9.10.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 328/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2020/1423 VAN DE COMMISSIE

van 14 maart 2019

tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van technische reguleringsnormen betreffende de criteria voor de aanwijzing van centrale contactpunten op het gebied van betalingsdiensten en betreffende de taken van deze centrale contactpunten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (1), en met name artikel 29, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het vereiste om een centraal contactpunt aan te wijzen overeenkomstig artikel 29, lid 4, van Richtlijn (EU) 2015/2366 moet evenredig zijn aan de verwezenlijking van de met die richtlijn nagestreefde doelstellingen, zonder onnodige lasten te creëren voor betalingsinstellingen die grensoverschrijdend actief zijn. Het is derhalve passend evenredige criteria te specificeren in de vorm van drempels met betrekking tot het volume en de waarde van de transacties die in de lidstaat van ontvangst via agenten worden uitgevoerd en het aantal agenten dat in de lidstaat van ontvangst is gevestigd. Aangezien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst overeenkomstig artikel 29, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/2366 betalingsinstellingen kan verplichten verslag uit te brengen over de op het grondgebied van die lidstaat verrichte werkzaamheden, beschikt die autoriteit over de middelen om de informatie te verkrijgen die nodig is voor de toepassing van dergelijke criteria. Daarom moeten deze drempels worden vastgesteld ter aanvulling van artikel 29, lid 4, van Richtlijn (EU) 2015/2366.

(2)

Indien een lidstaat ingevolge artikel 29, lid 4, van Richtlijn (EU) 2015/2366 de aanwijzing van een centraal contactpunt vereist, dient dat centrale contactpunt in de eerste plaats te zorgen voor adequate communicatie en informatie over de naleving van de vereisten van de titels III en IV van die richtlijn in de lidstaat van ontvangst, met inbegrip van de verslagleggingsverplichtingen van de aanwijzende betalingsinstelling jegens de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst. Het dient tevens een centrale coördinerende rol te vervullen tussen de aanwijzende betalingsinstelling en de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst en de lidstaat van ontvangst, teneinde het toezicht te vergemakkelijken op de betalingsdiensten die in de lidstaat van ontvangst worden verricht via agenten die onder het recht van vestiging vallen. Te dien einde dient de betalingsinstelling ervoor te zorgen dat het centrale contactpunt de nodige middelen krijgt en toegang heeft tot de relevante verslagleggingsgegevens om te voldoen aan zijn verplichtingen op grond van Richtlijn (EU) 2015/2366.

(3)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de Europese Bankautoriteit (EBA) aan de Commissie heeft voorgelegd.

(4)

De EBA heeft open publieke raadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, heeft de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd en heeft het advies van de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad opgerichte Stakeholdergroep bankwezen ingewonnen (2),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Criteria om te bepalen wanneer de aanwijzing van een centraal contactpunt passend is

Voor de toepassing van artikel 29, lid 4, van Richtlijn (EU) 2015/2366 wordt het verplichten van betalingsinstellingen om een centraal contactpunt aan te wijzen alleen als passend beschouwd indien aan een of meer van de volgende criteria is voldaan:

a)

het totale aantal agenten via welke een betalingsinstelling een van de betalingsdiensten waarvan sprake in bijlage I bij Richtlijn (EU) 2015/2366 op grond van het recht van vestiging in een lidstaat van ontvangst aanbiedt, is gelijk aan of groter dan 10;

b)

de totale waarde van de betalingstransacties, met inbegrip van betalingstransacties die bij het aanbieden van betalingsinitiatiediensten zijn geïnitieerd, die in het laatste boekjaar door een betalingsinstelling in de lidstaat van ontvangst zijn uitgevoerd via in de lidstaat van ontvangst gevestigde agenten die werkzaam zijn op grond van het recht van vestiging of de vrijheid om diensten aan te bieden, bedraagt meer dan 3 miljoen EUR en de betalingsinstelling heeft ten minste twee van deze agenten op grond van het recht van vestiging in dienst genomen;

c)

het totale aantal betalingstransacties dat door een betalingsinstelling in het laatste boekjaar in de lidstaat van ontvangst is uitgevoerd via in de lidstaat van ontvangst gevestigde agenten die werkzaam zijn in het kader van het recht van vestiging of de vrijheid om diensten aan te bieden, met inbegrip van het aantal betalingstransacties dat is geïnitieerd bij het aanbieden van betalingsinitiatiediensten, is groter dan 100 000 en de betalingsinstelling heeft ten minste twee van deze agenten in dienst genomen op grond van het recht van vestiging.

Artikel 2

Taken van het centrale contactpunt

1.   Een centraal contactpunt dat is aangewezen ingevolge artikel 29, lid 4, van Richtlijn (EU) 2015/2366 voert elk van de volgende taken uit:

a)

het treedt op als enige verstrekker en enig verzamelpunt voor de toepassing van de verslagleggingsverplichtingen van de aanwijzende betalingsinstelling jegens de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst ingevolge artikel 29, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/2366 met betrekking tot diensten die in de lidstaat van ontvangst via agenten op grond van het recht van vestiging worden aangeboden;

b)

het treedt op als enig contactpunt van de aanwijzende betalingsinstelling bij de communicatie met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst en de lidstaat van ontvangst met betrekking tot de betalingsdiensten die in de lidstaat van ontvangst via agenten op grond van het recht van vestiging worden aangeboden, onder meer door de bevoegde autoriteiten op verzoek documenten en informatie te verstrekken;

c)

het faciliteert de inspecties ter plaatse door de bevoegde autoriteiten van de agenten van de aanwijzende betalingsinstelling die in de lidstaat van ontvangst op grond van het recht van vestiging werkzaam zijn en de uitvoering van de toezichtsmaatregelen die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst of de lidstaat van ontvangst ingevolge Richtlijn (EU) 2015/2366 zijn vastgesteld.

2.   Betalingsinstellingen zorgen ervoor dat een centraal contactpunt over de noodzakelijke middelen beschikt en toegang heeft tot alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in artikel 29, lid 4, van Richtlijn (EU) 2015/2366 vastgestelde en in lid 1 van dit artikel gespecificeerde taken.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 maart 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35.

(2)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).