15.9.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 301/9


BESLUIT (EU) 2020/1282 VAN DE COMMISSIE

van 31 augustus 2020

waarbij Frankrijk wordt gemachtigd bepaalde termijnen te verlengen die zijn gespecificeerd in de artikelen 11, 16 en 17 van Verordening (EU) 2020/698 van het Europees Parlement en de Raad

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2020) 6027)

(Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2020/698 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 2020 tot vaststelling van specifieke en tijdelijke maatregelen naar aanleiding van de COVID‐19-uitbraak in verband met de vernieuwing of verlenging van bepaalde certificaten, getuigschriften en vergunningen, en het uitstel van bepaalde periodieke controles en periodieke opleidingen op bepaalde gebieden van de vervoerswetgeving (1), en met name artikel 11, lid 4, artikel 16, lid 6, en artikel 17, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2020/698 zijn de termijnen verlengd waarbinnen houders van een machinistenvergunning een periodieke controle moeten ondergaan en die anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020.

(2)

Bij artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) 2020/698 zijn de termijnen verlengd voor het uitvoeren van de periodieke herziening van beoordelingen van de veiligheid van havenfaciliteiten die anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020.

(3)

Bij artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2020/698 zijn de termijnen verlengd voor het uitvoeren van de evaluatie van havenveiligheidsbeoordelingen en havenveiligheidsplannen die anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020.

(4)

Op grond van al die artikelen kan een lidstaat die van oordeel is dat de betrokken activiteiten ook na 31 augustus 2020 wellicht nog niet haalbaar zullen zijn vanwege de maatregelen die hij heeft genomen om de verspreiding van COVID‐19 te voorkomen of te beperken, verzoeken om de bij die artikelen verlengde termijn verder te verlengen. Dergelijke verlengingen, die maximaal zes maanden mogen bedragen, moeten naar behoren worden gemotiveerd en strikt worden beperkt tot de periode waarin het verrichten van de formaliteiten, procedures, controles en opleidingen naar verwachting onmogelijk zal blijven.

(5)

Bij brief van 31 juli 2020 heeft Frankrijk een met redenen omkleed verzoek ingediend voor een verlenging met zes maanden van de in artikel 11, lid 2, van die verordening bedoelde termijn. Bovendien heeft Frankrijk een met redenen omkleed verzoek ingediend om te worden gemachtigd om de termijn van 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2020 met vier maanden te verlengen en, verwijzend naar artikel 16, lid 1, en artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2020/698, de termijn van 30 november 2020 te verlengen tot 28 februari 2021. Frankrijk heeft op 5, 14 en 28 augustus 2020 aanvullende informatie verstrekt om zijn verzoeken te onderbouwen. Op de laatstgenoemde datum heeft Frankrijk zijn verzoek met betrekking tot de in artikel 11, lid 2, vastgestelde termijn van zes maanden gewijzigd en de gevraagde verlenging gereduceerd tot vier maanden. Op dezelfde datum heeft Frankrijk zijn verzoek van 31 juli 2020 ingetrokken om de in de artikelen 9 en 10 van Verordening (EU) 2020/698 bedoelde termijnen te verlengen.

(6)

Wat het verzoek met betrekking tot artikel 11 van Verordening (EU) 2020/698 betreft, blijkt uit de door Frankrijk verstrekte informatie dat de COVID‐19-pandemie Franrijk bijzonder hard heeft getroffen, hetgeen de regering heeft doen besluiten strenge beperkingen en voorzorgsmaatregelen op te leggen. Door die maatregelen is het aantal periodieke medische controles van machinisten gedaald tot slechts 6 % van de in april 2020 geplande controles.

(7)

Ondanks een verbetering van de gezondheidssituatie blijven volgens de door Frankrijk verstrekte informatie en overeenkomstig de beschikbare medische kennis een aantal beschermende maatregelen van kracht om de verspreiding van het virus te voorkomen. Door die maatregelen konden in mei 2020 slechts 60 % van de geplande periodieke controles worden uitgevoerd.

(8)

Ondanks de grote inspanningen die sinds juni 2020 worden geleverd om prioriteit te geven aan uitgestelde controles en om het aantal medische controles op te trekken, is het niet haalbaar de achterstand bij de uitvoering van medische controles binnen de bij Verordening (EU) 2020/698 verlengde termijn weg te werken. De beschikbare middelen van de gezondheidsdiensten moeten ook worden ingezet voor de behandeling van patiënten die met COVID‐19 zijn besmet. Bovendien kan het aantal gezondheidswerkers dat erkend is om de medische geschiktheid van machinisten te valideren in de context van de pandemie en gezien de specifieke aard van deze medische onderzoeken niet significant worden verhoogd.

(9)

De COVID‐19-protocollen die de Franse autoriteiten op dit moment toepassen, omvatten:

een systematische screening bij het onthaal in medische centra (temperatuuropname, persoonlijke vragenlijst voor machinisten, begeleiding en zorg in geval van vermoeden of vaststelling van symptomen of een infectie, handhygiëne);

in acht nemen van afstandsregels in wachtkamers en het vrijhouden van bepaalde stoelen om een afstand van ten minste één meter tussen twee gemaskerde personen te waarborgen;

ventilatie van de test- en wachtruimten na elk medisch, verpleegkundig (audiogram, monstername) of psychologisch onderzoek;

ontsmetting na elk medisch, verpleegkundig (audiogram, monstername) of psychologische onderzoek.

Door deze maatregelen ligt de capaciteit 20 % lager dan normaal.

(10)

Ondanks de voortzetting van deze maatregelen verwacht Frankrijk dat er in de herfst aanzienlijk meer medische onderzoeken zullen worden uitgevoerd om de opgebouwde achterstand weg te werken. Het zal echter nog tot eind december duren om de volledige achterstand weg te werken.

(11)

Wat betreft artikel 16, lid 1, en artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2020/698, zal het, volgens de door Frankrijk verstrekte informatie, vanwege de maatregelen die dat land heeft genomen om de verspreiding van COVID‐19 te voorkomen of te beperken, tot 28 februari 2021 wellicht onmogelijk zijn alle periodieke herzieningen van beoordelingen van de veiligheid van havenfaciliteiten en alle evaluaties van havenveiligheidsbeoordelingen die normaliter in 2020 hadden moeten plaatsvinden te voltooien.

(12)

In Frankrijk moeten in 2020 uitzonderlijk veel havenveiligheidsbeoordelingen en beoordelingen van de veiligheid van havenfaciliteiten worden herzien of geëvalueerd: 7 havenveiligheidsbeoordelingen en 62 beoordelingen van de veiligheid van havenfaciliteiten, en evenveel veiligheidsplannen voor havens en havenfaciliteiten. Op 3 augustus 2020 moesten nog 6 havenveiligheidsbeoordelingen en 53 beoordelingen van de veiligheid van havenfaciliteiten worden herzien. Dit zijn er meer dan de 6 tot 8 havenveiligheidsbeoordelingen en de 27 tot 30 beoordelingen van de veiligheid van havenfaciliteit in de jaren 2021, 2022 en 2023 samen.

(13)

Volgens de door Frankrijk verstrekte informatie stonden en staan de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor die herzieningen, nog steeds in de frontlijn bij het beheer van de gevolgen van de COVID‐19-crisis. Diezelfde autoriteiten dragen ook verantwoordelijkheden op het gebied van civiele bescherming, risicopreventie en crisisbeheer. Bovendien moeten ze op dit moment het hoofd bieden aan de stijging van het aantal COVID‐19-gevallen in de Franse kustregio’s. Bovendien wordt de organisatie van audio- of videoconferenties tussen de betrokken partijen bemoeilijkt door het ontbreken van apparatuur om de veiligheid en vertrouwelijkheid van de uitgewisselde informatie te waarborgen. In deze omstandigheden botsen de bevoegde autoriteiten bij de uitvoering van hun opdrachten op aanzienlijke praktische problemen, aangezien fysieke bijeenkomsten en reizen van het betrokken personeel moeilijk blijven door de nog steeds geldende maatregelen om de verspreiding van COVID‐19 te voorkomen of te beperken.

(14)

Samen met de achterstand door het feit dat de evaluaties en herzieningen tussen 17 maart 2020 en 11 mei 2020 moesten worden opgeschort (de lockdown in Frankrijk), maakt dit het onmogelijk om alle noodzakelijke herzieningen en evaluaties binnen de oorspronkelijke termijn af te ronden. Na de lockdown bleef het moeilijk om herzieningen en evaluaties uit te voeren en ook na de opheffing van de noodtoestand op het gebied van de volksgezondheid in Frankrijk op 10 juli 2020 bleef dat het geval.

(15)

Bovendien hebben een aanzienlijk deel van de havenveiligheidsbeoordelingen en beoordelingen van de veiligheid van de havenfaciliteiten die moeten worden herzien of geëvalueerd betrekking op de Franse overzeese departementen, waar de COVID‐19-pandemie bijzonder acuut was en blijft. Boven op de personeelsleden die voor de uitbraak op het Franse vasteland zijn gemobiliseerd, moesten vanwege de beperkte ziekenhuiscapaciteit en de hoge prevalentie van COVID‐19 strikte reisbeperkingen worden opgelegd, met inbegrip van quarantainemaatregelen. Dit had een rechtstreekse impact op de werkzaamheden in verband met de havenveiligheid en maakte het voor erkende personeelsleden van veiligheidsinstanties moeilijk om reizen te maken vanop het Franse vasteland.

(16)

In het licht van de hierboven beschreven ongunstige omstandigheden zal de voltooiing van havenveiligheidsbeoordelingen en beoordelingen van de veiligheid van havenfaciliteiten in Frankrijk waarschijnlijk moeilijk blijven. Daarom is Frankrijk van oordeel dat het in deze omstandigheden niet haalbaar is de resterende evaluaties en herzieningen van 2020 te voltooien en de tijdens de lockdown opgebouwde achterstand weg te werken zonder verlenging van de referentieperiode tot 31 december 2020 en zonder verlenging van de termijn tot 28 februari 2021.

(17)

Frankrijk moet derhalve worden gemachtigd om de in artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2020/698 gespecificeerde termijn van vier manden te verlengen. Frankrijk moet ook worden gemachtigd om een verlenging toe te passen van de termijnen tussen 1 maart 2020 tot en 31 augustus 2020 en de in artikel 16, lid 1, en artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2020/698 gespecificeerde termijn van 30 november 2020,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Frankrijk wordt gemachtigd de termijn van zes maanden als gespecificeerd in artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2020/698 met vier maanden te verlengen.

Frankrijk wordt gemachtigd de termijnen van 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2020 als gespecificeerd in artikel 16, lid 1, en artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2020/698, met vier maanden te verlengen.

Frankrijk wordt gemachtigd de termijn van 30 november 2020 als gespecificeerd in artikel 16, lid 1, en artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2020/698, te verlengen tot en met 28 februari 2021.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Franse Republiek.

Gedaan te Brussel, 31 augustus 2020.

Voor de Commissie

Adina-Ioana VĂLEAN

Lid van de Commissie


(1)  PB L 165 van 27.5.2020, blz. 10.