9.11.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 373/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1646 VAN DE COMMISSIE

van 7 november 2020

betreffende handelspolitieke maatregelen met betrekking tot bepaalde producten uit de Verenigde Staten van Amerika naar aanleiding van de uitspraak in een handelsgeschil in het kader van het Memorandum inzake Geschillenbeslechting van de Wereldhandelsorganisatie

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 654/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de uitoefening van de rechten van de Unie voor de toepassing en handhaving van de internationale handelsregels en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 3286/94 van de Raad tot vaststelling van communautaire procedures op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek met het oog op de handhaving van de rechten die de Gemeenschap ontleent aan internationale regelingen voor het handelsverkeer, in het bijzonder die welke onder auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie werden vastgesteld (1), en met name artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 11 april 2019 heeft het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de Wereldhandelsorganisatie (“WTO”) zijn aanbevelingen en uitspraken in DS353 United States — Measures Affecting Trade in Large Civil Aircraft (Second complaint) — Recourse to Article 21.5 of the DSU by the European Union goedgekeurd en bevestigd dat de Verenigde Staten hun maatregelen, die onverenigbaar zijn bevonden met de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen (“SCM-overeenkomst”), niet in overeenstemming met hun verplichtingen uit hoofde van die overeenkomst hebben gebracht. Met betrekking tot de belastingvoordelen in het kader van de FSC/ETI-regeling heeft de Beroepsinstantie bevestigd dat de Verenigde Staten de subsidies niet hebben ingetrokken en dat de oorspronkelijke aanbevelingen en uitspraken van kracht blijven (2).

(2)

Met betrekking tot de andere maatregelen ter zake heeft de Europese Unie, overeenkomstig punt 8 van de tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten met betrekking tot dit geschil “overeengekomen procedures op grond van de artikelen 21 en 22 van het Memorandum inzake Geschillenbeslechting (“DSU”) en artikel 7 van de SCM-overeenkomst” (3), de arbiter uit hoofde van artikel 22.6 verzocht, zijn werkzaamheden te hervatten. De arbiter heeft op 13 oktober 2020 zijn beslissing gegeven (4).

(3)

In de beslissing van de arbiter is bepaald dat de Europese Unie het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de WTO kan verzoeken om toestemming voor het nemen van tegenmaatregelen ten aanzien van de Verenigde Staten van Amerika (“Verenigde Staten”), ter hoogte van maximaal 3 993 212 564 USD per jaar. Deze tegenmaatregelen kunnen de vorm aannemen van a) een opschorting van tariefconcessies en andere daarmee verband houdende verplichtingen in het kader van de GATT 1994, b) een opschorting van concessies en andere verplichtingen uit hoofde van de SCM-overeenkomst, en c) een opschorting van horizontale of sectorale verbintenissen die zijn opgenomen in de geconsolideerde lijst van diensten van de Europese Unie met betrekking tot alle in de sectorlijst van de dienstensector vermelde hoofdsectoren.

(4)

Overeenkomstig artikel 22.7 DSU aanvaarden de partijen de beslissing van de arbiter als definitief. Op 26 oktober 2020 heeft de Europese Unie van het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de WTO toestemming gekregen om ten aanzien van de Verenigde Staten tegenmaatregelen te nemen in overeenstemming met de beslissing van de arbiter. De tegenmaatregelen zullen bestaan uit de opschorting van tariefconcessies en de instelling van nieuwe of verhoogde douanerechten.

(5)

Bij het formuleren en selecteren van passende maatregelen heeft de Commissie alle in artikel 4, lid 2, onder a), en artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) nr. 654/2014 vermelde objectieve criteria in aanmerking genomen en toegepast. In overeenstemming met artikel 9 van Verordening (EU) nr. 654/2014 heeft de Commissie belanghebbenden de gelegenheid geboden hun standpunten naar voren te brengen en informatie te verstrekken over de desbetreffende economische belangen van de Unie (5).

(6)

De Commissie heeft ervoor gezorgd dat de aanvullende douanerechten niet hoger zijn dan door het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de WTO is toegestaan. Momenteel wordt de hoogte ervan passend geacht om daadwerkelijk tot naleving aan te zetten en de marktdeelnemers in de EU te helpen, omdat dit, in het huidige economische klimaat, het mogelijk maakt maatregelen op te leggen ten aanzien van grote Amerikaanse burgerluchtvaartuigen en andere producten die voldoende vergelijkbaar met de tegenmaatregelen van de Verenigde Staten worden geacht.

(7)

Deze maatregelen betreffen de invoer van producten van oorsprong uit de Verenigde Staten waarvan de Europese Unie voor haar voorziening niet wezenlijk afhankelijk is. Door deze aanpak worden negatieve gevolgen voor de verschillende actoren op de markt van de Unie, waaronder de consumenten, zo veel mogelijk vermeden.

(8)

De handelspolitieke maatregelen in de vorm van aanvullende ad-valoremrechten op de in de bijlagen I en II vermelde producten moeten als volgt worden toegepast:

a)

aanvullende ad-valoremrechten van 15 % voor de in bijlage I vermelde producten;

b)

aanvullende ad-valoremrechten van 25 % voor de in bijlage II vermelde producten.

(9)

De onderhandelingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten met het oog op een evenwichtige regeling van de WTO-geschillen over grote burgerluchtvaartuigen hebben tot dusver geen resultaat opgeleverd. Tegelijkertijd blijven de Verenigde Staten tegenmaatregelen ten belope van 7,5 miljard USD toepassen op de invoer van producten uit de Europese Unie. De Commissie is voornemens deze verordening te wijzigen om rekening te houden met relevante ontwikkelingen, onder meer met betrekking tot de naleving door de VS of het ontbreken daarvan. De Commissie is met name voornemens de toepassing van de uitvoeringsverordening op te schorten indien de Verenigde Staten hun tegenmaatregelen tegen invoer uit de Europese Unie opschorten, of het niveau van de douanerechten zoals nodig te wijzigen om de tegenmaatregelen van de Verenigde Staten te weerspiegelen.

(10)

Deze verordening moet in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(11)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij Verordening (EU) 2015/1843 van het Europees Parlement en de Raad ingestelde Comité inzake handelsbelemmeringen (6),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Naar aanleiding van de uitspraken in WTO-geschil DS353 United States — Measures Affecting Trade in Large Civil Aircraft, en naar aanleiding van de toestemming van het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de WTO, schort de Europese Unie ten aanzien van de handel van de Verenigde Staten voor de in de bijlagen I en II bij deze verordening vermelde producten de toepassing op van invoerrechtenconcessies in het kader van de GATT 1994.

Artikel 2

Bijgevolg past de Unie aanvullende douanerechten toe op de invoer in de Unie van de in de bijlagen I en II bij deze verordening vermelde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten.

Artikel 3

1.   Het aanvullende douanerecht is niet van toepassing op in de bijlagen vermelde producten waarvoor vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening een invoervergunning met vrijstelling of verlaging van douanerechten is afgegeven.

2.   Het aanvullende douanerecht is niet van toepassing op in de bijlagen vermelde producten waarvoor de importeurs kunnen aantonen dat zij vóór de datum van toepassing van een aanvullend recht ten aanzien van dat product uit de Verenigde Staten naar de Unie zijn uitgevoerd.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 november 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 189 van 27.6.2014, blz. 50.

(2)  Verslag van de beroepsinstantie, US — Large Civil Aircraft (2nd Complaint) (Article 21.5 — EU), punten 5.172 en 6.4, onder b); Verslag van de beroepsinstantie, US — Large Civil Aircraft (2nd Complaint), punt 1352 en voetnoot 2716; Verslag van het arbitragepanel, US — FSC (Article 22.6 — US), punt 8.1.

(3)  WTO/DS353/14.

(4)  WT/DS353/ARB.

(5)  http://trade.ec.europa.eu/consultations/index.cfm?consul_id=261

(6)  Verordening (EU) 2015/1843 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2015 tot vaststelling van procedures van de Unie op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek met het oog op de handhaving van de rechten die de Unie ontleent aan internationale regelingen voor het handelsverkeer, in het bijzonder die welke onder auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie werden vastgesteld (codificatie) (PB L 272 van 16.10.2015, blz. 1).


BIJLAGE I

Producten waarop aanvullende rechten van toepassing zijn

Taric-codes  (1)  (2)

Aanvullend recht

8802400013

15 %

8802400015

15 %

8802400017

15 %

8802400019

15 %

8802400021

15 %


(1)  De nomenclatuurcodes zijn die van het geïntegreerde tarief, dat gebaseerd is op de gecombineerde nomenclatuur, zoals gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

(2)  Voor alle duidelijkheid: deze tariefposten zijn bedoeld om alle luchtvaartuigen te bestrijken die binnen de vastgestelde gewichtsparameters in de Europese Unie worden ingevoerd (in het vrije verkeer worden gebracht) en die bestemd zijn om te worden geëxploiteerd door een in de Europese Unie gevestigde entiteit gedurende een economisch significante periode, hetzij in de Europese Unie, hetzij tussen de Europese Unie en een derde land, ongeacht eventuele formele financieringsregelingen (zoals leasingovereenkomsten) en met inachtneming van criteria (waarvan geen enkel op zichzelf doorslaggevend is) zoals: de plaats van oprichting van de exploitant; het centrum van de activiteiten van de exploitant; de externe beschildering alsmede het interne ontwerp en de interne configuratie van het luchtvaartuig in overeenstemming met het merk van de exploitant, en het voorgenomen land van registratie.


BIJLAGE II

Producten waarop extra aanvullende rechten van toepassing zijn

GN 2020  (1)

Aanvullend recht

0301 11 00

25 %

0301 19 00

25 %

0303 13 00

25 %

0304 81 00

25 %

0305 41 00

25 %

0307 22 90

25 %

0406 10 50

25 %

0406 90 21

25 %

0406 90 86

25 %

0714 20 10

25 %

0714 20 90

25 %

0802 90 85

25 %

0804 10 00

25 %

0805 40 00

25 %

0810 40 50

25 %

0811 90 50

25 %

0811 90 70

25 %

0905 10 00

25 %

0905 20 00

25 %

1001 99 00

25 %

1202 41 00

25 %

1202 42 00

25 %

1212 29 00

25 %

1302 19 70

25 %

1302 39 00

25 %

1515 90 11

25 %

1515 90 29

25 %

1515 90 39

25 %

1515 90 40

25 %

1515 90 51

25 %

1515 90 59

25 %

1515 90 60

25 %

1515 90 91

25 %

1515 90 99

25 %

1703 10 00

25 %

1806 10 15

25 %

1806 10 20

25 %

1806 10 30

25 %

1806 10 90

25 %

1806 20 10

25 %

1806 20 30

25 %

1806 20 50

25 %

1806 20 80

25 %

1806 20 95

25 %

1806 31 00

25 %

1806 32 10

25 %

1806 32 90

25 %

1806 90 11

25 %

1806 90 19

25 %

2008 19 99

25 %

2008 30 59

25 %

2008 30 90

25 %

2009 11 11

25 %

2009 11 19

25 %

2009 11 91

25 %

2009 11 99

25 %

2009 21 00

25 %

2009 29 19

25 %

2101 11 00

25 %

2103 20 00

25 %

2103 90 90

25 %

2104 10 00

25 %

2106 90 59

25 %

2205 10 10

25 %

2208 20 29

25 %

2208 20 40

25 %

2208 20 89

25 %

2208 40 11

25 %

2208 40 39

25 %

2208 40 51

25 %

2208 40 91

25 %

2208 40 99

25 %

2208 60 11

25 %

2208 60 19

25 %

2208 60 91

25 %

2208 60 99

25 %

2303 20 10

25 %

2401 10 35

25 %

2401 10 60

25 %

2401 10 70

25 %

2401 10 85

25 %

2401 10 95

25 %

2401 20 35

25 %

2401 20 60

25 %

2401 20 70

25 %

2401 20 85

25 %

2401 20 95

25 %

2401 30 00

25 %

3301 19 20

25 %

3301 25 10

25 %

3301 25 90

25 %

3502 90 20

25 %

3502 90 70

25 %

3504 00 10

25 %

3504 00 90

25 %

3904 10 00

25 %

3920 10 23

25 %

3920 10 24

25 %

3920 10 81

25 %

4202 19 10

25 %

4202 19 90

25 %

4202 21 00

25 %

4202 22 10

25 %

4202 22 90

25 %

4202 32 10

25 %

4202 32 90

25 %

4202 91 10

25 %

4202 91 80

25 %

4202 92 11

25 %

4202 92 15

25 %

4202 92 19

25 %

4202 92 91

25 %

5203 00 00

25 %

8429 51 10

25 %

8429 51 91

25 %

8429 51 99

25 %

8701 91 10

25 %

8701 91 90

25 %

8701 92 90

25 %

8701 93 10

25 %

8701 93 90

25 %

8701 94 10

25 %

8701 94 90

25 %

8705 90 80

25 %

8714 91 10

25 %

8714 91 30

25 %

8714 91 90

25 %

9504 20 00

25 %

9504 30 10

25 %

9504 30 20

25 %

9504 30 90

25 %

9504 50 00

25 %

9504 90 10

25 %

9504 90 80

25 %

9506 91 10

25 %

9506 91 90

25 %


(1)  De gebruikte nomenclatuurcodes zijn die van de gecombineerde nomenclatuur zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1) en zoals gedefinieerd in bijlage I bij die verordening, die gelden op het tijdstip van bekendmaking van deze verordening en zoals zij mutatis mutandis zijn gewijzigd bij latere wetgeving, waaronder laatstelijk Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1776 van de Commissie van 9 oktober 2019 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 280 van 31.10.2019, blz. 1).