6.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 321/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2114 VAN DE COMMISSIE

van 9 november 2017

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 wat betreft templates en instructies

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 99, lid 5, vierde alinea, artikel 101, lid 4, derde alinea, artikel 415, lid 3, vierde alinea, en artikel 430, lid 2, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 (2) van de Commissie specificeert de modaliteiten overeenkomstig welke instellingen informatie moeten rapporteren die relevant is voor hun inachtneming van Verordening (EU) nr. 575/2013. Aangezien niet-essentiële onderdelen van het bij Verordening (EU) nr. 575/2013 ingestelde regelgevingskader geleidelijk worden aangevuld en gewijzigd door de vaststelling van verdere afgeleide wetgeving en, in dit geval, door Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie (3), moet Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie ook worden bijgewerkt om rekening te houden met deze regels en om de instructies en definities ten behoeve van de rapportage voor toezichtdoeleinden door de instellingen nader te preciseren, inclusief met betrekking tot looptijdklassen, zodat een looptijdmismatch op de balans van een instelling kan worden weergegeven in de rapportage.

(2)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 moet worden gewijzigd om onjuiste verwijzingen en inconsistenties in rapportageformats te corrigeren die in de loop van de toepassing van die verordening werden ontdekt.

(3)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 moet voorts worden gewijzigd om rekening te houden met de mogelijkheden voor de bevoegde autoriteiten om het risicoprofiel van de instellingen effectief te monitoren en te beoordelen en een beeld te krijgen van de risico's voor de financiële sector, waarvoor wijziging van de rapportagevereisten op het gebied van operationeel risico, kredietrisico en ten aanzien van blootstellingen van instellingen aan overheden nodig is.

(4)

Opdat de instellingen en bevoegde autoriteiten over voldoende tijd beschikken om de in deze verordening opgenomen wijzigingen te implementeren, moet deze vanaf 1 maart 2018 van toepassing zijn.

(5)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen die de Europese Bankautoriteit aan de Commissie heeft voorgelegd.

(6)

De Europese Bankautoriteit heeft open publieksraadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, de potentiële desbetreffende kosten en baten geanalyseerd en het advies van de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (4) opgerichte Stakeholdergroep bankwezen ingewonnen.

(7)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 5, onder b), wordt punt 2 vervangen door:

„2.

de informatie over substantiële verliezen met betrekking tot operationeel risico, op de volgende wijze:

a)

instellingen die eigenvermogensvereisten in verband met operationeel risico berekenen overeenkomstig deel 3, titel III, hoofdstuk 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013, rapporteren die informatie zoals gespecificeerd in de templates 17.01 en 17.02 van bijlage I, overeenkomstig de instructies in deel II, punt 4.2, van bijlage II;

b)

instellingen die de eigenvermogensvereisten in verband met operationeel risico berekenen overeenkomstig deel 3, titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en die aan ten minste een van de volgende criteria voldoen, rapporteren die informatie zoals gespecificeerd in de templates 17.01 en 17.02 van bijlage I, overeenkomstig de instructies in deel II, punt 4.2, van bijlage II;

i)

de verhouding van het individuele balanstotaal van de instelling tot de som van de individuele balanstotalen van alle instellingen in dezelfde lidstaat is gelijk aan of groter dan 1 %, waarbij de balanstotaalcijfers gebaseerd zijn op de cijfers aan het eind van het boekjaar vóór het jaar dat voorafgaat aan de rapportagereferentiedatum;

ii)

de totale waarde van de activa van de instelling bedraagt meer dan 30 miljard EUR;

iii)

de totale waarde van de activa van de instelling bedraagt meer dan 5 miljard EUR en meer dan 20 % van het bbp van de lidstaat waar zij is gevestigd;

iv)

de instelling is in de lidstaat waar zij is gevestigd één van de drie grootste instellingen gerekend naar de totale waarde van haar activa;

v)

de instelling is de moedermaatschappij van dochterondernemingen die zelf kredietinstellingen zijn die in ten minste twee andere lidstaten zijn gevestigd dan de lidstaat waar de moederinstelling een vergunning heeft, waarbij aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:

de waarde van de geconsolideerde totale activa van de instelling bedraagt meer dan 5 miljard EUR;

meer dan 20 % van de geconsolideerde totale activa van de instelling zoals omschreven in template 1.1 van bijlage III of IV, naargelang het geval, of de geconsolideerde totale verplichtingen zoals omschreven in template 1.2 van bijlage III of IV, naargelang het geval, houdt verband met activiteiten met tegenpartijen die zijn gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de moederinstelling een vergunning heeft;

c)

instellingen die de eigenvermogensvereisten in verband met operationeel risico berekenen overeenkomstig deel 3, titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en die aan geen van de onder b) genoemde criteria voldoen, rapporteren de in de punten i) en ii) hieronder bedoelde informatie overeenkomstig de instructies in deel II, punt 4.2, van bijlage II;

i)

de informatie zoals gespecificeerd in kolom 080 van template 17.01 van bijlage I voor de volgende rijen:

aantal gebeurtenissen (nieuwe gebeurtenissen) (rij 910);

bruto verliesbedrag (nieuwe gebeurtenissen) (rij 920);

aantal gebeurtenissen waarvoor verliesaanpassingen worden gedaan (rij 930);

verliesaanpassingen met betrekking tot voorgaande verslagperioden (rij 940);

grootste afzonderlijk verlies (rij 950);

som van de vijf grootste verliezen (rij 960);

totaal direct goedgemaakt verlies (exclusief verzekering en andere mechanismen voor risico-overdracht) (rij 970);

totaal goedgemaakt verlies door verzekering en andere mechanismen voor risico-overdracht (rij 980);

ii)

de informatie zoals gespecificeerd in template 17.02 van bijlage I;

d)

de onder c) bedoelde instellingen mogen de volledige set informatie zoals gespecificeerd in de templates 17.01 en 17.02 van bijlage I rapporteren overeenkomstig de instructies in deel II, punt 4.2, van bijlage II;

e)

instellingen die de eigenvermogensvereisten in verband met operationeel risico berekenen overeenkomstig deel 3, titel III, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en die aan ten minste één van de criteria ii) tot en met v) van punt b) voldoen, rapporteren die informatie zoals gespecificeerd in de templates 17.01 en 17.02 van bijlage I, overeenkomstig de instructies in deel II, punt 4.2, van bijlage II;

f)

instellingen die de eigenvermogensvereisten in verband met operationeel risico berekenen overeenkomstig deel 3, titel III, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en die aan geen van de criteria ii) tot en met v) van punt b) voldoen, mogen de in de templates 17.01 en 17.02 van bijlage I bedoelde informatie rapporteren overeenkomstig de instructies in deel II, punt 4.2, van bijlage II;

g)

de instap- en uitstapcriteria van artikel 4 zijn van toepassing.”.

2)

Aan artikel 5, onder b), wordt het volgende punt 3 toegevoegd:

„3.

de informatie over blootstellingen aan overheden als volgt:

a)

instellingen rapporteren de informatie zoals gespecificeerd in template 33 van bijlage I overeenkomstig de instructies in deel II, punt 6, van bijlage II wanneer de totale boekwaarde van de financiële activa van de tegenpartijsector „algemene overheden” gelijk is aan of groter is dan 1 % van de som van de totale boekwaarde voor „schuldtitels” en „leningen en voorschotten”. Om deze boekwaarden vast te stellen, passen instellingen de definities toe die worden gebruikt in de templates 4.1 tot en met 4.4.1 van bijlage III of de templates 4.1 tot en met 4.4.1 en 4.6 tot en met 4.10 van bijlage IV, naargelang het geval;

b)

instellingen die voldoen aan het onder a) bedoelde criterium, rapporteren, indien de waarde gerapporteerd voor binnenlandse blootstellingen van niet-afgeleide financiële activa zoals omschreven in rij 010, kolom 010, van template 33 van bijlage I, minder is dan 90 % van de waarde gerapporteerd voor binnenlandse en niet-binnenlandse blootstellingen voor hetzelfde gegevenspunt, de informatie zoals gespecificeerd in template 33 van bijlage I overeenkomstig de instructies in deel II, punt 6, van bijlage II weergegeven op totaalniveau en voor elk afzonderlijk land waaraan zij zijn blootgesteld;

c)

instellingen die voldoen aan het onder a) bedoelde criterium, maar niet aan het onder b) bedoelde criterium, rapporteren de informatie zoals gespecificeerd in template 33 van bijlage I overeenkomstig de instructies in deel II, punt 6, van bijlage II, waarbij de blootstellingen zowel op totaalniveau als op binnenlands niveau worden weergegeven;

d)

de instap- en uitstapcriteria van artikel 4 zijn van toepassing.”.

3)

Aan artikel 16 ter, lid 1, wordt het volgende punt c) toegevoegd:

„c)

de informatie gespecificeerd in bijlage XXII overeenkomstig de instructies in bijlage XXIII.”.

4)

In artikel 16 ter, lid 2, wordt punt a) vervangen door:

„a)

de instelling maakt geen deel uit van een groep die kredietinstellingen, beleggingsondernemingen of financiële instellingen omvat met dochterbedrijven of moederinstellingen die in andere rechtsgebieden zijn gevestigd dan het rechtsgebied waar de instelling is opgericht;”.

5)

Bijlage I wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage I bij deze verordening.

6)

Bijlage II wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage II bij deze verordening.

7)

Bijlage VII wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage III bij deze verordening.

8)

Bijlage XI wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage IV bij deze verordening.

9)

Bijlage XIV wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage V bij deze verordening.

10)

Bijlage XV wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage VI bij deze verordening.

11)

Bijlage XVIII wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage VII bij deze verordening.

12)

Bijlage XIX wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage VIII bij deze verordening.

13)

Bijlage XX wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage IX bij deze verordening.

14)

Bijlage XXI wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage X bij deze verordening.

15)

Een nieuwe bijlage XXII, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage XI bij deze verordening, wordt toegevoegd.

16)

Een nieuwe bijlage XXIII, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage XII bij deze verordening, wordt toegevoegd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 maart 2018.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 november 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie van 16 april 2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor wat betreft de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit door instellingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 191 van 28.6.2014, blz. 1).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het liquiditeitsdekkingsvereiste voor kredietinstellingen (PB L 11 van 17.1.2015, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).


BIJLAGE I

BIJLAGE I

RAPPORTAGE INZAKE EIGEN VERMOGEN EN EIGENVERMOGENSVEREISTEN

COREP-TEMPLATES

Template-nummer

Template-code

Naam van de template/groep templates

Korte naam

 

 

Kapitaaltoereikendheid

CA

1

C 01.00

EIGEN VERMOGEN

CA1

2

C 02.00

EIGENVERMOGENSVEREISTEN

CA2

3

C 03.00

KAPITAALRATIO'S

CA3

4

C 04.00

PRO-MEMORIEPOSTEN:

CA4

 

 

Overgangsbepalingen

CA5

5.1

C 05.01

OVERGANGSBEPALINGEN

CA5.1

5.2

C 05.02

INSTRUMENTEN WAAROP GRANDFATHERINGBEPALINGEN VAN TOEPASSING ZIJN: INSTRUMENTEN DIE GEEN STAATSSTEUN BEHELZEN

CA5.2

 

 

Solvabiliteit van de groep

GS

6.1

C 06.01

SOLVABILITEIT VAN DE GROEP: INFORMATIE OVER VERBONDEN PARTIJEN — TOTAAL

GS Total

6.2

C 06.02

SOLVABILITEIT VAN DE GROEP: INFORMATIE OVER VERBONDEN PARTIJEN

GS

 

 

Kredietrisico

CR

7

C 07.00

KREDIET- EN TEGENPARTIJKREDIETRISICO'S EN NIET-AFGEWIKKELDE TRANSACTIES: STANDAARDBENADERING VAN KAPITAALVEREISTEN

CR SA

 

 

KREDIET- EN TEGENPARTIJKREDIETRISICO'S EN NIET-AFGEWIKKELDE TRANSACTIES: IRB-BENADERING VAN KAPITAALVEREISTEN

CR IRB

8.1

C 08.01

KREDIET- EN TEGENPARTIJKREDIETRISICO'S EN NIET-AFGEWIKKELDE TRANSACTIES: IRB-BENADERING VAN KAPITAALVEREISTEN

CR IRB 1

8.2

C 08.02

KREDIET- EN TEGENPARTIJKREDIETRISICO'S EN NIET-AFGEWIKKELDE TRANSACTIES: IRB-BENADERING VAN KAPITAALVEREISTEN (uitsplitsing naar debiteurenklasse of -groep)

CR IRB 2

 

 

GEOGRAFISCHE UITSPLITSING

CR GB

9.1

C 09.01

Tabel 9.1 — Geografische uitsplitsing van blootstellingen naar vestigingsplaats van de debiteur (blootstellingen in het kader van de standaardbenadering)

CR GB 1

9.2

C 09.02

Tabel 9.2 — Geografische uitsplitsing van blootstellingen naar vestigingsplaats van de debiteur (IRB-blootstellingen)

CR GB 2

9.4

C 09.04

Tabel 9.4 — Uitsplitsing van relevante kredietblootstellingen ten behoeve van de berekening van de contracyclische buffer per land en het instellingsspecifieke contracyclische bufferpercentage

CCB

 

 

KREDIETRISICO: AANDELEN — IRB-BENADERINGEN VAN KAPITAALVEREISTEN

CR EQU IRB

10.1

C 10.01

KREDIETRISICO: AANDELEN — IRB-BENADERINGEN VAN KAPITAALVEREISTEN

CR EQU IRB 1

10.2

C 10.02

KREDIETRISICO: AANDELEN — IRB-BENADERINGEN VAN KAPITAALVEREISTEN. UITSPLITSING VAN TOTALE BLOOTSTELLINGEN NAAR DEBITEURENKLASSE IN HET KADER VAN DE PD/LGD-BENADERING

CR EQU IRB 2

11

C 11.00

AFWIKKELINGS-/LEVERINGSRISICO

CR SETT

12

C 12.00

KREDIETRISICO: SECURITISATIES — STANDAARDBENADERING VAN EIGENVERMOGENSVEREISTEN

CR SEC SA

13

C 13.00

KREDIETRISICO: SECURITISATIES — IRB-BENADERING VAN EIGENVERMOGENSVEREISTEN

CR SEC IRB

14

C 14.00

NADERE INFORMATIE OVER SECURITISATIES

CR SEC Details

 

 

Operationeel risico

OPR

16

C 16.00

OPERATIONEEL RISICO

OPR

17

C 17.00

OPERATIONEEL RISICO: BRUTOVERLIES PER BEDRIJFSONDERDEEL EN SOORT GEBEURTENIS IN HET LAATSTE JAAR

OPR Details

 

 

Marktrisico

MKR

18

C 18.00

MARKTRISICO: STANDAARDBENADERING VOOR POSITIERISICO'S IN VERHANDELBARE SCHULDINSTRUMENTEN

MKR SA TDI

19

C 19.00

MARKTRISICO: STANDAARDBENADERING VOOR SPECIFIEK RISICO IN SECURITISATIES

MKR SA SEC

20

C 20.00

MARKTRISICO: STANDAARDBENADERING VOOR SPECIFIEK RISICO IN DE CORRELATIEHANDELSPORTEFEUILLE

MKR SA CTP

21

C 21.00

MARKTRISICO: STANDAARDBENADERING VOOR POSITIERISICO IN AANDELEN

MKR SA EQU

22

C 22.00

MARKTRISICO: STANDAARDBENADERINGEN VOOR VALUTARISICO

MKR SA FX

23

C 23.00

MARKTRISICO: STANDAARDBENADERINGEN VOOR GRONDSTOFFEN

MKR SA COM

24

C 24.00

INTERNE MODELLEN VOOR MARKTRISICO

MKR IM

25

C 25.00

RISICO VAN AANPASSING VAN KREDIETWAARDERING

CVA

33

C 33.00

BLOOTSTELLINGEN AAN OVERHEDEN PER LAND VAN DE TEGENPARTIJ

GOV


C 01.00 — EIGEN VERMOGEN (CA1)

Rijen

ID

Post

Bedrag

010

1

EIGEN VERMOGEN

 

015

1.1

TIER 1-KAPITAAL

 

020

1.1.1

TIER 1-KERNKAPITAAL

 

030

1.1.1.1

Kapitaalinstrumenten die in aanmerking komen als tier 1-kernkapitaal

 

040

1.1.1.1.1

Volgestorte kapitaalinstrumenten

 

045

1.1.1.1.1*

Waarvan: In noodsituaties bij autoriteiten geplaatste kapitaalinstrumenten

 

050

1.1.1.1.2*

Pro-memoriepost: Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten

 

060

1.1.1.1.3

Agio

 

070

1.1.1.1.4

(–) Eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten

 

080

1.1.1.1.4.1

(–) Direct bezit van tier 1-kernkapitaalinstrumenten

 

090

1.1.1.1.4.2

(–) Indirect bezit van tier 1-kernkapitaalinstrumenten

 

091

1.1.1.1.4.3

(–) Synthetisch bezit van tier 1-kernkapitaalinstrumenten

 

092

1.1.1.1.5

(–) Eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten die de instelling feitelijk of onder bepaalde voorwaarden moet kopen

 

130

1.1.1.2

Ingehouden winsten

 

140

1.1.1.2.1

Ingehouden winsten van voorgaande jaren

 

150

1.1.1.2.2

In aanmerking komende winsten en verliezen

 

160

1.1.1.2.2.1

Aan de eigenaars van de moedermaatschappij toe te rekenen winsten of verliezen

 

170

1.1.1.2.2.2

(–) Niet in aanmerking komend deel van het tussentijdse of jaareinderesultaat

 

180

1.1.1.3

Geaccumuleerde overige onderdelen van het totaalresultaat

 

200

1.1.1.4

Andere reserves

 

210

1.1.1.5

Fondsen voor algemene bankrisico's

 

220

1.1.1.6

Overgangsaanpassingen als gevolg van tier 1-kernkapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn

 

230

1.1.1.7

Minderheidsbelangen die als tier 1-kernkapitaal worden verantwoord

 

240

1.1.1.8

Overgangsaanpassingen in verband met aanvullende minderheidsbelangen

 

250

1.1.1.9

Aanpassingen aan tier 1-kernkapitaal als gevolg van prudentiële filters

 

260

1.1.1.9.1

(–) Toenamen van aandelenkapitaal die voortvloeien uit gesecuritiseerde activa

 

270

1.1.1.9.2

Reserve voor kasstroomafdekkingen

 

280

1.1.1.9.3

Cumulatieve en tegen reële waarde gewaardeerde winsten of verliezen op verplichtingen van de instelling die voortvloeien uit veranderingen van de eigen kredietwaardigheid

 

285

1.1.1.9.4

Tegen reële waarde gewaardeerde winsten en verliezen die voortvloeien uit het eigen kredietrisico van de instelling in verband met afgeleide verplichtingen

 

290

1.1.1.9.5

(–) Waardeaanpassingen als gevolg van de vereisten voor prudente waardering

 

300

1.1.1.10

(–) Goodwill

 

310

1.1.1.10.1

(–) Goodwill die als immaterieel activum wordt verantwoord

 

320

1.1.1.10.2

(–) Goodwill die vervat zit in de waardering van aanzienlijke deelnemingen

 

330

1.1.1.10.3

Aan goodwill gerelateerde uitgestelde belastingverplichtingen

 

340

1.1.1.11

(–) Andere immateriële activa

 

350

1.1.1.11.1

(–) Andere immateriële activa vóór aftrek van uitgestelde belastingverplichtingen

 

360

1.1.1.11.2

Aan andere immateriële activa gerelateerde uitgestelde belastingverplichtingen

 

370

1.1.1.12

(–) Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen, na aftrek van de daaraan gerelateerde belastingverplichtingen

 

380

1.1.1.13

(–) Voor IRB, het negatieve bedrag na aftrek van verwachte verliesposten van kredietrisicoaanpassingen

 

390

1.1.1.14

(-) Activa van een op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds

 

400

1.1.1.14.1

(-) Activa van een op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds

 

410

1.1.1.14.2

Aan activa van een op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds gerelateerde uitgestelde belastingverplichtingen

 

420

1.1.1.14.3

Activa van een op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds waarvan de instelling onbeperkt gebruik kan maken

 

430

1.1.1.15

(–) Wederzijdse deelnemingen in tier 1-kernkapitaal

 

440

1.1.1.16

(–) Van aanvullend-tier 1-bestanddelen af te trekken bedrag dat het aanvullend-tier 1-kapitaal overschrijdt

 

450

1.1.1.17

(–) Gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector die als alternatief in aanmerking komen voor een risicogewicht van 1 250 %

 

460

1.1.1.18

(-) Securitisatieposities die als alternatief in aanmerking komen voor een risicogewicht van 1 250 %

 

470

1.1.1.19

(–) Niet-afgewikkelde transacties („free deliveries”) die als alternatief in aanmerking kunnen komen voor een risicogewicht van 1 250 %

 

471

1.1.1.20

(–) Posities in een basket waarvoor een instelling het risicogewicht met de IRB-benadering niet kan bepalen, en die als alternatief in aanmerking kunnen komen voor een risicogewicht van 1 250 %

 

472

1.1.1.21

(–) Blootstellingen in aandelen met een internemodellenbenadering die als alternatief in aanmerking kunnen komen voor een risicogewicht van 1 250 %

 

480

1.1.1.22

(–) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

490

1.1.1.23

(–) Aftrekbare uitgestelde belastingvorderingen die afhankelijk zijn van toekomstige winstgevendheid en voortvloeien uit tijdelijke verschillen

 

500

1.1.1.24

(–) Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

510

1.1.1.25

(–) Bedrag waarmee de drempel van 17,65 % wordt overschreden

 

520

1.1.1.26

Overige overgangsaanpassingen aan het tier 1-kernkapitaal

 

524

1.1.1.27

(-) Aanvullende aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal uit hoofde van artikel 3 van de VKV

 

529

1.1.1.28

Bestanddelen of aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal — overige

 

530

1.1.2

AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

 

540

1.1.2.1

Kapitaalinstrumenten die in aanmerking komen als aanvullend-tier 1-kapitaal

 

550

1.1.2.1.1

Volgestorte kapitaalinstrumenten

 

560

1.1.2.1.2*

Pro-memoriepost: Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten

 

570

1.1.2.1.3

Agio

 

580

1.1.2.1.4

(–) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten

 

590

1.1.2.1.4.1

(–) Direct bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

 

620

1.1.2.1.4.2

(–) Indirect bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

 

621

1.1.2.1.4.3

(–) Synthetisch bezit van aanvullend-tier 1-instrumenten

 

622

1.1.2.1.5

(–) Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten die de instelling feitelijk of onder bepaalde voorwaarden moet kopen

 

660

1.1.2.2

Overgangsaanpassingen als gevolg van aanvullend-tier 1-kapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn

 

670

1.1.2.3

Door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten die in het aanvullend-tier 1-kapitaal worden opgenomen

 

680

1.1.2.4

Overgangsaanpassingen als gevolg van additionele opneming van door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten in het aanvullend-tier 1-kapitaal

 

690

1.1.2.5

(–) Wederzijdse deelnemingen in aanvullend-tier 1-kapitaal

 

700

1.1.2.6

(–) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

710

1.1.2.7

(–) Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

720

1.1.2.8

(–) Van tier 2-bestanddelen af te trekken bedrag dat het tier 2-kapitaal overschrijdt

 

730

1.1.2.9

Overige overgangsaanpassingen aan het aanvullend-tier 1-kapitaal

 

740

1.1.2.10

(–) Van aanvullend-tier 1-bestanddelen af te trekken bedrag dat het aanvullend-tier 1-kapitaal overschrijdt (afgetrokken van tier 1-kernkapitaal)

 

744

1.1.2.11

(-) Aanvullende aftrekkingen van aanvullend-tier 1-kapitaal uit hoofde van artikel 3 van de VKV

 

748

1.1.2.12

Bestanddelen of aftrekkingen van tier 1-kernkapitaal — overige

 

750

1.2

TIER 2-KAPITAAL

 

760

1.2.1

Kapitaalinstrumenten en achtergestelde leningen die in aanmerking komen als tier 2-kapitaal

 

770

1.2.1.1

Volgestorte kapitaalinstrumenten en achtergestelde leningen

 

780

1.2.1.2*

Pro-memoriepost: Niet in aanmerking komende kapitaalinstrumenten en achtergestelde leningen

 

790

1.2.1.3

Agio

 

800

1.2.1.4

(–) Eigen tier 2-instrumenten

 

810

1.2.1.4.1

(–) Direct bezit van tier 2-instrumenten

 

840

1.2.1.4.2

(–) Indirect bezit van tier 2-instrumenten

 

841

1.2.1.4.3

(–) Synthetisch bezit van tier 2-instrumenten

 

842

1.2.1.5

(-) Eigen tier 2-instrumenten die de instelling feitelijk of onder bepaalde voorwaarden moet kopen

 

880

1.2.2

Overgangsaanpassingen als gevolg van tier 2-kapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn en achtergestelde leningen

 

890

1.2.3

Door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten die in het tier 2-kapitaal worden opgenomen

 

900

1.2.4

Overgangsaanpassingen als gevolg van additionele opneming van door dochterondernemingen uitgegeven instrumenten in het tier 2-kapitaal

 

910

1.2.5

Bedrag van voorzieningen waarmee de volgens de IRB-benadering verwachte verliezen worden overschreden

 

920

1.2.6

Algemene kredietrisicoaanpassingen volgens de standaardbenadering

 

930

1.2.7

(–) Wederzijdse deelnemingen in tier 2-kapitaal

 

940

1.2.8

(–) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

950

1.2.9

(–) Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

960

1.2.10

Andere overgangsaanpassingen aan het tier 2-kapitaal

 

970

1.2.11

(–) Van tier 2-bestanddelen af te trekken bedrag dat het tier 2-kapitaal overschrijdt (afgetrokken van aanvullend-tier 1-kapitaal)

 

974

1.2.12

(-) Additionele aftrekkingen van tier 2-kapitaal uit hoofde van artikel 3 van de CRR

 

978

1.2.13

Bestanddelen of aftrekkingen van tier 2-kapitaal — overige

 


C 02.00 — EIGENVERMOGENSVEREISTEN (CA2)

Rijen

Post

Label

Bedrag

010

1

TOTAAL VAN DE RISICOPOSTEN

 

020

1*

Waarvan: Beleggingsondernemingen overeenkomstig artikel 95, lid 2, en artikel 98 van de VKV

 

030

1**

Waarvan: Beleggingsondernemingen overeenkomstig artikel 96, lid 2, en artikel 97 van de VKV

 

040

1.1

RISICOGEWOGEN POSTEN VOOR KREDIETRISICO, TEGENPARTIJKREDIETRISICO EN VERWATERINGSRISICO EN VOOR NIET-AFGEWIKKELDE TRANSACTIES

 

050

1.1.1

Standaardbenadering (SA)

 

060

1.1.1.1

Blootstellingscategorieën volgens de standaardbenadering met uitzondering van securitisatieposities

 

070

1.1.1.1.01

Centrale overheden of centrale banken

 

080

1.1.1.1.02

Regionale of lokale overheden

 

090

1.1.1.1.03

Entiteiten uit de publieke sector

 

100

1.1.1.1.04

Multilaterale ontwikkelingsbanken

 

110

1.1.1.1.05

Internationale organisaties

 

120

1.1.1.1.06

Instellingen

 

130

1.1.1.1.07

Ondernemingen

 

140

1.1.1.1.08

Particulieren en kleine partijen

 

150

1.1.1.1.09

Gedekt door hypotheken op onroerend goed

 

160

1.1.1.1.10

Blootstellingen waarbij sprake is van wanbetaling

 

170

1.1.1.1.11

Posten met een bijzonder hoog risico

 

180

1.1.1.1.12

Gedekte obligaties

 

190

1.1.1.1.13

Blootstellingen met betrekking tot instellingen en ondernemingen met een kredietbeoordeling voor de korte termijn

 

200

1.1.1.1.14

Instellingen voor collectieve belegging (icb's)

 

210

1.1.1.1.15

Aandelen

 

211

1.1.1.1.16

Overige posten

 

220

1.1.1.2

Securitisatieposities volgens de standaardbenadering

 

230

1.1.1.2*

waarvan: hersecuritisatie

 

240

1.1.2

Interneratingbenadering (IRB-benadering)

 

250

1.1.2.1

IRB-benaderingen wanneer noch eigen LGD-ramingen noch omrekeningsfactoren worden gebruikt

 

260

1.1.2.1.01

Centrale overheden en centrale banken

 

270

1.1.2.1.02

Instellingen

 

280

1.1.2.1.03

Ondernemingen — Kmo's

 

290

1.1.2.1.04

Ondernemingen — Gespecialiseerde kredietverlening

 

300

1.1.2.1.05

Ondernemingen — Overige

 

310

1.1.2.2

IRB-benaderingen wanneer eigen LGD-ramingen en/of omrekeningsfactoren worden gebruikt

 

320

1.1.2.2.01

Centrale overheden en centrale banken

 

330

1.1.2.2.02

Instellingen

 

340

1.1.2.2.03

Ondernemingen — Kmo's

 

350

1.1.2.2.04

Ondernemingen — Gespecialiseerde kredietverlening

 

360

1.1.2.2.05

Ondernemingen — Overige

 

370

1.1.2.2.06

Particulieren en kleine partijen — Gedekt door onroerend goed van kmo's

 

380

1.1.2.2.07

Particulieren en kleine partijen — Gedekt door onroerend goed van niet-kmo's

 

390

1.1.2.2.08

Particulieren en kleine partijen — Gekwalificeerde revolverende blootstellingen

 

400

1.1.2.2.09

Particulieren en kleine partijen — Overige kmo's

 

410

1.1.2.2.10

Particulieren en kleine partijen — Overige niet-kmo's

 

420

1.1.2.3

Aandelen IRB

 

430

1.1.2.4

Securitisatieposities volgens de IRB-benadering

 

440

1.1.2.4*

Waarvan: hersecuritisatie

 

450

1.1.2.5

Andere actiefposten die geen kredietverplichting vertegenwoordigen

 

460

1.1.3

Risicoposten voor bijdragen aan het wanbetalingsfonds van een CTP

 

490

1.2

TOTALE RISICOPOSTEN VOOR AFWIKKELINGS-/LEVERINGSRISICO

 

500

1.2.1

Afwikkelings-/leveringsrisico in de niet-handelsportefeuille

 

510

1.2.2

Afwikkelings-/leveringsrisico in de handelsportefeuille

 

520

1.3

TOTALE RISICOPOSTEN VOOR POSITIE-, VALUTA- EN GRONDSTOFFENRISICO'S

 

530

1.3.1

Risicoposten voor positie-, valuta- en grondstoffenrisico's volgens standaardbenaderingen

 

540

1.3.1.1

Verhandelbare schuldinstrumenten

 

550

1.3.1.2

Aandelen

 

555

1.3.1.3

Welbepaalde benadering van positierisico in icb's

 

556

1.3.1.3*

Pro-memoriepost: Icb's uitsluitend belegd in verhandelbare schuldinstrumenten

 

557

1.3.1.3**

Pro-memoriepost: Icb's uitsluitend belegd in aandeleninstrumenten of gemengde instrumenten

 

560

1.3.1.4

Valuta

 

570

1.3.1.5

Grondstoffen

 

580

1.3.2

Risicoposten voor positie-, valuta- en grondstoffenrisico's volgens de internemodellenbenadering

 

590

1.4

TOTALE RISICOPOSTEN VOOR HET OPERATIONEEL RISICO

 

600

1.4.1

Operationeel risico volgens de basisindicatorbenadering

 

610

1.4.2

Operationeel risico volgens de standaardbenadering/alternatieve standaardbenadering

 

620

1.4.3

Operationeel risico volgens de geavanceerde meetbenaderingen

 

630

1.5

AANVULLENDE RISICOPOSTEN ALS GEVOLG VAN VASTE KOSTEN

 

640

1.6

TOTALE RISICOPOSTEN VOOR AANPASSING VAN DE KREDIETWAARDERING

 

650

1.6.1

Geavanceerde methode

 

660

1.6.2

Standaardmethode

 

670

1.6.3

Op basis van de oorspronkelijkeblootstellingsmethode

 

680

1.7

TOTAAL VAN DE RISICOPOSTEN IN VERBAND MET GROTE BLOOTSTELLINGEN IN DE HANDELSPORTEFEUILLE

 

690

1.8

ANDERE RISICOPOSTEN

 

710

1.8.2

Waarvan: Aanvullende strengere prudentiële vereisten op basis van artikel 458

 

720

1.8.2*

Waarvan: vereisten met betrekking tot grote blootstellingen

 

730

1.8.2**

Waarvan: als gevolg van gewijzigde risicogewichten gericht tegen zeepbellen in activa in niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed

 

740

1.8.2***

Waarvan: als gevolg van blootstellingen binnen de financiële sector

 

750

1.8.3

Waarvan: aanvullende strengere prudentiële vereisten op basis van artikel 459

 

760

1.8.4

Waarvan: aanvullende risicoposten ingevolge artikel 3 van de VKV

 


C 03.00 — KAPITAALRATIO'S EN KAPITAALNIVEAUS (CA3)

Rijen

ID

Post

Bedrag

010

1

Tier 1-kernkapitaalratio

 

020

2

Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kernkapitaal

 

030

3

Tier 1-kapitaalratio

 

040

4

Overschot(+)/Tekort(-) aan tier 1-kapitaal

 

050

5

Totale kapitaalratio

 

060

6

Overschot(+)/Tekort(-) aan totaal kapitaal

 

Pro-memorieposten: Kapitaalratio's ingevolge aanpassingen onder Pijler II

070

7

Tier 1-kernkapitaalratio met inbegrip van aanpassingen onder Pijler II

 

080

8

Streefcijfer voor de tier 1-kernkapitaalratio ingevolge aanpassingen onder Pijler II

 

090

9

Tier 1-kapitaalratio met inbegrip van aanpassingen onder Pijler II

 

100

10

Streefcijfer voor de tier 1-kapitaalratio ingevolge aanpassingen onder Pijler II

 

110

11

Totale kapitaalratio met inbegrip van aanpassingen onder Pijler II

 

120

12

Streefcijfer voor de totale kapitaalratio ingevolge aanpassingen onder Pijler II

 


C 04.00 — PRO-MEMORIEPOSTEN (CA4)

Rij

ID

Post

Kolom

Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

010

010

1

Totaal aan uitgestelde belastingvorderingen

 

020

1.1

Uitgestelde belastingvorderingen die niet op toekomstige winstgevendheid berusten

 

030

1.2

Uitgestelde belastingvorderingen die berusten op toekomstige winstgevendheid en niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen

 

040

1.3

Uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit tijdelijke verschillen

 

050

2

Totale uitgestelde belastingvorderingen

 

060

2.1

Uitgestelde belastingverplichtingen die niet in mindering gebracht mogen worden op uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten

 

070

2.2

Uitgestelde belastingverplichtingen die in mindering gebracht mogen worden op uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten

 

080

2.2.1

Aftrekbare uitgestelde belastingverplichtingen gerelateerd aan uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en die niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen

 

090

2.2.2

Aftrekbare uitgestelde belastingverplichtingen gerelateerd aan uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit tijdelijke verschillen

 

093

2A

Te veel betaalde belastingen en achterwaartse belastingverliescompensaties

 

096

2B

Uitgestelde belastingvorderingen onderworpen aan een risicogewicht van 250 %

 

097

2C

Uitgestelde belastingvorderingen onderworpen aan een risicogewicht van 0 %

 

Kredietrisicoaanpassingen en verwachte verliezen

100

3

Voor IRB, het overschot (+) of tekort (–) na aftrek van verwachte verliesposten van kredietrisicoaanpassingen, aanvullende waardeaanpassingen en andere eigenvermogensverlagingen voor blootstellingen ten aanzien waarvan zich geen wanbetaling heeft voorgedaan

 

110

3.1

Totale kredietrisicoaanpassingen, aanvullende waardeaanpassingen en andere eigenvermogensverlagingen die in aanmerking komen om bij de berekening van de verwachte verliesposten te worden betrokken

 

120

3.1.1

Algemene kredietrisicoaanpassingen

 

130

3.1.2

Specifieke kredietrisicoaanpassingen

 

131

3.1.3

Aanvullende waardeaanpassingen en andere eigenvermogensverlagingen

 

140

3.2

Totaal van in aanmerking komende verwachte verliezen

 

145

4

Voor IRB, overschot (+) of tekort (–) van specifieke kredietrisicoaanpassingen aan verwachte verliezen voor blootstellingen ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan

 

150

4.1

Specifieke kredietrisicoaanpassingen en posities die op vergelijkbare wijze worden behandeld

 

155

4.2

Totaal van in aanmerking komende verwachte verliezen

 

160

5

Risicogewogen posten voor het berekenen van het maximum voor het overschot aan voorzieningen dat in aanmerking komt als tier 2-kapitaal

 

170

6

Totale brutovoorzieningen die in aanmerking komen voor opneming in het tier 2-kapitaal

 

180

7

Risicogewogen posten voor het berekenen van het maximum voor de voorzieningen die in aanmerking komen als tier 2-kapitaal

 

Drempels voor aftrekkingen van het tier 1-kernkapitaal

190

8

Drempel voor niet-aftrekbaar bezit aan entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

200

9

10 %-drempel voor tier 1-kernkapitaal

 

210

10

17,65 %-drempel voor tier 1-kernkapitaal

 

225

11,1

In aanmerking komend kapitaal ten behoeve van gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector

 

226

11,2

In aanmerking komend kapitaal ten behoeve van grote blootstellingen

 

Deelnemingen in het kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

230

12

Bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft, exclusief shortposities

 

240

12.1

Direct bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

250

12.1.1

Bruto direct bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

260

12.1.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto direct bezit

 

270

12.2

Indirect bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

280

12.2.1

Bruto indirect bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

290

12.2.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto direct bezit

 

291

12.3

Synthetisch bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

292

12.3.1

Bruto synthetisch bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

293

12.3.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto synthetisch bezit

 

300

13

Bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft, exclusief shortposities

 

310

13.1

Direct bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

320

13.1.1

Bruto direct bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

330

13.1.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto direct bezit

 

340

13.2

Indirect bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

350

13.2.1

Bruto indirect bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

360

13.2.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto direct bezit

 

361

13.3

Synthetisch bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

362

13.3.1

Bruto synthetisch bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

363

13.3.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto synthetisch bezit

 

370

14

Bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft, exclusief shortposities

 

380

14.1

Direct bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

390

14.1.1

Bruto direct bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

400

14.1.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto direct bezit

 

410

14.2

Indirect bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

420

14.2.1

Bruto indirect bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

430

14.2.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto direct bezit

 

431

14.3

Synthetisch bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

432

14.3.1

Bruto synthetisch bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

433

14.3.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto synthetisch bezit

 

Deelnemingen in het kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

440

15

Bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft, exclusief shortposities

 

450

15.1

Direct bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

460

15.1.1

Bruto direct bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

470

15.1.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto direct bezit

 

480

15.2

Indirect bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

490

15.2.1

Bruto indirect bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

500

15.2.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto direct bezit

 

501

15.3

Synthetisch bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

502

15.3.1

Bruto synthetisch bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

503

15.3.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto synthetisch bezit

 

510

16

Bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft, exclusief shortposities

 

520

16.1

Direct bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

530

16.1.1

Bruto direct bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

540

16.1.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto direct bezit

 

550

16.2

Indirect bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

560

16.2.1

Bruto indirect bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

570

16.2.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto direct bezit

 

571

16.3

Synthetisch bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

572

16.3.1

Bruto synthetisch bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

573

16.3.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto synthetisch bezit

 

580

17

Bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft, exclusief shortposities

 

590

17.1

Direct bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

600

17.1.1

Bruto direct bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

610

17.1.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto direct bezit

 

620

17.2

Indirect bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

630

17.2.1

Bruto indirect bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

640

17.2.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto indirect bezit

 

641

17.3

Synthetisch bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

642

17.3.1

Bruto synthetisch bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

643

17.3.2

(–) Toelaatbare compensatie van shortposities in verband met het hierboven bedoelde bruto synthetisch bezit

 

Totaalbedrag van de risicoposten van bezit die niet van de betrokken kapitaalcategorie worden afgetrokken:

650

18

Risicogewogen posten van bezit van tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector die niet van het tier 1-kernkapitaal van de instelling worden afgetrokken

 

660

19

Risicogewogen posten van bezit van aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector die niet van het aanvullend-tier 1-kapitaal van de instelling worden afgetrokken

 

670

20

Risicogewogen posten van bezit van tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector die niet van het tier 2-kapitaal van de instelling worden afgetrokken

 

Tijdelijke ontheffing van de aftrek van het eigen vermogen

680

21

Tijdelijke ontheffing van de aftrek van bezit van tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

690

22

Tijdelijke ontheffing van de aftrek van bezit van tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

700

23

Tijdelijke ontheffing van de aftrek van bezit van aanvullend-tier 1-kapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

710

24

Tijdelijke ontheffing van de aftrek van bezit van aanvullend-tier 1-kapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

720

25

Tijdelijke ontheffing van de aftrek van bezit van tier 2-kapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

730

26

Tijdelijke ontheffing van de aftrek van bezit van tier 2-kapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

Kapitaalbuffers

740

27

Gecombineerde buffervereisten

 

750

 

Kapitaalconserveringsbuffer

 

760

 

Conserveringsbuffer als gevolg van macroprudentieel of systeemrisico onderkend op het niveau van een lidstaat

 

770

 

Instellingsspecifieke contracyclische kapitaalbuffer

 

780

 

Systeemrisicobuffer

 

790

 

Buffer voor systeemrelevante instellingen

 

800

 

Buffer voor mondiaal systeemrelevante instellingen

 

810

 

Buffer voor andere systeemrelevante instellingen

 

Vereisten onder Pijler II

820

28

Eigenvermogensvereisten in verband met aanpassingen uit hoofde van Pijler II

 

Aanvullende informatie voor beleggingsondernemingen

830

29

Aanvangskapitaal

 

840

30

Eigen vermogen op basis van vaste kosten

 

Aanvullende informatie voor de berekening van rapportagedrempels

850

31

Niet-binnenlandse oorspronkelijke blootstellingen

 

860

32

Totale oorspronkelijke blootstellingen

 

Basel I-ondergrens

870

 

Aanpassingen aan het totale eigen vermogen

 

880

 

Eigen vermogen volledig aangepast voor de Bazel I-ondergrens

 

890

 

Eigenvermogensvereisten voor de Bazel I-ondergrens

 

900

 

Eigenvermogensvereisten voor de Bazel I-ondergrens — SA-alternatief

 

910

 

Tekort aan totaal kapitaal met betrekking tot de minimale eigenvermogensvereisten van de Bazel I-ondergrens

 


C 05.01 — OVERGANGSBEPALINGEN (CA5.1)

 

Aanpassingen van tier 1-kernkapitaal

Aanpassingen van aanvullend-tier 1-kapitaal

Aanpassingen van tier 2-kapitaal

Aanpassingen verwerkt in risicogewogen actiefposten

Pro-memorieposten

Toepasselijk percentage

In aanmerking komend bedrag zonder toepassing van overgangsbepalingen

Code

ID

Post

010

020

030

040

050

060

010

1

TOTALE AANPASSINGEN

 

 

 

 

 

 

020

1.1

INSTRUMENTEN WAAROP GRANDFATHERINGBEPALINGEN VAN TOEPASSING ZIJN

koppeling aan {CA1;r220}

koppeling aan {CA1;r660}

koppeling aan {CA1;r880}

 

 

 

030

1.1.1

Instrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn: Instrumenten die staatssteun behelzen

 

 

 

 

 

 

040

1.1.1.1

Instrumenten die overeenkomstig Richtlijn 2006/48/EG als eigen vermogen in aanmerking genomen konden worden

 

 

 

 

 

 

050

1.1.1.2

Instrumenten uitgegeven door instellingen die hun statutaire zetel hebben in een lidstaat die aan een economisch aanpassingsprogramma onderworpen is

 

 

 

 

 

 

060

1.1.2

Instrumenten die geen staatssteun behelzen

koppeling aan {CA5.2;r010;c060}

koppeling aan {CA5.2;r020;c060}

koppeling aan {CA5.2;r090;c060}

 

 

 

070

1.2

MINDERHEIDSBELANGEN EN DAARAAN GELIJK TE STELLEN POSTEN

koppeling aan {CA1;r240}

koppeling aan {CA1;r680}

koppeling aan {CA1;r900}

 

 

 

080

1.2.1

Niet als minderheidsbelang aangemerkte kapitaalinstrumenten en posten

 

 

 

 

 

 

090

1.2.2

Opneming van minderheidsbelangen in het geconsolideerde eigen vermogen onder de overgangsbepalingen

 

 

 

 

 

 

091

1.2.3

Opneming in het geconsolideerde eigen vermogen van in aanmerking komend aanvullend-tier 1-kapitaal onder de overgangsbepalingen

 

 

 

 

 

 

092

1.2.4

Opneming in het geconsolideerde eigen vermogen van in aanmerking komend tier 2-kapitaal onder de overgangsbepalingen

 

 

 

 

 

 

100

1.3

ANDERE AANPASSINGEN ONDER DE OVERGANGSBEPALINGEN

koppeling aan {CA1;r520}

koppeling aan {CA1;r730}

koppeling aan {CA1;r960}

 

 

 

110

1.3.1

Niet-gerealiseerde winsten en verliezen

 

 

 

 

 

 

120

1.3.1.1

Niet-gerealiseerde winsten

 

 

 

 

 

 

130

1.3.1.2

Niet-gerealiseerde verliezen

 

 

 

 

 

 

133

1.3.1.3.

Niet-gerealiseerde winsten op blootstellingen met betrekking tot centrale overheden, ingedeeld in de categorie „beschikbaar voor verkoop” van de bij EU-wetgeving bevestigde IAS 39

 

 

 

 

 

 

136

1.3.1.4.

Niet-gerealiseerd verlies op blootstellingen met betrekking tot centrale overheden, ingedeeld in de categorie „beschikbaar voor verkoop” van de bij EU-wetgeving bevestigde IAS 39

 

 

 

 

 

 

138

1.3.1.5.

Tegen reële waarde gewaardeerde winsten en verliezen die voortvloeien uit het eigen kredietrisico van de instelling in verband met afgeleide verplichtingen

 

 

 

 

 

 

140

1.3.2

Aftrekkingen

 

 

 

 

 

 

150

1.3.2.1

Verlies van het lopende boekjaar

 

 

 

 

 

 

160

1.3.2.2

Immateriële activa

 

 

 

 

 

 

170

1.3.2.3

Uitgestelde belastingvorderingen die berusten op toekomstige winstgevendheid en niet voortvloeien uit tijdelijke verschillen

 

 

 

 

 

 

180

1.3.2.4

IRB-gerelateerd tekort aan voorzieningen voor verwachte verliezen

 

 

 

 

 

 

190

1.3.2.5

Activa van een op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds

 

 

 

 

 

 

194

1.3.2.5*

waarvan: Invoering van in IAS 19 aangebrachte wijzigingen — positieve post

 

 

 

 

 

 

198

1.3.2.5**

waarvan: Invoering van in IAS 19 aangebrachte wijzigingen — negatieve post

 

 

 

 

 

 

200

1.3.2.6

Eigen instrumenten

 

 

 

 

 

 

210

1.3.2.6.1

Eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten

 

 

 

 

 

 

211

1.3.2.6.1**

waarvan: Direct bezit

 

 

 

 

 

 

212

1.3.2.6.1*

waarvan: Indirect bezit

 

 

 

 

 

 

220

1.3.2.6.2

Eigen aanvullend-tier 1-instrumenten

 

 

 

 

 

 

221

1.3.2.6.2**

waarvan: Direct bezit

 

 

 

 

 

 

222

1.3.2.6.2*

waarvan: Indirect bezit

 

 

 

 

 

 

230

1.3.2.6.3

Eigen tier 2-instrumenten

 

 

 

 

 

 

231

1.3.2.6.3*

waarvan: Direct bezit

 

 

 

 

 

 

232

1.3.2.6.3**

waarvan: Indirect bezit

 

 

 

 

 

 

240

1.3.2.7

Wederzijdse deelnemingen

 

 

 

 

 

 

250

1.3.2.7.1

Wederzijdse deelnemingen in tier 1-kernkapitaal

 

 

 

 

 

 

260

1.3.2.7.1.1

Wederzijdse deelnemingen in tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

270

1.3.2.7.1.2

Wederzijdse deelnemingen in tier 1-kernkapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

280

1.3.2.7.2

Wederzijdse deelnemingen in aanvullend-tier 1-kapitaal

 

 

 

 

 

 

290

1.3.2.7.2.1

Wederzijdse deelnemingen in aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

300

1.3.2.7.2.2

Wederzijdse deelnemingen in aanvullend-tier 1-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

310

1.3.2.7.3

Wederzijdse deelnemingen in tier 2-kapitaal

 

 

 

 

 

 

320

1.3.2.7.3.1

Wederzijdse deelnemingen in tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

330

1.3.2.7.3.2

Wederzijdse deelnemingen in tier 2-kapitaal van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

340

1.3.2.8

Eigenvermogensinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

350

1.3.2.8.1

Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

360

1.3.2.8.2

Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

370

1.3.2.8.3

Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

380

1.3.2.9

Uitgestelde belastingvorderingen die afhankelijk zijn van toekomstige winstgevendheid en voortvloeien uit tijdelijke verschillen en tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

385

1.3.2.9a

Uitgestelde belastingvorderingen die afhankelijk zijn van toekomstige winstgevendheid en voortvloeien uit tijdelijke verschillen

 

 

 

 

 

 

390

1.3.2.10

Eigenvermogensinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

400

1.3.2.10.1

Tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

410

1.3.2.10.2

Aanvullend-tier 1-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

420

1.3.2.10.3

Tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling een aanzienlijke deelneming heeft

 

 

 

 

 

 

425

1.3.2.11

Vrijstelling van aftrek van deelnemingen in verzekeringsondernemingen van tier 1-kernkapitaalbestanddelen

 

 

 

 

 

 

430

1.3.3

Additionele filters en aftrekkingen

 

 

 

 

 

 

440

1.3.4

Uit overgangsbepalingen van IFRS 9 voortvloeiende aanpassingen

 

 

 

 

 

 


C 05.02 — INSTRUMENTEN WAAROP GRANDFATHERINGBEPALINGEN VAN TOEPASSING ZIJN: INSTRUMENTEN DIE GEEN STAATSSTEUN BEHELZEN (CA 5.2)

CA 5.2

Instrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn: Instrumenten die geen staatssteun behelzen

Bedrag van instrumenten plus daaraan gerelateerde agio

Grondslag voor berekening van de limiet

Toepasselijk percentage

Limiet

(–) Bedrag waarmee de limiet voor grandfathering wordt overschreden

Totale bedrag waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn

Code

ID

Post

010

020

030

040

050

060

010

1.

Instrumenten die in aanmerking kwamen voor artikel 57, onder a), van Richtlijn 2006/48/EG

 

 

 

 

 

koppeling aan {CA5.1;r060;c010)

020

2.

Instrumenten die aanmerking kwamen voor artikel 57, onder ca), en artikel 154, leden 8 en 9, van Richtlijn 2006/48/EG, behoudens de in artikel 489 bepaalde limiet

 

 

 

 

 

koppeling aan {CA5.1;r060;c020)

030

2.1

Totaal van instrumenten zonder mogelijkheid van vervroegde aflossing of aflossingsprikkel

 

 

 

 

 

 

040

2.2.

Instrumenten met mogelijkheid van vervroegde aflossing en aflossingsprikkel waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn

 

 

 

 

 

 

050

2.2.1

Instrumenten met mogelijkheid van vervroegde aflossing die na de verslagdatum mag worden uitgeoefend en die na de werkelijke vervaldag voldoen aan de voorwaarden van artikel 52 van de VKV

 

 

 

 

 

 

060

2.2.2

Instrumenten met mogelijkheid van vervroegde aflossing die na de verslagdatum mag worden uitgeoefend en die na de werkelijke vervaldag niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 52 van de VKV

 

 

 

 

 

 

070

2.2.3

Instrumenten met mogelijkheid van vervroegde aflossing die vóór of op 20 juli 2011 mag worden uitgeoefend en die na de werkelijke vervaldag niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 52 van de VKV

 

 

 

 

 

 

080

2.3

Overschrijding van de limiet voor tier 1-kernkapitaalinstrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn

 

 

 

 

 

 

090

3

Instrumenten die aanmerking kwamen voor artikel 57, onder e), f), g) of h), van Richtlijn 2006/48/EG, behoudens de in artikel 490 bepaalde limiet

 

 

 

 

 

koppeling aan {CA5.1;r060;c030)

100

3.1

Totaal van bestanddelen zonder aflossingsprikkel

 

 

 

 

 

 

110

3.2

Bestanddelen met een aflossingsprikkel waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn

 

 

 

 

 

 

120

3.2.1

Instrumenten met mogelijkheid van vervroegde aflossing die na de verslagdatum mag worden uitgeoefend en die na de werkelijke vervaldag voldoen aan de voorwaarden van artikel 63 van de VKV

 

 

 

 

 

 

130

3.2.2

Instrumenten met mogelijkheid van vervroegde aflossing die na de verslagdatum mag worden uitgeoefend en die na de werkelijke vervaldag niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 63 van de VKV

 

 

 

 

 

 

140

3.2.3

Instrumenten met mogelijkheid van vervroegde aflossing die vóór of op 20 juli 2011 mag worden uitgeoefend en die na de werkelijke vervaldag niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 63 van de VKV

 

 

 

 

 

 

150

3.3

Overschrijding van de limiet voor aanvullend-tier 1-instrumenten waarop grandfatheringbepalingen van toepassing zijn

 

 

 

 

 

 


C 06.01 — SOLVABILITEIT VAN DE GROEP: INFORMATIE OVER VERBONDEN PARTIJEN — TOTAAL (GS TOTAL)

 

INFORMATIE OVER DE BIJDRAGE VAN ENTITEITEN AAN DE SOLVABILITEIT VAN DE GROEP

KAPITAALBUFFERS

TOTAAL VAN DE RISICOPOSTEN

 

IN AANMERKING KOMEND EIGEN VERMOGEN DAT IN HET GECONSOLIDEERDE EIGEN VERMOGEN WORDT OPGENOMEN

 

GECONSOLIDEERD EIGEN VERMOGEN

 

GECOMBINEERDE BUFFERVEREISTEN

 

KREDIET; TEGENPARTIJKREDIET; VERWATERINGSRISICO'S, NIET-AFGEWIKKELDE TRANSACTIES EN AFWIKKELINGS-/LEVERINGSRISICO

POSITIE-, VALUTA- EN GRONDSTOFFENRISICO'S

OPERATIONEEL RISICO

ANDERE RISICOPOSTEN

IN AANMERKING KOMENDE TIER 1-INSTRUMENTEN DIE IN HET GECONSOLIDEERDE TIER 1-KAPITAAL WORDEN OPGENOMEN

 

IN AANMERKING KOMENDE EIGENVERMOGENSINSTRUMENTEN DIE IN HET GECONSOLIDEERDE TIER 2-KAPITAAL WORDEN OPGENOMEN

PRO-MEMORIEPOST:

GOODWILL (–)/(+) NEGATIEVE GOODWILL

WAARVAN: TIER 1-KERNKAPITAAL

WAARVAN: AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

WAARVAN: BIJDRAGEN AAN HET GECONSOLIDEERDE RESULTAAT

WAARVAN: (–) GOODWILL/(+) NEGATIEVE GOODWILL

KAPITAALCONSERVERINGSBUFFER

INSTELLINGSSPECIFIEKE CONTRACYCLISCHE KAPITAALBUFFER

CONSERVERINGSBUFFER ALS GEVOLG VAN MACROPRUDENTIEEL OF SYSTEEMRISICO ONDERKEND OP HET NIVEAU VAN EEN LIDSTAAT

SYSTEEMRISICOBUFFER

BUFFER VOOR WERELDWIJD SYSTEEMRELEVANTE INSTELLINGEN

BUFFER VOOR ANDERE SYSTEEMRELEVANTE INSTELLINGEN

MINDERHEIDSBELANGEN DIE IN HET GECONSOLIDEERDE TIER 1-KERNKAPITAAL WORDEN OPGENOMEN

IN AANMERKING KOMENDE TIER 1-INSTRUMENTEN DIE IN HET GECONSOLIDEERDE AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL WORDEN OPGENOMEN

250

260

270

280

290

300

310

320

330

340

350

360

370

380

390

400

410

420

430

440

450

470

480

010

TOTAAL

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


C 06.02 — SOLVABILITEIT VAN DE GROEP: INFORMATIE OVER VERBONDEN PARTIJEN (GS)

ENTITEITEN DIE IN DE CONSOLIDATIE ZIJN BETROKKEN

INFORMATIE OVER ENTITEITEN DIE ZIJN ONDERWORPEN AAN EIGENVERMOGENSVEREISTEN

INFORMATIE OVER DE BIJDRAGE VAN ENTITEITEN AAN DE SOLVABILITEIT VAN DE GROEP

KAPITAALBUFFERS

NAAM

CODE

LEI-code

INSTELLING OF DAARMEE GELIJKWAARDIG (JA/NEE)

TOEPASSINGSGEBIED VAN DE GEGEVENS: INDIVIDUEEL VOLLEDIG GECONSOLIDEERD (SF) OF INDIVIDUEEL GEDEELTELIJK GECONSOLIDEERD (SP)

LANDENCODE

AANDEEL IN DE DEELNEMING (%)

TOTAAL VAN DE RISICOPOSTEN

 

EIGEN VERMOGEN

 

 

TOTAAL VAN DE RISICOPOSTEN

 

IN AANMERKING KOMEND EIGEN VERMOGEN DAT IN HET GECONSOLIDEERDE EIGEN VERMOGEN WORDT OPGENOMEN

 

GECONSOLIDEERD EIGEN VERMOGEN

 

GECOMBINEERDE BUFFERVEREISTEN

 

KREDIET; TEGENPARTIJKREDIET; VERWATERINGSRISICO'S, NIET-AFGEWIKKELDE TRANSACTIES EN AFWIKKELINGS-/LEVERINGSRISICO

POSITIE-, VALUTA- EN GRONDSTOFFENRISICO'S

OPERATIONEEL RISICO

ANDERE RISICOPOSTEN

 

TOTALE TIER 1-KAPITAAL

 

 

TIER 2-KAPITAAL

 

KREDIET; TEGENPARTIJKREDIET; VERWATERINGSRISICO'S, NIET-AFGEWIKKELDE TRANSACTIES EN AFWIKKELINGS-/LEVERINGSRISICO

POSITIE-, VALUTA- EN GRONDSTOFFENRISICO'S

OPERATIONEEL RISICO

ANDERE RISICOPOSTEN

IN AANMERKING KOMENDE TIER 1-INSTRUMENTEN DIE IN HET GECONSOLIDEERDE TIER 1-KAPITAAL WORDEN OPGENOMEN

 

IN AANMERKING KOMENDE EIGENVERMOGENSINSTRUMENTEN DIE IN HET GECONSOLIDEERDE TIER 2-KAPITAAL WORDEN OPGENOMEN

PRO-MEMORIEPOST:

GOODWILL (–)/(+) NEGATIEVE GOODWILL

WAARVAN: TIER 1-KERNKAPITAAL

WAARVAN: AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

WAARVAN: BIJDRAGEN AAN HET GECONSOLIDEERDE RESULTAAT

WAARVAN: (–) GOODWILL/(+) NEGATIEVE GOODWILL

KAPITAALCONSERVERINGSBUFFER

INSTELLINGSSPECIFIEKE CONTRACYCLISCHE KAPITAALBUFFER

CONSERVERINGSBUFFER ALS GEVOLG VAN MACROPRUDENTIEEL OF SYSTEEMRISICO ONDERKEND OP HET NIVEAU VAN EEN LIDSTAAT

SYSTEEMRISICOBUFFER

BUFFER VOOR WERELDWIJD SYSTEEMRELEVANTE INSTELLINGEN

BUFFER VOOR ANDERE SYSTEEMRELEVANTE INSTELLINGEN

 

TIER 1-KERNKAPITAAL

 

AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

 

MINDERHEIDSBELANGEN DIE IN HET GECONSOLIDEERDE TIER 1-KERNKAPITAAL WORDEN OPGENOMEN

IN AANMERKING KOMENDE TIER 1-INSTRUMENTEN DIE IN HET GECONSOLIDEERDE AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL WORDEN OPGENOMEN

WAARVAN: IN AANMERKING KOMEND EIGEN VERMOGEN

GERELATEERDE EIGENVERMOGENSINSTRUMENTEN, GERELATEERDE INGEHOUDEN WINSTEN EN AGIOREKENINGEN

WAARVAN: IN AANMERKING KOMEND TIER 1-KAPITAAL

GERELATEERDE TIER 1-INSTRUMENTEN, GERELATEERDE INGEHOUDEN WINSTEN EN AGIOREKENINGEN

WAARVAN: MINDERHEIDSBELANGEN:

GERELATEERDE EIGENVERMOGENSINSTRUMENTEN, GERELATEERDE INGEHOUDEN WINSTEN, AGIOREKENINGEN EN ANDERE RESERVES

WAARVAN: IN AANMERKING KOMEND AANVULLEND-TIER 1-KAPITAAL

WAARVAN: IN AANMERKING KOMEND TIER 2-KAPITAAL

010

020

025

030

040

050

060

070

080

090

100

110

120

130

140

150

160

170

180

190

200

210

220

230

240

250

260

270

280

290

300

310

320

330

340

350

360

370

380

390

400

410

420

430

440

450

470

480

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


C 07.00 — KREDIET- EN TEGENPARTIJKREDIETRISICO'S EN NIET-AFGEWIKKELDE TRANSACTIES: STANDAARDBENADERING VAN KAPITAALVEREISTEN (CR SA)

Blootstellingscategorieën volgens de standaardbenadering

 

 

 

 

 

OORSPRONKELIJKE BLOOTSTELLING VÓÓR TOEPASSING VAN OMREKENINGSFACTOREN

(–) WAARDEAANPASSINGEN EN VOORZIENINGEN IN VERBAND MET DE OORSPRONKELIJKE BLOOTSTELLING

BLOOTSTELLING NA VERREKENING VAN WAARDEAANPASSINGEN EN VOORZIENINGEN

KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN MET SUBSTITUTIE-EFFECT OP DE BLOOTSTELLING

NETTOBLOOTSTELLING NA SUBSTITUTIE-EFFECT VAN KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN VÓÓR TOEPASSING VAN OMREKENINGSFACTOREN

KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN DIE OP HET BEDRAG VAN DE BLOOTSTELLING VAN INVLOED ZIJN: VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE UITGEBREIDE BENADERING VAN FINANCIËLE ZEKERHEDEN

VOLLEDIG AANGEPASTE BLOOTSTELLINGSWAARDE (E*)

UITSPLITSING VAN DE VOLLEDIG AANGEPASTE BLOOTSTELLINGSWAARDE VAN POSTEN BUITEN DE BALANSTELLING NAAR OMREKENINGSFACTOR

BLOOTSTELLINGSWAARDE

 

RISICOGEWOGEN POSTEN VÓÓR TOEPASSING VAN DE ONDERSTEUNINGSFACTOR VOOR KMO'S

RISICOGEWOGEN POSTEN NA TOEPASSING VAN DE ONDERSTEUNINGSFACTOR VOOR KMO'S

 

NIET-VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE: AANGEPASTE WAARDEN (Ga)

VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

SUBSTITUTIE VAN DE BLOOTSTELLING VIA KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN

VOLATILITEITSAANPASSING VAN DE BLOOTSTELLING

(–) FINANCIËLE ZEKERHEDEN: GECORRIGEERDE WAARDE (Gvam)

0 %

20 %

50 %

100 %

WAARVAN: VOORTVLOEIENDE UIT TEGENPARTIJKREDIETRISICO

WAARVAN: MET EEN KREDIETBEOORDELING DOOR EEN AANGEWEZEN EKBI

WAARVAN: MET EEN VAN EEN CENTRALE OVERHEID AFKOMSTIGE KREDIETBEOORDELING

(–) GARANTIES

(–) KREDIETDERIVATEN

(–) FINANCIËLE ZEKERHEDEN: EENVOUDIGE BENADERING

(–) OVERIGE VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

(–) TOTALE UITSTROMEN

TOTALE INSTROMEN (+)

 

(-) WAARVAN: VOLATILITEITS- EN LOOPTIJDAANPASSINGEN

010

030

040

050

060

070

080

090

100

110

120

130

140

150

160

170

180

190

200

210

215

220

230

240

010

TOTALE BLOOTSTELLINGEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cel gekoppeld aan CA

 

 

015

waarvan: Blootstellingen ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

020

waarvan: Kmo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

030

waarvan: Blootstellingen onderworpen aan de ondersteuningsfactor voor kmo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

040

waarvan: Gedekt door hypotheken op onroerend goed — Niet-zakelijk onroerend goed

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

050

waarvan: Blootstellingen uit hoofde van het permanent gedeeltelijk gebruik van de standaardbenadering

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

060

waarvan: Blootstellingen in het kader van de standaardbenadering met vooraf verkregen toestemming van de toezichthouder om stapsgewijs de IRB-benadering in te voeren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

UITSPLITSING VAN TOTALE BLOOTSTELLINGEN NAAR SOORT BLOOTSTELLING:

070

Blootstellingen binnen de balanstelling die onderworpen zijn aan kredietrisico

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

080

Blootstellingen buiten de balanstelling die onderworpen zijn aan kredietrisico

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blootstellingen/transacties die onderworpen zijn aan tegenpartijkredietrisico

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

090

Effectenfinancieringstransacties

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

100

waarvan: Centraal gecleard via een gCTP

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

110

Derivaten & transacties met afwikkeling op lange termijn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

120

waarvan: Centraal gecleard via een gCTP

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

130

Ondergebracht in een contractuele productoverstijgende verrekening

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

UITSPLITSING VAN TOTALE BLOOTSTELLINGEN NAAR RISICOGEWICHT:

140

0 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

150

2 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

160

4 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

170

10 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

180

20 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

190

35 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

200

50 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

210

70 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

220

75 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

230

100 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

240

150 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

250

250 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

260

370 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

270

1 250 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

280

Andere risicogewichten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PRO-MEMORIEPOSTEN

290

Blootstellingen die gedekt zijn door hypotheken op zakelijk onroerend goed

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

300

Blootstellingen waarbij sprake is van wanbetaling onderworpen aan een risicogewicht van 100 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

310

Blootstellingen die gedekt zijn door hypotheken op niet-zakelijk onroerend goed

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

320

Blootstellingen waarbij sprake is van wanbetaling onderworpen aan een risicogewicht van 150 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


C.08.01 — KREDIET- EN TEGENPARTIJKREDIETRISICO'S EN NIET-AFGEWIKKELDE TRANSACTIES: IRB-BENADERING VAN KAPITAALVEREISTEN (CR IRB 1)

IRB-blootstellingscategorie:

 

 

Eigen LGD-ramingen en/of omrekeningsfactoren:

 

 

 

INTERNERATINGSYSTEEM

OORSPRONKELIJKE BLOOTSTELLING VÓÓR TOEPASSING VAN OMREKENINGSFACTOREN

KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN MET SUBSTITUTIE-EFFECT OP DE BLOOTSTELLING

BLOOTSTELLING NA SUBSTITUTIE-EFFECT VAN KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN EN VÓÓR TOEPASSING VAN OMREKENINGSFACTOREN

 

BLOOTSTELLINGSWAARDE

 

IN LGD-RAMINGEN IN AANMERKING GENOMEN KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN, MET UITZONDERING VAN DE DOUBLE DEFAULTBEHANDELING

ONDERWORPEN AAN DE DOUBLE DEFAULTBEHANDELING

NAAR BLOOTSTELLING GEWOGEN GEMIDDELDE LGD (%)

NAAR BLOOTSTELLING GEWOGEN GEMIDDELDE LGD (%) VOOR GROTE ENTITEITEN UIT DE FINANCIËLE SECTOR EN NIET-GEREGLEMENTEERDE FINANCIËLE ENTITEITEN

NAAR BLOOTSTELLING GEWOGEN GEMIDDELDE LOOPTIJDWAARDE (DAGEN)

RISICOGEWOGEN POSTEN VÓÓR TOEPASSING VAN DE ONDERSTEUNINGSFACTOR VOOR KMO'S

RISICOGEWOGEN POSTEN NA TOEPASSING VAN DE ONDERSTEUNINGSFACTOR VOOR KMO'S

PRO-MEMORIEPOSTEN:

NIET-VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

(–) OVERIGE VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

SUBSTITUTIE VAN DE BLOOTSTELLING VIA KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN

GEBRUIK VAN EIGEN LGD-RAMINGEN:

NIET-VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

NIET-VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

VERWACHTE VERLIESPOST

(–) WAARDEAANPASSINGEN EN VOORZIENINGEN

AANTAL DEBITEUREN

AAN DE DEBITEURENKLASSE OF -GROEP TOEGEKENDE PD (%)

 

WAARVAN: GROTE ENTITEITEN UIT DE FINANCIËLE SECTOR EN NIET-GEREGLEMENTEERDE FINANCIËLE ENTITEITEN

(–) GARANTIES

(–) KREDIETDERIVATEN

(–) TOTALE UITSTROMEN

TOTALE INSTROMEN (+)

WAARVAN: POSTEN BUITEN DE BALANSTELLING

WAARVAN: POSTEN BUITEN DE BALANSTELLING

WAARVAN: VOORTVLOEIENDE UIT TEGENPARTIJKREDIETRISICO

WAARVAN: GROTE ENTITEITEN UIT DE FINANCIËLE SECTOR EN NIET-GEREGLEMENTEERDE FINANCIËLE ENTITEITEN

GARANTIES

KREDIETDERIVATEN

GEBRUIK VAN EIGEN LGD-RAMINGEN:

OVERIGE VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

TOELAATBARE FINANCIËLE ZEKERHEDEN

ANDERE TOELAATBARE ZEKERHEDEN

 

WAARVAN: GROTE ENTITEITEN UIT DE FINANCIËLE SECTOR EN NIET-GEREGLEMENTEERDE FINANCIËLE ENTITEITEN

ONROEREND GOED

ANDERE FYSIEKE ZEKERHEDEN

KORTLOPENDE VORDERINGEN

010

020

030

040

050

060

070

080

090

100

110

120

130

140

150

160

170

180

190

200

210

220

230

240

250

255

260

270

280

290

300

010

TOTALE BLOOTSTELLINGEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cel gekoppeld aan CA

 

 

 

 

015

waarvan: Blootstellingen onderworpen aan de ondersteuningsfactor voor kmo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

UITSPLITSING VAN TOTALE BLOOTSTELLINGEN NAAR SOORT BLOOTSTELLING:

020

Balansposten die onderworpen zijn aan kredietrisico

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

030

Posten buiten de balanstelling die onderworpen zijn aan kredietrisico

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blootstellingen/transacties die onderworpen zijn aan tegenpartijkredietrisico

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

040

Effectenfinancieringstransacties

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

050

Derivaten & transacties met afwikkeling op lange termijn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

060

Ondergebracht in een contractuele productoverstijgende verrekening

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

070

IN DEBITEURENKLASSEN OF -GROEPEN ONDERGEBRACHTE BLOOTSTELLINGEN: TOTAAL

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

080

CRITERIA VOOR HET ONDERBRENGEN VAN GESPECIALISEERDE KREDIETVERLENING: TOTAAL

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

UITSPLITSING NAAR RISICOGEWICHT VAN TOTALE BLOOTSTELLINGEN UIT HOOFDE VAN GESPECIALISEERDE KREDIETVERLENING:

090

RISICOGEWICHT: 0 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

100

50 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

110

70 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

120

Waarvan: in categorie 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

130

90 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

140

115 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

150

250 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

160

ALTERNATIEVE BEHANDELING: GEDEKT DOOR ONROEREND GOED

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

170

BLOOTSTELLINGEN VOORTVLOEIEND UIT NIET-AFGEWIKKELDE TRANSACTIES ONDER TOEPASSING VAN RISICOGEWICHTEN KRACHTENS DE ALTERNATIEVE BEHANDELING OF VAN EEN RISICOGEWICHT VAN 100 % EN ANDERE BLOOTSTELLINGEN WAAROP EEN RISICOGEWICHT WORDT TOEGEPAST

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

180

VERWATERINGSRISICO: TOTAAL GEKOCHTE KORTLOPENDE VORDERINGEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


C.08.02 — KREDIET- EN TEGENPARTIJKREDIETRISICO'S EN NIET-AFGEWIKKELDE TRANSACTIES: IRB-BENADERING VAN KAPITAALVEREISTEN: UITSPLITSING NAAR DEBITEURENKLASSE OF -GROEP (CR IRB 2)

IRB-blootstellingscategorie:

 

 

Eigen LGD-ramingen en/of omrekeningsfactoren:

 

 

DEBITEURENKLASSE (IDENTIFICATIECODE VAN EEN RIJ)

INTERNERATINGSYSTEEM

OORSPRONKELIJKE BLOOTSTELLING VÓÓR TOEPASSING VAN OMREKENINGSFACTOREN

KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN MET SUBSTITUTIE-EFFECT OP DE BLOOTSTELLING

BLOOTSTELLING NA SUBSTITUTIE-EFFECT VAN KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN EN VÓÓR TOEPASSING VAN OMREKENINGSFACTOREN

 

BLOOTSTELLINGSWAARDE

 

IN LGD-RAMINGEN IN AANMERKING GENOMEN KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN, MET UITZONDERING VAN DE DOUBLE DEFAULTBEHANDELING

ONDERWORPEN AAN DE DOUBLE DEFAULTBEHANDELING

NAAR BLOOTSTELLING GEWOGEN GEMIDDELDE LGD (%)

NAAR BLOOTSTELLING GEWOGEN GEMIDDELDE LGD (%) VOOR GROTE ENTITEITEN UIT DE FINANCIËLE SECTOR EN NIET-GEREGLEMENTEERDE FINANCIËLE ENTITEITEN

NAAR BLOOTSTELLING GEWOGEN GEMIDDELDE LOOPTIJDWAARDE (DAGEN)

RISICOGEWOGEN POSTEN VÓÓR KMO-FACTOR

RISICOGEWOGEN POSTEN NA KMO-FACTOR

PRO-MEMORIEPOSTEN:

NIET-VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

(–) OVERIGE VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

SUBSTITUTIE VAN DE BLOOTSTELLING VIA KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN

GEBRUIK VAN EIGEN LGD-RAMINGEN:

NIET-VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

NIET-VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

VERWACHTE VERLIESPOST

(–) WAARDEAANPASSINGEN EN VOORZIENINGEN

AANTAL DEBITEUREN

AAN DE DEBITEURENKLASSE OF -GROEP TOEGEKENDE PD (%)

 

WAARVAN: GROTE ENTITEITEN UIT DE FINANCIËLE SECTOR EN NIET-GEREGLEMENTEERDE FINANCIËLE ENTITEITEN

(–) GARANTIES

(–) KREDIETDERIVATEN

(–) TOTALE UITSTROMEN

TOTALE INSTROMEN (+)

WAARVAN: POSTEN BUITEN DE BALANSTELLING

WAARVAN: POSTEN BUITEN DE BALANSTELLING

WAARVAN: VOORTVLOEIENDE UIT TEGENPARTIJKREDIETRISICO

WAARVAN: GROTE ENTITEITEN UIT DE FINANCIËLE SECTOR EN NIET-GEREGLEMENTEERDE FINANCIËLE ENTITEITEN

GARANTIES

KREDIETDERIVATEN

GEBRUIK VAN EIGEN LGD-RAMINGEN:

OVERIGE VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

TOELAATBARE FINANCIËLE ZEKERHEDEN

ANDERE TOELAATBARE ZEKERHEDEN

 

WAARVAN: GROTE ENTITEITEN UIT DE FINANCIËLE SECTOR EN NIET-GEREGLEMENTEERDE FINANCIËLE ENTITEITEN

ONROEREND GOED

ANDERE FYSIEKE ZEKERHEDEN

KORTLOPENDE VORDERINGEN

005

010

020

030

040

050

060

070

080

090

100

110

120

130

140

150

160

170

180

190

200

210

220

230

240

250

255

260

270

280

290

300

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


C 09.01 — GEOGRAFISCHE UITSPLITSING VAN BLOOTSTELLINGEN NAAR VESTIGINGSPLAATS VAN DE DEBITEUR: BLOOTSTELLINGEN IN HET KADER VAN DE STANDAARDBENADERING (CR GB 1)

Land:

 

 

 

 

OORSPRONKELIJKE BLOOTSTELLING VÓÓR TOEPASSING VAN OMREKENINGSFACTOREN

Blootstellingen ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan

In de periode waargenomen nieuwe gevallen van wanbetaling

Algemene kredietrisicoaanpassingen

Specifieke kredietrisicoaanpassingen

Waarvan: afschrijvingen

Kredietrisicoaanpassingen/afschrijvingen voor waargenomen nieuwe gevallen van wanbetaling

BLOOTSTELLINGSWAARDE

RISICOGEWOGEN POSTEN VÓÓR TOEPASSING VAN DE ONDERSTEUNINGSFACTOR VOOR KMO'S

RISICOGEWOGEN POSTEN NA TOEPASSING VAN DE ONDERSTEUNINGSFACTOR VOOR KMO'S

010

020

040

050

055

060

070

075

080

090

010

Centrale overheden of centrale banken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

020

Regionale of lokale overheden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

030

Entiteiten uit de publieke sector

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

040

Multilaterale ontwikkelingsbanken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

050

Internationale organisaties

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

060

Instellingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

070

Ondernemingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

075

waarvan: Kmo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

080

Particulieren en kleine partijen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

085

waarvan: Kmo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

090

Gedekt door hypotheken op onroerend goed

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

095

waarvan: Kmo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

100

Blootstellingen waarbij sprake is van wanbetaling

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

110

Blootstellingen met een bijzonder hoog risico

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

120

Gedekte obligaties

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

130

Blootstellingen met betrekking tot instellingen en ondernemingen met een kredietbeoordeling voor de korte termijn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

140

Instellingen voor collectieve belegging (icb's)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

150

Blootstellingen in aandelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

160

Overige blootstellingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

170

Totale blootstellingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


C 09.02 — GEOGRAFISCHE UITSPLITSING VAN BLOOTSTELLINGEN NAAR VESTIGINGSPLAATS VAN DE DEBITEUR: BLOOTSTELLINGEN IN HET KADER VAN DE IRB-BENADERING (CR GB 2)

Land:

 

 

 

 

OORSPRONKELIJKE BLOOTSTELLING VÓÓR TOEPASSING VAN OMREKENINGSFACTOREN

Waarvan: in wanbetaling

In de periode waargenomen nieuwe gevallen van wanbetaling

Algemene kredietrisicoaanpassingen

Specifieke kredietrisicoaanpassingen

Waarvan: afschrijvingen

Kredietrisicoaanpassingen/afschrijvingen voor waargenomen nieuwe gevallen van wanbetaling

AAN DE DEBITEURENKLASSE OF -GROEP TOEGEKENDE PD (%)

NAAR BLOOTSTELLING GEWOGEN GEMIDDELDE LGD (%)

Waarvan: in wanbetaling

BLOOTSTELLINGSWAARDE

RISICOGEWOGEN POSTEN VÓÓR TOEPASSING VAN DE ONDERSTEUNINGSFACTOR VOOR KMO'S

Waarvan: in wanbetaling

RISICOGEWOGEN POSTEN NA TOEPASSING VAN DE ONDERSTEUNINGSFACTOR VOOR KMO'S

VERWACHTE VERLIESPOST

010

030

040

050

055

060

070

080

090

100

105

110

120

125

130

010

Centrale overheden of centrale banken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

020

Instellingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

030

Ondernemingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

040

Waarvan: Gespecialiseerde kredietverlening

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

042

Waarvan: Gespecialiseerde kredietverlening (met uitsluiting van gespecialiseerde kredietverlening waarvoor criteria voor het onderbrengen ervan gelden)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

045

Waarvan: Gespecialiseerde kredietverlening waarvoor criteria voor het onderbrengen ervan gelden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

050

Waarvan: Kmo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

060

Particulieren en kleine partijen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

070

Gedekt door onroerend goed

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

080

Kmo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

090

Niet-kmo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

100

Gekwalificeerd revolverend

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

110

Andere particulieren en kleine partijen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

120

Kmo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

130

Niet-kmo's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

140

Aandelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

150

Totale blootstellingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


C 09.04 — UITSPLITSING VAN RELEVANTE KREDIETBLOOTSTELLINGEN TEN BEHOEVE VAN DE BEREKENING VAN DE CONTRACYCLISCHE BUFFER PER LAND EN HET INSTELLINGSSPECIFIEKE CONTRACYCLISCHE BUFFERPERCENTAGE

Land:

 

 

 

 

Bedrag

Percentage

Kwalitatieve informatie

010

020

030

Relevante kredietblootstellingen — Kredietrisico

 

010

Blootstellingswaarde in het kader van de standaardbenadering

 

 

 

020

Blootstellingswaarde in het kader van de IRB-benadering

 

 

 

Relevante kredietblootstellingen — Marktrisico

 

030

Som van long- en shortposities van blootstellingen in de handelsportefeuille voor standaardbenaderingen

 

 

 

040

Waarde van blootstellingen in de handelsportefeuille voor interne modellen

 

 

 

Relevante kredietblootstellingen — Securitisatie

 

050

Blootstellingswaarde van securitisatieposities in de bankportefeuille in het kader van de standaardbenadering

 

 

 

060

Blootstellingswaarde van securitisatieposities in de bankportefeuille in het kader van de IRB-benadering

 

 

 

Eigenvermogensvereisten en wegingen

 

070

Totale eigenvermogensvereisten voor het contracylische bufferpercentage

 

 

 

080

Eigenvermogensvereisten voor relevante kredietblootstellingen — Kredietrisico

 

 

 

090

Eigenvermogensvereisten voor relevante kredietblootstellingen — Marktrisico

 

 

 

100

Eigenvermogensvereisten voor relevante kredietblootstellingen — Securitisatieposities in de bankportefeuille

 

 

 

110

Wegingen van eigenvermogensvereisten

 

 

 

Contracyclische kapitaalbufferpercentages

 

120

Contracylisch kapitaalbufferpercentage vastgesteld door de aangewezen autoriteit

 

 

 

130

Contracyclisch kapitaalbufferpercentage toepasselijk voor het land van de instelling

 

 

 

140

Instellingsspecifiek contracyclisch kapitaalbufferpercentage

 

 

 

Gebruik van de 2 %-drempel

 

150

Gebruik van 2 %-drempel voor algemene kredietblootstelling

 

 

 

160

Gebruik van 2 %-drempel voor blootstelling in de handelsportefeuille

 

 

 


C 10.01 — KREDIETRISICO: AANDELEN — IRB-BENADERINGEN VAN KAPITAALVEREISTEN (CR EQU IRB 1)

 

INTERNERATINGSYSTEEM

OORSPRONKELIJKE BLOOTSTELLING VÓÓR TOEPASSING VAN OMREKENINGSFACTOREN

KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN MET SUBSTITUTIE-EFFECT OP DE BLOOTSTELLING

BLOOTSTELLINGSWAARDE

NAAR BLOOTSTELLING GEWOGEN GEMIDDELDE LGD (%)

RISICOGEWOGEN POSTEN

PRO-MEMORIEPOST:

NIET-VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

SUBSTITUTIE VAN DE BLOOTSTELLING VIA KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN

VERWACHTE VERLIESPOST

AAN DE DEBITEURENKLASSE TOEGEKENDE PD (%)

(–) GARANTIES

(–) KREDIETDERIVATEN

(–) TOTALE UITSTROMEN

010

020

030

040

050

060

070

080

090

010

TOTALE BLOOTSTELLINGEN IN AANDELEN VOLGENS DE IRB-BEOORDELING

 

 

 

 

 

 

 

Cel gekoppeld aan CA

 

020

PD/LGD-BENADERING: TOTAAL

 

 

 

 

 

 

 

 

 

050

EENVOUDIGE RISICOGEWICHTBENADERING: TOTAAL

 

 

 

 

 

 

 

 

 

060

UITSPLITSING VAN TOTALE BLOOTSTELLINGEN NAAR RISICOGEWICHT IN HET KADER VAN DE EENVOUDIGE RISICOGEWICHTBENADERING

070

RISICOGEWICHT: 190 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

080

290 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

090

370 %

 

 

 

 

 

 

 

 

 

100

INTERNEMODELLENBENADERING

 

 

 

 

 

 

 

 

 

110

BLOOTSTELLINGEN IN AANDELEN WAAROP RISICOGEWICHTEN WORDEN TOEGEPAST

 

 

 

 

 

 

 

 

 


C 10.02 — KREDIETRISICO: AANDELEN — IRB-BENADERINGEN VAN KAPITAALVEREISTEN. UITSPLITSING VAN TOTALE BLOOTSTELLINGEN NAAR DEBITEURENKLASSE IN HET KADER VAN DE PD/LGD-BENADERING (CR EQU IRB 2)

DEBITEURENKLASSE

(IDENTIFICATIECODE VAN EEN RIJ)

INTERNERATINGSYSTEEM

OORSPRONKELIJKE BLOOTSTELLING VÓÓR TOEPASSING VAN OMREKENINGSFACTOREN

KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN MET SUBSTITUTIE-EFFECT OP DE BLOOTSTELLING

BLOOTSTELLINGSWAARDE

NAAR BLOOTSTELLING GEWOGEN GEMIDDELDE LGD (%)

RISICOGEWOGEN POSTEN

PRO-MEMORIEPOST:

NIET-VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

SUBSTITUTIE VAN DE BLOOTSTELLING VIA KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN

VERWACHTE VERLIESPOST

AAN DE DEBITEURENKLASSE TOEGEKENDE PD (%)

(–) GARANTIES

(–) KREDIETDERIVATEN

(–) TOTALE UITSTROMEN

005

010

020

030

040

050

060

070

080

090

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


C 11.00 — AFWIKKELINGS-/LEVERINGSRISICO (CR SETT)

 

NIET-AFGEWIKKELDE TRANSACTIES TEGEN AFWIKKELINGSPRIJS

BLOOTSTELLING IN VERBAND MET PRIJSVERSCHIL ALS GEVOLG VAN NIET-AFGEWIKKELDE TRANSACTIES

EIGENVERMOGENSVEREISTEN

TOTAAL VAN DE RISICOPOSTEN VOOR AFWIKKELINGSRISICO

010

020

030

040

010

Totaal van niet-afgewikkelde transacties in de niet-handelsportefeuille

 

 

 

Cel gekoppeld aan CA

020

Transacties met maximaal vier dagen vertraagde afwikkeling (factor 0 %)

 

 

 

 

030

Transacties met tussen 5 en 15 dagen vertraagde afwikkeling (factor 8 %)

 

 

 

 

040

Transacties met tussen 16 en 30 dagen vertraagde afwikkeling (factor 50 %)

 

 

 

 

050

Transacties met tussen 31 en 45 dagen vertraagde afwikkeling (factor 75 %)

 

 

 

 

060

Transacties met meer dan 46 dagen vertraagde afwikkeling (factor 100 %)

 

 

 

 

070

Totaal van niet-afgewikkelde transacties in de handelsportefeuille

 

 

 

Cel gekoppeld aan CA

080

Transacties met maximaal vier dagen vertraagde afwikkeling (factor 0 %)

 

 

 

 

090

Transacties met tussen 5 en 15 dagen vertraagde afwikkeling (factor 8 %)

 

 

 

 

100

Transacties met tussen 16 en 30 dagen vertraagde afwikkeling (factor 50 %)

 

 

 

 

110

Transacties met tussen 31 en 45 dagen vertraagde afwikkeling (factor 75 %)

 

 

 

 

120

Transacties met meer dan 46 dagen vertraagde afwikkeling (factor 100 %)

 

 

 

 


C 12.00 — KREDIETRISICO: SECURITISATIES — STANDAARDBENADERING VAN EIGENVERMOGENSVEREISTEN (CR SEC SA)

 

TOTAALBEDRAG VAN GEÏNITIEERDE GESECURITISEERDE BLOOTSTELLINGEN

SYNTHETISCHE SECURITISATIES: KREDIETPROTECTIE VOOR GESECURITISEERDE BLOOTSTELLINGEN

SECURITISATIEPOSITIES

(–) WAARDEAANPASSINGEN EN VOORZIENINGEN

BLOOTSTELLING NA VERREKENING VAN WAARDEAANPASSINGEN EN VOORZIENINGEN

KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN MET SUBSTITUTIE-EFFECT OP DE BLOOTSTELLING

NETTOBLOOTSTELLING NA SUBSTITUTIE-EFFECT VAN KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN VÓÓR TOEPASSING VAN OMREKENINGSFACTOREN

(–) KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN DIE OP HET BEDRAG VAN DE BLOOTSTELLING VAN INVLOED ZIJN: VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE, AANGEPASTE WAARDE IN HET KADER VAN DE UITGEBREIDE BENADERING VAN FINANCIËLE ZEKERHEDEN (Gvam)

VOLLEDIG AANGEPASTE BLOOTSTELLINGSWAARDE (E*)

UITSPLITSING VAN DE VOLLEDIG AANGEPASTE BLOOTSTELLINGSWAARDE (E*) VAN POSTEN BUITEN DE BALANSTELLING NAAR OMREKENINGSFACTOR

BLOOTSTELLINGSWAARDE

 

UITSPLITSING VAN DE BLOOTSTELLINGSWAARDE WAAROP RISICOGEWICHTEN WORDEN TOEGEPAST

UITSPLITSING VAN DE BLOOTSTELLINGSWAARDE WAAROP RISICOGEWICHTEN WORDEN TOEGEPAST

RISICOGEWOGEN POSTEN

ALGEHEEL EFFECT (CORRECTIE) ALS GEVOLG VAN OVERTREDING VAN DE DUEDILIGENCEBEPALINGEN

AANPASSING RISICOGEWOGEN POSTEN IN VERBAND MET LOOPTIJDMISMATCHES

TOTAAL VAN RISICOGEWOGEN POSTEN

PRO-MEMORIEPOST:

RISICOGEWOGEN POSTEN OVEREENKOMEND MET DE UITSTROMEN VAN DE SECURITISATIE IN HET KADER VAN DE STANDAARDBENADERING NAAR ANDERE BLOOTSTELLINGSCATEGORIEËN

(-) VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE (Cva)

(–) TOTALE UITSTROMEN

BEHOUDEN OF TERUGGEKOCHT NOTIONEEL BEDRAG VAN KREDIETPROTECTIE

OORSPRONKELIJKE BLOOTSTELLING VÓÓR TOEPASSING VAN OMREKENINGSFACTOREN

(–) NIET-VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE: AANGEPASTE WAARDEN (Ga)

(–) VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE

SUBSTITUTIE VAN DE BLOOTSTELLING VIA KREDIETRISICOLIMITERINGSTECHNIEKEN

0 %

> 0 % en <= 20 %

> 20 % en <= 50 %

> 50 % en <= 100 %

(-) AFGETROKKEN VAN HET EIGEN VERMOGEN

WAAROP RISICOGEWICHTEN WORDEN TOEGEPAST

MET RATING

(KREDIETKWALITEITSCATEGORIEËN)

1 250 %

DOORKIJKBENADERING

INTERNEBEOORDELINGSBENADERING

(-) VOOR NIET-VOLGESTORTE KREDIETPROTECTIE GECORRIGEERDE WAARDEN (G*)

(–) TOTALE UITSTROMEN

TOTALE INSTROMEN

CQS 1

CQS 2

CQS 3

CQS 4

ALLE ANDERE KWALITEITSCATEGORIEËN

ZONDER RATING

 

WAARVAN: TWEEDE VERLIES IN HET KADER VAN EEN ABCP-PROGRAMMA

WAARVAN: GEMIDDELD RISICOGEWICHT (%)

 

GEMIDDELD RISICOGEWICHT (%)

 

WAARVAN: SYNTHETISCHE SECURITISATIES

VOOR BEGRENZING

NA BEGRENZING

010

020

030

040

050

060

070

080

090

100

110

120

130

140

150

160

170

180

190

200

210

220

230

240

250

260

270

280

290

300

310

320

330

340

350

360

370

380

390

010

TOTALE BLOOTSTELLINGEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cel gekoppeld aan CA

 

020

WAARVAN: HERSECURITISATIES

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cel gekoppeld aan CA

 

030

INITIATOR: TOTALE BLOOTSTELLINGEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

040

POSTEN BINNEN DE BALANSTELLING

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

050

SECURITISATIES

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

060

HERSECURITISATIES

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

070

POSTEN BUITEN DE BALANSTELLING EN DERIVATEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

080

SECURITISATIES

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

090

HERSECURITISATIES

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

100

VERVROEGDE AFLOSSING