3.6.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/109


BESLUIT (EU) 2022/871 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 30 mei 2022

tot wijziging van Beschikking 2003/17/EG van de Raad wat betreft de toepassingsperiode ervan en de gelijkwaardigheid van in Bolivia verrichte veldkeuringen van gewassen voor de teelt van zaaigranen en gewassen voor de teelt van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen en de gelijkwaardigheid van in Bolivia voortgebrachte zaaigranen en zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Beschikking 2003/17/EG van de Raad (3) is bepaald dat veldkeuringen die in de in bijlage I bij die beschikking vermelde derde landen op bepaalde gewassen voor de teelt van zaaizaad worden verricht, onder bepaalde voorwaarden moeten worden beschouwd als gelijkwaardig aan veldkeuringen die overeenkomstig het recht van de Unie worden uitgevoerd. In die beschikking is ook bepaald dat zaaizaad van bepaalde soorten dat in die derde landen is voortgebracht onder bepaalde voorwaarden moet worden beschouwd als gelijkwaardig aan zaad dat overeenkomstig het recht van de Unie is voortgebracht.

(2)

De gelijkwaardigheid van die derde landen is erkend op basis van het multilaterale kader voor het internationale handelsverkeer in zaaizaad, te weten de programma’s van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) voor de certificering van rassen van zaaizaad in het internationale handelsverkeer en de methoden van de International Seed Testing Association (ISTA) of, in voorkomend geval, de voorschriften van de Association of Official Seed Analysts die gelijkwaardig zijn aan de ISTA-methoden. De Commissie heeft ook, alvorens voor het eerst gelijkwaardigheid toe te kennen, in sommige van die derde landen de wetgeving beoordeeld en audits uitgevoerd om na te gaan of zij voldoen aan de voorschriften uit hoofde van het Unierecht. Uit jaarlijkse tests en verslaglegging in het kader van de OESO, de periodieke audits van laboratoria voor ISTA-accreditatie en officiële inspecties in het kader van het Unierecht blijkt dat veldkeuringen in die derde landen dezelfde garanties blijven bieden als de veldkeuringen die door de lidstaten worden uitgevoerd en dat in die derde landen voortgebracht en gecertificeerd zaaizaad dezelfde garanties blijft bieden als zaad dat in de lidstaten voortgebracht en gecertificeerd wordt. Die veldkeuringen en dat zaaizaad moeten daarom nog altijd worden beschouwd als gelijkwaardig aan de veldkeuringen en het zaaizaad van de Unie.

(3)

In 2016 heeft Bolivia de Commissie verzocht de gelijkwaardigheid van zijn systeem van veldkeuringen van gewassen voor de teelt van zaaizaad alsook van in Bolivia voortgebracht en gecertificeerd zaaizaad van Sorghum spp. (sorgho), Zea mays (maïs) en Helianthus annuus (zonnebloemen) te erkennen.

(4)

De Commissie heeft de desbetreffende wetgeving van Bolivia onderzocht, in 2018 een audit verricht met betrekking tot het systeem van officiële controles van de productie en de certificering van zaaizaad van sorgho, maïs en zonnebloemen in Bolivia en hun gelijkwaardigheid met de voorschriften van de Unie, en een verslag met de bevindingen van de audit gepubliceerd, getiteld: “Eindverslag van een van 14 maart 2018 tot 22 maart 2018 in de Plurinationale Staat Bolivia verrichte audit teneinde het systeem van officiële controles en certificering van zaaizaad en de gelijkwaardigheid ervan met de voorschriften van de Europese Unie te evalueren”.

(5)

Uit die audit is gebleken dat er in Bolivia een goed georganiseerd systeem voor de productie en certificering van zaaizaad aanwezig is. De Commissie heeft een aantal tekortkomingen vastgesteld en aanbevelingen gedaan aan Bolivia. Aangezien Bolivia deze tekortkomingen vóór 30 november 2018 heeft verholpen, voldoet het land aan de voorwaarden van bijlage II bij Beschikking 2003/17/EG en aan de respectieve voorschriften van de Richtlijnen 66/402/EEG (4) en 2002/57/EG (5) van de Raad.

(6)

Daarom is het passend de gelijkwaardigheid te erkennen van de veldkeuringen die in Bolivia voor gewassen voor de teelt van zaaizaad van sorgho, maïs en zonnebloemen worden uitgevoerd, alsmede van in Bolivia voortgebracht en door de Boliviaanse autoriteiten officieel gecertificeerd zaaizaad van sorgho, maïs en zonnebloemen.

(7)

Aangezien Beschikking 2003/17/EG op 31 december 2022 verstrijkt, moet de periode waarvoor de gelijkwaardigheid krachtens die beschikking wordt erkend, worden verlengd om elk risico op verstoring van de invoer van zaaizaad in de Unie te vermijden. Rekening houdend met de investeringen en de tijd die nodig zijn voor de productie van overeenkomstig het Unierecht gecertificeerd zaaizaad, is het passend die periode met zeven jaar te verlengen.

(8)

Beschikking 2003/17/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Beschikking 2003/17/EG

Beschikking 2003/17/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 6 wordt de datum “31 december 2022” vervangen door “31 december 2029”.

2)

De tabel in bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a)

de volgende rij wordt tussen de rijen “AU” en “BR” ingevoegd:

“BO

Ministry of Rural Development and Land

Bolivia

Av. Camacho entre calles Loaya y Bueno N°1471, LA PAZ

66/402/EEG — uitsluitend ten aanzien van Zea mays en Sorghum spp.

2002/57/EG — uitsluitend ten aanzien van Helianthus annuus

b)

in voetnoot 1 wordt tussen “AU — Australië,” en “BR — Brazilië,” de volgende vermelding ingevoegd:

 

“BO — Bolivia,”.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Adressaten

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 30 mei 2022.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

B. LE MAIRE


(1)  Advies van 23 maart 2022 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 5 april 2022 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 16 mei 2022.

(3)  Beschikking 2003/17/EG van de Raad van 16 december 2002 betreffende de gelijkwaardigheid van in derde landen verrichte veldkeuringen van gewassen voor de teelt van zaaizaad en de gelijkwaardigheid van in derde landen voortgebracht zaaizaad (PB L 8 van 14.1.2003, blz. 10).

(4)  Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (PB P 125 van 11.7.1966, blz. 2309/66).

(5)  Richtlijn 2002/57/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 74).