10.12.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 319/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/2072 VAN DE COMMISSIE

van 28 november 2019

tot vaststelling van eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 690/2008 van de Commissie en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 van de Commissie

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (1), en met name artikel 5, lid 2, artikel 32, lid 2, artikel 37, leden 2 en 4, artikel 40, lid 2, artikel 41, lid 2, artikel 53, lid 2, artikel 54, lid 2, artikel 72, lid 1, artikel 73, artikel 79, lid 2, en artikel 80, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2016/2031 is van toepassing met ingang van 14 december 2019. Om ervoor te zorgen dat de bepalingen ervan volledig doeltreffend worden, moeten er uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld betreffende plaagorganismen, planten, plantaardige producten en andere materialen, alsmede de respectieve vereisten die nodig zijn om het grondgebied van de Unie te beschermen tegen fytosanitaire risico’s.

(2)

In het licht daarvan moeten specifieke regels worden vastgesteld om de EU-quarantaineorganismen, de ZP-quarantaineorganismen en de door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen op te nemen, alsmede maatregelen om de aanwezigheid ervan op de respectieve grondgebieden van de Unie of op voor opplant bestemde planten te voorkomen.

(3)

De in bijlage I, deel A, en bijlage II, deel A, rubriek I, bij Richtlijn 2000/29/EG van de Raad (2) opgenomen plaagorganismen zijn door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) herbeoordeeld met het oog op de opstelling van de lijst van EU-quarantaineorganismen overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) 2016/2031. De herbeoordeling was noodzakelijk om de fytosanitaire status van die plaagorganismen te actualiseren in overeenstemming met de meest recente technische en wetenschappelijke ontwikkelingen, en om te beoordelen of zij voldoen aan de criteria van artikel 3 van die verordening wat het grondgebied van de Unie betreft, en van bijlage I, deel 1, bij die verordening.

(4)

Als gevolg van die herbeoordeling mogen sommige van de in de bijlagen I en II bij Richtlijn 2000/29/EG vermelde plaagorganismen niet worden opgenomen in de lijst van EU-quarantaineorganismen omdat zij niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 3 van Verordening (EU) 2016/2031 wat het grondgebied van de Unie betreft.

(5)

Bepaalde andere plaagorganismen, waarvan sommige in de bijlagen I en II bij Richtlijn 2000/29/EG zijn opgenomen, blijken te voldoen aan de voorwaarden van artikel 3 van Verordening (EU) 2016/2031 wat het grondgebied van de Unie betreft; zij moeten daarom worden opgenomen in de lijst van EU-quarantaineorganismen.

(6)

Naar aanleiding van de herbeoordeling moeten sommige van de plaagorganismen die in de bijlagen I en II bij Richtlijn 2000/29/EG zijn vermeld als plaagorganismen die voor zover bekend niet op het grondgebied van de Unie voorkomen, worden opgenomen in de lijst van EU-quarantaineorganismen als plaagorganismen waarvan bekend is dat zij op het grondgebied van de Unie voorkomen, als gevolg van hun gevestigde aanwezigheid in bepaalde delen ervan.

(7)

De namen van bepaalde plaagorganismen moeten worden bijgewerkt om rekening te houden met de meest recente ontwikkelingen in de internationale nomenclatuur. Deze plaagorganismen moeten worden opgenomen, met de respectieve codes die zijn toegewezen door de Plantenbeschermingsorganisatie voor Europa en het gebied van de Middellandse Zee (“EPPO”). Dit is nodig om ervoor te zorgen dat deze plaagorganismen in kaart worden gebracht, zelfs wanneer de namen in de toekomst worden gewijzigd.

(8)

De overeenkomstig Verordening (EG) nr. 690/2008 van de Commissie (3) erkende beschermde gebieden en de in bijlage I, deel B, en bijlage II, deel B, bij Richtlijn 2000/29/EG vermelde plaagorganismen zijn herbeoordeeld door de Commissie. Het doel van die herbeoordeling was om te bepalen of de respectieve plaagorganismen overeenstemmen met de beschrijving van de ZP-quarantaineorganismen in artikel 32, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031.

(9)

Die herbeoordeling is gebaseerd op de respectieve verzoeken van de lidstaten om beschermde gebieden te erkennen, te wijzigen of in te trekken, en op regelmatige verslagen van de lidstaten, inspecties van de Commissie en diverse andere wetenschappelijke en technische gegevens.

(10)

Bepaalde plaagorganismen, waarvan sommige in de bijlagen I en II bij Richtlijn 2000/29/EG zijn opgenomen, blijken te voldoen aan de voorwaarden van artikel 32, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 en moeten daarom worden opgenomen in de lijst van ZP-quarantaineorganismen. Deze plaagorganismen moeten samen met de respectieve door de EPPO toegewezen codes worden vermeld, zodat die plaagorganismen zelf kunnen worden geïdentificeerd wanneer in de toekomst de namen ervan worden gewijzigd.

(11)

Verordening (EG) nr. 690/2008 moet worden ingetrokken om overlapping met de lijst van beschermde gebieden in deze verordening te voorkomen.

(12)

De EPPO heeft een herbeoordeling verricht van de plaagorganismen die zijn opgenomen in bijlage II, deel A, rubriek II, bij Richtlijn 2000/29/EG, de gewassen van bijlage I, punt 3, en de plaagorganismen van bijlage I, punt 6, bij Richtlijn 66/401/EEG (4), en de plaagorganismen van bijlage II, punt 3, bij Richtlijn 66/402/EEG van de Raad (5), bijlage I bij Richtlijn 68/193/EEG van de Raad (6), alsmede de plaagorganismen die zijn opgenomen in de handelingen die zijn vastgesteld krachtens artikel 5, lid 5, van Richtlijn 98/56/EG van de Raad (7), bijlage II bij Richtlijn 2002/55/EG van de Raad (8), bijlage I en bijlage II, punt B, bij Richtlijn 2002/56/EG van de Raad (9), krachtens artikel 18, onder c), van die richtlijn, bijlage I, punt 4, en bijlage II, deel I, punt 5, bij Richtlijn 2002/57/EG van de Raad (10), krachtens artikel 4 van Richtlijn 2008/72/EG van de Raad (11) en krachtens artikel 4 van Richtlijn 2008/90/EG van de Raad (12).

(13)

Die herbeoordeling was nodig om de fytosanitaire status van die plaagorganismen te actualiseren in overeenstemming met de meest recente technische en wetenschappelijke ontwikkelingen, en ook om te beoordelen of zij voldoen aan de respectieve criteria van artikel 36 van Verordening (EU) 2016/2031, wat het grondgebied van de Unie betreft, en van bijlage I, deel 4, bij die verordening.

(14)

Bepaalde plaagorganismen, waarvan sommige in die richtlijnen zijn opgenomen, blijken te voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 van Verordening (EU) 2016/2031 wat het grondgebied van de Unie betreft, en moeten daarom worden opgenomen in de lijst van de door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen. Overeenkomstig artikel 37, lid 7, van die verordening moet die lijst voorzien in specifieke categorieën van relevante voor opplant bestemde planten als bedoeld in de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 68/193/EEG, 2002/55/EG, 2002/56/EG, 2002/57/EG, 2008/72/EG en 2008/90/EG.

(15)

In bepaalde gevallen mogen de respectieve voor opplant bestemde planten niet in de Unie worden binnengebracht of binnen het grondgebied van de Unie worden verplaatst indien de incidentie van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen of van de door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen een bepaalde drempelwaarde overschrijdt, zoals bepaald in artikel 37, lid 8, van Verordening (EU) 2016/2031. Zoals in dit artikel nader wordt uiteengezet, moet die drempelwaarde alleen worden vastgesteld wanneer de professionele marktdeelnemers ervoor kunnen zorgen dat de incidentie van dat gereguleerde niet-quarantaineorganisme op die voor opplant bestemde planten die drempelwaarde niet overschrijdt en wanneer kan worden nagegaan of die drempelwaarde niet wordt overschreden in partijen van die voor opplant bestemde planten.

(16)

Overeenkomstig artikel 37, lid 4, van Verordening (EU) 2016/2031 zijn maatregelen ter voorkoming van de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op de desbetreffende voor opplant bestemde planten van toepassing onverminderd de krachtens de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 98/56/EG, 1999/105/EG, 2002/54/EG, 2002/55/EG, 2002/56/EG, 2002/57/EG, 2008/72/EG en 2008/90/EG vastgestelde maatregelen. Daarom mag deze verordening geen afbreuk doen aan de krachtens die richtlijnen vastgestelde maatregelen betreffende inspecties, bemonstering en toetsing van de betrokken voor opplant bestemde planten of de planten waarvan zij afkomstig zijn, de oorsprong van de voor opplant bestemde planten uit gebieden of locaties die vrij zijn van, of fysiek beschermd zijn tegen, de betrokken gereguleerde niet-quarantaineorganismen, de behandelingen van de betrokken voor opplant bestemde planten of de planten waaruit zij afkomstig zijn, of de productie van de voor opplant bestemde planten.

(17)

Bovendien mogen de bepalingen van deze verordening betreffende gereguleerde niet-quarantaineorganismen geen afbreuk doen aan de uitzonderingen voor voor opplant bestemde planten die zijn vastgesteld overeenkomstig die richtlijnen, voorschriften voor het in de handel brengen die in die richtlijnen zijn vastgesteld en die betrekking hebben op de levering van zaden aan officiële toetsings- en inspectieorganen, de levering van planten aan verleners van bepaalde diensten, het verkeer van planten die zijn bestemd voor wetenschappelijke doeleinden, selectiewerk of andere toetsingen of proeven, niet definitief gecertificeerd zaad, zaden waarvoor de in Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/478 (13) bedoelde uitzonderingen gelden en planten waarvan is aangetoond dat zij voor uitvoer bestemd zijn.

(18)

Het binnenbrengen in de Unie van de planten, plantaardige producten en andere materialen uit alle of bepaalde derde landen, als vermeld in bijlage III, deel A, bij Richtlijn 2000/29/EG, is verboden.

(19)

Die planten, plantaardige producten en andere materialen zijn beoordeeld op basis van nieuw bewijsmateriaal, het risico ervan op plaagorganismen voor het grondgebied van de Unie en de bijwerking van de lijst van EU-quarantaineorganismen.

(20)

Op basis van die beoordeling moeten sommige van die planten, plantaardige producten en andere materialen daarom overeenkomstig artikel 40, lid 2, van Verordening (EU) 2016/2031 in een lijst worden opgenomen, samen met de derde landen, groepen van derde landen of specifieke gebieden van derde landen waarop dat verbod van toepassing is. Dit verbod is noodzakelijk omdat de fytosanitaire bescherming van de Unie niet kan worden gewaarborgd door in dit verband minder strenge maatregelen toe te passen.

(21)

Met het oog op de herbeoordeling van EU-quarantaineorganismen moeten nieuwe bepalingen voor het binnenbrengen in de Unie van bepaalde planten, plantaardige producten en andere materialen, en de respectieve bijzondere voorschriften, alsmede bepalingen voor het verkeer binnen de Unie van bepaalde planten, plantaardige producten en andere materialen, en de respectieve bijzondere voorschriften, worden vastgesteld overeenkomstig artikel 41, lid 2, van Verordening (EU) 2016/2031.

(22)

De vermelding van de GN-codes mag niet verplicht zijn voor de opneming in een lijst van de planten, plantaardige producten en andere materialen die zijn onderworpen aan bijzondere voorschriften voor verkeer binnen het grondgebied van de Unie. Dit zou een evenredige aanpak zijn, omdat de GN-codes alleen nodig zijn voor de identificatie van die planten, plantaardige producten of andere materialen wanneer zij vanuit een derde land in de Unie worden binnengebracht. Een dergelijke aanpak zou ook in overeenstemming zijn met artikel 80 van Verordening (EU) 2016/2031, op grond waarvan dergelijke codes niet worden verschaft voor de opneming in een lijst van dergelijke planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor een plantenpaspoort vereist is.

(23)

Het binnenbrengen van planten, plantaardige producten en andere materialen in hun respectieve beschermde gebieden en, in voorkomend geval, met betrekking tot hun derde land van oorsprong, als vermeld in bijlage III, deel B, bij Richtlijn 2000/29/EG, is verboden. Bovendien mogen de in bijlage IV, deel B, bij Richtlijn 2000/29/EG vermelde planten, plantaardige producten en andere materialen alleen in de respectieve beschermde gebieden worden binnengebracht indien zij aan de respectieve bijzondere voorschriften voldoen.

(24)

Die planten, plantaardige producten en andere materialen zijn beoordeeld op basis van nieuwe gegevens, het risico ervan op plaagorganismen voor de respectieve beschermde gebieden en de bijwerking van de lijst van de ZP-quarantaineorganismen en de beschermde gebieden.

(25)

Op basis van die beoordeling moeten sommige van die planten, plantaardige producten en andere materialen en de respectieve beschermde gebieden in een lijst in deze verordening worden opgenomen, zoals bepaald in artikel 53, lid 2, van Verordening (EU) 2016/2031, samen met de derde landen en groepen van derde landen van oorsprong waarop dat verbod van toepassing is.

(26)

Bovendien moeten sommige van die planten, plantaardige producten en andere materialen, en de respectieve beschermde gebieden en de bijzondere voorschriften in een lijst in deze verordening worden opgenomen, zoals bepaald in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) 2016/2031.

(27)

Op grond van artikel 72, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 moet een lijst worden opgesteld van planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor een fytosanitair certificaat vereist is voor het binnenbrengen op het grondgebied van de Unie, en van de respectieve derde landen van oorsprong of verzending.

(28)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 is een fytosanitair certificaat vereist voor het binnenbrengen op het grondgebied van de Unie van andere planten dan de planten die zijn opgenomen in de in artikel 72, lid 1, bedoelde lijst, op grond van artikel 73, eerste alinea, van Verordening (EU) 2016/2031. Van bepaalde vruchten is echter gebleken dat zij voldoen aan de criteria in bijlage VI bij Verordening (EU) 2016/2031, en zij zijn aangemerkt als planten waarvoor geen fytosanitair certificaat nodig is. Daarom mag voor het binnenbrengen in de Unie van de in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 opgenomen vruchten geen fytosanitair certificaat worden vereist.

(29)

Voor de duidelijkheid moeten artikel 2 van, en bijlage II bij die verordening worden geschrapt om overlappingen met deze verordening te voorkomen.

(30)

Een lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor een fytosanitair certificaat vereist is voor het binnenbrengen in de respectieve beschermde gebieden en de respectieve derde landen van oorsprong of verzending, moet worden vastgesteld overeenkomstig artikel 74, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031. Deze lijst zal voor de nodige duidelijkheid zorgen voor de professionele marktdeelnemers, de bevoegde autoriteiten en alle andere gebruikers van die planten, plantaardige producten en andere materialen.

(31)

Op grond van artikel 79, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 moet een lijst worden opgesteld van planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor een plantenpaspoort vereist is voor verkeer binnen het grondgebied van de Unie. Deze lijst zal voor de nodige duidelijkheid zorgen voor de professionele marktdeelnemers, de bevoegde autoriteiten en alle andere gebruikers van die planten, plantaardige producten en andere materialen.

(32)

Om te voorkomen dat aan professionele marktdeelnemers eisen worden opgelegd, mogen deze plantenpaspoorten niet worden voorgeschreven voor het verkeer van zaden waarvoor afwijkingen gelden ten aanzien van de voorschriften van de respectieve richtlijnen betreffende het in de handel brengen van zaden. Dit is passend aangezien deze verordening geen afbreuk doet aan de krachtens die richtlijnen vastgestelde maatregelen en niet meer certificeringslasten aan de professionele marktdeelnemers mag opleggen dan die welke momenteel in die richtlijnen zijn vastgesteld.

(33)

Op grond van artikel 80, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 moet een lijst worden opgesteld van planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor een plantenpaspoort vereist is om te worden binnengebracht in of in het verkeer te zijn binnen bepaalde beschermde gebieden. Op deze plantenpaspoorten moet de vermelding “ZP” worden aangebracht, om een onderscheid te maken met de plantenpaspoorten die vereist zijn voor het verkeer binnen het gehele grondgebied van de Unie. Deze lijst zal voor de nodige duidelijkheid zorgen voor de professionele marktdeelnemers, de bevoegde autoriteiten en alle andere gebruikers van die planten, plantaardige producten en andere materialen.

(34)

Om verstoring van de handel door veranderingen in de vereisten met betrekking tot gereguleerde niet-quarantaineorganismen te voorkomen, moet een beperkte overgangsperiode worden toegestaan voor zaden en andere voor opplant bestemde planten die reeds in de Unie zijn geproduceerd, in de Unie zijn binnengebracht of binnen de Unie zijn vervoerd overeenkomstig de vereisten inzake de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen die van toepassing zijn vóór 14 december 2019, de datum van toepassing van deze verordening. Die zaden en andere voor opplant bestemde planten mogen gedurende een beperkte periode verder worden binnengebracht in of vervoerd binnen de Unie overeenkomstig die vereisten. Het zou ook evenredig zijn om voor te schrijven dat in plantenpaspoorten alleen wordt bevestigd dat die zaden en andere voor opplant bestemde planten voldoen aan de toepasselijke voorschriften inzake EU-quarantaineorganismen, ZP-quarantaineorganismen en maatregelen die krachtens artikel 30 van Verordening (EU) 2016/2031 zijn vastgesteld. Een dergelijke benadering zou noodzakelijk zijn, gezien de grote hoeveelheden zaden en andere voor opplant bestemde planten die zich vóór 14 december 2019 in de productiefase bevinden of zijn geproduceerd volgens de voorschriften van de richtlijnen betreffende het in de handel brengen van zaden en ander teeltmateriaal die vóór die datum van toepassing waren en wanneer geen plantenpaspoort was vereist wat de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreft. Deze voor opplant bestemde planten zijn reeds gecertificeerd en het zou onevenredig zijn om verdere certificering ervan volgens de nieuwe voorschriften voor te schrijven. Daarom zou een overgangsperiode van één jaar nodig zijn om ervoor te zorgen dat deze voor opplant bestemde planten probleemloos in de markt worden opgenomen en om de bevoegde autoriteiten en de professionele marktdeelnemers te helpen zich aan de nieuwe regels aan te passen.

(35)

Deze verordening moet in werking treden op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, zodat de bevoegde autoriteiten en de professionele marktdeelnemers de langst mogelijke tijd hebben om zich voor te bereiden op de toepassing ervan.

(36)

Met het oog op de rechtszekerheid moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van dezelfde datum als Verordening (EU) 2016/2031, namelijk 14 december 2019.

(37)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening wordt Verordening (EU) 2016/2031 ten uitvoer gelegd wat betreft de opneming van EU-quarantaineorganismen, ZP-quarantaineorganismen en door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen, en wat betreft de maatregelen voor planten, plantaardige producten en andere materialen om de risico’s van deze plaagorganismen tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen.

Artikel 2

Definities

1.   Voor de toepassing van deze verordening zijn de in bijlage I vastgestelde definities van toepassing.

2.   Daarnaast wordt verstaan onder:

a)

“nagenoeg vrij van plaagorganismen”: de mate waarin andere plaagorganismen dan EU-quarantaineorganismen of ZP-quarantaineorganismen op de voor opplant bestemde planten of fruitgewassen aanwezig zijn, die voldoende laag is om een aanvaardbare kwaliteit en bruikbaarheid van die planten te waarborgen;

b)

“officiële verklaring”: een fytosanitair certificaat als voorgeschreven in artikel 71 van Verordening (EU) 2016/2031, een plantenpaspoort als voorgeschreven in artikel 78 van die verordening, het merkteken op houten verpakkingsmateriaal, hout of andere materialen als bedoeld in artikel 96 van die verordening, of een officiële verklaring als bedoeld in artikel 99 van die verordening;

c)

“systeembenadering”: de integratie van verschillende risicobeheersmaatregelen, waarvan er ten minste twee onafhankelijk functioneren en die, wanneer zij samen worden toegepast, het passende beschermingsniveau bereiken tegen EU-quarantaineorganismen, ZP-quarantaineorganismen en plaagorganismen waarop de krachtens artikel 30 van Verordening (EU) 2016/2031 vastgestelde maatregelen van toepassing zijn.

Artikel 3

Lijst van EU-quarantaineorganismen

De lijst van EU-quarantaineorganismen als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EU) 2016/2031 is in bijlage II bij deze verordening opgenomen.

De lijst van EU-quarantaineorganismen die voor zover bekend niet op het grondgebied van de Unie voorkomen, is vastgesteld in bijlage II, deel A, en de lijst van EU-quarantaineorganismen waarvan bekend is dat zij op het grondgebied van de Unie voorkomen, is vastgesteld in bijlage II, deel B.

Artikel 4

Lijst van beschermde gebieden en de respectieve ZP-quarantaineorganismen

De lijst van beschermde gebieden en de respectieve ZP-quarantaineorganismen als bedoeld in artikel 32, lid 3, van Verordening (EU) 2016/2031, is opgenomen in bijlage III bij deze verordening.

Artikel 5

Lijst van door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen en specifieke voor opplant bestemde planten, met categorieën en drempelwaarden

De lijst van de door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen en specifieke voor opplant bestemde planten met de in artikel 37, lid 2, van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde categorieën en drempelwaarden zijn vastgesteld in bijlage IV bij deze verordening. Die voor opplant bestemde planten mogen niet worden binnengebracht in of in het verkeer worden gebracht binnen de Unie indien de incidentie van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen of van de door de gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen op deze voor opplant bestemde planten deze drempelwaarden overschrijdt.

Het in de eerste alinea vervatte verbod op het binnenbrengen en op het in het verkeer brengen is slechts van toepassing op de in bijlage IV opgenomen categorieën voor opplant bestemde planten.

Artikel 6

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op specifieke voor opplant bestemde planten te voorkomen

1.   De in artikel 37, lid 4, van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen te voorkomen, die betrekking hebben op het verkeer binnen en het binnenbrengen in de Unie van specifieke voor opplant bestemde planten, zijn vastgesteld in bijlage V bij deze verordening.

2.   De in bijlage IV bij deze verordening opgenomen lijst en bijlage V bij deze verordening doen geen afbreuk aan de maatregelen die zijn vastgesteld krachtens de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 68/193/EEG, 98/56/EG, 1999/105/EG, 2002/54/EG, 2002/55/EG, 2002/56/EG, 2002/57/EG, 2008/72/EG en 2008/90/EG betreffende:

a)

inspecties, bemonstering en toetsing van de betrokken voor opplant bestemde planten of de planten waarvan ze afkomstig zijn;

b)

de oorsprong van de respectieve voor opplant bestemde planten uit de gebieden of locaties die vrij zijn van, of fysiek beschermd zijn tegen, de betrokken gereguleerde niet-quarantaineorganismen;

c)

behandelingen van de betrokken voor opplant bestemde planten of de planten waarvan ze afkomstig zijn;

d)

de productie van de voor opplant bestemde planten.

3.   Bovendien doen de lijst in bijlage IV bij deze verordening en bijlage V bij deze verordening geen afbreuk aan de uitzonderingen voor voor opplant bestemde planten die zijn vastgesteld op grond van de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 68/193/EEG, 98/56/EG, 1999/105/EG, 2002/54/EG, 2002/55/EG, 2002/56/EG, 2002/57/EG, 2008/72/EG en 2008/90/EG, op de vereisten voor het in de handel brengen die in die richtlijnen zijn vastgesteld, waaronder:

a)

uitzonderingen met betrekking tot de levering van voor opplant bestemde planten aan officiële toetsings- en inspectieorganen;

b)

uitzonderingen met betrekking tot de levering van voor opplant bestemde planten zoals zij zijn geteeld aan verleners van diensten voor verwerking of verpakking, onder de voorwaarde dat de dienstverlener geen rechten op de geleverde planten verwerft en de identiteit van de planten wordt gewaarborgd;

c)

uitzonderingen met betrekking tot de levering van voor opplant bestemde planten onder bepaalde voorwaarden aan verleners van diensten voor de productie van bepaalde landbouwgrondstoffen voor industriële doeleinden of voor de vermeerdering van zaad met dat doel;

d)

uitzonderingen voor voor opplant bestemde planten bestemd voor wetenschappelijke doeleinden, selectiewerkzaamheden en andere onderzoeks- of beproevingsdoeleinden;

e)

uitzonderingen op de voorschriften voor het in de handel brengen met betrekking tot voor opplant bestemde planten die niet definitief zijn gecertificeerd;

f)

uitzonderingen op de in de bepalingen van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/478 vastgestelde voorschriften voor het in de handel brengen;

g)

uitzonderingen op de voorschriften voor het in de handel brengen met betrekking tot voor opplant bestemde planten waarvan is aangetoond dat zij voor uitvoer naar derde landen bestemd zijn.

Artikel 7

Lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen waarvan het binnenbrengen in de Unie vanuit bepaalde derde landen verboden is

De lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen waarvan het binnenbrengen op het grondgebied van de Unie verboden is, en van de derde landen, groepen van derde landen of specifieke gebieden van derde landen waarop het verbod van toepassing is, als bedoeld in artikel 40, lid 2, van Verordening (EU) 2016/2031, is vastgesteld in bijlage VI bij deze verordening.

Artikel 8

Lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen van oorsprong uit derde landen of uit het grondgebied van de Unie, en de overeenkomstige bijzondere voorschriften voor het binnenbrengen in of het verkeer binnen het grondgebied van de Unie

1.   De lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen van oorsprong uit derde landen, en de overeenkomstige bijzondere voorschriften voor het binnenbrengen ervan op het grondgebied van de Unie, als bedoeld in artikel 41, lid 2, van Verordening (EU) 2016/2031, is vastgesteld in bijlage VII bij deze verordening.

2.   De lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen van oorsprong uit het grondgebied van de Unie en de overeenkomstige bijzondere voorschriften voor het verkeer ervan binnen het grondgebied van de Unie, als bedoeld in artikel 41, lid 2, van Verordening (EU) 2016/2031, is vastgesteld in bijlage VIII bij deze verordening.

Artikel 9

Lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen waarvan het binnenbrengen in beschermde gebieden verboden is

De lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen van oorsprong uit derde landen of uit het grondgebied van de Unie waarvan het binnenbrengen in bepaalde beschermde gebieden verboden is, als bedoeld in artikel 53, lid 2, van Verordening (EU) 2016/2031, is vastgesteld in bijlage IX bij deze verordening.

Artikel 10

Lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen die worden binnengebracht in of in het verkeer zijn binnen beschermde gebieden en overeenkomstige bijzondere voorschriften voor beschermde gebieden

De lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen, de respectieve beschermde gebieden en de overeenkomstige bijzondere voorschriften voor beschermde gebieden, als bedoeld in artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) 2016/2031, zijn vastgesteld in bijlage X bij deze verordening.

Artikel 11

Lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen, alsmede de respectieve derde landen van oorsprong of verzending, waarvoor fytosanitaire certificaten vereist zijn

1.   De lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen, en van de respectieve derde landen van oorsprong of van verzending, waarvoor een fytosanitair certificaat vereist is voor het binnenbrengen ervan op het grondgebied van de Unie, als bedoeld in artikel 72, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031, is vastgesteld in bijlage XI, deel A, bij deze verordening.

2.   De lijst van planten waarop de uitzondering op het vereiste van een fytosanitair certificaat als bedoeld in artikel 73, tweede alinea, van Verordening (EU) 2016/2031 van toepassing is, is vastgesteld in deel C van bijlage XI bij deze verordening.

3.   Alle planten, met uitzondering van de in de leden 1 en 2 bedoelde planten, mogen slechts in de Unie worden binnengebracht als zij vergezeld gaan van een fytosanitair certificaat overeenkomstig artikel 73, eerste alinea, van Verordening (EU) 2016/2031. De beschikbare GN-codes van die planten zijn opgenomen in bijlage XI, deel B, bij deze verordening.

Artikel 12

Lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor een fytosanitair certificaat vereist is voor het binnenbrengen ervan in een beschermd gebied vanuit bepaalde derde landen van oorsprong of verzending

De lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor een fytosanitair certificaat vereist is voor het binnenbrengen ervan in bepaalde beschermde gebieden vanuit bepaalde derde landen van oorsprong of verzending, als bedoeld in artikel 74, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031, is vastgesteld in bijlage XII bij deze verordening.

Artikel 13

Planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor een plantenpaspoort vereist is voor verkeer ervan binnen het grondgebied van de Unie

1.   De lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor een plantenpaspoort vereist is voor het verkeer ervan binnen het grondgebied van de Unie, als bedoeld in artikel 79, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031, is vastgesteld in bijlage XIII bij deze verordening.

2.   In afwijking van lid 1 is een plantenpaspoort niet vereist voor verkeer binnen de Unie van zaden die aan beide onderstaande voorwaarden voldoen:

a)

zij zijn onderworpen aan de ontheffingen als bepaald in artikel 6, lid 3, en

b)

zij zijn niet onderworpen aan de bijzondere voorschriften van bijlage VIII of bijlage X.

Artikel 14

Lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor een plantenpaspoort met de vermelding “ZP” vereist is voor het binnenbrengen in en het verkeer binnen bepaalde beschermde gebieden

De lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor een plantenpaspoort vereist is voor het binnenbrengen in of het verkeer ervan binnen bepaalde beschermde gebieden, als bedoeld in artikel 80, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031, is opgenomen in bijlage XIV bij deze verordening.

De in de eerste alinea bedoelde plantenpaspoorten worden voorzien van de vermelding “ZP”.

Artikel 15

Intrekking van Verordening (EG) nr. 690/2008

Verordening (EG) nr. 690/2008 wordt ingetrokken.

Artikel 16

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2 wordt geschrapt.

2)

Bijlage II wordt geschrapt.

Artikel 17

Overgangsbepalingen

Zaden en andere voor opplant bestemde planten die vóór 14 december 2019 op het grondgebied van de Unie worden binnengebracht, binnen het grondgebied van de Unie zijn verplaatst of zijn geproduceerd overeenkomstig de toepasselijke voorschriften van de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 68/193/EEG, 98/56/EG, 2002/55/EG, 2002/56/EG, 2002/57/EG, 2008/72/EG en 2008/90/EG betreffende de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen vóór die datum, mogen tot en met 14 december 2020 worden binnengebracht op of worden verplaatst binnen het grondgebied van de Unie indien zij aan die voorschriften voldoen. Met ingang van 14 december 2020 zijn de artikelen 5 en 6 van toepassing op alle voor opplant bestemde planten die onder deze verordening vallen.

Plantenpaspoorten die krachtens deze verordening zijn vereist voor het verkeer van zaden en andere voor opplant bestemde planten op het grondgebied van de Unie waarvoor de in lid 1 van dit artikel vastgestelde overgangsperiode geldt, zijn tot en met 14 december 2020 alleen verplicht te bevestigen dat zij voldoen aan de voorschriften betreffende EU-quarantaineorganismen, ZP-quarantaineorganismen of maatregelen die krachtens artikel 30 van Verordening (EU) 2016/2031 zijn vastgesteld.

Artikel 18

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 14 december 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 november 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4.

(2)  Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 690/2008 van de Commissie van 4 juli 2008 tot erkenning van beschermde gebieden in de Gemeenschap waar bijzondere plantenziekterisico’s bestaan (PB L 193 van 22.7.2008, blz. 1).

(4)  Richtlijn 66/401/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (PB 125 van 11.7.1966, blz. 2298).

(5)  Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (PB 125 van 11.7.1966, blz. 2309).

(6)  Richtlijn 68/193/EEG van de Raad van 9 april 1968 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken (PB L 93 van 17.4.1968, blz. 15).

(7)  Richtlijn 98/56/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van siergewassen (PB L 226 van 13.8.1998, blz. 16).

(8)  Richtlijn 2002/55/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 33).

(9)  Richtlijn 2002/56/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 60).

(10)  Richtlijn 2002/57/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (PB L 193 van 20.7.2002, blz. 74).

(11)  Richtlijn 2008/72/EG van de Raad van 15 juli 2008 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad (PB L 205 van 1.8.2008, blz. 28).

(12)  Richtlijn 2008/90/EG van de Raad van 29 september 2008 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (PB L 267 van 8.10.2008, blz. 8).

(13)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/478 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vrijstelling van bepaalde lidstaten van de verplichting om voor bepaalde soorten de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 68/193/EEG, 1999/105/EG, 2002/54/EG, 2002/55/EG en 2002/57/EG van de Raad betreffende het in de handel brengen van respectievelijk zaaizaad van groenvoedergewassen, zaaigranen, vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken, bosbouwkundig teeltmateriaal, bietenzaad, groentezaad en zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen toe te passen, en tot intrekking van Besluit 2010/680/EU van de Commissie (PB L 73 van 18.3.2017, blz. 29).


BIJLAGE I

Definities als bedoeld in artikel 2, lid 1

Voor de toepassing van deze verordening hebben de in deel A opgenomen termen die in de bijlagen bij deze verordening worden gebruikt, dezelfde betekenis als in de respectieve richtlijnen die in de tweede kolom van deel B zijn opgenomen.

DEEL A

Lijst van termen

Prebasiszaad;

Basiszaad;

Gecertificeerd zaad;

Standaardzaad;

Wijnstokken;

Oorspronkelijk teeltmateriaal;

Basisteeltmateriaal;

Prebasismateriaal;

Basismateriaal;

Gecertificeerd materiaal;

Standaardmateriaal;

Teeltmateriaal van siergewassen;

Bosbouwkundig teeltmateriaal;

Teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen;

Teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt;

Kandidaat-prebasismoederplant;

Prebasismoederplant;

Basismoederplant;

Gecertificeerde moederplant;

CAC-materiaal („Conformitas Agraria Communitatis”);

Zaaizaad van groenvoedergewassen;

Zaaigranen;

Groentezaad;

Pootaardappelen;

Zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen.

DEEL B

Lijst van richtlijnen en bijlagen

1.

BIJLAGEN BIJ DEZE VERORDENING

2.

RICHTLIJNEN

BIJLAGE IV, Deel A

(Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende zaaizaad van groenvoedergewassen)

BIJLAGE V, Deel A

(Maatregelen betreffende zaaizaad van groenvoedergewassen)

Richtlijn 66/401/EEG

BIJLAGE IV, Deel B

(Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende zaaigranen)

BIJLAGE V, Deel B

(Maatregelen betreffende zaaigranen)

Richtlijn 66/402/EEG

BIJLAGE IV, Deel C

(Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende teeltmateriaal voor wijnstokken)

Richtlijn 68/193/EEG

BIJLAGE IV, Deel D

(Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende teeltmateriaal van siergewassen)

BIJLAGE V, Deel C

(Maatregelen betreffende siergewassen)

Richtlijn 98/56/EG

BIJLAGE IV, Deel E

(Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende bosbouwkundig teeltmateriaal, met uitzondering van zaden)

BIJLAGE V, Deel D

(Maatregelen betreffende bosbouwkundig teeltmateriaal, met uitzondering van zaden)

Richtlijn 1999/105/EG

BIJLAGE IV, Deel F

(Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende groentezaad)

BIJLAGE V, Deel E

(Maatregelen betreffende groentezaad)

Richtlijn 2002/55/EG

BIJLAGE IV, Deel G

(Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende pootaardappelen)

BIJLAGE V, Deel F

(Maatregelen betreffende pootaardappelen)

Richtlijn 2002/56/EG

BIJLAGE IV, Deel H

(Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen)

BIJLAGE V, Deel G

(Maatregelen betreffende zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen)

Richtlijn 2002/57/EG

BIJLAGE IV, Deel I

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen

BIJLAGE V, Deel H

(Maatregelen betreffende teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen)

Richtlijn 2008/72/EG

BIJLAGE IV, Deel J

(Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt)

Richtlijn 2008/90/EG

BIJLAGE XIII, punt 4

Zaaigranen

Richtlijn 66/402/EEG

BIJLAGE XIII, punt 5

Groentezaad

Richtlijn 2002/55/EG

BIJLAGE XIII, punt 6

Zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen

Richtlijn 2002/57/EG


BIJLAGE II

Lijst van EU-quarantaineorganismen en hun respectieve codes

INHOUDSOPGAVE

Deel A: Plaagorganismen die voor zover bekend niet op het grondgebied van de Unie voorkomen

A.

Bacteriën

B.

Schimmels en oömyceten

C.

Insecten en mijten

D.

Nematoden

E.

Parasitaire planten

F.

Virussen, viroïden en fytoplasma’s

Deel B: Plaagorganismen waarvan bekend is dat zij op het grondgebied van de Unie voorkomen

A.

Bacteriën

B.

Schimmels en oömyceten

C.

Insecten en mijten

D.

Weekdieren

E.

Nematoden

F.

Virussen, viroïden en fytoplasma’s

DEEL A

PLAAGORGANISMEN DIE VOOR ZOVER BEKEND NIET OP HET GRONDGEBIED VAN DE UNIE VOORKOMEN

 

Quarantaineorganismen en de daaraan door de EPPO toegewezen codes

A. Bacteriën

1.

Candidatus Liberibacter africanus [LIBEAF]

2.

Candidatus Liberibacter americanus [LIBEAM]

3.

Candidatus Liberibacter asiaticus [LIBEAS]

4.

Curtobacterium flaccumfaciens pv. flaccumfaciens (Hedges) Collins & Jones [CORBFL]

5.

Pantoea stewartii subsp. stewartii (Smith) Mergaert, Verdonck & Kersters [ERWIST]

6.

Ralstonia pseudosolanacearum Safni et al. [RALSPS]

7.

Ralstonia syzygii subsp. celebesensis Safni et al. [RALSSC]

8.

Ralstonia syzygii subsp. indonesiensis Safni et al.[RALSSI]

9.

Xanthomonas oryzae pv. oryzae (Ishiyama) Swings et al. [XANTOR]

10.

Xanthomonas oryzae pv. oryzicola (Fang et al.) Swings et al. [XANTTO]

11.

Xanthomonas citri pv. aurantifolii (Schaad et al.) Constantin et al. [XANTAU]

12.

Xanthomonas citri pv. citri (Hasse) Constantin et al. [XANTCI]

B. Schimmels en oömyceten

1.

Anisogramma anomala (Peck) E. Müller [CRSPAN]

2.

Apiosporina morbosa (Schwein.) Arx [DIBOMO]

3.

Atropellis spp. [1ATRPG]

4.

Botryosphaeria kuwatsukai (Hara) G.Y. Sun & E. Tanaka [PHYOPI]

5.

Bretziella fagacearum (Bretz) Z.W de Beer, T.A. Duong & M.J. Wingfield, comb. nov. [CERAFA]

6.

Chrysomyxa arctostaphyli Dietel [CHMYAR]

7.

Cronartium spp. [1CRONG], met uitzondering van Cronartium gentianeum, Cronartium pini (Willdenow) Jørstad [ENDCPI] en Cronartium ribicola Fischer [CRONRI].

8.

Davidsoniella virescens (R.W. Davidson) Z.W. de Beer, T.A. Duong & M.J. Wingfield [CERAVI]

9.

Elsinoë australis Bitanc. & Jenkins [ELSIAU]

10.

Elsinoë citricola X.L. Fan, R.W. Barreto & Crous [ELSICI ]

11.

Elsinoë fawcettii Bitanc. & Jenkins [ELSIFA]

12.

Fusarium oxysporum f. sp. albedinis (Kill. & Maire) W.L. Gordon [FUSAAL]

13.

Guignardia laricina (Sawada) W. Yamam & Kaz. Itô [GUIGLA]

14.

Gymnosporangium spp. [1GYMNG], met uitzondering van:

Gymnosporangium amelanchieris E. Fisch. ex F. Kern, Gymnosporangium atlanticum Guyot & Malenc ßon, Gymnosporangium clavariiforme (Wulfen) DC [GYMNCF], Gymnosporangium confusum Plowr. [GYMNCO], Gymnosporangium cornutum Arthur ex F. Kern [GYMNCR], Gymnosporangium fusisporum E. Fisch., Gymnosporangium gaeumannii H. Zogg, Gymnosporangium gracile Pat., Gymnosporangium minus Crowell, Gymnosporangium orientale P. Syd. & Syd., Gymnosporangium sabinae (Dicks.) G. Winter [GYMNFU], Gymnosporangium torminali-juniperini E. Fisch., Gymnosporangium tremelloides R. Hartig [GYMNTR]

15.

Coniferiporia sulphurascens (Pilát) L.W. Zhou & Y.C. Dai [PHELSU]

16.

Coniferiporia weirii (Murrill) L.W. Zhou & Y.C. Dai [INONWE]

17.

Melampsora farlowii (Arthur) Davis [MELMFA]

18.

Melampsora medusae f. sp. tremuloidis Shain [MELMMT]

19.

Mycodiella laricis-leptolepidis (Kaz. Itô, K. Satô & M. Ota) Crous [MYCOLL]

20.

Phoma andina Turkensteen [PHOMAN]

21.

Phyllosticta citricarpa (McAlpine) Van der Aa [GUIGCI]

22.

Phyllosticta solitaria Ellis & Everhart [PHYSSL]

23.

Phymatotrichopsis omnivora (Duggar) Hennebert [PHMPOM]

24.

Phytophthora ramorum (niet-EU-isolaten) Werres, De Cock & Man in ’t Veld [PHYTRA]

25.

Pseudocercospora angolensis (T. Carvalho & O. Mendes) Crous & U. Braun [CERCAN]

26.

Pseudocercospora pini-densiflorae (Hori & Nambu) Deighton [CERSPD]

27.

Puccinia pittieriana Hennings [PUCCPT]

28.

Septoria malagutii E.T. Cline [SEPTLM]

29.

Sphaerulina musiva (Peck) Quaedvl, Verkley & Crous. [MYCOPP]

30.

Stegophora ulmea (Fr.) Syd. & P. Syd [GNOMUL]

31.

Thecaphora solani Thirumulachar & O’Brien) Mordue [THPHSO]

32.

Tilletia indica Mitra [NEOVIN]

33.

Venturia nashicola S. Tanaka & S. Yamamoto [VENTNA]

C. Insecten en mijten

1.

Acleris spp. (niet-Europese)[1ACLRG]

2.

Acrobasis pyrivorella (Matsumura) [NUMOPI]

3.

Agrilus anxius Gory [AGRLAX]

4.

Agrilus planipennis Fairmaire [AGRLPL]

5.

Aleurocanthus citriperdus Quaintance & Baker [ALECCT]

6.

Aleurocanthus woglumi Ashby [ALECWO]

7.

Amauromyza maculosa (Malloch) [AMAZMA]

8.

Anomala orientalis Waterhouse [ANMLOR]

9.

Anoplophora glabripennis (Motschulsky) [ANOLGL]

10.

Anthonomus bisignifer Schenkling [ANTHBI]

11.

Anthonomus eugenii Cano [ANTHEU]

12.

Anthonomus grandis (Boh.) [ANTHGR]

13.

Anthonomus quadrigibbus Say [TACYQU]

14.

Anthonomus signatus Say [ANTHSI]

15.

Arrhenodes minutus Drury [ARRHMI]

16.

Aschistonyx eppoi Inouye [ASCXEP]

17.

Bactericera cockerelli (Sulc.) [PARZCO]

18.

Bemisia tabaci (niet-Europese populaties), bekend als vector van virussen [BEMITA]

19.

Carposina sasakii Matsumara [CARSSA]

20.

Choristoneura spp. (niet-Europese) [1CHONG]

21.

Cicadellidae (niet Europese) [1CICDF], bekend als vector van Xylella fastidiosa, zoals:

a)

Carneocephala fulgida Nottingham [CARNFU]

b)

Draeculacephala minerva Ball [DRAEMI];

c)

Graphocephala atropunctata (Signoret) [GRCPAT].

d)

Homalodisca vitripennis (Germar) [HOMLTR]

22.

Conotrachelus nenuphar (Herbst) [CONHNE]

23.

Dendrolimus sibiricus Chetverikov [DENDSI]

24.

Diabrotica barberi Smith & Lawrence [DIABLO]

25.

Diabrotica undecimpunctata howardi Barber [DIABUH]

26.

Diabrotica undecimpunctata undecimpunctata Mannerheim [DIABUN]

27.

Diabrotica virgifera zeae Krysan & Smith [DIABVZ]

28.

Diaphorina citri Kuwayana [DIAACI]

29.

Eotetranychus lewisi (McGregor) [EOTELE]

30.

Grapholita inopinata (Heinrich) [CYDIIN]

31.

Grapholita packardi Zeller [LASPPA]

32.

Grapholita prunivora (Walsh) [LASPPR]

33.

Heliothis zea (Boddie) [HELIZE]

34.

Hishimonus phycitis (Distant) [HISHPH]

35.

Keiferia lycopersicella (Walsingham) [GNORLY]

36.

Lopholeucaspis japonica Cockerell [LOPLJA]

37.

Liriomyza sativae Blanchard [LIRISA]

38.

Listronotus bonariensis (Kuschel) [HYROBO]

39.

Margarodes, niet-Europese soorten [1MARGG], zoals:

a)

Margarodes prieskaensis (Jakubski) [MARGPR];

b)

Margarodes vitis (Philippi) [MARGVI];

c)

Margarodes vredendalensis de Klerk [MARGVR].

40.

Monochamus spp. (niet-Europese populaties) [1MONCG]

41.

Myndus crudus van Duzee [MYNDCR]

42.

Naupactus leucoloma Boheman [GRAGLE]

43.

Neoleucinodes elegantalis (Guenée) [NEOLEL]

44.

Oemona hirta (Fabricius) [OEMOHI]

45.

Oligonychus perditus Pritchard & Baker [OLIGPD]

46.

Pissodes cibriani O’Brien

47.

Pissodes fasciatus Leconte [PISOFA]

48.

Pissodes nemorensis Germar [PISONE]

49.

Pissodes nitidus Roelofs [PISONI]

50.

Pissodes punctatus Langor & Zhang [PISOPU]

51.

Pissodes strobi (Peck) [PISOST]

52.

Pissodes terminalis Hopping [PISOTE]

53.

Pissodes yunnanensis Langor & Zhang [PISOYU]

54.

Pissodes zitacuarense Sleeper

55.

Polygraphus proximus Blandford [POLGPR]

56.

Premnotrypes spp. (niet-Europese) [1PREMG]

57.

Pseudopityophthorus minutissimus (Zimmermann) [PSDPMI]

58.

Pseudopityophthorus pruinosus (Eichhoff) [PSDPPR]

59.

Rhizoecus hibisci Kawai & Takagi [RHIOHI]

60.

Rhynchophorus palmarum (L.) [RHYCPA]

61.

Saperda candida Fabricius [SAPECN]

62.

Scirtothrips aurantii Faure [SCITAU]

63.

Scirtothrips citri (Moulton) [SCITCI]

64.

Scirtothrips dorsalis Hood [SCITDO]

65.

Scolytidae spp. (niet-Europese) [1SCOLF]

66.

Spodoptera eridania (Cramer) [PRODER]

67.

Spodoptera frugiperda (Smith) [LAPHFR]

68.

Spodoptera litura (Fabricus) [PRODLI]

69.

Tecia solanivora (Povolný) [TECASO]

70.

Tephritidae (niet-Europese) [1TEPHF], zoals:

a)

Anastrepha fraterculus (Wiedemann) [ANSTFR];

b)

Anastrepha ludens (Loew) [ANSTLU];

c)

Anastrepha obliqua (Macquart) [ANSTOB];

d)

Anastrepha suspensa (Loew) [ANSTSU];

e)

Bactrocera dorsalis (Hendel) [DACUDO];

f)

Bactrocera tryoni (Froggatt) [DACUTR];

g)

Bactrocera tsuneonis (Miyake) [DACUTS];

h)

Bactrocera zonata (Saunders) [DACUZO];

i)

Dacus ciliatus Loew [DACUCI];

j)

Epochra canadensis (Loew) [EPOCCA];

k)

Pardalaspis cyanescens Bezzi [CERTCY];

l)

Pardalaspis quinaria Bezzi [CERTQU];

m)

Pterandrus rosa (Karsch) [CERTRO];

n)

Rhacochlaena japonica Ito [RHACJA];

o)

Rhagoletis fausta (Osten-Sacken) [RHAGFA];

p)

Rhagoletis indifferens Curran [RHAGIN];

q)

Rhagoletis mendax Curran [RHAGME];

r)

Rhagoletis pomonella (Walsh) [RHAGPO];

s)

Rhagoletis ribicola Doane [RHAGRI];

t)

Rhagoletis suavis (Loew) [RHAGSU];

u)

Zeugodacus cucurbitae (Coquillett) [DACUCU].

71.

Thaumatotibia leucotreta (Meyrick) [ARGPLE]

72.

Thrips palmi Karny [THRIPL]

73.

Unaspis citri (Comstock) [UNASCI]

D. Nematoden

1.

Hirschmanniella spp. Luc & Goodey [1HIRSG], met uitzondering van:

Hirschmanniella behningi (Micoletzky) Luc & Goodey [HIRSBE], Hirschmanniella gracilis (de Man) Luc & Goodey [HIRSGR], Hirschmanniella halophila Sturhan & Hall, Hirschmanniella loofi Sher [HIRSLO] and Hirschmanniella zostericola (Allgén) Luc & Goodey [HIRSZO]

2.

Longidorus diadecturus Eveleigh & Allen [LONGDI]

3.

Nacobbus aberrans (Thorne) Thorne & Allen [NACOBA]

4.

Xiphinema americanum Cobb sensu stricto [XIPHAA]

5.

Xiphinema bricolense Ebsary, Vrain & Graham [XIPHBC]

6.

Xiphinema californicum Lamberti & Bleve-Zacheo [XIPHCA]

7.

Xiphinema inaequale Khan & Ahmad [XIPHNA]

8.

Xiphinema intermedium Lamberti & Bleve-Zacheo

9.

Xiphinema rivesi (niet-EU-populaties) Dalmasso [XIPHRI]

10.

Xiphinema tarjanense Lamberti & Bleve-Zacheo [XIPHTA]

E. Parasitaire planten

1.

Arceuthobium spp. [1AREG], met uitzondering van:

Arceuthobium azoricum Wiens & Hawksworth [AREAZ], Arceuthobium gambyi Fridl en Arceuthobium oxycedri DC. M. Bieb. [AREOX]

F. Virussen, viroïden en fytoplasma’s

1.

Beet curly top virus [BCTV00]

2.

Black raspberry latent virus [TSVBL0]

3.

Coconut cadang-cadang viroid [CCCVD0]

4.

Chrysantenstengelnecrosevirus [CSNV00]

5.

Citrus tristeza virus (niet-EU-isolaten) [CTV000]

6.

Citrus leprosis viruses [CILV00]:

a)

CiLV-C [CILVC0];

b)

CiLV-C2 [CILVC2];

c)

HGSV-2 [HGSV20]

d)

Citrusstam van OFV [OFV00] (citrusstam);

e)

CiLV-N sensu novo.

7.

Palm lethal yellowing phytoplasmas [PHYP56]

8.

Aardappelvirussen, -viroïden en -fytoplasma’s, zoals:

a)

Andean potato latent virus [APLV00];

b)

Andean potato mottle virus [APMOV0];

c)

Arracacha virus B, oca strain [AVBO00];

d)

Potato black ringspot virus [PBRSV0];

e)

Aardappelvirus T [PVT000];

f)

Niet-Europese isolaten van de aardappelvirussen A, M, S, V, X en Y (inclusief Yo, Yn en Yc) en Potato leafroll virus [PVA000, PVM000, PVS000, PVV000, PVX000, PVY000 (inclusief Yo, PVYN00, PVYC00)] en [PLRV00].

9.

Satsuma dwarf virus [SDV000]

10.

Tobacco ringspot virus [TRSV00]

11.

Tomato ringspot virus [TORSV0]

12.

Virussen, viroïden en fytoplasma’s van Cydonia Mill., Fragaria L., Malus Mill., Prunus L., Pyrus L., Ribes L., Rubus L. en Vitis L., zoals:

a)

Blueberry leaf mottle virus [BLMOV0];

b)

Cherry rasp leaf virus [CRLV00];

c)

Peach mosaic virus [PCMV00];

d)

Peach rosette mosaic virus [PRMV00];

e)

American plum line pattern virus [APLPV0];

f)

Raspberry leaf curl virus [RLCV00];

g)

Strawberry witches’ broom phytoplasma [SYWB00];

h)

Niet-Europese virussen, viroïden en fytoplasma’s van Cydonia Mill., Fragaria L., Malus Mill., Prunus L., Pyrus L., Ribes L., Rubus L. en Vitis L.

13.

Begomovirussen, met uitzondering van:

Abutilon mosaic virus [ABMV00], Sweet potato leaf curl virus [SPLCV0], Tomato leaf curl New Delhi Virus [TOLCND], Tomato yellow leaf curl virus [TYLCV0], Tomato yellow leaf curl Sardinia virus [TYLCSV], Tomato yellow leaf curl Malaga virus [TYLCMA], Tomato yellow leaf curl Axarquia virus [TYLCAX]

14.

Cowpea mild mottle virus [CPMMV0]

15.

Lettuce infectious yellows virus [LIYV00]

16.

Melon yellowing-associated virus [MYAV00]

17.

Squash vein yellowing virus [SQVYVX]

18.

Sweet potato chlorotic stunt virus [SPCSV0]

19.

Sweet potato mild mottle virus [SPMMV0]

20.

Tomato chocolate virus [TOCHV0]

21.

Tomato marchitez virus [TOANV0]

22.

Tomato mild mottle virus [TOMMOV]

23.

Witches’ broom disease of lime phytoplasma [PHYPAF]

DEEL B

PLAAGORGANISMEN WAARVAN BEKEND IS DAT ZIJ OP HET GRONDGEBIED VAN DE UNIE VOORKOMEN

 

Quarantaineorganismen en de daaraan door de EPPO toegewezen codes

A. Bacteriën

1.

Clavibacter sepedonicus (Spieckermann & Kottho) Nouioui et al. [CORBSE]

2.

Ralstonia solanacearum (Smith) Yabuuchi et al. emend. Safni et al. [RALSSL]

3.

Xylella fastidiosa (Wells et al.) [XYLEFA]

B. Schimmels en oömyceten

1.

Ceratocystis platani (J. M. Walter) Engelbr. & T. C. Harr [CERAFP]

2.

Fusarium circinatum Nirenberg & O’Donnell [GIBBCI]

3.

Geosmithia morbida Kolarík, Freeland, Utley & Tisserat [GEOHMO]

4.

Synchytrium endobioticum (Schilb.) Percival [SYNCEN]

C. Insecten en mijten

1.

Aleurocanthus spiniferus (Quaintance) [ALECSN]

2.

Anoplophora chinensis (Thomson) [ANOLCN]

3.

Aromia bungii (Faldermann) [AROMBU]

4.

Pityophthorus juglandis Blackman [PITOJU]

5.

Popillia japonica Newman [POPIJA]

6.

Toxoptera citricida (Kirkaldy) [TOXOCI]

7.

Trioza erytreae Del Guercio [TRIZER]

D. Weekdieren

1.

Pomacea (Perry) [1POMAG]

E. Nematoden

1.

Bursaphelenchus xylophilus (Steiner & Bührer) Nickle et al. [BURSXY]

2.

Globodera pallida (Stone) Behrens [HETDPA]

3.

Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens [HETDRO]

4.

Meloidogyne chitwoodi Golden et al. [MELGCH]

5.

Meloidogyne fallax Karssen [MELGFA]

F. Virussen, viroïden en fytoplasma’s

1.

Grapevine flavescence dorée phytoplasma [PHYP64]

2.

Tomato leaf curl New Delhi virus [TOLCND]


BIJLAGE III

Lijst van beschermde gebieden en de respectieve ZP-quarantaineorganismen, en hun respectieve codes

De in de derde kolom van de onderstaande tabel opgenomen beschermde gebieden omvatten:

a)

hetzij het hele grondgebied van de in de lijst opgenomen lidstaat;

b)

hetzij het grondgebied van de lidstaat dat is opgenomen in de lijst van uitzonderingen die tussen haakjes worden vermeld;

c)

hetzij alleen het deel van het grondgebied van de lidstaat dat tussen haakjes wordt vermeld.

ZP-quarantaineorganismen

EPPO-code

Beschermde gebieden

a)   Bacteriën

1.

Erwinia amylovora (Burrill) Winslow et al.

ERWIAM

a)

Estland;

b)

Spanje (met uitzondering van de autonome gemeenschappen Andalucía, Aragón, Castilla la Mancha, Castilla y León, Extremadura, de autonome gemeenschap Madrid, Murcia, Navarra en La Rioja, de provincie Guipuzcoa (Baskenland), de comarcas van Garrigues, Noguera, Pla d’Urgell, Segrià en Urgell in de provincie Lleida (Comunidad autonoma de Catalunya), en de gemeenten Alborache en Turís in de provincie Valencia en de comarcas L’Alt Vinalopó en El Vinalopó Mitjà in de provincie Alicante (Comunidad Valenciana));

c)

Frankrijk (Corsica);

d)

Italië (Abruzzo, Basilicata, Calabria, Campania, Lazio, Ligurië, Marche, Molise, Piemonte (met uitzondering van de gemeenten Busca, Centallo, Scarnafigi, Tarantasie en Villafalleto in de provincie Cuneo), Sardinië, Sicilië (met uitzondering van de gemeenten Cesarò (provincie Messina), Maniace, Bronte, Adrano (provincie Catania) en Centuripe, Regalbuto en Troina (provincie Enna)), Toscane, Umbrië, Valle d’Aosta);

e)

Letland;

f)

Finland;

g)

Verenigd Koninkrijk (eiland Man; Kanaaleilanden);

h)

tot en met 30 april 2020: Ierland (met uitzondering van de stad Galway);

i)

tot en met 30 april 2020: Italië (Puglia, Lombardije (met uitzondering van de provincies Milaan, Mantua, Sondrio en Varese, en de gemeenten Bovisio Masoago, Cesano Madno, Desio, Limbiate, Nova Milanese en Varedo in de provincie Monza Brianza), Veneto (met uitzondering van de provincies Rovigo en Venetië, de gemeenten Barbona, Boara Pisani, Castelbaldo, Masi, Piacenza d’Adige, S. Urbano en Vescovana in de provincie Padoa en het gebied ten zuiden van de snelweg A4 in de provincie Verona));

j)

tot en met 30 april 2020: Litouwen (met uitzondering van de gemeenten Babtai en Kėdainiai (regio Kaunas));

k)

tot en met 30 april 2020: Slovenië (met uitzondering van de regio’s Gorenjska, Koroška, Maribor en Notranjska, en de gemeenten Lendava en Renče-Vogrsko (ten zuiden van de snelweg H4) en Velika Polana, en de dorpen Fużina, Gabrovčec, Glogovica, Gorenja vas, Gradiček, Grintovec, Ivančna Gorica, Krka, Krška vas, Male Lese, Malo Črnelo, Malo Globoko, Marinča vas, Mleščevo, Mrzlo Polje, Muljava, Podbukovje, Potok pri Muljavi, Šentvid pri Stični, Škrjanče, Trebnja Gorica, Velike Lese, Veliko Črnelo, Veliko Globoko, Vir pri Stični, Vrhpolje pri Šentvidu, Zagradec en Znojile pri Krki in de gemeente Ivančna Gorica);

l)

tot en met 30 april 2020: Slowakije (behalve het district Dunajská Streda, Hronovce en Hronské Kľačany (district Levice), Dvory nad Žitavou (district Nové Zámky), Málinec (district Poltár), Hrhov (district Rožňava), Veľké Ripňany (district Topoľčany), Kazimír, Luhyňa, Malý Horeš, Svätuše en Zatín (district Trebišov)).

2.

Xanthomonas arboricola pv.pruni (Smith) Vauterin et al.

XANTPR

tot en met donderdag 30 april 2020: Verenigd Koninkrijk

b)   Schimmels en oömyceten

1.

Colletotrichum gossypii Southw

GLOMGO

Griekenland

2.

Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr.

ENDOPA

a)

Tsjechië;

b)

Ierland;

c)

Zweden;

d)

Verenigd Koninkrijk.

3.

Entoleuca mammata (Wahlenb.) Rogers & Ju

HYPOMA

a)

Ierland;

b)

Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland).

4.

Gremmeniella abietina (Lagerberg) Morelet

GREMAB

Ierland

5.

Phytophthora ramorum Werres, De Cock & Man in ’t Veld (EU-isolaten)

PHYTRA

tot en met zondag 30 april 2023: Frankrijk (met uitzondering van het departement Finistère (Bretagne))

c)   Insecten en mijten

1.

Bemisia tabaci Genn. (Europese populaties)

BEMITA

a)

Ierland;

b)

Zweden;

c)

Verenigd Koninkrijk.

2.

Cephalcia lariciphila Wachtl

CEPCAL

a)

Ierland;

b)

Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland, eiland Man en Jersey).

3.

Dendroctonus micans Kugelan

DENCMI

a)

Ierland;

b)

Griekenland;

c)

Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland, eiland Man en Jersey).

4.

Dryocosmus kuriphilus Yasumatsu

DRYCKU

a)

Ierland;

b)

Verenigd Koninkrijk.

5.

Gilpinia hercyniae Hartig

GILPPO

a)

Ierland;

b)

Griekenland;

c)

Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland, eiland Man en Jersey).

6.

Gonipterus scutellatus Gyllenhal

GONPSC

a)

Griekenland;

b)

Portugal (Azoren).

7.

Ips amitinus Eichhoff

IPSXAM

a)

Ierland;

b)

Griekenland;

c)

Verenigd Koninkrijk.

8.

Ips cembrae Heer

IPSXCE

a)

Ierland;

b)

Griekenland;

c)

Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland en eiland Man).

9.

Ips duplicatus Sahlberg

IPSXDU

a)

Ierland;

b)

Griekenland;

c)

Verenigd Koninkrijk.

10.

Ips sexdentatus Bőrner

IPSXSE

a)

Ierland;

b)

Cyprus;

c)

Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland en eiland Man).

11.

Ips typographus Heer

IPSXTY

a)

Ierland;

b)

Verenigd Koninkrijk.

12.

Leptinotarsa decemlineata Say

LPTNDE

a)

Ierland;

b)

Spanje (Ibiza en Menorca);

c)

Cyprus;

d)

Malta;

e)

Portugal (Azoren en Madeira);

f)

Finland (districten Åland, Häme, Kymi, Pirkanmaa, Satakunta, Turku, Uusimaa);

g)

Zweden (districten Blekinge, Gotland, Halland, Kalmar en Skåne);

h)

Verenigd Koninkrijk.

13.

Liriomyza bryoniae (Kaltenbach)

LIRIBO

a)

Ierland;

b)

Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland).

14.

Liriomyza huidobrensis (Blanchard)

LIRIHU

a)

tot en met 30 april 2020: Ierland;

b)

tot en met 30 april 2020: Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland).

15.

Liriomyza trifolii (Burgess)

LIRITR

a)

tot en met 30 april 2020: Ierland;

b)

tot en met 30 april 2020: Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland).

16.

Paysandisia archon (Burmeister)

PAYSAR

a)

Ierland;

b)

Malta;

c)

Verenigd Koninkrijk.

17.

Rhynchophorus ferrugineus (Olivier)

RHYCFE

a)

Ierland;

b)

Portugal (Azoren);

c)

Verenigd Koninkrijk.

18.

Sternochetus mangiferae Fabricius

CRYPMA

a)

Spanje (Granada en Málaga);

b)

Portugal (Alentejo, Algarve en Madeira).

19.

Thaumetopoea pityocampa Denis & Schiffermüller

THAUPI

Verenigd Koninkrijk

20.

Thaumetopoea processionea L.

THAUPR

a)

Ierland;

b)

tot en met 30 april 2020: Verenigd Koninkrijk (met uitzondering van de lokale bestuurlijke gebieden Barking and Dagenham; Barnet; Basildon; Basingstoke and Deane; Bexley; Bracknell Forest; Brent; Brentwood; Bromley; Broxbourne; Camden; Castle Point; Chelmsford; Chiltem; City of London; City of Westminster; Crawley; Croydon; Dacorum; Dartford; Ealing; East Hertfordshire; Elmbridge District; Enfield; Epping Forest; Epsom and Ewell District; Gravesham; Greenwich; Guildford; Hackney; Hammersmith & Fulham; Haringey; Harlow; Harrow; Hart; Havering; Hertsmere; Hillingdon; Horsham; Hounslow; Islington; Kensington & Chelsea; Kingston upon Thames; Lambeth; Lewisham; Littlesford; Medway; Merton; Mid Sussex; Mole Valley; Newham; North Hertfordshire; Reading; Redbridge; Reigate and Banstead; Richmond upon Thames; Runnymede District; Rushmoor; Sevenoaks; Slough; South Bedfordshire; South Bucks; South Oxfordshire; Southwark; Spelthorne District; St Albans; Sutton; Surrey Heath; Tandridge; Three Rivers; Thurrock; Tonbridge and Malling; Tower Hamlets; Waltham Forest; Wandsworth; Watford; Waverley; Welwyn Hatfield; West Berkshire; Windsor and Maidenhead; Woking, Wokingham and Wycombe).

21.

Viteus vitifoliae (Fitch)

VITEVI

Cyprus

d)   Virussen, viroïden en fytoplasma’s

1.

Beet necrotic yellow vein virus

BNYVV0

a)

Ierland;

b)

Frankrijk (Bretagne);

c)

Portugal (Azoren);

d)

Finland;

e)

Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland).

2.

Candidatus Phytoplasma ulmi

PHYPUL

Verenigd Koninkrijk

3.

Citrus tristeza virus (EU-isolaten)

CTV000

Malta


BIJLAGE IV

Lijst van door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen en specifieke voor opplant bestemde planten, met categorieën en drempelwaarden, als bedoeld in artikel 5

INHOUDSOPGAVE

Deel A:

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende zaaizaad van groenvoedergewassen

Deel B:

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende zaaigranen

Deel C:

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende teeltmateriaal voor wijnstokken

Deel D:

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende teeltmateriaal van siergewassen en andere voor opplant bestemde planten voor sierdoeleinden

Deel E:

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende bosbouwkundig teeltmateriaal, met uitzondering van zaden

Deel F:

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende groentezaad

Deel G:

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende pootaardappelen

Deel H:

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen

Deel I:

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad

Deel J:

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt

Deel K:

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende zaden van Solanum tuberosum

Deel L:

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende voor opplant bestemde planten van Humulus lupulus, met uitzondering van zaden

DEEL A

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende zaaizaad van groenvoedergewassen

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarden voor prebasiszaad

Drempelwaarden voor basiszaad

Drempelwaarden voor gecertificeerd zaad

Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus (McCulloch 1925) Davis et al. [CORBIN]

Medicago sativa L.

0 %

0 %

0 %

Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev [DITYDI]

Medicago sativa L.

0 %

0 %

0 %

DEEL B

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende zaaigranen

Nematoden

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarden voor prebasiszaad

Drempelwaarden voor basiszaad

Drempelwaarden voor gecertificeerd zaad

Aphelenchoides besseyi Christie [APLOBE]

Oryza sativa L.

0 %

0 %

0 %

Schimmels

Gibberella fujikuroi Sawada [GIBBFU]

Oryza sativa L.

Nagenoeg vrij

Nagenoeg vrij

Nagenoeg vrij

DEEL C

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende teeltmateriaal voor wijnstokken

Bacteriën

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor oorspronkelijk teeltmateriaal, basisteeltmateriaal, gecertificeerd materiaal

Drempelwaarde voor standaardmateriaal

Xylophilus ampelinus Willems et al. [XANTAM]

Vitis L.

0 %

0 %

Insecten en mijten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor oorspronkelijk teeltmateriaal, basisteeltmateriaal, gecertificeerd materiaal

Drempelwaarde voor standaardmateriaal

Viteus vitifoliae Fitch [VITEVI]

Niet-geënte Vitis vinifera L.

0 %

0 %

Viteus vitifoliae Fitch [VITEVI]

Vitis L. met uitzondering van niet-geënte Vitis vinifera L.

Nagenoeg vrij

Nagenoeg vrij

Virussen, viroïden, virusachtige ziekten en fytoplasma’s

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor oorspronkelijk teeltmateriaal, basisteeltmateriaal, gecertificeerd materiaal

Drempelwaarde voor standaardmateriaal

Arabis mosaic virus [ARMV00]

Vitis L.

0 %

0 %

Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al. [PHYPSO]

Vitis L.

0 %

0 %

Grapevine fanleaf virus [GFLV00]

Vitis L.

0 %

0 %

Grapevine fleck virus [GFKV00]

Onderstammen van Vitis spp. en hybriden daarvan, met uitzondering van Vitis vinifera L.

0 % voor oorspronkelijk teeltmateriaal

N.v.t. voor basisteeltmateriaal en gecertificeerd materiaal

Niet van toepassing

Grapevine leafroll associated virus 1 [GLRAV1]

Vitis L.

0 %

0 %

Grapevine leafroll associated virus 3 [GLRAV3]

Vitis L.

0 %

0 %

DEEL D

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende teeltmateriaal van siergewassen en andere voor opplant bestemde planten voor sierdoeleinden

Bacteriën

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het teeltmateriaal van desbetreffende siergewassen en andere voor opplant bestemde planten voor sierdoeleinden

Erwinia amylovora (Burrill) Winslow et al. [ERWIAM]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Amelanchier Medik., Chaenomeles Lindl., Cotoneaster Medik., Crataegus Tourn. ex L., Cydonia Mill., Eriobtrya Lindl., Malus Mill., Mespilus Bosc ex Spach, Photinia davidiana Decne., Pyracantha M. Roem., Pyrus L., Sorbus L.

0 %

Pseudomonas syringae pv. persicae (Prunier, Luisetti &. Gardan) Young, Dye & Wilkie [PSDMPE]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindl.

0 %

Spiroplasma citri Saglio et al. [SPIRCI]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf. en hybriden daarvan

0 %

Xanthomonas arboricola pv. pruni (Smith) Vauterin et al. [XANTPR]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Prunus L.

0 %

Xanthomonas euvesicatoria Jones et al. [XANTEU]

Capsicum annuum L.

0 %

Xanthomonas gardneri (ex Šutič) Jones et al. [XANTGA]

Capsicum annuum L.

0 %

Xanthomonas perforans Jones et al. [XANTPF]

Capsicum annuum L.

0 %

Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al. [XANTVE]

Capsicum annuum L.

0 %

Schimmels en oömyceten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het teeltmateriaal van desbetreffende siergewassen en andere voor opplant bestemde planten voor sierdoeleinden

Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr [ENDOPA]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Castanea L.

0 %

Dothistroma pini Hulbary [DOTSPI]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Pinus L.

0 %

Dothistroma septosporum (Dorogin) Morelet [SCIRPI]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Pinus L.

0 %

Lecanosticta acicola (von Thümen) Sydow [SCIRAC]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Pinus L.

0 %

Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni [PLASHA]

Zaden

Helianthus annuus L.

0 %

Plenodomus tracheiphilus (Petri) Gruyter, Aveskamp & Verkley [DEUTTR]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf. en hybriden daarvan

0 %

Puccinia horiana P. Hennings [PUCCHN]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Chrysanthemum L.

0 %

Insecten en mijten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het teeltmateriaal van desbetreffende siergewassen en andere voor opplant bestemde planten voor sierdoeleinden

Aculops fuchsiae Keifer [ACUPFU]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Fuchsia L.

0 %

Opogona sacchari Bojer [OPOGSC]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Beaucarnea Lem., Bougainvillea Comm. ex Juss., Crassula L., Crinum L., Dracaena Vand. ex L., Ficus L., Musa L., Pachira Aubl., Palmae, Sansevieria Thunb., Yucca L.

0 %

Rhynchophorus ferrugineus (Olivier) [RHYCFE]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Palmae, wat de volgende geslachten en soorten betreft: Areca catechu L., Arenga pinnata (Wurmb) Merr., Bismarckia Hildebr. & H. Wendl., Borassus flabellifer L., Brahea armata S. Watson, Brahea edulis H.Wendl., Butia capitata (Mart.) Becc., Calamus merrillii Becc., Caryota maxima Blume, Caryota cumingii Lodd. ex Mart., Chamaerops humilis L., Cocos nucifera L., Corypha utan Lam., Copernicia Mart., Elaeis guineensis Jacq., Howea forsteriana Becc., Jubaea chilensis (Molina) Baill., Livistona australis C. Martius, Livistona decora (W. Bull) Dowe, Livistona rotundifolia (Lam.) Mart., Metroxylon sagu Rottb., Phoenix canariensis Chabaud, Phoenix dactylifera L., Phoenix reclinata Jacq., Phoenix roebelenii O'Brien, Phoenix sylvestris (L.) Roxb., Phoenix theophrasti Greuter, Pritchardia Seem. & H. Wendl., Ravenea rivularis Jum. & H. Perrier, Roystonea regia (Kunth) O.F. Cook, Sabal palmetto (Walter) Lodd. ex Schult. & Schult.f., Syagrus romanzoffiana (Cham.) Glassman, Trachycarpus fortunei (Hook.) H. Wendl., Washingtonia H. Wendl.

0 %

Nematoden

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het teeltmateriaal van desbetreffende siergewassen en andere voor opplant bestemde planten voor sierdoeleinden

Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev [DITYDI]

Allium L.

0 %

Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev [DITYDI]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Camassia Lindl., Chionodoxa Boiss., Crocus flavus Weston, Galanthus L., Hyacinthus Tourn. ex L, Hymenocallis Salisb., Muscari Mill., Narcissus L., Ornithogalum L., Puschkinia Adams, Scilla L., Sternbergia Waldst. & Kit., Tulipa L.

0 %

Virussen, viroïden, virusachtige ziekten en fytoplasma’s

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het teeltmateriaal van desbetreffende siergewassen en andere voor opplant bestemde planten voor sierdoeleinden

Candidatus Phytoplasma mali Seemüller & Schneider [PHYPMA]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Malus Mill.

0 %

Candidatus Phytoplasma prunorum Seemüller & Schneider [PHYPPR]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Prunus L.

0 %

Candidatus Phytoplasma pyri Seemüller & Schneider [PHYPPY]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Pyrus L.

0 %

Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al. [PHYPSO]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Lavandula L.

0 %

Chrysanthemum stunt viroid [CSVD00]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Argyranthemum Webb ex Sch.Bip., Chrysanthemum L.,

0 %

Citrus exocortis viroid [CEVD00]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Citrus L.

0 %

Citrus tristeza virus [CTV000] (EU-isolaten)

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan

0 %

Impatiens necrotic spot tospovirus [INSV00]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Begonia x hiemalis

Fotsch, Nieuw Guinea-hybriden van Impatiens L.

0 %

Potato spindle tuber viroid [PSTVD0]

Capsicum annuum L.,

0 %

Plum pox virus [PPV000]

Planten van de volgende soorten van Prunus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden:

Prunus armeniaca L., Prunus blireiana Andre, Prunus brigantina Vill., Prunus cerasifera Ehrh., Prunus cistena Hansen, Prunus curdica Fenzl & Fritsch., Prunus domestica ssp. domestica L., Prunus domestica ssp. insititia (L.) C.K. Schneid, Prunus domestica ssp. italica (Borkh.) Hegi., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus glandulosa Thunb., Prunus holosericea Batal., Prunus hortulana Bailey, Prunus japonica Thunb., Prunus mandshurica (Maxim.) Koehne, Prunus maritima Marsh., Prunus mume Sieb. & Zucc., Prunus nigra Ait., Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina L., Prunus sibirica L., Prunus simonii Carr., Prunus spinosa L., Prunus tomentosa Thunb., Prunus triloba Lindl., andere soorten van Prunus L. die vatbaar zijn voor Plum pox virus

0 %

Tomato spotted wilt tospovirus [TSWV00]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Begonia x hiemalis

Fotsch, Capsicum annuum L., Chrysanthemum L., Gerbera L., Nieuw Guinea-hybriden van Impatiens, Pelargonium L.

0 %

DEEL E

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende bosbouwkundig teeltmateriaal, met uitzondering van zaden

Schimmels en oömyceten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het desbetreffende bosbouwkundig teeltmateriaal

Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr [ENDOPA]

Castanea sativa Mill.

0 %

Dothistroma pini Hulbary [DOTSPI]

Pinus L.

0 %

Dothistroma septosporum (Dorogin) Morelet [SCIRPI]

Pinus L.

0 %

Lecanosticta acicola (von Thümen) Sydow [SCIRAC]

Pinus L.

0 %

DEEL F

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende groentezaad

Bacteriën

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het desbetreffende groentezaad

Clavibacter michiganensis ssp. michiganensis (Smith) Davis et al. [CORBMI]

Solanum lycopersicum L.

0 %

Xanthomonas axonopodis pv. phaseoli (Smith) Vauterin et al. [XANTPH]

Phaseolus vulgaris L.

0 %

Xanthomonas fuscans subsp. fuscans Schaad et al. [XANTFF]

Phaseolus vulgaris L.

0 %

Xanthomonas euvesicatoria Jones et al. [XANTEU]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %

Xanthomonas gardneri (ex Šutič 1957) Jones et al [XANTGA]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %

Xanthomonas perforans Jones et al. [XANTPF]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %

Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al. [XANTVE]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %

Insecten en mijten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het desbetreffende groentezaad

Acanthoscelides obtectus (Say) [ACANOB]

Phaseolus coccineus L., Phaseolus vulgaris L.

0 %

Bruchus pisorum (Linnaeus ) [BRCHPI]

Pisum sativum L.,

0 %

Bruchus rufimanus Boheman [BRCHRU]

Vicia faba L

0 %

Nematoden

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het desbetreffende groentezaad

Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev [DITYDI]

Allium cepa L., Allium porrum L

0 %

Virussen, viroïden, virusachtige ziekten en fytoplasma’s

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het desbetreffende groentezaad

Pepino mosaic virus [PEPMV0]

Solanum lycopersicum L.

0 %

Potato spindle tuber viroid [PSTVD0]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %

DEEL G

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende pootaardappelen

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor de directe nateelt van prebasispootgoed van aardappelen

Drempelwaarde voor de directe nateelt van basispootgoed van aardappelen

Drempelwaarde voor de directe nateelt van gecertificeerd pootgoed van aardappelen

PBTC

PB

Symptomen van virusinfectie

Solanum tuberosum L.

0 %

0,5 %

4,0 %

10,0 %


Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor de voor opplant bestemde planten van prebasispootgoed van aardappelen

Drempelwaarde voor de voor opplant bestemde planten van basispootgoed van aardappelen

Drempelwaarde voor de voor opplant bestemde planten van gecertificeerd pootgoed van aardappelen

PBTC

PB

Zwartbenigheid (Dickeya Samson et al. spp. [1DICKG]; Pectobacterium Waldee emend. Hauben et al. spp. [1PECBG])

Solanum tuberosum L.

0 %

Nagenoeg vrij

Nagenoeg vrij

Nagenoeg vrij

Candidatus Liberibacter solanacearum Liefting et al. [LIBEPS]

Solanum tuberosum L.

0 %

0 %

0 %

0 %

Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al. [PHYPSO]

Solanum tuberosum L.

0 %

0 %

0 %

0 %

Ditylenchus destructor Thorne [DITYDE]

Solanum tuberosum L.

0 %

0 %

0 %

0 %

Lakschurft, veroorzaakt door Thanatephorus cucumeris (A.B. Frank) Donk [RHIZSO]

Solanum tuberosum L

0 %

1,0 %

die knollen voor meer dan 10 % bedekt

5,0 %

die knollen voor meer dan 10 % bedekt

5,0 %

die knollen voor meer dan 10 % bedekt

Poederschurft, veroorzaakt door Spongospora subterranea (Wallr.) Lagerh. [SPONSU]

Solanum tuberosum L

0 %

1,0 %

die knollen voor meer dan 10 % bedekt

3,0 %

die knollen voor meer dan 10 % bedekt

3,0 %

die knollen voor meer dan 10 % bedekt

Door virussen veroorzaakte mozaïeksymptomen

en

symptomen veroorzaakt door bladrolvirus [PLRV00]

Solanum tuberosum L.

0 %

0,1 %

0,8 %

6,0 %

Potato spindle tuber viroid [PSTVD0]

Solanum tuberosum L.

0 %

0 %

0 %

0 %

DEEL H

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen

Schimmels en oömyceten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarden voor prebasiszaad

Drempelwaarden voor basiszaad

Drempelwaarden voor gecertificeerd zaad

Alternaria linicola Groves & Skolko [ALTELI]

Linum usitatissimum L.

5 %

5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

5 %

5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

5 %

5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

Boeremia exigua var. linicola (Naumov & Vassiljevsky) Aveskamp, Gruyter & Verkley [PHOMEL]

Linum usitatissimum L. - vlas

1 %

5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

1 %

5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

1 %

5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

Boeremia exigua var. linicola (Naumov & Vassiljevsky) Aveskamp, Gruyter & Verkley [PHOMEL]

Linum usitatissimum L. - oliehoudend vlas

5 %

5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

5 %

5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

5 %

5 % aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

Botrytis cinerea de Bary [BOTRCI]

Helianthus annuus L., Linum usitatissimum L.

5 %

5 %

5 %

Colletotrichum lini Westerdijk [COLLLI]

Linum usitatissimum L.

5 %

aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

5 %

aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

5 %

aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium spp.

Diaporthe caulivora (Athow & Caldwell) J.M. Santos, Vrandecic & A.J.L. Phillips [DIAPPC]

Diaporthe phaseolorum var. sojae Lehman [DIAPPS]

Glycine max (L.) Merr

15 % voor infectie met het Phomopsis-complex

15 % voor infectie met het Phomopsis-complex

15 % voor infectie met het Phomopsis-complex

Fusarium (anamorf geslacht) Link [1FUSAG] met uitzondering van Fusarium oxysporum f. sp. albedinis (Kill. & Maire) W.L. Gordon [FUSAAL] en Fusarium circinatum Nirenberg & O’Donnell [GIBBCI]

Linum usitatissimum L.

5 %

aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium (anamorf geslacht) Link met uitzondering van Fusarium oxysporum f. sp. albedinis (Kill. & Maire) W.L. Gordon en Fusarium circinatum Nirenberg & O’Donnell

5 %

aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium (anamorf geslacht) Link met uitzondering van Fusarium oxysporum f. sp. albedinis (Kill. & Maire) W.L. Gordon en Fusarium circinatum Nirenberg & O’Donnell

5 %

aangetast door Alternaria linicola, Boeremia exigua var. linicola, Colletotrichium lini en Fusarium (anamorf geslacht) Link met uitzondering van Fusarium oxysporum f. sp. albedinis (Kill. & Maire) W.L. Gordon en Fusarium circinatum Nirenberg & O’Donnell

Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni [PLASHA]

Helianthus annuus L.

0 %

0 %

0 %

Sclerotinia sclerotiorum (Libert) de Bary [SCLESC]

Brassica rapa L. var. silvestris (Lam.) Briggs,

Niet meer dan vijf sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratoriumonderzoek van een representatief monster van elke partij zaad van een in bijlage III, kolom 4, bij Richtlijn 2002/57/EG aangegeven formaat.

Niet meer dan vijf sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratoriumonderzoek van een representatief monster van elke partij zaad van een in bijlage III, kolom 4, bij Richtlijn 2002/57/EG aangegeven formaat.

Niet meer dan vijf sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratoriumonderzoek van een representatief monster van elke partij zaad van een in bijlage III, kolom 4, bij Richtlijn 2002/57/EG aangegeven formaat.

Sclerotinia sclerotiorum (Libert) de Bary [SCLESC]

Brassica napus L. (partim), Helianthus annuus L.

Niet meer dan tien sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratoriumonderzoek van een representatief monster van elke partij zaad van een in bijlage III, kolom 4, bij Richtlijn 2002/57/EG aangegeven formaat.

Niet meer dan tien sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratoriumonderzoek van een representatief monster van elke partij zaad van een in bijlage III, kolom 4, bij Richtlijn 2002/57/EG aangegeven formaat.

Niet meer dan tien sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratoriumonderzoek van een representatief monster van elke partij zaad van een in bijlage III, kolom 4, bij Richtlijn 2002/57/EG aangegeven formaat.

Sclerotinia sclerotiorum (Libert) de Bary [SCLESC]

Sinapis alba L.

Niet meer dan vijf sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratoriumonderzoek van een representatief monster van elke partij zaad van een in bijlage III, kolom 4, bij Richtlijn 2002/57/EG aangegeven formaat.

Niet meer dan vijf sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratoriumonderzoek van een representatief monster van elke partij zaad van een in bijlage III, kolom 4, bij Richtlijn 2002/57/EG aangegeven formaat.

Niet meer dan vijf sclerotiën of delen van sclerotiën aangetroffen bij een laboratoriumonderzoek van een representatief monster van elke partij zaad van een in bijlage III, kolom 4, bij Richtlijn 2002/57/EG aangegeven formaat.

DEEL I

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad

Bacteriën

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het desbetreffende teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen

Clavibacter michiganensis ssp. michiganensis (Smith) Davis et al. [CORBMI]

Solanum lycopersicum L.

0 %

Xanthomonas euvesicatoria Jones et al. [XANTEU]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %

Xanthomonas gardneri (ex Šutič 1957) Jones et al. [XANTGA]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %

Xanthomonas perforans Jones et al. [XANTPF]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %

Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al. [XANTVE]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %

Schimmels en oömyceten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het desbetreffende teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen

Fusarium Link (anamorf geslacht) [1FUSAG] met uitzondering van Fusarium oxysporum f. sp. albedinis (Kill. & Maire) W.L. Gordon [FUSAAL] en Fusarium circinatum Nirenberg & O’Donnell [GIBBCI]

Asparagus officinalis L.

0 %

Helicobasidium brebissonii (Desm.) Donk [HLCBBR]

Asparagus officinalis L.

0 %

Stromatinia cepivora Berk. [SCLOCE]

Allium cepa L., Allium fistulosum L., Allium porrum L., Allium sativum L.

0 %

Verticillium dahliae Kleb. [VERTDA]

Cynara cardunculus L.

0 %

Nematoden

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het desbetreffende teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen

Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev [DITYDI]

Allium cepa L., Allium sativumL.

0 %

Virussen, viroïden, virusachtige ziekten en fytoplasma’s

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het desbetreffende teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen

Leek yellow stripe virus [LYSV00]

Allium sativum L.

1 %

Onion yellow dwarf virus [OYDV00]

Allium cepa L., Allium sativum L.

1 %

Potato spindle tuber viroid [PSTVD0]

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

0 %

Tomato spotted wilt tospovirus [TSWV00]

Capsicum annuum L., Lactuca sativa L., Solanum lycopersicum L., Solanum melongena L.

0 %

Tomato yellow leaf curl virus [TYLCV0]

Solanum lycopersicum L.

0 %

DEEL J

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt

Bacteriën

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het betrokken teeltmateriaal van fruitgewassen en de betrokken fruitgewassen

Agrobacterium tumefaciens (Smith & Townsend) Conn [AGRBTU]

Cydonia oblonga Mill.,

Juglans regia L.,

Malus Mill.,

Prunus armeniaca L., Prunus avium L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley, Pyrus L., Vaccinium L.

0 %

Agrobacterium spp. Conn [1AGRBG]

Rubus L.

0 %

Candidatus Phlomobacter fragariae Zreik, Bové & Garnier [PHMBFR]

Fragaria L.

0 %

Erwinia amylovora (Burrill) Winslow et al. [ERWIAM]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Cydonia Mill., Malus Mill., Pyrus L.

0 %

Pseudomonas avellanae Janse et al. [PSDMAL]

Corylus avellana L.

0 %

Pseudomonas savastanoi pv. savastanoi (Smith) Gardan et al. [PSDMSA]

Olea europaea L.

0 %

Pseudomonas syringae pv. morsprunorum (Wormald) Young, Dye & Wilkie [PSDMMP]

Prunus armeniaca L., Prunus avium L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley

0 %

Pseudomonas syringae pv. persicae (Prunier, Luisetti &. Gardan) Young, Dye & Wilkie [PSDMPE]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley

0 %

Pseudomonas syringae pv. Syringae van Hall [PSDMSY]

Cydonia oblonga Mill., Malus Mill., Pyrus L., Prunus armeniaca L.

0 %

Pseudomonas viridiflava (Burkholder) Dowson [PSDMVF]

Prunus armeniaca L.

0 %

Rhodococcus fascians Tilford [CORBFA]

Rubus L.

0 %

Spiroplasma citri Saglio et al. [SPIRCI]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf. en hybriden daarvan

0 %

Xanthomonas arboricola pv. Corylina (Miller, Bollen, Simmons, Gross & Barss) Vauterin, Hoste, Kersters & Swings [XANTCY]

Corylus avellana L.

0 %

Xanthomonas arboricola pv. Juglandi (Pierce) Vauterin et al. [XANTJU]

Juglans regia L.

0 %

Xanthomonas arboricola pv. pruni (Smith) Vauterin et al. [XANTPR]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Prunus amygladus Batsch, Prunus armeniaca L., Prunus avium L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley

0 %

Xanthomonas campestris pv. fici (Cavara) Dye [XANTFI]

Ficus carica L.

0 %

Xanthomonas fragariae Kennedy & King [XANTFR]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Fragaria L.

0 %

Schimmels en oömyceten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het betrokken teeltmateriaal van fruitgewassen en de betrokken fruitgewassen

Armillariella mellea (Vahl) Kummer [ARMIME]

Corylus avellana L., Cydonia oblonga Mill., Ficus carica L., Juglans regia L., Malus Mill., Pyrus L

0 %

Chondrostereum purpureum Pouzar [STERPU]

Cydonia oblonga Mill., Juglans regia L., Malus Mill., Pyrus L.

0 %

Colletotrichum acutatum Simmonds [COLLAC]

Fragaria L.

0 %

Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr [ENDOPA]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Castanea sativa Mill.

0 %

Diaporthe strumella (Fries) Fuckel [DIAPST]

Ribes L.

0 %

Diaporthe vaccinii Shear [DIAPVA]

Vaccinium L.

0 %

Exobasidium vaccinii (Fuckel) Woronin [EXOBVA]

Vaccinium L.

0 %

Glomerella cingulata (Stoneman) Spaulding & von Schrenk [GLOMCI]

Cydonia oblonga Mill., Malus Mill., Pyrus L.

0 %

Godronia cassandrae (anamorph Topospora myrtilli) Peck [GODRCA]

Vaccinium L.

0 %

Microsphaera grossulariae (Wallroth) Léveillé [MCRSGR]

Ribes L.

0 %

Mycosphaerella punctiformis Verkley & U. Braun [RAMUEN]

Castanea sativa Mill.

0 %

Neofabraea alba Desmazières [PEZIAL]

Cydonia oblonga Mill., Malus Mill., Pyrus L.

0 %

Neofabraea malicorticis Jackson [PEZIMA]

Cydonia oblonga Mill., Malus Mill., Pyrus L.

0 %

Neonectria ditissima (Tulasne & C. Tulasne) Samuels & Rossman [NECTGA]

Cydonia oblonga Mill., Juglans regia L., Malus Mill., Pyrus L.

0 %

Peronospora rubi Rabenhorst [PERORU]

Rubus L.

0 %

Phytophthora cactorum (Lebert & Cohn) J.Schröter [PHYTCC]

Cydonia oblonga Mill., Fragaria L., Juglans regia L., Malus Mill., Prunus armeniaca L., Prunus avium L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley, Pyrus L.

0 %

Phytophthora cambivora (Petri) Buisman [PHYTCM]

Castanea sativa Mill., Pistacia vera L.

0 %

Phytophthora cinnamomi Rands [PHYTCN]

Castanea sativa Mill.

0 %

Phytophthora citrophthora (R.E.Smith & E.H.Smith) Leonian [PHYTCO ]

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf.

0 %

Phytophthora cryptogea Pethybridge & Lafferty [PHYTCR]

Pistacia vera L.

0 %

Phytophthora fragariae C.J. Hickman [PHYTFR]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Fragaria L.

0 %

Phytophthora nicotianae var. parasitica (Dastur) Waterhouse [PHYTNP]

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf.

0 %

Phytophthora spp. de Bary [1PHYTG]

Rubus L.

0 %

Plenodomus tracheiphilus (Petri) Gruyter, Aveskamp & Verkley [DEUTTR]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf. en hybriden daarvan

0 %

Podosphaera aphanis (Wallroth) Braun & Takamatsu [PODOAP]

Fragaria L.

0 %

Podosphaera mors-uvae (Schweinitz) Braun & Takamatsu [SPHRMU]

Ribes L.

0 %

Rhizoctonia fragariae Hussain & W.E.McKeen [RHIZFR]

Fragaria L.

0 %

Rosellinia necatrix Prillieux [ROSLNE]

Pistacia vera L.

0 %

Sclerophora pallida Yao & Spooner [SKLPPA]

Cydonia oblonga Mill., Malus Mill., Pyrus L.

0 %

Verticillium albo-atrum Reinke & Berthold [VERTAA]

Corylus avellana L., Cydonia oblonga Mill., Fragaria L., Malus Mill., Pyrus L.

0 %

Verticillium dahliae Kleb [VERTDA]

Corylus avellana L., Cydonia oblonga Mill., Fragaria L. Malus Mill., Olea europaea L., Pistacia vera L., Prunus armeniaca L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley, Pyrus L.

0 %

Insecten en mijten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het betrokken teeltmateriaal van fruitgewassen en de betrokken fruitgewassen

Aleurothrixus floccosus Maskell [ALTHFL]

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf.

0 %

Cecidophyopsis ribis Westwood [ERPHRI]

Ribes L.

0 %

Ceroplastes rusci Linnaeus [CERPRU]

Ficus carica L.

0 %

Chaetosiphon fragaefolii Cockerell [CHTSFR]

Fragaria L.

0 %

Dasineura tetensi Rübsaamen [DASYTE]

Ribes L.

0 %

Epidiaspis leperii Signoret [EPIDBE]

Juglans regia L.

0 %

Eriosoma lanigerum Hausmann [ERISLA]

Cydonia oblonga Mill., Malus Mill., Pyrus L.

0 %

Parabemisia myricae Kuwana [PRABMY]

Citrus L., Fortunella Swingle, en Poncirus Raf.

0 %

Phytoptus avellanae Nalepa [ERPHAV]

Corylus avellana L.

0 %

Phytonemus pallidus Banks [TARSPA]

Fragaria L.

0 %

Pseudaulacaspis pentagona Targioni-Tozzetti [PSEAPE]

Juglans regia L., Prunus armeniaca L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley, Ribes L.

0 %

Psylla spp. Geoffroy [1PSYLG]

Cydonia oblonga Mill., Malus Mill., Pyrus L.

0 %

Quadraspidiotus perniciosus Comstock [QUADPE]

Juglans regia L., Prunus avium L., Prunus armeniaca L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley, Ribes L.

0 %

Resseliella theobaldi Barnes [THOMTE]

Rubus L.

0 %

Tetranychus urticae Koch [TETRUR]

Ribes L.

0 %

Nematoden

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het betrokken teeltmateriaal van fruitgewassen en de betrokken fruitgewassen

Aphelenchoides besseyi Christie [APLOBE]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Fragaria L.

0 %

Aphelenchoides blastophthorus Franklin [APLOBL]

Fragaria L.

0 %

Aphelenchoides fragariae (Ritzema Bos) Christie [APLOFR]

Fragaria L.

0 %

Aphelenchoides ritzemabosi (Schwartz) Steiner & Buhrer [APLORI]

Fragaria L., Ribes L.

0 %

Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev [DITYDI]

Fragaria L., Ribes L.

0 %

Heterodera fici Kirjanova [HETDFI]

Ficus carica L.

0 %

Longidorus attenuatus Hooper [LONGAT]

Fragaria L., Prunus avium L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley, Rubus L.

0 %

Longidorus elongatus (de Man) Thorne & Swanger [LONGEL]

Fragaria L. Prunus avium L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley, Ribes L., Rubus L.

0 %

Longidorus macrosoma Hooper [LONGMA]

Fragaria L. Prunus avium L., Prunus cerasus L., Ribes L., Rubus L.

0 %

Meloidogyne arenaria Chitwood [MELGAR]

Ficus carica L. Olea europaea L., Prunus avium L., Prunus armeniaca L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley

0 %

Meloidogyne hapla Chitwood [MELGHA]

Cydonia oblonga Mill., Fragaria L., Malus Mill., Pyrus L.

0 %

Meloidogyne incognita (Kofold & White) Chitwood [MELGIN]

Ficus carica L. Olea europaea L., Prunus avium L., Prunus armeniaca L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley

0 %

Meloidogyne javanica Chitwood [MELGJA]

Cydonia oblonga Mill., Ficus carica L., Malus Mill. Olea europaea L., Prunus avium L., Prunus armeniaca L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley, Pyrus L.

0 %

Pratylenchus penetrans (Cobb) Filipjev & Schuurmans-Stekhoven [PRATPE]

Cydonia oblonga Mill., Ficus carica L.Malus Mill., Pistacia vera L., Prunus avium L., Prunus armeniaca L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley, Pyrus L

0 %

Pratylenchus vulnus Allen & Jensen [PRATVU]

Citrus L., Cydonia oblonga Mill., Ficus carica L., Fortunella Swingle, Fragaria L., Malus Mill., Olea europaea L., Pistacia vera L., Poncirus Raf., Prunus avium L., Prunus armeniaca L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley, Pyrus L

0 %

Tylenchulus semipenetrans Cobb [TYLESE]

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf.

0 %

Xiphinema diversicaudatum (Mikoletzky) Thorne [XIPHDI]

Fragaria L., Juglans regia L., Olea europaea L., Prunus avium L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley, Ribes L., Rubus L.

0 %

Xiphinema index Thorne & Allen [XIPHIN]

Pistacia vera L.

0 %

Virussen, viroïden, virusachtige ziekten en fytoplasma’s

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor het betrokken teeltmateriaal van fruitgewassen en de betrokken fruitgewassen

Apple chlorotic leaf spot virus [ACLSV0]

Cydonia oblonga Mill., Malus Mill., Prunus avium L., Prunus armeniaca L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley, Pyrus L.

0 %

Apple dimple fruit viroid [ADFVD0]

Malus Mill.

0 %

Apple flat limb agent [AFL000]

Malus Mill.

0 %

Apple mosaic virus [APMV00]

Corylus avellana L., Malus Mill. Prunus avium L., Prunus armeniaca L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley, Rubus L.

0 %

Apple star crack agent [APHW00]

Malus Mill.

0 %

Apple rubbery wood agent [ARW000]

Cydonia oblonga Mill., Malus Mill. en Pyrus L.

0 %

Apple scar skin viroid [ASSVD0]

Malus Mill.

0 %

Apple stem-grooving virus [ASGV00]

Cydonia oblonga Mill., Malus Mill., Pyrus L.

0 %

Apple stem-pitting virus [ASPV00]

Cydonia oblonga Mill., Malus Mill., Pyrus L.

0 %

Apricot latent virus [ALV000]

Prunus armeniaca L., Prunus persica (L.) Batsch

0 %

Arabis mosaic virus [ARMV00]

Fragaria L., Olea europaea L., Prunus avium L., Prunus cerasus L., Ribes L., Rubus L.

0 %

Aucuba mosaic agent en blackcurrant yellows agent gecombineerd

Ribes L.

0 %

Black raspberry necrosis virus [BRNV00]

Rubus L.

0 %

Blackcurrant reversion virus [BRAV00]

Ribes L.

0 %

Blueberry mosaic associated virus [BLMAV0]

Vaccinium L.

0 %

Blueberry red ringspot virus [BRRV00]

Vaccinium L.

0 %

Blueberry scorch virus [BLSCV0]

Vaccinium L.

0 %

Blueberry shock virus [BLSHV0]

Vaccinium L.

0 %

Blueberry shoestring virus [BSSV00]

Vaccinium L.

0 %

Candidatus Phytoplasma asteris Lee et al. [PHYPAS]

Fragaria L., Vaccinium L.

0 %

Candidatus Phytoplasma australiense Davis et al. [PHYPAU]

Fragaria L.

0 %

Candidatus Phytoplasma fragariae Valiunas, Staniulis & Davis [PHYPFG]

Fragaria L.

0 %

Candidatus Phytoplasma mali Seemüller & Schneider [PHYPMA]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Malus Mill.

0 %

Candidatus Phytoplasma pruni [PHYPPN]

Fragaria L., Vaccinium L.

0 %

Candidatus Phytoplasma prunorum Seemüller & Schneider [PHYPPR]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Prunus avium L., Prunus armeniaca L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley

0 %

Candidatus Phytoplasma pyri Seemüller & Schneider [PHYPPY]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Pyrus L.

0 %

Candidatus Phytoplasma rubi Malembic-Maher et al. [PHYPRU]

Rubus L.

0 %

Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al. [PHYPSO]

Fragaria L., Vaccinium L.

0 %

Cherry green ring mottle virus [CGRMV0]

Prunus avium L., Prunus cerasus L.

0 %

Cherry leaf roll virus [CLRV00]

Juglans regia L., Olea europaea L., Prunus avium L., Prunus cerasus L.

0 %

Cherry mottle leaf virus [CMLV00]

Prunus avium L., Prunus cerasus L.

0 %

Cherry necrotic rusty mottle virus [CRNRM0]

Prunus avium L., Prunus cerasus L.

0 %

Chestnut mosaic agent

Castanea sativa Mill.

0 %

Citrus cristacortis agent [CSCC00]

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf.

0 %

Citrus exocortis viroid [CEVD00]

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf.

0 %

Citrus impietratura agent [CSI000]

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf.

0 %

Citrus leaf Blotch virus [CLBV00]

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf.

0 %

Citrus psorosis virus [CPSV00]

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf.

0 %

Citrus tristeza virus [CTV000] (EU-isolaten)

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf. en hybriden daarvan

0 %

Citrus variegation virus [CVV000]

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf.

0 %

Clover phyllody phytoplasma [PHYP03]

Fragaria L.

0 %

Cranberry false blossom phytoplasma [PHYPFB]

Vaccinium L.

0 %

Cucumber mosaic virus [CMV000]

Ribes L., Rubus L.

0 %

Fig mosaic agent [FGM000]

Ficus carica L.

0 %

Vruchtafwijkingen: chat fruit [APCF00], green crinkle [APGC00], bumpy fruit of Ben Davis, rough skin [APRSK0], star crack, russet ring [APLP00], russet wart

Malus Mill.

0 %

Gooseberry vein banding associated virus [GOVB00]

Ribes L.

0 %

Hop stunt viroid [HSVD00]

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf.

0 %

Little cherry virus 1 en 2 [LCHV10], [LCHV20])

Prunus avium L., Prunus cerasus L.

0 %

Myrobalan latent ringspot virus [MLRSV0]

Prunus domestica L., Prunus salicina Lindley

0 %

Olive leaf yellowing associated virus [OLYAV0]

Olea europaea L.

0 %

Olive vein yellowing-associated virus [OVYAV0]

Olea europaea L.

0 %

Olive yellow mottling and decline associated virus [OYMDAV]

Olea europaea L.

0 %

Peach latent mosaic viroid [PLMVD0]

Prunus persica (L.) Batsch

0 %

Pear bark necrosis agent [PRBN00]

Cydonia oblonga Mill., Pyrus L.

0 %

Pear bark split agent [PRBS00]

Cydonia oblonga Mill., Pyrus L.

0 %

Pear blister canker viroid [PBCVD0]

Cydonia oblonga Mill., Pyrus L.

0 %

Pear rough bark agent [PRRB00]

Cydonia oblonga Mill., Pyrus L.

0 %

Plum pox virus [PPV000]

Prunus armeniaca L., Prunus avium L., Prunus cerasifera, Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley.

Voor Prunus-hybriden waarbij materiaal is geënt op onderstammen, andere soorten van Prunus L.-onderstammen die vatbaar zijn voor Plum pox virus.

0 %

Prune dwarf virus [PDV000]

Prunus avium L., Prunus armeniaca L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley

0 %

Prunus necrotic ringspot virus [PNRSV0]

Prunus avium L., Prunus armeniaca L., Prunus cerasus L., Prunus domestica L., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina Lindley

0 %

Quince yellow blotch agent [ARW000]

Cydonia oblonga Mill., Pyrus L.

0 %

Raspberry bushy dwarf virus [RBDV00]

Rubus L.

0 %

Raspberry leaf mottle virus [RLMV00]

Rubus L.

0 %

Raspberry ringspot virus [RPRSV0]

Fragaria L., Prunus avium L., Prunus cerasus L., Ribes L., Rubus L.

0 %

Raspberry vein chlorosis virus [RVCV00]

Rubus L.

0 %

Raspberry yellow spot [RYS000]

Rubus L.

0 %

Rubus yellow net virus [RYNV00]

Rubus L.

0 %

Strawberry crinkle virus [SCRV00]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Fragaria L.

0 %

Strawberry latent ringspot virus [SLRSV0]

Fragaria L., Olea europaea L., Prunus avium L., Prunus cerasus L., Prunus persica (L.) Batsch, Ribes L., Rubus L.

0 %

Strawberry mild yellow edge virus [SMYEV0]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Fragaria L.

0 %

Strawberry mottle virus [SMOV00]

Fragaria L.

0 %

Strawberry multiplier disease phytoplasma [PHYP75]

Fragaria L.

0 %

Strawberry vein banding virus [SVBV00]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Fragaria L.

0 %

Tomato black ring virus [TBRV00]

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Fragaria L., Prunus avium L., Prunus cerasus L., Rubus L.

0 %

DEEL K

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende zaad van Solanum tuberosum L.

Virussen, viroïden, virusachtige ziekten en fytoplasma’s

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen

Voor opplant bestemde planten

Drempelwaarde voor de zaden

Potato spindle tuber viroid [PSTVD0]

Solanum tuberosum L.

0 %

DEEL L

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende voor opplant bestemde planten van Humulus lupulus, met uitzondering van zaden

Schimmels en oömyceten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor de voor opplant bestemde plant

Verticillium dahliae Kleb. [VERTDA]

Humulus lupulus L.

0 %

Verticillium nonalfalfae Inderbitzin, H.W. Platt, Bostock, R.M. Davis & K.V. Subbarao [VERTNO]

Humulus lupulus L.

0 %


BIJLAGE V

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op specifieke voor opplant bestemde planten te voorkomen

INHOUDSOPGAVE

Deel A:

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op zaaizaad van groenvoedergewassen te voorkomen

1.

Inspectie van het gewas

2.

Bemonstering en toetsing van zaaizaad van groenvoedergewassen

3.

Aanvullende maatregelen voor bepaalde plantensoorten

Deel B:

Maatregelen betreffende zaaigranen

1.

Inspectie van het gewas

2.

Bemonstering en toetsing van zaaigranen

3.

Aanvullende maatregelen voor zaden van Oryza sativa L.

Deel C:

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op teeltmateriaal van siergewassen en voor opplant bestemde planten voor sierdoeleinden te voorkomen

Deel D:

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op bosbouwkundig teeltmateriaal, met uitzondering van zaden, te voorkomen

1.

Visuele inspecties

2.

Maatregelen per geslacht of soort en categorie

Deel E:

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op groentezaad te voorkomen

Deel F:

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op pootaardappelen te voorkomen

Deel G:

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen te voorkomen

1.

Inspectie van het gewas

2.

Bemonstering en toetsing van zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen

3.

Aanvullende maatregelen voor zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen

Deel H:

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaden, te voorkomen

Deel I:

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op zaad van Solanum tuberosum te voorkomen

Deel J:

Maatregelen om de aanwezigheid van de gereguleerde niet-quarantaineorganismen op voor opplant bestemde planten van Humulus lupulus, met uitzondering van zaden, te voorkomen

DEEL A

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op zaaizaad van groenvoedergewassen te voorkomen

1.   Inspectie van het gewas

1)

De bevoegde autoriteit, of de professionele marktdeelnemer onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, verricht inspecties ter plaatse van het gewas waarvan het zaaizaad van groenvoedergewassen wordt geteeld, wat de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen in het gewas betreft, om te garanderen dat de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen de in deze tabel vastgestelde drempelwaarden niet overschrijdt:

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarden voor de productie van prebasiszaad

Drempelwaarden voor de productie van basiszaad

Drempelwaarden voor de productie van gecertificeerd zaad

Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus (McCulloch 1925) Davis et al. [CORBIN]

Medicago sativa L.

0 %

0 %

0 %

Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev [DITYDI]

Medicago sativa L.

0 %

0 %

0 %

De bevoegde autoriteit kan inspecteurs, met uitzondering van professionele marktdeelnemers, toestemming verlenen om de inspecties ter plaatse in haar naam en onder haar officiële toezicht te verrichten.

2)

De inspecties ter plaatse moeten worden verricht wanneer de toestand en het ontwikkelingsstadium van het gewas een adequate controle mogelijk maken. Er moet ten minste één inspectie ter plaatse per jaar plaatsvinden, op het meest gepaste tijdstip om de respectieve gereguleerde niet-quarantaineorganismen op te sporen.

3)

De bevoegde autoriteit bepaalt de omvang, het aantal en de verspreiding van de delen van het veld die met gebruikmaking van passende methoden moeten worden geïnspecteerd.

Het aandeel van de gewassen voor de zaadproductie dat door de bevoegde autoriteit officieel moet worden geïnspecteerd, bedraagt ten minste 5 %.

2.   Bemonstering en toetsing van zaaizaad van groenvoedergewassen

1)

De bevoegde autoriteit:

a)

neemt officieel zaadmonsters uit partijen zaaizaad van groenvoedergewassen;

b)

staat monsternemers toe om namens haar en onder haar officiële toezicht monsters te nemen;

c)

vergelijkt de zaadmonsters die zij zelf heeft genomen met de monsters van dezelfde partij zaad die onder officieel toezicht door de monsternemers als bedoeld onder b) zijn genomen;

d)

houdt toezicht op de prestaties van de monsternemers overeenkomstig punt 2).

2)

De bevoegde autoriteit of de professionele marktdeelnemer die onder officieel toezicht staat, bemonstert en toetst het zaaizaad van groenvoedergewassen in overeenstemming met recente internationale methoden.

Behalve in het geval van automatische bemonstering, controleert de bevoegde autoriteit steekproefsgewijs ten minste 5 % van de voor officiële certificering geleverde partijen zaad. Dit percentage moet zo gelijkmatig mogelijk worden gespreid over de natuurlijke personen en over de rechtspersonen die zaad voor certificering leveren, en over de geleverde rassen, maar de monsters mogen ook zodanig worden gekozen dat specifieke twijfel wordt weggenomen.

3)

Bij automatische bemonstering worden passende procedures toegepast en wordt officieel toezicht uitgeoefend.

Bij het onderzoek van het zaad voor certificering geschiedt de bemonstering uit homogene partijen. Wat het gewicht van de partijen zaaizaad en van de monsters betreft, is de tabel van bijlage III bij Richtlijn 66/401/EEG van toepassing.

3.   Aanvullende maatregelen voor bepaalde plantensoorten

De bevoegde autoriteiten, of de professionele marktdeelnemers onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteiten, verrichten de volgende aanvullende inspecties of nemen andere maatregelen voor bepaalde plantensoorten, op:

1)

het prebasiszaad, basiszaad en gecertificeerd zaad van Medicago sativa L. om de aanwezigheid van Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus te voorkomen, en om er zeker van te zijn dat:

a)

de zaden afkomstig zijn uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus, of

b)

het gewas geteeld is op een perceel waarop gedurende de laatste drie jaar vóór de inzaaiing geen Medicago sativa L. is geteeld, en bij de inspectie ter plaatse op de productielocatie geen symptomen van Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus zijn waargenomen tijdens de inspectie op de productielocatie, of dat op een aangrenzend veld met Medicago sativa L. geen symptomen van Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus zijn waargenomen tijdens de vorige teelt, of

c)

het gewas tot een ras behoort dat als sterk resistent tegen Clavibacter michiganensis ssp. insidiosus is erkend, en het gehalte aan inert materiaal niet meer dan 0,1 % van het gewicht bedraagt;

2)

het prebasiszaad, basiszaad en gecertificeerd zaad van Medicago sativa L. om de aanwezigheid van Ditylenchus dipsaci te voorkomen, en om er zeker van te zijn dat:

a)

tijdens de vorige teelt op de productielocatie geen symptomen van Ditylenchus dipsaci zijn waargenomen en dat gedurende de twee voorafgaande jaren op de productielocatie geen hoofdgewassen zijn geteeld en er passende hygiënemaatregelen zijn getroffen om besmetting van de productieplaats te voorkomen, of

b)

tijdens de vorige teelt op de productielocatie geen symptomen van Ditylenchus dipsaci zijn waargenomen en bij laboratoriumproeven op een representatief monster geen Ditylenchus dipsaci is aangetroffen, of

c)

de zaden een adequate fysische of chemische behandeling tegen Ditylenchus dipsaci hebben ondergaan en bij laboratoriumproeven op een representatief monster vrij zijn bevonden van dat plaagorganisme.

DEEL B

Maatregelen betreffende zaaigranen

1.   Inspectie van het gewas

1)

De bevoegde autoriteit, of de professionele marktdeelnemer onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, verricht inspecties ter plaatse van het gewas waarvan het zaaigraan wordt geteeld om te bevestigen dat de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen de in deze tabel vastgestelde drempelwaarden niet overschrijdt:

Schimmels en oömyceten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarden voor de productie van prebasiszaad

Drempelwaarden voor de productie van basiszaad

Drempelwaarden voor de productie van gecertificeerd zaad

Gibberella fujikuroi Sawada [GIBBFU]

Oryza sativa L.

Niet meer dan twee planten met symptomen per 200 m2 geconstateerd tijdens inspecties ter plaatse op gepaste tijdstippen van een representatief monster van de planten in elk gewas.

Niet meer dan twee planten met symptomen per 200 m2 geconstateerd tijdens inspecties ter plaatse op gepaste tijdstippen van een representatief monster van de planten in elk gewas.

Gecertificeerd zaad van de eerste generatie (C1):

Niet meer dan vier planten met symptomen per 200 m2 geconstateerd tijdens inspecties ter plaatse op gepaste tijdstippen van een representatief monster van de planten in elk gewas.

Gecertificeerd zaad van de tweede generatie (C2):

Niet meer dan acht planten met symptomen per 200 m2 geconstateerd tijdens inspecties ter plaatse op gepaste tijdstippen van een representatief monster van de planten in elk gewas.

Nematoden

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarden voor de productie van prebasiszaad

Drempelwaarden voor de productie van basiszaad

Drempelwaarden voor de productie van gecertificeerd zaad

Aphelenchoides besseyi Christie [APLOBE]

Oryza sativa L.

0 %

0 %

0 %

De bevoegde autoriteit kan inspecteurs, met uitzondering van professionele marktdeelnemers, toestemming verlenen om de inspecties ter plaatse in haar naam en onder haar officiële toezicht te verrichten.

2)

De inspecties ter plaatse moeten worden verricht wanneer de toestand en het ontwikkelingsstadium van het gewas een adequate controle mogelijk maken.

Er moet ten minste één inspectie ter plaatse per jaar plaatsvinden, op het meest gepaste tijdstip om de respectieve gereguleerde niet-quarantaineorganismen op te sporen.

3)

De bevoegde autoriteit bepaalt de omvang, het aantal en de verspreiding van de delen van het veld die met gebruikmaking van passende methoden moeten worden geïnspecteerd.

Het aandeel van de gewassen voor de zaadproductie dat door de bevoegde autoriteit officieel moet worden geïnspecteerd, bedraagt ten minste 5 %.

2.   Bemonstering en toetsing van zaaigranen

1)

De bevoegde autoriteit:

a)

neemt officieel monsters van partijen zaaigraan;

b)

staat monsternemers toe om namens haar en onder officieel toezicht monsters te nemen;

c)

vergelijkt de zaadmonsters die zij zelf heeft genomen met de monsters van dezelfde partij zaad die onder officieel toezicht door de monsternemers als bedoeld onder b) zijn genomen;

d)

houdt toezicht op de prestaties van de monsternemers overeenkomstig punt 2).

2)

De bevoegde autoriteit of de professionele marktdeelnemer die onder officieel toezicht staat, bemonstert en toetst de zaaigranen volgens de actuele internationale methoden.

Behalve in het geval van automatische bemonstering, controleert de bevoegde autoriteit steekproefsgewijs ten minste 5 % van de voor officiële certificering geleverde partijen zaad. Dit percentage moet zo gelijkmatig mogelijk worden gespreid over de natuurlijke personen en over de rechtspersonen die zaad voor certificering leveren, en over de geleverde rassen, maar de monsters mogen ook zodanig worden gekozen dat specifieke twijfel wordt weggenomen.

3)

Bij automatische bemonstering worden passende procedures toegepast en wordt officieel toezicht uitgeoefend.

Bij het onderzoek van het zaad voor certificering geschiedt de bemonstering uit homogene partijen. Wat het gewicht van de partijen zaaizaad en van de monsters betreft, zijn de bepalingen van de tabel van bijlage III bij Richtlijn 66/402/EEG van toepassing.

3.   Aanvullende maatregelen voor zaden van Oryza sativa L.

De bevoegde autoriteit, of de professionele marktdeelnemer onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, verricht de volgende aanvullende inspecties en neemt alle andere maatregelen om ervoor te zorgen dat het zaad van Oryza sativa L. aan een van de volgende vereisten voldoet:

a)

afkomstig zijn uit een gebied waarvan bekend is dat het vrij is van Aphelenchoides besseyi;

b)

officieel zijn getest door de bevoegde autoriteiten door middel van passende nematologische tests op een representatief monster uit elke partij, en vrij zijn bevonden van Aphelenchoides besseyi;

c)

een passende warmwaterbehandeling of een andere passende behandeling tegen Aphelenchoides besseyi hebben ondergaan.

DEEL C

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen betreffende teeltmateriaal van siergewassen en andere voor opplant bestemde planten voor sierdoeleinden te voorkomen

De volgende maatregelen worden genomen met betrekking tot de respectieve gereguleerde niet-quarantaineorganismen en de voor opplant bestemde planten:

De bevoegde autoriteit, of de professionele marktdeelnemer onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, verricht controles en neemt alle andere maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de in onderstaande tabel bedoelde voorschriften met betrekking tot de gereguleerde niet-quarantaineorganismen en voor opplant bestemde planten is voldaan:

Bacteriën

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Voorschriften

Erwinia amylovora (Burrill) Winslow et al.

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Amelanchier Medik., Chaenomeles Lindl., Cotoneaster Medik., Crataegus Tourn. ex L., Cydonia Mill., Eriobtrya Lindl., Malus Mill., Mespilus Bosc ex Spach, Photinia davidiana Decne., Pyracantha M. Roem., Pyrus L., Sorbus L.

a)

de planten zijn geteeld in gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Erwinia amylovora (Burrill) Winslow et al.,

of

b)

de planten zijn geteeld op een productielocatie die tijdens het laatste teeltseizoen op een gepast tijdstip visueel is geïnspecteerd, en planten met symptomen van dat plaagorganisme, en eventuele omringende waardplanten, zijn onmiddellijk verwijderd en vernietigd.

Pseudomonas syringae pv. persicae (Prunier, Luisetti &. Gardan) Young, Dye & Wilkie

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Prunus persica (L.) Batsch,

Prunus salicina Lindl.

a)

de planten zijn geproduceerd in gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Pseudomonas syringae pv. persicae (Prunier, Luisetti & Gardan) Young, Dye & Wilkie,

of

b)

de planten zijn geteeld op een productielocatie die gedurende het laatste volledige teeltseizoen bij visuele inspectie vrij is bevonden van Pseudomonas syringae pv. persicae (Priunier, Luisetti & Garan) Young, Dye & Wilkie, en planten met symptomen in de onmiddellijke nabijheid zijn onmiddellijk verwijderd en vernietigd,

of

c)

niet meer dan 2 % van de planten in de partij heeft gedurende het laatste teeltseizoen bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen om het plaagorganisme op te sporen symptomen vertoond, en die planten met symptomen en planten met symptomen in de onmiddellijke nabijheid zijn verwijderd en onmiddellijk vernietigd.

Spiroplasma citri Saglio

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf. en hybriden daarvan

De planten zijn afkomstig van moederplanten die visueel zijn geïnspecteerd op het meest gepaste tijdstip om het plaagorganisme op te sporen en vrij zijn bevonden van Spiroplasma citri Saglio, en

a)

de planten zijn geproduceerd in gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Spiroplasma citri Saglio, of

b)

de productielocatie is gedurende het laatste volledige teeltseizoen vrij bevonden van Spiroplasma citri Saglio, bij visuele inspectie op het meest gepaste tijdstip om het plaagorganisme op te sporen tijdens het laatste teeltseizoen, of

c)

niet meer dan 2 % van de planten heeft gedurende het laatste teeltseizoen symptomen vertoond bij een visuele inspectie op het gepaste tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, en alle besmette planten zijn onmiddellijk verwijderd en vernietigd.

Xanthomonas arboricola pv. pruni (Smith) Vauterin et al.

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Prunus L.

a)

de planten zijn geproduceerd in een gebied waarvan bekend is dat het vrij is van Xanthomonas arboricola pv. pruni Vauterin et al., of

b)

de planten zijn geteeld op een productielocatie die gedurende het laatste volledige teeltseizoen bij visuele inspectie vrij is bevonden van Xanthomonas arboricola pv. pruni Vauterin et al., en planten met symptomen in de onmiddellijke nabijheid, en de naburige planten, zijn onmiddellijk verwijderd en vernietigd, tenzij zij zijn getest op basis van een representatief monster van planten met symptomen en bij die tests is aangetoond dat de symptomen niet worden veroorzaakt door Xanthomonas arboricola pv. pruni Vauterin et al., of

c)

niet meer dan 2 % van de planten in de partij vertoonde tijdens het laatste teeltseizoen bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen symptomen, en die planten met symptomen en alle planten met symptomen op de productielocatie en in de directe omgeving, en de naburige planten zijn onmiddellijk verwijderd en vernietigd, tenzij zij zijn getest op basis van een representatief monster van planten met symptomen en bij die tests is aangetoond dat de symptomen niet worden veroorzaakt door Xanthomonas arboricola pv. pruni Vauterin et al., of

d)

in het geval van altijdgroene soorten zijn de planten vóór het in het verkeer brengen visueel geïnspecteerd en vrij bevonden van symptomen van Xanthomonas arboricola pv. pruni Vauterin et al.

Xanthomonas euvesicatoria Jones et al.

Capsicum annuum L.

1)

Voor zaden:

a)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Xanthomonas euvesicatoria Jones et al.,

of

b)

bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen om het plaagorganisme op te sporen tijdens de volledige vegetatiecyclus van de planten op de productielocatie zijn geen symptomen van ziekte veroorzaakt door Xanthomonas euvesicatoria Jones et al waargenomen,

of

c)

de zaden zijn officieel getest op Xanthomonas euveicatoria Jones et al., op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, al dan niet na een passende behandeling, en zijn bij deze tests vrij gebleken van Xanthomonas euveicatoria Jones et al.

2)

Voor planten, met uitzondering van zaden:

a)

de zaailingen zijn opgekweekt uit zaden die voldoen aan de voorschriften van punt 1) van deze rubriek,

en

b)

jonge planten zijn gehouden in goede hygiënische omstandigheden om infectie te voorkomen.

Xanthomonas gardneri (ex Šutič) Jones et al.

Capsicum annuum L.

1)

Voor zaden:

a)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Xanthomonas gardneri (ex Šutič) Jones et al.,

of

b)

bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen tijdens de volledige vegetatiecyclus van de planten op de productielocatie zijn geen symptomen van ziekte veroorzaakt door Xanthomonas gardsneri (ex Šutič) Jones et al. waargenomen,

of

c)

de zaden zijn officieel getest op Xanthomonas gardneri (ex Šutič) Jones et al., op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, al dan niet na een passende behandeling, en zijn bij deze tests vrij gebleken van Xanthomonas gardneri (ex Šutič) Jones et al.

2)

Voor planten, met uitzondering van zaden:

a)

de zaailingen zijn opgekweekt uit zaden die voldoen aan de voorschriften van punt 1) van deze rubriek,

en

b)

jonge planten zijn gehouden in goede hygiënische omstandigheden om infectie te voorkomen.

Xanthomonas perforans Jones et al.

Capsicum annuum L.

1)

Voor zaden:

a)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Xanthomonas perforans Jones et al.,

of

b)

bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen tijdens de volledige vegetatiecyclus van de planten op de productielocatie zijn geen symptomen van ziekte veroorzaakt door Xanthomonas perforans Jones et al. waargenomen,

of

c)

de zaden zijn officieel getest op Xanthomonas perforans Jones et al., op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, al dan niet na een passende behandeling, en zijn bij deze tests vrij gebleken van Xanthomonas perforans Jones et al.

2)

Voor planten, met uitzondering van zaden:

a)

de zaailingen zijn opgekweekt uit zaden die voldoen aan de voorschriften van punt 1) van deze rubriek,

en

b)

de jonge planten zijn gehouden in goede hygiënische omstandigheden om infectie te voorkomen.

Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al.

Capsicum annuum L.

1)

Voor zaden:

a)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al.,

of

b)

bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen tijdens de volledige vegetatiecyclus van de planten op de productielocatie zijn geen symptomen van ziekte veroorzaakt door Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al. waargenomen,

of

c)

de zaden zijn officieel getest op Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al., op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, al dan niet na een passende behandeling, en zijn bij deze tests vrij gebleken van Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al.

2)

Voor planten, met uitzondering van zaden:

a)

de zaailingen zijn opgekweekt uit zaden die voldoen aan de voorschriften van punt 1) van deze rubriek,

en

b)

jonge planten zijn gehouden in goede hygiënische omstandigheden om infectie te voorkomen.

Schimmels en oömyceten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Maatregelen

Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr

Castanea L.

a)

de planten zijn geproduceerd in gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr,

of

b)

sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op de productielocatie zijn geen symptomen van Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr waargenomen,

of

c)

planten met symptomen van Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr zijn verwijderd, en de resterende planten zijn wekelijks geïnspecteerd, en gedurende ten minste drie weken vóór het in het verkeer brengen zijn op de productielocatie geen symptomen waargenomen.

Dothistroma pini Hulbary,

Dothistroma septosporum (Dorogin) Morelet

Lecanosticta acicola (von Thümen) Sydow

Pinus L.

a)

de planten zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Dothistroma pini Hulbary, Dothistroma septosporum (Dorogin) Morelet en Lecanosticta acicola (von Thümen) Sydow,

of

b)

sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus zijn geen symptomen van de naaldziekte (“needle blight”) veroorzaakt door Dothistroma pini Hulbary, Dothistroma septosporum (Dorogin) Morelet of Lecanosticta acicola (von Thümen) Sydow waargenomen op de productielocatie of in de directe omgeving daarvan,

of

c)

er zijn passende behandelingen verricht tegen de naaldziekte (“needle blight”) veroorzaakt door Dothistroma pini Hulbary, Dothistroma septosporum (Dorogin) Morelet of Lecanosticta acicola (von Thümen) Sydow, en de planten zijn vóór het in het verkeer brengen geïnspecteerd en vrij bevonden van symptomen van deze naaldziekte.

Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni

Zaden van Helianthus annuus L.

a)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni,

of

b)

op de zaadproductielocatie zijn geen symptomen van Plasmopara halstedii (Farlow) waargenomen bij ten minste twee inspecties op gepaste tijdstippen om het plaagorganisme tijdens het teeltseizoen op te sporen,

of

c)

i)

tijdens het teeltseizoen zijn op de zaadproductielocatie ten minste twee inspecties verricht op gepaste tijdstippen om het plaagorganisme op te sporen,

en

ii)

tijdens deze inspecties vertoonde niet meer dan 5 % van de planten symptomen van Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni, en alle planten met symptomen van Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni zijn na de inspectie onmiddellijk verwijderd en vernietigd,

en

iii)

bij de eindinspectie zijn geen planten aangetroffen met symptomen van Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni,

of

d)

i)

tijdens het teeltseizoen zijn op de zaadproductielocatie ten minste twee inspecties verricht op gepaste tijdstippen om het plaagorganisme op te sporen,

en

ii)

alle planten met symptomen van Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni zijn na de inspectie onmiddellijk verwijderd en vernietigd,

en

iii)

bij de eindinspectie zijn geen planten aangetroffen met symptomen van Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni, en een representatief monster van elke partij is getest en vrij bevonden van Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni,

of

e)

de zaden hebben een passende behandeling ondergaan waarvan is aangetoond dat deze doeltreffend is tegen alle bekende stammen van Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni.

Plenodomus tracheiphilus (Petri) Gruyter, Aveskamp & Verkley

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf. en hybriden daarvan

a)

de planten zijn geproduceerd in gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Pluendomus tracheiphilus (Petri) Gruyter, Aveslamp & Verkley,

of

b)

de planten zijn geteeld op een productielocatie die gedurende het laatste volledige teeltseizoen vrij is bevonden van Plenodomus tracheiphilus (Petri) Gruyter, Aveskamp & Verkley, bij ten minste twee visuele inspecties op gepaste tijdstippen tijdens dat teeltseizoen, en planten met symptomen in de onmiddellijke nabijheid zijn onmiddellijk verwijderd en vernietigd,

of

c)

niet meer dan 2 % van de planten in de partij heeft gedurende het laatste teeltseizoen symptomen vertoond bij minstens twee visuele inspecties op gepaste tijdstippen om het plaagorganisme op te sporen, en die planten met symptomen en alle planten met symptomen in de onmiddellijke nabijheid zijn verwijderd en onmiddellijk vernietigd.

Puccinia horiana P. Hennings

Chrysanthemum L.

a)

de planten zijn afkomstig van moederplanten die de laatste drie maanden ten minste eenmaal per maand zijn geïnspecteerd, en op de productielocatie zijn geen symptomen waargenomen,

of

b)

moederplanten met symptomen zijn verwijderd en vernietigd, samen met planten binnen een straal van 1 m, en er is een adequate fysische of chemische behandeling toegepast op de planten die vóór het in het verkeer brengen zijn geïnspecteerd en vrij van symptomen zijn bevonden.

Insecten en mijten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Maatregelen

Aculops fuchsiae Keifer

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Fuchsia L.

a)

de planten zijn geproduceerd in gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Aculops fuchsiae Keifer,

of

b)

bij visuele inspecties op de productielocatie tijdens het voorgaande teeltseizoen op het meest gepaste tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, zijn geen symptomen waargenomen op de planten of de moederplanten waarvan zij afkomstig zijn,

of

c)

er is een adequate chemische of fysische behandeling toegepast vóór het in het verkeer brengen, waarna de planten zijn geïnspecteerd, en er zijn geen symptomen van het plaagorganisme gevonden.

Opogona sacchari Bojer

Beaucarnea Lem., Bougainvillea Comm. ex Juss., Crassula L., Crinum L., Dracaena Vand. ex L., Ficus L., Musa L., Pachira Aubl., Palmae, Sansevieria Thunb., Yucca L.

a)

de planten zijn geproduceerd in gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Opogona sacchari Bojer,

of

b)

de planten zijn geteeld op een productielocatie waar gedurende een periode van ten minste zes maanden vóór het in het verkeer brengen bij visuele inspecties die ten minste om de drie maanden zijn verricht, geen symptomen of tekenen van Opogona sacchari Bojer zijn waargenomen,

of

c)

op de productielocatie wordt een regeling toegepast die bedoeld is om vóór het in het verkeer brengen de populatie van Opogaona sacchari Bojer te observeren en te bestrijden en om besmette planten te verwijderen, en elke partij is visueel geïnspecteerd op het meest gepaste tijdstip om het plaagorganisme op te sporen en is vrij bevonden van symptomen van Opogona sacchari Bojer.

Rhynchophorus ferrugineus (Olivier)

Voor opplant bestemde planten van Palmae, met uitzondering van vruchten en zaden, met een stamdiameter aan de voet van meer dan 5 cm en behorend tot de volgende geslachten of soorten:

Areca catechu L., Arenga pinnata (Wurmb) Merr., Bismarckia Hildebr. & H. Wendl., Borassus flabellifer L., Brahea armata S. Watson, Brahea edulis H.Wendl., Butia capitata (Mart.) Becc., Calamus merrillii Becc., Caryota cumingii Lodd. ex Mart., Caryota maxima Blume, Chamaerops humilis L., Cocos nucifera L., Copernicia Mart., Corypha utan Lam., Elaeis guineensis Jacq., Howea forsteriana Becc., Jubaea chilensis (Molina) Baill., Livistona australis C. Martius, Livistona decora (W. Bull) Dowe, Livistona rotundifolia (Lam.) Mart., Metroxylon sagu Rottb., Phoenix canariensis Chabaud, Phoenix dactylifera L., Phoenix reclinata Jacq., Phoenix roebelenii O'Brien, Phoenix sylvestris (L.) Roxb., Phoenix theophrasti Greuter, Pritchardia Seem. & H. Wendl., Ravenea rivularis Jum. & H. Perrier, Roystonea regia (Kunth) O.F. Cook, Sabal palmetto (Walter) Lodd. ex Schult. & Schult.f., Syagrus romanzoffiana (Cham.) Glassman, Trachycarpus fortunei (Hook.) H. Wendl., Washingtonia H. Wendl.

a)

de planten zijn gedurende de hele levensduur geteeld in een gebied dat door de verantwoordelijke officiële instantie overeenkomstig de desbetreffende internationale normen voor fytosanitaire maatregelen als vrij van Rhynchophorus ferrugineus (Olivier) is bevonden;

b)

de planten zijn gedurende de twee jaar vóór het in het verkeer brengen geteeld op een locatie in de Unie die volledig fysiek beschermd is tegen het binnenbrengen van Rhynchophorus ferrugineus (Olivier), of op een terrein in de Unie waar ten aanzien van dat plaagorganisme passende preventieve behandelingen zijn toegepast;

c)

de planten zijn ten minste eens per vier maanden visueel geïnspecteerd, waarbij is bevestigd dat het materiaal vrij is van Rhynchophorus ferrugineus (Olivier).

Nematoden

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Maatregelen

Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev

Allium sp. L.

a)

de planten of zaadproducerende planten zijn geïnspecteerd, en op de planten zijn geen symptomen van Ditylenchus dipsaci (Kühn) Filipjev waargenomen sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus, of

b)

de bollen zijn vrij bevonden van symptomen van Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev, op basis van visuele inspecties die zijn verricht op het meest gepaste tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, en verpakt voor verkoop aan de eindverbruiker.

Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Camassia Lindl., Chionodoxa Boiss., Crocus flavus Weston, Galanthus L., Hyacinthus Tourn. ex L., Hymenocallis Salisb., Muscari Mill., Narcissus L., Ornithogalum L., Puschkinia Adams, Sternbergia Waldst. & Kit., Scilla L., Tulipa L.

a)

de planten zijn geïnspecteerd, en sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus zijn op de planten geen symptomen van Ditylenchus dipsaci (Kühn) Filipjev waargenomen, of

b)

de bollen zijn vrij bevonden van symptomen van Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev, op basis van visuele inspecties die zijn verricht op het meest gepaste tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, en verpakt voor verkoop aan de eindverbruiker.

Virussen, viroïden, virusachtige ziekten en fytoplasma’s

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Maatregelen

Candidatus Phytoplasma mali Seemüller & Schneider

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Malus Mill.

a)

de planten zijn afkomstig van moederplanten die visueel zijn geïnspecteerd en vrij zijn bevonden van symptomen van Candidatus Phytoplasma mali Seemüller & Schneider, en

b)

i)

de planten zijn geproduceerd in gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn vanCandidatus Phytoplasma mali Seemüller & Schneider,

of

ii)

de planten zijn geteeld op een productielocatie die gedurende het laatste volledige teeltseizoen bij visuele inspectie vrij is bevonden vanCandidatus Phytoplasma mali Seemüller & Schneider, en planten met symptomen in de onmiddellijke nabijheid zijn onmiddellijk verwijderd en vernietigd,

of

iii)

niet meer dan 2 % van de planten op de productielocatie heeft tijdens het laatste teeltseizoen bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen symptomen vertoond, en die planten en planten met symptomen in de onmiddellijke nabijheid zijn onmiddellijk verwijderd en vernietigd, en een representatief monster van de resterende planten zonder symptomen in de partijen waarin de planten met symptomen zijn aangetroffen, is getest en vrij bevonden van Candidatus Phytoplasma mali Seemüller & Schneider.

Candidatus Phytoplasma prunorum Seemüller & Schneider

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Prunus L.

a)

de planten zijn afkomstig van moederplanten die visueel zijn geïnspecteerd en vrij zijn bevonden van symptomen van Candidatus Phytoplasma prunorum Seemüller & Schneider,

en

b)

i)

de planten zijn geproduceerd in gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Candidatus Phytoplasma prunorum Seemüller & Schneider,

of

ii)

de planten zijn geteeld op een productielocatie die gedurende het laatste volledige teeltseizoen bij visuele inspectie vrij is bevonden van Candidatus Phytoplasma prunorum Seemüller & Schneider, en planten met symptomen in de onmiddellijke nabijheid zijn onmiddellijk verwijderd en vernietigd,

of

iii)

niet meer dan 1 % van de planten op de productielocatie heeft tijdens het laatste teeltseizoen bij inspecties op gepaste tijdstippen symptomen vertoond, en die planten met symptomen en de planten met symptomen in de onmiddellijke nabijheid zijn onmiddellijk verwijderd en vernietigd, en een representatief monster van de resterende planten zonder symptomen in de partijen waarin de planten met symptomen zijn aangetroffen, is getest en vrij bevonden van Candidatus Phytoplasma prunorum Seemüller & Schneider.

Candidatus Phytoplasma pyri Seemüller & Schneider

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Pyrus L.

a)

de planten zijn afkomstig van moederplanten die visueel zijn geïnspecteerd en vrij zijn bevonden van symptomen van Candidatus Phytoplasma pyri Seemüller & Schneider, en

b)

i)

de planten zijn geproduceerd in gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Candidatus Phytoplasma pyri Seemüller & Schneider, of

ii)

de planten zijn geteeld op een productielocatie die gedurende het laatste volledige teeltseizoen bij visuele inspectie vrij is bevonden van het plaagorganisme, en planten met symptomen in de onmiddellijke nabijheid zijn onmiddellijk verwijderd en vernietigd, of

c)

niet meer dan 2 % van de planten op de productielocatie heeft tijdens het laatste teeltseizoen bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen symptomen vertoond en die planten met symptomen en planten met symptomen in de onmiddellijke nabijheid zijn onmiddellijk verwijderd en vernietigd.

Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al.

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Lavandula L.

a)

de planten zijn geteeld op een productielocatie waarvan bekend is dat deze vrij is van Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al.,

of

b)

bij visuele inspecties van de partij in de laatste volledige vegetatiecyclus zijn geen symptomen van Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al. waargenomen,

of

c)

planten met symptomen van Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al. zijn verwijderd en vernietigd en de partij is getest op basis van een representatief monster van de resterende planten en is vrij van het plaagorganisme bevonden.

Chrysanthemum stunt viroid

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Argyranthemum Webb ex Sch.Bip., Chrysanthemum L.

De planten zijn afkomstig uit drie generaties van vermeerdering uit voorraden die bij tests vrij zijn bevonden van Chrysanthemum stunt viroid.

Citrus exocortis viroid

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Citrus L.

a)

de planten zijn afkomstig van moederplanten die visueel zijn geïnspecteerd en vrij zijn bevonden van Citrus exocortis viroid,

en

b)

de planten zijn geteeld op een productielocatie die gedurende het laatste volledige teeltseizoen bij visuele inspectie van de planten op het gepaste tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, vrij van het plaagorganisme is bevonden.

Citrus tristeza virus (EU-isolaten)

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf. en hybriden daarvan

a)

de planten zijn afkomstig van moederplanten die binnen de voorafgaande drie jaren zijn getest en vrij zijn bevonden van Citrus exocortis viroid,

en

b)

i)

de planten zijn geproduceerd in gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Citrus tristeza virus,

of

ii)

de planten zijn geteeld op een productielocatie die gedurende het laatste volledige teeltseizoen vrij is bevonden van Citrus tristeza virus door het testen van een representatief monster van de planten op het gepaste tijdstip om het plaagorganisme op te sporen,

of

iii)

de planten zijn geteeld op een productielocatie onder fysische bescherming tegen vectoren, en zijn gedurende het laatste volledige teeltseizoen bij willekeurige tests van de planten op het meest gepaste tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, vrij van Citrus tristeza virus bevonden,

of

iv)

ingeval er een positief testresultaat voor de aanwezigheid van Citrus tristeza virus in een partij is: alle planten zijn individueel getest, en niet meer dan 2 % van die planten is positief bevonden en de planten die zijn getest en met het plaagorganisme besmet zijn bevonden, zijn onmiddellijk verwijderd en vernietigd.

Impatiens necrotic spot tospovirus

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Begonia x hiemalis, Fotsch, Nieuw Guinea-hybriden van Impatiens L.

a)

de planten zijn geteeld op een productielocatie die onderworpen is geweest aan een observatie voor relevante thrips-vectoren (Frankliniella occidentalis Pergande) en hebben, wanneer deze zijn aangetroffen, passende behandelingen ondergaan om de doeltreffende bestrijding van hun populaties te waarborgen,

en

b)

i)

tijdens de huidige teeltperiode zijn op de planten op de productielocatie geen symptomen van Impatiens necrotic spot totspovirus waargenomen, of

ii)

de planten op de productielocatie die gedurende de huidige teeltperiode symptomen van Impatiens necrotic spot totspovirus vertonen, zijn verwijderd en een representatief monster van de te vervoeren planten is getest en vrij bevonden van Impatiens necrotic spot tospovirus.

Voor potato spindle tuber viroid

Capiscum annuum L.

a)

gedurende hun volledige vegetatiecyclus zijn op de planten op de productieplaats geen ziektesymptomen veroorzaakt door Potato spindle tuber viroid waargenomen, of

b)

de planten zijn officieel getest op Potato spindle tuber viroid, op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, en bij die tests is gebleken dat zij er vrij van zijn.

Plum pox virus

Planten van de volgende soorten van Prunus L., bestemd voor opplant, met uitzondering van zaden:

Prunus armeniaca L., Prunus blireiana Andre, Prunus brigantina Vill.,— Prunus cerasifera Ehrh., Prunus cistena Hansen,— Prunus curdica Fenzl & Fritsch., Prunus domestica ssp. domestica L., Prunus domestica ssp. insititia (L.) K. Schneid, Prunus domestica ssp. italica (Borkh.) Hegi., Prunus dulcis (Mill.) D. A. Webb, Prunus glandulosa Thunb., Prunus holosericea Batal., Prunus hortulana Bailey, Prunus japonica Thunb., Prunus mandshurica (Maxim.) Koehne, Prunus maritima Marsh., Prunus mume Sieb. & Zucc., Prunus nigra Ait., Prunus persica (L.) Batsch, Prunus salicina L., Prunus sibirica L., Prunus simonii Carr., Prunus spinosa L., Prunus tomentosa Thunb., Prunus triloba Lindl., Prunus L. die vatbaar zijn voor Plum pox virus

a)

vegetatief vermeerderde onderstammen van Prunus die zijn afgeleid van moederplanten die zijn bemonsterd en getest binnen de voorafgaande vijf jaren en vrij zijn bevonden van Plum pox virus, en

b)

i)

het teeltmateriaal is geproduceerd in gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Plum pox virus, of

ii)

op de productielocatie zijn op het teeltmateriaal geen symptomen van Plum pox virus waargenomen tijdens het laatste volledige teeltseizoen in de meest geschikte periode van het jaar, rekening houdend met de klimaatomstandigheden en de teeltomstandigheden van de plant en de biologische eigenschappen van het Plum pox virus, en planten met symptomen in de onmiddellijke nabijheid zijn onmiddellijk verwijderd en vernietigd, of

iii)

op niet meer dan 1 % van de planten in de productielocatie zijn symptomen van Plum pox virus waargenomen tijdens het laatste volledige teeltseizoen in de meest geschikte periode van het jaar, rekening houdend met de klimaatomstandigheden en de teeltomstandigheden van de plant en de biologische eigenschappen van het Plum pox virus, en planten met symptomen in de onmiddellijke nabijheid zijn verwijderd en onmiddellijk vernietigd, en een representatief monster van de resterende asymptomatische planten in de percelen waarin de planten met symptomen zijn aangetroffen, is getest en vrij van het plaagorganisme bevonden. Een representatief deel van de planten die bij visuele inspectie geen symptomen van Plum pox virus vertonen, mag worden bemonsterd en getoetst op basis van een beoordeling van het risico van besmetting van die planten wat de aanwezigheid van dat plaagorganisme betreft.

Tomato spotted wilt tospovirus

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden

Begonia x hiemalis Fotsch, Capsicum annuum L., Chrysanthemum L., Gerbera L., Nieuw Guinea-hybriden van Impatiens L., Pelargonium L.

a)

de planten zijn geteeld op een productielocatie die onderworpen is geweest aan observatie van relevante thrips-vectoren (Frankliniella occidentalis en Thrips tabaci) en hebben, wanneer deze zijn aangetroffen, passende behandelingen ondergaan om de doeltreffende bestrijding van hun populaties te waarborgen,

en

b)

tijdens de huidige teeltperiode zijn op de planten op de productielocatie geen symptomen van Tomato spotted wilt tospovirus waargenomen, of

c)

de planten op de productielocatie die gedurende de huidige teeltperiode symptomen van Tomato spotted wilt tospovirus vertonen, zijn verwijderd en een representatief monster van de te vervoeren planten is getest en vrij bevonden van het Tomato spotted wilt tospovirus.

DEEL D

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op bosbouwkundig teeltmateriaal, met uitzondering van zaden, te voorkomen

1.   Visuele inspecties

De bevoegde autoriteit, of de professionele marktdeelnemer onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, verricht controles en neemt alle andere maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de voorschriften met betrekking tot de respectieve gereguleerde niet-quarantaineorganismen en voor opplant bestemde planten is voldaan:

a)

bosbouwkundig teeltmateriaal, met uitzondering van zaden, van Castanea sativa Mill., is bij visuele inspectie op de productielocatie of -plaats vrij van Cryphonectria parasitica bevonden;

b)

bosbouwkundig teeltmateriaal, met uitzondering van zaden, van Pinus spp. is bij visuele inspectie op de productielocatie of -plaats vrij van Dothistroma pini, Dothistroma septosporum en Lecanosticta acicola bevonden.

De visuele inspecties vinden eenmaal per jaar plaats, in de meest geschikte periode om die plaagorganismen op te sporen, rekening houdend met de klimaatomstandigheden en de teeltomstandigheden van de plant en de biologische eigenschappen van de respectieve plaagorganismen.

2.   Voorschriften per geslacht of soort en categorie

De bevoegde autoriteit, of de professionele marktdeelnemer onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, verricht controles en neemt alle andere maatregelen betreffende de volgende geslachten of soorten, om ervoor te zorgen dat:

Castanea sativa Mill.

a)

het bosbouwkundig teeltmateriaal afkomstig is uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Cryphonectria parasitica, of

b)

gedurende het laatste volledige teeltseizoen op de productieplaats of -locatie geen symptomen van Cryphonectria parasitica zijn waargenomen, of

c)

bosbouwkundig teeltmateriaal met symptomen van Cryphonectria parasitica op de productielocatie of -plaats is verwijderd, het resterende materiaal wekelijks is geïnspecteerd, en gedurende ten minste drie weken vóór het in het verkeer brengen van dat materiaal op de productieplaats of -locatie geen symptomen zijn waargenomen.

Pinus spp.

a)

het bosbouwkundig teeltmateriaal afkomstig is uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Doistroma pini, Doistroma setotsporum en Lecossticta acicola, of

b)

op de productieplaats of -locatie of in de directe omgeving tijdens het laatste volledige teeltseizoen geen symptomen van de naaldziekte (“needle blight”) veroorzaakt door Dothistroma pini, Dothistroma septosporum of Lecanosticta acicola zijn waargenomen, of

c)

op de productieplaats of -locatie passende behandelingen zijn toegepast tegen de naaldziekte (“needle blight”) veroorzaakt door Dothistroma pini, Dothistroma septosporum of Lecanosticta acicola, en het bosbouwkundig teeltmateriaal is vóór het in het verkeer brengen visueel geïnspecteerd en vrij bevonden van symptomen van Dothistroma pini, Dothistroma septosporum of Lecanosticta acicola.

DEEL E

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op groentezaad te voorkomen

De volgende maatregelen worden genomen met betrekking tot de respectieve gereguleerde niet-quarantaineorganismen en voor opplant bestemde planten: de bevoegde autoriteit, of de professionele marktdeelnemer onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, verricht controles en neemt alle andere maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de in de derde kolom van de onderstaande tabel bedoelde voorschriften met betrekking tot de gereguleerde niet-quarantaineorganismen en voor opplant bestemde planten is voldaan.

Bacteriën

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Voorschriften

Clavibacter michiganensis ssp. michiganensis (Smith) Davis et al.

Solanum lycopersicum L.

a)

de zaden zijn verkregen door middel van een passende zuurextractiemethode of een gelijkwaardige methode,

en

b)

i)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Clavibacter michiganensis ssp. michiganensis (Smith) Davis et al.,

of

ii)

bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen om het plaagorganisme op te sporen tijdens de volledige vegetatiecyclus van de planten op de productielocatie zijn geen symptomen van ziekte veroorzaakt door Clavibacter michiganensis ssp. michiganensis (Smith) Davis et al waargenomen,

of

iii)

de zaden hebben een officiële test op Clavibacter michiganensis ssp. michiganensis (Smith) Davis et al. ondergaan, op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, en bij die tests is gebleken dat zij er vrij van zijn.

Xanthomonas axonopodis pv. phaseoli (Smith) Vauterin et al.

Phaseolus vulgaris L.

a)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Xanthomonas axonopodis pv. phaseoli (Smith) Vauterin et al.,

of

b)

het gewas waarvan het zaad is geoogst, is tijdens het teeltseizoen op gepaste tijdstippen visueel geïnspecteerd en vrij bevonden van Xanthomonas axonopodis pv. phaseoli (Smith) Vauterin et al.,

of

c)

een representatief monster van de zaden is getest en vrij bevonden van Xanthomonas axonopodis pv. phaseoli (Smith) Vauterin et al.

Xanthomonas fuscans subsp. fuscans Schaad et al.

Phaseolus vulgaris L.

a)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn vanXanthomonas fuscans subsp. fuscans Schaad et al.,

of

b)

het gewas waarvan het zaad is geoogst, is tijdens het teeltseizoen op gepaste tijdstippen visueel geïnspecteerd en vrij bevonden van Xanthomonas fuscans subsp. fuscans Schaad et al.,

of

c)

een representatief monster van de zaden is getest en vrij bevonden van Xanthomonas fuscans subsp. fuscans Schaad et al.

Xanthomonas euvesicatoria Jones et al.

Capsicum annuum L.

a)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Xanthomonas euvesicatoria Jones et al.,

of

b)

bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen om het plaagorganisme op te sporen tijdens de volledige vegetatiecyclus van de planten op de productielocatie zijn geen symptomen van ziekte veroorzaakt door Xanthomonas euvesicatoria Jones et al waargenomen,

of

c)

de zaden zijn officieel getest op Xanthomonas euveicatoria Jones et al., op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, al dan niet na een passende behandeling, en zijn bij deze tests vrij gebleken van Xanthomonas euveicatoria Jones et al.

Xanthomonas euvesicatoria Jones et al.

Solanum lycopersicum L.

a)

de zaden worden verkregen door middel van een geschikte zuurextractie, en

b)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Xanthomonas euvesicatoria Jones et al.,

of

c)

i)

bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen om het plaagorganisme op te sporen tijdens de volledige vegetatiecyclus van de planten op de productielocatie zijn geen symptomen van ziekte veroorzaakt door Xanthomonas euvesicatoria Jones et al waargenomen,

of

ii)

de zaden zijn officieel getest op Xanthomonas euveicatoria Jones et al., op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, al dan niet na een passende behandeling, en zijn bij deze tests vrij gebleken van Xanthomonas euveicatoria Jones et al.

Xanthomonas gardneri (ex Šutič) Jones et al.

Capsicum annuum L.

a)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Xanthomonas gardneri (ex Šutič) Jones et al.,

of

b)

bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen om het plaagorganisme op te sporen tijdens de volledige vegetatiecyclus van de planten op de productielocatie zijn geen symptomen van ziekte veroorzaakt door Xanthomonas gardneri (ex Šutič) Jones et al. waargenomen,

of

c)

de zaden zijn officieel getest op Xanthomonas gardneri (ex Šutič) Jones et al., op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, al dan niet na een passende behandeling, en zijn bij deze tests vrij gebleken van Xanthomonas gardneri (ex Šutič) Jones et al.

Xanthomonas gardneri (ex Šutič) Jones et al.

Solanum lycopersicum L.

a)

de zaden worden verkregen door middel van een geschikte zuurextractie, en

b)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Xanthomonas gardneri (ex Šutič) Jones et al.,

of

c)

i)

bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen tijdens de volledige vegetatiecyclus van de planten op de productielocatie zijn geen symptomen van ziekte veroorzaakt door Xanthomonas gardsneri (ex Šutič) Jones et al. waargenomen,

of

ii)

de zaden zijn officieel getest op Xanthomonas gardneri (ex Šutič) Jones et al., op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, al dan niet na een passende behandeling, en zijn bij deze tests vrij gebleken van Xanthomonas gardneri (ex Šutič) Jones et al.

Xanthomonas perforans Jones et al.

Capsicum annuum L

a)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Xanthomonas perforans Jones et al.,

of

b)

bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen tijdens de volledige vegetatiecyclus van de planten op de productielocatie zijn geen symptomen van ziekte veroorzaakt door Xanthomonas perforans Jones et al. waargenomen,

of

c)

de zaden zijn officieel getest op Xanthomonas perforans Jones et al., op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, al dan niet na een passende behandeling, en zijn bij deze tests vrij gebleken van Xanthomonas perforans Jones et al.

Xanthomonas perforans Jones et al.

Solanum lycopersicum L.

a)

de zaden worden verkregen door middel van een geschikte zuurextractie, en

b)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Xanthomonas perforans Jones et al.,

of

c)

i)

bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen tijdens de volledige vegetatiecyclus van de planten op de productielocatie zijn geen symptomen van ziekte veroorzaakt door Xanthomonas perforans Jones et al. waargenomen,

of

ii)

de zaden zijn officieel getest op Xanthomonas perforans Jones et al., op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, al dan niet na een passende behandeling, en zijn bij deze tests vrij gebleken van Xanthomonas perforans Jones et al.

Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al.

Capsicum annuum L

a)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al.,

of

b)

bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen tijdens de volledige vegetatiecyclus van de planten op de productielocatie zijn geen symptomen van ziekte veroorzaakt door Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al. waargenomen,

of

c)

de zaden zijn officieel getest op Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al. op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, al dan niet na een passende behandeling, en zijn bij deze tests vrij gebleken van Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al.

Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al.

Solanum lycopersicum L.

a)

de zaden worden verkregen door middel van een geschikte zuurextractie, en

b)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al.,

of

c)

i)

bij visuele inspecties op gepaste tijdstippen tijdens de volledige vegetatiecyclus van de planten op de productielocatie zijn geen symptomen van ziekte veroorzaakt door Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al. waargenomen,

of

ii)

de zaden zijn officieel getest op Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al. op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, al dan niet na een passende behandeling, en zijn bij deze tests vrij gebleken van Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al.

Insecten en mijten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Maatregelen

Acanthoscelides obtectus (Say)

Phaseolus coccineus L., Phaseolus vulgaris L.

a)

een representatief monster van het zaad is visueel geïnspecteerd op het meest gepaste tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, eventueel na een passende behandeling, en

b)

het zaad is vrij bevonden van Acanthoscelides obtectus (Say).

Bruchus pisorum (L.)

Pisum sativum L.

a)

een representatief monster van het zaad is visueel geïnspecteerd op het meest gepaste tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, eventueel na een passende behandeling, en

b)

het zaad is vrij bevonden van Bruchus pisorum (L.).

Bruchus rufimanus L.

Vicia faba L

a)

een representatief monster van het zaad is visueel geïnspecteerd op het meest gepaste tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, eventueel na een passende behandeling, en

b)

het zaad is vrij bevonden van Bruchus rufimanus L.

Nematoden

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Maatregelen

Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev

Allium cepa L., Allium porrum L.

a)

het gewas is sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus ten minste één keer visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen en er zijn geen symptomen van Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev waargenomen,

of

b)

de geoogste zaden zijn bij laboratoriumproeven op een representatief monster vrij bevonden van Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev,

of

c)

het plantgoed heeft een adequate chemische of fysische behandeling tegen Ditylenchus dipsaci (Kühn) Filipjev ondergaan en de zaden zijn bij laboratoriumproeven op een representatief monster vrij bevonden van dit plaagorganisme.

Virussen, viroïden, virusachtige ziekten en fytoplasma’s

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Maatregelen

Pepino mosaic virus

Solanum lycopersicum L.

a)

de zaden zijn verkregen door middel van een passende zuurextractiemethode of een gelijkwaardige methode, en:

b)

i)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat het Pepino mosaic virus er niet voorkomt, of

ii)

gedurende hun volledige vegetatiecyclus zijn op de planten op de productieplaats geen ziektesymptomen veroorzaakt door Pepino mosaic virus waargenomen, of

iii)

de zaden zijn officieel getest op Pepino mosaic virus, op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, en bij die tests is gebleken dat zij er vrij van zijn.

Voor potato spindle tuber viroid

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

a)

i)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waar Potato spindle tuber viroid voor zover bekend niet voorkomt, of

ii)

gedurende hun volledige vegetatiecyclus zijn op de planten op de productieplaats geen ziektesymptomen veroorzaakt door Potato spindle tuber viroid waargenomen, of

iii)

de zaden zijn officieel getest op Potato spindle tuber viroid, op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, en bij die tests is gebleken dat zij er vrij van zijn.

DEEL F

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op pootaardappelen te voorkomen

De bevoegde autoriteit of, indien nodig, de professionele marktdeelnemer onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, verricht controles en neemt alle andere maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de in onderstaande tabel bedoelde voorschriften met betrekking tot de gereguleerde niet-quarantaineorganismen en voor opplant bestemde planten is voldaan.

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Voorschriften

Zwartbenigheid (Dickeya Samson et al. spp.; Pectobacterium Waldee emend. Hauben et al. spp.)

Solanum tuberosum L.

a)

Voor prebasispootgoed van aardappelen:

uit officiële inspecties blijkt dat zij afkomstig zijn van moederplanten die vrij zijn van Dickya Samson et al. spp. en Pectobacterium Waldee emend. Hauben et al. spp. Hauben et al. spp. Hauben et al. spp.

b)

Voor alle categorieën:

de kweekplanten zijn officieel ter plaatse geïnspecteerd door de bevoegde autoriteiten.

Candidatus Liberibacter solanacearum Liefting et al.

Solanum tuberosum L.

a)

Voor prebasispootgoed van aardappelen:

uit officiële inspecties blijkt dat het afkomstig is van moederplanten die vrij zijn van Candidatus Liberibacter solanacearum Liefting et al.

b)

Voor alle categorieën:

i)

de planten zijn geproduceerd in gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Candidatus Liberibacter solanacearum Liefting et al., rekening houdend met de mogelijke aanwezigheid van de vectoren,

of

ii)

de bevoegde autoriteiten hebben bij officiële inspecties van kweekplanten op de productielocatie sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus geen symptomen aangetroffen van Candidatus Liberibacter solanacearum Liefting et al.

Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al.

Solanum tuberosum L.

a)

Voor prebasispootgoed van aardappelen:

uit officiële inspecties blijkt dat het afkomstig is van moederplanten die vrij zijn van Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al.

b)

Voor alle categorieën:

i)

bij officiële inspectie op de productieplaats sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus zijn geen symptomen van Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al. waargenomen,

of

ii)

alle planten met symptomen op de productielocatie zijn verwijderd, met hun knollen, en vernietigd, en bij alle partijen waarin symptomen in het staand gewas zijn waargenomen zijn officiële tests van de knollen na de oogst verricht, voor elke partij, om de afwezigheid van Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al te bevestigen.

Door virussen veroorzaakte mozaïeksymptomen en:

symptomen veroorzaakt door:

Potato leaf roll virus

Solanum tuberosum L.

a)

Voor prebasispootgoed van aardappelen:

zij zijn afkomstig van moederplanten die vrij zijn van Potato virus A, Potato virus M, Potato virus S, Potato virus X, Potato virus Y en Potato leaf roll virus.

Wanneer methoden voor microvermeerdering worden gebruikt, wordt de naleving van dit punt vastgesteld door het officieel testen of het testen onder officieel toezicht van de moederplant.

Wanneer er kloonselectiemethoden worden gebruikt, wordt de naleving van dit punt vastgesteld door het officieel testen of het testen onder officieel toezicht van het kloonmateriaal.

b)

Voor alle categorieën:

de kweekplanten zijn officieel ter plaatse geïnspecteerd door de bevoegde autoriteiten.

Voor potato spindle tuber viroid

Solanum tuberosum L.

a)

Voor kloonmateriaal:

Uit het officieel testen of het testen onder officieel toezicht is gebleken dat zij afkomstig zijn van moederplanten die vrij zijn van Potato spindle tuber viroid.

b)

Voor prebasis- en basispootgoed van aardappelen:

er zijn geen symptomen van potato spindle tuber viroid gevonden,

of

voor elke partij zijn officiële tests na de oogst van de knollen verricht en die knollen zijn vrij van Potato spindle tuber viroid bevonden.

c)

Voor gecertificeerde pootaardappelen:

bij officiële visuele inspectie is gebleken dat zij vrij zijn van het plaagorganisme en er worden tests verricht indien er symptomen van het plaagorganisme worden waargenomen.


Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Voorschriften

Symptomen van virusinfectie

Solanum tuberosum L.

Tijdens de officiële inspectie van de directe nateelt mag het aantal planten met symptomen het in bijlage IV aangegeven percentage niet overschrijden.


Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Voorschriften

Candidatus Liberibacter solanacearum Liefting et al.

Solanum tuberosum L.

De bevoegde autoriteit heeft de partijen aan een officiële inspectie onderworpen en bevestigt dat zij aan de respectieve bepalingen van bijlage IV voldoen.

Ditylenchus destructor Thorne

Solanum tuberosum L.

De bevoegde autoriteit heeft de partijen aan een officiële inspectie onderworpen en bevestigt dat zij aan de respectieve bepalingen van bijlage IV voldoen.

Lakschurft die knollen voor meer dan 10 % bedekt, veroorzaakt door Thanatephorus cucumeris (A.B. Frank) Donk

Solanum tuberosum L

De bevoegde autoriteit heeft de partijen aan een officiële inspectie onderworpen en bevestigt dat zij aan de respectieve bepalingen van bijlage IV voldoen.

Poederschurft die knollen voor meer dan 10 % bedekt, veroorzaakt door Spongospora subterranea (Wallr.) Lagerh.

Solanum tuberosum L

De bevoegde autoriteit heeft de partijen aan een officiële inspectie onderworpen en bevestigt dat zij aan de respectieve bepalingen van bijlage IV voldoen.

Daarnaast verrichten de bevoegde autoriteiten officiële inspecties om ervoor te zorgen dat de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op de kweekplanten niet hoger is zijn dan de in de onderstaande tabel vermelde drempelwaarden:

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarde voor de kweekplanten voor prebasispootgoed van aardappelen

Drempelwaarde voor de kweekplanten voor basispootgoed van aardappelen

Drempelwaarde voor de kweekplanten voor gecertificeerde pootaardappelen

PBTC

PB

Zwartbenigheid (Dickeya Samson et al. spp. [1DICKG]; Pectobacterium Waldee emend. Hauben et al. spp. [1PECBG])

Solanum tuberosum L.

0 %

0 %

1,0  %

4,0  %

Candidatus Liberibacter solanacearum Liefting et al. [LIBEPS]

Solanum tuberosum L.

0 %

0 %

0 %

0 %

Candidatus Phytoplasma solani Quaglino et al. [PHYPSO]

Solanum tuberosum L.

0 %

0 %

0 %

0 %

Door virussen veroorzaakte mozaïeksymptomen

en

symptomen veroorzaakt door Potato leaf roll virus [PLRV00]

Solanum tuberosum L.

0 %

0,1  %

0,8  %

6,0  %

Potato spindle tuber viroid [PSTVD0]

Solanum tuberosum L.

0 %

0 %

0 %

0 %

DEEL G

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen te voorkomen

1.   Inspectie van het gewas

1)

De bevoegde autoriteit, of de professionele marktdeelnemer onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, verricht inspecties ter plaatse van het gewas waarvan het zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen wordt geteeld om te bevestigen dat de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen de in onderstaande tabel vastgestelde drempelwaarden niet overschrijdt:

Schimmels en oömyceten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten (geslacht of soort)

Drempelwaarden voor de productie van prebasiszaad

Drempelwaarden voor de productie van basiszaad

Drempelwaarden voor de productie van gecertificeerd zaad

Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni [PLASHA]

Helianthus annuus L.

0 %

0 %

0 %

De bevoegde autoriteit kan inspecteurs, met uitzondering van professionele marktdeelnemers, toestemming verlenen om de inspecties ter plaatse in haar naam en onder haar officiële toezicht te verrichten.

2)

De inspecties ter plaatse moeten worden verricht wanneer de toestand en het ontwikkelingsstadium van het gewas een adequate controle mogelijk maken.

Er moet ten minste één inspectie ter plaatse per jaar plaatsvinden, op het meest gepaste tijdstip om de respectieve gereguleerde niet-quarantaineorganismen op te sporen.

3)

De bevoegde autoriteit bepaalt de omvang, het aantal en de verspreiding van de delen van het veld die met gebruikmaking van passende methoden moeten worden geïnspecteerd.

Het aandeel van de gewassen voor de zaadproductie dat door de bevoegde autoriteit officieel moet worden geïnspecteerd, bedraagt ten minste 5 %.

2   Bemonstering en toetsing van zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen

1)

De bevoegde autoriteit:

a)

neemt officieel monsters van partijen zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen;

b)

staat monsternemers toe om namens haar en onder haar officiële toezicht monsters te nemen;

c)

vergelijkt de monsters die zij zelf heeft genomen met de monsters van dezelfde partij zaad die onder officieel toezicht door de monsternemers zijn genomen;

d)

houdt toezicht op de prestaties van de monsternemers overeenkomstig punt b).

2)

De bevoegde autoriteit of de professionele marktdeelnemer die onder het officiële toezicht staat, bemonstert en toetst het zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen volgens de actuele internationale methoden.

Behalve in het geval van automatische bemonstering, controleert de bevoegde autoriteit steekproefsgewijs ten minste 5 % van de voor officiële certificering geleverde partijen zaad. Dit percentage moet zo gelijkmatig mogelijk worden gespreid over de natuurlijke personen en over de rechtspersonen die zaad voor certificering leveren, en over de geleverde rassen, maar de monsters mogen ook zodanig worden gekozen dat specifieke twijfel wordt weggenomen.

3)

Bij automatische bemonstering worden passende procedures toegepast en wordt officieel toezicht uitgeoefend.

4)

Bij het onderzoek van het zaad voor de certificering en bij het onderzoek van het handelszaad geschiedt de bemonstering uit homogene partijen. Wat het gewicht van de partijen zaaizaad en van de monsters betreft, is de tabel van bijlage III bij Richtlijn 2002/57/EEG van toepassing.

3.   Aanvullende maatregelen voor zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen

De bevoegde autoriteit, of de professionele marktdeelnemer onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, verricht de volgende aanvullende inspecties en neemt alle andere maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de voorschriften met betrekking tot de respectieve gereguleerde niet-quarantaineorganismen en voor opplant bestemde planten is voldaan:

1)

Maatregelen voor zaad van Helianthus annuus L. om de aanwezigheid van Plamopora halstedii te voorkomen

a)

de zaden van Helianthus annuus L. zijn afkomstig uit gebieden waarvan bekend is dat zij vrij zijn van Plasmopara halstedii,

of

b)

op de zaadproductielocatie zijn geen symptomen van Plasmopara halstedii waargenomen bij ten minste twee inspecties op gepaste tijdstippen tijdens het teeltseizoen,

of

c)

i)

op de productielocatie zijn tijdens het teeltseizoen ten minste twee inspecties ter plaatse verricht op gepaste tijdstippen om het plaagorganisme op te sporen, en

ii)

tijdens deze inspecties vertoonde niet meer dan 5 % van de planten symptomen van Plasmopara halstedii, en alle planten met symptomen van Plasmopara halstedii zijn na de inspectie onmiddellijk verwijderd en vernietigd, en

iii)

bij de eindinspectie zijn geen planten met symptomen van Plasmopara halstedii aangetroffen,

of

d)

i)

tijdens het teeltseizoen zijn op de productielocatie ten minste twee inspecties ter plaatse verricht op gepaste tijdstippen, en

ii)

alle planten met symptomen van Plasmopara halstedii zijn na de inspectie onmiddellijk verwijderd en vernietigd, en

iii)

bij de eindinspectie zijn geen planten met symptomen van Plasmoalinea halstedii aangetroffen, en van elke partij is een representatief monster getest en vrij bevonden van Plasmopara halstedii of de zaden hebben een passende behandeling ondergaan waarvan is aangetoond dat deze doeltreffend is tegen alle bekende stammen van Plasmopara halstedii (Farlow) Berlese & de Toni.

2)

Maatregelen voor zaad van Helianthus annuus L. en Linum usitatissimum L. om de aanwezigheid van Botrytis cinerea te voorkomen

a)

er is een voor gebruik tegen Botrytis cinerea toegelaten zaadbehandeling toegepast,

of

b)

uit een laboratoriumtest op een representatief monster is gebleken dat de voor het zaad vastgestelde tolerantie niet is overschreden.

3)

Maatregelen voor zaad van Glycine max (L.) Merryl om de aanwezigheid van Diaporthe caulivora (Diaporthe phaseolorum var. caulivora) te voorkomen

a)

Er is een voor gebruik tegen Diaporthe caulivora (Diaporthe phaseolorum var. caulivora) toegelaten zaadbehandeling toegepast,

of

b)

uit een laboratoriumtest op een representatief monster is gebleken dat de voor het zaad vastgestelde tolerantie niet is overschreden.

4)

Maatregelen voor zaad van Glycine max (L.) Merryl om de aanwezigheid van Diaporthe var. sojae te voorkomen

a)

er is een voor gebruik tegen Diaporthe var. sojae toegelaten zaadbehandeling toegepast,

of

b)

uit een laboratoriumtest op een representatief monster is gebleken dat de voor het zaad vastgestelde tolerantie niet is overschreden.

5)

Maatregelen voor zaad van Linum usitatissimum L. om de aanwezigheid van Alternaria linicola te voorkomen

a)

er is een voor gebruik tegen Alternaria linicola toegelaten zaadbehandeling toegepast,

of

b)

uit een laboratoriumtest op een representatief monster is gebleken dat de voor het zaad vastgestelde tolerantie niet is overschreden.

6)

Maatregelen voor zaad van Linum usitatissimum L. om de aanwezigheid van Boeremia exigua var. linicola te voorkomen

a)

er is een voor gebruik tegen Boeremia exigua var. linicola toegelaten zaadbehandeling toegepast,

of

b)

uit een laboratoriumtest op een representatief monster is gebleken dat de voor het zaad vastgestelde tolerantie niet is overschreden.

7)

Maatregelen voor zaad van Linum usitatissimum L. om de aanwezigheid van Colletotrichum lini te voorkomen

a)

er is een voor gebruik tegen Colletotrichum lini toegelaten zaadbehandeling toegepast,

of

b)

uit een laboratoriumtest op een representatief monster is gebleken dat de voor het zaad vastgestelde tolerantie niet is overschreden.

8)

Maatregelen voor zaad van Linum usitatissimum L. om de aanwezigheid van Fusarium (anamorf geslacht), met uitzondering van Fusarium oxysporum f. sp. albevisis (Kill. & Maire) W.L. Gordon en Fusarium circinatum Nirenberg & O’Donnellte voorkomen.

a)

er is een zaadbehandeling toegepast die is toegelaten voor gebruik tegen Fusarium (anamorf geslacht), met uitzondering van Fusarium oxysporum f. sp. albedinis (Kill. & Maire) W.L. Gordon en Fusarium circinatum Nirenberg & O’Donnell,

of

b)

uit een laboratoriumtest op een representatief monster is gebleken dat de voor het zaad vastgestelde tolerantie niet is overschreden.

DEEL H

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaden, te voorkomen

Visuele inspectie

De bevoegde autoriteit, of de professionele marktdeelnemer onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, verricht controles en neemt alle andere maatregelen om ervoor te zorgen dat:

a)

de planten bij visuele inspectie ten minste nagenoeg vrij zijn van de in de tabel in dit punt vermelde plaagorganismen wat het geslacht of de soort in kwestie betreft;

b)

alle planten in het stadium van het staand gewas die zichtbare tekenen of symptomen van de in de tabellen in dit punt vermelde plaagorganismen vertonen, meteen bij het verschijnen ervan naar behoren zijn behandeld of, in voorkomend geval, zijn verwijderd;

c)

in het geval van bollen van sjalotten en knoflook, de planten rechtstreeks afkomstig zijn van materiaal dat in het stadium van het staand gewas is gecontroleerd en nagenoeg vrij is bevonden van elk in de tabel in dit punt vermelde plaagorganisme.

Bovendien verricht de bevoegde autoriteit, of de professionele marktdeelnemer onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, controles en neemt alle andere maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de in onderstaande tabel bedoelde voorschriften met betrekking tot de gereguleerde niet-quarantaineorganismen en voor opplant bestemde planten is voldaan.

Bacteriën

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Voorschriften

Clavibacter michiganensis ssp. michiganensis (Smith) Davis et al.

Solanum lycopersicum L.

De planten zijn opgekweekt uit zaden die voldoen aan de eisen van bijlage V, deel E, en zijn met passende hygiënische maatregelen vrij van besmetting gehouden.

Xanthomonas euvesicatoria Jones et al.

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

a)

zaailingen zijn opgekweekt uit zaden die voldoen aan de voorschriften van deel E wat groentezaden betreft, en

b)

jonge planten zijn gehouden in goede hygiënische omstandigheden om infectie te voorkomen.

Xanthomonas gardneri (ex Šutič 1957) Jones et al.

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

a)

zaailingen zijn opgekweekt uit zaden die voldoen aan de voorschriften van deel E wat groentezaden betreft, en

b)

jonge planten zijn gehouden in goede hygiënische omstandigheden om infectie te voorkomen.

Xanthomonas perforans Jones et al.

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

a)

zaailingen zijn opgekweekt uit zaden die voldoen aan de voorschriften van deel E wat groentezaden betreft, en

b)

jonge planten zijn gehouden in goede hygiënische omstandigheden om infectie te voorkomen.

Xanthomonas vesicatoria (ex Doidge) Vauterin et al.

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

a)

zaailingen zijn opgekweekt uit zaden die voldoen aan de voorschriften van deel E wat groentezaden betreft, en

b)

jonge planten zijn gehouden in goede hygiënische omstandigheden om infectie te voorkomen.

Schimmels en oömyceten

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Voorschriften

Fusarium Link (anamorf geslacht), met uitzondering van Fusarium oxysporum f. sp. albedinis (Kill. & Maire) W.L. Gordon en Fusarium circinatum Nirenberg & O’Donnell

Asparagus officinalis L.

a)

i)

het gewas is gedurende het teeltseizoen visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, er is een representatief monster van de planten uitgegraven en er zijn geen symptomen van Fusarium Link waargenomen, of

ii)

het gewas is gedurende het teeltseizoen minstens twee keer visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, planten met symptomen van Fusarium Link zijn onmiddellijk verwijderd en bij een eindinspectie van het staand gewas zijn geen symptomen waargenomen, en

b)

de kronen zijn vóór het in het verkeer brengen visueel geïnspecteerd en er zijn geen symptomen van Fusarium Link waargenomen.

Helicobasidium brebissonii (Desm.) Donk

Asparagus officinalis L.

a)

i)

het gewas is gedurende het teeltseizoen visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, er is een representatief monster van de planten uitgegraven en er zijn geen symptomen van Helicobasidium brebissonii (Desm.) Donk waargenomen, of

ii)

het gewas is gedurende het teeltseizoen ten minste twee keer visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, planten met symptomen van Helicobasidium brebissonii (Desm.) Donk zijn onmiddellijk verwijderd en bij een eindinspectie van het staand gewas zijn geen symptomen waargenomen, en

b)

de kronen zijn vóór het in het verkeer brengen visueel geïnspecteerd en er zijn geen symptomen van Helicobasidium brebissonii (Desm.) waargenomen.

Stromatinia cepivora Berk.

Allium cepa L., Allium fistulosum L., Allium porrum L.

a)

de voor overplanten bestemde plantjes worden in trays opgekweekt in een medium dat vrij is van Stromatinia cepivora Berk.,

of

b)

i)

het gewas is gedurende het teeltseizoen visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, en er zijn geen symptomen van Stromatinia cepivora Berk. waargenomen, of

het gewas is gedurende het teeltseizoen visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, planten met symptomen van Stromatinia cepivora Berk. zijn onmiddellijk verwijderd en bij een eindinspectie van het staand gewas zijn geen symptomen waargenomen,

en

ii)

de planten zijn vóór het in het verkeer brengen visueel geïnspecteerd en er zijn geen symptomen van Stromatinia cepivora Berk. waargenomen.

Stromatinia cepivora Berk.

Allium sativum L.

a)

i)

het gewas is gedurende het teeltseizoen visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, en er zijn geen symptomen van Stromatinia cepivora Berk. waargenomen, of

ii)

het gewas is gedurende het teeltseizoen visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, planten met symptomen van Stromatinia cepivora Berk. zijn onmiddellijk verwijderd en bij een eindinspectie van het staand gewas zijn geen symptomen waargenomen,

en

b)

de planten of sets zijn vóór het in het verkeer brengen visueel geïnspecteerd en er zijn geen symptomen van Stromatinia cepivora Berk. waargenomen.

Verticillium dahliae Kleb. [VERTDA]

Cynara cardunculus L.

a)

de moederplanten zijn afkomstig van op ziekteverwekkers getest materiaal, en

b)

de planten zijn geteeld op een productielocatie waarvan de teeltgeschiedenis bekend is, en waar voor zover bekend geen Verticillium dahliae Kleb voorkomt, en

c)

de planten zijn sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op gepaste tijdstippen visueel geïnspecteerd en vrij bevonden van symptomen van Verticillium dahliae Kleb.

Nematoden

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Voorschriften

Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev

Allium cepa L., Allium sativum L.

Voor planten, met uitzondering van planten voor de productie van een commercieel gewas:

a)

het gewas is sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus ten minste één keer visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen en er zijn geen symptomen van Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev waargenomen,

of

b)

i)

het gewas is sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus ten minste één keer visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, en niet meer dan 2 % van de planten vertoonde symptomen van besmetting met Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev, en

ii)

de planten waarvan is vastgesteld dat zij met dit plaagorganisme besmet zijn, zijn onmiddellijk verwijderd, en

iii)

de planten zijn bij laboratoriumtests op een representatief monster vrij bevonden van dat plaagorganisme,

of

c)

de planten hebben een adequate chemische of fysische behandeling tegen Ditylenchus dipsaci (Kühn) Filipjev ondergaan en de zijn bij laboratoriumproeven op een representatief monster vrij bevonden van dit plaagorganisme.

Voor planten voor de productie van een commercieel gewas:

a)

het gewas is sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus ten minste één keer visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen en er zijn geen symptomen van Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev waargenomen,

of

b)

i)

het gewas is sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus ten minste één keer geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen;

ii)

planten met symptomen van Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev zijn onmiddellijk verwijderd, en

iii)

de planten zijn bij laboratoriumproeven op een representatief monster vrij bevonden van dat plaagorganisme,

of

c)

de planten hebben een adequate fysische of chemische behandeling ondergaan en zijn bij laboratoriumproeven op een representatief monster vrij bevonden van Ditylenchus dipsaci (Kuehn) Filipjev.

Virussen, viroïden, virusachtige ziekten en fytoplasma’s

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Voorschriften

Leek yellow stripe virus

Allium sativum L.

a)

het gewas is sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus ten minste één keer visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen en er zijn geen symptomen van Leek yellow stripe virus waargenomen,

of

b)

het gewas is sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus ten minste één keer visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, waarbij niet meer dan 10 % van de planten symptomen van Leek yellow stripe virus vertoonde, waarbij deze planten onmiddellijk werden verwijderd en bij een eindinspectie niet meer dan 1 % van de planten symptomen vertoonde.

Onion yellow dwarf virus

Allium cepa L., Allium sativum L.

a)

het gewas is sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus ten minste één keer visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip en er zijn geen symptomen van Onion yellow dwarf virus waargenomen,

of

b)

i)

het gewas is sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus ten minste één keer visueel geïnspecteerd op een gepast tijdstip om het plaagorganisme op te sporen, en niet meer dan 10 % van de planten vertoonde symptomen van besmetting met Onion yellow dwarf virus, en

ii)

de planten waarvan is vastgesteld dat zij met dit plaagorganisme zijn besmet, zijn onmiddellijk verwijderd, en

iii)

niet meer dan 1 % van de planten heeft bij een eindinspectie symptomen van dat plaagorganisme vertoond.

Voor potato spindle tuber viroid

Capsicum annuum L., Solanum lycopersicum L.

a)

gedurende hun volledige vegetatiecyclus zijn op de planten op de productieplaats geen ziektesymptomen veroorzaakt door Potato spindle tuber viroid waargenomen, of

b)

de planten zijn officieel getest op Potato spindle tuber viroid, op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, en bij die tests is gebleken dat zij er vrij van zijn.

Tomato spotted wilt tospovirus

Capsicum annuum L., Lactuca sativa L., Solanum lycopersicum L., Solanum melongena L.

a)

de planten zijn geteeld op een productielocatie die onderworpen is geweest aan een observatieregeling voor relevante thrips-vectoren (Frankliniella occidentalis en Thrips tabaci Lindeman) en hebben, wanneer deze zijn aangetroffen, passende behandelingen ondergaan om de doeltreffende bestrijding van populaties te waarborgen, en

b)

i)

tijdens de huidige teeltperiode zijn op de planten op de productielocatie geen symptomen van Tomato spotted wilt tospovirus waargenomen, of

ii)

de planten op de productielocatie die gedurende de huidige teeltperiode symptomen van Tomato spotted wilt tospovirus vertonen, zijn verwijderd en een representatief monster van de in het verkeer te brengen planten is getest en vrij bevonden van dat plaagorganisme.

Tomato yellow leaf curl virus

Solanum lycopersicum L.

a)

er zijn geen symptomen van Tomato yellow leaf curl virus op de planten waargenomen,

of

b)

er zijn geen symptomen van Tomato yellow leaf curl virus op de productieplaats waargenomen

DEEL I

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op zaad van Solanum tuberosum L. te voorkomen

De bevoegde autoriteit, of de professionele marktdeelnemer onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, verricht controles en neemt alle andere maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de volgende voorschriften met betrekking tot de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op zaad van Solanum tuberosum L. is voldaan:

a)

de zaden zijn afkomstig uit gebieden waar Potato spindle tuber viroid voor zover bekend niet voorkomt, of

b)

gedurende hun volledige vegetatiecyclus zijn op de planten op de productieplaats geen ziektesymptomen veroorzaakt door Potato spindle tuber viroid waargenomen, of

c)

de planten zijn officieel getest op Potato spindle tuber viroid, op een representatief monster en met gebruikmaking van passende methoden, en bij die tests is gebleken dat zij er vrij van zijn.

DEEL J

Maatregelen om de aanwezigheid van gereguleerde niet-quarantaineorganismen op voor opplant bestemde planten van de soort Humulus lupulus L., met uitzondering van zaden, te voorkomen

De bevoegde autoriteit, of de professionele marktdeelnemer onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit, verricht controles en neemt alle andere maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de in de derde kolom van de onderstaande tabel bedoelde voorschriften met betrekking tot de gereguleerde niet-quarantaineorganismen en voor opplant bestemde planten is voldaan.

Schimmels

Gereguleerde niet-quarantaineorganismen of door gereguleerde niet-quarantaineorganismen veroorzaakte symptomen

Voor opplant bestemde planten

Maatregelen

Verticillium dahliae Kleb. [VERTDA]

Humulus lupulus L.

a)

de voor opplant bestemde planten zijn afkomstig van moederplanten die visueel zijn geïnspecteerd op het meest gepaste tijdstip, en zijn vrij bevonden van symptomen van Verticillium dahliae, en

b)

i)

de voor opplant bestemde planten zijn geproduceerd op een productieplaats waarvan bekend is dat zij vrij is van Verticilium dahliae, of

ii)

de voor opplant bestemde planten zijn geïsoleerd van productiegewassen van Humulus lupulus, en

de productielocatie is tijdens het laatste volledige teeltseizoen bij visuele inspectie van de bladeren op gepaste tijdstippen vrij bevonden van Verticillium dahliae, en

de ziektegeschiedenis van de gewassen en de bodem van de velden is geregistreerd en er is een rusttijd van ten minste vier jaar voor de waardplanten in acht genomen tussen de diagnose van Verticillium dahliae en de volgende opplant.

Verticillium nonalfalfae Inderbitzin, H.W. Platt, Bostock, R.M. Davis & K.V. Subbarao [VERTNO]

Humulus lupulus L.

a)

de voor opplant bestemde planten zijn afkomstig van moederplanten die visueel zijn geïnspecteerd op het meest gepaste tijdstip, en zijn vrij bevonden van symptomen van Verticillium nonalfalfae, en

b)

i)

de voor opplant bestemde planten zijn geproduceerd op een productieplaats waarvan bekend is dat zij vrij is van Verticilium nonalfalfae, of

ii)

de voor opplant bestemde planten zijn geïsoleerd van productiegewassen van Humulus lupulus, en

de productielocatie is tijdens het laatste volledige teeltseizoen bij visuele inspectie van de bladeren op gepaste tijdstippen vrij bevonden van Verticillium nonalfalfae, en

de ziektegeschiedenis van de gewassen en de bodem van de velden is geregistreerd en er is een rusttijd van ten minste vier jaar voor de waardplanten in acht genomen tussen de diagnose van Verticillium nonalfalfae en de volgende opplant.


BIJLAGE VI

Lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen waarvan het binnenbrengen in de Unie vanuit bepaalde derde landen verboden is

 

Beschrijving

GN-code

Derde land, groep van derde landen of specifiek gebied van derde land

1.

Planten van Abies Mill., Cedrus Trew, Chamaecyparis Spach, Juniperus L., Larix Mill., Picea A. Dietr., Pinus L., Pseudotsuga Carr. en Tsuga Carr., met uitzondering van vruchten en zaden

ex 0602 20 20

ex 0602 20 80

ex 0602 90 41

ex 0602 90 45

ex 0602 90 46

ex 0602 90 47

ex 0602 90 50

ex 0602 90 70

ex 0602 90 99

ex 0604 20 20

ex 0604 20 40

Derde landen, met uitzondering van:

Albanië, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Bosnië en Herzegovina, Canarische Eilanden, de Faeröer, Georgië, IJsland, Liechtenstein, Moldavië, Monaco, Montenegro, Noord-Macedonië, Noorwegen, Rusland (alleen de volgende delen: Centraal Federaal District (Tsentralny federalny okrug), Noordwestelijk Federaal District (Severo-Zapadny federalny okrug), Zuidelijk Federaal District (Yuzhny federalny okrug), Noord-Kaukasisch Federaal District (Severo-Kavkazsky federalny okrug) en Federaal District Privolzjski (Wolga) (Prilozhsky federalny okrug)), San Marino, Servië, Zwitserland, Turkije en Oekraïne

2.

Planten van Castanea Mill., en Quercus L., met blad, met uitzondering van vruchten en zaden

ex 0602 10 90

ex 0602 20 20

ex 0602 20 80

ex 0602 90 41

ex 0602 90 45

ex 0602 90 46

ex 0602 90 48

ex 0602 90 50

ex 0602 90 70

ex 0602 90 99

ex 0604 20 90

ex 1404 90 00

Derde landen, met uitzondering van:

Albanië, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Bosnië en Herzegovina, Canarische Eilanden, de Faeröer, Georgië, IJsland, Liechtenstein, Moldavië, Monaco, Montenegro, Noord-Macedonië, Noorwegen, Rusland (alleen de volgende delen: Centraal Federaal District (Tsentralny federalny okrug), Noordwestelijk Federaal District (Severo-Zapadny federalny okrug), Zuidelijk Federaal District (Yuzhny federalny okrug), Noord-Kaukasisch Federaal District (Severo-Kavkazsky federalny okrug) en Federaal District Privolzjski (Wolga) (Prilozhsky federalny okrug)), San Marino, Servië, Zwitserland, Turkije en Oekraïne

3.

Planten van Populus L., met blad, met uitzondering van vruchten en zaden

ex 0602 10 90

ex 0602 20 20

ex 0602 20 80

ex 0602 90 41

ex 0602 90 45

ex 0602 90 46

ex 0602 90 48

ex 0602 90 50

ex 0602 90 70

ex 0602 90 99

ex 0604 20 90

ex 1404 90 00

Canada, Mexico, Verenigde Staten

4.

Bast, zonder andere delen, van Castanea Mill.

ex 1404 90 00

ex 4401 40 90

Alle derde landen

5.

Bast, zonder andere delen, van Quercus L., met uitzondering van Quercus suber L.

ex 1404 90 00

ex 4401 40 90

Canada, Mexico, Verenigde Staten

6.

Bast, zonder andere delen, van Acer saccharum Marsh.

ex 1404 90 00

ex 4401 40 90

Canada, Mexico, Verenigde Staten

7.

Bast, zonder andere delen, van Populus L.

ex 1404 90 00

ex 4401 40 90

Noord- en Zuid-Amerika

8.

Voor opplant bestemde planten van Chaenomeles Ldl., Crateagus L., Cydonia Mill., Malus Mill., Prunus L., Pyrus L. en Rosa L., met uitzondering van planten in rusttoestand zonder blad, bloemen en vruchten

ex 0602 10 90

ex 0602 20 20

ex 0602 20 80

ex 0602 40 00

ex 0602 90 41

ex 0602 90 45

ex 0602 90 46

ex 0602 90 47

ex 0602 90 48

ex 0602 90 50

ex 0602 90 70

ex 0602 90 91

ex 0602 90 99

Derde landen, met uitzondering van:

Albanië, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Bosnië en Herzegovina, Canarische Eilanden, de Faeröer, Georgië, IJsland, Liechtenstein, Moldavië, Monaco, Montenegro, Noord-Macedonië, Noorwegen, Rusland (alleen de volgende delen: Centraal Federaal District (Tsentralny federalny okrug), Noordwestelijk Federaal District (Severo-Zapadny federalny okrug), Zuidelijk Federaal District (Yuzhny federalny okrug), Noord-Kaukasisch Federaal District (Severo-Kavkazsky federalny okrug) en Federaal District Privolzjski (Wolga) (Prilozhsky federalny okrug)), San Marino, Servië, Zwitserland, Turkije en Oekraïne

9.

Voor opplant bestemde planten van Cydonia Mill., Malus Mill., Prunus L. en Pyrus L. en hybriden daarvan, en Fragaria L., met uitzondering van zaden

ex 0602 10 90

ex 0602 20 20

ex 0602 90 30

ex 0602 90 41

ex 0602 90 45

ex 0602 90 46

ex 0602 90 48

ex 0602 90 50

ex 0602 90 70

ex 0602 90 91

ex 0602 90 99

Derde landen, met uitzondering van:

Albanië, Algerije, Andorra, Armenië, Australië, Azerbeidzjan, Belarus, Bosnië en Herzegovina, Canada, Canarische Eilanden, Egypte, de Faeröer, Georgië, IJsland, Israel, Jordanië, Libanon, Libië, Liechtenstein, Moldavië, Monaco, Montenegro, Marokko, Nieuw-Zeeland, Noord-Macedonië, Noorwegen, Rusland (alleen de volgende delen: Centraal Federaal District (Tsentralny federalny okrug), Noordwestelijk Federaal District (Severo-Zapadny federalny okrug), Zuidelijk Federaal District (Yuzhny federalny okrug), Noord-Kaukasisch Federaal District (Severo-Kavkazsky federalny okrug) en Federaal District Privolzjski (Wolga) (Prilozhsky federalny okrug)), San Marino, Servië, Zwitserland, Syrië, Tunesië, Turkije, Oekraïne en Verenigde Staten, met uitzondering van Hawaï

10.

Planten van Vitis L., met uitzondering van vruchten

0602 10 10

0602 20 10

ex 0604 20 90

ex 1404 90 00

Derde landen, met uitzondering van Zwitserland

11.

Planten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en de hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten en zaden

ex 0602 10 90

ex 0602 20 20

0602 20 30

ex 0602 20 80

ex 0602 90 45

ex 0602 90 46

ex 0602 90 47

ex 0602 90 50

ex 0602 90 70

ex 0602 90 91

ex 0602 90 99

ex 0604 20 90

ex 1404 90 00

Alle derde landen

12.

Voor opplant bestemde planten van Photinia Ldl., met uitzondering van planten in rusttoestand zonder blad, bloemen en vruchten

ex 0602 10 90

ex 0602 90 41

ex 0602 90 45

ex 0602 90 46

ex 0602 90 47

ex 0602 90 48

ex 0602 90 50

ex 0602 90 70

ex 0602 90 91

ex 0602 90 99

China, Democratische Volksrepubliek Korea, Japan, Republiek Korea en Verenigde Staten

13.

Planten van Phoenix spp., met uitzondering van vruchten en zaden

ex 0602 20 20

ex 0602 20 80

ex 0602 90 41

ex 0602 90 45

ex 0602 90 46

ex 0602 90 47

ex 0602 90 50

ex 0602 90 70

ex 0602 90 99

ex 0604 20 90

ex 1404 90 00

Algerije, Marokko

14.

Voor opplant bestemde planten van de familie Poaceae, met uitzondering van planten van overblijvende siergrassen van de onderfamilies Bambusoideae en Panicoideae en van de geslachten Buchloe, Bouteloua Lag., Calamagrostis, Cortaderia Stapf., Glyceria R. Br., Hakonechloa Mak. ex Honda, Hystrix, Molinia, Phalaris L., Shibataea, Spartina Schreb., Stipa L. en Uniola L., met uitzondering van zaden

ex 0602 90 50

ex 0602 90 91

ex 0602 90 99

Derde landen, met uitzondering van:

Albanië, Algerije, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Bosnië en Herzegovina, Canarische Eilanden, Egypte, de Faeröer, Georgië, IJsland, Israël, Jordanië, Libanon, Libië, Marokko, Moldavië, Monaco, Montenegro, Marokko, Noord-Macedonië, Noorwegen, Rusland (alleen de volgende delen: Centraal Federaal District (Tsentralny federalny okrug), Noordwestelijk Federaal District (Severo-Zapadny federalny okrug), Zuidelijk Federaal District (Yuzhny federalny okrug), Noord-Kaukasisch Federaal District (Severo-Kavkazsky federalny okrug) en Federaal District Privolzjski (Wolga) (Prilozhsky federalny okrug)), San Marino, Servië, Zwitserland, Syrië, Tunesië, Turkije en Oekraïne

15.

Knollen van Solanum tuberosum L., pootaardappelen

0701 10 00

Derde landen, met uitzondering van Zwitserland

16.

Voor opplant bestemde planten van stolonen- of knollenvormende soorten van Solanum L. of hybriden daarvan, met uitzondering van knollen van Solanum tuberosum L. als bedoeld in rubriek 15

ex 0601 10 90

ex 0601 20 90

ex 0602 90 50

ex 0602 90 70

ex 0602 90 91

ex 0602 90 99

Derde landen, met uitzondering van Zwitserland

17.

Knollen van soorten van Solanum L. en hybriden daarvan, met uitzondering van knollen als bedoeld in de rubrieken 15 en 16

ex 0601 10 90

ex 0601 20 90

0701 90 10

0701 90 50

0701 90 90

Derde landen, met uitzondering van:

a)

Algerije, Egypte, Israël, Libië, Marokko, Syrië, Zwitserland, Tunesië en Turkije,

of

b)

die aan de volgende bepalingen voldoen:

i)

het betreft een van de volgende landen:

Albanië, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Bosnië en Herzegovina, Canarische Eilanden, de Faeröer, Georgië, IJsland, Liechtenstein, Moldavië, Monaco, Montenegro, Noord-Macedonië, Noorwegen, Rusland (alleen de volgende delen: Centraal Federaal District (Tsentralny federalny okrug), Noordwestelijk Federaal District (Severo-Zapadny federalny okrug), Zuidelijk Federaal District (Yuzhny federalny okrug), Noord-Kaukasisch Federaal District (Severo-Kavkazsky federalny okrug) en Federaal District Privolzjski (Wolga) (Prilozhsky federalny okrug)), San Marino, Servië en Oekraïne

en

ii)

het land is volgens de in artikel 107 van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde procedure erkend als zijnde vrij van Clavibacter sepedonicus (Spieckermann & Kottho) Nouioui et al, of

in het land is voldaan aan wetgeving die is erkend als gelijkwaardig aan de voorschriften van de Unie inzake bescherming tegen Clavibacter sepedonicus (Spieckermann & Kottho) Nouioui et al. overeenkomstig de in artikel 107 van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde procedure.

18.

Voor opplant bestemde planten van Solanaceae met uitzondering van zaden en de onder de rubrieken 15, 16 of 17 vallende planten

ex 0602 90 30

ex 0602 90 45

ex 0602 90 46

ex 0602 90 48

ex 0602 90 50

ex 0602 90 70

ex 0602 90 91

ex 0602 90 99

Derde landen, met uitzondering van:

Albanië, Algerije, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Bosnië en Herzegovina, Canarische Eilanden, Egypte, de Faeröer, Georgië, IJsland, Israël, Jordanië, Libanon, Libië, Marokko, Moldavië, Monaco, Montenegro, Marokko, Noord-Macedonië, Noorwegen, Rusland (alleen de volgende delen: Centraal Federaal District (Tsentralny federalny okrug), Noordwestelijk Federaal District (Severo-Zapadny federalny okrug), Zuidelijk Federaal District (Yuzhny federalny okrug), Noord-Kaukasisch Federaal District (Severo-Kavkazsky federalny okrug) en Federaal District Privolzjski (Wolga) (Prilozhsky federalny okrug)), San Marino, Servië, Zwitserland, Syrië, Tunesië, Turkije en Oekraïne

19.

Grond als zodanig, deels bestaande uit vaste organische stoffen

ex 2530 90 00

ex 3824 99 93

Derde landen, met uitzondering van Zwitserland

20.

Groeimedium als zodanig, met uitzondering van grond, geheel of gedeeltelijk bestaande uit vaste organische stoffen, doch niet uitsluitend bestaande uit turf of vezel van Cocos nucifera L., dat voorheen niet is gebruikt voor de plantenteelt of andere landbouwdoeleinden

ex 2530 10 00

ex 2530 90 00

ex 2703 00 00

ex 3101 00 00

ex 3824 99 93

Derde landen, met uitzondering van Zwitserland


BIJLAGE VII

Lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen afkomstig uit derde landen, en de overeenkomstige bijzondere voorschriften voor het binnenbrengen ervan op het grondgebied van de Unie

 

Planten, plantaardige producten en andere materialen

GN-code

Oorsprong

Bijzondere voorschriften

1.

Aan planten aanhangende of daarbij gevoegde groeimedia, bedoeld om de levenskracht van de planten te handhaven, met uitzondering van steriele media voor in-vitroplanten

N.v.t. (1)

Derde landen, met uitzondering van Zwitserland

Officiële verklaring dat:

a)

het groeimedium op het moment van opplant van de bijbehorende planten:

i)

vrij was van grond en organisch materiaal en niet eerder was gebruikt voor de plantenteelt of andere landbouwdoeleinden,

of

ii)

uitsluitend bestond uit turf of vezel van Cocos nucifera L., en niet eerder was gebruikt voor de plantenteelt of andere landbouwdoeleinden,

of

iii)

een doeltreffende fumigatie of warmtebehandeling had ondergaan om te garanderen dat het vrij is van plaagorganismen, en die vermeld wordt op het in artikel 71 van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde fytosanitaire certificaat, in de rubriek “Aanvullende verklaring”,

of

iv)

een doeltreffende systeembenadering had ondergaan om te garanderen dat het vrij is van plaagorganismen, en die vermeld wordt op het in artikel 71 van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde fytosanitaire certificaat, in de rubriek “Aanvullende verklaring”,

en

in alle in de punten i) tot en met iv) genoemde gevallen onder passende omstandigheden werd opgeslagen en onderhouden om het vrij te houden van quarantaineorganismen,

en

b)

sinds de opplant:

i)

passende maatregelen zijn genomen om te garanderen dat het groeimedium vrij werd gehouden van EU-quarantaineorganismen, waaronder ten minste:

het groeimedium fysiek geïsoleerd houden van grond en andere mogelijke bronnen van verontreiniging,

hygiënische maatregelen,

gebruik van water dat vrij is van EU-quarantaineorganismen,

of

ii)

het groeimedium, in voorkomend geval met grond, binnen twee weken vóór de uitvoer volledig door wassen is verwijderd, met gebruikmaking van water dat vrij is van EU-quarantaineorganismen. Omplanten is toegestaan in een groeimedium dat voldoet aan de voorwaarden onder a). De omstandigheden moeten van dien aard zijn dat het groeimedium vrij wordt gehouden van EU-quarantaineorganismen, zoals voorgeschreven onder b).

2.

Machines en voertuigen die werden geëxploiteerd voor land- en bosbouwdoeleinden

ex 8432 10 00

ex 8432 21 00

ex 8432 29 10

ex 8432 29 30

ex 8432 29 50

ex 8432 29 90

ex 8432 31 00

ex 8432 39 11

ex 8432 39 19

ex 8432 39 90

ex 8432 41 00

ex 8432 42 00

ex 8432 80 00

ex 8432 90 00

ex 8433 40 00

ex 8433 51 00

ex 8433 53 10

ex 8433 53 30

ex 8433 53 90

ex 8436 80 10

ex 8701 20 90

ex 8701 91 10

ex 8701 92 10

ex 8701 93 10

ex 8701 94 10

ex 8701 95 10

Derde landen, met uitzondering van Zwitserland

Officiële verklaring dat machines of voertuigen zijn schoongemaakt en vrij zijn van grond en plantenresten.

3.

Voor opplant bestemde planten met wortels, gekweekt in de volle grond

ex 0601 20 30

ex 0601 20 90

ex 0602 20 20

ex 0602 20 80

ex 0602 30 00

ex 0602 40 00

ex 0602 90 20

ex 0602 90 30

ex 0602 90 41

ex 0602 90 45

ex 0602 90 46

ex 0602 90 47

ex 0602 90 48

ex 0602 90 50

ex 0602 90 70

ex 0602 90 91

ex 0602 90 99

ex 0706 90 10

Derde landen

Officiële verklaring dat:

a)

de productieplaats bekend staat als zijnde vrij vanClavibacter sepedonicus (Spieckermann & Kottho) Nouioui et al. en Synchytrium endobioticum (Schilb.) Percival,

en

b)

de planten afkomstig zijn van een perceel waarvan bekend is dat het vrij is van Globodera pallida (Stone) Behrens en Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens.

4.

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van bollen, stengelknollen, wortelstokken, zaden, knollen en planten in weefselkweek

0602 10 90

0602 20 20

0602 20 80

0602 30 00

0602 40 00

0602 90 20

0602 90 30

0602 90 41

0602 90 45

0602 90 46

0602 90 47

0602 90 48

0602 90 50

0602 90 70

0602 90 91

0602 90 99

ex 0704 10 00

ex 0704 90 10

ex 0704 90 90

ex 0705 11 00

ex 0705 19 00

ex 0709 40 00

ex 0709 99 10

ex 0910 99 31

ex 0910 99 33

Derde landen

Officiële verklaring dat de planten zijn geteeld in kwekerijen en:

a)

afkomstig zijn uit een gebied dat in het land van oorsprong door de nationale plantenziektekundige dienst van dat land overeenkomstig de desbetreffende internationale normen voor fytosanitaire maatregelen vrij is bevonden van Thrips palmi Karny, en dat vermeld wordt op het in artikel 71 van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde fytosanitaire certificaat, in de rubriek “Aanvullende verklaring”,

of

b)

afkomstig zijn uit een productieplaats die in het land van oorsprong door de nationale plantenziektekundige dienst van dat land overeenkomstig de desbetreffende internationale normen voor fytosanitaire maatregelen vrij is bevonden van Thrips palmi Karny, en die vermeld wordt op het in artikel 71 van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde fytosanitaire certificaat, in de rubriek “Aanvullende verklaring”, en bij officiële inspecties die in de laatste drie maanden vóór de uitvoer ten minste eens per maand zijn verricht, vrij is verklaard van Thrips palmi Karny,

of

c)

onmiddellijk voorafgaand aan de uitvoer adequaat zijn behandeld tegen Thrips palmi Karny, waarbij de gegevens van deze behandeling zijn vermeld op de in artikel 71 van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde fytosanitaire certificaten, en officieel zijn geïnspecteerd en vrij zijn bevonden van Thrips palmi Karny.

5.

Eenjarige en tweejaarlijkse voor opplant bestemde planten, met uitzondering van Poaceae en zaden

ex 0602 90 30

ex 0602 90 50

ex 0602 90 70

ex 0602 90 91

ex 0602 90 99

ex 0704 10 00

ex 0704 90 10

ex 0704 90 90

ex 0705 11 00

ex 0705 19 00

ex 0709 40 00

ex 0709 99 10

ex 0910 99 31

ex 0910 99 33

Derde landen, met uitzondering van

Albanië, Algerije, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Bosnië en Herzegovina, Canarische Eilanden, Egypte, de Faeröer, Georgië, IJsland, Israël, Jordanië, Libanon, Libië, Moldavië, Monaco, Montenegro, Marokko, Noord-Macedonië, Noorwegen, Rusland (alleen de volgende delen: Centraal Federaal District (Tsentralny federalny okrug), Noordwestelijk Federaal District (Severo-Zapadny federalny okrug), Zuidelijk Federaal District (Yuzhny federalny okrug), Noord-Kaukasisch Federaal District (Severo-Kavkazsky federalny okrug) en Federaal District Privolzjski (Wolga) (Prilozhsky federalny