5.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 146/3


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/912 VAN DE COMMISSIE

van 28 mei 2019

houdende wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot het format, de structuur, de inhoudsopgave en de jaarlijkse publicatiedatum van de informatie die door de bevoegde autoriteiten openbaar moet worden gemaakt overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (1), en met name artikel 143, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 van de Commissie (2) is het format, de structuur, de inhoudsopgave en de jaarlijkse publicatiedatum vastgelegd van de informatie die overeenkomstig artikel 143 van Richtlijn 2013/36/EU door de bevoegde autoriteiten openbaar moet worden gemaakt. De informatie die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig genoemde uitvoeringsverordening openbaar moeten maken, moet thans worden geactualiseerd om de consistentie te waarborgen met de wijzigingen die in het kader voor het prudentiële toezicht op instellingen zijn aangebracht.

(2)

Het is belangrijk dat de door de bevoegde autoriteiten openbaar gemaakte informatie van hoge kwaliteit en gemakkelijk vergelijkbaar is. Artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 moet derhalve worden gewijzigd om te verduidelijken dat bevoegde autoriteiten enkel geaggregeerde statistische gegevens mogen verzamelen over instellingen die onder hun toezicht vallen, alsook om duidelijk aan te geven voor welke periode gegevens moeten worden gerapporteerd.

(3)

In bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 zijn de templates vastgelegd voor de openbaarmaking van informatie over de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en algemene richtsnoeren die in elke lidstaat zijn aangenomen. Deze bijlage moet zodanig worden gewijzigd dat deze nuttiger en relevanter informatie verschaft over de wijze waarop bevoegde autoriteiten in hun respectieve jurisdicties toezicht uitoefenen.

(4)

In bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 zijn de templates vastgelegd voor de openbaarmaking van informatie over de in het Unierecht beschikbare opties en discreties. Deze bijlage moet zodanig worden gewijzigd dat zij ook de additionele opties en discreties bestrijkt die uit Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie (3) voortvloeien. Zij moet eveneens worden gewijzigd om een onderscheid te kunnen maken tussen opties en discreties met een overgangskarakter en opties en discreties met een permanent karakter, alsook om een onderscheid te kunnen maken tussen de toepassing van deze opties en discreties op, enerzijds, kredietinstellingen en, anderzijds, beleggingsondernemingen.

(5)

De EBA-richtsnoeren betreffende het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder (Supervisory Review and Evaluation Process, SREP) (4) moeten op transparantere wijze worden geïmplementeerd. Bijlage III bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 moet derhalve zodanig worden gewijzigd dat zij een beschrijving bevat van de toezichtsbenadering van het intern beoordelingsproces van de liquiditeitstoereikendheid (Internal Liquidity Adequacy Assessment Process, ILAAP).

(6)

Overlappingen moeten worden vermeden en de geaggregeerde statistische gegevens die bevoegde autoriteiten openbaar maken, moeten beter vergelijkbaar zijn. Bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 moet derhalve worden gewijzigd om rekening te houden met het niveau van prudentiële consolidatie dat instellingen overeenkomstig deel een, titel II, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 toepassen van het Europees Parlement en de Raad (5).

(7)

Om de kwaliteit van de openbaargemaakte informatie te verbeteren en een zinvoller vergelijking van die informatie mogelijk te maken, moeten de templates in de bijlagen bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 gedetailleerde richtsnoeren en instructies bevatten.

(8)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen die de Europese Bankautoriteit aan de Commissie heeft voorgelegd.

(9)

De EBA heeft openbare publieksraadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, de mogelijke kosten en baten geanalyseerd en het advies van de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (6) opgerichte Stakeholdergroep bankwezen ingewonnen.

(10)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 wordt als volgt gewijzigd:

1)

in artikel 5 worden de tweede en de derde alinea vervangen door:

"De bevoegde autoriteiten actualiseren de informatie waarvan sprake in artikel 143, lid 1, onder d), van die richtlijn tegen 31 juli van elk jaar. Die informatie heeft betrekking op het voorgaande kalenderjaar.

Voor de instellingen die onder hun prudentiële toezicht vallen, actualiseren de bevoegde autoriteiten de informatie waarvan sprake in artikel 143, lid 1, onder a), b) en c), van die richtlijn op gezette tijden, en hoe dan ook tegen 31 juli van elk jaar, tenzij de laatstelijk gepubliceerde informatie niet gewijzigd is.";

2)

bijlage I wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij deze verordening;

3)

bijlage II wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening;

4)

bijlage III wordt vervangen door de tekst in bijlage III bij deze verordening;

5)

bijlage IV wordt vervangen door de tekst in bijlage IV bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 mei 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 650/2014 van de Commissie van 4 juni 2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot het format, de structuur, de inhoudsopgave en de jaarlijkse publicatiedatum van de informatie die door de bevoegde autoriteiten openbaar moet worden gemaakt overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (PB L 185 van 25.6.2014, blz. 1).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie van 10 oktober 2014 ter aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het liquiditeitsdekkingsvereiste voor kredietinstellingen (PB L 11 van 17.1.2015, blz. 1).

(4)  Richtsnoeren inzake gemeenschappelijke procedures en methoden voor het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder van 19 december 2014, EBA/GL/2014/13.

(5)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).


BIJLAGE I

REGELS EN RICHTSNOEREN

Lijst van templates

Deel1

Omzetting van Richtlijn 2013/36/EU

Deel 2

Goedkeuring modellen

Deel 3

Blootstellingen uit hoofde van gespecialiseerde kredietverlening

Deel 4

Kredietrisicolimitering

Deel 5

Specifieke openbaarmakingsvereisten voor instellingen

Deel 6

Ontheffingen voor toepassing prudentiële vereisten

Deel 7

Gekwalificeerde deelnemingen in een kredietinstelling

Deel 8

Verplichte en financiële rapportage

Algemene opmerkingen over het invullen van templates in Bijlage I.

Bij het bekendmaken van informatie over de algemene criteria en methodieken mogen bevoegde autoriteiten geen toezichtmaatregelen openbaar maken die gericht zijn op specifieke instellingen, ongeacht of het gaat om één instelling dan wel een groep instellingen.

DEEL 1

Omzetting van Richtlijn 2013/36/EU

 

Omzetting van de bepalingen van Richtlijn 2013/36/EU

Bepalingen van Richtlijn 2013/36/EU

Links naar nationale tekst (1)

Referentie(s) nationale bepalingen (2)

Beschikbaar in EN (JA/NEEN)

010

Datum laatste bijwerking van informatie in deze template

 

(dd/mm/jjjj)

020

I.

Onderwerp, toepassingsgebied en definities

Artikelen 1 tot en met 3

 

 

 

030

II.

Bevoegde autoriteiten

Artikelen 4 tot en met 7

 

 

 

040

III.

Vereisten voor de toegang tot het bedrijf van kredietinstelling

Artikelen 8 tot en met 27

 

 

 

050

1.

Algemene vereisten voor de toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen

Artikelen 8 tot en met 21

 

 

 

060

2.

Gekwalificeerde deelnemingen in een kredietinstelling

Artikelen 22 tot en met 27

 

 

 

070

IV.

Aanvangskapitaal van beleggingsondernemingen

Artikelen 28 tot en met 32

 

 

 

080

V.

Bepalingen betreffende de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten

Artikelen 33 tot en met 46

 

 

 

090

1.

Algemene beginselen

Artikelen 33 tot en met 34

 

 

 

100

2.

Recht van vestiging van kredietinstellingen

Artikelen 35 tot en met 38

 

 

 

110

3.

Uitoefening van het recht tot het vrij verrichten van diensten

Artikel 39

 

 

 

120

4.

Bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst

Artikelen 40 tot en met 46

 

 

 

130

VI.

Betrekkingen met derde landen

Artikelen 47 tot en met 48

 

 

 

140

VII.

Prudentieel toezicht

Artikelen 49 tot en met 142

 

 

 

150

1.

Beginselen van prudentieel toezicht

Artikelen 49 tot en met 72

 

 

 

160

1.1

Bevoegdheid en taken van de lidstaten van herkomst en van de lidstaten van ontvangst

Artikelen 49 tot en met 52

 

 

 

170

1.2

Uitwisseling van informatie en beroepsgeheim

Artikelen 53 tot en met 62

 

 

 

180

1.3

Verplichtingen van de personen belast met de wettelijke controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening

Artikel 63

 

 

 

190

1.4

Toezichtbevoegdheden, sanctiebevoegdheid en beroepsrecht

Artikelen 64 tot en met 72

 

 

 

200

2.

Toetsingsprocedures

Artikelen 73 tot en met 110

 

 

 

210

2.1

Intern beoordelingsproces van de kapitaaltoereikendheid (ICAAP)

Artikel 73

 

 

 

220

2.2

Regelingen, procedures en mechanismen van instellingen

Artikelen 74 tot en met 96

 

 

 

230

2.3

Procedure voor toetsing en evaluatie door de toezichthouder (SREP)

Artikelen 97 tot en met 101

 

 

 

240

2.4

Toezichtmaatregelen en -bevoegdheden

Artikelen 102 tot en met 107

 

 

 

250

2.5

Toepassingsniveau

Artikelen 108 tot en met 110

 

 

 

260

3.

Toezicht op geconsolideerde basis

Artikelen 111 tot en met 127

 

 

 

270

3.1

Beginselen voor toezicht op geconsolideerde basis

Artikelen 111 tot en met 118

 

 

 

280

3.2

Financiële holdings, gemengde financiële holdings en gemengde holdings

Artikelen 119 tot en met 127

 

 

 

290

4.

Kapitaalbuffers

Artikelen 128 tot en met 142

 

 

 

300

4.1

Buffers

Artikelen 128 tot en met 134

 

 

 

310

4.2

Bepaling en berekening van contracyclische kapitaalbuffers

Artikelen 135 tot en met 140

 

 

 

320

4.3

Kapitaalinstandhoudingsmaatregelen

Artikelen 141 tot en met 142

 

 

 

330

VIII.

Openbaarmaking van informatie door de bevoegde autoriteiten

Artikelen 143 tot en met 144

 

 

 

340

IX.

Wijzigingen in Richtlijn 2002/87/EG

Artikel 150

 

 

 

350

X.

Overgangs- en slotbepalingen

Artikelen 151 tot en met 165

 

 

 

360

1.

Overgangsbepalingen met betrekking tot het toezicht op instellingen die de vrijheid van vestiging en het recht tot het vrij verrichten van diensten uitoefenen

Artikelen 151 tot en met 159

 

 

 

370

2.

Overgangsbepalingen voor kapitaalbuffers

Artikel 160

 

 

 

380

3.

Slotbepalingen

Artikelen 161 tot en met 165

 

 

 


DEEL 2

Goedkeuring modellen

010

Datum laatste bijwerking van informatie in deze template

(dd/mm/jjjj)

 

Beschrijving van de aanpak

 

Aanpak toezichthouder voor de goedkeuring van het gebruik van de interneratingbenadering (IRB) om de minimale kapitaalvereisten voor kredietrisico te berekenen

020

Door instellingen die het gebruik van de IRB aanvragen, minimaal te verschaffen documentatie

[vrije tekst]

030

Beschrijving van het evaluatieproces door de bevoegde autoriteit (gebruik van zelfbeoordeling, gebruik externe accountants en inspecties ter plaatse) en voornaamste beoordelingscriteria

[vrije tekst]

040

Vorm van de besluiten van de bevoegde autoriteit en mededeling van de besluiten aan aanvragers

[vrije tekst]

 

Aanpak toezichthouder voor de goedkeuring van het gebruik van de internemodellenbenadering (IMA) om de minimale kapitaalvereisten voor operationeel risico te berekenen

050

Door instellingen die het gebruik van de IMA aanvragen, minimaal te verschaffen documentatie

[vrije tekst]

060

Beschrijving van het evaluatieproces door de bevoegde autoriteit (gebruik van zelfbeoordeling, gebruik externe accountants en inspecties ter plaatse) en voornaamste beoordelingscriteria

[vrije tekst]

070

Vorm van de besluiten van de bevoegde autoriteit en mededeling van de besluiten aan aanvragers

[vrije tekst]

 

Aanpak toezichthouder voor de goedkeuring van het gebruik van de internemodellenmethode (IMM) om de minimale kapitaalvereisten voor operationeel risico te berekenen

080

Door instellingen die het gebruik van de IMM aanvragen, minimaal te verschaffen documentatie

[vrije tekst]

090

Beschrijving van het evaluatieproces door de bevoegde autoriteit (gebruik van zelfbeoordeling, gebruik externe accountants en inspecties ter plaatse) en voornaamste beoordelingscriteria

[vrije tekst]

100

Vorm van de besluiten van de bevoegde autoriteit en mededeling van de besluiten aan aanvragers

[vrije tekst]

 

Aanpak toezichthouder voor de goedkeuring van het gebruik van de geavanceerde meetbenadering (AMA) om de minimale kapitaalvereisten voor operationeel risico te berekenen

110

Door instellingen die het gebruik van de AMA aanvragen, minimaal te verschaffen documentatie

[vrije tekst]

120

Beschrijving van het evaluatieproces door de bevoegde autoriteit (gebruik van zelfbeoordeling, gebruik externe accountants en inspecties ter plaatse) en voornaamste beoordelingscriteria

[vrije tekst]

130

Vorm van de besluiten van de bevoegde autoriteit en mededeling van de besluiten aan aanvragers

[vrije tekst]


DEEL 3

Blootstellingen uit hoofde van gespecialiseerde kredietverlening

 

Verordening (EU) nr. 575/2013

Bepalingen

Door de bevoegde autoriteit te verstrekken informatie

010

Datum laatste bijwerking van de informatie in deze template

(dd/mm/jjjj)

020

Artikel 153, lid 5

Heeft de bevoegde autoriteit een leidraad gepubliceerd waarin zij toelicht hoe instellingen rekening moeten houden met de in artikel 153, lid 5, bedoelde factoren, wanneer zij risicogewichten toekent aan blootstellingen uit hoofde van gespecialiseerde kredietverlening?

[Ja/Neen]

030

Zo ja, gelieve de referentie van die nationale leidraad te geven.

[referentie van de nationale tekst]

040

Is de nationale leidraad beschikbaar in het Engels?

[Ja/Neen]


DEEL 4

Kredietrisicolimitering

 

Verordening (EU) nr. 575/2013

Bepalingen

Beschrijving

Door de bevoegde autoriteit te verstrekken informatie

010

Datum laatste bijwerking van de informatie in deze template

(dd/mm/jjjj)

020

Artikel 201, lid 2

Bekendmaking van de lijst van financiële instellingen die toelaatbare verschaffers zijn van niet-volgestorte kredietprotectie, of leidende criteria voor de vaststelling van deze instellingen

De bevoegde autoriteiten moeten zorgen voor bekendmaking en het bijhouden van de lijst van financiële instellingen die toelaatbare verschaffers zijn van niet-volgestorte kredietprotectie krachtens punt f) van artikel 201, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, of van de leidende criteria voor de vaststelling van deze instellingen.

Lijst van de financiële instellingen of leidende criteria voor de vaststelling ervan

[vrije tekst - op de website van de bevoegde autoriteit kan een hyperlink naar die lijst of die leidende criteria worden gegeven]

030

Beschrijving van de toepasselijke prudentiële vereisten

De bevoegde autoriteiten moeten een beschrijving van de toepasselijke prudentiële vereisten bekendmaken, samen met de lijst van de toelaatbare financiële instellingen of van de leidende criteria voor de vaststelling van deze instellingen

Beschrijving van de door de bevoegde autoriteit toegepaste prudentiële vereisten

[vrije tekst]

040

Artikel 227, lid 2, onder e)

Voorwaarden voor de toepassing van een volatiliteitsaanpassing van 0 %

Volgens de Financial collateral Comprehensive Method (FCCM) kunnen instellingen een volatiliteitsaanpassing van 0 % toepassen indien de transactie wordt afgewikkeld in een afwikkelingssysteem dat voor dit soort transacties betrouwbaar is gebleken.

Nadere beschrijving van de wijze waarop de bevoegde autoriteit het afwikkelingssysteem als een betrouwbaar systeem aanmerkt.

[vrije tekst]

050

Artikel 227, lid 2, onder f)

Voorwaarden voor de toepassing van een volatiliteitsaanpassing van 0 %

Volgens de Financial collateral Comprehensive Method (FCCM) kunnen instellingen een volatiliteitsaanpassing van 0 % toepassen indien de documentatie met betrekking tot de overeenkomst of de transactie de standaardmarktdocumentatie is voor retrocessietransacties of voor transacties inzake het verstrekken of opnemen van leningen in de betrokken effecten.

Documentatie die als standaardmarktdocumentatie geldt.

[vrije tekst]

060

Artikel 229, lid 1

Waarderingsbeginselen voor door onroerend goed gedekte zekerheden in het kader van de IRB-benadering

Onroerend goed kan door een onafhankelijke taxateur worden gewaardeerd tegen of onder de hypotheekwaarde in lidstaten die in hun wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen strenge criteria voor de berekening van de hypotheekwaarde hebben vastgesteld.

In de nationale wetgeving vastgestelde criteria voor de berekening van de hypotheekwaarde

[vrije tekst]


DEEL 5

Specifieke openbaarmakingsvereisten voor instellingen

 

Richtlijn 2013/36/EU

Verordening (EU) nr. 575/2013

Bepaling

Door de bevoegde autoriteit te verstrekken informatie

 

010

Datum laatste bijwerking van informatie in deze template

(dd/mm/jjjj)

020

Artikel 106, lid 1, onder a)

 

Bevoegde autoriteiten kunnen instellingen ertoe verplichten frequenter dan jaarlijks en binnen bepaalde termijnen de in deel 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde informatie te publiceren.

Publicatiefrequentie en -termijnen voor de instellingen

[vrije tekst]

030

Artikel 106, lid 1, onder b)

 

Bevoegde autoriteiten kunnen instellingen ertoe verplichten specifieke media en locaties voor publicaties niet zijnde financiële overzichten te gebruiken.

Soorten specifieke media die door instellingen moeten worden gebruikt.

[vrije tekst]

040

 

Artikel 13, leden 1 en 2

Belangrijke dochterondernemingen en dochterondernemingen met aanzienlijke betekenis voor hun plaatselijke markt moeten de in deel 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde informatie openbaarmaken op individuele of gesubconsolideerde basis.

Criteria die de bevoegde autoriteit toepast om de aanzienlijke betekenis van een dochteronderneming te beoordelen.

[vrije tekst]


DEEL 6

Ontheffingen voor toepassing prudentiële vereisten

 

Verordening (EU) nr. 575/2013

Bepalingen

Beschrijving

Door de bevoegde autoriteit te verstrekken informatie

 

010

Datum laatste bijwerking van de informatie in deze template

(dd/mm/jjjj)

020

Artikel 7, leden 1 en 2

(Individuele ontheffingen voor dochterondernemingen)

Vrijstelling van de toepassing op individuele basis van de prudentiële vereisten bedoeld in de delen 2 tot en met 5 en deel 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De ontheffing kan worden verleend aan elke dochteronderneming indien er geen feitelijke of juridische belemmering van wezenlijk belang aanwezig of te voorzien is die een onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva door de moederonderneming kan verhinderen overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder a).

Criteria die de bevoegde autoriteit toepast om te beoordelen of er geen belemmering is voor de onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva.

[vrije tekst]

030

Artikel 7, lid 3

(Individuele ontheffingen voor moederondernemingen)

Vrijstelling van de toepassing op individuele basis van de prudentiële vereisten bedoeld in de delen 2 tot en met 5 en deel 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De ontheffing kan aan een moederonderneming worden verleend indien er geen feitelijke of juridische belemmering van wezenlijk belang aanwezig of te voorzien is die een onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva aan de moederonderneming kan verhinderen overeenkomstig punt a) van artikel 107, lid 3.

Criteria die de bevoegde autoriteit toepast om te beoordelen of er geen belemmering is voor de onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva.

[vrije tekst]

040

Artikel 8

(Ontheffingen liquiditeitsvereisten voor dochterondernemingen)

Vrijstelling van de toepassing op individuele basis van de liquiditeitsvereisten bedoeld in deel 6 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De ontheffing kan worden verleend aan instellingen binnen een subgroep indien deze ten genoegen van de bevoegde autoriteiten overeenkomsten zijn aangegaan die voorzien in het vrije verkeer van middelen tussen hen onderling om hen in staat te stellen aan hun individuele en gezamenlijke verplichtingen te voldoen wanneer deze komen te vervallen overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder c).

Criteria die de bevoegde autoriteit toepast om te beoordelen of de overeenkomsten voorzien in het vrije verkeer van middelen tussen de instellingen in een liquiditeitssubgroep.

[vrije tekst]

050

Artikel 9, lid 1

(Individuele consolidatiemethode)

Toestemming voor moederinstellingen om bij de berekening van hun prudentiële vereisten als bedoeld in de delen 2 tot en met 5 en deel 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013 dochterondernemingen in aanmerking te nemen.

De toestemming wordt alleen verleend indien de moederinstelling, in overeenstemming met artikel 9, lid 2, ten genoegen van de bevoegde autoriteiten alle omstandigheden en regelingen opgeeft om aan te tonen dat er geen feitelijke of juridische belemmering van wezenlijke betekenis aanwezig of te voorzien is die verhindert dat de in de berekening van de vereisten in aanmerking genomen dochteronderneming op de vervaldag onmiddellijk eigen vermogen overdraagt of passiva terugbetaalt aan haar moederonderneming.

Criteria die de bevoegde autoriteit toepast om te beoordelen of er geen belemmering is voor de onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva.

[vrije tekst]

060

Artikel 10

(Kredietinstellingen die blijvend aangesloten zijn bij een centraal orgaan)

Vrijstelling van de toepassing op individuele basis van de prudentiële vereisten bedoeld in de delen 2 tot en met 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013

De lidstaten kunnen bestaande nationale wetgeving betreffende de toepassing van de ontheffing in stand houden en gebruiken voor zover deze niet in strijd is met Verordening (EU) nr. 575/2013 of Richtlijn 2013/36/EU.

Toepasselijke nationale wet- of regelgeving betreffende de toepassing van de ontheffing

[referentie van de nationale tekst]


DEEL 7

Gekwalificeerde deelnemingen in een kredietinstelling

 

Richtlijn 2013/36/EU

Vereiste criteria en informatie om na te gaan of de kandidaat-verwerver geschikt is om een kredietinstelling te verwerven en om de financiële soliditeit van de voorgenomen verwerving te beoordelen

Door de bevoegde autoriteit te verstrekken informatie

 

010

Datum laatste bijwerking van informatie in deze template

(dd/mm/jjjj)

020

Artikel 23, lid 1, onder a)

Reputatie van de kandidaat-verwerver

Beschrijving van de wijze waarop de bevoegde autoriteit de integriteit van de kandidaat-verwerver beoordeelt.

[vrije tekst]

030

Beschrijving van de wijze waarop de bevoegde autoriteit de beroepsbekwaamheid van de kandidaat-verwerver beoordeelt.

[vrije tekst]

040

Praktische details van het samenwerkingsproces tussen bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 24 van Richtlijn 2013/36/EU

[vrije tekst]

050

Artikel 23, lid 1, onder b)

Reputatie, vaardigheden en ervaring van de leden van het leidinggevend orgaan en van de leden van de directie die het bedrijf van de kredietinstelling zullen leiden.

Beschrijving van de wijze waarop de bevoegde autoriteit de reputatie, vaardigheden en ervaring van de leden van het leidinggevend orgaan en van de leden van de directie beoordeelt.

[vrije tekst]

060

Artikel 23, lid 1, onder c)

Financiële soliditeit van de kandidaat-verwerver

Beschrijving van de wijze waarop de bevoegde autoriteit de financiële soliditeit van de kandidaat-verwerver beoordeelt.

[vrije tekst]

070

Praktische details van het samenwerkingsproces tussen bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 24 van Richtlijn 2013/36/EU

[vrije tekst]

080

Artikel 23, lid 1, onder d)

Naleving door de kredietinstelling van de prudentiële vereisten

Beschrijving van de wijze waarop de bevoegde autoriteit beoordeelt of de kredietinstelling al dan niet in staat zal zijn om aan de prudentiële vereisten te voldoen.

[vrije tekst]

090

Artikel 23, lid 1, onder e)

Vermoeden van witwaspraktijken of terrorismefinanciering

Beschrijving van de wijze waarop de bevoegde autoriteit beoordeelt of er al dan niet goede redenen zijn om te vermoeden dat geld wordt witgewassen of terrorisme wordt gefinancierd.

[vrije tekst]

100

Praktische details van het samenwerkingsproces tussen bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 24 van Richtlijn 2013/36/EU

[vrije tekst]

110

Artikel 23, lid 4

Lijst met de bij de kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten te verstrekken informatie

Lijst met informatie die bij de kennisgeving door de kandidaat-verwerver moet worden verstrekt om de bevoegde autoriteit in staat te stellen de kandidaat-verwerver en de voorgenomen verwerving te beoordelen.

[vrije tekst]


DEEL 8

Verplichte en financiële rapportage

010

Datum laatste bijwerking van informatie in deze template

(dd/mm/jjjj)

020

Uitvoering van de rapportage inzake financiële informatie overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie

030

Is de toepassing van de in artikel 99, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde verplichting uitgebreid tot instellingen die niet de overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1606/2002 geldende internationale standaarden voor jaarrekeningen toepassen?

[Ja/Neen]

040

Zo ja, welke kaders voor financiële verslaggeving passen zij toe op deze instellingen?

[vrije tekst]

050

Zo ja, op welk niveau wordt de rapportage toegepast? (op individuele / geconsolideerde / gesubconsolideerde basis)

[vrije tekst]

060

Is de toepassing van de in artikel 99, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde verplichtingen uitgebreid tot financiële entiteiten niet zijnde kredietinstellingen of beleggingsondernemingen?

[Ja/Neen]

070

Zo ja, welke soorten financiële entiteiten (bijv. financiële ondernemingen) zijn aan deze rapportageverplichtingen onderworpen?

[vrije tekst]

080

Zo ja, wat is de omvang van deze financiële entiteiten wat balanstotaal betreft (op individuele basis)?

[vrije tekst]

090

Worden XBRL-normen gebruikt bij de rapportage aan de bevoegde autoriteit?

[Ja/Neen]

100

Uitvoering van de rapportage inzake eigen vermogen en eigenvermogensvereisten overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie

110

Is de toepassing van de in artikel 99, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde verplichtingen uitgebreid tot financiële entiteiten niet zijnde kredietinstellingen of beleggingsondernemingen?

[Ja/Neen]

120

Zo ja, welke kaders voor financiële verslaggeving passen zij toe op deze financiële entiteiten?

[vrije tekst]

130

Zo ja, welke soorten financiële entiteiten (bijv. financiële ondernemingen) zijn aan deze rapportageverplichtingen onderworpen?

[vrije tekst]

140

Zo ja, wat is de omvang van deze financiële entiteiten wat balanstotaal betreft (op individuele basis)?

[vrije tekst]

150

Worden XBRL-normen gebruikt bij de rapportage aan de bevoegde autoriteit?

[Ja/Neen]


(1)  Hyperlink(s) naar de website waar de nationale tekst te vinden is waarmee de betreffende Uniebepaling wordt omgezet.

(2)  Precieze vindplaats van de nationale bepalingen, zoals desbetreffende Titel, Hoofdstuk, alinea enz.


BIJLAGE II

KEUZEMOGELIJKHEDEN EN MANOEUVREERRUIMTE

Lijst van templates

Deel1

Overzicht van keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte in Richtlijn 2013/36/EU, Verordening (EU) nr. 575/2013 en gedelegeerde verordening liquiditeitsdekkingsvereiste Verordening (EU) 2015/61

Deel 2

Overzicht van overgangskeuzemogelijkheden en -manoeuvreerruimte in Richtlijn 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 575/2013

Deel 3

Variabele beloningscomponenten (artikel 94 van Richtlijn 2013/36/EU)

Bevoegde autoriteiten mogen geen toezichtmaatregelen of -besluiten openbaar maken die gericht zijn op specifieke instellingen. Bij het bekendmaken van informatie over de algemene criteria en methodieken mogen bevoegde autoriteiten geen toezichtmaatregelen openbaar maken die gericht zijn op specifieke instellingen, ongeacht of het gaat om één instelling dan wel een groep instellingen.

DEEL 1

Overzicht van keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte in Richtlijn 2013/36/EU, Verordening (EU) nr. 575/2013 en gedelegeerde LCR-verordening Verordening (EU) 2015/61

 

Richtlijn 2013/36/EU

Verordening (EU) nr. 575/2013

Gedelegeerde verordening LCR-verordening (EU) 2015/61

Adressaten

Toepassingsgebied

Benaming

Beschrijving van de keuzemogelijkheid of manoeuvreerruimte

Uitgeoefend (J/N/n.v.t.) (1)

Nationale tekst (2)

Referentie(s) (3)

Beschikbaar in EN (J/N)

Details / Opmerkingen

010

Datum laatste bijwerking van informatie in deze template

(dd/mm/jjjj)

 

020

Artikel 9, lid 2

 

 

Lidstaten

Kredietinstellingen

Uitzondering op het verbod voor personen of ondernemingen die geen kredietinstelling zijn, om deposito's of andere terugbetaalbare gelden van het publiek aan te trekken.

Het verbod voor personen of ondernemingen die geen kredietinstelling zijn, om deposito's of andere terugbetaalbare gelden van het publiek aan te trekken, is niet van toepassing op een lidstaat, een regionale of lagere overheid van een lidstaat, een internationale openbare instelling waarvan een of meer lidstaten lid zijn, of op de uitdrukkelijk in het nationale of Unierecht bedoelde gevallen, mits die werkzaamheden onderworpen zijn aan reglementering en controle ter bescherming van deposanten en beleggers.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

030

Artikel 12, lid 3

 

 

Lidstaten

Kredietinstellingen

Aanvangskapitaal

De lidstaten kunnen besluiten dat kredietinstellingen die niet voldoen aan de vereiste een afgescheiden eigen vermogen aan te houden en die op 15 december 1979 bestonden, hun bedrijf kunnen voortzetten.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

040

Artikel 12, lid 3

 

 

Lidstaten

Kredietinstellingen

Aanvangskapitaal

Kredietinstellingen waarvoor de lidstaten hebben besloten dat ze hun bedrijf in overeenstemming met artikel 12, lid 3, Richtlijn 2013/36/EU kunnen voortzetten, kunnen door de lidstaat worden vrijgesteld van de inachtneming van de in artikel 13, lid 1, eerste alinea, van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde vereisten.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

050

Artikel 12, lid 4

 

 

Lidstaten

Kredietinstellingen

Aanvangskapitaal

Lidstaten kunnen een vergunning verlenen aan bepaalde categorieën kredietinstellingen met een aanvangskapitaal dat minder bedraagt dan 5 miljoen EUR mits het aanvangskapitaal niet minder bedraagt dan 1 miljoen EUR en de betrokken lidstaat de Commissie en de EBA in kennis stelt van de redenen waarom hij van deze mogelijkheid gebruikmaakt.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

060

Artikel 21, lid 1

 

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen

Vrijstellingen voor blijvend bij een centraal orgaan aangesloten kredietinstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen kredietinstellingen die blijvend zijn aangesloten bij een centraal orgaan, vrijstellen van de in artikel 10, artikel 12 en artikel 13, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU gestelde vereisten.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

070

Artikel 29, lid 3

 

 

Lidstaten

Beleggingsondernemingen

Aanvangskapitaal van bijzondere soorten beleggingsondernemingen

De lidstaten kunnen het minimumbedrag aan aanvangskapitaal van 125 000 EUR verlagen tot 50 000 EUR indien een onderneming niet over een vergunning beschikt om geld of effecten van cliënten te houden, transacties voor eigen rekening te verrichten of emissies met plaatsingsgarantie over te nemen.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

080

Artikel 32, lid 1

 

 

Lidstaten

Beleggingsondernemingen

Overgangsbepaling voor aanvangskapitaal van beleggingsondernemingen

De lidstaten kunnen de vergunning handhaven voor beleggingsondernemingen en onder artikel 30 van Richtlijn 2013/36/EU vallende ondernemingen die op of vóór 31 december 1995 bestonden en waarvan het eigen vermogen minder is dan de voor hen in artikel 28, lid 2, artikel 29, leden 1 of 3, of artikel 30 van die richtlijn genoemde bedragen van het aanvangskapitaal.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

090

Artikel 40

 

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen

Vereisten inzake rapportage aan bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst kunnen voorschrijven dat elke kredietinstelling die een bijkantoor op het grondgebied van deze lidstaat heeft, voor informatiedoeleinden, voor statistische doeleinden of voor toezichtsdoeleinden, aan deze bevoegde autoriteiten periodiek moet rapporteren over haar werkzaamheden in die lidstaat van ontvangst, met name om te kunnen beoordelen of het gaat om een significant bijkantoor in de zin van artikel 51, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

100

Artikel 129, lid 2

 

 

Lidstaten

Beleggingsondernemingen

Vrijstelling van de vereiste een kapitaalconserveringsbuffer aan te houden voor kleine en middelgrote beleggingsondernemingen

In afwijking van artikel 129, lid 1, kan een lidstaat kleine en middelgrote beleggingsondernemingen vrijstellen van de in dat lid vastgestelde vereisten, mits een dergelijke vrijstelling geen bedreiging vormt voor de stabiliteit van het financiële stelsel van die lidstaat.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

110

Artikel 130, lid 2

 

 

Lidstaten

Beleggingsondernemingen

Vrijstelling van de vereiste een contracyclische kapitaalbuffer aan te houden voor kleine en middelgrote beleggingsondernemingen

In afwijking van artikel 130, lid 1, kan een lidstaat kleine en middelgrote beleggingsondernemingen vrijstellen van de in dat lid vastgestelde vereisten, mits een dergelijke vrijstelling geen bedreiging vormt voor de stabiliteit van het financiële stelsel van die lidstaat.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

120

Artikel 133, lid 18

 

 

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Vereiste een systeemrisicobuffer aan te houden

De lidstaten kunnen een systeemrisicobuffer toepassen op alle blootstellingen.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

130

Artikel 134, lid 1

 

 

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Erkenning van een systeemrisicobufferpercentage

Andere lidstaten kunnen het in overeenstemming met artikel 133 bepaalde systeemrisicobufferpercentage erkennen en kunnen dat bufferpercentage toepassen op instellingen waaraan op nationaal niveau vergunning is verleend, voor blootstellingen die gesitueerd zijn in de lidstaat die dit bufferpercentage bepaalt.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

140

Artikel 152, eerste alinea

 

 

Lidstaten

Kredietinstellingen

Vereisten inzake rapportage aan bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst kunnen voor statistische doeleinden voorschrijven dat elke kredietinstelling die een bijkantoor op het grondgebied van die lidstaat heeft, aan deze bevoegde autoriteiten periodiek moet rapporteren over haar werkzaamheden in die lidstaat van ontvangst.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

150

Artikel 152, tweede alinea

 

 

Lidstaten

Kredietinstellingen

Vereisten inzake rapportage aan bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst

De lidstaat van ontvangst kan van bijkantoren van kredietinstellingen van andere lidstaten dezelfde gegevens eisen als hij voor dat doel van de nationale kredietinstellingen eist.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

160

Artikel 160, lid 6

 

 

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsbepalingen voor kapitaalbuffers

De lidstaten kunnen een kortere overgangsperiode voor kapitaalbuffers opleggen dan die welke in artikel 160, leden 1 tot en met 4, nader zijn bepaald. Die kortere overgangsperiode kan door andere lidstaten worden erkend.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

170

 

Artikel 4, lid 2

 

Lidstaten of bevoegde instanties

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Behandeling van indirect bezit van onroerend goed

De lidstaten of hun bevoegde autoriteiten kunnen toestaan dat aandelen die een gelijkwaardig indirect bezit van onroerend goed vertegenwoordigen, als direct bezit van onroerend goed worden behandeld mits dergelijk indirect bezit specifiek geregeld is in het nationale recht van de lidstaat en dat, indien dit indirect bezit als zekerheid in pand is gegeven, het crediteuren een gelijkwaardige bescherming biedt.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

180

 

Artikel 6, lid 4

 

Bevoegde autoriteiten

Beleggingsondernemingen

Toepassing van vereisten op individuele basis

In afwachting van het verslag van de Commissie overeenkomstig artikel 508, lid 3, kunnen de bevoegde autoriteiten beleggingsondernemingen van de naleving van de in de deel 6 (liquiditeit) bepaalde verplichtingen vrijstellen, waarbij zij rekening houden met de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de beleggingsonderneming.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

190

 

Artikel 24, lid 2

 

 

 

Rapportage en verplicht gebruik van IFRS

De bevoegde autoriteiten kunnen verlangen dat instellingen de actiefposten en de posten buiten de balanstelling waarderen en het eigen vermogen bepalen overeenkomstig de internationale standaarden voor jaarrekeningen die van toepassing zijn krachtens Verordening (EG) nr. 1606/2002.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

200

 

Artikel 89, lid 3

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Risicoweging van en verbod op in aanmerking komende deelnemingen buiten de financiële sector

De bevoegde autoriteiten passen de volgende vereisten toe op de in lid 1 en lid 2 bedoelde in aanmerking komende deelnemingen van instellingen:

voor het berekenen van de kapitaalvereisten overeenkomstig deel 3 van deze verordening moeten de instellingen een risicogewicht van 1 250 % toepassen op het hoogste van de volgende twee bedragen:

i)

het bedrag van de in lid 1 bedoelde in aanmerking komende deelnemingen dat hoger is dan 15 % van het in aanmerking komend kapitaal;

ii)

het totale bedrag van de in lid 2 bedoelde in aanmerking komende deelnemingen dat hoger is dan 60 % van het in aanmerking komend kapitaal van de instelling.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

201

 

Artikel 89, lid 3

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Risicoweging van en verbod op in aanmerking komende deelnemingen buiten de financiële sector

De bevoegde autoriteiten passen de volgende vereisten toe op de in lid 1 en lid 2 bedoelde in aanmerking komende deelnemingen van instellingen:

de bevoegde autoriteiten moeten instellingen verbieden om de in de leden 1 en 2 bedoelde in aanmerking komende deelnemingen aan te houden ten belope van een bedrag dat hoger is dan de in die leden bepaalde percentages van het in aanmerking komend kapitaal.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

210

 

Artikel 95, lid 2

 

Bevoegde autoriteiten

Beleggingsondernemingen

Vereisten voor beleggingsondernemingen met beperkte vergunning voor het verstrekken van beleggingsdiensten

De bevoegde autoriteiten kunnen bepalen dat de eigenvermogensvereisten voor beleggingsondernemingen met beperkte vergunning voor het verstrekken van beleggingsdiensten, de eigenvermogensvereisten zijn welke voor die ondernemingen bindend zijn uit hoofde van de nationale omzettingsmaatregelen die op 31 december 2013 voor de Richtlijnen 2006/49/EG en 2006/48/EG gelden.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

220

 

Artikel 99, lid 3

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen

Rapportage inzake eigenvermogensvereisten en financiële informatie

De bevoegde autoriteiten kunnen kredietinstellingen die internationale standaarden voor jaarrekeningen toepassen welke krachtens Verordening (EG) nr. 1606/2002 gelden voor rapportage over eigen vermogen op geconsolideerde basis krachtens artikel 24, lid 2, van deze verordening, ertoe verplichten eveneens te voorzien in rapportage inzake financiële informatie als bepaald in lid 2 van dit artikel.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

230

 

Artikel 124, lid 2

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Risicogewichten en criteria van toepassing op door hypotheken op onroerend goed gedekte blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen in voorkomend geval op basis van overwegingen in verband met financiële stabiliteit een hoger risicogewicht of strengere criteria dan die van artikel 125, lid 2, en van artikel 126, lid 2, vaststellen.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

240

 

Artikel 129, lid 1

 

 

 

Blootstellingen in de vorm van gedekte obligaties

De bevoegde autoriteiten kunnen, na raadpleging van de EBA, gedeeltelijke ontheffing van de toepassing van de eerste alinea, punt c), verlenen en kredietkwaliteitscategorie 2 toestaan voor maximaal 10 % van de totale blootstelling van het nominale bedrag van de uitstaande gedekte obligaties van de uitgevende instelling, mits kan worden aangetoond dat de toepassing van de in dat punt vermelde vereiste betreffende kredietkwaliteitscategorie 1 in de betrokken lidstaten mogelijk tot ernstige concentratieproblemen kan leiden.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

250

 

Artikel 164, lid 5

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Minimumwaarden van het naar blootstelling gewogen gemiddelde Loss Given Default (LGD) voor door onroerend goed gedekte blootstellingen

Op basis van de overeenkomstig artikel 101 vergaarde gegevens en rekening houdende met de toekomstige ontwikkelingen op de markten voor onroerend goed en eventuele andere relevante indicatoren moeten de bevoegde autoriteiten periodiek en ten minste jaarlijks beoordelen of de in lid 4 van dit artikel bepaalde LGD-minimumwaarden geschikt zijn voor blootstellingen die gedekt zijn door op hun grondgebied gelegen niet-zakelijk of zakelijk onroerend goed. De bevoegde autoriteiten kunnen, in voorkomend geval op basis van overwegingen in verband met financiële stabiliteit, hogere minimumwaarden van het naar blootstelling gewogen gemiddelde LGD bepalen voor blootstellingen die gedekt zijn door op hun grondgebied gelegen onroerend goed.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

260

 

Artikel 178, lid 1, onder b)

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Wanbetaling door debiteuren

De bevoegde autoriteiten kunnen de termijn van 90 dagen vervangen door een termijn van 180 dagen voor blootstellingen die zijn gedekt door niet-zakelijk onroerend goed of door zakelijk onroerend goed van kmo's en die kunnen worden ingedeeld in de categorie blootstellingen met betrekking tot particulieren en kleine partijen, alsmede voor blootstellingen met betrekking tot publiekrechtelijke lichamen.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

270

 

Artikel 284, lid 4

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Blootstellingswaarde

De bevoegde autoriteiten kunnen een hogere alfa dan 1,4 eisen of de instellingen toestaan hun eigen ramingen te gebruiken in overeenstemming met artikel 284, lid 9.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

280

 

Artikel 284, lid 9

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Blootstellingswaarde

De bevoegde autoriteiten kunnen instellingen toestaan hun eigen ramingen van alfa te gebruiken.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

290

 

Artikel 327, lid 2

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Netting tussen een converteerbaar waardepapier en een compenserende positie in het onderliggende instrument

De bevoegde autoriteiten kunnen een benadering volgen waarbij rekening wordt gehouden met de waarschijnlijkheid van de conversie van een bepaald converteerbaar waardepapier, of een eigenvermogensvereiste voorschrijven ter dekking van eventuele bij conversie geleden verliezen.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

300

 

Artikel 395, lid 1

 

Bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten

Limieten voor grote blootstellingen aan instellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen voor grote blootstellingen een limiet bepalen lager dan 150 000 000 EUR voor blootstellingen aan instellingen.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

310

 

Artikel 400, lid 2, onder a), en artikel 493, lid 3, onder a)

 

Bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor gedekte obligaties in de zin van artikel 129, leden 1, 3 en 6.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

320

 

Artikel 400, lid 2, onder b), en artikel 493, lid 3, onder b)

 

Bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor actiefposten die vorderingen op regionale of lokale overheden van de lidstaten vertegenwoordigen.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

330

 

Artikel 400, lid 2, onder c), en artikel 493, lid 3, onder c)

 

Bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen van een instelling aan haar moederonderneming of haar dochterondernemingen.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

340

 

Artikel 400, lid 2, onder d), en artikel 493, lid 3, onder d)

 

Bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan regionale of centrale kredietinstellingen waarmee de kredietinstelling in het kader van een netwerk is verbonden en die belast zijn met de verevening van onderlinge geldposities binnen het netwerk.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

350

 

Artikel 400, lid 2, onder e), en artikel 493, lid 3, onder e)

 

Bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen met betrekking tot kredietinstellingen, aangegaan door kredietinstellingen waarvan er één op niet-concurrerende basis werkzaam is en in het kader van wetgevingsprogramma's of overeenkomstig haar statuten leningen verstrekt of waarborgt, waarmee steun wordt verleend aan bepaalde economische sectoren, waarbij de overheid op de een of andere wijze toezicht houdt en er beperkingen gelden voor de besteding van de leningen, op voorwaarde dat de respectieve blootstellingen voortvloeien uit dergelijke leningen die via kredietinstellingen worden doorgegeven aan de begunstigden, of uit de waarborgen van deze leningen.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

360

 

Artikel 400, lid 2, onder f), en artikel 493, lid 3, onder f)

 

Bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan instellingen, mits deze blootstellingen geen eigen vermogen van die instellingen vormen, uiterlijk tot en met de volgende werkdag bestaan en niet in een belangrijke handelsvaluta luiden.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

370

 

Artikel 400, lid 2, onder g), en artikel 493, lid 3, onder g)

 

Bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan centrale banken in de vorm van bij deze centrale banken aan te houden voorgeschreven minimumreserves die in hun nationale valuta luiden.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

380

 

Artikel 400, lid 2, onder h), en artikel 493, lid 3, onder h)

 

Bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan centrale overheden in de vorm van wettelijk vereiste liquiditeit die in overheidspapier wordt aangehouden en die in de nationale valuta luidt en gefinancierd is, mits, volgens het oordeel van de bevoegde autoriteit, de door een aangewezen externe kredietbeoordelingsinstelling toegekende kredietbeoordeling van deze centrale overheden als investeringswaardig is aan te merken.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

390

 

Artikel 400, lid 2, onder i), en artikel 493, lid 3, onder i)

 

Bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor 50 % van de documentaire kredieten met middelhoog/laag risico buiten de balanstelling en van de niet-opgenomen kredietfaciliteiten met middelhoog/laag risico buiten de balanstelling bedoeld in bijlage I en, met instemming van de bevoegde autoriteiten, 80 % van andere dan leninggaranties met een wettelijke of bestuursrechtelijke grondslag die voor de leden worden verstrekt door onderlingegarantiesystemen met de status van kredietinstelling.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

400

 

Artikel 400, lid 2, onder j), en artikel 493, lid 3, onder j)

 

Bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor wettelijk vereiste garanties die worden gebruikt wanneer een door de uitgifte van obligaties met een hypotheek als onderpand gefinancierde hypothecaire lening wordt betaald aan de hypotheeknemer vóór de definitieve registratie in het kadaster, mits de garantie niet wordt gebruikt ter vermindering van het risico bij de berekening van de risicogewogen posten.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

410

 

Artikel 400, lid 2, onder k), en artikel 493, lid 3, onder k)

 

Bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor actiefposten die vorderingen op en andere blootstellingen aan erkende beurzen vertegenwoordigen.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

420

 

Artikel 412, lid 5

 

Lidstaten

Kredietinstellingen

Liquiditeitsdekkingsvereiste (LCR)

De lidstaten kunnen op het gebied van liquiditeitsvereisten nationale voorschriften handhaven of invoeren voordat er bindende minimumnormen voor liquiditeitsdekkingsvereisten worden omschreven en volledig in de Unie worden ingevoerd overeenkomstig artikel 460.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

430

 

Artikel 412, lid 5

 

Lidstaten of bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen

Liquiditeitsdekkingsvereiste (LCR)

De lidstaten of de bevoegde autoriteiten kunnen instellingen waaraan in eigen land een vergunning is verleend, of subgroepen van die instellingen, ertoe verplichten een hoger liquiditeitsdekkingsvereiste tot 100 % te handhaven totdat de bindende minimumnorm volledig wordt ingevoerd op een percentage van 100 % overeenkomstig artikel 460.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

440

 

Artikel 413, lid 3

 

Lidstaten

Kredietinstellingen

Stabielefinancieringsvereiste

De lidstaten kunnen op het gebied van stabielefinancieringsvereisten nationale voorschriften handhaven of invoeren voordat er bindende minimumnormen voor vereisten inzake netto stabiele financiering nader worden bepaald en ingevoerd in de Unie overeenkomstig artikel 510.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

450

 

Artikel 415, lid 3

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen

Verplichtingen inzake liquiditeitsrapportage

De bevoegde autoriteiten kunnen tot de volledige invoering van bindende liquiditeitsvereisten informatie blijven vergaren door middel van monitoringinstrumenten om toe te zien op de naleving van de bestaande nationale liquiditeitsnormen.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

460

 

Artikel 420, lid 2

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen

Liquiditeitsuitstroompercentage

De bevoegde autoriteiten kunnen een uitstroompercentage van ten hoogste 5 % toepassen voor met handelsfinanciering verband houdende producten buiten de balanstelling als bedoeld in artikel 429 en in bijlage I.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

470

 

Artikel 467, lid 2, tweede alinea

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen

In afwijking van artikel 467, lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten, in de gevallen waarin die behandeling vóór 1 januari 2014 werd toegepast, toestaan dat instellingen niet-gerealiseerde winsten of verliezen op blootstellingen met betrekking tot centrale overheden, ingedeeld in de categorie "beschikbaar voor verkoop" van de bij EU-wetgeving bevestigde IAS 39, niet in enig bestanddeel van het eigen vermogen opnemen.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

480

 

Artikel 467, lid 3

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen

De bevoegde autoriteiten moeten het toepasselijke percentage in het in artikel 467, lid 2, onder a) tot en met d), gespecificeerde bereik bepalen en dit bekendmaken.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

490

 

Artikel 468, lid 2

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde winsten

De bevoegde autoriteiten kunnen instellingen toestaan in de berekening van hun tier 1-kernkapitaal 100 % van hun tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde winsten op te nemen wanneer deze overeenkomstig artikel 467 verplicht zijn hun tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen in de berekening van hun tier 1-kernkapitaal op te nemen.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

500

 

Artikel 468, lid 3

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde winsten

De bevoegde autoriteiten moeten het toepasselijke percentage van de niet-gerealiseerde winsten in het in artikel 468, lid 2, onder a) tot en met c), gespecificeerde bereik dat aan het tier 1-kernkapitaal wordt onttrokken, bepalen en dit bekendmaken.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

510

 

Artikel 471, lid 1

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Vrijstelling van aftrek van deelnemingen in verzekeringsondernemingen van tier 1-kernkapitaalbestanddelen

In afwijking van artikel 49, lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten gedurende de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2022 toestaan dat instellingen geen aftrek toepassen van deelnemingen in verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen en verzekeringsholdings indien aan de in artikel 471, lid 1, bedoelde voorwaarden wordt voldaan.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

520

 

Artikel 473, lid 1

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Invoering van wijzigingen in IAS 19

In afwijking van artikel 481 kunnen de bevoegde autoriteiten gedurende de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018 instellingen die hun jaarrekening opstellen volgens de overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 goedgekeurde internationale standaarden voor jaarrekeningen, toestaan hun tier 1-kernkapitaal te vermeerderen met het overeenkomstig artikel 473, lid 2 of lid 3 naargelang van het geval, toepasselijke bedrag, vermenigvuldigd met de overeenkomstig artikel 473, lid 4, toegepaste factor.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

530

 

Artikel 478, lid 3

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsbepalingen voor aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen

De bevoegde autoriteiten moeten een toepasselijk percentage bepalen, dat zij vervolgens ook bekendmaken, in het in artikel 478, leden 1 en 2, gespecificeerde bereik voor de volgende aftrekkingen:

a)

de individuele aftrekkingen voorgeschreven in artikel 36, lid 1, onder a) tot en met h), met uitzondering van uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit tijdelijke verschillen;

b)

het overeenkomstig artikel 48 af te trekken totale bedrag van de uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit tijdelijke verschillen en de in artikel 36, lid 1, punt i), bedoelde bestanddelen;

c)

iedere aftrekking voorgeschreven in artikel 56, onder b), c) en d);

d)

iedere aftrekking voorgeschreven in artikel 66, onder b), c) en d);

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

540

 

Artikel 479, lid 4

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Opneming onder de overgangsbepalingen in het geconsolideerde tier 1-kernkapitaal van niet als minderheidsbelang aangemerkte instrumenten en posten

De bevoegde autoriteiten moeten het toepasselijke percentage in ieder in artikel 479, lid 3, gespecificeerd bereik bepalen en dit bekendmaken.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

550

 

Artikel 480, lid 3

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Opneming onder de overgangsbepalingen van minderheidsbelangen en in aanmerking komend aanvullend-tier 1- en tier 2-kapitaal

De bevoegde autoriteiten moeten de waarde van de toepasselijke factor in elk in artikel 480, lid 2, gespecificeerd bereik bepalen en deze bekendmaken.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

560

 

Artikel 481, lid 5

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Additionele filters en aftrekkingen

De bevoegde autoriteiten moeten voor elke in artikel 481, leden 1 en 2, bedoelde filter of aftrekking de toepasselijke percentages in elk in de leden 3 en 4 van dat artikel gespecificeerd bereik bepalen en deze bekendmaken.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

570

 

Artikel 486, lid 6

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Limieten van de grandfatheringbepalingen voor bestanddelen die onder tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen vallen.

De bevoegde autoriteiten moeten het toepasselijke percentage in ieder in artikel 486, lid 5, gespecificeerd bereik bepalen en dit bekendmaken.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

580

 

Artikel 495, lid 1

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsregeling voor behandeling van blootstellingen met betrekking tot aandelen in het kader van de IRB-benadering

In afwijking van hoofdstuk 3 van deel 3 kunnen de bevoegde autoriteiten tot en met 31 december 2017 bepaalde categorieën blootstellingen met betrekking tot aandelen die op 31 december 2007 door instellingen en in de Unie gevestigde dochterondernemingen van instellingen in die lidstaat worden gehouden, vrijstellen van de IRB-benadering.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

590

 

Artikel 496, lid 1

 

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsbepaling voor de berekening van eigenvermogensvereisten voor blootstellingen in de vorm van gedekte obligaties

Tot en met 31 december 2017 kunnen de bevoegde autoriteiten volledig of gedeeltelijk ontheffing verlenen voor de in artikel 129, lid 1, onder d) en f), vermelde limiet van 10 % voor preferente aandelen die zijn uitgegeven door Franse "Fonds Communs de Créances" of door securitisatie-instellingen die gelijkwaardig zijn aan Franse "Fonds Communs de Créances", mits aan de in artikel 496, lid 1, onder a) en b), bedoelde voorwaarden wordt voldaan.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

600

 

 

Artikel 10, lid 1, onder b), iii)

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen

LCR — Liquide activa

De door de kredietinstelling in een centrale bank aangehouden liquiditeitsreserve kan worden opgenomen als actief van niveau 1 voor zover deze in tijden van stress kan worden opgevraagd. De doeleinden waarvoor reserves bij de centrale bank voor de toepassing van dit artikel kunnen worden opgevraagd, moeten nader worden aangegeven in een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteit en de ECB of de centrale bank.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

610

 

 

Artikel 10, lid 2

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen

LCR — Liquide activa

Op de marktwaarde van gedekte obligaties van uiterst hoge kwaliteit als bedoeld in lid 1, onder f), moet een reductiefactor van ten minste 7 % worden toegepast. Behoudens het in artikel 15, lid 2, onder a) en b), met betrekking tot aandelen en rechten van deelneming in icb's bepaalde hoeft geen reductiefactor te worden toegepast op de waarde van de overige activa van niveau 1.

Die gevallen waarin de hogere reductiefactoren zijn bepaald voor een volledige activaklasse (alle activa die in de gedelegeerde LCR-verordening onderworpen zijn aan een specifieke en gedifferentieerde reductiefactor) (bijv. alle gedekte obligaties van niveau 1 enz.).

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

620

 

 

Artikel 12, lid 1, onder c), i)

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen

LCR — Activa van niveau 2B

Aandelen kunnen activa van niveau 2 B vormen op voorwaarde dat zij deel uitmaken van een belangrijke beursindex in een lidstaat of in een derde land die als zodanig door de bevoegde autoriteit van een lidstaat of het desbetreffende openbare lichaam in een derde land is aangewezen.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

630

 

 

Artikel 12, lid 3

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen

LCR — Activa van niveau 2B

Voor kredietinstellingen die krachtens hun statuten om redenen van godsdienstige overtuiging niet in staat zijn rentedragende activa aan te houden, kan de bevoegde autoriteit toestaan af te wijken van lid 1, onder b), punten ii) en iii), van dat artikel, op voorwaarde dat wordt bewezen dat er onvoldoende niet-rentedragende activa beschikbaar zijn en dat de betrokken niet-rentedragende activa een passende liquiditeit hebben op particuliere markten.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 

640

 

 

Artikel 24, lid 6

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen

LCR — Uitstromen voortkomende uit voor het percentage van 3 % kwalificerende stabiele retaildeposito's in een derde land

De bevoegde autoriteiten kunnen kredietinstellingen toestemming verlenen om het bedrag van de retaildeposito's die gedekt zijn door een depositogarantiestelsel in een derde land, dat gelijkwaardig is aan het in lid 1 bedoelde stelsel, met 3 % te vermenigvuldigen indien het derde land deze behandeling toestaat.

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

 


DEEL 2

Overzicht van overganskeuzemogelijkheden en -manoeuvreerruimte in Richtlijn 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 575/2013

 

Richtlijn 2013/36/EU

Verordening (EU) nr. 575/2013

Adressaten

Toepassingsgebied

Benaming

Beschrijving van de keuzemogelijkheid of manoeuvreerruimte

Jaar (jaren) van toepassing en waarde in % (indien van toepassing)

Uitgeoefend (J/N/n.v.t.)

Nationale tekst

Verwijzingen

Beschikbaar in EN (J/N)

Details / Opmerkingen

010

Datum laatste bijwerking van informatie in deze template

(dd/mm/jjjj)

 

011

Artikel 160, lid 6

 

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsbepalingen voor kapitaalbuffers

De lidstaten kunnen een kortere overgangsperiode voor kapitaalbuffers opleggen dan die welke in de leden 1 tot en met 4 van artikel 160 nader zijn bepaald. Die kortere overgangsperiode kan door andere lidstaten worden erkend.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

012

 

Artikel 493, lid 3, onder a)

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor gedekte obligaties in de zin van artikel 129, leden 1, 3 en 6.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

013

 

Artikel 493, lid 3, onder b)

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor actiefposten die vorderingen op regionale of lokale overheden van de lidstaten vertegenwoordigen.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

014

 

Artikel 493, lid 3, onder c)

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen van een instelling aan haar moederonderneming of haar dochterondernemingen.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

015

 

Artikel 493, lid 3, onder d)

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan regionale of centrale kredietinstellingen waarmee de kredietinstelling in het kader van een netwerk is verbonden en die belast zijn met de verevening van onderlinge geldposities binnen het netwerk.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

016

 

Artikel 493, lid 3, onder e)

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen met betrekking tot kredietinstellingen, aangegaan door kredietinstellingen waarvan er één op niet-concurrerende basis werkzaam is en in het kader van wetgevingsprogramma's of overeenkomstig haar statuten leningen verstrekt of waarborgt, waarmee steun wordt verleend aan bepaalde economische sectoren, waarbij de overheid op de een of andere wijze toezicht houdt en er beperkingen gelden voor de besteding van de leningen, op voorwaarde dat de respectieve blootstellingen voortvloeien uit dergelijke leningen die via kredietinstellingen worden doorgegeven aan de begunstigden, of uit de waarborgen van deze leningen.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

017

 

Artikel 493, lid 3, onder f)

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan instellingen, mits deze blootstellingen geen eigen vermogen van die instellingen vormen, uiterlijk tot en met de volgende werkdag bestaan en niet in een belangrijke handelsvaluta luiden.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

018

 

Artikel 493, lid 3, onder g)

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan centrale banken in de vorm van bij deze centrale banken aan te houden voorgeschreven minimumreserves die in hun nationale valuta luiden.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

019

 

Artikel 493, lid 3, onder h)

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor blootstellingen aan centrale overheden in de vorm van wettelijk vereiste liquiditeit die in overheidspapier wordt aangehouden en die in de nationale valuta luidt en gefinancierd is, mits, volgens het oordeel van de bevoegde autoriteit, de door een aangewezen externe kredietbeoordelingsinstelling toegekende kredietbeoordeling van deze centrale overheden als investeringswaardig is aan te merken.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

020

 

Artikel 493, lid 3, onder i)

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor 50 % van de documentaire kredieten met middelhoog/laag risico buiten de balanstelling en van de niet-opgenomen kredietfaciliteiten met middelhoog/laag risico buiten de balanstelling bedoeld in bijlage I en, met instemming van de bevoegde autoriteiten, 80 % van andere dan leninggaranties met een wettelijke of bestuursrechtelijke grondslag die voor de leden worden verstrekt door onderlingegarantiesystemen met de status van kredietinstelling.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

021

 

Artikel 493, lid 3, onder j)

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor wettelijk vereiste garanties die worden gebruikt wanneer een door de uitgifte van obligaties met een hypotheek als onderpand gefinancierde hypothecaire lening wordt betaald aan de hypotheeknemer vóór de definitieve registratie in het kadaster, mits de garantie niet wordt gebruikt ter vermindering van het risico bij de berekening van de risicogewogen posten.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

022

 

Artikel 493, lid 3, onder k)

Lidstaten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de limieten voor grote blootstellingen

De bevoegde autoriteiten kunnen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen voor actiefposten die vorderingen op en andere blootstellingen aan erkende beurzen vertegenwoordigen.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

023

 

Artikel 412, lid 5

Lidstaten

Kredietinstellingen

Liquiditeitsdekkingsvereiste (LCR)

De lidstaten kunnen op het gebied van liquiditeitsvereisten nationale voorschriften handhaven of invoeren voordat er bindende minimumnormen voor liquiditeitsdekkingsvereisten worden omschreven en volledig in de Unie worden ingevoerd overeenkomstig artikel 460.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

024

 

Artikel 412, lid 5

Lidstaten of bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen

Liquiditeitsdekkingsvereiste (LCR)

De lidstaten of de bevoegde autoriteiten kunnen instellingen waaraan in eigen land een vergunning is verleend, of subgroepen van die instellingen, ertoe verplichten een hoger liquiditeitsdekkingsvereiste tot 100 % te handhaven totdat de bindende minimumnorm volledig wordt ingevoerd op een percentage van 100 % overeenkomstig artikel 460.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

025

 

Artikel 413, lid 3

Lidstaten

Kredietinstellingen

Stabielefinancieringsvereiste

De lidstaten kunnen op het gebied van stabielefinancieringsvereisten nationale voorschriften handhaven of invoeren voordat er bindende minimumnormen voor vereisten inzake netto stabiele financiering nader worden bepaald en ingevoerd in de Unie overeenkomstig artikel 510.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

026

 

Artikel 415, lid 3

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen

Verplichtingen inzake liquiditeitsrapportage

De bevoegde autoriteiten kunnen tot de volledige invoering van bindende liquiditeitsvereisten informatie blijven vergaren door middel van monitoringinstrumenten om toe te zien op de naleving van de bestaande nationale liquiditeitsnormen.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

027

 

Artikel 467, lid 2

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen

In afwijking van artikel 467, lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten, in de gevallen waarin die behandeling vóór 1 januari 2014 werd toegepast, toestaan dat instellingen niet-gerealiseerde winsten of verliezen op blootstellingen met betrekking tot centrale overheden, ingedeeld in de categorie "beschikbaar voor verkoop" van de bij EU-wetgeving bevestigde IAS 39, niet in enig bestanddeel van het eigen vermogen opnemen.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

028

 

Artikel 467, lid 3

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen

Toepasselijk percentage van niet-gerealiseerde verliezen overeenkomstig artikel 467, lid 1, die opgenomen zijn in de berekening van de tier 1-kernkapitaalbestanddelen (percentage in het in lid 2 van dat artikel gespecificeerde bereik).

2014 (20 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

029

2015 (40 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

030

2016 (60 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

031

2017 (80 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

032

 

Artikel 468, lid 2, tweede alinea

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde winsten

De bevoegde autoriteiten kunnen instellingen toestaan in de berekening van hun tier 1-kernkapitaal 100 % van hun tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde winsten op te nemen wanneer deze overeenkomstig artikel 467 verplicht zijn hun tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde verliezen in de berekening van hun tier 1-kernkapitaal op te nemen.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

033

 

Artikel 468, lid 3

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsregeling voor behandeling van tegen reële waarde gemeten niet-gerealiseerde winsten

De bevoegde autoriteiten moeten het toepasselijke percentage van de niet-gerealiseerde winsten in het in artikel 468, lid 2, onder a) tot en met c), gespecificeerde bereik dat aan het tier 1-kernkapitaal wordt onttrokken, bepalen en dit bekendmaken.

2015 (60 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

034

2016 (40 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

035

2017 (20 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

036

 

Artikel 471, lid 1

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Vrijstelling van aftrek van deelnemingen in verzekeringsondernemingen van tier 1-kernkapitaalbestanddelen

In afwijking van artikel 49, lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten gedurende de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2022 toestaan dat instellingen geen aftrek toepassen van deelnemingen in verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen en verzekeringsholdings indien aan de in artikel 471, lid 1, bedoelde voorwaarden wordt voldaan.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

037

 

Artikel 473, lid 1

Bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Invoering van wijzigingen in IAS 19

In afwijking van artikel 481 kunnen de bevoegde autoriteiten gedurende de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018 instellingen die hun jaarrekening opstellen volgens de overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 goedgekeurde internationale standaarden voor jaarrekeningen, toestaan hun tier 1-kernkapitaal te vermeerderen met het overeenkomstig artikel 473, lid 2 of lid 3 naargelang van het geval, toepasselijke bedrag, vermenigvuldigd met de overeenkomstig artikel 473, lid 4, toegepaste factor.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

038

 

Artikel 478, lid 2

 

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Aftrekking van tier 1-kernkapitaalbestanddelen voor uitgestelde belastingvorderingen die vóór 1 januari 2014 bestonden.

Toepasselijk percentage indien het alternatieve percentage van toepassing is (percentage binnen het in artikel 478, lid 2, gespecificeerde bereik).

2014 (0 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

039

2015 (10 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

040

2016 (20 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

041

2017 (30 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

042

2018 (40 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

043

2019 (50 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

044

2020 (60 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

045

2021 (70 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

046

2022 (80 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

047

2023 (90 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

048

 

Artikel 478, lid 3, onder a)

 

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsbepalingen voor aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen

De bevoegde autoriteiten moeten een toepasselijk percentage bepalen en vervolgens bekendmaken in het in artikel 478, leden 1 en 2, gespecificeerde bereik voor a) de individuele aftrekkingen voorgeschreven in artikel 36, lid 1, onder a) tot en met h), met uitzondering van uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit tijdelijke verschillen.

2014 (20 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

049

2015 (40 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

050

2016 (60 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

051

2017 (80 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

052

 

Artikel 478, lid 3, onder b)

 

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsbepalingen voor aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen

De bevoegde autoriteiten moeten een toepasselijk percentage bepalen en vervolgens bekendmaken in het in artikel 478, leden 1 en 2, gespecificeerde bereik voor b) het overeenkomstig artikel 48 af te trekken totale bedrag van de uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit tijdelijke verschillen en de in artikel 36, lid 1, punt i), bedoelde bestanddelen.

2014 (20 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

053

2015 (40 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

054

2016 (60 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

055

2017 (80 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

056

 

Artikel 478, lid 3, onder c)

 

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsbepalingen voor aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen

De bevoegde autoriteiten moeten een toepasselijk percentage bepalen en vervolgens bekendmaken in het in artikel 478, leden 1 en 2, gespecificeerde bereik voor c) iedere aftrekking voorgeschreven in artikel 56, onder b), c) en d).

2014 (20 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

057

2015 (40 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

058

2016 (60 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

059

2017 (80 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

060

 

Artikel 478, lid 3, onder d)

 

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsbepalingen voor aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen

De bevoegde autoriteiten moeten een toepasselijk percentage bepalen en vervolgens bekendmaken in het in artikel 478, leden 1 en 2, gespecificeerde bereik voor d) iedere aftrekking voorgeschreven in artikel 66, onder b), c) en d).

2014 (20 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

061

2015 (40 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

062

2016 (60 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

063

2017 (80 % tot 100 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

064

 

Artikel 479, lid 4

 

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Opneming onder de overgangsbepalingen in het geconsolideerde tier 1-kernkapitaal van niet als minderheidsbelang aangemerkte instrumenten en posten

De bevoegde autoriteiten moeten het toepasselijke percentage in ieder in artikel 479, lid 3, gespecificeerd bereik bepalen en dit bekendmaken.

2014 (0 % tot 80 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

065

2015 (0 % tot 60 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

066

2016 (0 % tot 40 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

067

2017 (0 % tot 20 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

068

 

Artikel 480, lid 3

 

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Opneming onder de overgangsbepalingen van minderheidsbelangen en in aanmerking komend aanvullend-tier 1- en tier 2-kapitaal

De bevoegde autoriteiten moeten de waarde van de toepasselijke factor in elk in artikel 480, lid 2, gespecificeerd bereik bepalen en deze bekendmaken.

2014 (0,2 tot 1,0)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

069

2015 (0,4 tot 1,0)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

070

2016 (0,6 tot 1,0)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

071

2017 (0,8 tot 1,0)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

072

 

Artikel 481, lid 1

 

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

 

Toepasselijk percentage indien één percentage van toepassing is (percentage in het in artikel 481, lid 3, gespecificeerde bereik)

2014 (0 % tot 80 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

073

2015 (0 % tot 60 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

074

2016 (0 % tot 40 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

075

2017 (0 % tot 20 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

076

 

Artikel 481, lid 5

 

 

Additionele overgangsfilters en -aftrekkingen

De bevoegde autoriteiten moeten voor elke in artikel 481, leden 1 en 2, bedoelde filter of aftrekking de toepasselijke percentages in elk in de leden 3 en 4 van dat artikel gespecificeerd bereik bepalen en deze bekendmaken.

2014 (0 % tot 80 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

077

2015 (0 % tot 60 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

078

2016 (0 % tot 40 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

079

2017 (0 % tot 20 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

080

 

Artikel 486, lid 6

 

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Limieten van de grandfatheringbepalingen voor onder tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen vallende bestanddelen

Toepasselijk percentage voor het bepalen van de limieten van de grandfatheringbepalingen voor tier 1-kernkapitaalbestanddelen overeenkomstig artikel 486, lid 2 (percentage in het in lid 5 van dat artikel gespecificeerde bereik)

2014 (60 % tot 80 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

081

2015 (40 % tot 70 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

082

2016 (20 % tot 60 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

083

2017 (0 % tot 50 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

084

2018 (0 % tot 40 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

085

2019 (0 % tot 30 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

086

2020 (0 % tot 20 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

087

2021 (0 % tot 10 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

088

Toepasselijk percentage voor het bepalen van de limieten van de grandfatheringbepalingen voor aanvullend tier 1-bestanddelen overeenkomstig artikel 486, lid 3 (percentage in het in lid 5 van dat artikel gespecificeerde bereik)

2014 (60 % tot 80 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

089

2015 (40 % tot 70 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

090

2016 (20 % tot 60 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

091

2017 (0 % tot 50 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

092

2018 (0 % tot 40 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

093

2019 (0 % tot 30 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

094

2020 (0 % tot 20 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

095

2021 (0 % tot 10 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

096

Toepasselijk percentage voor het bepalen van de limieten van de grandfatheringbepalingen voor tier 2-bestanddelen overeenkomstig artikel 486, lid 4 (percentage in het in lid 5 van dat artikel gespecificeerde bereik)

2014 (60 % tot 80 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

097

2015 (40 % tot 70 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

098

2016 (20 % tot 60 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

099

2017 (0 % tot 50 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

100

2018 (0 % tot 40 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

101

2019 (0 % tot 30 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

102

2020 (0 % tot 20 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

103

2021 (0 % tot 10 %)

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

104

 

Artikel 495, lid 1

 

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsregeling voor behandeling van blootstellingen met betrekking tot aandelen in het kader van de IRB-benadering

In afwijking van hoofdstuk 3 van deel 3 kunnen de bevoegde autoriteiten tot en met 31 december 2017 bepaalde categorieën blootstellingen met betrekking tot aandelen die op 31 december 2007 door instellingen en in de Unie gevestigde dochterondernemingen van instellingen in die lidstaat worden gehouden, vrijstellen van de IRB-benadering.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

105

 

Artikel 496, lid 1

 

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Overgangsbepaling voor de berekening van eigenvermogensvereisten voor blootstellingen in de vorm van gedekte obligaties

Tot en met 31 december 2017 kunnen de bevoegde autoriteiten volledig of gedeeltelijk ontheffing verlenen voor de in artikel 129, lid 1, onder d) en f), vermelde limiet van 10 % voor preferente aandelen die zijn uitgegeven door Franse "Fonds Communs de Créances" of door securitisatie-instellingen die gelijkwaardig zijn aan Franse "Fonds Communs de Créances", mits aan de in artikel 496, lid 1, onder a) en b), bedoelde voorwaarden wordt voldaan.

[Jaar]

[J/N/n.v.t.]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 


DEEL 3

Variabele beloningscomponenten (artikel 94 van Richtlijn 2013/36/EU)

 

Richtlijn 2013/36/EU

Adressaten

Toepassingsgebied

Bepalingen

Bekend te maken informatie

Uitgeoefend (J/N/n.v.t.)

Verwijzingen

Beschikbaar in EN (J/N)

Details / Opmerkingen

010

Datum laatste bijwerking van informatie in deze template

(dd/mm/jjjj)

 

020

Artikel 94, lid 1, onder g), i)

Lidstaten of bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Maximale verhouding tussen de vaste en de variabele beloningscomponenten (in nationaal recht bepaald %, berekend als variabele beloningscomponent gedeeld door vaste beloningscomponent)

[Waarde in %]

[J/N]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

030

Artikel 94, lid 1, onder g), ii)

Lidstaten of bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Maximumniveau van de verhouding tussen vaste en variabele beloningscomponenten dat kan worden goedgekeurd door aandeelhouders, eigenaren of vennoten van de instelling (in nationaal recht bepaald %, berekend als variabele beloningscomponent gedeeld door vaste beloningscomponent).

[Waarde in %]

[J/N]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

040

Artikel 94, lid 1, onder g), iii)

Lidstaten of bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Maximumgedeelte van de totale variabele beloning waarop het discontopercentage van toepassing is (% van de totale variabele beloning)

[Waarde in %]

[J/N]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 

050

Artikel 94, lid 1, onder l)

Lidstaten of bevoegde autoriteiten

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

Beschrijving van beperkingen die kunnen worden gesteld aan de soorten en de opzet van instrumenten die mogen worden gebruikt voor de uitkering van een variabele beloning.

[Vrije tekst / waarde]

[J/N]

Verplicht indien J

Verplicht indien J

 


(1)  "J" (Ja) betekent dat de bevoegde autoriteit of lidstaat die tot het uitoefenen van de keuzemogelijkheid of manoeuvreerruimte gemachtigd is, deze heeft uitgeoefend.

"N" (Neen) betekent dat de bevoegde autoriteit of lidstaat die tot het uitoefenen van de keuzemogelijkheid of manoeuvreerruimte gemachtigd is, deze niet heeft uitgeoefend.

"n.v.t." (niet van toepassing) betekent dat de uitoefening van de keuzemogelijkheid niet mogelijk is of dat de manoeuvreerruimte niet bestaat.

(2)  De tekst van de bepaling in de nationale wetgeving.

(3)  Verwijzing in de nationale wetgeving en hyperlink(s) naar de website waar de nationale tekst te vinden is waarmee de betreffende Uniebepaling wordt omgezet.


BIJLAGE III

Proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder (SREP)  (1)

010

Datum van de laatste bijwerking van informatie in deze template

(dd/mm/jjjj)

020

Toepassingsgebied van het SREP

(Artikelen 108, 109 en 110 van de RKV)

Beschrijving van de benadering door de bevoegde autoriteit van het toepassingsgebied van het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder (Supervisory Review and Evaluation Process, SREP), met inbegrip van:

welke soorten instellingen door het SREP worden bestreken/van het SREP zijn uitgesloten, in het bijzonder wanneer het toepassingsgebied verschilt van dat aangegeven in Verordening (EU) nr. 575/2013 en Richtlijn 2013/36/EU;

een algemeen overzicht van de wijze waarop de bevoegde autoriteit met het evenredigheidsbeginsel rekening houdt wanneer zij het toepassingsgebied van het SREP afbakent en de frequentie van de beoordeling van de diverse SREP-elementen bepaalt (2).

[vrije tekst of referentie of hyperlink naar de richtsnoeren]

030

Beoordeling van SREP-elementen

(Artikelen 74 tot en met 96 van de RKV)

Beschrijving van de benadering door de bevoegde autoriteit van de beoordeling van individuele SREP-elementen (als genoemd in de EBA-richtsnoeren inzake gemeenschappelijke procedures en methoden voor het SREP - EBA/GL/2014/13), met inbegrip van:

een algemeen overzicht van het evaluatieproces en de evaluatiemethoden die bij de beoordeling van SREP-elementen zijn toegepast, met inbegrip van: 1) analyse van het bedrijfsmodel, 2) beoordeling van interne governance en instellingsbrede risicobeheersing, 3) beoordeling van de risico's voor het kapitaal, en 4) beoordeling van de risico's voor liquiditeit en financiering;

een algemeen overzicht van de wijze waarop de bevoegde autoriteit met het evenredigheidsbeginsel rekening houdt wanneer zij individuele SREP-elementen beoordeelt, met inbegrip van de wijze waarop instellingen in categorieën zijn ingedeeld (3).

[vrije tekst of referentie of hyperlink naar de richtsnoeren]

040

Toetsing en evaluatie van het ICAAP en het ILAAP

(Artikelen 73, 86, 97, 98 en 103 van de RKV)

Beschrijving van de benadering door de bevoegde autoriteit van de toetsing en evaluatie van het intern beoordelingsproces van de kapitaaltoereikendheid (Internal Capital Adequacy Assessment Process, ICAAP) en het intern beoordelingsproces van de liquiditeitstoereikendheid (Internal Liquidity Adequacy Assessment Process, ILAAP) als onderdeel van het SREP, en met name van de beoordeling van de betrouwbaarheid van de ICAAP- en ILAAP-berekeningen van kapitaal en liquiditeit ter bepaling van de aanvullend-eigenvermogensvereisten en de kwantitatieve liquiditeitsvereisten, met inbegrip van (4):

een overzicht van de door de bevoegde autoriteit toegepaste methode voor de toetsing van het ICAAP en het ILAAP van instellingen;

Informatie over/verwijzing naar de door de bevoegde autoriteit vastgestelde vereisten voor de verstrekking van ICAAP- en ILAAP-gerelateerde informatie, waarbij met name wordt vermeld welke informatie moet worden verstrekt;

informatie over de vraag of van de instelling een onafhankelijke toetsing van het ICAAP en het ILAAP wordt verlangd.

[vrije tekst of referentie of hyperlink naar de richtsnoeren]

050

Algemene SREP-beoordeling en toezichtmaatregelen

(Artikelen 102 en 104 van de RKV)

Beschrijving van de benadering door de bevoegde autoriteit van de algemene SREP-beoordeling (samenvatting) en van de toepassing van toezichtmaatregelen op basis van de algemene SREP-beoordeling (5).

Beschrijving van het verband tussen SREP-uitkomsten en de toepassing van vroegtijdige-interventiemaatregelen overeenkomstig artikel 27 van Richtlijn 2014/59/EU en bepaling van de voorwaarden waaronder de instelling kan worden beschouwd als een instelling die faalt of waarschijnlijk zal falen overeenkomstig artikel 32 van genoemde richtlijn (6).

[vrije tekst of referentie of hyperlink naar de richtsnoeren]


(1)  De bevoegde autoriteiten vermelden welke criteria en methoden zij hanteren in de rijen 020, 030 en 040 en in rij 050 voor de algemene beoordeling. Welk type informatie in de vorm van een toelichting wordt bekendgemaakt, wordt beschreven in de tweede kolom.

(2)  Het in aanmerking te nemen toepassingsgebied van het SREP, zowel op het niveau van een instelling als ten aanzien van het eigen vermogen ervan.

De bevoegde autoriteit legt uit welke benadering zij volgt om instellingen in verschillende categorieën onder te brengen voor SREP-doeleinden, waarbij wordt beschreven welke kwantitatieve en kwalitatieve criteria worden gebruikt en hoe de financiële stabiliteit of andere algemene toezichtdoelstellingen door deze indeling in categorieën worden beïnvloed.

De bevoegde autoriteit legt ook uit hoe de indeling in categorieën op zodanige wijze in praktijk wordt gebracht dat ten minste een minimale toezichtsinspanning bij SREP-beoordelingen wordt verzekerd, met onder meer een beschrijving van de frequenties voor de beoordeling van alle SREP-elementen voor verschillende categorieën instellingen.

(3)  Met vermelding van de werkinstrumenten, zoals inspecties al dan niet ter plaatse, kwalitatieve en kwantitatieve criteria en bij de beoordelingen gehanteerde statistische gegevens. Aanbevolen wordt hyperlinks naar eventuele richtsnoeren op de website te vermelden.

(4)  De bevoegde autoriteiten leggen ook uit hoe de beoordeling van het ICAAP en het ILAAP wordt bestreken door de modellen van minimale toezichtsinspanning die op basis van SREP-categorieën voor evenredigheidsdoeleinden worden toegepast, alsook hoe het evenredigheidsbeginsel op het ICAAP en het ILAAP wordt toegepast voor het bepalen van de verwachtingen op toezichtsgebied, en vermelden met name eventuele door de bevoegde autoriteiten vastgestelde richtsnoeren of minimumvereisten voor het ICAAP en het ILAAP.

(5)  De door de bevoegde autoriteiten gevolgde benadering om tot de algemene SREP-beoordeling te komen en deze aan de instellingen mee te delen. De algemene beoordeling door de bevoegde autoriteit is gebaseerd op een toetsing van alle in de rijen 020, 030 en 040 genoemde elementen, in combinatie met alle andere eventueel door de bevoegde autoriteit verkregen relevante informatie over de instelling.

(6)  Bevoegde autoriteiten kunnen ook de beleidslijnen bekendmaken waardoor zij zich laten leiden bij hun besluiten tot het nemen van toezichtmaatregelen (in de zin van de artikelen 102 en 104 van de RKV) en vroegtijdige-interventiemaatregelen (in de zin van artikel 27 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken (Bank Recovery and Resolution Directive, BRRD)) telkens als zij bij de beoordeling van een instelling tekortkomingen of onvolkomenheden constateren die een optreden van de toezichthouder vereisen. Een dergelijke bekendmaking kan eventueel de publicatie omvatten van interne richtsnoeren of van andere documenten waarin algemene toezichtpraktijken worden beschreven. Besluiten betreffende individuele instellingen behoeven echter niet te worden bekendgemaakt teneinde het vertrouwelijkheidsbeginsel te respecteren.

Bovendien kunnen bevoegde autoriteiten informatie verstrekken over de gevolgen als een instelling wettelijke bepalingen schendt of geen gevolg geeft aan de toezicht- of vroegtijdige-interventiemaatregelen die op basis van de SREP-uitkomsten zijn opgelegd; zo verschaft zij (in voorkomend geval) een lijst van geldende handhavingsprocedures.


BIJLAGE IV

GEAGGREGEERDE STATISTISCHE GEGEVENS

Lijst van templates

Deel 1

Geconsolideerde gegevens per bevoegde autoriteit

Deel 2

Gegevens betreffende kredietrisico

Deel 3

Gegevens betreffende marktrisico

Deel 4

Gegevens betreffende operationeel risico

Deel 5

Gegevens betreffende toezichtmaatregelen en administratieve sancties

Deel 6

Gegevens betreffende ontheffingen

Algemene opmerkingen betreffende het invullen van de templates van bijlage IV

De bevoegde autoriteiten mogen geen toezichtmaatregelen of -besluiten ten aanzien van specifieke instellingen vermelden. Bij de openbaarmaking van informatie over de algemene criteria en methoden mogen de bevoegde autoriteiten geen toezichtmaatregelen ten aanzien van specifieke instellingen vermelden, ongeacht of deze ten aanzien van één enkele instelling of ten aanzien van een groep instellingen zijn genomen.

Numerieke cellen mogen alleen cijfers bevatten. Er wordt niet naar nationale munteenheden verwezen. De gebruikte munteenheid is de euro en niet tot de eurozone behorende lidstaten rekenen hun nationale munteenheid om in euro met behulp van de wisselkoersen van de ECB (op de gemeenschappelijke referentiedatum, nl. de laatste dag van het beschouwde jaar). Bij de vermelding van bedragen in miljoen wordt afgerond tot één cijfer na de komma.

De gerapporteerde geldbedragen worden vermeld in miljoen euro.

Percentages worden vermeld met twee cijfers na de komma.

Als geen gegevens zijn vermeld, wordt de reden voor de niet-vermelding meegedeeld met gebruikmaking van de EBA-nomenclatuur, nl. N/A (voor niet beschikbaar) of C (voor confidentieel).

De gegevens worden op geaggregeerde basis vermeld zonder dat individuele kredietinstellingen of beleggingsondernemingen worden geïdentificeerd.

In de delen 1 tot en met 4 worden de verwijzingen naar de COREP-templates als bedoeld in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie vermeld, voor zover deze beschikbaar zijn.

Vanaf het jaar XXXX verzamelen de bevoegde autoriteiten gegevens op geconsolideerde basis. Dit zal de consistentie van de vergaarde informatie verzekeren.

De templates van deze bijlage worden gelezen in samenhang met de hierbij gedefinieerde reikwijdte van de consolidatie voor de rapportage. Met het oog op een efficiënte gegevensverzameling wordt de informatie voor kredietinstellingen en voor beleggingsondernemingen afzonderlijk gerapporteerd, maar wordt in beide gevallen eenzelfde consolidatieniveau gehanteerd.

Teneinde de samenhang en de vergelijkbaarheid van de gerapporteerde gegevens te waarborgen, maakt de ECB enkel geaggregeerde statistische gegevens openbaar voor onder toezicht staande entiteiten waarop zij op de referentiedatum van de publicatie rechtstreeks toezicht uitoefent, terwijl nationale bevoegde autoriteiten enkel voor kredietinstellingen die niet onder rechtstreeks toezicht van de ECB staan geaggregeerde statistische gegevens openbaar maken.

Er worden alleen gegevens verzameld voor beleggingsondernemingen die aan de RKV onderworpen zijn. Beleggingsondernemingen die niet onder het RKV-kader vallen, zijn van de gegevensverzameling uitgesloten.

DEEL 1

Geconsolideerde gegevens per bevoegde autoriteit (jaar XXXX)

 

Verwijzing naar COREP-template

Gegevens

 

Aantal en grootte van kredietinstellingen

 

 

010

Aantal kredietinstellingen

 

[Waarde]

020

Totale activa van de jurisdictie (in miljoen EUR) (1)

 

[Waarde]

030

Totale activa van de jurisdictie (1) in % van het bbp (2)

 

[Waarde]

 

Aantal en grootte van buitenlandse kredietinstellingen (3)

 

 

040

van derde landen

Aantal bijkantoren (4)

 

[Waarde]

050

Totale activa van bijkantoren (in miljoen EUR)

 

[Waarde]

060

Aantal dochterondernemingen (5)

 

[Waarde]

070

Totale activa van dochterondernemingen (in miljoen EUR)

 

[Waarde]

 

Totaal kapitaal en totale kapitaalvereisten van kredietinstellingen

 

 

080

Totaal tier 1-kernkapitaal als % van totaal kapitaal (6)

CA 1 (rij 020/ rij 010)

[Waarde]

090

Totaal aanvullend tier 1-kapitaal als % van totaal kapitaal (7)

CA 1 (rij 530/ rij 010)

[Waarde]

100

Totaal tier 2-kapitaal als % van totaal kapitaal (8)

CA 1 (rij 750/ rij 010)

[Waarde]

110

Totale kapitaalvereisten (in miljoen EUR) (9)

CA 2 (rij 010) * 8 %

[Waarde]

120

Totale kapitaalratio (%) (10)

CA3 (rij 050)

[Waarde]

 

Aantal en grootte van beleggingsondernemingen

 

 

130

Aantal beleggingsondernemingen

 

[Waarde]

140

Totale activa (in miljoen EUR) (1)

 

[Waarde]

150

Totale activa in % van het bbp

 

[Waarde]

 

Totaal kapitaal en totale kapitaalvereisten van beleggingsondernemingen

 

 

160

Totaal tier 1-kernkapitaal als % van totaal kapitaal (6)

CA 1 (rij 020/ rij 010)

[Waarde]

170

Totaal aanvullend tier 1-kapitaal als % van totaal kapitaal (7)

CA 1 (rij 530/ rij 010)

[Waarde]

180

Totaal tier 2-kapitaal als % van totaal kapitaal (8)

CA 1 (rij 750/ rij 010)

[Waarde]

190

Totale kapitaalvereisten (in miljoen EUR) (9)

CA 2 (rij 010) * 8 %

[Waarde]

200

Totale kapitaalratio (%) (10)

CA3 (rij 050)

[Waarde]


DEEL 2

Gegevens betreffende kredietrisico (jaar XXXX)

 

Gegevens betreffende kredietrisico

Verwijzing naar COREP-template

Gegevens

 

Kredietinstellingen: eigenvermogensvereisten voor kredietrisico

 

 

010

Kredietinstellingen: eigenvermogensvereisten voor kredietrisico

% van totale eigenvermogensvereisten  (11)

CA2 (rij 040) / (rij 010)

[Waarde]

020

Kredietinstellingen: uitgesplitst volgens benadering

% op basis van het totale aantal kredietinstellingen  (12)

Standaardbenadering (SA)

 

[Waarde]

030

IRB-benadering wanneer noch eigen LGD-ramingen noch omrekeningsfactoren worden gebruikt

 

[Waarde]

040

IRB-benadering wanneer eigen LGD-ramingen en/of omrekeningsfactoren worden gebruikt

 

[Waarde]

050

% op basis van totale eigenvermogensvereisten voor kredietrisico

SA

CA2 (rij 050) / (rij 040)

[Waarde]

060

IRB-benadering wanneer noch eigen LGD-ramingen noch omrekeningsfactoren worden gebruikt

CR IRB, Elementaire IRB (rij 010, kolom 260) / CA2 (rij 040)

[Waarde]

070

IRB-benadering wanneer eigen LGD-ramingen en/of omrekeningsfactoren worden gebruikt

CR IRB, geavanceerde IRB (rij 010, kolom 260) / CA2 (rij 040)

[Waarde]

080

Kredietinstellingen: uitsplitsing volgens IRB-blootstellingscategorie

% op basis van totaal risicogewogen blootstellingsbedrag volgens de IRB-benadering

IRB-benadering wanneer noch eigen LGD-ramingen noch omrekeningsfactoren worden gebruikt

CA2 (rij 250 / rij 240)

[Waarde]

090

Centrale overheden en centrale banken

CA2 (rij 260 / rij 240)

[Waarde]

100

Instellingen

CA2 (rij 270 / rij 240)

[Waarde]

110

Ondernemingen – Kmo's

CA2 (rij 280 / rij 240)

[Waarde]

120

Ondernemingen – Gespecialiseerde kredietverlening

CA2 (rij 290 / rij 240)

[Waarde]

130

Ondernemingen – Overige

CA2 (rij 300 / rij 240)

[Waarde]

140

IRB-benadering wanneer eigen LGD-ramingen en/of omrekeningsfactoren worden gebruikt

CA2 (rij 310 / rij 240)

[Waarde]

150

Centrale overheden en centrale banken

CA2 (rij 320 / rij 240)

[Waarde]

160

Instellingen

CA2 (rij 330 / rij 240)

[Waarde]

170

Ondernemingen – Kmo's

CA2 (rij 340 / rij 240)

[Waarde]

180

Ondernemingen – Gespecialiseerde kredietverlening

CA2 (rij 350 / rij 240)

[Waarde]

190

Ondernemingen – Overige

CA2 (rij 360 / rij 240)

[Waarde]

200

Particulieren en kleine partijen – Gedekt door onroerend goed van kmo's

CA2 (rij 370 / rij 240)

[Waarde]

210

Particulieren en kleine partijen - Gedekt door onroerend goed van niet-kmo's

CA2 (rij 380 / rij 240)

[Waarde]

220

Particulieren en kleine partijen - Gekwalificeerde revolverende blootstellingen

CA2 (rij 390 / rij 240)

[Waarde]

230

Particulieren en kleine partijen - Overige kmo's

CA2 (rij 400 / rij 240)

[Waarde]

240

Particulieren en kleine partijen - Overige niet-kmo's

CA2 (rij 410 / rij 240)

[Waarde]

250

Eigen vermogen volgens de IRB-benadering

CA2 (rij 420 / rij 240)

[Waarde]

260

Securitisatieposities volgens de IRB-benadering

CA2 (rij 430 / rij 240)

[Waarde]

270

Andere actiefposten die geen kredietverplichting vertegenwoordigen

CA2 (rij 450 / rij 240)

[Waarde]

 

Gegevens betreffende kredietrisico

Verwijzing naar COREP-template

Gegevens

280

Kredietinstellingen: eigenvermogensvereisten voor kredietrisico

 

 

290

Kredietinstellingen: uitsplitsing volgens SA-blootstellingscategorie*

% op basis van totaal risicogewogen blootstellingsbedrag volgens de standaardbenadering

Centrale overheden of centrale banken

CA2 (rij 070 / rij 050)

[Waarde]

300

Regionale of lokale overheden

CA2 (rij 080 / rij 050)

[Waarde]

310

Publiekrechtelijke lichamen

CA2 (rij 090 / rij 050)

[Waarde]

320

Multilaterale ontwikkelingsbanken

CA2 (rij 100 / rij 050)

[Waarde]

330

Internationale organisaties

CA2 (rij 110 / rij 050)

[Waarde]

340

Instellingen

CA2 (rij 120 / rij 050)

[Waarde]

350

Ondernemingen

CA2 (rij 130 / rij 050)

[Waarde]

360

Particulieren en kleine partijen

CA2 (rij 140 / rij 050)

[Waarde]

370

Gedekt door hypotheken op onroerend goed

CA2 (rij 150 / rij 050)

[Waarde]

380

Blootstellingen waarbij sprake is van wanbetaling

CA2 (rij 160 / rij 050)

[Waarde]

390

Posten met een bijzonder hoog risico

CA2 (rij 170 / rij 050)

[Waarde]

400

Gedekte obligaties

CA2 (rij 180 / rij 050)

[Waarde]

410

Blootstellingen met betrekking tot instellingen en ondernemingen met een kredietbeoordeling voor de korte termijn

CA2 (rij 190 / rij 050)

[Waarde]

420

Instellingen voor collectieve belegging

CA2 (rij 200 / rij 050)

[Waarde]

430

Eigen vermogen

CA2 (rij 210 / rij 050)

[Waarde]

440

Overige posten

CA2 (rij 211 / rij 050)

[Waarde]

450

Securitisatieposities volgens de standaardbenadering

CA2 (rij 220 / rij 050)

[Waarde]

460

Kredietinstellingen: uitsplitsing volgens kredietrisicobeperking (CRM)-benadering

% op basis van het totale aantal kredietinstellingen  (13)

Eenvoudige benadering van financiële zekerheden

 

[Waarde]

470

Uitgebreide benadering van financiële zekerheden

 

[Waarde]

 

Beleggingsondernemingen: eigenvermogensvereisten voor kredietrisico

 

 

480

Beleggingsondernemingen: eigenvermogensvereisten voor kredietrisico

% van totale eigenvermogensvereisten  (14)

CA2 (rij 040) / (rij 010)

[Waarde]

490

Beleggingsondernemingen: uitgesplitst volgens benadering

% op basis van het totale aantal beleggingsondernemingen  (12)

SA

 

[Waarde]

500

IRB

 

[Waarde]

510

% op basis van totale eigenvermogensvereisten voor kredietrisico  (15)

SA

CA2 (rij 050) / (rij 040)

[Waarde]

520

IRB

CA2 (rij 240) / (rij 040)

[Waarde]

 

 

 

 

 

 

 

Aanvullende informatie over securitisaties (in miljoen EUR)

Verwijzing naar COREP-template

Gegevens

 

Kredietinstellingen: initiator

 

 

530

Totaal bedrag aan geïnitieerde securitisatieblootstellingen op de balans en buiten de balanstelling

CR SEC SA (rij 030, kolom 010) + Cr SEC IRB (rij 030, kolom 010)

[Waarde]

540

Totaal bedrag aan behouden securitisatieposities (securitisatieposities – oorspronkelijke blootstelling pre-omrekeningsfactoren) op de balans en buiten de balanstelling

CR SEC SA (rij 030, kolom 050) + CR SEC IRB (rij 030, kolom 050)

[Waarde]

 

 

 

 

 

 

 

Blootstellingen en verliezen voortvloeiend uit leningen die door onroerend goed worden gedekt (in miljoen EUR) (16)

Verwijzing naar COREP-template

Gegevens

550

Gebruik van niet-zakelijk onroerend goed als zekerheid

Som van blootstellingen die gedekt zijn door niet-zakelijk onroerend goed  (17)

CR OT verliezen (rij 010, kolom 050)

[Waarde]

560

Som van de verliezen die voortvloeien uit leningen tot de referentiepercentages  (18)

CR OT verliezen (rij 010, kolom 010)

[Waarde]

570

Waarvan: onroerend goed gewaardeerd op basis van de hypotheekwaarde  (19)

CR OT verliezen (rij 010, kolom 020)

[Waarde]

580

Som van de totale verliezen  (20)

CR OT verliezen (rij 010, kolom 030)

[Waarde]

590

Waarvan: onroerend goed gewaardeerd op basis van de hypotheekwaarde  (19)

CR OT verliezen (rij 010, kolom 040)

[Waarde]

600

Gebruik van zakelijk onroerend goed als zekerheid

Som van blootstellingen die gedekt zijn door zakelijk onroerend goed  (17)

CR OT verliezen (rij 020, kolom 050)

[Waarde]

610

Som van de verliezen die voortvloeien uit leningen tot de referentiepercentages  (18)

CR OT verliezen (rij 020, kolom 010)

[Waarde]

620

Waarvan: onroerend goed gewaardeerd op basis van de hypotheekwaarde  (19)

CR OT verliezen (rij 020, kolom 020)

[Waarde]

630

Som van de totale verliezen  (20)

CR OT verliezen (rij 020, kolom 030)

[Waarde]

640

Waarvan: onroerend goed gewaardeerd op basis van de hypotheekwaarde  (19)

CR OT verliezen (rij 020, kolom 040)

[Waarde]


DEEL 3

Gegevens betreffende marktrisico  (21) (jaar XXXX)

 

Gegevens betreffende marktrisico

Verwijzing naar COREP-template

Gegevens

 

Kredietinstellingen: eigenvermogensvereisten voor marktrisico

 

 

010

Kredietinstellingen: eigenvermogensvereisten voor marktrisico

% van totale eigenvermogensvereisten  (22)

CA2 (rij 520) / (rij 010)

[Waarde]

020

Kredietinstellingen: uitgesplitst volgens benadering

% op basis van het totale aantal kredietinstellingen  (23)

Standaardbenadering

 

[Waarde]

030

Interne modellen

 

[Waarde]

040

% op basis van totale eigenvermogensvereisten voor marktrisico

Standaardbenadering

CA2 (rij 530) / (rij 520)

[Waarde]

050

Interne modellen

CA2 (rij 580) / (rij 520)

[Waarde]

 

Beleggingsondernemingen: eigenvermogensvereisten voor marktrisico

 

 

060

Beleggingsondernemingen: eigenvermogensvereisten voor marktrisico

% van totale eigenvermogensvereisten  (22)

CA2 (rij 520) / (rij 010)

[Waarde]

070

Beleggingsondernemingen: uitgesplitst volgens benadering

% op basis van het totale aantal beleggingsondernemingen  (23)

Standaardbenadering

 

[Waarde]

080

Interne modellen

 

[Waarde]

090

% op basis van totale eigenvermogensvereisten voor marktrisico

Standaardbenadering

CA2 (rij 530) / (rij 520)

[Waarde]

100

Interne modellen

CA2 (rij 580) / (rij 520)

[Waarde]


DEEL 4

Gegevens betreffende operationeel risico (jaar XXXX)

 

Gegevens betreffende operationeel risico

Verwijzing naar COREP-template

Gegevens

 

Kredietinstellingen: eigenvermogensvereisten voor operationeel risico

 

 

010

Kredietinstellingen: eigenvermogensvereisten voor operationeel risico

% van totale eigenvermogensvereisten  (24)

CA2 (rij 590) / (rij 010)

[Waarde]

020

Kredietinstellingen: uitgesplitst volgens benadering

% op basis van het totale aantal kredietinstellingen  (25)

Basisindicatorbenadering (BIA)

 

[Waarde]

030

Standaardbenadering (TSA) /

Alternatieve standaardbenadering (ASA)

 

[Waarde]

040

Geavanceerde meetbenadering (AMA)

 

[Waarde]

050

% op basis van totale eigenvermogensvereisten voor operationeel risico

BIA

CA2 (rij 600) / (rij 590)

[Waarde]

060

TSA/ASA

CA2 (rij 610) / (rij 590)

[Waarde]

070

AMA

CA2 (rij 620) / (rij 590)

[Waarde]

 

Kredietinstellingen: verliezen als gevolg van operationeel risico

 

 

080

Kredietinstellingen: totaal brutoverlies

Totaal brutoverlies in % van de totale bruto-inkomsten  (26)

OPR details (rij 920, kolom 080)/ OPR ((som (rij 010 tot en met rij 130, kolom 030)

[Waarde]

 

Beleggingsondernemingen: eigenvermogensvereisten voor operationeel risico

 

 

090

Beleggingsondernemingen: eigenvermogensvereisten voor operationeel risico

% van totale eigenvermogensvereisten  (24)

CA2 (rij 590) / (rij 010)

[Waarde]

100

Beleggingsondernemingen: uitgesplitst volgens benadering

% op basis van het totale aantal beleggingsondernemingen  (25)

BIA

 

[Waarde]

110

TSA/ASA

 

[Waarde]

120

AMA

 

[Waarde]

130

% op basis van totale eigenvermogensvereisten voor operationeel risico

BIA

CA2 (rij 600) / (rij 590)

[Waarde]

140

TSA/ASA

CA2 (rij 610) / (rij 590)

[Waarde]

150

AMA

CA2 (rij 620) / (rij 590)

[Waarde]

 

Beleggingsondernemingen: verliezen als gevolg van operationeel risico

 

 

160

Beleggingsondernemingen: totaal brutoverlies

Totaal brutoverlies in % van totale bruto-inkomsten  (26)

OPR details (rij 920, kolom 080)/ OPR ((som (rij 010 tot en met rij 130, kolom 030)

[Waarde]


DEEL 5

Gegevens betreffende toezichtmaatregelen en administratieve sancties  (27) (jaar XXXX)

 

Toezichtmaatregelen

Gegevens

 

Kredietinstellingen

 

010

Toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 102, lid 1, onder a)

Totaal aantal toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU:

[Waarde]

011

boven de minimumkapitaalvereisten eigen vermogen aanhouden [artikel 104, lid 1, onder a)]

[Waarde]

012

aanscherpen van regelingen inzake governance en intern kapitaalbeheer [artikel 104, lid 1, onder b)]

[Waarde]

013

een plan presenteren om opnieuw aan de toezichtvereisten te voldoen [artikel 104, lid 1, onder c)]

[Waarde]

014

een specifiek voorzieningenbeleid voeren of activa op een specifieke wijze behandelen [artikel 104, lid 1, onder d)]

[Waarde]

015

restricties of beperkingen ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten [artikel 104, lid 1, onder e)]

[Waarde]

016

het aan de werkzaamheden, producten en systemen verbonden risico beperken [artikel 104, lid 1, onder f)]

[Waarde]

017

de variabele beloning beperken [artikel 104, lid 1, onder g)]

[Waarde]

018

het eigen vermogen versterken door nettowinsten te gebruiken [artikel 104, lid 1, onder h)]

[Waarde]

019

uitkeringen of rentebetalingen beperken of verbieden [artikel 104, lid 1, onder i)]

[Waarde]

020

aanvullende rapportagevereisten of een frequentere rapportage opleggen [artikel 104, lid 1, onder j)]

[Waarde]

021

specifieke liquiditeitsvereisten opleggen [artikel 104, lid 1, onder k)]

[Waarde]

022

aanvullende openbaarmakingen eisen [artikel 104, lid 1, onder l)]

[Waarde]

023

Aantal en aard van andere toezichtmaatregelen (die niet vermeld zijn in artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU)

[Waarde]

024

Toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 102, lid 1, onder b), en andere bepalingen van Richtlijn 2013/36/EU of Verordening (EU) nr. 575/2013

Totaal aantal toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU:

[Waarde]

025

boven de minimumkapitaalvereisten eigen vermogen aanhouden [artikel 104, lid 1, onder a)]

[Waarde]

026

aanscherpen van regelingen inzake governance en intern kapitaalbeheer [artikel 104, lid 1, onder b)]

[Waarde]

027

een plan presenteren om opnieuw aan de toezichtvereisten te voldoen [artikel 104, lid 1, onder c)]

[Waarde]

028

een specifiek voorzieningenbeleid voeren of activa op een specifieke wijze behandelen [artikel 104, lid 1, onder d)]

[Waarde]

029

restricties of beperkingen ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten [artikel 104, lid 1, onder e)]

[Waarde]

030

het aan de werkzaamheden, producten en systemen verbonden risico beperken [artikel 104, lid 1, onder f)]

[Waarde]

031

de variabele beloning beperken [artikel 104, lid 1, onder g)]

[Waarde]

032

het eigen vermogen versterken door nettowinsten te gebruiken [artikel 104, lid 1, onder h)]

[Waarde]

033

uitkeringen of rentebetalingen beperken of verbieden [artikel 104, lid 1, onder i)]

[Waarde]

034

aanvullende rapportagevereisten of een frequentere rapportage opleggen [artikel 104, lid 1, onder j)]

[Waarde]

035

specifieke liquiditeitsvereisten opleggen [artikel 104, lid 1, onder k)]

[Waarde]

036

aanvullende openbaarmakingen eisen [artikel 104, lid 1, onder l)]

[Waarde]

037

Aantal en aard van andere toezichtmaatregelen (die niet vermeld zijn in artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU)

[Waarde]

 

 

 

 

 

Toezichtmaatregelen

Gegevens

 

Beleggingsondernemingen

 

037

Toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 102, lid 1, onder a)

Totaal aantal toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU:

[Waarde]

038

boven de minimumkapitaalvereisten eigen vermogen aanhouden [artikel 104, lid 1, onder a)]

[Waarde]

039

aanscherpen van regelingen inzake governance en intern kapitaalbeheer [artikel 104, lid 1, onder b)]

[Waarde]

040

een plan presenteren om opnieuw aan de toezichtvereisten te voldoen [artikel 104, lid 1, onder c)]

[Waarde]

041

een specifiek voorzieningenbeleid voeren of activa op een specifieke wijze behandelen [artikel 104, lid 1, onder d)]

[Waarde]

042

restricties of beperkingen ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten [artikel 104, lid 1, onder e)]

[Waarde]

043

het aan de werkzaamheden, producten en systemen verbonden risico beperken [artikel 104, lid 1, onder f)]

[Waarde]

044

de variabele beloning beperken [artikel 104, lid 1, onder g)]

[Waarde]

045

het eigen vermogen versterken door nettowinsten te gebruiken [artikel 104, lid 1, onder h)]

[Waarde]

046

uitkeringen of rentebetalingen beperken of verbieden [artikel 104, lid 1, onder i)]

[Waarde]

047

aanvullende rapportagevereisten of een frequentere rapportage opleggen [artikel 104, lid 1, onder j)]

[Waarde]

048

specifieke liquiditeitsvereisten opleggen [artikel 104, lid 1, onder k)]

[Waarde]

049

aanvullende openbaarmakingen eisen [artikel 104, lid 1, onder l)]

[Waarde]

050

Aantal en aard van andere toezichtmaatregelen (die niet vermeld zijn in artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU)

[Waarde]

051

Toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 102, lid 1, onder b), en andere bepalingen van Richtlijn 2013/36/EU of Verordening (EU) nr. 575/2013

Totaal aantal toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU:

[Waarde]

052

boven de minimumkapitaalvereisten eigen vermogen aanhouden [artikel 104, lid 1, onder a)]

[Waarde]

053

aanscherpen van regelingen inzake governance en intern kapitaalbeheer [artikel 104, lid 1, onder b)]

[Waarde]

054

een plan presenteren om opnieuw aan de toezichtvereisten te voldoen [artikel 104, lid 1, onder c)]

[Waarde]

055

een specifiek voorzieningenbeleid voeren of activa op een specifieke wijze behandelen [artikel 104, lid 1, onder d)]

[Waarde]

056

restricties of beperkingen ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten [artikel 104, lid 1, onder e)]

[Waarde]

057

het aan de werkzaamheden, producten en systemen verbonden risico beperken [artikel 104, lid 1, onder f)]

[Waarde]

058

de variabele beloning beperken [artikel 104, lid 1, onder g)]

[Waarde]

059

het eigen vermogen versterken door nettowinsten te gebruiken [artikel 104, lid 1, onder h)]

[Waarde]

060

uitkeringen of rentebetalingen beperken of verbieden [artikel 104, lid 1, onder i)]

[Waarde]

061

aanvullende rapportagevereisten of een frequentere rapportage opleggen [artikel 104, lid 1, onder j)]

[Waarde]

062

specifieke liquiditeitsvereisten opleggen [artikel 104, lid 1, onder k)]

[Waarde]

063

aanvullende openbaarmakingen eisen [artikel 104, lid 1, onder l)]

[Waarde]

064

Aantal en aard van andere toezichtmaatregelen (die niet vermeld zijn in artikel 104, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU)

[Waarde]

 

 

 

 

 

Administratieve sancties (28)

Gegevens

 

Kredietinstellingen

 

065

Administratieve sancties (voor inbreuken op vergunningvereisten en vereisten voor de verwerving van gekwalificeerde deelnemingen)

Totaal aantal administratieve sancties met toepassing van artikel 66, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU:

[Waarde]

066

publieke verklaringen waarin de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon en de aard van de inbreuk worden aangewezen [artikel 66, lid 2, onder a)]

[Waarde]

067

een bevel waarin wordt geëist dat de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon het gedrag staakt en niet meer herhaalt [artikel 66, lid 2, onder b)];

[Waarde]

068

administratieve geldboeten die aan de natuurlijke of rechtspersoon worden opgelegd [artikel 66, lid 2, onder c), d) en e)]

[Waarde]

069

schorsing van de stemrechten van aandeelhouders [artikel 66, lid 2, onder f)]

[Waarde]

070

Aantal en aard van andere administratieve sancties (die niet vermeld zijn in artikel 66, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU)

[Vrije tekst]

071

Administratieve sancties (voor andere schendingen van vereisten van Richtlijn 2013/36/EU of Verordening (EU) nr. 575/2013

Totaal aantal administratieve sancties met toepassing van artikel 67, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU:

[Waarde]

072

publieke verklaringen waarin de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon en de aard van de inbreuk worden aangewezen [artikel 67, lid 2, onder a)]

[Waarde]

073

een bevel waarin wordt geëist dat de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon het gedrag staakt en niet meer herhaalt [artikel 67, lid 2, onder b)];

[Waarde]

074

intrekking van de vergunning van kredietinstellingen [artikel 67, lid 2, onder c)]

[Waarde]

075

tijdelijk verbod voor een natuurlijke persoon om functies in kredietinstellingen te bekleden [artikel 67, lid 2, onder d)]

[Waarde]

076

administratieve geldboeten opgelegd aan de natuurlijke of rechtspersoon [artikel 67, lid 2, onder e), f) en g)]

[Waarde]

077

Aantal en aard van andere administratieve sancties (die niet vermeld zijn in artikel 67, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU)

[Vrije tekst]

 

Beleggingsondernemingen

 

078

Administratieve sancties (voor inbreuken op vergunningvereisten en vereisten voor de verwerving van gekwalificeerde deelnemingen)

Totaal aantal administratieve sancties met toepassing van artikel 66, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU:

[Waarde]

079

publieke verklaringen waarin de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon en de aard van de inbreuk worden aangewezen [artikel 66, lid 2, onder a)]

[Waarde]

080

een bevel waarin wordt geëist dat de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon het gedrag staakt en niet meer herhaalt [artikel 66, lid 2, onder b)];

[Waarde]

081

administratieve geldboeten opgelegd aan een rechtspersoon [artikel 66, lid 2, onder c), d) en e)]

[Waarde]

082

schorsing van de stemrechten van aandeelhouders [artikel 66, lid 2, onder f)]

[Waarde]

083

Aantal en aard van andere administratieve sancties (die niet vermeld zijn in artikel 66, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU)

[Waarde]

084

Administratieve sancties (voor andere schendingen van vereisten van Richtlijn 2013/36/EU of Verordening (EU) nr. 575/2013

Totaal aantal administratieve sancties met toepassing van artikel 66, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU:

[Waarde]

085

publieke verklaringen waarin de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon en de aard van de inbreuk worden aangewezen [artikel 67, lid 2, onder a)]

[Waarde]

086

een bevel waarin wordt geëist dat de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon het gedrag staakt en niet meer herhaalt [artikel 67, lid 2, onder b)];

[Waarde]

087

intrekking van de vergunning van beleggingsondernemingen [artikel 67, lid 2, onder c)]

[Waarde]

088

tijdelijk verbod voor een natuurlijke persoon om functies in beleggingsonderneming te bekleden [artikel 67, lid 2, onder d)]

[Waarde]

089

administratieve geldboeten opgelegd aan de natuurlijke of rechtspersoon [artikel 67, lid 2, onder e), f) en g)]

[Waarde]

090

Aantal en aard van andere administratieve sancties (die niet vermeld zijn in artikel 67, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU)

[Vrije tekst]

De bevoegde autoriteiten mogen geen toezichtmaatregelen of -besluiten ten aanzien van specifieke instellingen vermelden. Bij de openbaarmaking van informatie over de algemene criteria en methoden mogen de bevoegde autoriteiten geen toezichtmaatregelen ten aanzien van specifieke instellingen vermelden, ongeacht of deze ten aanzien van één enkele instelling of ten aanzien van een groep instellingen zijn genomen.


DEEL 6

Gegevens betreffende ontheffingen  (29) (jaar XXXX)

 

Vrijstelling van de toepassing op individuele basis van de prudentiële vereisten bedoeld in de delen twee tot en met vijf, zeven en acht van Verordening (EU) nr. 575/2013

 

Toepasselijke bepaling in Verordening (EU) nr. 575/2013

Artikel 7, leden 1 en 2

(ontheffingen voor dochterondernemingen) (30)

Artikel 7, lid 3

(ontheffingen voor moederinstellingen)

010

Totaal aantal verleende ontheffingen

[Waarde]

[Waarde]

011

Aantal verleende ontheffingen aan moederinstellingen die in derde landen gevestigde dochterondernemingen of deelnemingen daarin bezitten

n.v.t.

[Waarde]

012

Totaal bedrag aan geconsolideerd eigen vermogen dat in in derde landen gevestigde dochterondernemingen wordt aangehouden (in miljoen EUR)

n.v.t.

[Waarde]

013

Percentage van het totaal geconsolideerd eigen vermogen dat in in derde landen gevestigde dochterondernemingen wordt aangehouden (%)

n.v.t.

[Waarde]

014

Percentage van geconsolideerde eigenvermogensvereisten die aan in derde landen gevestigde dochterondernemingen worden toegewezen (%)

n.v.t.

[Waarde]

 

Toestemming voor moederinstellingen om bij de berekening van hun prudentiële vereisten als bedoeld in de delen twee tot en met vijf en acht van Verordening (EU) nr. 575/2013 dochterondernemingen in aanmerking te nemen

 

Toepasselijke bepaling in Verordening (EU) nr. 575/2013

Artikel 9, lid 1

(individuele consolidatiemethode)

015

Totaal aantal verleende ontheffingen

[Waarde]

016

Aantal vergunningen verleend aan moederinstellingen om bij de berekening van hun vereiste in derde landen gevestigde dochterondernemingen in aanmerking te nemen

[Waarde]

017

Totaal bedrag aan geconsolideerd eigen vermogen dat in in derde landen gevestigde dochterondernemingen wordt aangehouden (in miljoen EUR)

[Waarde]

018

Percentage van het totaal geconsolideerd eigen vermogen dat in in derde landen gevestigde dochterondernemingen wordt aangehouden (%)

[Waarde]

019

Percentage van de geconsolideerde eigenvermogensvereisten die aan in derde landen gevestigde dochterondernemingen worden toegewezen (%)

[Waarde]

 

Vrijstelling van de toepassing op individuele basis van de liquiditeitsvereisten bedoeld in deel zes van Verordening (EU) nr. 575/2013

 

Toepasselijke bepaling in Verordening (EU) nr. 575/2013

Artikel 8

(ontheffingen van de liquiditeitsvereisten voor dochterondernemingen)

020

Totaal aantal verleende ontheffingen

[Waarde]

021

Aantal verleende ontheffingen op grond van artikel 8, lid 2, als aan alle instellingen binnen één enkele liquiditeitssubgroep in dezelfde lidstaat een vergunning is verleend

[Waarde]

022

Aantal verleende ontheffingen op grond van artikel 8, lid 1, als aan alle instellingen binnen één enkele liquiditeitssubgroep in verschillende lidstaten een vergunning is verleend

[Waarde]

023

Aantal ontheffingen die overeenkomstig artikel 8, lid 3, verleend zijn aan instellingen die aangesloten zijn bij hetzelfde institutioneel protectiestelsel

[Waarde]

 

Vrijstelling van de toepassing op individuele basis van de prudentiële vereisten bedoeld in de delen twee tot en met acht van Verordening (EU) nr. 575/2013

 

Toepasselijke bepaling in Verordening (EU) nr. 575/2013

Artikel 10

(kredietinstellingen die blijvend aangesloten zijn bij een centraal orgaan)

024

Totaal aantal verleende ontheffingen

[Waarde]

025

Aantal verleende ontheffingen voor kredietinstellingen die blijvend aangesloten zijn bij een centraal orgaan

[Waarde]

026

Aantal verleende ontheffingen aan centrale organen

[Waarde]


(1)  Voor de nationale bevoegde autoriteiten is het bedrag van de totale activa gelijk aan de waarde van de totale activa van het land (enkel voor de rijen 020 en 030), terwijl voor de ECB het bedrag van de totale activa gelijk is aan de waarde van de totale activa van belangrijke instellingen voor het gehele gemeenschappelijk toezichtsmechanisme.

(2)  Bbp tegen marktprijzen; voorgestelde bron – Eurostat/ECB.

(3)  EER-landen worden buiten beschouwing gelaten.

(4)  Aantal bijkantoren als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 17), van de VKV. Alle bedrijfsvestigingen die in hetzelfde land zijn opgericht door een kredietinstelling met hoofdkantoor in een derde land, worden als één enkel bijkantoor beschouwd.

(5)  Aantal dochterondernemingen als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 16), van de VKV. Elke dochteronderneming van een dochteronderneming wordt ook beschouwd als een dochter van de moederonderneming die aan het hoofd van deze ondernemingen staat.

(6)  De verhouding tussen het tier 1-kernkapitaal als gedefinieerd in artikel 50 van de VKV en het eigen vermogen als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 118), en artikel 72 van de VKV, uitgedrukt in procent (%).

(7)  De verhouding tussen het aanvullend tier 1-kapitaal als gedefinieerd in artikel 61 van de VKV en het eigen vermogen als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 118), en artikel 72 van de VKV, uitgedrukt in procent (%).

(8)  De verhouding tussen het tier 2-kapitaal als gedefinieerd in artikel 71 van de VKV en het eigen vermogen als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 118), en artikel 72 van de VKV, uitgedrukt in procent (%).

(9)  8 % van het totaal van de risicoposten als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, en de artikelen 95, 96 en 98 van de VKV.

(10)  De verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal van de risicoposten als gedefinieerd in artikel 92, lid 2, onder c), van de VKV, uitgedrukt in procent (%).

(11)  De verhouding tussen de eigenvermogensvereisten voor het kredietrisico als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, onder a) en f), van de VKV en het totale eigen vermogen als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, en de artikelen 95, 96 en 98 van de VKV.

(12)  Wanneer een instelling van meer dan één benadering gebruikmaakt, wordt zij bij elk van de benaderingen in kwestie meegeteld. De som van de voor de drie benaderingen gerapporteerde percentages kan derhalve groter zijn dan 100 %.

(13)  In de uitzonderlijke gevallen waarin een instelling van meer dan één benadering gebruikmaakt, wordt zij bij elk van de benaderingen in kwestie meegeteld. De som van de gerapporteerde percentages kan derhalve groter zijn dan 100 %.

(14)  De verhouding tussen de eigenvermogensvereisten voor het kredietrisico als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, onder a) en f), van de VKV en het totale eigen vermogen als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, en de artikelen 95, 96 en 98 van de VKV.

(15)  Het percentage van de eigenvermogensvereisten van beleggingsondernemingen die respectievelijk de SA en de IRB-benadering toepassen ten aanzien van de totale eigenvermogensvereisten voor het kredietrisico als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, onder a) en f), van de VKV.

(16)  Het bedrag van de geraamde verliezen wordt gerapporteerd op de rapportagereferentiedatum.

(17)  Als gedefinieerd in respectievelijk punt c) en punt f) van artikel 101, lid 1, van de VKV; de marktwaarde en de hypotheekwaarde als gedefinieerd in respectievelijk punt 74) en punt 76) van artikel 4, lid 1, van de VKV; enkel voor het gedeelte van de blootstelling dat als geheel en volledig gedekt wordt behandeld overeenkomstig artikel 124, lid 1, van de VKV.

(18)  Als gedefinieerd in respectievelijk punt a) en punt d) van artikel 101, lid 1, van de VKV; de marktwaarde en de hypotheekwaarde als gedefinieerd in respectievelijk punt 74) en punt 76) van artikel 4, lid 1, van de VKV.

(19)  Wanneer de waarde van de zekerheid is berekend op basis van de hypotheekwaarde.

(20)  Als gedefinieerd in respectievelijk punt b) en punt e) van artikel 101, lid 1, van de VKV; de marktwaarde en de hypotheekwaarde als gedefinieerd in respectievelijk punt 74) en punt 76) van artikel 4, lid 1, van de VKV.

(21)  De template bevat informatie over alle instellingen en niet enkel over die met marktrisicoposities.

(22)  De verhouding tussen de totale risicoposten voor positie-, valuta- en grondstoffenrisico's als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, onder b), i), artikel 92, lid 3, onder c), i) en iii), en artikel 92, lid 4, onder b), van de VKV en het totaal van de risicoposten als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, en de artikelen 95, 96 en 98 van de VKV (in %).

(23)  Wanneer een instelling van meer dan één benadering gebruikmaakt, wordt zij bij elk van de benaderingen in kwestie meegeteld. De som van de gerapporteerde percentages kan derhalve groter zijn dan 100 %, maar ook kleiner dan 100 % omdat entiteiten met een kleine handelsportefeuille niet verplicht zijn het marktrisico te bepalen.

(24)  De verhouding tussen de totale risicoposten voor het operationeel risico als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, van de VKV en het totaal van de risicoposten als gedefinieerd in artikel 92, lid 3, en de artikelen 95, 96 en 98 van de VKV (in %).

(25)  Wanneer een instelling van meer dan één benadering gebruikmaakt, wordt zij bij elk van de benaderingen in kwestie meegeteld. De som van de gerapporteerde percentages kan derhalve groter zijn dan 100 %, maar ook kleiner dan 100 % omdat sommige beleggingsondernemingen niet verplicht zijn kapitaalvereisten voor het operationele risico mee te tellen.

(26)  Enkel voor entiteiten die van de AMA of de TSA/ASA gebruikmaken; de verhouding tussen het totale verliesbedrag voor alle bedrijfsonderdelen en de som van de relevante indicator voor onder de TSA/ASA en de AMA vallende bankactiviteiten voor het laatste jaar (in %).

(27)  De informatie wordt gerapporteerd op basis van de datum van het besluit.

Als gevolg van verschillen in nationale regelgeving alsmede in toezichtpraktijken en -benaderingen van de bevoegde autoriteiten is het mogelijk dat de cijfers in deze tabel niet op zinvolle wijze kunnen worden vergeleken tussen jurisdicties. Eventuele conclusies waarbij niet zorgvuldig met deze verschillen rekening wordt gehouden, kunnen dus misleidend zijn.

(28)  De administratieve sancties die door bevoegde autoriteiten worden opgelegd. De bevoegde autoriteiten rapporteren alle niet voor beroep vatbare administratieve sancties in hun jurisdictie op de referentiedatum van de publicatie. De bevoegde autoriteiten van lidstaten waar het is toegestaan voor beroep vatbare administratieve sancties te publiceren, rapporteren ook deze administratieve sancties, tenzij het beroep waarbij de administratieve sanctie nietig wordt verklaard, is uitgesproken.

(29)  De door de bevoegde autoriteiten gerapporteerde informatie over ontheffingspraktijken is gebaseerd op het totale aantal nog in werking en van kracht zijnde ontheffingen die de bevoegde autoriteit heeft verleend. De te rapporteren informatie is beperkt tot de entiteiten waaraan een ontheffing is verleend. Wanneer de informatie niet beschikbaar is, d.w.z. geen deel uitmaakt van de reguliere rapportage, wordt deze als "N/A" gerapporteerd.

(30)  Voor het tellen van de ontheffingen wordt uitgegaan van het aantal instellingen waaraan de ontheffing is verleend.