27.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 223/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1374 VAN DE COMMISSIE

van 26 augustus 2019

tot heropening van het onderzoek naar aanleiding van het arrest van 3 juli 2019 in zaak C-644/17, Eurobolt, met betrekking tot Uitvoeringsverordening (EU) nr. 723/2011 van de Raad van 18 juli 2011 tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 91/2009 ingestelde definitieve antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot bepaalde soorten uit Maleisië verzonden ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 266,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1), en met name artikel 14,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

(1)

Op 9 november 2007 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad (2) (“de basisverordening”) een antidumpingprocedure ingeleid betreffende de invoer van bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (3).

(2)

Op 31 januari 2009 heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 91/2009 (4) een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC”).

(3)

Na de instelling van het definitieve antidumpingrecht heeft de Commissie bewijsmateriaal ontvangen waaruit bleek dat deze maatregelen werden ontweken door middel van overlading in Maleisië.

(4)

Daarom heeft de Commissie op 28 november 2010 bij Verordening (EU) nr. 966/2010 (5) een onderzoek geopend naar de mogelijke ontwijking van de bij Verordening (EG) nr. 91/2009 ingestelde antidumpingmaatregelen.

(5)

Op 26 juli 2011 heeft de Raad bij Verordening (EU) nr. 723/2011 van 18 juli 2011 (de “verordening betreffende de ontwijking van antidumpingmaatregelen”) (6) het bij Verordening (EG) nr. 91/2009 ingestelde antidumpingrecht uitgebreid tot bepaalde soorten uit Maleisië verzonden ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië.

(6)

Op 27 februari 2016 heeft de Commissie het bij Verordening (EG) nr. 91/2009 ingestelde definitieve antidumpingrecht, zoals uitgebreid bij Verordening (EU) nr. 723/2011 (7), ingetrokken.

(7)

Op 17 november 2017 heeft de Hoge Raad der Nederlanden een verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend in het kader van een binnenlands geschil dat was ingeleid door een Nederlandse importeur van bevestigingsmiddelen uit Maleisië, Eurobolt BV (“Eurobolt”). Eurobolt betwistte de geldigheid van de antiontwijkingsmaatregelen op grond van het feit dat de Commissie het comité niet ten minste tien werkdagen voorafgaand aan de vergadering van het comité alle relevante gegevens had doen toekomen, zoals voorgeschreven door het toen toepasselijke artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (8).

(8)

In deze context heeft de verwijzende rechter het Hof van Justitie gevraagd of Verordening (EU) nr. 723/2011 ongeldig is op grond van artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009, aangezien de opmerkingen die Eurobolt heeft ingediend als antwoord op de bevindingen van de Commissie – als relevante gegevens in de zin van die bepaling – niet ten minste tien werkdagen voorafgaand aan de vergadering van het in die bepaling bedoelde raadgevend comité aan dat comité beschikbaar waren gesteld (9).

(9)

In zijn arrest wees het Hof van Justitie er op dat de betrokken opmerkingen werden ingediend door Eurobolt in haar hoedanigheid van belanghebbende bij een door de Commissie krachtens artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 ingeleid onderzoek. Deze opmerkingen dienden als reactie op de voorlopige conclusies van de Commissie (10). Zij hadden derhalve moeten worden beschouwd als relevante gegevens in de zin van artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (11); hieruit volgt dat die bepaling werd geschonden, omdat voornoemde opmerkingen niet uiterlijk tien werkdagen voorafgaand aan de vergadering van het raadgevend comité zijn medegedeeld aan de lidstaten (12).

(10)

Volgens het Hof van Justitie behoort het in artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 geformuleerde vereiste dat alle relevante gegevens uiterlijk tien werkdagen voorafgaand aan de vergadering van het raadgevend comité aan dat comité worden meegedeeld, tot de wezenlijke vormvoorschriften van de regelmatigheid van de procedure waarvan de niet-inachtneming tot nietigheid van de betrokken handeling leidt (13).

(11)

Overeenkomstig artikel 266 VWEU moeten de instellingen van de Europese Unie de nodige maatregelen nemen om het arrest van het Hof van Justitie uit te voeren.

(12)

Uit de rechtspraak volgt dat wanneer een verordening tot instelling van antidumpingrechten bij een arrest van het Hof nietig of ongeldig wordt verklaard, de instelling die de maatregelen moet nemen die nodig zijn om dat arrest uit te voeren, de aan die verordening ten grondslag liggende procedure kan heropenen, ook al voorziet de toepasselijke regeling niet uitdrukkelijk in die mogelijkheid (14).

(13)

Tenzij de gehele procedure nietig is door de vastgestelde onregelmatigheid, kan de betrokken instelling bovendien de procedure heropenen in de fase waarin die onregelmatigheid is begaan, teneinde een handeling vast te stellen ter vervanging van een eerdere, nietig of ongeldig verklaarde handeling (15). Dit houdt onder meer in dat wanneer een handeling tot afsluiting van een bestuurlijke procedure nietig wordt verklaard, de nietigverklaring niet noodzakelijkerwijs betrekking heeft op de voorbereidende handelingen, zoals die tot inleiding van de antiontwijkingsprocedure krachtens Verordening (EU) nr. 966/2010.

(14)

In de onderhavige zaak heeft het Hof van Justitie Verordening (EU) nr. 723/2011 ongeldig verklaard omdat deze is vastgesteld in strijd met de in artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 voorziene raadplegingsprocedure. De Commissie heeft aldus de mogelijkheid om de aspecten van Verordening (EU) nr. 723/2011 te corrigeren die tot de nietigverklaring ervan hebben geleid en de waarvoor het arrest geen gevolgen heeft, ongewijzigd te laten (16).

(15)

De Commissie heeft daarom besloten het onderzoek naar ontwijking te heropenen om de door het Hof van Justitie vastgestelde onwettigheid te verhelpen.

2.   HEROPENING VAN DE PROCEDURE

2.1.   Heropening

(16)

Gezien het bovenstaande heropent de Commissie het onderzoek naar ontwijking bij de invoer van bepaalde soorten uit Maleisië verzonden ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, dat heeft geleid tot de vaststelling van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 723/2011 van de Raad van 18 juli 2011 tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 91/2009 ingestelde definitieve antidumpingrecht.

(17)

De heropening is beperkt tot de uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-644/17, Eurobolt. In dat arrest heeft de door het Hof van Justitie vastgestelde onwettigheid betrekking op de verplichtingen die voortvloeien uit de procedure van het raadgevend comité van artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 in de toen geldende versie. Deze procedure is intussen vervangen door de onderzoeksprocedure van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 (17) (18).

(18)

In verband hiermee merkt de Commissie op dat Uniehandelingen in beginsel moeten worden vastgesteld overeenkomstig de ten tijde van de vaststelling geldende procedurevoorschriften. Het is echter juist vanwege de intrekking van artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009, zoals die gold op het tijdstip van het achterliggende onderzoek, dat een procedure als de huidige procedure tot heropening van een krachtens artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 geopend onderzoek naar ontwijking met ingang van het tijdstip van intrekking van artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009, zoals die van toepassing was op het moment van de goedkeuring van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 723/2011, enkel op grond van de momenteel geldende comitéprocedure voor het instellen van antiontwijkingsmaatregelen kan worden afgerond (19). Overeenkomstig artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1225/2009, zoals gewijzigd en gecodificeerd bij Verordening (EU) 2016/1036 (20), is de te volgen procedure voor deze heropening de procedure bedoeld in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011.

(19)

Aangezien in dit specifieke geval de opmerkingen die werden ingediend door Eurobolt in haar hoedanigheid van belanghebbende bij een door de Commissie krachtens artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 ingeleid onderzoek niet naar behoren werden meegedeeld aan het raadgevend comité, is de Commissie voornemens deze opmerkingen (alsook alle aanvullende informatie die wordt verstrekt door belanghebbenden, zoals is voorzien in punt 2.2) te analyseren en het resultaat van deze analyse mee te delen in het voorstel dat zal worden voorgelegd aan het comité.

(20)

De Commissie zal vervolgens uiterlijk 14 dagen voorafgaand aan de vergadering van het comité dit comité raadplegen op grond van de onderzoeksprocedure die is vastgelegd in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011, waarnaar wordt verwezen in artikel 15, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1036. De bedoeling hiervan is de regeringen van de lidstaten in staat te stellen om kennis te nemen van alle relevante gegevens betreffende deze opmerkingen, zodat zij door middel van interne en externe raadplegingen een standpunt kunnen formuleren om hun specifieke belangen te beschermen.

2.2.   Schriftelijke opmerkingen

(21)

Belanghebbenden wordt verzocht om zich kenbaar te maken, hun standpunt te kennen te geven en informatie en bewijsmateriaal in te dienen over zaken die betrekking hebben op de heropening van het onderzoek binnen 20 dagen na de datum van bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.3.   Mogelijkheid om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord

(22)

Belanghebbenden kunnen een verzoek indienen om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. Een verzoek om te worden gehoord over zaken die betrekking hebben op de heropening van het onderzoek moet uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie worden ingediend. Daarna moet een verzoek om te worden gehoord, worden ingediend binnen de specifieke termijnen die de Commissie in haar correspondentie met de partijen vermeldt.

2.4.   Instructies voor schriftelijke opmerkingen en verzending van correspondentie

(23)

Informatie die aan de Commissie wordt verstrekt in het kader van handelsbeschermingsonderzoeken moet vrij zijn van auteursrechten. Alvorens aan de Commissie informatie en/of gegevens te verstrekken die onderworpen zijn aan het auteursrecht van derden, moeten belanghebbenden de houder van het auteursrecht specifiek verzoeken de Commissie uitdrukkelijk toestemming te verlenen om a) voor deze handelsbeschermingsprocedure gebruik te maken van de informatie en gegevens, en b) de informatie en/of gegevens te verstrekken aan belanghebbenden in dit onderzoek, in een vorm die hun de mogelijkheid biedt hun recht van verweer uit te oefenen.

(24)

Alle schriftelijke opmerkingen en correspondentie die door de belanghebbenden worden verstrekt en waarvoor om een vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, moeten voorzien zijn van de vermelding “Limited” (21).

(25)

Belanghebbenden die informatie met de vermelding “Limited” verstrekken, moeten hiervan krachtens artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (22) een niet-vertrouwelijke samenvatting indienen, voorzien van de vermelding “For inspection by interested parties”. Deze samenvatting moet gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte informatie. Als een belanghebbende die vertrouwelijke inlichtingen verstrekt, geen niet-vertrouwelijke samenvatting daarvan indient met de vereiste vorm en inhoud, kan deze informatie buiten beschouwing worden gelaten.

(26)

Belanghebbenden wordt verzocht alle opmerkingen en verzoeken, met inbegrip van gescande volmachten en certificaten, per e-mail of via het platform TRON.tdi (https://webgate.ec.europa.eu/tron/TDI) (23) in te dienen. Door e-mail of het platform TRON.tdi te gebruiken, stemmen belanghebbenden in met de geldende voorschriften inzake elektronisch ingediende opmerkingen, zoals bepaald in het document “CORRESPONDENTIE MET DE EUROPESE COMMISSIE IN HANDELSBESCHERMINGSZAKEN” op de website van het directoraat-generaal Handel: http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2014/june/tradoc_152578.pdf. Belanghebbenden moeten hun naam, adres, telefoonnummer en een geldig e-mailadres vermelden en ervoor zorgen dat het verstrekte e-mailadres een actief, officieel en zakelijk e-mailadres is dat iedere dag wordt gecontroleerd. Zodra contactgegevens zijn verstrekt, verloopt de communicatie van de Commissie met belanghebbenden uitsluitend per e-mail, tenzij zij uitdrukkelijk verzoeken alle documenten van de Commissie via een ander communicatiemiddel te ontvangen, of het document wegens de aard ervan per aangetekend schrijven moet worden verzonden. Voor nadere voorschriften en informatie over de correspondentie met de Commissie, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op per e-mail verzonden opmerkingen, moeten belanghebbenden de genoemde instructies voor belanghebbenden betreffende de communicatie raadplegen.

Correspondentieadres van de Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat H

Kamer CHAR 04/039

1049 Brussel

BELGIË

E-mail: TRADE-AD-FASTENERS-MALAYSIA@ec.europa.eu

2.5.   Niet-medewerking

(27)

Wanneer belanghebbenden geen toegang tot de nodige gegevens verlenen, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek aanmerkelijk belemmeren, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening conclusies worden getrokken aan de hand van de beschikbare gegevens, zowel in positieve als in negatieve zin.

(28)

Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, kunnen deze buiten beschouwing worden gelaten en kan van de beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt.

(29)

Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de bevindingen daarom overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kan het resultaat voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan indien hij wel medewerking had verleend.

(30)

Als de belanghebbende zijn antwoord niet door middel van systemen voor automatische gegevensverwerking verstrekt, wordt dit niet als niet-medewerking beschouwd, mits deze belanghebbende aantoont dat verstrekking van het antwoord in de gevraagde vorm voor hem een onredelijke extra belasting zou betekenen of onredelijke extra kosten zou meebrengen. De belanghebbende moet onmiddellijk contact opnemen met de Commissie.

2.6.   Raadadviseur-auditeur

(31)

Belanghebbenden kunnen vragen dat de raadadviseur-auditeur bij handelsprocedures wordt ingeschakeld. De raadadviseur-auditeur fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de onderzoeksdiensten van de Commissie. Hij behandelt verzoeken om toegang tot het dossier, geschillen over de vertrouwelijkheid van documenten, verzoeken om termijnverlenging en verzoeken van derden om te worden gehoord. De raadadviseur-auditeur kan een hoorzitting met een individuele belanghebbende beleggen en als bemiddelaar optreden om te garanderen dat de belanghebbenden hun recht van verweer ten volle kunnen uitoefenen.

(32)

Een verzoek om door de raadadviseur-auditeur te worden gehoord, moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. De raadadviseur-auditeur onderzoekt de redenen voor de verzoeken. Deze hoorzittingen mogen enkel plaatsvinden indien de kwesties niet tijdig zijn opgelost met de diensten van de Commissie.

(33)

Elk verzoek moet tijdig en snel worden ingediend, zodat het ordelijk verloop van de procedure niet in gevaar wordt gebracht. Daartoe moeten de belanghebbenden om de inschakeling van de raadadviseur-auditeur vragen zo spoedig mogelijk na de gebeurtenis die een dergelijke inschakeling rechtvaardigt. Wanneer een verzoek om een hoorzitting niet binnen de desbetreffende termijn wordt ingediend, onderzoekt de raadadviseur-auditeur ook de redenen voor het laattijdige verzoek, de aard van de aan de orde gestelde kwesties en de gevolgen van die kwesties voor het recht van verweer, rekening houdend met het belang van behoorlijk bestuur en de tijdige voltooiing van het onderzoek.

(34)

Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de webpagina's van de raadadviseur-auditeur op de website van DG Handel: http://ec.europa.eu/trade/trade-policy-and-you/contacts/hearing-officer/.

2.7.   Verwerking van persoonsgegevens

(35)

Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (24).

(36)

Een privacyverklaring die alle particulieren op de hoogte brengt van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de handelsbeschermingsactiviteiten van de Commissie is beschikbaar op de website van DG Handel: http://trade.ec.europa.eu/doclib/html/157639.htm.

2.8.   Instructies voor de douaneautoriteiten

(37)

De nationale douaneautoriteiten wordt opgedragen te wachten op de bekendmaking van de resultaten van het heropende onderzoek voordat zij een besluit nemen over aanvragen tot terugbetaling of kwijtschelding van de rechten waarop deze verordening betrekking heeft. Deze bekendmaking moet normaal gesproken plaatsvinden binnen negen maanden na de bekendmaking van deze verordening.

2.9.   Mededeling van feiten en overwegingen

(38)

De belanghebbenden zullen in kennis worden gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens is het arrest uit te voeren en zullen hierover opmerkingen kunnen maken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De Commissie heropent het onderzoek naar ontwijking bij de invoer van bepaalde soorten uit Maleisië verzonden ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, dat heeft geleid tot de vaststelling van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 723/2011 van de Raad van 18 juli 2011 tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 91/2009 ingestelde definitieve antidumpingrecht.

Artikel 2

De nationale douaneautoriteiten wachten op de bekendmaking van de resultaten van het heropende onderzoek voordat zij een besluit nemen over aanvragen tot terugbetaling of kwijtschelding van de rechten waarop deze verordening betrekking heeft.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 augustus 2019

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1). Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21) vormt nu de laatste geconsolideerde versie van de basisverordening.

(3)  Bericht van inleiding van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB C 267 van 9.11.2007, blz. 31).

(4)  Verordening (EG) nr. 91/2009 van de Raad van 26 januari 2009 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 29 van 31.1.2009, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) nr. 966/2010 van de Commissie van 27 oktober 2010 tot opening van een onderzoek naar de mogelijke ontwijking van de bij Verordening (EG) nr. 91/2009 van de Raad ingestelde antidumpingmaatregelen op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China door de invoer van bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen, verzonden uit Maleisië en al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, en tot registratie van deze invoer (PB L 282 van 28.10.2010, blz. 29).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 723/2011 van de Raad van 18 juli 2011 tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 91/2009 ingestelde definitieve antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot bepaalde soorten uit Maleisië verzonden ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië (PB L 194 van 26.7.2011, blz. 6).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/278 van de Commissie van 26 februari 2016 tot intrekking van het definitieve antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot bepaalde soorten uit Maleisië verzonden ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië (PB L 52 van 27.2.2016, blz. 24).

(8)  Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51).

(9)  Arrest van 3 juli 2019, Eurobolt, C-644/17, ECLI:EU:C:2019:555, punt 33.

(10)  Ibidem, punt 40.

(11)  Ibidem, punt 42.

(12)  Ibidem, punt 43.

(13)  Ibidem, punt 51.

(14)  Arrest van 15 maart 2018, Deichmann, C-256/16, ECLI:EU:C:2018:187, punt 73; zie ook arrest van 19 juni 2019, P&J Clark International, C-612/16, ECLI:EU:C:2019:508, punt 43.

(15)  Ibidem, punt 74; zie ook arrest van 19 juni 2019, P&J Clark International, C-612/16, EU:C:2019:508, punt 43.

(16)  Arrest van 3 oktober 2000, Industrie des Poudres Sphériques/Raad, C-458/98 P, ECLI:EU:C:2000:531, punten 80 tot en met 85.

(17)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(18)  Zie in dit verband Verordening (EU) nr. 37/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2014 tot wijziging van bepaalde verordeningen op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek voor wat de procedures tot het nemen van bepaalde maatregelen betreft (PB L 18 van 21.1.2014, blz. 1).

(19)  Arrest van 15 maart 2018, Deichmann, C-256/16, ECLI:EU:C:2018:187, punten 44 tot en met 55.

(20)  Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21).

(21)  Een “Limited”-document wordt beschouwd als vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21) en artikel 6 van de WTO-Overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst). Het is ook een beschermd document krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

(22)  PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(23)  Om toegang tot het platform TRON.tdi te krijgen, moeten belanghebbenden over een EU Login-account beschikken. Volledige instructies over het registreren voor en het gebruik van het platform TRON.tdi zijn beschikbaar op het adres https://webgate.ec.europa.eu/tron/resources/documents/gettingStarted.pdf.

(24)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).