27.6.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 169/43


VERORDENING (EU) 2022/992 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 8 juni 2022

tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1628 wat betreft de verlenging van de bevoegdheid van de Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2016/1628 van het Europees Parlement en de Raad (3) zijn essentiële bepalingen inzake de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes en typegoedkeuring voor in niet voor de weg bestemde mobiele machines gemonteerde interne verbrandingsmotoren vastgesteld en is aan de Commissie de bevoegdheid verleend om bepaalde gedetailleerde technische specificaties in gedelegeerde handelingen vast te leggen. Bij artikel 55, lid 2, van die verordening is die bevoegdheid aan de Commissie toegekend voor een beperkte termijn van vijf jaar. Die termijn is op 6 oktober 2021 verstreken. Bepaalde van die gedelegeerde handelingen dienen te worden aangepast om rekening te houden met de technische vooruitgang en om andere wijzigingen aan te brengen in overeenstemming met de verleende bevoegdheid, waaronder met betrekking tot een gedelegeerde handeling waarin voorschriften voor monitoring tijdens het gebruik worden vastgesteld voor in niet voor de weg bestemde mobiele machines gemonteerde interne verbrandingsmotoren. Het moet ook mogelijk zijn om nieuwe gedelegeerde handelingen vast te stellen in overeenstemming met de verleende bevoegdheid. Bijgevolg moet de bevoegdheid van de Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen, worden verlengd en moet worden voorzien in de mogelijkheid van verdere verlengingen.

(2)

Verordening (EU) 2016/1628 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(3)

Daar de doelstelling van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 55 van Verordening (EU) 2016/1628 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   De in artikel 19, lid 2, artikel 24, lid 11, artikel 25, lid 4, artikel 26, lid 6, artikel 34, lid 9, artikel 42, lid 4, artikel 43, lid 5, en artikel 48 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van tien jaar met ingang van 6 oktober 2016. De Commissie stelt uiterlijk op 6 januari 2026 en negen maanden vóór het einde van elke daaropvolgende termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van vijf jaar verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden vóór het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 8 juni 2022.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

C. BEAUNE


(1)  Advies van 18 mei 2022 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 19 mei 2022 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 2 juni 2022.

(3)  Verordening (EU) 2016/1628 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 inzake voorschriften met betrekking tot emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes en typegoedkeuring voor in niet voor de weg bestemde mobiele machines gemonteerde interne verbrandingsmotoren, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1024/2012 en (EU) nr. 167/2013, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn 97/68/EG (PB L 252 van 16.9.2016, blz. 53).