11.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 207/18


POLITIEKE VERKLARING VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE EN DE EUROPESE COMMISSIE TER GELEGENHEID VAN DE VASTSTELLING VAN HET INTERINSTITUTIONEEL AKKOORD OVER EEN VERPLICHT TRANSPARANTIEREGISTER

Het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie erkennen het belang van het conditionaliteitsbeginsel als hoeksteen van de gecoördineerde aanpak die de drie instellingen hebben gevolgd om een gemeenschappelijke transparantiecultuur te versterken en tegelijkertijd hoge normen vast te stellen voor een transparante en ethische belangenvertegenwoordiging op het niveau van de Unie.

Het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie erkennen dat de conditionaliteitsmaatregelen en aanvullende transparantiemaatregelen die zijn ingesteld met betrekking tot de hiernavolgende aangelegenheden, in overeenstemming zijn met het Interinstitutioneel Akkoord over een verplicht transparantieregister, de doelstelling van hun gecoördineerde aanpak versterken en een stevige basis vormen om die aanpak verder uit te bouwen en te verbeteren en de ethische belangenvertegenwoordiging op het niveau van de Unie verder te versterken:

vergaderingen van besluitvormers met geregistreerde belangenvertegenwoordigers, indien van toepassing (1);

het openbaar maken van bijeenkomsten met belangenvertegenwoordigers, indien van toepassing (2);

bijeenkomsten van personeelsleden, met name op hoog niveau, met geregistreerde belangenvertegenwoordigers (3);

als spreker deelnemen aan een hoorzitting in het Europees Parlement (4);

lidmaatschap van deskundigengroepen van de Commissie en deelname aan bepaalde evenementen, fora of informatiebijeenkomsten (5);

toegang tot de gebouwen van de instellingen (6);

beschermheerschap met betrekking tot evenementen voor geregistreerde belangenvertegenwoordigers, in voorkomend geval;

de politieke verklaring van lidstaten om het conditionaliteitsbeginsel overeenkomstig het nationale recht en nationale bevoegdheden vrijwillig toe te passen op bijeenkomsten van hun permanente vertegenwoordiger en plaatsvervangende permanente vertegenwoordiger met belangenvertegenwoordigers tijdens hun voorzitterschap van de Raad en de zes maanden die hieraan voorafgaan, en eventuele andere vrijwillige maatregelen van afzonderlijke lidstaten overeenkomstig het nationale recht en nationale bevoegdheden die verder gaan dan het genoemde, waarvan in beide gevallen eveneens nota wordt genomen.


(1)  Artikel 11, lid 2, van het Reglement van het Europees Parlement; artikel 7 van het besluit van de Commissie van 31 januari 2018 betreffende een gedragscode voor de leden van de Europese Commissie (C(2018)0700) (PB C 65 van 21.2.2018, blz. 7); punt V van de Werkmethoden van de Europese Commissie.

(2)  Artikel 11, lid 3, van het Reglement van het Europees Parlement; Besluit 2014/838/EU, Euratom van de Commissie van 25 november 2014 betreffende het openbaar maken van informatie over bijeenkomsten van directeuren-generaal van de Commissie en organisaties of als zelfstandige werkzame personen (PB L 343 van 28.11.2014, blz. 19); besluit 2014/839/EU, Euratom van de Commissie van 25 november 2014 betreffende het openbaar maken van informatie over bijeenkomsten van leden van de Commissie en organisaties of als zelfstandige werkzame personen (PB L 343 van 28.11.2014, blz. 22).

(3)  Artikel 3 van besluit (EU) 2021/929 van de Raad van 6 mei 2021 betreffende de regulering van contacten tussen het secretariaat-generaal van de Raad en belangenvertegenwoordigers (zie blz. 19 van dit Publicatieblad); punt V van de Werkmethoden van de Europese Commissie.

(4)  Artikel 7 van het besluit van het Bureau van het Europees Parlement van 18 juni 2003 over de regeling betreffende openbare hoorzittingen.

(5)  Artikel 35 van het Reglement van het Europees Parlement; artikel 8 van het besluit van de Commissie van 30 mei 2016 tot vaststelling van horizontale regels betreffende de oprichting en werking van deskundigengroepen van de Commissie (C(2016)3301); artikelen 4 en 5 van besluit (EU) 2021/929 van de Raad van 6 mei 2021 betreffende de regulering van contacten tussen het secretariaat-generaal van de Raad en belangenvertegenwoordigers (zie blz. 19 van dit Publicatieblad).

(6)  Artikel 123 van het Reglement van het Europees Parlement, in samenhang met het besluit van de secretaris-generaal van 13 december 2013 betreffende de regeling inzake toegangspassen en toegangsrechten voor de gebouwen van het Europees Parlement; artikel 6 van besluit (EU) 2021/929 van de Raad van 6 mei 2021 betreffende de regulering van contacten tussen het secretariaat-generaal van de Raad en belangenvertegenwoordigers (zie blz. 19 van dit Publicatieblad).