14.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 150/93


RICHTLIJN (EU) 2018/849 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 30 mei 2018

tot wijziging van de Richtlijnen 2000/53/EG betreffende autowrakken, 2006/66/EG inzake batterijen en accu’s, alsook afgedankte batterijen en accu’s, en 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het afvalstoffenbeheer in de Unie moet worden verbeterd met het oog op de bescherming, het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het milieu, de bescherming van de gezondheid van de mens, het behoedzaam, rationeel en efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen, en de bevordering van de beginselen van een meer circulaire economie.

(2)

Om de administratieve belasting van kleine inrichtingen of ondernemingen te verlichten, moeten de vergunnings- en registratievereisten voor kleine inrichten en ondernemingen worden vereenvoudigd.

(3)

De uitvoeringsverslagen die de lidstaten om de drie jaar opstellen, zijn geen doeltreffend instrument gebleken voor het toezicht op de naleving of het waarborgen van de goede uitvoering, maar leverden wel onnodige administratieve belasting op. Het is daarom wenselijk de bepalingen die de lidstaten ertoe verplichten dergelijke verslagen op te stellen, in te trekken. In de plaats daarvan moet de monitoring van de naleving uitsluitend gebaseerd zijn op de gegevens die de lidstaten elk jaar bij de Commissie indienen.

(4)

Door de lidstaten gerapporteerde gegevens zijn voor de Commissie essentieel om de naleving van het Unierecht inzake afvalstoffen in alle lidstaten te kunnen beoordelen. De kwaliteit, de betrouwbaarheid en de vergelijkbaarheid van gegevens moeten worden verbeterd door één toegangspunt voor alle gegevens over afvalstoffen in te stellen, achterhaalde verslagleggingsvereisten te schrappen, nationale verslagleggingsmethoden te benchmarken en een kwaliteitscontroleverslag over de gegevens in te voeren.

(5)

Goede verslaggeving van gegevens over afvalbeheer is van wezenlijk belang voor een efficiënte uitvoering en voor het waarborgen van de vergelijkbaarheid van gegevens tussen lidstaten. Bij het rapporteren over het behalen van de in Richtlijnen 2000/53/EG (4), 2006/66/EG (5) en 2012/19/EU (6) van het Europees Parlement en de Raad bepaalde doelstellingen moeten de lidstaten gebruikmaken van de recentste regels die zijn ontwikkeld door de Commissie en de methoden die zijn ontwikkeld door de nationale bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze richtlijn.

(6)

De afvalhiërarchie als vastgesteld in Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (7), geeft een rangorde aan in de Uniewetgeving inzake afvalpreventie en afvalbeheer. Wanneer de lidstaten de doelstellingen van deze richtlijn behalen, moeten zij de nodige maatregelen nemen om rekening te houden met de prioriteiten van de afvalhiërarchie en toezien op de praktische uitvoering van die prioriteiten.

(7)

In de context van de toezegging van de Unie inzake de overgang naar een circulaire economie moeten Richtlijnen 2000/53/EG, 2006/66/EG en 2012/19/EU worden geëvalueerd en indien nodig gewijzigd, rekening houdend met de tenuitvoerlegging ervan en onder meer met de haalbaarheid van het vastleggen van doelstellingen voor specifieke in de relevante afvalstromen aanwezige materialen. Tijdens de evaluatie van Richtlijn 2000/53/EG moet ook aandacht worden besteed aan het probleem van niet-geregistreerde autowrakken, inclusief het vervoer van gebruikte voertuigen die vermoedelijk afgedankt zijn, alsook aan de toepassing van richtsnoer van de correspondenten nr. 9 over de overbrenging van autowrakken. Tijdens de evaluatie van Richtlijn 2006/66/EG moet eveneens rekening worden gehouden met de technische ontwikkeling van nieuwe soorten batterijen die geen gevaarlijke stoffen bevatten.

(8)

Teneinde Richtlijn 2000/53/EG te wijzigen en aan te vullen en om Richtlijn 2012/19/EU te wijzigen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen wat betreft artikel 4, lid 2, onder b), en artikel 5, lid 5, artikel 6, lid 6, en artikel 8, lid 2, van Richtlijn 2000/53/EG, zoals gewijzigd door deze richtlijn, en artikel 19 van Richtlijn 2012/19/EU, zoals gewijzigd bij deze richtlijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (8). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(9)

Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van Richtlijn 2000/53/EG met betrekking tot artikel 7, lid 2, en artikel 9, lid 1 quinquies, zoals gewijzigd bij deze richtlijn, en, voor de uitvoering van Richtlijn 2012/19/EG met betrekking tot artikel 16, lid 9, zoals gewijzigd bij deze richtlijn, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (9).

(10)

Daar de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het afvalbeheer in de Unie verbeteren en aldus bijdragen aan de bescherming, het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het milieu en het behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(11)

Richtlijnen 2000/53/EG, 2006/66/EG en 2012/19/EU moeten derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

(12)

Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken (10) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van een of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. De wetgever vindt de overdracht van dergelijke stukken in het kader van deze richtlijn gerechtvaardigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Richtlijn 2000/53/EG

Richtlijn 2000/53/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 4, lid 2, wordt punt b) vervangen door:

„b)

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage II geregeld te wijzigen teneinde deze aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang aan te passen, met name door:

i)

indien nodig, maximumconcentratiewaarden vast te leggen waaronder de onder a) van dit lid bedoelde stoffen in specifieke materialen en onderdelen van voertuigen moeten worden getolereerd;

ii)

de vrijstelling van bepaalde materialen en onderdelen van voertuigen van punt a) van dit lid, indien het gebruik van de onder a) genoemde stoffen onvermijdelijk is;

iii)

het schrappen van de materialen en onderdelen van voertuigen uit bijlage II, indien het gebruik van de onder a) van dit lid genoemde stoffen kan worden vermeden;

iv)

de aanwijzing krachtens de punten i) en ii) van materialen en onderdelen van voertuigen die vóór verdere verwerking in aanmerking komen voor selectieve demontage, en het verplicht stellen van de etikettering of het op een andere passende wijze herkenbaar maken van deze materialen en onderdelen.

De Commissie stelt een afzonderlijke gedelegeerde handeling vast met betrekking tot elke stof, elk materiaal of onderdeel waarop de punten i) tot en met iv) betrekking hebben.”.

2)

In artikel 5 wordt lid 5 vervangen door:

„5.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de bevoegde instanties de in andere lidstaten overeenkomstig lid 3 van dit artikel afgegeven certificaten van vernietiging onderling erkennen en aanvaarden.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door minimumeisen vast te stellen voor het certificaat van vernietiging.”.

3)

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat alle autowrakken (zelfs tijdelijk) worden opgeslagen en verwerkt overeenkomstig de afvalhiërarchie en de in artikel 4 van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (*1) vervatte algemene vereisten, met naleving van de technische minimumeisen van bijlage I bij deze richtlijn, onverminderd nationale gezondheids- en milieuvoorschriften.

(*1)  Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).”;"

b)

lid 6 wordt vervangen door:

„6.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage I te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang.”.

4)

In artikel 7, lid 2, wordt de derde alinea vervangen door:

„De Commissie mag uitvoeringshandelingen vaststellen met betrekking tot de gedetailleerde voorschriften om na te gaan of de lidstaten voldoen aan de in de eerste alinea van dit lid vastgestelde streefcijfers. Bij het voorbereiden van dergelijke voorschriften houdt de Commissie rekening met alle relevante factoren, onder meer de beschikbaarheid van gegevens en de kwestie van de in- en uitvoer van autowrakken. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”.

5)

Artikel 8, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door de in lid 1 van dit artikel bedoelde normen vast te stellen. Bij het voorbereiden van dergelijke normen houdt de Commissie rekening met het werk dat op dit gebied wordt verricht in de bevoegde internationale fora. De Commissie draagt op passende wijze aan deze werkzaamheden bij.”.

6)

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt geschrapt;

b)

de volgende leden worden ingevoegd:

„1 bis.   De lidstaten rapporteren de gegevens betreffende de uitvoering van artikel 7, lid 2, voor elk kalenderjaar aan de Commissie.

Zij rapporteren de gegevens via elektronische weg binnen 18 maanden na afloop van het verslagjaar waarvoor de gegevens zijn verzameld. De gegevens worden gerapporteerd in het formaat dat door de Commissie overeenkomstig lid 1 quinquies van dit artikel is vastgesteld.

De eerste verslagperiode vangt aan in het eerste volledige kalenderjaar na de vaststelling van de uitvoeringshandeling waarin het formaat voor de verslaglegging is vastgesteld overeenkomstig lid 1 quinquies van dit artikel, en omvat de gegevens voor die verslagperiode.

1 ter.   De door de lidstaat overeenkomstig lid 1 bis gerapporteerde gegevens gaan vergezeld van een kwaliteitscontroleverslag.

1 quater.   De Commissie beoordeelt de overeenkomstig lid 1 bis gerapporteerde gegevens en publiceert een verslag met de resultaten van haar beoordeling. Het verslag bevat een beoordeling van de organisatie van de gegevensverzameling, de bronnen van de gegevens en de in de lidstaten gebruikte methodologie alsmede van de volledigheid, betrouwbaarheid, tijdigheid en consistentie van de gegevens. De beoordeling kan specifieke aanbevelingen voor verbetering omvatten. Het verslag wordt opgesteld na de eerste rapportage over de gegevens door de lidstaten en vervolgens om de vier jaar.

1 quinquies.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast om het formaat voor de in lid 1 bis van dit artikel bedoelde verslaglegging vast te stellen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”.

7)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 9 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel gestelde voorwaarden.

2.   De in artikel 4, lid 2, onder b), artikel 5, lid 5, artikel 6, lid 6, en artikel 8, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang vanaf 4 juli 2018. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, lid 2, onder b), en in artikel 5, lid 5, artikel 6, lid 6, en artikel 8, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere daarin genoemde datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (*2).

5.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.   Een overeenkomstig artikel 4, lid 2, onder b), artikel 5, lid 5, artikel 6, lid 6, en artikel 8, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

(*2)  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.”."

8)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 10 bis

Evaluatie

Uiterlijk op 31 december 2020 evalueert de Commissie deze richtlijn, en hiertoe dient zij een verslag, indien nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel, in bij het Europees Parlement en de Raad.”.

9)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (*3).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Indien het comité geen advies uitbrengt, stelt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet vast en is artikel 5, lid 4, derde alinea van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

(*3)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).”."

Artikel 2

Wijziging van Richtlijn 2006/66/EG

Richtlijn 2006/66/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 10, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   De lidstaten zien op jaarbasis toe op de inzamelingspercentages overeenkomstig het in bijlage I bij deze richtlijn vermelde schema. Onverminderd Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad (*4) dienen de lidstaten binnen 18 maanden te rekenen vanaf het einde van het verslagjaar waarvoor de gegevens zijn verzameld via elektronische weg verslagen in bij de Commissie. In de verslagen wordt aangegeven hoe de voor de berekening van het inzamelingspercentage benodigde gegevens zijn verkregen.

(*4)  Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2002 betreffende afvalstoffenstatistieken (PB L 332 van 9.12.2002, blz. 1).”."

2)

In artikel 12 wordt lid 5 vervangen door:

„5.   Onder verwijzing naar de al dan niet bereikte recyclingrendementen van bijlage III, deel B, brengen de lidstaten verslag uit over de in elk kalenderjaar bereikte recyclingniveaus. Zij dienen deze gegevens uiterlijk 18 maanden na het einde van het verslagjaar waarvoor de gegevens zijn verzameld via elektronische weg bij de Commissie in.”.

3)

Artikel 22 wordt geschrapt.

4)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 22 bis

Prikkels voor de toepassing van de afvalhiërarchie

Om de doelstellingen van deze richtlijn te helpen verwezenlijken, maken de lidstaten gebruik van economische instrumenten en andere maatregelen om prikkels te bieden voor de toepassing van de afvalstoffenhiërarchie, zoals die welke zijn vermeld in bijlage IV bis bij Richtlijn 2008/98/EG of andere passende instrumenten en maatregelen.”.

5)

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2018 een verslag op over de uitvoering van deze richtlijn en het effect ervan op het milieu, alsook op het functioneren van de interne markt.”;

b)

in lid 2 wordt de inleidende zin vervangen door:

„2.   Het verslag van de Commissie bevat een evaluatie van de volgende aspecten van deze richtlijn:”.

Artikel 3

Wijziging van Richtlijn 2012/19/EU

Richtlijn 2012/19/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 5 wordt geschrapt;

b)

de volgende leden worden toegevoegd:

„6.   De lidstaten rapporteren de gegevens betreffende de uitvoering van lid 4 voor elk kalenderjaar aan de Commissie.

Zij rapporteren de gegevens via elektronische weg binnen 18 maanden na afloop van het verslagjaar waarvoor de gegevens zijn verzameld. De gegevens worden gerapporteerd in het formaat dat door de Commissie in overeenstemming met lid 9 is vastgesteld.

De eerste verslagperiode vangt aan in het eerste volledige kalenderjaar na de vaststelling van de uitvoeringshandeling waarin het formaat voor de verslaglegging is vastgesteld overeenkomstig lid 9, en omvat de gegevens voor die verslagperiode.

7.   De door de lidstaten overeenkomstig lid 6 gerapporteerde gegevens gaan vergezeld van een kwaliteitscontroleverslag.

8.   De Commissie beoordeelt de overeenkomstig lid 6 gerapporteerde gegevens en publiceert een verslag met de resultaten van haar beoordeling. Het verslag bevat een beoordeling van de organisatie van de gegevensverzameling, de bronnen van de gegevens en de in de lidstaten gebruikte methodologie alsmede van de volledigheid, betrouwbaarheid, tijdigheid en consistentie van de gegevens. De beoordeling kan specifieke aanbevelingen voor verbetering omvatten. Het verslag wordt opgesteld na de eerste rapportage over de gegevens door de lidstaten en vervolgens om de vier jaar.

9.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast om het formaat voor de in lid 6 van dit artikel bedoelde verslaglegging vast te stellen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure van artikel 21, lid 2.”.

2)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 16 bis

Prikkels voor de toepassing van de afvalhiërarchie

Om de doelstellingen van deze richtlijn te helpen verwezenlijken, maken de lidstaten gebruik van economische instrumenten en andere maatregelen om prikkels te bieden voor de toepassing van de afvalstoffenhiërarchie, zoals die welke zijn vermeld in bijlage IV bis bij Richtlijn 2008/98/EG of andere passende instrumenten en maatregelen.”.

3)

In artikel 19 wordt de eerste alinea vervangen door:

„De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 20 van deze richtlijn gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijzigingen die noodzakelijk zijn om de bijlagen IV, VII, VIII en IX bij deze richtlijn aan te passen aan de vooruitgang van wetenschap en techniek. De Commissie stelt een afzonderlijke gedelegeerde handeling vast met betrekking tot elke te wijzigen bijlage. De wijziging van bijlage VII bij deze richtlijn gebeurt met inachtneming van de vrijstellingen krachtens Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (*5).

(*5)  Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 88).”."

Artikel 4

Omzetting

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 5 juli 2020 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 6

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 30 mei 2018.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

A. TAJANI

Voor de Raad

De voorzitster

L. PAVLOVA


(1)  PB C 264 van 20.7.2016, blz. 98.

(2)  PB C 17 van 18.1.2017, blz. 46.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 18 april 2018 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 22 mei 2018.

(4)  Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PB L 269 van 21.10.2000, blz. 34).

(5)  Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu’s, alsook afgedankte batterijen en accu’s en tot intrekking van Richtlijn 91/157/EEG (PB L 266 van 26.9.2006, blz. 1).

(6)  Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) (PB L 197 van 24.7.2012, blz. 38).

(7)  Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).

(8)  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(9)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(10)  PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.