3.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 432/59


BESLUIT (GBVB) 2021/2135 VAN DE RAAD

van 2 december 2021

betreffende een steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ter ondersteuning van de Oekraïense strijdkrachten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 41, lid 2,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad (1) werd een Europese Vredesfaciliteit (European Peace Facility — EPF) opgericht voor de financiering door de lidstaten van acties van de Unie uit hoofde van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid die tot doel hebben de vrede te handhaven, conflicten te voorkomen en de internationale veiligheid te versterken, krachtens artikel 21, lid 2, punt c), van het Verdrag. De EPF kan meer in het bijzonder krachtens artikel 1, lid 2, punt b), i), van Besluit (GBVB) 2021/509 acties financieren ter versterking van de capaciteiten van derde staten en regionale en internationale organisaties op militair en defensiegebied.

(2)

Het aanzwengelen van dialoog en samenwerking en het bevorderen van geleidelijke convergentie op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GDVB), is een van de doelstellingen van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (2).

(3)

Het belang van het verder versterken van de samenwerking op het gebied van het GVDB en het belang van de nauwere aansluiting van Oekraïne bij het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), onder meer door het onderzoeken van mogelijkheden voor de verdere ondersteuning van de weerbaarheid van Oekraïne, was een van de resultaten van de top tussen de EU en Oekraïne van 2021.

(4)

De minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie van Oekraïne hebben in hun brief aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) van 28 oktober 2021 de Unie verzocht om, overeenkomstig artikel 59, lid 1, van Besluit (GBVB) 2021/509, de militair-medische eenheden, technische eenheden (mijnopruiming), eenheden voor mobiliteit en logistiek, en eenheden voor cyberdefensie van de Oekraïense strijdkrachten te ondersteunen.

(5)

Bij de uitvoering van deze steunmaatregel moet rekening worden gehouden met de beginselen en vereisten van Besluit (GBVB) 2021/509, in overeenstemming met de voorschriften voor de uitvoering van de ontvangsten en uitgaven die worden gefinancierd in het kader van de EPF en met inachtneming van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad (3).

(6)

De Raad bevestigt vastbesloten te zijn de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en de democratische beginselen te beschermen, te bevorderen en na te leven, de rechtsstaat en goed bestuur te versterken in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties, met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en met het internationaal recht, met name het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Instelling, doelstellingen, reikwijdte en duur

1.   Bij dit besluit wordt een steunmaatregel ten gunste van de Republiek Oekraïne (de “begunstigde”) ingesteld, die wordt gefinancierd in het kader van de Europese Vredesfaciliteit (European Peace Facility — EPF) (de “steunmaatregel”).

2.   Het doel van de steunmaatregel is de vermogens van de Oekraïense strijdkrachten te helpen versterken, onder meer hun vermogen om burgers, met inbegrip van personen die tot nationale minderheden behoren, hun respectieve diensten te bieden ten tijde van crisissen of van noodsituaties, en het vermogen van Oekraïne om bij te dragen aan militaire GVDB-missies en -operaties te versterken.

3.   Ter verwezenlijking van de in lid 2 genoemde doelstelling wordt met de steunmaatregel de levering van niet-dodelijke uitrusting aan de Oekraïense strijdkrachten gefinancierd om hun vermogens te versterken op de volgende gebieden:

a)

militair-medische eenheden (met inbegrip van veldhospitalen);

b)

technische eenheden (met inbegrip van mijnopruiming);

c)

eenheden voor mobiliteit en logistiek, en

d)

eenheden voor cyberdefensie.

4.   De steunmaatregel heeft een looptijd van 36 maanden vanaf de datum van afsluiting van de eerste overeenkomst tussen de beheerder voor steunmaatregelen die optreedt als ordonnateur en een in artikel 4, lid 2, van dit besluit bedoelde entiteit, overeenkomstig artikel 32, lid 2, punt a), van Besluit (GBVB) 2021/509.

Artikel 2

Financiële regelingen

1.   Het financiële referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met de steunmaatregel bedraagt maximaal 31 000 000 EUR. Overeenkomstig artikel 29, lid 5, van Besluit (GBVB) 2021/509 kan de beheerder voor steunmaatregelen na de vaststelling van dit besluit verzoeken om bijdragen tot 27 900 000 EUR. De door de beheerder gevraagde middelen worden uitsluitend gebruikt voor uitgaven binnen de grenzen die door het bij Besluit (GBVB) 2021/509 opgerichte comité zijn goedgekeurd in de wijzigingsbegroting maximaal voor 2021 behorend bij deze steunmaatregel.

2.   De uitgaven worden beheerd overeenkomstig Besluit (GBVB) 2021/509 en de voorschriften voor de uitvoering van de in het kader van de EPF gefinancierde ontvangsten en uitgaven.

Artikel 3

Regelingen met de begunstigde

1.   De hoge vertegenwoordiger treft de nodige regelingen met de begunstigde om ervoor te zorgen dat deze de vereisten en voorwaarden die in dit besluit zijn vastgesteld naleeft, als voorwaarde voor het verlenen van steun in het kader van de steunmaatregel.

2.   De in lid 1 bedoelde regelingen omvatten bepalingen die de begunstigde ertoe verplichten ervoor te zorgen dat:

a)

de eenheden van de Oekraïense strijdkrachten die via de steunmaatregel ondersteuning krijgen, het toepasselijk internationaal recht naleven, met name het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht;

b)

in het kader van de steunmaatregel verstrekte activa goed en efficiënt worden ingezet voor de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt;

c)

in het kader van de steunmaatregel verstrekte activa voldoende worden onderhouden, zodat deze gedurende hun gehele levensduur bruikbaar en operationeel beschikbaar blijven;

d)

in het kader van de steunmaatregel verstrekte activa aan het einde van hun levenscyclus niet verloren gaan of zonder toestemming van het bij Besluit (GBVB) 2021/509 ingestelde comité voor de faciliteit worden overgedragen aan andere personen of entiteiten dan die welke in de regelingen staan vermeld.

3.   De in lid 1 bedoelde regelingen omvatten bepalingen inzake opschorting en beëindiging van de steun in het kader van de steunmaatregel voor het geval blijkt dat de begunstigde de in lid 2 bedoelde verplichtingen niet nakomt.

Artikel 4

Uitvoering

1.   De hoge vertegenwoordiger is verantwoordelijk voor het waarborgen van de uitvoering van dit besluit overeenkomstig Besluit (GBVB) 2021/509 en overeenkomstig de voorschriften voor de uitvoering van de ontvangsten en uitgaven die in het kader van de EPF worden gefinancierd, op een wijze die strookt met het geïntegreerd methodisch kader voor de beoordeling en vaststelling van de vereiste maatregelen en controles voor steunmaatregelen in het kader van de EPF.

2.   De uitvoering van de in artikel 1, lid 3, bedoelde activiteiten wordt toevertrouwd aan:

a)

het Litouws Central Project Management Agency (CPMA — centraal agentschap projectbeheer) voor wat betreft artikel 1, lid 3, punten a), b) en c), en

b)

de Estlandse e-Government Academy (eGA — academie elektronische overheid) voor wat betreft artikel 1, lid 3, punt d).

Artikel 5

Toezicht, controle en evaluatie

1.   De hoge vertegenwoordiger zorgt ervoor dat erop wordt toegezien dat de begunstigde de overeenkomstig artikel 3 vastgestelde verplichtingen nakomt. Dit toezicht verschaft kennis over de context van en het risico op niet-nakoming van de overeenkomstig artikel 3 vastgestelde verplichtingen, en draagt bij aan het voorkomen van dergelijke inbreuken, met inbegrip van schendingen van het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door in het kader van de steunmaatregel ondersteunde eenheden van de Oekraïense strijdkrachten.

2.   Na verzending worden de uitrusting en het materieel als volgt geverifieerd:

a)

leveringsbevestiging: op het moment van eigendomsoverdracht tekent de eindgebruiker (de strijdkrachten) leveringscertificaten;

b)

verslaglegging over de inventaris: de begunstigde brengt jaarlijks verslag uit over de inventaris van aangewezen artikelen totdat het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) zulke verslaglegging niet langer nodig acht;

c)

controle ter plaatse: de begunstigde verleent de hoge vertegenwoordiger op diens verzoek toegang voor controle ter plaatse.

3.   De hoge vertegenwoordiger maakt zes maanden na de eerste levering van de uitrusting een evaluatie van de steunmaatregel in de vorm van een gestructureerde eerste beoordeling. Dit kan bezoeken ter plaatse omvatten om de in het kader van de steunmaatregel geleverde uitrusting, benodigdheden en diensten te controleren, of andere doeltreffende vormen van onafhankelijke informatievoorziening. Nadat de levering van uitrusting, benodigdheden en diensten in het kader van de steunmaatregel is voltooid, wordt een eindevaluatie gemaakt om te beoordelen of de steunmaatregel heeft bijgedragen aan het halen van de vooropgezette doelstellingen.

Artikel 6

Verslaglegging

Gedurende de uitvoeringsperiode brengt de hoge vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 63 van Besluit (GBVB) 2021/509 halfjaarlijks verslag uit aan het PVC over de uitvoering van de maatregel. De beheerder voor steunmaatregelen brengt het bij Besluit (GBVB) 2021/509 ingestelde comité voor de faciliteit overeenkomstig artikel 38 van dat besluit regelmatig op de hoogte van de uitvoering van de ontvangsten en uitgaven, onder meer door informatie te verstrekken over de betrokken leveranciers en onderaannemers.

Artikel 7

Opschorting en beëindiging

Het PVC kan overeenkomstig artikel 64 van Besluit (GBVB) 2021/509 besluiten de uitvoering van de steunmaatregel geheel of gedeeltelijk op te schorten.

Het PVC kan de Raad ook aanbevelen de steunmaatregel te beëindigen.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 2 december 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

J. VRTOVEC


(1)  Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad van 22 maart 2021 tot oprichting van een Europese Vredesfaciliteit, en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2015/528 (PB L 102 van 24.3.2021, blz. 14).

(2)  PB L 161 van 29.5.2014, blz. 3.

(3)  Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie (PB L 335 van 13.12.2008, blz. 99).