dritten Juni neunzehnhunderteinundsiebzig .

Fait à Luxembourg , le trois juin mil neuf cent soixante et onze .

Fatto a Lussemburgo , addì tre giugno millenovecentosettantuno .

Gedaan te Luxemburg , de derde juni negentienhonderdeenenzeventig .

Pour Sa Majesté le roi des Belges ,

Voor Zijne Majesteit de Koning der Belgen ,

Alfons VRANCKX

Fuer den Praesidenten der Bundesrepublik Deutschland ,

Gerhard JAHN

Pour le président de la République française ,

René PLEVEN

Per il presidente della Repubblica italiana ,

Erminio PENNACCHINI

Pour Son Altesse Royale le grand-duc de Luxembourg ,

Eugène SCHAUS

Voor Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden ,

C.H.F . POLAK

( 1 ) Ingevolge de bekrachtiging door de Verdragsluitende Staten ( België , Bondsrepubliek Duitsland , Frankrijk Italië , Groothertogdom Luxemburg , Nederland ) zal het Protocol overeenkomstig artikel 8 voor deze Staten op 1 september 1975 in werking treden .

( 2 ) Slechts de Duitse , Franse , Italiaanse en Nederlandse tekst van het Protocol zijn authentiek . De versies in de andere talen der Gemeenschappen zijn voor het ogenblik slechts niet-authentieke vertalingen .

De authentieke teksten van het Protocol in deze talen zullen worden opgesteld aan het slot van de werkzaamheden die momenteel worden verricht ten einde het Koninkrijk Denemarken , Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannie en Noord-Ierland in staat te stellen toe te treden tot het Verdrag van 27 september 1968 .