30.10.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 362/20


BESLUIT (EU) 2020/1582 VAN DE RAAD

van 23 oktober 2020

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen op de vergaderingen van de partijen bij de Overeenkomst ter voorkoming van ongereglementeerde visserij op volle zee in de centrale Noordelijke IJszee

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Overeenkomst ter voorkoming van ongereglementeerde visserij op volle zee in de centrale Noordelijke IJszee (“de overeenkomst”) is door de Unie gesloten bij Besluit (EU) 2019/407 van de Raad (1). Naar verwachting treedt de overeenkomst later dit jaar in werking.

(2)

De vergadering van de partijen is verantwoordelijk voor de vaststelling van maatregelen die de uitvoering van de overeenkomst moeten waarborgen met als doel ongereglementeerde visserij in de volle zee van de centrale Noordelijke IJszee te voorkomen door voorzorgsmaatregelen op het vlak van instandhouding en beheer toe te passen in het kader van een langetermijnstrategie, teneinde mariene ecosystemen gezond te houden en de instandhouding en de duurzame bevissing van de visbestanden te verzekeren. Dergelijke maatregelen kunnen voor de Unie bindend worden.

(3)

In Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (2) is bepaald dat de Unie er borg voor moet staan dat de activiteiten in het kader van de visserij en de aquacultuur uit ecologisch oogpunt langdurig duurzaam zijn en worden beheerd op een manier die strookt met de doelstellingen voordelen te realiseren op economisch en sociaal gebied en op het gebied van werkgelegenheid alsmede bij te dragen tot de beschikbaarheid van voedselvoorraden. In die verordening is eveneens bepaald dat de Unie de voorzorgsbenadering moet toepassen op het visserijbeheer en ernaar moet streven dat de biologische rijkdommen van de zee zo worden geëxploiteerd dat de populaties van de gevangen soorten boven een niveau worden gebracht en gehouden dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. Voorts is ook bepaald dat de Unie beheers- en instandhoudingsmaatregelen moet nemen die gebaseerd zijn op het best beschikbare wetenschappelijke advies, steun moet verlenen voor de ontwikkeling van wetenschappelijke kennis en wetenschappelijk advies, teruggooi geleidelijk moet uitbannen en vangstmethoden moet bevorderen die bijdragen tot selectievere visserij, tot het zo veel mogelijk voorkomen en beperken van ongewenste vangsten en tot visserij met een lage impact op het mariene ecosysteem en de visbestanden. Bovendien is in Verordening (EU) nr. 1380/2013 specifiek bepaald dat de Unie die doelstellingen en beginselen moet toepassen in het kader van haar externe visserijbetrekkingen.

(4)

Zoals vermeld in de conclusies van de Raad van 19 november 2019 over oceanen en zeeën, met inbegrip van het noordpoolgebied, de gezamenlijke mededeling van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie over “Een geïntegreerd EU-beleid voor het noordpoolgebied” en de conclusies van de Raad van 24 maart 2017 over “Internationale oceaangovernance: een agenda voor de toekomst van de oceanen”, is steun voor de overeenkomst en de mogelijke oprichting van een regionale organisatie of regeling voor visserijbeheer in de volle zee in het noordpoolgebied een belangrijke doelstelling voor de Unie om het milieu in het noordpoolgebied veilig te stellen en te zorgen voor duurzame ontwikkeling in en rond het noordpoolgebied op basis van internationale samenwerking.

(5)

Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen op de vergadering van de partijen bij de overeenkomst voor de periode 2020-2024, aangezien de op grond van de overeenkomst genomen instandhoudings- en beheersmaatregelen voor de Unie bindend zullen zijn en beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van het recht van de Unie, te weten Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad (3), Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad (4) en Verordening (EU) 2017/2403 van het Europees Parlement en de Raad (5).

(6)

In het licht van de beperkte kennis en de aard van de visbestanden in het overeenkomstgebied en de daaruit volgende noodzaak voor de Unie om in haar standpunt rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen zoals nieuwe wetenschappelijke of andere relevante informatie die voor of tijdens de vergaderingen van de partijen wordt gepresenteerd, moeten voor de jaarlijkse nadere bepaling van het standpunt van de Unie voor de periode 2020-2024 procedures worden vastgesteld overeenkomstig het beginsel van loyale samenwerking tussen de instellingen van de Unie zoals dat in artikel 13, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie is neergelegd.

(7)

Dit besluit kan in een later stadium worden gevolgd door een nader afzonderlijk besluit van de Raad tot opening van onderhandelingen over de oprichting van een of meer aanvullende regionale of subregionale organisaties of regelingen voor visserijbeheer in de volle zee in het noordpoolgebied,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen op de vergaderingen van de partijen bij de Overeenkomst ter voorkoming van ongereglementeerde visserij op volle zee in de centrale Noordelijke IJszee (“de overeenkomst”) stemt overeen met de beginselen en richtsnoeren betreffende het namens de Unie in te nemen standpunt op de vergaderingen van de partijen bij de overeenkomst (6).

Artikel 2

Vóór elke vergadering van de partijen bij de overeenkomst worden, wanneer dat orgaan besluiten met rechtsgevolgen voor de Unie dient vast te stellen, de nodige stappen ondernomen om ervoor te zorgen dat in het standpunt dat namens de Unie tot uitdrukking zal worden gebracht, rekening wordt gehouden met de aan de Commissie meegedeelde meest recente wetenschappelijke en andere relevante gegevens, overeenkomstig de in artikel 1 bedoelde beginselen en richtsnoeren.

Daartoe zendt de Commissie, tijdig vóór elke vergadering van de partijen bij de overeenkomst, een op bovengenoemde gegevens gebaseerd document met de voorgestelde nadere bepaling van het standpunt van de Unie toe aan de Raad met het oog op bespreking en goedkeuring van de nadere bijzonderheden van het namens de Unie in te nemen standpunt.

Indien tijdens een vergadering van de partijen bij de overeenkomst, ook ter plaatse, geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt de zaak voorgelegd aan de Raad of zijn voorbereidende instanties, opdat het standpunt van de Unie rekening houdt met nieuwe elementen.

Artikel 3

Het in artikel 1 bedoelde standpunt van de Unie wordt uiterlijk voor de jaarlijkse vergadering van de partijen bij de overeenkomst in 2025 door de Raad getoetst en, waar passend, op voorstel van de Commissie door de Raad herzien.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 23 oktober 2020.

Voor de Raad

De voorzitter

S. SCHULZE


(1)  Besluit (EU) 2019/407 van de Raad van 4 maart 2019 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van de Overeenkomst ter voorkoming van ongereglementeerde visserij op volle zee in de centrale Noordelijke IJszee (PB L 73 van 15.3.2019, blz. 1).

(2)  Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

(3)  Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1).

(4)  Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) 2017/2403 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 inzake het duurzame beheer van externe vissersvloten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad (PB L 347 van 28.12.2017, blz. 81).

(6)  Zie document ST 11439/20, op: http://register.consilium.europa.eu