2.8.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

LI 277/16


BESLUIT (GBVB) 2021/1277 VAN DE RAAD

van 30 juli 2021

betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libanon

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 7 december 2020 conclusies aangenomen waarin hij met toenemende bezorgdheid constateerde dat de ernstige financiële, economische, sociale en politieke crisis in Libanon steeds dieper werd, en dat het in de eerste plaats de Libanese bevolking was die te lijden had onder de alsmaar groter wordende problemen in het land.

(2)

De Raad onderstreepte dat de Libanese autoriteiten dringend hervormingen moesten doorvoeren om de het vertrouwen van de internationale gemeenschap te herstellen. Hij verklaarde dat de Unie bereid was hervormingen te ondersteunen, maar dat het hervormingsproces in handen moest zijn van Libanon. De Raad riep de Libanese autoriteiten op hun eerdere toezeggingen na te komen, ook die welke in april 2018 in het kader van de CEDRE-conferentie zijn gedaan, en die de steun genieten van de Internationale Steungroep (ISG) voor Libanon (die de Verenigde Naties en de regeringen van China, Frankrijk, Duitsland, Italië, de Russische Federatie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, alsook de Europese Unie en de Arabische Liga samenbrengt) en andere leden van de internationale gemeenschap (waaronder de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds). De Raad riep de Libanese autoriteiten tevens op dringend hervormingen te realiseren, voortbouwend op de akkoorden die alle Libanese politieke leiders na de explosie van 4 augustus 2020 hadden bereikt om politieke verschillen bij de steun voor hervormingen te overbruggen. Die hervormingen vereisen vooral echte en diepgaande economische en bestuurlijke hervormingen om de economische stabiliteit te herstellen, de prestaties van de openbaredienstverlening te verbeteren, de toenemende armoede aan te pakken, ongelijkheden terug te dringen, de overheidsfinanciën houdbaar te maken, de geloofwaardigheid van de financiële sector te herstellen, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te waarborgen, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat te verzekeren, corruptie te bestrijden en tegemoet te komen aan de legitieme en op vreedzame wijze kenbaar gemaakte aspiraties van het Libanese volk. De Raad sprak ook zijn steun uit voor het kader voor hervorming, herstel en wederopbouw (“3RF”) om “een beter Libanon op te bouwen”, op basis van de beginselen van transparantie, inclusie en verantwoordingsplicht.

(3)

Het 3RF, dat in december 2020 door de Unie, de VN en de Wereldbank werd gelanceerd, wordt gezamenlijk beheerd door de Libanese regering. Bovendien werd het financieel herstelplan van april 2020 goedgekeurd door de Libanese Raad van Ministers en werd het door de internationale gemeenschap verwelkomd. Voorts toonde de ISG zich in haar gezamenlijke verklaring van 23 september 2020 ingenomen met het akkoord dat tussen alle Libanese politieke leiders werd bereikt over een alomvattend stappenplan voor hervormingen en over een tijdschema voor de uitvoering ervan, in overeenstemming met hun eerdere toezeggingen, met inbegrip van die welke zijn gedaan in het kader van de CEDRE-conferentie van 2018, en die de steun genieten van de ISG en andere leden van de internationale gemeenschap.

(4)

In zijn conclusies van 7 december 2020 bleef de Raad er bij de sinds augustus 2020 demissionaire regering op aandringen snel en doortastend binnen haar grondwettelijke grenzen op te treden, maar vestigde hij er de aandacht op dat een programma met de volle steun van het Libanese parlement en met nauwkeurige, geloofwaardige en tijdgebonden hervormingstoezeggingen om de problemen van Libanon aan te pakken, alleen volledig kan worden uitgevoerd door een volwaardig functionerende regering. Hij riep daarom alle Libanese belanghebbenden en politieke krachten op steun te verlenen aan de dringende vorming van een missiegedreven, geloofwaardige en verantwoordingsplichtige regering in Libanon, die in staat is de nodige hervormingen door te voeren.

(5)

De Raad heeft sinds 7 december 2020 herhaaldelijk zijn ernstige bezorgdheid geuit over de verslechterende situatie in Libanon. Ondanks herhaalde oproepen van de Unie en andere betrokken internationale actoren aan de Libanese politieke krachten en belanghebbenden om in het nationale belang te handelen en niet langer te wachten met de vorming van een volledig bevoegde regering die in de dringende behoeften van het land kan voorzien en kritieke hervormingen kan doorvoeren, komt er geen schot in het regeringsvormingsproces. Meer dan elf maanden zijn verstreken sinds de vorige regering in augustus 2020 aftrad, en negen maanden sinds het Libanese parlement in oktober 2020 een nieuwe kandidaat-premier aanwees, die zich in juli 2021 heeft teruggetrokken.

(6)

Ondertussen wordt de economische, sociale en humanitaire situatie in Libanon steeds slechter en gaat het lijden van de bevolking door. De Wereldbank geeft in haar Lebanon Economic Monitor van juni 2021 aan dat Libanon een ernstige en langdurige economische depressie doormaakt, waarschijnlijk een van de ergste crisesepisodes wereldwijd sinds het midden van de negentiende eeuw. Volgens de Wereldbank gaat het om een “opzettelijke depressie”, gekenmerkt door ontoereikende beleidsreacties als gevolg van een gebrek aan politieke consensus over effectieve beleidsinitiatieven. De Wereldbank meldt dat meer dan de helft van de bevolking waarschijnlijk onder de nationale armoedegrens leeft, dat de werkloosheid toeneemt en dat steeds meer huishoudens moeilijk toegang krijgen tot basisdiensten, waaronder gezondheidszorg. De Wereldbank wijst erop dat de forse achteruitgang van de basisdiensten langetermijngevolgen zal hebben, waaronder massale migratie, leerachterstanden, slechte gezondheidsresultaten en gebrek aan adequate vangnetten. Volgens de Wereldbank zal de blijvende schade aan menselijk kapitaal zeer moeilijk te herstellen zijn, wat de crisis in Libanon mogelijk uniek maakt in vergelijking met andere mondiale crises. De Wereldbank merkt voorts op dat de steeds nijpender wordende sociaal-economische omstandigheden nationale systeemrisico's met zich meebrengen, dat steeds grotere waakzaamheid vereist is voor mogelijke aanleidingen tot sociale onrust en dat er geen licht aan het einde van de tunnel gloort.

(7)

De Libanese bevolking betaalt een uitzonderlijk hoge tol voor de passieve houding van de Libanese politieke leiders. De huidige economische, sociale, humanitaire en politieke crisis is een grote bedreiging voor de stabiliteit en veiligheid van Libanon, en heeft mogelijke gevolgen voor de stabiliteit en veiligheid van de hele regio.

(8)

De Unie is bereid al haar beleidsinstrumenten aan te wenden om de huidige crisis duurzaam te boven te komen en zich in te zetten tegen een verdere achteruitgang van de democratie, de rechtsstaat en de economische, sociale en humanitaire situatie in Libanon. Gezien de ernst van de situatie moet een kader worden vastgesteld voor gerichte beperkende maatregelen tegen natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor het ondermijnen van de democratie of de rechtsstaat in Libanon en natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die met hen geassocieerd zijn.

(9)

Met de hiervoor beschreven gerichte beperkende maatregelen zullen de doelstellingen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid als omschreven in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) worden nagestreefd. De maatregelen zullen bijdragen aan het optreden van de Unie ter consolidering en ondersteuning van de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de beginselen van het internationaal recht overeenkomstig artikel 21, lid 2, punt b), VEU. De toepassing van de maatregelen moet in overeenstemming zijn met artikel 3, lid 5, VEU, met name door bij te dragen tot vrede en veiligheid, solidariteit en wederzijds respect tussen volkeren en de bescherming van de mensenrechten, alsook tot de strikte eerbiediging en ontwikkeling van het internationaal recht, met inbegrip van de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties.

(10)

Een bedreiging voor de democratie en de rechtsstaat gaat uit van personen die het democratische politieke proces belemmeren of ondermijnen door de vorming van een regering langdurig tegen te werken of het houden van verkiezingen te belemmeren of ernstig te ondermijnen, met name de komende algemene verkiezingen in Libanon, die gepland zijn in mei 2022. Die personen bevorderen hun gevestigde belangen — hetzij hun persoonlijke belangen, hetzij de specifieke belangen van hun gemeenschap of fractie — ten nadele van het Libanese openbaar belang, met name door misbruik te maken van de regels inzake het verenigen van de politieke krachten voor de regeringsvorming, teneinde de vorming van een nieuwe regering te blokkeren en de status quo in stand te houden. Handelingen die de democratie en de rechtsstaat bedreigen, kunnen onder meer bestaan uit het belemmeren of ondermijnen van de verkiezingen.

(11)

Een bedreiging voor de democratie en de rechtsstaat gaat ook uit van personen die de uitvoering van door betrokken internationale actoren gesteunde plannen ter verbetering van de verantwoordingsplicht en goed bestuur in de overheidssector of van de uitvoering van cruciale economische hervormingen belemmeren, onder meer in het bankwezen en de financiële sector. Dit zijn met name de hervormingen waarmee de Libanese autoriteiten akkoord zijn gegaan en die de steun genieten van de Unie en andere betrokken internationale actoren. Er is voortdurend nagelaten deze hervormingen door te voeren en voldoende geloofwaardige maatregelen te nemen om corruptie en belastingontduiking te bestrijden, een wet inzake kapitaalcontrole vast te stellen en andere maatregelen te nemen om transparantie en volledige verantwoordingsplicht ten aanzien van de Libanese bevolking te waarborgen.

(12)

Een bedreiging voor de democratie en de rechtsstaat gaat tevens uit van personen die zich schuldig maken aan ernstig financieel wangedrag, met inbegrip van corruptie en de ongeoorloofde uitvoer van kapitaal. Financieel wangedrag binnen het politieke en institutionele bestel is een systemisch probleem dat ten grondslag ligt aan de huidige economische, sociale, humanitaire en politieke crisis. Actoren die betrokken zijn bij financieel wangedrag of die er persoonlijk van profiteren, dragen een grote verantwoordelijkheid in de schrijnende sociaal-economische en humanitaire situatie van de Libanese bevolking.

(13)

De Raad herinnert eraan dat Libanon partij is bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 31 oktober 2003 en dat de Libanese autoriteiten ook toezeggingen hebben gedaan in de strijd tegen corruptie, met name op de CEDRE-conferentie van 2018, in het financieel herstelplan van april 2020 en in het integrale stappenplan voor hervormingen van september 2020.

(14)

Voor de uitvoering van bepaalde maatregelen is verder optreden van de Unie nodig,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de inreis in of de doorreis door hun grondgebied te voorkomen van:

a)

natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor het ondermijnen van de democratie of de rechtsstaat in Libanon door een van de volgende handelingen:

i)

belemmering of ondermijning van het democratische politieke proces door de vorming van een regering aanhoudend tegen te werken of door het houden van verkiezingen te belemmeren of ernstig te ondermijnen;

ii)

belemmering of ondermijning van de uitvoering van door de Libanese autoriteiten goedgekeurde en door relevante internationale actoren, waaronder de Unie, gesteunde plannen ter verbetering van de verantwoording en goed bestuur in de overheidssector of van de uitvoering van cruciale economische hervormingen, onder meer in het bankwezen en de financiële sector en met inbegrip van de vaststelling van transparante en niet-discriminerende wetgeving inzake de uitvoer van kapitaal;

iii)

ernstig financieel wangedrag met betrekking tot overheidsmiddelen, voor zover de betrokken handelingen onder het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie vallen, en de ongeoorloofde uitvoer van kapitaal;

b)

natuurlijke personen die geassocieerd zijn met personen die uit hoofde van punt a) zijn aangewezen;

die in de bijlage worden genoemd.

De in punt a) onder ii), bedoelde plannen zijn de hervormingsplannen die zijn gepresenteerd op de CEDRE-conferentie van 2018, in het financieel herstelplan van april 2020, in het integrale stappenplan voor hervormingen van september 2020 en het raamwerk voor hervorming, herstel en wederopbouw van Libanon van december 2020 (3RF).

2.   Lid 1 houdt niet in dat de lidstaten verplicht zijn de inreis van eigen onderdanen in hun grondgebied te weigeren.

3.   Lid 1 laat de gevallen onverlet waarin de lidstaten gebonden zijn aan een verplichting uit hoofde van internationaal recht, en wel:

a)

als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie;

b)

als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties;

c)

krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent, of

d)

krachtens het Concordaat (Verdrag van Lateranen) van 1929 dat werd gesloten tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië.

4.   Lid 3 is ook van toepassing op de gevallen waarin een lidstaat als gastland van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) optreedt.

5.   De Raad wordt naar behoren geïnformeerd indien een lidstaat een vrijstelling op grond van lid 3 of lid 4 verleent.

6.   De lidstaten kunnen vrijstellingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die gerechtvaardigd zijn om dringende humanitaire redenen of voor het bijwonen van intergouvernementele bijeenkomsten of bijeenkomsten die worden geïnitieerd of georganiseerd door de Unie of waarvoor een lidstaat als voorzitter van de OVSE als gastheer optreedt, indien daar een politieke dialoog wordt gevoerd die rechtstreeks bijdraagt tot de beleidsdoelstellingen van de beperkende maatregelen, zoals de bevordering van de democratie en de rechtsstaat in Libanon.

7.   De lidstaten kunnen ook vrijstellingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen indien inreis of doorreis noodzakelijk is in verband met een gerechtelijke procedure.

8.   Een lidstaat die de in leden 6 of 7 bedoelde vrijstellingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De vrijstelling wordt geacht te zijn verleend, tenzij een of meer lidstaten binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde vrijstelling schriftelijk bezwaar maken. In dat geval kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid besluiten de voorgestelde vrijstelling te verlenen.

9.   Wanneer een lidstaat krachtens leden 3, 4, 6, of 7 machtiging verleent tot inreis in of doorreis door zijn grondgebied van de in de bijlage vermelde personen, geldt deze machtiging alleen voor het doel waarvoor zij is verleend en alleen voor de rechtstreeks daarbij betrokken personen.

Artikel 2

1.   Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn van of onder zeggenschap staan van:

a)

natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor het ondermijnen van de democratie of de rechtsstaat in Libanon door een van de volgende handelingen:

i)

belemmering of ondermijning van het democratische politieke proces door de vorming van een regering aanhoudend tegen te werken of door het houden van verkiezingen te belemmeren of ernstig te ondermijnen;

ii)

belemmering of ondermijning van de uitvoering van door de Libanese autoriteiten goedgekeurde en door betrokken internationale actoren, waaronder de Unie, gesteunde plannen ter verbetering van de verantwoording en goed bestuur in de overheidssector of van de uitvoering van cruciale economische hervormingen, onder meer in het bankwezen en de financiële sector en met inbegrip van de vaststelling van transparante en niet-discriminerende wetgeving inzake de uitvoer van kapitaal;

iii)

ernstig financieel wangedrag met betrekking tot overheidsmiddelen, voor zover de betrokken handelingen onder het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie vallen, en de ongeoorloofde uitvoer van kapitaal;

b)

natuurlijke personen die geassocieerd zijn met personen die uit hoofde van punt a) zijn aangewezen;

die worden genoemd in de bijlage, worden bevroren.

De in punt a), onder ii), bedoelde plannen zijn de hervormingsplannen die zijn gepresenteerd op de CEDRE-conferentie van 2018, in het financieel herstelplan van april 2020, in het integrale stappenplan voor hervormingen van september 2020 en het raamwerk voor hervorming, herstel en wederopbouw van Libanon van december 2020 (3RF).

2.   Er worden geen tegoeden of economische middelen op directe of indirecte wijze ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van de in de bijlage genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

3.   In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder door hen passend geachte voorwaarden, toestemming verlenen voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:

a)

noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in de bijlage genoemde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, en de gezinsleden die van deze natuurlijke personen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en nutsvoorzieningen;

b)

uitsluitend bestemd zijn voor het betalen van redelijke honoraria en het vergoeden van andere kosten van juridische diensten;

c)

uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het routinematig houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen;

d)

noodzakelijk zijn voor de betaling van buitengewone lasten, mits de bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie ten minste twee weken vóór zij de toestemming verleent, in kennis stelt van de redenen waarom zij meent dat specifieke toestemming moet worden verleend, of

e)

gestort worden op of betaald worden van een rekening van een diplomatieke of consulaire missie of een internationale organisatie die bescherming geniet op grond van het internationaal recht, voor zover die betalingen bestemd zijn voor de officiële doelen van de diplomatieke of consulaire missie of de internationale organisatie.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend, binnen twee weken na de verlening van de toestemming.

4.   In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de vrijgave van bepaalde bevroren geldmiddelen of economische middelen toestaan, of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een arbitraal vonnis die is gegeven voor de datum waarop de in lid 1 bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen zijn opgenomen in de bijlage, of van een gerechtelijk of administratief besluit dat in de Unie is gegeven, of van een rechterlijk vonnis dat in de betrokken lidstaat voor tenuitvoerlegging vatbaar is, en dat van voor of na die datum dateert;

b)

de tegoeden of economische middelen worden uitsluitend gebruikt om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijke beslissing zijn gewaarborgd of geldig zijn verklaard, binnen de grenzen gesteld door de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende de rechten van titularissen van dergelijke vorderingen;

c)

de beslissing komt niet ten goede aan een op de lijst in de bijlage geplaatste natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam, en

d)

de erkenning van het besluit of vonnis is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend, binnen twee weken na de verlening van de toestemming.

5.   Lid 1 belet niet dat een op de lijst in de bijlage geplaatste natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam betalingen verricht die verschuldigd zijn uit hoofde van een contract of overeenkomst dat is gesloten, of een verplichting die is ontstaan, vóór de datum waarop de natuurlijke persoon of rechtspersoon, de entiteit of het lichaam op de lijst werd geplaatst, mits de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat de betalingen niet direct of indirect worden ontvangen door een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam als bedoeld in lid 1.

6.   Lid 2 is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:

a)

rente of andere inkomsten op die rekeningen;

b)

betalingen die verschuldigd zijn overeenkomstig contracten, overeenkomsten of verbintenissen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de in de leden 1 en 2 vervatte maatregelen op deze rekeningen van toepassing werden, of

c)

betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van gerechtelijke, administratieve of arbitrale beslissingen die in de Unie zijn gegeven of in de betrokken lidstaat voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn;

mits dergelijke rente, andere inkomsten en betalingen onderworpen blijven aan de maatregelen van lid 1.

Artikel 3

1.   In afwijking van artikel 2, leden 1 en 2, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder door hen passend geachte voorwaarden, toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat het verstrekken van die tegoeden of economische middelen noodzakelijk is voor humanitaire doeleinden, zoals de verlening van hulp of het vergemakkelijken daarvan, met inbegrip van medische benodigdheden, levensmiddelen, of de overbrenging van humanitaire hulpverleners en daarmee verband houdende hulp, of bijstand voor evacuaties uit Libanon.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit artikel is verleend, binnen twee weken na de verlening van de toestemming.

Artikel 4

1.   De lijst in de bijlage wordt vastgesteld en gewijzigd door de Raad, die met eenparigheid van stemmen besluit op voorstel van een lidstaat of van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”).

2.   De Raad stelt de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, de betrokken entiteit of het betrokken lichaam in kennis van het in lid 1 bedoelde besluit en van de redenen voor de plaatsing op de lijst, hetzij rechtstreeks (indien het adres bekend is), hetzij door de bekendmaking van een kennisgeving, zodat die natuurlijke persoon of rechtspersoon, die entiteit of dat lichaam daarover opmerkingen kan indienen.

3.   Indien er opmerkingen worden ingediend of belangrijk nieuw bewijsmateriaal wordt gepresenteerd, toetst de Raad de in lid 1 bedoelde besluiten en brengt hij de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, de betrokken entiteit of het betrokken lichaam op de hoogte van het resultaat van de toetsing.

Artikel 5

1.   In de bijlage wordt de opneming van de in de artikelen 1 en 2 bedoelde natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen in de lijst gemotiveerd.

2.   De bijlage bevat de informatie, indien deze beschikbaar is, die nodig is om de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen te identificeren. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit: namen en aliassen; geboortedatum en geboorteplaats; nationaliteit; paspoort- en identiteitskaartnummers; geslacht; adres indien bekend; en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen kan dergelijke informatie bestaan uit: namen; plaats en datum van registerinschrijving; registratienummer; en plaats van vestiging.

Artikel 6

1.   De Raad en de hoge vertegenwoordiger verwerken voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van dit besluit persoonsgegevens, met name:

a)

wat betreft de Raad, bij het opstellen en wijzigen van de bijlage;

b)

wat betreft de hoge vertegenwoordiger, bij het opstellen van wijzigingen van de bijlage.

2.   De Raad en de hoge vertegenwoordiger mogen in voorkomend geval relevante gegevens verwerken die betrekking hebben op strafbare feiten die zijn gepleegd door natuurlijke personen op de lijst, en op strafrechtelijke veroordelingen of veiligheidsmaatregelen betreffende dergelijke personen, doch uitsluitend voor zover deze verwerking noodzakelijk is voor het opstellen van de bijlage.

3.   Voor de toepassing van dit besluit worden de Raad en de hoge vertegenwoordiger aangewezen als “verwerkingsverantwoordelijken” in de zin van artikel 3, punt 8, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (1), om ervoor te zorgen dat de betrokken natuurlijke personen hun rechten uit hoofde van Verordening (EU) 2018/1725 kunnen uitoefenen.

Artikel 7

Vorderingen in verband met contracten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van onderhavig besluit zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, zoals een vordering tot schuldvergelijking of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie of van een garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, worden niet toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:

a)

in de bijlage genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen;

b)

natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die handelen voor rekening of ten behoeve van een van de onder a) bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

Artikel 8

Opdat de in dit besluit opgenomen maatregelen een maximaal effect zouden hebben, moedigt de Unie derde landen aan beperkende maatregelen in de zin van de in dit besluit genoemde maatregelen te treffen.

Artikel 9

Dit besluit is van toepassing tot en met 31 juli 2022 en wordt voortdurend geëvalueerd. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd, indien de Raad van oordeel is dat de doelstellingen ervan niet zijn bereikt.

Bij de toetsing van op grond van artikel 1, lid 1, punt a), onder iii), en artikel 2, lid 1, punt a), onder iii), vastgestelde beperkende maatregelen, houdt de Raad in voorkomend geval rekening met de vraag of tegen de betrokken personen een gerechtelijke procedure loopt met betrekking tot de gedraging waarvoor zij op de lijst zijn geplaatst.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 30 juli 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

G. DOVŽAN


(1)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).


BIJLAGE

Lijst van natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen als bedoeld in de artikelen 1 en 2

[…]