29.11.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 308/58


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1978 VAN DE COMMISSIE

van 26 november 2019

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1238/95 met betrekking tot de aan het Communautair Bureau voor plantenrassen te betalen rechten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (1), en met name artikel 113,

Na raadpleging van de raad van bestuur van het Communautair Bureau voor plantenrassen,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1238/95 van de Commissie (2) is bepaald dat de voorzitter van het Communautair Bureau voor plantenrassen (“het Bureau”) voor de betaling van rechten en toeslagen andere wijzen van betaling kan toestaan, en is een lijst van deze andere wijzen van betaling vastgesteld. Met het oog op meer flexibiliteit en vereenvoudiging van de processen is het passend deze lijst van andere wijzen van betaling in de door de raad van bestuur van het Bureau op grond van artikel 36, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 2100/94 vastgestelde regels voor werkmethoden op te nemen.

(2)

In artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1238/95 is bepaald op welke datum de betaling wordt geacht te zijn ontvangen. Uit ervaringen met de verwerking van betalingen is gebleken dat het nodig is te verduidelijken dat, om ervoor te zorgen dat geen lopende verplichtingen jegens het Bureau bestaan, het volledige bedrag van de overmaking op een bankrekening van het Bureau moet worden geboekt.

(3)

Volgens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1238/95 moet een persoon die rechten of toeslagen betaalt, schriftelijk zijn naam, alsmede het doel van de betaling vermelden. Wanneer het doel van de betaling niet kan worden vastgesteld, stuurt het Bureau binnen twee maanden een herinnering. Deze termijn moet van twee maanden tot één maand worden verkort om de verwerking van betalingen efficiënter te maken.

(4)

Bij artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1238/95 is het aanvraagrecht vastgesteld. Om het gebruik van het elektronisch onlineaanvraagsysteem van het Bureau te bevorderen, moet het recht voor op een andere manier — bijvoorbeeld op papier — ingediende aanvragen worden verhoogd van 650 EUR tot 800 EUR. Bovendien heeft de praktijkervaring geleerd dat het onlineaanvraagsysteem efficiënter zou werken als in aanvulling daarop, voor eventuele verdere uitwisselingen met het Bureau, het gebruik van het papierloze communicatieplatform van het Bureau verplicht zou zijn.

(5)

Overeenkomstig artikel 7, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1238/95 moet het Bureau 150 EUR van het aanvraagrecht inhouden als de aanvraag op grond van artikel 50 van Verordening (EG) nr. 2100/94 niet geldig is. Om de administratieve lasten te verminderen, moet het volledige aanvraagrecht worden terugbetaald.

(6)

Wat het jaarlijkse recht betreft, is in artikel 9, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1238/95 bepaald dat het Bureau geen betalingen terugbetaalt die zijn verricht om een bestaand communautair kwekersrecht in stand te houden. De ervaring heeft geleerd dat, om de transparantie te verbeteren, een terugbetaling mogelijk moet zijn indien het Bureau tussen de datum van betaling en de verjaardag van de toekenning, een afstandneming heeft ontvangen.

(7)

In bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1238/95 is de hoogte van de aan het Bureau te betalen rechten voor het uitvoeren en doen uitvoeren van het technisch onderzoek van een ras waarvoor een aanvraag voor een communautair kwekersrecht wordt ingediend (het “onderzoeksrecht”) vastgesteld.

(8)

De raad van bestuur van het Bureau heeft besloten het beginsel van 100 % kostendekking aan te houden, zodat de onderzoeksbureaus worden vergoed op basis van de gemiddelde reële kosten van het onderzoek.

(9)

Uit ervaringen met technisch onderzoek blijkt bovendien dat onderzoeksrechten voor sommige kostengroepen mettertijd kunnen veranderen. De door het Bureau in rekening gebrachte rechten moeten daarom worden afgestemd op het totaalbedrag van de kosten voor de kostengroepen die het Bureau aan de onderzoeksbureaus moet betalen. Daarom moeten de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1238/95 opgenomen rechten voor alle betrokken kostengroepen worden gewijzigd.

(10)

Verordening (EG) nr. 1238/95 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

Deze verordening moet van toepassing zijn met ingang van 1 april 2020, zodat het Bureau en de belanghebbenden voldoende tijd hebben om zich aan deze wijzigingen aan te passen.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor kwekersrechten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1238/95 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3, lid 2, wordt vervangen door:

“2.   De voorzitter van het Bureau kan, overeenkomstig de regels inzake de werkmethoden die overeenkomstig het bepaalde in artikel 36, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 2100/94 worden vastgesteld, andere wijzen van betaling toestaan.”.

2)

Artikel 4, lid 1, wordt vervangen door:

“1.   Een betaling van rechten en toeslagen wordt geacht door het Bureau te zijn ontvangen op de datum waarop het volledige bedrag van de in artikel 3, lid 1, bedoelde overmaking daadwerkelijk op een bankrekening van het Bureau wordt geboekt.”.

3)

Artikel 5, lid 2, wordt vervangen door:

“2.   Wanneer het Bureau het doel van de betaling niet kan vaststellen, verzoekt het de persoon die de betaling heeft verricht, dit binnen één maand schriftelijk mee te delen. Indien dit niet binnen deze termijn geschiedt, wordt de betaling geacht niet te zijn geschied en wordt het bedrag terugbetaald aan de persoon die de betaling heeft gedaan.”.

4)

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Degene die een communautair kwekersrecht aanvraagt, hierna “de aanvrager” genoemd, betaalt voor de behandeling van een aanvraag die langs elektronische weg wordt ingediend door in het onlineaanvraagsysteem van het Bureau een webformulier in te vullen, een recht van 450 EUR.

De aanvrager aanvaardt de gebruiksvoorwaarden van het beveiligde elektronische communicatieplatform van het Bureau en gebruikt dat platform voor het indienen van de in de eerste alinea bedoelde aanvragen en andere documenten, het ontvangen van de door het Bureau verzonden kennisgevingen en documenten, het beantwoorden van dergelijke kennisgevingen en het verrichten van andere handelingen.

De aanvrager betaalt voor de behandeling van een aanvraag die op een andere manier dan via het onlineaanvraagsysteem van het Bureau wordt ingediend, een recht van 800 EUR.”;

b)

lid 7 wordt vervangen door:

“7.   Wanneer het aanvraagrecht is ontvangen, maar de aanvraag niet geldig is op grond van artikel 50 van de basisverordening, betaalt het Bureau het aanvraagrecht terug wanneer het de aanvrager in kennis stelt van de in de aanvraag geconstateerde tekortkomingen.”.

5)

Artikel 9, lid 4, wordt vervangen door:

“4.   Het Bureau betaalt geen betalingen terug die zijn verricht om een communautair kwekersrecht in stand te houden, tenzij het Bureau tussen de datum van betaling en de verjaardag van de in lid 2, onder b), bedoelde toekenning van een communautair kwekersrecht, een afstandneming heeft ontvangen. Afstandnemingen die na de verjaardag van de toekenning worden ontvangen, worden voor dergelijke betalingen niet in aanmerking genomen.”.

6)

Bijlage I wordt vervangen door de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 april 2020.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 november 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 227 van 1.9.1994, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1238/95 van de Commissie van 31 mei 1995 houdende toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad met betrekking tot de aan het Communautair Bureau voor plantenrassen te betalen rechten (PB L 121 van 1.6.1995, blz. 31).


BIJLAGE

“BIJLAGE I

Rechten voor technisch onderzoek als bedoeld in artikel 8

De rechten die voor het technisch onderzoek van een ras moeten worden betaald krachtens artikel 8, worden overeenkomstig de tabel vastgelegd:

(in EUR)

 

Kostengroep

Recht

Groep landbouwgewassen

1

Aardappel

2 050

2

Koolzaad

2 150

3

Grassen

2 920

4

Andere landbouwgewassen

1 900

Groep vruchtgewassen

5

Appelen

3 665

6

Aardbeien

3 400

7

Andere vruchtgewassen

3 460

Groep sierplanten

8

Sierplanten met levende referentieverzameling, in de kas getest

2 425

9

Sierplanten met levende referentieverzameling, getest in de open lucht

2 420

10

Sierplanten zonder levende referentieverzameling, in de kas getest

2 400

11

Sierplanten zonder levende referentieverzameling, in de open lucht getest

2 200

12

Sierplanten, speciale fytosanitaire voorwaarden

3 900

Groep groentegewassen

13

Groentegewassen, in de kas getest

2 920

14

Groentegewassen, in de open lucht getest

2 660