10.4.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 99/6


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/565 VAN DE COMMISSIE

van 28 maart 2019

tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2205, Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/592 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1178 en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de datum waarop de clearingverplichting in werking treedt voor bepaalde soorten contracten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (1), en met name artikel 5, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven van zijn voornemen om zich uit de Unie terug te trekken krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De Verdragen zullen niet meer van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk met ingang van de datum van inwerkingtreding van een terugtrekkingsakkoord of, bij gebreke daarvan, na verloop van twee jaar na die kennisgeving, tenzij de Europese Raad met instemming van het Verenigd Koninkrijk met eenparigheid van stemmen besluit deze termijn te verlengen.

(2)

Door Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/396 van de Commissie (2) wordt voorzien in een wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2205 (3), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/592 (4) en van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1178 (5) wat betreft de datum waarop de clearingverplichting in werking treedt voor bepaalde soorten contracten. Overeenkomstig artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/396 is die verordening van toepassing met ingang van de datum na die waarop de Verdragen niet meer van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, tenzij er tegen die datum een terugtrekkingsakkoord in werking is getreden dan wel de in artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie genoemde termijn van twee jaar is verlengd.

(3)

Bij brief van 20 maart 2019 heeft het Verenigd Koninkrijk een verzoek ingediend om de in artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalde periode te verlengen tot en met 30 juni 2019, om de ratificatie van het terugtrekkingsakkoord te kunnen afronden (6). Op 21 maart 2019 heeft de Europese Raad, op voorwaarde dat het Lagerhuis de week nadien het terugtrekkingsakkoord goedkeurde, ingestemd met een verlenging tot en met 22 mei 2019. Voor het geval dat niet zou gebeuren, stemde de Europese Raad in met een verlenging tot en met 12 april 2019. Bijgevolg zal Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/396 niet van toepassing zijn.

(4)

De redenen die ten grondslag liggen aan Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/396 blijven evenwel bestaan, ongeacht een eventuele verlenging van de in artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie genoemde termijn. Meer bepaald zullen de risico's voor het soepele functioneren van de markt en een gelijk speelveld tussen in de Unie gevestigde spelers blijven bestaan in het geval van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder een akkoord na de verlengde termijn. Die risico's zullen naar verwachting blijven bestaan voor de voorzienbare toekomst.

(5)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2205, Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/592 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1178 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

Deze verordening is gebaseerd op het ontwerp van technische reguleringsnormen dat de Europese Autoriteit voor effecten en markten aan de Commissie heeft voorgelegd.

(7)

Het is noodzakelijk om de uitvoering van efficiënte oplossingen door marktdeelnemers zo snel mogelijk te faciliteren. Daarom heeft de Europese Autoriteit voor effecten en markten de potentiële kosten en baten die hieraan verbonden zijn, geanalyseerd maar heeft zij geen openbare raadpleging gehouden overeenkomstig artikel 10, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (7). Om dezelfde reden moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2205

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2205 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

aan artikel 3 wordt het volgende lid toegevoegd:

"3.   In afwijking van de leden 1 en 2 treedt de clearingverplichting voor contracten die op een in de bijlage vermelde klasse van otc-derivaten betrekking hebben, twaalf maanden na de datum van toepassing van deze verordening in werking indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de clearingverplichting is niet in werking gesteld vóór 11 april 2019;

b)

de contracten worden alleen vernieuwd om de in het Verenigd Koninkrijk gevestigde tegenpartij te vervangen door een in een lidstaat gevestigde tegenpartij.";

(2)

in artikel 4 wordt lid 3 vervangen door:

"3.   Voor financiële tegenpartijen van categorie 3 en voor de in artikel 3, leden 2 en 3, van deze verordening bedoelde transacties tussen financiële tegenpartijen is de in artikel 4, lid 1, onder b), punt ii), van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde minimale resterende looptijd op de datum waarop de clearingverplichting in werking treedt:

a)

50 jaar voor contracten die behoren tot de klassen die in tabel 1 of tabel 2 van de bijlage zijn vermeld;

b)

3 jaar voor contracten die behoren tot de klassen die in tabel 3 of tabel 4 van de bijlage zijn vermeld.".

Artikel 2

Wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/592

Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/592 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

aan artikel 3 wordt het volgende lid toegevoegd:

"3.   In afwijking van de leden 1 en 2 treedt de clearingverplichting voor contracten die op een in de bijlage vermelde klasse van otc-derivaten betrekking hebben, twaalf maanden na de datum van toepassing van deze verordening in werking indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de clearingverplichting is niet in werking gesteld vóór 11 april 2019;

b)

de contracten worden alleen vernieuwd om de in het Verenigd Koninkrijk gevestigde tegenpartij te vervangen door een in een lidstaat gevestigde tegenpartij.";

(2)

in artikel 4 wordt lid 3 vervangen door:

"3.   Voor financiële tegenpartijen van categorie 3 en voor de in artikel 3, leden 2 en 3, van deze verordening bedoelde transacties tussen financiële tegenpartijen is de in artikel 4, lid 1, onder b), punt ii), van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde minimale resterende looptijd op de datum waarop de clearingverplichting in werking treedt, vijf jaar en drie maanden.".

Artikel 3

Wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1178

Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1178 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

aan artikel 3 wordt het volgende lid toegevoegd:

"3.   In afwijking van de leden 1 en 2 treedt de clearingverplichting voor contracten die op een in de bijlage vermelde klasse van otc-derivaten betrekking hebben, twaalf maanden na de datum van toepassing van deze verordening in werking indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de clearingverplichting is niet in werking gesteld vóór 11 april 2019;

b)

de contracten worden alleen vernieuwd om de in het Verenigd Koninkrijk gevestigde tegenpartij te vervangen door een in een lidstaat gevestigde tegenpartij.";

(2)

in artikel 4 wordt lid 3 vervangen door:

"3.   Voor financiële tegenpartijen van categorie 3 en voor de in artikel 3, leden 2 en 3, van deze verordening bedoelde transacties tussen financiële tegenpartijen is de in artikel 4, lid 1, onder b), punt ii), van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde minimale resterende looptijd op de datum waarop de clearingverplichting in werking treedt:

a)

15 jaar voor contracten die behoren tot de klassen die in tabel 1 van bijlage I zijn vermeld;

b)

3 jaar voor contracten die behoren tot de klassen die in tabel 2 van bijlage I zijn vermeld.".

Artikel 4

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf de dag na die waarop de Verdragen niet langer toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk krachtens artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Deze verordening is evenwel niet van toepassing in een van de volgende gevallen:

a)

een met het Verenigd Koninkrijk in overeenstemming met artikel 50, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie gesloten terugtrekkingsakkoord is van kracht geworden uiterlijk op de in tweede alinea van dit artikel 2 bedoelde datum;

b)

er is een besluit genomen om de in artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie genoemde periode van twee jaar te verlengen tot na 31 december 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 maart 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/396 van de Commissie van 19 december 2018 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2205, Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/592 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1178 en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de datum waarop de clearingverplichting in werking treedt voor bepaalde soorten contracten (PB L 71 van 13.3.2019, blz. 11).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2205 van de Commissie van 6 augustus 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake de clearingverplichting (PB L 314 van 1.12.2015, blz. 13).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/592 van de Commissie van 1 maart 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake de clearingverplichting (PB L 103 van 19.4.2016, blz. 5).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1178 van de Commissie van 10 juni 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake de clearingverplichting (PB L 195 van 20.7.2016, blz. 3).

(6)  Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB C 66 I van 19.2.2019, blz. 1).

(7)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).