5.8.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 205/227


VERORDENING (EU) 2022/1364 VAN DE COMMISSIE

van 4 augustus 2022

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1881/2006 wat de maximumgehalten aan waterstofcyanide in bepaalde levensmiddelen betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (1), en met name artikel 2, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie (2) stelt maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen, waaronder waterstofcyanide, in levensmiddelen vast.

(2)

Waterstofcyanide is een zeer giftige stof. Hoewel het niet in toxicologisch relevante gehalten in levensmiddelen voorkomt, komt het vrij bij het kauwen op of het anderszins verwerken van plantaardige levensmiddelen die cyanogene glycosiden bevatten, waarbij die glycosiden in contact komen met hydrolytische enzymen. Aangezien waterstofcyanide altijd wordt gevormd als een mengsel van niet-gedissocieerd zuur en gedissocieerde cyanide-ionen, wordt de op gezondheid gebaseerde richtwaarde berekend voor dit mengsel, hierna “cyanide” genoemd.

(3)

In 2019 heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) een bijgewerkte versie van het wetenschappelijk advies over de evaluatie van de gezondheidsrisico’s in verband met de aanwezigheid van cyanogene glycosiden in andere levensmiddelen dan ruwe abrikozenpitten aangenomen (3). De EFSA heeft geconcludeerd dat menselijke blootstelling beneden de acute referentiedosis (ARfD) van 20 μg cyanide/kg lichaamsgewicht geen acute schadelijke effecten zou moeten veroorzaken. Als bepaalde levensmiddelen zoals lijnzaad, amandelen en cassave met een hoog gehalte aan cyanogene glycosiden worden geconsumeerd, zou de ARfD voor cyanide kunnen worden overschreden. Daarom moeten voor deze levensmiddelen maximumgehalten aan waterstofcyanide, met inbegrip van waterstofcyanide in cyanogene glycosiden, worden vastgesteld. Wanneer vermalen lijnzaad als zodanig wordt geconsumeerd, liggen de biologische beschikbaarheid van waterstofcyanide en de niveaus waarop de mens daaraan wordt blootgesteld, hoger dan wanneer heel lijnzaad wordt geconsumeerd of wanneer het lijnzaad een warmtebehandeling heeft ondergaan. Daarom is het passend strengere niveaus vast te stellen voor heel lijnzaad, dat vóór consumptie door de consument kan worden vermalen, alsook voor vermalen lijnzaad dat in de handel wordt gebracht voor de eindverbruiker, wanneer het lijnzaad bestemd is om rauw te worden geconsumeerd.

(4)

Daarom moeten maximumgehalten voor waterstofcyanide in bepaalde levensmiddelen worden vastgesteld om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen.

(5)

Verordening (EG) nr. 1881/2006 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

Om de marktdeelnemers in staat te stellen zich voor te bereiden op de nieuwe regels die bij deze verordening worden ingevoerd, is het passend te voorzien in een redelijke termijn totdat de nieuwe maximumgehalten van toepassing zijn. Ook moet worden voorzien in een overgangsperiode voor levensmiddelen die vóór de datum van toepassing van deze verordening rechtmatig in de handel zijn gebracht.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

In de bijlage genoemde levensmiddelen die vóór 1 januari 2023 rechtmatig in de handel zijn gebracht, mogen in de handel blijven tot en met de datum van minimale houdbaarheid of de uiterste consumptiedatum van die levensmiddelen.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 augustus 2022.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5).

(3)  Wetenschappelijk advies “Evaluation of the health risks related to the presence of cyanogenic glycosides in foods other than raw apricot kernels”, EFSA Journal, jaargang 17, nr. 4, Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, 2019, blz. 78; https://doi.org/10.2903/j.efsa.2019.5662


BIJLAGE

In afdeling 8 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 wordt vermelding 8.3 vervangen door:

“Levensmiddelen (1)

Maximumgehalte (mg/kg)

8.3

Waterstofcyanide, inclusief waterstofcyanide in cyanogene glycosiden

 

8.3.1

Onverwerkt heel (60), vermalen, gemalen, gekraakt of fijngehakt lijnzaad, met uitzondering van de in punt 8.3.2 genoemde levensmiddelen (54)

250

8.3.2

Onverwerkt heel, vermalen, gemalen, gekraakt of fijngehakt lijnzaad, in de handel gebracht voor de eindverbruiker (54) (55)  (*1)

150

8.3.3

Onverwerkte hele, vermalen, gemalen, gekraakte of fijngehakte amandelen, in de handel gebracht voor de eindverbruiker (54) (55)  (*1)

35

8.3.4

Onverwerkte hele, vermalen, gemalen, gekraakte of fijngehakte abrikozenpitten, in de handel gebracht voor de eindverbruiker (54) (55)

20

8.3.5

Cassavewortel (vers, geschild)

50

8.3.6

Cassavemeel en tapiocameel

10


(*1)  Het maximumgehalte geldt niet voor onverwerkt heel, vermalen, gemalen, gekraakt of fijngehakt lijnzaad en onverwerkte hele, vermalen, gemalen, gekraakte en fijngehakte bittere amandelen die in kleine hoeveelheden in de handel worden gebracht voor de eindverbruiker, indien de waarschuwing “Alleen voor koken en bakken. Niet rauw consumeren!” wordt vermeld in het hoofdgezichtsveld van het etiket (in de lettergrootte zoals vastgesteld in artikel 13, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18)). Het onverwerkte hele, vermalen, gemalen, gekraakte of fijngehakte lijnzaad dat vergezeld gaat van de waarschuwing moet voldoen aan het in punt 8.3.1 vastgestelde maximumgehalte.”.