10.5.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 122/57


BESLUIT (EU) 2019/722 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2019

over het voorgestelde burgerinitiatief "Stopzetting van de handel met Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden"

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 3305)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (1), en met name artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het onderwerp van het voorgestelde burgerinitiatief "Stopzetting van de handel met Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden" wordt als volgt omschreven: "Om schendingen van het internationaal recht en de mensenrechten door Israël niet te erkennen of te ondersteunen is de EU verplicht een einde te maken aan de handel met Israëlische nederzettingen die de bezette Palestijnse gebieden koloniseren."

(2)

De doelstellingen van het voorgestelde burgerinitiatief worden als volgt omschreven: "De Europese Commissie is exclusief bevoegd voor de handel. Als zodanig en gezien haar verplichtingen krachtens het internationaal recht om de onrechtmatige daden van Israël in bezet Palestina niet te erkennen of te ondersteunen moet de Commissie: 1. Formeel erkennen dat handel met Israëlische nederzettingen verboden is, zowel voor de EU in haar geheel als voor alle lidstaten. 2. Een verordening vaststellen die ervoor zorgt dat goederen en diensten die geheel of gedeeltelijk uit dergelijke nederzettingen afkomstig zijn niet langer de Europese markt bereiken."

(3)

Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) geeft meer inhoud aan het burgerschap van de Unie en verbetert de democratische werking van de Unie door onder meer te bepalen dat iedere burger het recht heeft aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen door middel van een Europees burgerinitiatief.

(4)

De procedures en voorwaarden voor het burgerinitiatief moeten duidelijk, eenvoudig, gebruiksvriendelijk en evenredig met de aard van het burgerinitiatief zijn, om burgerparticipatie aan te moedigen en de Unie toegankelijker te maken.

(5)

Een rechtshandeling met betrekking tot het onderwerp van het voorgestelde burgerinitiatief zou alleen kunnen worden vastgesteld op basis van artikel 215 VWEU.

(6)

Een voorwaarde voor de vaststelling van een rechtshandeling op grond van artikel 215 VWEU is echter een besluit dat is vastgesteld overeenkomstig hoofdstuk 2 van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie en dat voorziet in de volledige of gedeeltelijke onderbreking of vermindering van economische en financiële betrekkingen met het betrokken derde land. De Commissie is niet bevoegd om voorstellen in te dienen voor een dergelijk besluit. Bij gebreke van een desbetreffend besluit in overeenstemming met hoofdstuk 2 van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is de Commissie niet bevoegd om een voorstel in te dienen voor de vaststelling van een rechtshandeling op grond van artikel 215 VWEU.

(7)

Derhalve valt het voorgestelde burgerinitiatief "Stopzetting van de handel met Israëlische nederzettingen in bezette Palestijnse Gebieden" duidelijk buiten het kader van de bevoegdheden van de Commissie om een voorstel in te dienen voor een rechtshandeling van de Unie ter uitvoering van de Verdragen als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b), van de verordening, gelezen in samenhang met artikel 2, lid 1,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De registratie van het voorgestelde burgerinitiatief "Stopzetting van de handel met Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden" wordt geweigerd.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de opstellers (leden van het burgercomité) van het voorgestelde burgerinitiatief "Stopzetting van de handel met Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden", vertegenwoordigd door [De persoonsgegevens zijn geschrapt na raadpleging van de organisatoren], tevens de contactpersonen.

Gedaan te Brussel, 30 april 2019.

Voor de Commissie

Frans TIMMERMANS

Vicevoorzitter


(1)  PB L 65 van 11.3.2011, blz. 1.