14.3.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 72/4


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/401 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2018

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 389/2013 tot instelling van een EU-register

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (1), en met name artikel 19, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het registersysteem garandeert een nauwkeurige boekhouding van de transacties in het kader van het EU-systeem voor de handel in emissierechten (EU-ETS), ingesteld bij Richtlijn 2003/87/EG, het Protocol van Kyoto en Beschikking nr. 406/2009/EG.

(2)

Voor zover en voor zolang het nodig is om de ecologische integriteit van het EU-ETS te beschermen, mogen luchtvaartexploitanten en andere exploitanten in het EU-ETS geen emissierechten gebruiken die zijn verleend door een lidstaat die de Europese Raad ingevolge artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) in kennis heeft gesteld van zijn voornemen zich uit de Unie terug te trekken. In het licht van de onderhandelingen overeenkomstig artikel 50 VEU en krachtens artikel 12, lid 3 bis, van Richtlijn 2003/87/EG moet de Commissie regelmatig beoordelen of het gebruik van emissierechten door een lidstaat ten aanzien waarvan verplichtingen voor luchtvaartexploitanten en andere exploitanten vervallen, is toegestaan, in het bijzonder in situaties waarin het recht van de Unie nog van toepassing is in die lidstaat of waarin, voordat de Verdragen niet langer van toepassing zijn, voldoende is gewaarborgd dat de inlevering van de emissierechten op een juridisch afdwingbare wijze plaatsvindt.

(3)

De ontwerpovereenkomst inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie („het terugtrekkingsakkoord”), zoals overeengekomen op het niveau van de onderhandelaars op 14 november 2018, voorziet in een overgangsperiode en zorgt ervoor dat Britse exploitanten hun verplichtingen uit hoofde van Richtlijn 2003/87/EG nakomen met betrekking tot hun in 2019 en 2020 uitgestoten emissies. In geval van inwerkingtreding van het terugtrekkingsakkoord is het niet langer noodzakelijk het gebruik van door die lidstaat in die jaren verleende emissierechten te beperken.

(4)

Vanaf de dag volgend op de dag waarop de akten van bekrachtiging van beide partijen bij het terugtrekkingsakkoord zijn ingediend bij de secretaris-generaal van de Raad, moeten emissierechten daarom niet langer worden gemarkeerd.

(5)

Er moeten passende technische maatregelen worden genomen om te waarborgen dat deze verordening doeltreffend is vanaf de datum waarop zij van toepassing wordt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 41, lid 4, van Verordening (EU) nr. 389/2013 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„4.   Vanaf de dag volgend op de dag waarop beide akten van bekrachtiging van het terugtrekkingsakkoord zijn ingediend, worden emissierechten die voor 2019 en 2020 zijn gecreëerd, niet door een landcode geïdentificeerd indien de naleving van Richtlijn 2003/87/EG voor emissies die in die jaren worden uitgestoten, wordt vereist op grond van een akkoord over de voorwaarden voor de terugtrekking van die lidstaat uit de Europese Unie.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32.