27.2.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 58/43


BESLUIT (EU) 2020/263 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 15 januari 2020

betreffende geautomatiseerde verwerking van gegevens inzake de overbrenging van en de controle op accijnsgoederen

(herschikking)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beschikking nr. 1152/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) moet op een aantal punten worden gewijzigd. Ter wille van de duidelijkheid dient tot herschikking van die beschikking te worden overgegaan.

(2)

Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad (4) bepaalt dat goederen die zich onder schorsing van accijns in het verkeer tussen de grondgebieden van verschillende lidstaten bevinden, vergezeld dienen te gaan van een door de afzender opgesteld document.

(3)

Bij Verordening (EG) nr. 684/2009 van de Commissie (5) zijn de structuur en de inhoud van het in Richtlijn (EU) 2020/262 bedoelde geleidedocument bepaald, alsook de procedure voor het gebruik ervan.

(4)

Om de controles te verbeteren en ervoor te zorgen dat de overbrenging van accijnsgoederen binnen de Unie kan worden vereenvoudigd, is bij Beschikking nr. 1152/2003/EG een geautomatiseerd systeem ingesteld.

(5)

Het geautomatiseerde systeem voor toezicht op de overbrenging van accijnsgoederen moet worden gehandhaafd en verder worden ontwikkeld, zodat de lidstaten in real time kennis kunnen nemen van dergelijke overbrengingen en de noodzakelijke manuele en automatische controles kunnen verrichten, onder meer wat betreft de overbrenging van accijnsgoederen in de zin van hoofdstukken IV en V van Richtlijn (EU) 2020/262 en hoofdstuk IV van Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad (6).

(6)

De aanpassing, uitbreiding en werking van het geautomatiseerde systeem moet de overbrenging binnen de Unie van accijnsgoederen onder schorsing van accijns mogelijk maken, alsmede de overbrenging van accijnsgoederen die al op het grondgebied van één lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen en naar het grondgebied van een andere lidstaat worden vervoerd om daar voor commerciële doeleinden te worden geleverd.

(7)

De aanpassing en uitbreiding van het geautomatiseerde systeem zal de overbrenging van accijnsgoederen binnen de interne markt stimuleren. De fiscale aspecten van de overbrenging van accijnsgoederen dienen te worden geregeld door een wijziging van Richtlijn (EU) 2020/262 of Verordening (EU) nr. 389/2012. Dit besluit laat de rechtsgrond voor toekomstige wijzigingen van Richtlijn (EU) 2020/262 of Verordening (EU) nr. 389/2012 onverlet.

(8)

Er dient te worden vastgesteld welke de Uniecomponenten en de niet-Uniecomponenten van het geautomatiseerde systeem zijn, en welke taken in het kader van de ontwikkeling en de invoering van het geautomatiseerde systeem door de Commissie en door de lidstaten moeten worden uitgevoerd. In dit verband dient de Commissie, bijgestaan door het betrokken comité, op het gebied van coördinatie, organisatie en beheer een belangrijke rol te vervullen.

(9)

Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van de maatregelen die nodig zijn voor de aanpassing, uitbreiding en werking van het geautomatiseerde systeem, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die uitvoeringsbevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (7).

(10)

Er dienen procedures te worden opgesteld voor de evaluatie van de uitvoering van het geautomatiseerde systeem voor de uitoefening van toezicht op accijnsgoederen.

(11)

Voordat een nieuwe uitbreiding van het geautomatiseerde systeem in werking treedt, en gezien de problemen die zich hebben voorgedaan, dient de Commissie, in samenwerking met de lidstaten en rekening houdend met de opvattingen van de betrokken bedrijfstakken, te onderzoeken of de huidige, op papier gebaseerde systemen nog steeds geschikt zijn.

(12)

De kosten van het geautomatiseerde systeem dienen te worden verdeeld tussen de Unie en de lidstaten.

(13)

Gezien de complexiteit en de omvang van het geautomatiseerde systeem dienen zowel de Unie als de lidstaten menselijke en financiële middelen te verstrekken voor de ontwikkeling en uitrol van het systeem. Bij de ontwikkeling van de nationale componenten dienen de lidstaten de beginselen voor elektronische overheidssystemen toe te passen en marktdeelnemers op dezelfde manier te behandelen als in de andere sectoren waarin geautomatiseerde systemen worden ingevoerd. In het bijzonder dienen de lidstaten ondernemers, en met name de kleine en middelgrote ondernemingen die in deze sector actief zijn, in de gelegenheid te stellen de nationale componenten tegen zo laag mogelijke kosten te gebruiken en dienen zij alle maatregelen gericht op het behoud van hun concurrentievermogen te bevorderen.

(14)

Daar de doelstelling van dit besluit, namelijk een basis bieden voor de governance van de verdere automatisering van in de accijnswetgeving van de Unie vervatte processen, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege het feit dat de goede werking van de interne markt moet worden verzekerd, beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat dit besluit niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Dit besluit voorziet in bepalingen voor het beheer van de aanpassing, uitbreiding en werking van het geautomatiseerde systeem dat wordt gebruikt voor het verkeer van en de controle op de accijnsgoederen bedoeld in artikel 1, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/262 (hierna “het geautomatiseerde systeem” genoemd).

2.   Het geautomatiseerde systeem heeft ten doel:

a)

de elektronische doorgifte van de administratieve documenten bedoeld in Richtlijn (EU) 2020/262 en Verordening (EU) nr. 389/2012 en verbetering van de controle mogelijk te maken;

b)

het functioneren van de interne markt te verbeteren door de overbrenging van accijnsgoederen binnen de Unie te vereenvoudigen en door de lidstaten in staat te stellen in real time het verkeer van accijnsgoederen te volgen en, indien nodig, de noodzakelijke controles te verrichten.

Artikel 2

De werkzaamheden in verband met de uitbreiding van het geautomatiseerde systeem vangen uiterlijk op 10 februari 2021 aan.

Artikel 3

1.   Het geautomatiseerde systeem omvat Uniecomponenten en niet-Uniecomponenten.

2.   De Commissie ziet erop toe dat bij de werkzaamheden betreffende de Uniecomponenten van het geautomatiseerde systeem al het nodige wordt gedaan om bestaande systemen zo veel mogelijk opnieuw te gebruiken en te waarborgen dat het geautomatiseerde systeem compatibel is met andere relevante geautomatiseerde systemen van de Commissie en de lidstaten, met als doel een geïntegreerde reeks computersystemen te creëren voor de controle op zowel overbrengingen van accijnsgoederen binnen de Unie als op overbrengingen van accijnsgoederen en aan andere rechten en heffingen onderworpen goederen die afkomstig zijn uit of bestemd zijn voor derde landen.

3.   De Uniecomponenten van het geautomatiseerde systeem zijn de gemeenschappelijke specificaties, de technische producten, de CCN/CSI-netwerkdiensten (Common Communication Network/Common Systems Interface) en de voor alle lidstaten gemeenschappelijke coördinatiediensten, met uitzondering van varianten of specifieke elementen hiervan die zijn ontwikkeld om in nationale behoeften te voorzien.

4.   De niet-Uniecomponenten van het geautomatiseerde systeem zijn de nationale specificaties, de nationale gegevensbanken die onderdeel zijn van het geautomatiseerde systeem, de netwerkverbindingen tussen de Uniecomponenten en niet-Uniecomponenten, alsmede de software of de apparatuur die een lidstaat noodzakelijk acht om ervoor te zorgen dat het geautomatiseerde systeem in zijn gehele bestuursorganisatie ten volle wordt gebruikt.

Artikel 4

1.   De Commissie coördineert de aanpassing, uitbreiding en werking van de Uniecomponenten en niet-Uniecomponenten van het geautomatiseerde systeem, met name wat betreft:

a)

de infrastructuur en de hulpmiddelen die noodzakelijk zijn om de algemene interconnectie en interoperabiliteit van het geautomatiseerde systeem te waarborgen;

b)

de ontwikkeling van een zeer streng veiligheidsbeleid, teneinde ongeoorloofde toegang tot gegevens te voorkomen en de integriteit van het geautomatiseerde systeem te waarborgen;

c)

de instrumenten voor het gebruik van gegevens ten behoeve van fraudebestrijding.

2.   Om de in lid 1 vastgestelde doelen te bereiken, sluit de Commissie de nodige contracten voor de aanpassing en uitbreiding van de Uniecomponenten van het geautomatiseerde systeem en werkt zij in samenwerking met de lidstaten in het in artikel 7, lid 1, bedoelde comité een richtplan en de voor de aanpassing, uitbreiding en werking van het geautomatiseerde systeem noodzakelijke beheersplannen uit.

Het richtplan en de beheersplannen geven aan welke initiële en terugkerende taken de Commissie en de lidstaten dienen uit te voeren. De beheersplannen geven ook de termijnen aan waarbinnen de taken moeten worden uitgevoerd die nodig zijn voor de voltooiing van elke in het richtplan vermelde werkopdracht.

Artikel 5

1.   De lidstaten voeren de initiële en de terugkerende taken die hun zijn opgedragen uit binnen de termijn waarnaar wordt verwezen in de in artikel 4, lid 2, bedoelde beheersplannen.

Zij brengen de Commissie verslag uit over de resultaten van elke taak, onder vermelding van de datum waarop deze is voltooid. De Commissie brengt daarover op haar beurt verslag uit aan het in artikel 7, lid 1, bedoelde comité.

2.   De lidstaten onthouden zich van maatregelen in verband met de aanpassing, uitbreiding of werking van het geautomatiseerde systeem, wanneer dergelijke maatregelen ongunstige gevolgen kunnen hebben voor de algemene interconnectie of interoperabiliteit van het systeem, dan wel voor het algehele functioneren ervan.

Maatregelen die een lidstaat wenst te nemen en die ongunstige gevolgen kunnen hebben voor de algemene interconnectie of interoperabiliteit van het systeem, dan wel voor het algehele functioneren ervan, worden genomen na voorafgaande toestemming van de Commissie.

3.   De lidstaten stellen de Commissie regelmatig op de hoogte van alle maatregelen die zij hebben genomen om de volledige exploitatie van het geautomatiseerde systeem door hun gehele bestuursorganisatie mogelijk te maken. De Commissie brengt daarover op haar beurt verslag uit aan het in artikel 7, lid 1, bedoelde comité.

Artikel 6

De Commissie stelt in uitvoeringshandelingen de maatregelen vast die nodig zijn voor de aanpassing, uitbreiding en werking van het geautomatiseerde systeem met betrekking tot de in artikel 4, lid 1, en in artikel 5, lid 2, tweede alinea, bedoelde aangelegenheden. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure bedoeld in artikel 7, lid 2. Die uitvoeringshandelingen doen geen afbreuk aan de bepalingen van de Unie inzake inning en controle van indirecte belastingen of administratieve samenwerking en wederzijdse bijstand op het gebied van indirecte belastingen.

Artikel 7

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Accijnscomité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 8

1.   De Commissie gaat na of de uit de algemene begroting van de Europese Unie gefinancierde maatregelen correct en overeenkomstig dit besluit zijn uitgevoerd.

Zij volgt regelmatig, in samenwerking met de lidstaten, in het kader van het in artikel 7, lid 1, bedoelde comité, de voortgang van de ontwikkeling en de invoering van het geautomatiseerde systeem om vast te stellen of de daarvoor gestelde doelstellingen zijn bereikt en om richtsnoeren op te stellen voor de verbetering van de doeltreffendheid van de maatregelen ter uitvoering van het systeem.

2.   Op 10 februari 2025 en vervolgens om de vijf jaar dient de Commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad een verslag in over de uitvoering en werking van het geautomatiseerde systeem.

Dit verslag stelt onder meer de procedures en de criteria voor de latere evaluatie van het functioneren van het geautomatiseerde systeem vast.

Artikel 9

De landen die het lidmaatschap van de Unie hebben aangevraagd, worden door de Commissie op de hoogte gesteld van de ontwikkeling en de invoering van het geautomatiseerde systeem en kunnen, als zij dat wensen, aan de daarmee genomen proeven deelnemen.

Artikel 10

1.   De kosten in verband met de aanpassing en uitbreiding van het geautomatiseerde systeem worden gedeeld door de Unie en de lidstaten, overeenkomstig het bepaalde in de leden 2 en 3.

2.   De kosten in verband met het ontwerp, de aanschaf, de installatie en het onderhoud van de Uniecomponenten van het geautomatiseerde systeem, alsmede de kosten in verband met de lopende exploitatie van de Uniecomponenten die in de gebouwen van de Commissie of van een door de Commissie aangewezen subcontractant zijn geïnstalleerd, komen ten laste van de Unie.

3.   De kosten in verband met de aanpassing, uitbreiding en werking van de niet-Uniecomponenten van het geautomatiseerde systeem, alsmede de kosten in verband met de lopende exploitatie van de Uniecomponenten die in de gebouwen van de lidstaten of van een door de betrokken lidstaat aangewezen subcontractant zijn geïnstalleerd, komen ten laste van de lidstaten.

Artikel 11

1.   De jaarlijkse kredieten, met inbegrip van de kredieten die worden toegewezen voor de exploitatie en de werking van het geautomatiseerde systeem na de invoeringsperiode, worden door de begrotingsautoriteit toegestaan binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten die zijn opgenomen in Verordening (EU) nr. 1286/2013 van het Europees Parlement en de Raad (8).

2.   De lidstaten begroten de financiële en menselijke middelen die voor de vervulling van de in artikel 5 omschreven verplichtingen benodigd zijn en stellen deze ter beschikking. De Commissie en de lidstaten stellen de voor de aanpassing, uitbreiding, werking en verdere ontwikkeling van het geautomatiseerde systeem vereiste menselijke, budgettaire en technische middelen ter beschikking.

Artikel 12

Beschikking nr. 1152/2003/EG wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken beschikking gelden als verwijzingen naar het onderhavige besluit en worden gelezen volgens de concordantietabel in de bijlage.

Artikel 13

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 14

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 15 januari 2020.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

D. M. SASSOLI

Voor de Raad

De voorzitter

N. BRNJAC


(1)  PB C 62 van 15.2.2019, blz. 108.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 4 april 2019 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 19 december 2019.

(3)  Beschikking nr. 1152/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2003 betreffende geautomatiseerde verwerking van gegevens inzake het verkeer van en de controle op accijnsgoederen (PB L 162 van 1.7.2003, blz. 5).

(4)  Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake accijns (zie bladzijde 4 van dit Publicatieblad).

(5)  Verordening (EG) nr. 684/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 tot uitvoering van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad wat betreft de geautomatiseerde procedures voor de overbrenging van accijnsgoederen onder schorsing van accijns (PB L 197 van 29.7.2009, blz. 24).

(6)  Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad van 2 mei 2012 betreffende administratieve samenwerking op het gebied van de accijnzen en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 2073/2004 (PB L 121 van 8.5.2012, blz. 1).

(7)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(8)  Verordening (EU) nr. 1286/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een actieprogramma ter verbetering van het functioneren van de belastingstelsels in de Europese Unie voor de periode 2014-2020 (Fiscalis 2020) en tot intrekking van Beschikking nr. 1482/2007/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 25).


BIJLAGE

CONCORDANTIETABEL

Beschikking nr. 1152/2003/EG

Dit besluit

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2, eerste alinea

Artikel 2, tweede alinea

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 6

Artikel 7, lid 1

Artikel 7, lid 1

Artikel 7, lid 2

Artikel 7, lid 2

Artikel 7, lid 3

Artikel 8, lid 1

Artikel 8, lid 1

Artikel 8, lid 2

Artikel 8, lid 3

Artikel 8, lid 2

Artikel 9

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 10

Artikel 11, lid 1, eerste alinea

Artikel 11, lid 1, tweede alinea

Artikel 11, lid 1

Artikel 11, lid 2

Artikel 11, lid 2

Artikel 12

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 13

Artikel 14

Bijlage