22.5.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/746 VAN DE COMMISSIE

van 18 mei 2018

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 wat betreft de wijziging van de verzamelaanvragen en betalingsaanvragen en controles

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (1), en met name artikel 62, lid 2, eerste alinea, onder a) en b), en artikel 78, eerste alinea, onder b) en c),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 15, lid 2 bis, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie (2) is de termijn vastgesteld waarbinnen begunstigden hun verzamelaanvragen of betalingsaanvragen mogen wijzigen naar aanleiding van de kennisgeving van de resultaten van de voorafgaande controles. Om ervoor te zorgen dat de begunstigden gelijk worden behandeld, is het passend ervoor te zorgen dat alle begunstigden, na de termijn voor de kennisgeving van de resultaten van de voorafgaande controles, altijd hetzelfde aantal dagen de tijd hebben om hun verzamelaanvragen of betalingsaanvragen te wijzigen.

(2)

In artikel 24, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 is bepaald dat fysieke veldinspecties moeten worden verricht wanneer foto-interpretatie van satelliet- of luchtbeelden geen uitsluitsel geeft over de naleving van de subsidiabiliteitscriteria of de correcte omvang van het areaal dat aan een administratieve controle of een controle ter plaatse is onderworpen. Nieuwe technologieën zoals onbemande luchtvaartsystemen, gegeotagde foto's, GNSS-ontvangers gecombineerd met Egnos en Galileo, door de Sentinel-satellieten van het Copernicus-programma en andere satellieten geregistreerde gegevens, bieden relevante gegevens over activiteiten die op landbouwarealen worden verricht. Met het oog op het verlichten van de controlelast voor de bevoegde autoriteiten en de begunstigden, met name het aantal fysieke veldinspecties, en het bevorderen van het gebruik van nieuwe technologieën in het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, is het passend toe te staan dat relevant bewijsmateriaal dat met gebruikmaking van dergelijke technologieën is verzameld alsook ander relevant documentair bewijsmateriaal, wordt gebruikt ter controle van de naleving van de subsidiabiliteitscriteria, verbintenissen of andere verplichtingen voor de betrokken steunregeling of bijstandsmaatregel alsook van de naleving van de voor de randvoorwaarden relevante vereisten en normen. Fysieke veldinspecties moeten vereist blijven indien dit bewijsmateriaal geen uitsluitsel geeft.

(3)

Geïntegreerd met gegevens van Egnos en Galileo bieden de Sentinel-satellieten van het Copernicus-programma relevante, volledige, gratis en open gegevens die monitoring van alle landbouwarealen in de lidstaten mogelijk maken. Het is passend de lidstaten of regio's toe te staan een alternatieve methode voor het verrichten van controles te gebruiken door systematisch deze of soortgelijke gegevens te gebruiken en ze op een geautomatiseerde wijze te verwerken alsook een follow-up te geven aan gevallen waarin de geautomatiseerde verwerking van de gegevens geen uitsluitsel geeft, zonder de prestatie van het systeem wat betreft het leveren van de vereiste mate van zekerheid inzake de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven in het gedrang te brengen (hierna „monitoring” genoemd). Er dient derhalve een rechtskader te worden geschapen om de voorwaarden vast te leggen waaronder controles door monitoring in een lidstaat of een regio in de plaats kunnen komen van de areaalgebonden controles ter plaatse.

(4)

Wanneer controles door monitoring de bevoegde autoriteit in staat stellen te concluderen of de in artikel 19 bis, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie (3) vastgestelde administratieve sanctie moet worden toegepast, moet worden bepaald dat de follow-upcontrole ter plaatse overeenkomstig artikel 33 bis van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 niet noodzakelijk is.

(5)

Rekening houdend met de initiële investering die de bevoegde autoriteiten moeten doen om de bestaande controles ter plaatse te vervangen door controles door monitoring, is het passend in een zekere flexibiliteit te voorzien, door toe te staan dat de controles door monitoring slechts voor bepaalde steunregelingen, bijstandsmaatregelen of soorten concrete acties worden verricht, en te voorzien in de mogelijkheid om de controles door monitoring van een bepaalde steunregeling of bijstandsmaatregel in te faseren. Tijdens de infaseringsperiode, die in de tijd beperkt moet zijn om gelijke behandeling van de begunstigden te waarborgen, moeten nieuwe bepalingen ervoor zorgen dat de lidstaten of regio's hun gebruik van controles door monitoring geleidelijk uitbreiden naar het hele areaal dat onder de steunregeling of bijstandsmaatregel valt. Een dergelijke benadering stelt de lidstaten of regio's in staat zich voor te bereiden op een volledige tenuitvoerlegging van monitoring en de follow-upprocedures en de voor de analyse van gegevens gebruikte IT-instrumenten bij te stellen. Wanneer de controles beperkt zijn tot op basis van duidelijk omschreven, objectieve en niet-discriminerende criteria gekozen arealen, moeten alle begunstigden in die arealen aan controles door monitoring worden onderworpen.

(6)

Het is passend een minimumpercentage te verrichten controles vast te stellen om ervoor te zorgen dat de controles op de naleving van de subsidiabiliteitsvoorwaarden, verbintenissen en andere verplichtingen toereikend zijn in omstandigheden waarin de door de Sentinel-satellieten van het Copernicus-programma verstrekte gegevens niet relevant zijn. Fysieke veldinspecties moeten enkel vereist zijn als het bewijsmateriaal dat is verzameld met gebruikmaking van nieuwe technologieën, zoals gegeotagde foto's en onbemande luchtvaartuigen, of desbetreffend documentair bewijsmateriaal geen uitsluitsel geeft of als de bevoegde autoriteiten verwachten dat geen van deze soorten bewijsmateriaal afdoend zal zijn ter controle van de naleving van de subsidiabiliteitsvoorwaarden, vereisten en andere verplichtingen die niet kunnen worden gemonitord.

(7)

De resultaten van de geautomatiseerde analyse van de gegevens van de Sentinel-satellieten van het Copernicus-programma of soortgelijke gegevens kunnen een instrument zijn om de begunstigden bij te staan bij de inachtneming van de vereisten. De begunstigden moeten worden gewaarschuwd voor mogelijke niet-naleving en de nationale autoriteiten moeten worden verplicht daartoe passende instrumenten op te zetten. Het is dienstig te bepalen dat de communicatie met de begunstigden over deze resultaten niet wordt beschouwd als een kennisgeving aan de begunstigden van het voornemen van de bevoegde autoriteit om een controle ter plaatse te verrichten. De begunstigden moet ook de mogelijkheid worden geboden om hun steunaanvragen of betalingsaanvragen te wijzigen teneinde hun verklaring inzake het gebruik van landbouwarealen te corrigeren, op voorwaarde dat de vereisten in kwestie zijn nageleefd. Ook is het dienstig de lidstaten toe te staan een termijn vast te stellen binnen welke deze wijzigingen kunnen worden aanvaard.

(8)

Verduidelijkt moet worden dat aanvragen of aanvragers die bij de controle ter plaatse niet ontvankelijk blijken of niet voor betaling in aanmerking blijken te komen, geen deel mogen uitmaken van de controlepopulatie waaruit de steekproeven worden getrokken ter inachtneming van de minimumpercentages te verrichten controles. Voorts dient te worden bepaald dat deze aanvragen of de gegevens over deze aanvragers dienen te worden gebruikt voor kruiscontroles ter opsporing van dubbele aanvragen in ontvankelijke aanvragen en informatie die relevant is voor de actualisering van het systeem voor de identificatie van landbouwpercelen.

(9)

Om de reikwijdte van de controles ter plaatse met betrekking tot de verplichting tot heromzetting in gevallen van niet-naleving van de verplichting inzake arealen ecologisch kwetsbaar blijvend grasland te verduidelijken, moet worden bepaald dat de controles ter plaatse moeten worden verricht op percelen die moeten worden heromgezet om te controleren of de heromzettingsverplichting is nagekomen.

(10)

Om de lidstaten in staat te stellen hun steekproefselectie te optimaliseren, is het passend te voorzien in meer flexibiliteit bij het kiezen van de steekproeven voor controles als vastgesteld in de artikelen 30 tot en met 33 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014. De verplichte selectiemethode moet worden vervangen door algemene beginselen over de wijze waarop de steekproeven kunnen worden gecombineerd. Om een representatief foutenpercentage te verkrijgen moet bovendien een minimale aselecte steekproef voor elk van de steunregelingen en bijstandsmaatregelen worden bepaald. Om de risicogebaseerde benadering voor controles met betrekking tot de vergroeningsbetaling te behouden, is het ook passend de selectiemethode voor de desbetreffende steekproeven voor controles te definiëren.

(11)

Om de uitvoering van het geïntegreerd systeem te faciliteren en ervoor te zorgen dat het verrichten van de controles minder tijd in beslag neemt, moet de mogelijkheid om controles inzake areaalmeting tot een aselecte steekproef van 50 % van de aangegeven landbouwpercelen te beperken, worden uitgebreid tot controles inzake subsidiabiliteit.

(12)

Met het oog op de monitoring van de verrichting van de controles door monitoring, moet worden voorzien in een verplichting tot kennisgeving voor de lidstaten.

(13)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(14)

Om de lidstaten in staat te stellen zo snel mogelijk nieuwe technologieën in hun geïntegreerde beheers- en controlesystemen te gebruiken, moeten de nieuwe regels inzake verzamelaanvragen en betalingsaanvragen en controles met ingang van aanvraagjaar 2018 van toepassing zijn. Daarom moet worden bepaald dat deze verordening in werking treedt op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(15)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor rechtstreekse betalingen en het Comité voor plattelandsontwikkeling,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende lid 1 ter wordt ingevoegd:

„1 ter.   Wanneer de controles door monitoring worden verricht overeenkomstig artikel 40 bis mogen de begunstigden de verzamelaanvraag of betalingsaanvraag met betrekking tot het gebruik van individuele landbouwpercelen wijzigen op voorwaarde dat de vereisten in het kader van de betrokken regelingen inzake rechtstreekse betalingen of plattelandsontwikkelingsmaatregelen worden nagekomen.”;

b)

lid 2 bis wordt vervangen door:

„2 bis.   Wijzigingen naar aanleiding van voorafgaande controles overeenkomstig lid 1 bis worden aan de bevoegde autoriteit meegedeeld uiterlijk negen kalenderdagen na de uiterste datum voor de kennisgeving van de resultaten van de in artikel 11, lid 4, bedoelde voorafgaande controles aan de begunstigde.

Deze mededelingen gebeuren schriftelijk of aan de hand van het geospatiale steunaanvraagformulier.”;

c)

het volgende lid 2 ter wordt ingevoegd:

„2 ter.   Overeenkomstig lid 1 ter aangebrachte wijzigingen worden uiterlijk op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde datum aan die bevoegde autoriteit meegedeeld. De datum is ten minste 15 kalenderdagen vóór de datum waarop de betaling van de eerste tranche of het voorschot aan de begunstigden moet worden gedaan overeenkomstig artikel 75 van Verordening (EU) nr. 1306/2013.

Deze mededelingen gebeuren schriftelijk of aan de hand van het geospatiale steunaanvraagformulier.”;

d)

in lid 3 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

„Voor de toepassing van de eerste alinea wordt de in artikel 40 bis, lid 1, onder d), vastgestelde verplichting niet beschouwd als een kennisgeving aan de begunstigde van het voornemen van een bevoegde autoriteit om een controle ter plaatse te verrichten.”.

2)

In artikel 24 wordt lid 4 vervangen door:

„4.   De bevoegde autoriteit verricht fysieke veldinspecties indien foto-interpretatie van door satelliet- of luchtfotografie verkregen orthobeelden of ander relevant bewijsmateriaal met inbegrip van bewijsmateriaal geleverd door de begunstigde op verzoek van de bevoegde autoriteit, geen resultaten oplevert die het mogelijk maken definitieve conclusies te trekken ten genoegen van de bevoegde autoriteit over de subsidiabiliteit of, indien van toepassing, de correcte omvang van het areaal dat aan een administratieve controle of een controle ter plaatse is onderworpen.”.

3)

In artikel 29, lid 1, wordt de volgende derde alinea toegevoegd:

„Gegevens uit aanvragen of over aanvragers die niet ontvankelijk blijken of niet voor betaling in aanmerking blijken te komen als bedoeld in artikel 34, lid 1, worden gebruikt voor de toepassing van de punten a), c) en e), van de eerste alinea van dit lid.”.

4)

In artikel 31, lid 1, wordt punt g) vervangen door:

„g)

100 % van de percelen waarvoor een verplichting tot heromzetting van land in blijvend grasland overeenkomstig artikel 42 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 geldt;”.

5)

In artikel 33 bis wordt lid 2 vervangen door:

„2.   De in lid 1 bedoelde follow-upcontrole ter plaatse hoeft niet te worden uitgevoerd wanneer het constateren van de te hoge aangifte tot gevolg heeft gehad dat de betrokken referentiepercelen in het jaar van de bevinding zijn bijgewerkt in het in artikel 5 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 bedoelde identificatiesysteem voor landbouwpercelen of wanneer de in artikel 40 bis van de onderhavige verordening bedoelde controles door monitoring zijn verricht voor de steunregeling of de bijstandsmaatregel in kwestie in het volgende aanvraagjaar en ze de bevoegde autoriteit in staat stellen te concluderen of de in artikel 19 bis, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 bedoelde administratieve sanctie moet worden toegepast.”.

6)

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de leden 1, 2 en 3 worden vervangen door:

„1.   Aanvragen of aanvragers die bij de indiening of na de administratieve controles of controles ter plaatse niet ontvankelijk blijken of niet voor betaling in aanmerking blijken te komen, maken geen deel uit van de te controleren populatie.

2.   Voor de toepassing van de artikelen 30 en 31 waarborgt de steekproefselectie dat:

a)

tussen 1 % en 1,25 % van de controlepopulatie als bedoeld in artikel 30, onder a) tot en met f), en onder h), en in artikel 31, lid 1, onder a), c), d), en e), op aselecte wijze wordt gekozen;

b)

tussen 0,6 % en 0,75 % van de controlepopulatie als bedoeld in artikel 31, lid 1, onder b), op aselecte wijze wordt gekozen;

c)

tussen 4 % en 5 % van de controlepopulatie als bedoeld in artikel 31, lid 1, onder h), op aselecte wijze wordt gekozen;

d)

het resterende aantal begunstigden in de steekproef voor controles als bedoeld in artikel 31, lid 1, onder a) tot en met e), en onder h), op basis van een risicoanalyse wordt gekozen.

Voor de toepassing van artikel 31 waarborgen de lidstaten de representativiteit van de steekproef voor controles met betrekking tot de verschillende praktijken.

De extra begunstigden bij wie controles ter plaatse moeten worden verricht voor de toepassing van artikel 31, lid 3, eerste alinea, worden geselecteerd op basis van een risicoanalyse.

3.   Voor de toepassing van de artikelen 32 en 33 wordt tussen 20 % en 25 % van het minimumaantal ter plaatse te controleren begunstigden op aselecte wijze gekozen en wanneer artikel 32, lid 2 bis, van toepassing is, worden eerst 100 % van de collectieven en tussen 20 % en 25 % van de verbintenissen die ter plaatse moeten worden gecontroleerd, op aselecte wijze gekozen. Het resterende aantal ter plaatse te controleren begunstigden en verbintenissen wordt op basis van een risicoanalyse geselecteerd.

Voor de toepassing van de artikelen 32 en 33 mag het aselecte gedeelte van de steekproef ook de begunstigden omvatten die reeds op aselecte wijze zijn gekozen overeenkomstig lid 2, onder a), b) en c), of de aanvullende begunstigden die op aselecte wijze zijn gekozen overeenkomstig artikel 26, lid 4, tweede alinea, of allebei. Het aantal dergelijke begunstigden in de steekproef voor controles mag niet hoger liggen dan hun aandeel in de te controleren populatie.

Voor de toepassing van artikel 32 kunnen de lidstaten op grond van de risicoanalyse specifieke plattelandsontwikkelingsmaatregelen selecteren die voor de begunstigden gelden.”;

b)

het volgende lid 4 bis wordt ingevoegd:

„4 bis.   Voor de toepassing van de artikelen 30 tot en met 33 en artikel 40 bis, lid 1, onder c), mag dezelfde begunstigde worden gebruikt ter inachtneming van verschillende van de betrokken minimumpercentages te verrichten controles op voorwaarde dat de doeltreffendheid van de selectie van de daar vereiste risicogebaseerde steekproeven niet wordt beïnvloed.

De controle ter plaatse betreffende de geselecteerde begunstigden mag worden beperkt tot de steunregeling of plattelandsontwikkelingsmaatregelen waarvoor zij zijn gekozen indien de minimumpercentages te verrichten controles van andere steunregelingen of bijstandsmaatregelen waarvoor zij een aanvraag hebben ingediend al in acht zijn genomen.”;

c)

in lid 5 wordt punt b) vervangen door:

„b)

de resultaten van de op de risicoanalyse gebaseerde steekproef en die van de op aselecte wijze gekozen steekproef met elkaar te vergelijken wat betreft het verschil tussen de aangegeven oppervlakte en de geconstateerde oppervlakte; of door de resultaten van de op risicoanalyse gebaseerde steekproef en die van de op aselecte wijze gekozen steekproef met elkaar te vergelijken wat betreft het verschil tussen het aangegeven aantal dieren en het geconstateerde aantal dieren;”.

7)

Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   De subsidiabiliteitscontroles en de daadwerkelijke oppervlaktemeting van het landbouwperceel in het kader van een controle ter plaatse mogen worden beperkt tot een aselect gekozen steekproef van ten minste 50 % van de landbouwpercelen waarvoor een steunaanvraag of betalingsaanvraag is ingediend in het kader van de areaalgebonden steunregelingen of plattelandsontwikkelingsmaatregelen. Wanneer bij deze steekproefcontrole een niet-naleving aan het licht komt, worden alle landbouwpercelen gemeten en aan subsidiabiliteitscontroles onderworpen, of worden de conclusies van de steekproef geëxtrapoleerd.”;

b)

in lid 7 worden de woorden „artikel 17, lid 1, onder b), van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014” vervangen door de woorden „artikel 17 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014”;

c)

in lid 8 worden de woorden „twee afzonderlijke metingen” vervangen door de woorden „afzonderlijke metingen”.

8)

In artikel 39 wordt lid 1 vervangen door:

„1.   Of de landbouwpercelen voor de steun in aanmerking komen, wordt geverifieerd met behulp van passende middelen, met inbegrip van bewijsmateriaal dat door de begunstigde is verstrekt op verzoek van de bevoegde autoriteit. Die verificatie omvat in voorkomend geval ook een verificatie van het gewas. Daartoe worden zo nodig aanvullende bewijzen verlangd.”.

9)

In artikel 40 wordt punt b) vervangen door:

„b)

zij verricht een fysieke veldinspectie van alle landbouwpercelen waarvoor op basis van foto-interpretatie of ander door de bevoegde autoriteit gevraagd relevant bewijsmateriaal niet ten genoegen van de bevoegde autoriteit kan worden geconcludeerd dat de aangifte juist is;”.

10)

Het volgende artikel 40 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 40 bis

Controles door monitoring

1.   De bevoegde autoriteiten mogen controles door monitoring verrichten. Wanneer zij daarvoor kiezen:

a)

zetten zij een procedure van regelmatige en systematische observatie, tracking en beoordeling van alle subsidiabiliteitscriteria, verbintenissen en andere verplichtingen op die kunnen worden gemonitord door gegevens van Sentinel-satellieten van het Copernicus-programma of andere gegevens van ten minste equivalente waarde, over een tijdsperiode die het mogelijk maakt te concluderen of de gevraagde steun of bijstand subsidiabel is;

b)

verrichten zij, indien nodig, en om te concluderen of de aangevraagde steun of bijstand subsidiabel is, passende follow-upactiviteiten;

c)

verrichten zij controles voor 5 % van de begunstigden voor wie subsidiabiliteitscriteria, verbintenissen en andere verplichtingen gelden die niet kunnen worden gemonitord door gegevens van Sentinel-satellieten van het Copernicus-programma of andere gegevens van ten minste equivalente waarde, en die relevant zijn om te concluderen of de steun of bijstand subsidiabel is. Tussen 1 % en 1,25 % van de begunstigden wordt op aselecte wijze gekozen. De overige begunstigden worden geselecteerd op basis van een risicoanalyse;

d)

informeren zij de begunstigden over het besluit om controles door monitoring te verrichten en zetten zij passende instrumenten op om met de begunstigden te communiceren over ten minste waarschuwingen en voor de toepassing van de punten b) en c) gevraagd bewijsmateriaal.

Voor de toepassing van de punten b) en c), worden fysieke veldinspecties verricht wanneer relevant bewijsmateriaal, met inbegrip van bewijsmateriaal dat de begunstigde op verzoek van de bevoegde autoriteit verstrekt, het niet mogelijk maakt te concluderen of de aangevraagde steun of bijstand subsidiabel is. Fysieke veldinspecties mogen worden beperkt tot controles van de subsidiabiliteitscriteria, verbintenissen en andere verplichtingen die relevant zijn om te concluderen of de aangevraagde steun of bijstand subsidiabel is.

2.   Wanneer de bevoegde autoriteit controles door monitoring overeenkomstig lid 1 verricht, kan aantonen te beschikken over doeltreffende operationele procedures die voldoen aan de vereisten van de artikelen 7, 17 en 29 van deze verordening en de kwaliteit van het systeem voor de identificatie van landbouwpercelen zoals beoordeeld overeenkomstig artikel 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 heeft bewezen:

a)

zijn de artikelen 25, 26, 30, 31, 32, 34, 35, 36, artikel 37, leden 2, 3 en 4, en de artikelen 38 en 40 van deze verordening niet van toepassing;

b)

vindt de overeenkomstig artikel 9 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 verrichte controle op het gehalte aan tetrahydrocannabinol van geteelde hennep plaats voor 30 % van het areaal of voor 20 % van het areaal indien de lidstaat een systeem van voorafgaande goedkeuring heeft.

3.   De bevoegde autoriteit kan besluiten controles door monitoring te verrichten op het niveau van de individuele areaalgebonden steunregeling of bijstandsmaatregel of soort concrete actie of op bepaalde groepen begunstigden die voor de vergroeningsbetaling aan controles ter plaatse onderworpen zijn, als bedoeld in artikel 31, lid 1, onder a) tot en met h).

In de eerste twee jaar van toepassing kan de bevoegde autoriteit besluiten controles door monitoring toe te passen ten aanzien van de begunstigden van een steunregeling of bijstandsmaatregel in de op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria gekozen arealen. In dergelijke gevallen zijn de in het tweede jaar van toepassing onder controles door monitoring vallende arealen groter dan in het eerste jaar van toepassing.

Indien de bevoegde autoriteit besluit de controles overeenkomstig de eerste of tweede alinea te verrichten, zijn de leden 1 en 2 enkel van toepassing op de onder controles door monitoring vallende begunstigden.”.

11)

Het volgende artikel 40 ter wordt ingevoegd:

„Artikel 40 ter

Kennisgevingen

De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 1 december van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin zij controles door monitoring beginnen te verrichten in kennis van hun besluit om te kiezen voor controles door monitoring en vermelden de regelingen of maatregelen of soorten concrete acties en, indien van toepassing, de aan controles door monitoring onderworpen arealen van dergelijke regelingen of maatregelen en de criteria die zijn gebruikt voor de selectie ervan.

Wanneer de bevoegde autoriteit echter heeft besloten om met ingang van aanvraagjaar 2018 controles door monitoring te verrichten, wordt de kennisgeving gedaan binnen een maand na de datum van inwerkingtreding van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie.”.

12)

Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

„Wanneer controles door monitoring worden verricht overeenkomstig artikel 40 bis, zijn de punten b) tot en met e) van de eerste alinea niet van toepassing. In het controleverslag worden de resultaten van de controles door monitoring op perceelniveau vermeld.”;

b)

in lid 2 wordt de derde alinea vervangen door:

„De lidstaten kunnen besluiten dat de begunstigde in het geval van een controle ter plaatse door middel van teledetectie als bedoeld in artikel 40 of door middel van monitoring als bedoeld in artikel 40 bis, niet in de gelegenheid wordt gesteld het controleverslag te ondertekenen indien de controle door teledetectie of door monitoring geen niet-naleving aan het licht heeft gebracht. Indien als gevolg van een dergelijke controle of door monitoring een niet-naleving wordt ontdekt, wordt gelegenheid tot ondertekening van het verslag gegeven voordat de bevoegde autoriteit uit de bevindingen haar conclusies trekt over de eventueel daaruit voortvloeiende verlagingen, weigeringen, intrekkingen of administratieve sancties.”.

13)

In artikel 70 wordt lid 3 vervangen door:

„3.   Waar dat passend is, mogen de controles ter plaatse worden verricht door toepassing van teledetectietechnieken of aan de hand van gegevens van Sentinel-satellieten van het Copernicus-programma of andere gegevens van ten minste equivalente waarde.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2018.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 mei 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PB L 227 van 31.7.2014, blz. 69).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden (PB L 181 van 20.6.2014, blz. 48).