31.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 87/229


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/583 VAN DE COMMISSIE

van 14 juli 2016

tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten in financiële instrumenten wat betreft technische reguleringsnormen inzake transparantievereisten voor handelsplatforms en beleggingsondernemingen ten aanzien van obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 1, lid 8, artikel 9, lid 5, artikel 11, lid 4, artikel 21, lid 5, en artikel 22, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Een hoge mate van transparantie is van essentieel belang om ervoor te zorgen dat beleggers adequaat worden geïnformeerd over de daadwerkelijke omvang van feitelijke en potentiële transacties in obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten, ongeacht of deze transacties worden uitgevoerd op gereglementeerde markten, via multilaterale handelsfaciliteiten of georganiseerdehandelsfaciliteiten of door beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling, of buiten deze faciliteiten. Deze hoge mate van transparantie moet ook zorgen voor een gelijk speelveld tussen handelsplatforms, zodat wordt vermeden dat het koersvormingsmechanisme voor specifieke financiële instrumenten als gevolg van de fragmentatie van liquiditeit wordt verstoord en beleggers daarvan nadeel ondervinden.

(2)

Tegelijkertijd is het essentieel om te erkennen dat zich omstandigheden kunnen voordoen waarin het noodzakelijk kan blijken om ontheffing van verplichtingen inzake transparantie vóór de handel of uitstel van verplichtingen inzake transparantie na de handel te verlenen teneinde te vermijden dat afbreuk wordt gedaan aan liquiditeit als onbedoeld gevolg van verplichtingen om transacties openbaar te maken en op die manier risicoposities publiek te maken. Daarom is het passend om de precieze omstandigheden waarin ontheffing van verplichtingen inzake transparantie vóór de handel of uitstel van verplichtingen inzake transparantie na de handel kan worden verleend nader te omschrijven.

(3)

De bepalingen van deze verordening houden nauw verband met elkaar, aangezien ze de vereisten inzake transparantie vóór en na de handel die van toepassing zijn op de handel in andere financiële instrumenten dan eigenvermogensinstrumenten specificeren. Ten behoeve van de samenhang tussen deze bepalingen, die tegelijkertijd in werking moeten treden, en om belanghebbenden, en meer bepaald diegenen voor wie deze verplichtingen gelden, een volledig beeld van deze bepalingen te bieden, is het nodig deze technische reguleringsnormen in één enkele verordening op te nemen.

(4)

Wanneer bevoegde autoriteiten ontheffingen verlenen ten aanzien van transparantievereisten vóór de handel of toestemming verlenen voor uitstel van transparantieverplichtingen na de handel, moeten ze alle gereglementeerde markten, multilaterale handelsfaciliteiten of georganiseerdehandelsfaciliteiten en beleggingsondernemingen die buiten handelsplatforms handelen gelijk en op een niet-discriminerende wijze behandelen.

(5)

Het is passend om een beperkt aantal technische termen te verduidelijken. Deze technische definities zijn noodzakelijk om de uniforme toepassing in de Unie van de in deze verordening vervatte bepalingen te waarborgen en op die manier bij te dragen tot de instelling van één enkel wetboek inzake financiële diensten in de Unie. Deze definities dienen uitsluitend het doel om de verplichtingen inzake transparantie van andere financiële instrumenten dan eigenvermogensinstrumenten vast te stellen, en de toepassing ervan moet strikt worden beperkt tot deze verordening.

(6)

Exchange-traded commodities (hierna „ETC's” genoemd) en exchange-traded notes (hierna „ETN's” genoemd) die onder deze verordening vallen, moeten als gevolg van hun juridische structuur worden beschouwd als schuldinstrumenten. Aangezien ze echter op vergelijkbare wijze worden verhandeld als exchange-traded funds (hierna „ETF's” genoemd), moeten soortgelijke transparantievoorschriften worden toegepast als die welke voor ETF's gelden.

(7)

In overeenstemming met Verordening (EU) nr. 600/2014 moet een aantal instrumenten worden geacht in aanmerking te komen voor een ontheffing van transparantie vóór de handel voor instrumenten waarvoor geen liquide markt bestaat. Deze vereiste moet ook van toepassing zijn op onder de clearingverplichting vallende derivaten die niet zijn onderworpen aan de handelsverplichting, evenals op obligaties, gestructureerde financiële producten en emissierechten die niet liquide zijn.

(8)

Een handelsplatform dat een prijsaanvraagsysteem exploiteert, moet de vaste bied- en laatprijzen of blijken van belangstelling die aanleiding geven tot actie en de diepte van de handel tegen deze prijzen uiterlijk op het moment dat de verzoeker volgens de regels van het systeem een transactie kan uitvoeren, openbaar maken. Dit moet ervoor zorgen dat leden of deelnemers die als eerste hun koers aan de verzoeker verstrekken niet in het nadeel zijn.

(9)

De meeste liquide gedekte obligaties zijn hypotheekobligaties die zijn uitgegeven om leningen te verstrekken voor de financiering van de aankoop van woningen door particuliere personen en waarvan de gemiddelde waarde rechtstreeks is gerelateerd aan de waarde van de lening. In de markt voor gedekte obligaties zorgen liquiditeitsverschaffers ervoor dat professionele beleggers die omvangrijke transacties uitvoeren worden gematcht met huiseigenaars die kleine transacties verrichten. Om verstoring van deze functie en eventuele nadelige gevolgen voor huiseigenaars te voorkomen, moet de voor het instrument specifieke omvang waarboven liquiditeitsverschaffers kunnen profiteren van een ontheffing van transparantie vóór de handel worden vastgesteld op de handelsomvang waaronder 40 % van de transacties ligt, aangezien deze handelsomvang wordt geacht de gemiddelde huizenprijs te weerspiegelen.

(10)

Informatie die zo dicht mogelijk bij realtime beschikbaar moet worden gesteld, moet zo snel als technisch haalbaar is beschikbaar worden gesteld, uitgaande van een redelijk niveau van efficiëntie en van uitgaven aan systemen voor de goedgekeurde publicatieregeling (approved publication arrangement, APA) bij de betrokken marktdeelnemer of beleggingsonderneming. De openbaarmaking van de informatie mag alleen dicht bij de voorgeschreven maximumtijdslimiet plaatsvinden in uitzonderlijke gevallen waarin de beschikbare systemen geen openbaarmaking binnen een kortere tijdsspanne mogelijk maken.

(11)

Beleggingsondernemingen moeten de gegevens van buiten een handelsplatform uitgevoerde transacties via een APA openbaar maken. Deze verordening moet omschrijven hoe beleggingsondernemingen hun transacties rapporteren via APA's en moet van toepassing zijn in samenhang met Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/571 van de Commissie (2).

(12)

De mogelijkheid tot nadere omschrijving van de toepassing van de verplichting tot openbaarmaking na de handel van tussen twee beleggingsondernemingen, met inbegrip van beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling, uitgevoerde transacties in obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten die worden bepaald door andere factoren dan de actuele marktwaardering, zoals de overdracht van financiële instrumenten als onderpand, wordt beschreven in Verordening (EU) nr. 600/2014. Deze transacties dragen niet bij tot het koersvormingsmechanisme of ze brengen het risico met zich mee dat het beeld voor beleggers wordt vertroebeld of staan een beste uitvoering in de weg, en daarom worden de transacties die worden bepaald door andere factoren dan de actuele marktwaardering in deze verordening nader omschreven.

(13)

Beleggingsondernemingen verrichten vaak, hetzij voor eigen rekening, hetzij namens cliënten, transacties in derivaten en andere financiële instrumenten of activa die een aantal onderling samenhangende, van elkaar afhankelijke transacties omvatten. Dergelijke pakkettransacties stellen beleggingsondernemingen en hun cliënten in staat om hun risico's beter te beheren, waarbij de prijs van elke component van de pakkettransacties het totale risicoprofiel van het pakket weerspiegelt in plaats van de heersende marktprijs van elke component. Pakkettransacties kunnen verschillende vormen aannemen, zoals exchange for physicals (hierna „EFP's” genoemd), op handelsplatforms uitgevoerde handelsstrategieën of op maat gemaakte pakkettransacties, en het is belangrijk om deze specifieke vormen in aanmerking te nemen bij het kalibreren van het toepasselijke transparantieregime. Daarom is het passend om, voor de doeleinden van deze verordening, de voorwaarden voor de toepassing van uitstel van transparantie na de handel op pakkettransacties te specificeren. Deze regelingen moeten niet beschikbaar zijn voor transacties die in het kader van de normale bedrijfsvoering worden uitgevoerd om financiële instrumenten af te dekken.

(14)

EFP's maken integraal deel uit van de financiële markten en maken het voor marktdeelnemers mogelijk om transacties met exchange-traded derivaten uit te voeren die rechtstreeks zijn gekoppeld aan een transactie in de onderliggende fysieke markt. Het gebruik hiervan is wijdverspreid en omvat een veelheid aan actoren, zoals landbouwers, producenten, fabrikanten en verwerkers van grondstoffen. Een EFP-transactie zal doorgaans plaatsvinden wanneer een verkoper van een fysiek activum zijn bijbehorende afdekkingspositie in een derivatencontract met de koper van het fysieke activum probeert te liquideren, wanneer deze laatste ook een bijbehorende afdekking in hetzelfde derivatencontract blijkt te hebben. Dergelijke transacties vergemakkelijken derhalve de efficiënte liquidatie van afdekkingsposities die niet langer noodzakelijk zijn.

(15)

Met betrekking tot buiten de regels van een handelsplatform uitgevoerde transacties is het essentieel om te verduidelijken welke beleggingsonderneming een transactie openbaar moet maken in gevallen waarin beide partijen bij de transactie in de Unie gevestigde beleggingsondernemingen zijn, zodat de openbaarmaking van transacties wordt gewaarborgd zonder dat deze tweemaal plaatsvindt. De verantwoordelijkheid om een transactie openbaar te maken, moet daarom altijd berusten bij de verkopende beleggingsonderneming, tenzij slechts één van de tegenpartijen een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling is en deze de koper is.

(16)

Wanneer slechts één van de tegenpartijen een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling in een gegeven financieel instrument is en ook de kopende onderneming voor dat instrument is, moet deze verantwoordelijk zijn voor het openbaar maken van de transactie, aangezien cliënten dat verwachten en de beleggingsonderneming beter geplaatst is om het rapportageveld in te vullen onder vermelding van haar status van beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling. Om ervoor te zorgen dat een transactie maar één keer wordt gepubliceerd, moet de beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling de andere partij meedelen dat zij de transactie openbaar maakt.

(17)

Om de openbaarmaking van één enkele transactie als meerdere transacties te voorkomen en rechtszekerheid te bieden ten aanzien van de vraag welke beleggingsonderneming verantwoordelijk is voor de openbaarmaking van een transactie, is het belangrijk om de huidige normen voor de openbaarmaking van als opeenvolgende handelstransacties uitgevoerde transacties te handhaven. Twee gematchte handelstransacties die gelijktijdig tegen dezelfde prijs met eenzelfde partij als tussenpersoon worden uitgevoerd, moeten als één enkele transactie openbaar worden gemaakt.

(18)

Verordening (EU) nr. 600/2014 stelt bevoegde autoriteiten in staat om de openbaarmaking van aanvullende gegevens te vereisen wanneer voor de openbaarmaking van informatie uitstel is verleend, of om uitstel voor een langere tijdspanne toe te staan. Om bij te dragen tot de uniforme toepassing van deze bepalingen in de Unie moeten de voorwaarden en criteria op grond waarvan aanvullend uitstel kan worden verleend door bevoegde autoriteiten worden ingekaderd.

(19)

De handel in veel andere financiële instrumenten dan eigenvermogensinstrumenten, en in het bijzonder in derivaten, is episodisch, variabel en onderworpen aan regelmatige wijzigingen van handelspatronen. Statische bepalingen van financiële instrumenten waarvoor geen liquide markt bestaat en statische bepalingen van de verschillende drempels om verplichtingen inzake transparantie vóór en na de handel te kalibreren zonder te voorzien in de mogelijkheid om de liquiditeitsstatus en de drempels aan te passen in het licht van veranderingen in handelspatronen, zouden derhalve niet geschikt zijn. Daarom is het passend om te beschrijven welke methodologie en parameters nodig zijn voor de liquiditeitsbeoordeling en de berekening van de drempels voor de periodieke toepassing van ontheffingen van de verplichting inzake transparantie vóór de handel en uitstel van transparantie na de handel.

(20)

Om een consistente toepassing van de ontheffingen van de verplichting inzake transparantie vóór de handel en uitstel na de handel te verzekeren, moeten eenvormige voorschriften worden geformuleerd voor de inhoud en de frequentie van de gegevens die bevoegde autoriteiten kunnen opvragen van handelsplatforms, APA's en aanbieders van geconsolideerde transactiemeldingsregelingen (Consolidated Tape Providers, CTP's) voor transparantiedoeleinden. Ook is het noodzakelijk om de methodologie voor de berekening van de respectieve drempels te specificeren en eenvormige voorschriften te formuleren voor de openbaarmaking van informatie in de Unie. Voorschriften voor de specifieke methodologie en gegevens die nodig zijn om berekeningen uit te voeren met het oog op de specificatie van de transparantieregels die van toepassing zijn op andere financiële instrumenten dan eigenvermogensinstrumenten moeten worden toegepast in samenhang met Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/577 van de Commissie (3), waarin de gemeenschappelijke elementen betreffende de inhoud en de frequentie van de gegevens die worden opgevraagd bij handelsplatforms, APA's en CTP's voor transparantiedoeleinden en andere berekeningen in meer algemene zin worden beschreven.

(21)

Voor andere obligaties dan ETC's en ETN's moeten transacties onder 100 000 EUR worden uitgesloten van de berekeningen van transparantiedrempels vóór en na de handel, evenals die welke worden geacht van geringe omvang te zijn. Deze transacties van geringe omvang moeten in alle gevallen profiteren van de nieuwe transparantieregels, en drempels die aanleiding geven tot een ontheffing of uitstel van transparantie moeten boven dat niveau worden vastgesteld.

(22)

De ontheffing van transparantieverplichtingen als omschreven in Verordening (EU) nr. 600/2014 heeft ten doel ervoor te zorgen dat openbaarmaking van informatie over deze transacties geen afbreuk doet aan de van tijdige en vertrouwelijke transacties afhankelijke effectiviteit van door het Eurosysteem verrichte activiteiten ter uitvoering van primaire taken als omschreven in de als bijlage bij het Verdrag betreffende de Europese Unie gehechte statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna „de statuten” genoemd) en krachtens gelijkwaardige nationale bepalingen voor leden van het Europees Stelsel van centrale banken (hierna „het ESCB” genoemd) in lidstaten die niet de euro voeren. Het is voor centrale banken van cruciaal belang om te kunnen controleren wanneer en hoe informatie over hun acties openbaar wordt gemaakt teneinde de voorgenomen effecten ervan te maximaliseren en onbedoelde effecten op de markt te vermijden. Daarom moet rechtszekerheid worden geboden aan de leden van het ESCB en hun respectieve tegenpartijen wat het toepassingsgebied van de ontheffing van transparantievereisten betreft.

(23)

Een van de primaire verantwoordelijkheden van het ESCB krachtens het Verdrag en de statuten en krachtens gelijkwaardige nationale bepalingen voor leden van het ESCB in lidstaten die niet de euro voeren, is het uitvoeren van wisselkoersbeleid, wat het aanhouden en beheren van buitenlandse valutareserves met zich meebrengt om ervoor te zorgen dat er, indien nodig, voldoende hoeveelheden liquide middelen beschikbaar zijn voor de transacties in het kader van zijn wisselkoersbeleid. De toepassing van transparantievereisten op transacties in het kader van het beheer van buitenlandse valutareserves kan resulteren in onbedoelde signalen aan de markt, die zouden kunnen interfereren met het wisselkoersbeleid van het Eurosysteem en leden van het ESCB in lidstaten die de euro niet voeren. Soortgelijke overwegingen kunnen ook, op gevalsbasis, van toepassing zijn op transacties in het kader van het beheer van buitenlandse valutareserves bij het uitvoeren van monetair en financiëlestabiliteitsbeleid.

(24)

De ontheffing van verplichtingen inzake transparantie voor transacties waarbij de tegenpartij een lid van het ESCB is, mag niet van toepassing zijn op transacties die door enig lid van het ESCB zijn aangegaan bij het uitvoeren van zijn beleggingstransacties. Dit moet ook gelden voor transacties die worden uitgevoerd voor eigen administratieve doeleinden of ten behoeve van het personeel van het lid van het ESCB, met inbegrip van transacties die worden uitgevoerd in de hoedanigheid van beheerder van een pensioenregeling in overeenstemming met artikel 24 van de statuten.

(25)

De tijdelijke opschorting van transparantieverplichtingen mag alleen worden opgelegd in uitzonderlijke situaties waarin op basis van objectieve en meetbare factoren een aanzienlijke afname van de liquiditeit in een klasse van financiële instrumenten wordt waargenomen. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen klassen waarvan initieel is bepaald dat er een liquide markt of geen liquide markt voor bestaat, omdat een verdere aanzienlijke relatieve afname zich gemakkelijker voordoet in een klasse waarvan reeds is bepaald dat deze illiquide is. Daarom mag een opschorting van de transparantieregels in instrumenten waarvan is bepaald dat er geen liquide markt voor bestaat alleen worden opgelegd indien zich een afname gerekend vanaf een hogere relatieve drempel heeft voorgedaan.

(26)

De bij Verordening (EU) nr. 600/2014 vastgestelde regels inzake transparantie vóór en na de handel moeten naar behoren worden gekalibreerd aan de markt en op uniforme wijze in de hele Unie worden toegepast. Daarom is het essentieel om de benodigde uit te voeren berekeningen vast te leggen, met inbegrip van de perioden en methoden voor de berekening. In dit verband moeten de in deze verordening gespecificeerde berekeningsperioden ervoor zorgen dat de relevante drempels van de transparantieregels met passende intervallen worden geactualiseerd teneinde marktcondities te weerspiegelen. Ook is het passend om te voorzien in centrale publicatie van de resultaten van de berekeningen, zodat ze op één plaats en op een gebruikersvriendelijke manier beschikbaar worden gesteld aan alle deelnemers aan een financiële markt en bevoegde autoriteiten in de Unie. Daartoe moeten bevoegde autoriteiten de ESMA in kennis stellen van de resultaten van hun berekeningen en moet de ESMA deze berekeningen publiceren op haar website.

(27)

Met het oog op een soepele tenuitvoerlegging van de nieuwe transparantievereisten is het passend om de transparantiebepalingen in te faseren. De liquiditeitsdrempel „gemiddelde dagelijkse aantal transacties” die wordt gebruikt voor het bepalen van obligaties waarvoor een liquide markt bestaat, moet stap voor stap worden aangepast.

(28)

Vóór 30 juli van het jaar volgend op de datum van toepassing van Verordening (EU) nr. 600/2014 moet de ESMA jaarlijks een beoordeling van de liquiditeitsdrempel die bepalend is voor de verplichtingen inzake transparantie vóór de handel overeenkomstig de artikelen 8 en 9 van Verordening (EU) nr. 600/2014 voorleggen aan de Commissie, evenals, indien passend, een herziene technische reguleringsnorm om de liquiditeitsdrempel aan te passen.

(29)

Evenzo moeten de transactiepercentielen die worden gebruikt voor het bepalen van de voor het instrument specifieke omvang die het mogelijk maakt om ontheffing te verlenen voor verplichtingen inzake transparantie vóór de handel voor andere financiële instrumenten dan eigenvermogensinstrumenten, stap voor stap worden aangepast.

(30)

Hiertoe moet de ESMA jaarlijks een beoordeling van de ontheffingsdrempels voorleggen aan de Commissie, evenals, indien passend, een herziene reguleringsnorm om de op andere dan eigenvermogensinstrumenten toepasselijke ontheffingsdrempels aan te passen.

(31)

Ten behoeve van de transparantieberekeningen zijn referentiegegevens nodig voor het bepalen van de subactivaklasse waartoe elk financieel instrument behoort. Daarom moet van handelsplatforms worden vereist dat ze referentiegegevens verstrekken ter aanvulling op de door Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/585 van de Commissie (4) vereiste gegevens.

(32)

Bij het bepalen of er voor financiële instrumenten geen liquide markt bestaat in verband met valutaderivaten was een kwalitatieve beoordeling vereist vanwege het gebrek aan gegevens die nodig waren voor een integrale kwantitatieve analyse van de hele markt. Als gevolg hiervan moet er, totdat er gegevens van betere kwaliteit beschikbaar zijn, geen liquide markt voor valutaderivaten geacht worden te bestaan voor de doeleinden van deze verordening.

(33)

Om een effectieve start van de toepassing van de nieuwe transparantieregels te waarborgen, moeten marktdeelnemers voldoende ruim voor de datum van toepassing van Verordening (EU) nr. 600/2014 gegevens verstrekken voor de berekening en publicatie van de financiële instrumenten waarvoor geen liquide markt bestaat en de omvang van orders die van aanzienlijke omvang zijn of een grotere omvang hebben dan de voor het instrument specifieke omvang.

(34)

Omwille van de consistentie en om de goede werking van de financiële markten te garanderen, is het nodig dat de bepalingen van deze verordening vanaf dezelfde datum van toepassing zijn als die welke zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 600/2014. Om te garanderen dat de nieuwe regelgeving op het gebied van transparantie doeltreffend kan werken, moeten sommige bepalingen van deze verordening van toepassing zijn vanaf de datum waarop de verordening in werking treedt.

(35)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de ESMA aan de Commissie heeft voorgelegd.

(36)

De ESMA heeft openbare raadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd en de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad opgerichte Stakeholdergroep effecten en markten om advies verzocht (5),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

DEFINITIES

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities

1.   onder „pakkettransactie” wordt verstaan:

a)

een transactie in een derivatencontract of ander financieel instrument die afhankelijk is van de gelijktijdige uitvoering van een transactie in een equivalente hoeveelheid van een onderliggend fysiek activum („exchange for physicals” of EFP), of

b)

een transactie waarbij twee of meer componenttransacties in financiële instrumenten worden uitgevoerd, en:

i)

die wordt uitgevoerd tussen twee of meer tegenpartijen;

ii)

waarbij elke component van de transactie een betekenisvol economisch of financieel risico draagt dat is gerelateerd aan alle andere componenten;

iii)

waarbij de uitvoering van elke component gelijktijdig plaatsvindt en afhankelijk is van de uitvoering van alle andere componenten.

2.   onder „prijsaanvraagsysteem” wordt verstaan: een handelssysteem dat voldoet aan de volgende voorwaarden:

a)

in reactie op een verzoek van een of meer andere leden of deelnemers om een prijsaanvraag wordt een prijsaanvraag of worden prijsaanvragen verstrekt;

b)

de prijsaanvraag kan uitsluitend worden uitgevoerd door het verzoekende lid of de verzoekende deelnemer;

c)

het verzoekende lid of de verzoekende marktdeelnemer kan een transactie sluiten door de op zijn verzoek verstrekte prijsaanvraag of prijsaanvragen te aanvaarden.

3.   onder „voicetradingsysteem” wordt verstaan: een handelssysteem waarin transacties tussen leden tot stand komen door middel van mondelinge onderhandelingen.

HOOFDSTUK II

TRANSPARANTIE VÓÓR DE HANDEL VOOR GEREGLEMENTEERDE MARKTEN, MULTILATERALE HANDELSFACILITEITEN EN GEORGANISEERDEHANDELSFACILITEITEN

Artikel 2

Verplichtingen inzake transparantie vóór de handel

(artikel 8, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren maken het bereik van de bied- en laatprijzen en de diepte van de blijken van belangstelling tegen die prijzen openbaar, in overeenstemming met het type handelssysteem dat ze exploiteren en de informatievereisten als beschreven in bijlage I.

Artikel 3

Orders van aanzienlijke omvang

(artikel 9, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Een order is groot in omvang in vergelijking met de normale marktomvang wanneer de order, op het moment van binnenkomst van de order of na een wijziging van de order, gelijk is aan de minimumomvang van de order die wordt bepaald overeenkomstig de in artikel 13 beschreven methodologie.

Artikel 4

Type en minimumomvang van orders die in een faciliteit voor orderadministratie van het handelsplatform worden bijgehouden

(artikel 9, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Het ordertype dat in een faciliteit voor orderadministratie van een handelsplatform wordt bijgehouden in afwachting van de bekendmaking ervan op de markt en waarvoor ontheffing van de verplichtingen inzake transparantie vóór de handel kan worden verleend, is een order die:

a)

is bestemd om bekend te worden gemaakt in het orderboek van het handelsplatform en is onderworpen aan objectieve voorwaarden die van tevoren zijn omschreven in het protocol van het systeem;

b)

geen interactie heeft met andere handelsintenties voorafgaand aan de bekendmaking in het orderboek van het handelsplatform;

c)

na bekendmaking in het orderboek interactie heeft met andere orders in overeenstemming met de regels die ten tijde van de bekendmaking van toepassing zijn op orders van dat type.

2.   De minimumomvang van orders die in een faciliteit voor orderadministratie van een handelsplatform worden bijgehouden in afwachting van de bekendmaking ervan en waarvoor ontheffing kan worden verleend van de verplichtingen inzake transparantie vóór de handel is, op het moment van binnenkomst van de order of na een wijziging van de order, een van de volgende:

a)

in geval van een reserveorder, een omvang die groter is dan of gelijk is aan 10 000 EUR;

b)

voor alle andere orders, een omvang die groter is dan of gelijk is aan de van tevoren door de exploitant van het systeem overeenkomstig zijn regels en protocollen vastgestelde minimumhandelshoeveelheid.

3.   Een reserveorder als bedoeld in lid 2, onder a), wordt opgevat als een limietorder die bestaat uit een bekendgemaakte order voor een portie van de hoeveelheid en een niet-bekendgemaakte order voor de resterende hoeveelheid, waarbij de niet-bekendgemaakte hoeveelheid pas na de vrijgave ervan in het orderboek als een nieuw bekendgemaakte order kan worden uitgevoerd.

Artikel 5

Voor het financieel instrument specifieke omvang

(artikel 8, lid 4, en artikel 9, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een blijk van belangstelling die aanleiding geeft tot actie heeft een grotere omvang dan de voor het financieel instrument specifieke omvang wanneer, op het moment van binnenkomst van de order of na een wijziging van de order, de blijk van belangstelling gelijk is aan of groter is dan de in minimumomvang van een tot actie aanleiding gevende blijk van belangstelling als vastgesteld overeenkomstig de in artikel 13 beschreven methodologie.

2.   Indicatieve prijzen vóór de handel voor tot actie aanleiding gevende blijken van belangstelling die een grotere omvang hebben dan de overeenkomstig lid 1 vastgestelde voor het financieel instrument specifieke omvang en kleiner zijn dan de relevante overeenkomstig artikel 3 vastgestelde grote omvang, worden geacht dicht bij de prijs van de blijken van belangstelling te liggen wanneer het handelsplatform een van de volgende elementen bekendmaakt:

a)

de best beschikbare prijs;

b)

een eenvoudig gemiddelde van prijzen;

c)

een gemiddelde, naar volume, prijs, tijd of aantal tot actie aanleiding gevende blijken van belangstelling gewogen prijs.

3.   Bij het invoeren en actualiseren van indicatieve prijzen vóór de handel maken marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren de methodologie voor de berekening van prijzen vóór de handel en het tijdstip van bekendmaking bekend.

Artikel 6

De klassen van financiële instrumenten waarvoor geen liquide markt bestaat

(artikel 9, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Voor een financieel instrument of een klasse van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan indien dit aldus is gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 13 beschreven methodologie.

HOOFDSTUK III

TRANSPARANTIE NA DE HANDEL VOOR HANDELSPLATFORMS EN BELEGGINGSONDERNEMINGEN DIE BUITEN EEN HANDELSPLATFORM HANDELEN

Artikel 7

Verplichtingen inzake transparantie na de handel

(artikel 10, lid 1, en artikel 21, leden 1 en 5, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Beleggingsondernemingen die buiten de regels van een handelsplatform handelen en marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken, door verwijzing naar elke transactie, de in de tabellen 1 en 2 van bijlage II vermelde gegevens openbaar en maken gebruik van elke toepasselijke in tabel 3 van bijlage II vermelde markering.

2.   Wanneer een eerder gepubliceerd transactieverslag wordt geannuleerd, publiceren beleggingsondernemingen die buiten de regels van een handelsplatform handelen en marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren een nieuw transactieverslag dat alle details van het oorspronkelijke transactieverslag en de annuleringsmarkering als vermeld in tabel 3 van bijlage II bevat.

3.   Wanneer een eerder gepubliceerd transactieverslag wordt gewijzigd, publiceren beleggingsondernemingen die buiten de regels van een handelsplatform handelen en marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren de volgende informatie:

a)

een nieuw transactieverslag dat alle details van het oorspronkelijke transactieverslag en de annuleringsmarkering als vermeld in tabel 3 van bijlage II bevat;

b)

een nieuw transactieverslag dat alle details van het oorspronkelijke transactieverslag bevat, inclusief alle noodzakelijke correcties, alsmede de annuleringsmarkering als vermeld in tabel 3 van bijlage II.

4.   Informatie na de handel wordt zo dicht bij realtime als technisch mogelijk is beschikbaar gesteld, en in elk geval:

a)

in de eerste drie jaar van toepassing van Verordening (EU) nr. 600/2014, binnen 15 minuten na de uitvoering van de desbetreffende transactie;

b)

daarna, binnen 5 minuten na de uitvoering van de desbetreffende transactie.

5.   Wanneer een transactie tussen twee beleggingsondernemingen wordt gesloten buiten de regels van een handelsplatform, hetzij voor eigen rekening, hetzij namens cliënten, maakt alleen de beleggingsonderneming die het betrokken financieel instrument verkoopt de transactie bekend via een APA.

6.   In afwijking van lid 5 maakt, wanneer maar één van de beleggingsondernemingen die partij zijn bij de transactie een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling in het gegeven financieel instrument is en optreedt als de kopende beleggingsonderneming, alleen die beleggingsonderneming de transactie openbaar via een APA, waarbij ze de verkoper in kennis stelt van de ondernomen actie.

7.   Beleggingsondernemingen nemen alle redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de transactie als één enkele transactie openbaar wordt gemaakt. Met dit doel worden twee gematchte handelstransacties die gelijktijdig tegen dezelfde prijs met eenzelfde partij als tussenpersoon worden uitgevoerd, als één enkele transactie aangemerkt.

8.   Informatie inzake een pakkettransactie wordt beschikbaar gesteld voor elke component en zo dicht bij realtime als technisch haalbaar is, met inachtneming van de noodzaak om prijzen toe te kennen aan specifieke financiële instrumenten, en omvat de pakkettransactiemarkering of de transactiemarkering voor exchange for physicals als vermeld in tabel 3 van bijlage II. Wanneer de pakkettransactie in aanmerking komt voor uitgestelde openbaarmaking krachtens artikel 8, wordt de informatie over alle componenten beschikbaar gesteld nadat de uitsteltermijn voor de transactie is verlopen.

Artikel 8

Uitgestelde openbaarmaking van transacties

(artikel 11, leden 1 en 3, en artikel 21, lid 4, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Wanneer een bevoegde autoriteit toestemming verleent voor uitgestelde openbaarmaking van de details van transacties op grond van artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014, maken beleggingsondernemingen die buiten de regels van een handelsplatform handelen en marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren elke transactie uiterlijk om 19.00 uur lokale tijd op de tweede werkdag na de datum van de transactie openbaar, mits aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de transactie is groot van omvang in vergelijking met de normale markt als gespecificeerd in artikel 9;

b)

de transactie is in een financieel instrument of een klasse van financiële instrumenten waarvoor geen liquide markt bestaat als gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 13 beschreven methodologie;

c)

de transactie wordt uitgevoerd tussen een beleggingsonderneming die voor eigen rekening handelt anders dan op een op matched principal-basis als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 38, van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (6) en een andere tegenpartij en een grotere omvang heeft dan de voor het instrument specifieke omvang als omschreven in artikel 10;

d)

de transactie is een pakkettransactie die een van de volgende criteria vervult:

i)

een of meer van de componenten van de transactie zijn transacties in financiële instrumenten waarvoor geen liquide markt bestaat;

ii)

een of meer van de componenten van de transactie zijn transacties in financiële instrumenten die aanzienlijk van omvang zijn in vergelijking met de normale marktomvang overeenkomstig artikel 9;

iii)

de transactie wordt uitgevoerd tussen een beleggingsonderneming die voor eigen rekening handelt anders dan op een op matched principal-basis als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 38, van Richtlijn 2014/65/EU en een andere tegenpartij, en een of meer van de componenten van de transactie zijn transacties in financiële instrumenten met een grotere omvang dan de voor het instrument specifieke omvang als omschreven in artikel 10.

2.   Wanneer de in lid 1 bedoelde tijdslimiet is verstreken, worden alle details van de transactie openbaar gemaakt, tenzij een verlengde of een onbepaalde uitsteltermijn wordt verleend in overeenstemming met artikel 11.

3.   Wanneer een transactie tussen twee beleggingsondernemingen, hetzij voor eigen rekening, hetzij namens cliënten, wordt gesloten buiten de regels van een handelsplatform, is de betrokken bevoegde autoriteit voor de bepaling van het toepasselijke uitstelregime de bevoegde autoriteit van de beleggingsonderneming die verantwoordelijk is voor de openbaarmaking van de transactie via een APA in overeenstemming met de leden 5, 6 en 7 van artikel 7.

Artikel 9

Transacties van aanzienlijke omvang

(artikel 11, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Een transactie wordt geacht van aanzienlijke omvang te zijn in vergelijking met de normale marktomvang wanneer de omvang ervan gelijk is aan of groter is dan de minimumtransactieomvang, die wordt berekend overeenkomstig de in artikel 13 beschreven methodologie.

Artikel 10

Voor het financieel instrument specifieke omvang

(artikel 11, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Een transactie wordt geacht een grotere omvang te hebben dan de voor het financieel instrument specifieke omvang wanneer de omvang ervan gelijk is aan of groter is dan de minimumtransactieomvang, die wordt berekend overeenkomstig de in artikel 13 beschreven methodologie.

Artikel 11

Transparantievereisten in samenhang met naar eigen inzicht van de bevoegde autoriteiten uitgestelde openbaarmaking

(artikel 11, lid 3 van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Wanneer bevoegde autoriteiten hun bevoegdheden uitoefenen in samenhang met een toestemming voor uitgestelde openbaarmaking overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) nr. 600/2014, is het volgende van toepassing:

a)

wanneer artikel 11, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 600/2014 van toepassing is, verzoeken bevoegde autoriteiten om openbaarmaking van de volgende informatie tijdens de volledige uitsteltermijn als bedoeld in artikel 8:

i)

alle details van een transactie als vermeld in de tabellen 1 en 2 van bijlage II, met uitzondering van details over het volume, of

ii)

transacties in een dagelijks geaggregeerde vorm voor een minimumaantal van vijf op dezelfde dag uitgevoerde transacties, die de volgende dag vóór 9.00 uur lokale tijd openbaar moet worden gemaakt;

b)

wanneer artikel 11, lid 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 600/2014 van toepassing is, staan bevoegde autoriteiten het achterwege laten van de openbaarmaking van het volume van een afzonderlijke transactie toe gedurende een verlengde termijn van uitstel van vier weken;

c)

met betrekking tot andere dan eigenvermogensinstrumenten die geen overheidsschuld zijn en wanneer artikel 11, lid 3, onder c), van Verordening (EU) nr. 600/2014 van toepassing is, staan bevoegde autoriteiten, gedurende de verlengde termijn van uitstel van vier weken, de openbaarmaking van verscheidene in de loop van één kalenderweek uitgevoerde transacties in geaggregeerde vorm op de volgende dinsdag vóór 9.00 uur toe;

d)

met betrekking tot overheidsschuldinstrumenten en wanneer artikel 11, lid 3, onder d), van Verordening (EU) nr. 600/2014 van toepassing is, staan bevoegde autoriteiten, voor onbepaalde tijd, de openbaarmaking van verscheidene in de loop van één kalenderweek uitgevoerde transacties in geaggregeerde vorm op de volgende dinsdag vóór 9.00 uur toe.

2.   Wanneer de in lid 1, onder b), bedoelde verlengde termijn van uitstel is verstreken, zijn de volgende vereisten van toepassing:

a)

met betrekking tot alle instrumenten die geen overheidsschuld zijn, openbaarmaking van de volledige details van alle afzonderlijke transacties op de volgende werkdag vóór 9.00 uur lokale tijd;

b)

met betrekking tot overheidsschuldinstrumenten wanneer bevoegde autoriteiten besluiten geen gebruik te maken van de opties waarin achtereenvolgens wordt voorzien in artikel 11, lid 3, onder b) en d), van Verordening (EU) nr. 600/2014, overeenkomstig de tweede alinea van artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) nr. 600/2014, openbaarmaking van de volledige details van alle afzonderlijke transacties op de volgende werkdag vóór 9.00 uur lokale tijd;

c)

met betrekking tot overheidsschuldinstrumenten wanneer bevoegde autoriteiten besluiten gebruik te maken van de opties waarin achtereenvolgens wordt voorzien in artikel 11, lid 3, onder b) en d), van Verordening (EU) nr. 600/2014, overeenkomstig de tweede alinea van artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) nr. 600/2014, de openbaarmaking van verscheidene in dezelfde kalenderweek uitgevoerde transacties in geaggregeerde vorm op de dinsdag volgend op het verstrijken van de verlengde termijn van uitstel van vier weken, gerekend vanaf de laatste dag van die kalenderweek, vóór 9.00 uur lokale tijd.

3.   met betrekking tot alle instrumenten die geen overheidsschuld zijn, worden alle details van de transacties vier weken na de openbaarmaking van de geaggregeerde details overeenkomstig lid 1, onder c), vóór 9.00 uur lokale tijd op afzonderlijke basis openbaar gemaakt.

4.   De geaggregeerde dagelijkse of wekelijkse gegevens als bedoeld in de leden 1 en 2 bevatten de volgende informatie voor obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten betreffende elke dag of week van de betrokken kalenderperiode:

a)

de gewogen gemiddelde prijs;

b)

het totale handelsvolume als bedoeld in tabel 4 van bijlage II;

c)

het totale aantal transacties.

5.   Transacties worden geaggregeerd per ISIN-code. Wanneer de ISIN-code niet beschikbaar is, worden transacties geaggregeerd op het niveau van de klasse van financiële instrumenten waarop de in artikel 13 bedoelde liquiditeitstoets van toepassing is.

6.   Wanneer de weekdag die wordt voorzien voor de openbaarmakingen als bedoeld onder c) en d) van lid 1, en de leden 2 en 3, geen werkdag is, worden de openbaarmakingen geëffectueerd op de volgende werkdag vóór 9.00 uur lokale tijd.

Artikel 12

Toepassing van transparantie na de handel op bepaalde buiten een handelsplatform uitgevoerde transacties

(artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

De verplichting om het volume en de prijs van transacties en het tijdstip waarop ze zijn gesloten als bedoeld in artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014 openbaar te maken is niet van toepassing op elk van de volgende transacties:

a)

transacties die worden vermeld in artikel 2, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/590 van de Commissie (7);

b)

transacties die worden uitgevoerd door een beheermaatschappij als omschreven in artikel 2, lid 1, onder b), van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (8) of een beheerder van een alternatieve beleggingsinstelling als omschreven in artikel 4, lid 1, onder b), van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad (9) die de uiteindelijke begunstiging van financiële instrumenten overdraagt van een instelling voor collectieve belegging aan een andere en wanneer geen beleggingsonderneming partij is bij de transactie;

c)

een „give-uptransactie” of „give-intransactie”, d.w.z. een transactie waarbij een beleggingsonderneming een cliënttransactie doorgeeft aan, of ontvangt van een andere beleggingsonderneming voor verwerking na de handel;

d)

overdrachten van financiële instrumenten, zoals onderpand, in bilaterale transacties of in het kader van margin- of onderpandvereisten van een centrale tegenpartij of als onderdeel van het standaardbeheerproces van een centrale tegenpartij.

HOOFDSTUK IV

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN INZAKE TRANSPARANTIE VÓÓR EN NA DE HANDEL

Artikel 13

Methodologie voor het uitvoeren van transparantieberekeningen

(artikel 9, leden 1 en 2, en artikel 11, lid 1, en artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Voor het bepalen van financiële instrumenten of klassen van financiële instrumenten waarvoor geen liquide markt bestaat voor de doeleinden van artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), worden de volgende methodologieën toegepast op alle activaklassen:

a)

statische bepaling van liquiditeit voor:

i)

de activaklasse van gesecuritiseerde derivaten als omschreven in tabel 4.1 van bijlage III;

ii)

de volgende subactivaklassen van aandelenderivaten: aandelenindexopties, aandelenindexfutures/-forwards, aandelenopties, aandelenfutures/-forwards, aandelendividendopties, aandelendividendfutures/-forwards, dividendindexopties, dividendindexfutures/-forwards, volatiliteitsindexopties, volatiliteitsindexfutures/-forwards, ETF-opties, ETF-futures/-forwards en andere aandelenderivaten als omschreven in tabel 6.1 van bijlage III;

iii)

de activaklasse van valutaderivaten als omschreven in tabel 8.1 van bijlage III;

iv)

de subactivaklassen van andere rentederivaten, andere grondstoffenderivaten, andere kredietderivaten, andere C10-derivaten, andere contracts for difference (hierna „CFD's” genoemd), andere emissierechten en andere emissierechtenderivaten als omschreven in de tabellen 5.1, 7.1, 9.1, 10.1, 11.1, 12.1 en 13.1 van bijlage III;

b)

periodieke beoordeling op basis van kwantitatieve en, indien van toepassing, kwalitatieve liquiditeitscriteria voor:

i)

alle obligatietypen met uitzondering van ETC's en ETN's als omschreven in tabel 2.1 van bijlage III en als verder gespecificeerd in artikel 17, lid 1;

ii)

de obligatietypen ETC en ETN als omschreven in tabel 2.4 van bijlage III;

iii)

de activaklasse van rentederivaten met uitzondering van de subactivaklasse van andere rentederivaten als omschreven in tabel 5.1 van bijlage III;

iv)

de volgende subactivaklassen van aandelenderivaten: swaps en portefeuilleswaps als omschreven in tabel 6.1 van bijlage III;

v)

de activaklasse van grondstoffenderivaten met uitzondering van de subactivaklasse van andere grondstoffenderivaten als omschreven in tabel 7.1 van bijlage III;

vi)

de volgende subactivaklassen van kredietderivaten: indexkredietverzuimswaps en single-namekredietverzuimswaps als omschreven in tabel 9.1 van bijlage III;

vii)

de activaklasse van C10-derivaten met uitzondering van de subactivaklasse van andere C10-derivaten als omschreven in tabel 10.1 van bijlage III;

viii)

de volgende subactivaklassen van contracts for difference (CFD's): valuta-CFD's en grondstoffen-CFD's als omschreven in tabel 11.1 van bijlage III;

ix)

de activaklasse van emissierechtenderivaten met uitzondering van de subactivaklasse van andere emissierechtenderivaten als omschreven in tabel 12.1 van bijlage III;

x)

de activaklasse van emissierechtenderivaten met uitzondering van de subactivaklasse van andere emissierechtenderivaten als omschreven in tabel 13.1 van bijlage III;

c)

periodieke beoordeling op basis van kwalitatieve liquiditeitscriteria voor:

i)

de volgende subactivaklassen van kredietderivaten: CDS-indexopties en single-name-CDS-opties als omschreven in tabel 9.1 van bijlage III;

ii)

de volgende subactivaklassen van contracts for difference (CFD's): aandelen-CFD's, obligatie-CFD's, CFD's op een aandelenfuture/-forward en CFD's op een aandelenoptie als omschreven in tabel 11.1 van bijlage III;

d)

periodieke beoordeling op basis van een methodologie met twee toetsen voor gestructureerde financiële producten als omschreven in tabel 3.1 van bijlage III.

2.   Om de voor het financieel instrument specifieke omvang als bedoeld in artikel 5 en de orders die van aanzienlijke omvang zijn in vergelijking met de normale marktomvang als bedoeld in artikel 3 te bepalen, wordt de volgende methodologie toegepast:

a)

de drempelwaarde voor:

i)

de obligatietypen ETC en ETN als omschreven in tabel 2.5 van bijlage III;

ii)

de activaklasse van gesecuritiseerde derivaten als omschreven in tabel 4.2 van bijlage III;

iii)

elke subklasse van aandelenderivaten als omschreven in de tabellen 6.2 en 6.3 van bijlage III;

iv)

elke subklasse van valutaderivaten als omschreven in tabel 8.2 van bijlage III;

v)

elke subklasse waarvoor geen liquide markt wordt geacht te bestaan voor de activaklassen van rentederivaten, grondstoffenderivaten, kredietderivaten, C10-derivaten en contracts for difference (CFD's) als omschreven in de tabellen 5.3, 7.3, 9.3, 10.3 en 11.3 van bijlage III;

vi)

elke subactivaklasse waarvoor geen liquide markt wordt geacht te bestaan voor de activaklassen van emissierechten en emissierechtenderivaten als omschreven in de tabellen 12.3 en 13.3 van bijlage III;

vii)

elk gestructureerd financieringsproduct dat niet slaagt voor toets 1 van de in lid 1, onder d), bedoelde methodologie als omschreven in tabel 3.2 van bijlage III;

viii)

elk gestructureerd financieringsproduct waarvoor geen liquide markt wordt geacht te bestaan en dat alleen slaagt voor toets 1 van de in lid 1, onder d), bedoelde methodologie als omschreven in tabel 3.3 van bijlage III;

b)

al naargelang welke groter is, de transactieomvang waaronder het percentage transacties ligt dat hoort bij het transactiepercentiel als nader gespecificeerd in artikel 17, lid 3, of de ondergrens voor:

i)

elk obligatietype met uitzondering van ETC's en ETN's als omschreven in tabel 2.3 van bijlage III;

ii)

elke subklasse waarvoor een liquide markt bestaat voor de activaklassen van rentederivaten, grondstoffenderivaten, kredietderivaten, C10-derivaten en CFD's als omschreven in de tabellen 5.2, 7.2, 9.2, 10.2 en 11.2 van bijlage III;

iii)

elke subactivaklasse waarvoor een liquide markt bestaat voor de activaklassen van emissierechten en emissierechtenderivaten als omschreven in de tabellen 12.2 en 13.2 van bijlage III;

iv)

elk gestructureerd financieringsproduct waarvoor een liquide markt wordt geacht te bestaan en dat slaagt voor toets 1 en toets 2 van de in lid 1, onder d), bedoelde methodologie als omschreven in tabel 3.3 van bijlage III.

3.   Om de voor het financieel instrument specifieke omvang als bedoeld in artikel 8, lid 1, onder c), en de orders die van aanzienlijke omvang zijn in vergelijking met de normale marktomvang als bedoeld in artikel 8, lid 1, onder a), te bepalen, worden de volgende methodologieën toegepast:

a)

de drempelwaarde voor:

i)

de obligatietypen ETC en ETN als omschreven in tabel 2.5 van bijlage III;

ii)

de activaklasse van gesecuritiseerde derivaten als omschreven in tabel 4.2 van bijlage III;

iii)

elke subklasse van aandelenderivaten als omschreven in de tabellen 6.2 en 6.3 van bijlage III;

iv)

elke subklasse van valutaderivaten als omschreven in tabel 8.2 van bijlage III;

v)

elke subklasse waarvoor geen liquide markt wordt geacht te bestaan voor de activaklassen van rentederivaten, grondstoffenderivaten, kredietderivaten, C10-derivaten en contracts for difference (CFD's) als omschreven in de tabellen 5.3, 7.3, 9.3, 10.3 en 11.3 van bijlage III;

vi)

elke subactivaklasse waarvoor geen liquide markt wordt geacht te bestaan voor de activaklassen van emissierechten en emissierechtenderivaten als omschreven in de tabellen 12.3 en 13.3 van bijlage III;

vii)

elk gestructureerd financieringsproduct dat niet slaagt voor toets 1 van de in lid 1, onder d), bedoelde methodologie als omschreven in tabel 3.2 van bijlage III;

viii)

elk gestructureerd financieringsproduct waarvoor geen liquide markt wordt geacht te bestaan en dat alleen slaagt voor toets 1 van de in lid 1, onder d), bedoelde methodologie als omschreven in tabel 3.3 van bijlage III;

b)

de handelsomvang waaronder het percentage van de transacties ligt dat hoort bij het transactiepercentiel voor elk obligatietype, met uitzondering van ETC's en ETN's, als omschreven in tabel 2.3 van bijlage III;

c)

al naargelang welke groter is, de transactieomvang waaronder het percentage van de handel ligt dat hoort bij het transactiepercentiel, de transactieomvang waaronder het percentage van het volume ligt dat hoort bij het volumepercentiel of de ondergrens voor elke subklasse waarvoor een liquide markt wordt geacht te bestaan voor de activaklassen van rentederivaten, grondstoffenderivaten, kredietderivaten, C10-derivaten en CFD's als omschreven in de tabellen 5.2, 7.2, 9.2, 10.2 en 11.2 van bijlage III;

d)

al naargelang welke groter is, de transactieomvang waaronder het percentage van de handel ligt dat hoort bij het transactiepercentiel of de ondergrens voor:

i)

elke subactivaklasse waarvoor een liquide markt wordt geacht te bestaan voor de activaklassen van emissierechten en emissierechtenderivaten als omschreven in de tabellen 12.2 en 13.2 van bijlage III;

ii)

elk gestructureerd financieringsproduct waarvoor een liquide markt wordt geacht te bestaan en dat slaagt voor toets 1 en toets 2 van de in lid 1, onder d), bedoelde methodologie als omschreven in tabel 3.3 van bijlage III.

4.   Voor de toepassing van lid 3, onder c), wanneer de transactieomvang die hoort bij het volumepercentiel voor het bepalen van de transactie die van aanzienlijke omvang is in vergelijking met de normale marktomvang hoger is dan het transactiepercentiel 97,5, wordt het transactievolume niet in aanmerking genomen en wordt de voor het financieel instrument specifieke omvang als bedoeld in artikel 8, lid 1, onder c), en de omvang van transacties die van aanzienlijke omvang zijn in vergelijking met de normale marktomvang als bedoeld in artikel 8, lid 1, onder a), bepaald als de transactieomvang waaronder het percentage van de handel ligt dat hoort bij het transactiepercentiel of de ondergrens, al naargelang welke groter is.

5.   In overeenstemming met Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2017/590 en (EU) 2017/577 verzamelen bevoegde autoriteiten op dagelijkse basis de gegevens van handelsplatforms, APA's en CTP's die nodig zijn voor het uitvoeren van de berekeningen om het volgende te bepalen:

a)

de financiële instrumenten en klassen van financiële instrumenten waarvoor geen liquide markt bestaat als bedoeld in lid 1;

b)

de aanzienlijke omvang in vergelijking met de normale marktomvang en de voor het instrument specifieke omvang als bedoeld in de leden 2 en 3.

6.   Bevoegde autoriteiten die de berekeningen voor een klasse van financiële instrumenten uitvoeren, sluiten samenwerkingsovereenkomsten met elkaar om de aggregatie van de gegevens in de Unie die nodig zijn voor de berekeningen te waarborgen.

7.   Voor de toepassing van lid 1, onder b) en d), lid 2, onder b), en lid 3, onder b), c) en d), nemen bevoegde autoriteiten tussen 1 januari en 31 december van het voorgaande jaar uitgevoerde transacties in aanmerking.

8.   De transactieomvang voor de toepassing van lid 2, onder b), en lid 3, onder b), c) en d), wordt bepaald overeenkomstig de volumemaatstaf als omschreven in tabel 4 van bijlage III. Wanneer de voor de toepassing van de leden 2 en 3 omschreven transactieomvang wordt uitgedrukt in monetaire waarde en het financieel instrument niet in euro luidt, wordt de transactieomvang geconverteerd in de valuta waarin dat financieel instrument luidt door de referentiewisselkoers van de Europese Centrale Bank per 31 december van het voorgaande jaar toe te passen.

9.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, kunnen de overeenkomstig de leden 2 en 3 bepaalde transactiegrootten converteren in het overeenkomstige aantal kavels zoals van tevoren door dat handelsplatform omschreven voor de respectieve subklasse of subactivaklasse. Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, kunnen deze transactiegrootten handhaven tot de toepassing van de resultaten van de volgende in overeenstemming met lid 17 uitgevoerde berekeningen.

10.   Transacties met een omvang die gelijk is aan of kleiner is dan 100 000 EUR worden uitgesloten van de in lid 2, onder b), i), en lid 3, onder b), bedoelde berekeningen.

11.   Ten behoeve van de in de leden 2 en 3 bedoelde bepalingen, zijn punt b) van lid 2 en de punten b), c) en d) van lid 3 niet van toepassing wanneer het aantal transacties dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening lager dan 1 000 is, in welk geval de volgende drempels worden toegepast:

a)

100 000 EUR voor alle obligatietypen met uitzondering van ETC's en ETN's;

b)

de drempelwaarden als omschreven in lid 2, onder a), en lid 3, onder a), voor alle financiële instrumenten die niet worden bestreken door punt a) van dit lid.

12.   Behoudens wanneer ze betrekking hebben op emissierechten of emissierechtenderivaten, worden de berekeningen als bedoeld in lid 2, onder b), en lid 3, onder b), c) en d), afgerond op de volgende:

a)

100 000 wanneer de drempelwaarde lager is dan 1 miljoen;

b)

500 000 wanneer de drempelwaarde gelijk is aan of hoger is dan 1 miljoen, maar lager is dan 10 miljoen;

c)

5 miljoen wanneer de drempelwaarde gelijk is aan of hoger is dan 10 miljoen, maar lager is dan 100 miljoen;

d)

25 miljoen wanneer de drempelwaarde gelijk is aan of hoger is dan 100 miljoen.

13.   Voor de toepassing van lid 1 worden de voor elke activaklasse in bijlage III gespecificeerde kwantitatieve liquiditeitscriteria bepaald overeenkomstig deel 1 van bijlage III.

14.   Voor aandelenderivaten die zijn toegelaten tot de handel of voor het eerst worden verhandeld op een handelsplatform en niet behoren tot een subklasse waarvoor de voor het financieel instrument specifieke omvang als bedoeld in artikel 5 en artikel 8, lid 1, onder c), en de omvang van orders en transacties die van aanzienlijke omvang zijn in vergelijking met de normale marktomvang als bedoeld in artikel 3 en artikel 8, lid 1, onder a), openbaar zijn gemaakt en die behoren tot een van de in lid 1, onder a), ii), gespecificeerde subactivaklassen, zijn de voor het financieel instrument specifieke omvang en de omvang van orders en transacties die van aanzienlijke omvang zijn in vergelijking met de normale marktomvang die welke van toepassing zijn op de bandbreedte van de kleinste gemiddelde dagelijkse notionele waarde van de subactivaklasse waartoe het aandelenderivaat behoort.

15.   Voor financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel of voor het eerst worden verhandeld op een handelsplatform en niet behoren tot een subklasse waarvoor de voor het financieel instrument specifieke omvang als bedoeld in artikel 5 en artikel 8, lid 1, onder c), en de omvang van orders en transacties die van aanzienlijke omvang zijn in vergelijking met de normale marktomvang als bedoeld in artikel 3 en artikel 8, lid 1, onder a), openbaar zijn gemaakt, wordt geacht geen liquide markt te bestaan tot de toepassing van de berekeningen die worden uitgevoerd in overeenstemming met lid 17. De toepasselijke voor het financieel instrument specifieke omvang als bedoeld in artikel 5 en artikel 8, lid 1, onder c), en de omvang van orders en transacties die van aanzienlijke omvang zijn in vergelijking met de normale marktomvang als bedoeld in artikel 3 en artikel 8, lid 1, onder a), zijn die van de subklassen waarvan is bepaald dat zij geen liquide markt hebben en die tot dezelfde subactivaklasse behoren.

16.   Na het einde van een handelsdag, maar voor het einde van die dag dienen handelsplatforms bij bevoegde autoriteiten de in bijlage IV opgenomen details voor het uitvoeren van de in lid 5 bedoelde berekeningen in wanneer het financieel instrument is toegelaten tot de handel of voor het eerst wordt verhandeld op een handelsplatform of wanneer de eerder verstrekte details zijn veranderd.

17.   De bevoegde autoriteiten zorgen voor de openbaarmaking van de resultaten van de in lid 5 bedoelde berekeningen voor elk financieel instrument en elke klasse van financiële instrumenten vóór 30 april van het jaar volgend op de datum van toepassing van Verordening (EU) nr. 600/2014 en vóór 30 april van elk daaropvolgend jaar. De resultaten van de berekeningen zijn van toepassing vanaf 1 juni van elk jaar volgend op openbaarmaking.

18.   Voor de berekeningen in lid 1, onder b), i), en in afwijking van de leden 7, 15 en 17, zorgen de bevoegde autoriteiten, met betrekking tot obligaties met uitzondering van ETC's en ETN's, voor de openbaarmaking van de in lid 5, onder a), bedoelde berekeningen op kwartaalbasis, op de eerste dag van februari, mei, augustus en november na de datum van toepassing van Verordening (EU) nr. 600/2014 en op de eerste dag van februari, mei, augustus en november van elk daaropvolgend jaar. De berekeningen omvatten tijdens het voorgaande kalenderkwartaal in de Unie uitgevoerde transacties en zijn van toepassing voor de periode van drie maanden die begint op de zestiende dag van februari, mei, augustus en november van elk jaar.

19.   Voor obligaties, met uitzondering van ETC's en ETN's, die zijn toegelaten tot de handel of voor het eerst worden verhandeld op een handelsplatform tijdens de eerste twee maanden van een kwartaal, wordt geacht een liquide markt te bestaan als gespecificeerd in tabel 2.2 van bijlage III tot de toepassing van de resultaten van de berekening van het kalenderkwartaal.

20.   Voor obligaties, met uitzondering van ETC's en ETN's, die zijn toegelaten tot de handel of voor het eerst worden verhandeld op een handelsplatform tijdens de laatste maand van een kwartaal, wordt geacht een liquide markt te bestaan als gespecificeerd in tabel 2.2. van bijlage III tot de toepassing van de resultaten van de berekening van het kalenderkwartaal.

Artikel 14

Transacties waarop de ontheffing van artikel 1, lid 6, van Verordening (EU) nr. 600/2014 van toepassing is

(artikel 1, lid 6, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Een transactie wordt geacht te zijn aangegaan door een lid van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) bij uitvoeren van monetair, valuta- en financiëlestabiliteitsbeleid wanneer die transactie voldoet aan een van de volgende vereisten:

a)

de transacties wordt uitgevoerd voor de doeleinden van monetair beleid, met inbegrip van een transactie die wordt uitgevoerd in overeenstemming met de artikelen 18 en 20 van de aan het Verdrag betreffende de Europese Unie gehechte statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank of een transactie die wordt uitgevoerd krachtens gelijkwaardige nationale bepalingen voor leden van het ESCB in lidstaten die niet de euro voeren;

b)

de transactie is een valutatransactie, met inbegrip van een transactie die wordt uitgevoerd om officiële buitenlandsevalutareserves van de lidstaten aan te houden of te beheren of de door een lid van het ESCB aan banken in andere lidstaten verleende reservebeheerdienst waarvoor de ontheffing is verleend in overeenstemming met artikel 19 van Verordening (EU) nr. 600/2014;

c)

de transactie wordt uitgevoerd voor de doeleinden van financiëlestabiliteitsbeleid.

Artikel 15

Transacties waarop de ontheffing van artikel 1, lid 6, van Verordening (EU) nr. 600/2014 van toepassing is

(artikel 1, lid 7, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Artikel 1, lid 6, van Verordening (EU) nr. 600/2014 is niet van toepassing op de volgende typen transacties die worden uitgevoerd door een lid van het ESCB voor het verrichten van een beleggingsactiviteit die geen verband houdt met het uitvoeren van een van de in artikel 14 bedoelde taken door dat lid:

a)

transacties die worden uitgevoerd voor het beheer van zijn eigen middelen;

b)

transacties die worden uitgevoerd voor eigen administratieve doeleinden of ten behoeve van het personeel van het lid van het ESCB, met inbegrip van transacties die worden uitgevoerd in de hoedanigheid van beheerder van een pensioenregeling voor het personeel;

c)

transacties die worden uitgevoerd voor zijn beleggingsportefeuille krachtens verplichtingen uit hoofde van nationaal recht.

Artikel 16

Tijdelijke opschorting van verplichtingen inzake transparantie

(artikel 9, lid 5, onder a), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Voor financiële instrumenten waarvoor een liquide markt bestaat in overeenstemming met de methodologie van artikel 13, kan een bevoegde autoriteit de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) nr. 600/2014 tijdelijk opschorten wanneer voor een klasse van obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten of derivaten het totale volume als omschreven in tabel 4 van bijlage II, berekend voor de voorgaande dertig kalenderdagen, minder dan 40 % van het voor de twaalf volledige maanden voorafgaand aan die dertig kalenderdagen berekende gemiddelde maandelijkse volume vertegenwoordigt.

2.   Voor financiële instrumenten waarvoor geen liquide markt bestaat in overeenstemming met de methodologie van artikel 13, kan een bevoegde autoriteit de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) nr. 600/2014 tijdelijk opschorten wanneer voor een klasse van obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten of derivaten het totale volume als omschreven in tabel 4 van bijlage II, berekend voor de voorgaande dertig kalenderdagen, minder dan 20 % vertegenwoordigt van het voor de twaalf volledige maanden die voorafgaan aan die dertig kalenderdagen berekende gemiddelde maandelijkse volume.

3.   De bevoegde autoriteiten nemen de op alle handelsplatforms uitgevoerde transacties voor de betrokken klasse van obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten of derivaten in aanmerking bij het uitvoeren van de in de leden 1 en 2 bedoelde berekeningen. De berekeningen worden uitgevoerd op het niveau van de klasse van financiële instrumenten waarop de in artikel 13 beschreven liquiditeitstoets wordt toegepast.

4.   Voordat bevoegde autoriteiten besluiten om verplichtingen inzake transparantie op te schorten, zorgen ze ervoor dat de aanzienlijke afname van de liquiditeit op alle platforms niet het resultaat is van seizoenseffecten van de desbetreffende klasse van financiële instrumenten op de liquiditeit.

Artikel 17

Bepalingen voor de liquiditeitsbeoordeling voor obligaties en voor de bepaling van de voor de instrumentdrempels specifieke omvang vóór de handel op basis van transactiepercentielen

1.   Voor het bepalen van de obligaties waarvoor geen liquide markt bestaat voor de toepassing van artikel 6 en overeenkomstig de in artikel 13, lid 1, onder b), gespecificeerde methodologie, wordt de benadering voor het liquiditeitscriterium „gemiddelde dagelijkse aantal transacties” gekozen door het „gemiddelde dagelijkse aantal transacties” behorend bij fase S1 (15 dagelijkse transacties) toe te passen.

2.   Voor bedrijfsobligaties en gedekte obligaties die zijn toegelaten tot de handel of voor het eerst worden verhandeld op een handelsplatform wordt geacht een liquide markt te bestaan tot de toepassing van de resultaten van de eerste driemaandelijkse liquiditeitsbepaling als beschreven in artikel 13, lid 18, wanneer:

a)

de omvang van de uitgifte groter is dan 1 000 000 000 EUR tijdens de fasen S1 en S2, zoals bepaald in overeenstemming met lid 6;

b)

de omvang van de uitgifte groter is dan 500 000 000 EUR tijdens de fasen S3 en S4, zoals bepaald in overeenstemming met lid 6.

3.   Voor het bepalen van de voor het financieel instrument specifieke omvang voor de toepassing van artikel 5 en overeenkomstig de in artikel 13, lid 2, onder b), gespecificeerde methodologie, wordt de benadering voor het transactiepercentiel gekozen door het transactiepercentiel behorend bij fase S1 (30e percentiel) toe te passen.

4.   Vóór 30 juli van het jaar volgend op de datum van toepassing van Verordening (EU) nr. 600/2014 en vóór 30 juli van het jaar daarna, dient de ESMA een beoordeling in van de werking van de drempels voor het liquiditeitscriterium „gemiddelde dagelijkse aantal transacties” voor obligaties alsmede van de transactiepercentielen die de specifieke omvang van de financiële instrumenten onder lid 8 bepalen. De verplichting om een beoordeling in te dienen van de werking van de drempels voor het liquiditeitscriterium voor obligaties vervalt zodra S4 in de sequentie van lid 6 is bereikt. De verplichting om een beoordeling van transactiepercentielen in te dienen, vervalt zodra S4 in de sequentie van lid 8 is bereikt.

5.   In de in lid 4 bedoelde beoordeling wordt het volgende in aanmerking genomen:

a)

de ontwikkeling van handelsvolumes in andere dan eigenvermogensinstrumenten die onder de verplichtingen inzake transparantie vóór de handel krachtens de artikelen 8 en 9 van Verordening (EU) nr. 600/2014 vallen;

b)

de effecten op liquiditeitsverschaffers van de percentieldrempels die worden gebruikt om de voor het financieel instrument specifieke omvang te bepalen, en

c)

andere relevante factoren.

6.   In het licht van de in overeenstemming met de leden 4 en 5 uitgevoerde beoordeling overlegt de ESMA aan de Commissie een gewijzigde versie van de technische reguleringsnorm die de drempel voor het voor het liquiditeitscriterium „gemiddelde dagelijkse aantal transacties” voor obligaties aanpast volgens de volgende sequentie:

a)

S2 (tien dagelijkse transacties) vóór 30 juli van het jaar volgend op de datum van toepassing van Verordening (EU) nr. 600/2014;

b)

S3 (zeven dagelijkse transacties) vóór 30 juli van het jaar daarna, en

c)

S4 (twee dagelijkse transacties) vóór 30 juli van het jaar daarna.

7.   Wanneer de ESMA geen gewijzigde technische reguleringsnorm overlegt die de drempel aanpast naar de volgende fase overeenkomstig de in lid 6 beschreven sequentie, moet de ESMA in de in overeenstemming met de leden 4 en 5 uitgevoerde beoordeling toelichten waarom aanpassing van de drempel naar de volgende relevante fase niet is gerechtvaardigd. In dat geval zal de overgang naar de volgende fase met een jaar worden uitgesteld.

8.   In het licht van de in overeenstemming met de leden 4 en 5 uitgevoerde beoordeling overlegt de ESMA aan de Commissie een gewijzigde versie van de technische reguleringsnorm die de drempel voor transactiepercentielen aanpast volgens de volgende sequentie:

a)

S2 (40e percentiel) vóór 30 juli van het jaar volgend op de datum van toepassing van Verordening (EU) nr. 600/2014;

b)

S3 (50e percentiel) vóór 30 juli van het jaar daarna, en

c)

S4 (60e percentiel) vóór 30 juli van het jaar daarna.

9.   Wanneer de ESMA geen gewijzigde technische reguleringsnorm overlegt die de drempel aanpast naar de volgende fase overeenkomstig de in lid 8 beschreven sequentie, moet de ESMA in de in overeenstemming met de leden 4 en 5 uitgevoerde beoordeling toelichten waarom aanpassing van de drempel naar de volgende relevante fase niet is gerechtvaardigd. In dat geval zal de overgang naar de volgende fase met een jaar worden uitgesteld.

Artikel 18

Overgangsbepalingen

1.   Uiterlijk zes maanden voorafgaand aan de datum van toepassing van Verordening (EU) nr. 600/2014 verzamelen de bevoegde autoriteiten de benodigde gegevens, berekenen ze de in artikel 13, lid 5, bedoelde details en zorgen ze voor de openbaarmaking daarvan.

2.   Voor de toepassing van lid 1:

a)

worden de berekeningen gebaseerd op een referentieperiode van zes maanden die 18 maanden voorafgaand aan de datum van toepassing van Verordening (EU) nr. 600/2014 begint;

b)

de resultaten van de berekeningen die zijn vervat in de eerste openbaarmaking worden gebruikt tot de resultaten van de eerste reguliere berekeningen als bedoeld in artikel 13, lid 17, van toepassing zijn.

3.   In afwijking van lid 1 doen de bevoegde autoriteiten voor alle obligaties, met uitzondering van ETC's en ETN's, alles wat in hun vermogen ligt om te zorgen voor de openbaarmaking van de resultaten van de in lid 1, onder b), i), van artikel 13 gespecificeerde transparantieberekeningen op uiterlijk de eerste dag van de maand voorafgaand aan de datum van toepassing van Verordening (EU) nr. 600/2014 op basis van een referentieperiode van drie maanden die begint op de eerste dag van de vijfde maand voorafgaand aan de datum van toepassing van Verordening (EU) nr. 600/2014.

4.   Bevoegde autoriteiten, marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, gebruiken de in overeenstemming met lid 3 openbaar gemaakte informatie tot de eerste reguliere berekeningen als bedoeld in artikel 13, lid 18, van toepassing zijn.

5.   Voor obligaties, met uitzondering van ETC's en ETN's, die zijn toegelaten tot de handel of voor het eerst worden verhandeld op een handelsplatform tijdens de drie maanden voorafgaand aan de datum van toepassing van Verordening (EU) nr. 600/2014, wordt geacht geen liquide markt te bestaan als gespecificeerd in tabel 2.2 van bijlage III tot de resultaten van de eerste reguliere berekeningen als bedoeld in artikel 13, lid 18, van toepassing zijn.

Artikel 19

Inwerkingtreding en datum van toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf 3 januari 2018. Artikel 18 is evenwel van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, op 14 juli 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/571 van de Commissie van 2 juni 2016 tot aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake vergunningverlening aan, organisatorische vereisten voor en publicatie van transactiemeldingen door aanbieders van datarapporteringsdiensten (zie bladzijde 126 van dit Publicatieblad).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/577 van de Commissie van 13 juni 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten in financiële instrumenten met betrekking tot technische reguleringsnormen over het volumebeperkingsmechanisme en de verstrekking van informatie ten behoeve van de transparantie en andere berekeningen (zie bladzijde 174 van dit Publicatieblad).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/585 van de Commissie van 14 juli 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen voor de gegevensnormen en -formats voor referentiegegevens voor financiële instrumenten, en voor de technische maatregelen die nodig zijn met het oog op de voorzieningen die de Europese Autoriteit voor effecten en markten en de bevoegde autoriteiten moeten treffen (zie bladzijde 368 van dit Publicatieblad).

(5)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

(6)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

(7)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/590 van de Commissie van 28 juli 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor de melding van transacties aan de bevoegde autoriteiten (zie bladzijde 449 van dit Publicatieblad).

(8)  Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).

(9)  Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).


BIJLAGE I

Beschrijving van het systeemtype en de informatie die in verband daarmee openbaar moet worden gemaakt overeenkomstig artikel 2

Overeenkomstig artikel 2 openbaar te maken informatie

Systeemtype

Beschrijving van het systeem

Openbaar te maken informatie

Op een continue veiling en een orderboek gebaseerd handelssysteem

Een systeem dat door middel van een orderboek en een handelsalgoritme zonder menselijk ingrijpen continu verkooporders matcht met aankooporders op basis van de beste beschikbare prijs.

Voor elk financieel instrument, het geaggregeerde aantal orders en het overeenkomstige volume op elk koersniveau voor ten minste de beste vijf bied- en laatkoersen.

Prijsgedreven handelssysteem

Een systeem waarin transacties worden gesloten op basis van vaste koersen die continu beschikbaar worden gesteld voor de deelnemers en waarin marketmakers de koersen op een zodanig niveau dienen te handhaven dat er een evenwicht bestaat tussen, enerzijds, de behoeften van leden en deelnemers om op commerciële schaal te handelen en, anderzijds, het risico waaraan de marktmaker zich blootstelt.

Voor elk financieel instrument, de beste bied- en laatkoers van elke marktmaker in dat instrument, samen met de volumes die bij deze koersen horen.

De openbaar gemaakte koersen zijn die welke overeenstemmen met bindende toezeggingen om de aandelen te kopen en te verkopen, waarbij tevens wordt aangegeven tegen welke koers en welke hoeveelheid financiële instrumenten de geregistreerde marketmakers bereid zijn te kopen of te verkopen. In uitzonderlijke marktomstandigheden kunnen gedurende een beperkte tijd echter indicatieve of enkelzijdige koersen worden toegestaan.

Op een periodieke veiling gebaseerd handelssysteem

Een systeem dat op basis van een periodieke veiling en een handelsalgoritme zonder menselijk ingrijpen orders matcht.

De koers waartegen het op een veiling gebaseerde handelssysteem het best aan zijn handelsalgoritme voldoet, en het volume dat potentieel uitvoerbaar is tegen die koers door deelnemers aan dat systeem.

Prijsaanvraaggedreven handelssysteem

Een handelssysteem waarbij een koers of koersen worden verstrekt in reactie op een prijsaanvraag van een of meer andere leden of deelnemers. De koers kan uitsluitend worden uitgevoerd door het verzoekende lid of de verzoekende marktdeelnemer. Het verzoekende lid of de verzoekende marktdeelnemer kan een transactie sluiten door de op zijn verzoek verstrekte koers of koersen te aanvaarden.

De koersen en de overeenkomstige volumes van een lid of deelnemer die, indien aanvaard, zouden leiden tot een transactie volgens de regels van het systeem. Alle verstrekte koersen in reactie op een aanvraag kunnen tegelijkertijd openbaar worden gemaakt, maar niet later dan wanneer ze uitvoerbaar worden.

Voicetradingsysteem

Een handelssysteem waarin transacties tussen leden tot stand komen door middel van mondelinge onderhandelingen.

De koop- en verkooporders en de overeenkomstige volumes van een lid of deelnemer die, indien aanvaard, zouden leiden tot een transactie volgens de regels van het systeem.

Niet onder de eerste vijf rijen vallend handelssysteem

Een hybride systeem dat onder twee of meer van de eerste vijf rijen valt, of een systeem waarin het koersvormingsproces van een andere aard is dan dat van de systeemtypen die onder de eerste vijf rijen vallen.

Toereikende informatie over de hoogte van de orders of koersen en van handelsbelangen; met name de beste vijf bied- en laatkoersen en/of dubbele koersen van elke marktmaker in het instrument, indien de kenmerken van het koersvormingsmechanisme zulks mogelijk maken.


BIJLAGE II

Openbaar te maken details van transacties

Tabel 1

Tabel van symbolen voor tabel 2

SYMBOOL

TYPE GEGEVENS

DEFINITIE

{ALPHANUM-n}

Maximaal n alfanumerieke tekens

Veld voor vrije tekst.

{CURRENCYCODE_3}

3 alfanumerieke tekens

3-letterige valutacode volgens ISO 4217 valutacodes.

{DATE_TIME_FORMAT}

Datum- en tijdformaat volgens ISO 8601

Datum en tijdstip in het volgende formaat:

JJJJ-MM-DDTuu:mm:ss.ddddddZ,

waarbij:

„JJJJ” het jaar is;

„MM” de maand is;

„DD” de dag is;

„T” — betekent dat de letter „T” moet worden gebruikt

„uu” het uur is;

„mm” de minuut is;

„ss.dddddd” de seconde en de fractie van een seconde is;

„Z” het UTC-tijdstip is.

Data en tijdstippen moeten worden uitgedrukt in UTC.

{DECIMAL-n/m}

Decimaal getal van maximaal n cijfers in totaal, waarvan maximaal m cijfers fractiecijfers kunnen zijn.

Numeriek veld voor zowel positieve als negatieve waarden:

het decimaalteken is „.” (punt);

negatieve getallen worden voorafgegaan door „–” (minus).

Indien nodig worden waarden afgerond, niet afgebroken.

{ISIN}

12 alfanumerieke tekens

ISIN-code volgens ISO 6166

{MIC}

4 alfanumerieke tekens

Marktidentificatiecode volgens ISO 10383


Tabel 2

Lijst van details ten behoeve van transparantie na de handel

Details

Financiële instrumenten

Beschrijving/openbaar te maken details

Type uitvoering/publicatieplatform

Overeenkomstig tabel 1 in te vullen formaat

Transactiedatum en -tijdstip

Voor alle financiële instrumenten

Datum en tijdstip van uitvoering van de transactie.

Voor op een handelsplatform uitgevoerde transacties is de mate van granulariteit in overeenstemming met de vereisten van artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/574 van de Commissie (1).

Voor niet op een handelsplatform uitgevoerde transacties zijn de datum en het tijdstip die waarop de partijen de inhoud van de volgende velden overeenkomen: hoeveelheid, koers, valuta (in de velden 31, 34 en 40 als gespecificeerd in tabel 2 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/590, instrumentidentificatiecode, instrumentindeling en code van het onderliggende instrument, indien van toepassing. Voor niet op een handelsplatform uitgevoerde transacties is het gemelde tijdstip granulair op ten minste de dichtstbijzijnde seconde.

Wanneer de transactie resulteert uit een namens een cliënt door de uitvoerende beleggingsonderneming aan een derde doorgegeven order waarbij de voorwaarden voor doorgifte als omschreven in artikel 5 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/590 niet zijn vervuld, zijn de datum en het tijdstip die van de transactie in plaats van die van de order.

Gereglementeerde markt (RM), multilaterale handelsfaciliteit (MTF), georganiseerde-handelsfaciliteit (OTF)

Goedgekeurde publicatieregeling (APA)

Verstrekker van consolidated tape (CTP)

{DATE_TIME_FORMAT}

Type instrumentidentificatiecode

Voor alle financiële instrumenten

Voor het identificeren van het financieel instrument gebruikte typecode

RM, MTF, OTF

APA

CTP

„ISIN” = ISIN-code, indien ISIN beschikbaar is

„OTHR” = andere identificatiecode

Instrumentidentificatiecode

Voor alle financiële instrumenten

Voor het identificeren van het financieel instrument gebruikte code

RM, MTF, OTF

APA

CTP

{ISIN}

Wanneer de instrumentidentificatiecode niet een ISIN-code is, een identificatiecode die het derivateninstrument identificeert op basis van de velden 3, 4, 5, 7 en 8 en 12 tot en met 42 als gespecificeerd in bijlage IV en de velden 13 en 24 tot en met 48 als gespecificeerd in de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/585 en de groepering van derivateninstrumenten als omschreven in bijlage III.

Prijs

Voor alle financiële instrumenten

Uitgevoerde prijs van de transactie, in voorkomend geval exclusief provisie en opgelopen rente.

In geval van optiecontracten is dit de premie van het derivatencontract per onderliggende waarde of per indexpunt.

In geval van spread bets is dit de referentieprijs van het onderliggende instrument.

Voor credit default swaps (cds) is dit de coupon in basispunten.

Indien de prijs in geldwaarde wordt gerapporteerd, wordt deze gegeven in de eenheid van de hoofdvaluta.

Wanneer de prijs op dat moment niet beschikbaar is maar hangende, moet de waarde „PNDG” zijn.

Wanneer de prijs niet van toepassing is, wordt het veld niet ingevuld.

De in dit veld gerapporteerde informatie is consistent met de in het veld „Hoeveelheid” ingevulde waarde.

RM, MTF, OTF

APA

CTP

{DECIMAL-18/13} wanneer de prijs wordt uitgedrukt in geldwaarde

{DECIMAL-11/10} wanneer de prijs wordt uitgedrukt als percentage of rendement

„PNDG” wanneer de prijs niet beschikbaar is

{DECIMAL-18/17} wanneer de prijs wordt uitgedrukt in basispunten

Plaats van uitvoering

Voor alle financiële instrumenten

Identificatie van het platform waar de transactie is uitgevoerd.

Gebruik de segment-MIC van ISO 10383 voor op een handelsplatform uitgevoerde transacties. Wanneer de segment-MIC niet bestaat, gebruik dan de exploitant-MIC.

Gebruik de MIC „XOFF” voor financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel of worden verhandeld op een handelsplatform wanneer de transactie in dat financieel instrument niet wordt uitgevoerd op een handelsplatform of door een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling of op een georganiseerd handelsplatform buiten de Unie.

Gebruik SINT voor financiële instrumenten die zijn voorgelegd voor verhandeling of worden verhandeld op een handelsplatform wanneer de transactie in dat financieel instrument wordt uitgevoerd door een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling.

RM, MTF, OTF

APA

CTP

{MIC} — handelsplatforms

„SINT” — beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling

Eenheid van de prijs

Voor alle financiële instrumenten

Indicatie of de prijs wordt uitgedrukt als geldwaarde, percentage of rendement

RM, MTF, OTF

APA

CTP

„MONE” — Geldwaarde

„PERC” — Percentage

„YIEL” — Rendement

„BAPO” — Basispunten

Valuta van de prijs

Voor alle financiële instrumenten

Valuta waarin de prijs is uitgedrukt (van toepassing indien de prijs wordt uitgedrukt als geldwaarde)

RM, MTF, OTF

APA

CTP

{CURRENCYCODE_3}

Notatie van de hoeveelheid in de meeteenheid

Voor grondstoffenderivaten, emissierechtenderivaten en emissierechten, behoudens in de in artikel 11, lid 1, onder a) en b), van deze verordening beschreven gevallen.

Indicatie van meeteenheden waarin de hoeveelheid in de meeteenheid wordt uitgedrukt

RM, MTF, OTF

APA

CTP

„TOCD” — ton koolstofdioxide-equivalent

of

{ALPHANUM-25} anders

Hoeveelheid in de meeteenheid

Voor grondstoffenderivaten, emissierechtenderivaten en emissierechten, behoudens in de in artikel 11, lid 1, onder a) en b), van deze verordening beschreven gevallen.

De equivalente hoeveelheid van een verhandelde grondstof of een verhandeld emissierecht uitgedrukt in de meeteenheid

RM, MTF, OTF

APA

CTP

{DECIMAL-18/17}

Hoeveelheid

Voor alle financiële instrumenten, behoudens in de in artikel 11, lid 1, onder a) en b), van deze verordening beschreven gevallen.

Het aantal eenheden van het financiële instrument, of het aantal derivatencontracten in de transactie.

RM, MTF, OTF

APA

CTP

{DECIMAL-18/17}

Notionele waarde

Voor alle financiële instrumenten, behoudens in de in artikel 11, lid 1, onder a) en b), van deze verordening beschreven gevallen.

Nominale waarde of notionele waarde

Voor spread bets is de notionele waarde gelijk aan de ingezette geldwaarde per punt beweging in het onderliggende financiële instrument.

Voor credit default swaps is de notionele waarde het notionele bedrag waarvoor de protectie wordt verkregen of vervreemd.

De in dit veld gerapporteerde informatie is consistent met de in het veld „Prijs” ingevulde waarde.

RM, MTF, OTF

APA

CTP

{DECIMAL-18/5}

Notionele valuta

Voor alle financiële instrumenten, behoudens in de in artikel 11, lid 1, onder a) en b), van deze verordening beschreven gevallen.

Valuta waarin de notionele waarde is uitgedrukt

RM, MTF, OTF

APA

CTP

{CURRENCYCODE_3}

Soort

Alleen voor emissierechten en emissierechtenderivaten

Dit veld is alleen van toepassing op emissierechten en emissierechtenderivaten.

RM, MTF, OTF

APA

CTP

„EUAE” — EUA

„CERE” — CER

„ERUE” — ERU

„EUAA” — EUAA

„OTHR” — Overig (alleen voor derivaten)

Datum en tijdstip van openbaarmaking

Voor alle financiële instrumenten

Datum en tijdstip van de openbaarmaking van de transactie door een handelsplatform of APA.

Voor op een handelsplatform uitgevoerde transacties is de mate van granulariteit in overeenstemming met de vereisten van artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/574.

Voor niet op een handelsplatform uitgevoerde transacties is het gemelde tijdstip granulair op ten minste de dichtstbijzijnde seconde.

RM, MTF, OTF

APA

CTP

{DATE_TIME_FORMAT}

Platform van openbaarmaking

Voor alle financiële instrumenten

Voor de identificatie van het handelsplatform en de APA die de transactie openbaar maakt gebruikte code.

CTP

Handelsplatform: {MIC}

APA {MIC} indien beschikbaar. Anders, een uit 4 karakters bestaande code als gepubliceerd in de lijst van datarapporteringsdiensten op de website van de ESMA.

Transactie-identificatiecode

Voor alle financiële instrumenten

Alfanumerieke code die wordt toegekend door handelsplatforms (krachtens artikel 12 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/580 van de Commissie (2)) en APA's en die wordt gebruikt voor daaropvolgende verwijzingen naar de specifieke transactie.

De transactie-identificatiecode is uniek, consistent en persistent voor elke segment-MIC volgens ISO 10383 en voor elke handelsdag. Indien het handelsplatform geen segment-MIC's gebruikt, is de transactie-identificatiecode uniek, consistent en persistent voor elke exploitant-MIC en elke handelsdag.

Indien een APA geen MIC's gebruikt, moet de transactie-identificatiecode uniek, consistent en persistent zijn voor elke uit 4 karakters bestaande code die wordt gebruikt om de APA te identificeren voor elke handelsdag.

De identiteit van de tegenpartijen bij de transactie waarvoor de transactie-identificatiecode wordt bijgehouden, kan niet worden afgeleid uit de onderdelen van deze code.

RM, MTF, OTF

APA

CTP

{ALPHANUMERICAL-52}

Te clearen transactie

Voor derivaten

Code om vast te stellen of de transactie zal worden gecleard.

RM, MTF, OTF

APA

CTP

„true” — transactie zal worden gecleard

„false” — transactie zal niet worden gecleard


Tabel 3

Lijst van markeringen ten behoeve van transparantie na de handel

 

Markering

Naam van de markering

Type uitvoering/publicatieplatform

Beschrijving

 

„BENC”

Benchmarktransactie

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Alle soorten transacties tegen een volumegewogen gemiddelde koers en alle andere transacties waarvoor de koers wordt berekend over verscheidene tijdstippen volgens een gegeven benchmark.

 

„ACTX”

Kruistransactie door beleggingsonderneming (Agency cross transaction)

APA

CTP

Transacties waarbij een beleggingsonderneming orders van twee cliënten samenvoegt en de aankoop en verkoop als een enkele transactie uitvoert voor hetzelfde volume en tegen dezelfde prijs.

 

„NPFT”

Niet-koersvormende transactie (Non-price forming transaction)

RM, MTF, OTF

CTP

Alle typen transacties als vermeld in artikel 12 van deze verordening die niet bijdragen tot de koersvorming.

 

„LRGS”

Large in Scale (LIS) transactie met uitstel van transparantie na de handel

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Transacties die worden uitgevoerd met uitstel van de transparantie na de handel voor transacties van aanzienlijke omvang.

 

„ILQD”

Transacties in niet-liquide instrumenten

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Transacties die worden uitgevoerd met uitstel voor instrumenten waarvoor geen liquide markt bestaat.

 

„SIZE”

SSTI (Size Specific to the Instrument) transactie met uitstel van transparantie na de handel

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Transacties die worden uitgevoerd met uitstel van transparantie na de handel op basis van de voor het financieel instrument specifieke omvang

 

„TPAC”

Pakkettransactie (Package transaction)

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Pakkettransactie die geen exchange for physicals als omschreven in artikel 1 is.

 

„XFPH”

Exchange for physicals-transactie

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Exchange for physicals als omschreven in artikel 1

 

„CANC”

Annulering (Cancellation)

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Wanneer een eerder openbaar gemaakte transactie wordt geannuleerd.

 

„AMND”

Wijziging (Amendment)

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Wanneer een eerder openbaar gemaakte transactie wordt gewijzigd.

MARKERINGEN VOOR AANVULLEND UITSTEL

Artikel 11, lid 1, onder a), punt i)

„LMTF”

Beperkte hoeveelheid details

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Eerste verslag met openbaarmaking van een beperkte hoeveelheid details overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), punt i).

„FULF”

Alle details (Full details)

Transactie waarvoor eerder een beperkte hoeveelheid details is openbaar gemaakt overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), punt i).

Artikel 11, lid 1, onder a), punt ii)

„DATF”

Dagelijks geaggregeerde transactie (Daily aggregated transaction)

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Openbaarmaking van dagelijks geaggregeerde transactie overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), punt ii).

„FULA”

Alle details (Full details)

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Afzonderlijke transactie waarvoor eerder dagelijks geaggregeerde details zijn openbaar gemaakt overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), punt ii).

Artikel 11, lid 1, onder b)

„VOLO”

Volumeweglating (Volume omission)

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Transactie waarvoor een beperkte hoeveelheid details wordt openbaar gemaakt overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder b).

„FULV”

Alle details (Full details)

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Transactie waarvoor eerder een beperkte hoeveelheid details is openbaar gemaakt overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder b).

Artikel 11, lid 1, onder c)

„FWAF”

Aggregatie over vier weken (Four weeks aggregation)

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Openbaarmaking van geaggregeerde transacties overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder c).

„FULJ”

Alle details (Full details)

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Afzonderlijke transacties die eerder hebben geprofiteerd van geaggregeerde openbaarmaking overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder c).

Artikel 11, lid 1, onder d)

„IDAF”

Aggregatie voor onbepaalde tijd (Indefinite aggregation)

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Transacties waarvoor de openbaarmaking van verscheidene transacties in geaggregeerde vorm voor onbepaalde tijd is toegestaan overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder d).

Achtereenvolgend gebruik van artikel 11, lid 1, onder b), en artikel 11, lid 2, onder c), voor overheidsschuldinstrumenten.

„VOLW”

Volumeweglating (Volume omission)

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Transactie waarvoor een beperkte hoeveelheid details wordt openbaar gemaakt overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder b), en waarvoor vervolgens de openbaarmaking van verscheidene transacties in geaggregeerde vorm voor onbepaalde tijd zal worden toegestaan overeenkomstig artikel 11, lid 2, onder c).

„COAF”

Consecutieve aggregatie (volumeweglating voor overheidsschuldinstrumenten) (Consecutive aggregation)

RM, MTF, OTF

APA

CTP

Transacties waarvoor eerder een beperkte hoeveelheid details is openbaar gemaakt overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder b), en waarvoor vervolgens de openbaarmaking van verscheidene transacties in geaggregeerde vorm voor onbepaalde tijd is toegestaan overeenkomstig artikel 11, lid 2, onder c).


Tabel 4

Volumemaatstaf

Type instrument

Hoeveelheid

Alle obligaties met uitzondering van ETC's en ETN's en gestructureerde financiële producten

Totale nominale waarde van verhandelde schuldinstrumenten

Obligatietypen ETC en ETN

Aantal verhandelde eenheden (3)

Gesecuritiseerde derivaten

Aantal verhandelde eenheden (3)

Rentederivaten

Notionele waarde van verhandelde contracten

Valutaderivaten

Notionele waarde van verhandelde contracten

Aandelenderivaten

Notionele waarde van verhandelde contracten

Grondstoffenderivaten

Notionele waarde van verhandelde contracten

Kredietderivaten

Notionele waarde van verhandelde contracten

Contract for differences

Notionele waarde van verhandelde contracten

C10-derivaten

Notionele waarde van verhandelde contracten

Emissierechtenderivaten

Ton koolstofdioxide-equivalent

Emissierechten

Ton koolstofdioxide-equivalent


(1)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/574 van de Commissie van 7 juni 2016 tot aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor het accuratesseniveau van beursklokken (zie bladzijde 148 van dit Publicatieblad).

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/580 van de Commissie van 24 juni 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van technische reguleringsnormen voor het bijhouden van relevante gegevens met betrekking tot orders in financiële instrumenten (zie bladzijde 193 van dit Publicatieblad).

(3)  Koers per eenheid.


BIJLAGE III

Liquiditeitsbeoordeling, LIS- en SSTI-drempels voor andere financiële instrumenten dan eigenvermogensinstrumenten

1.   Instructies voor het gebruik van deze bijlage

1.

Een verwijzing naar een „activaklasse” is een verwijzing naar de volgende klassen van financiële instrumenten: obligaties, gestructureerde financiële producten, gesecuritiseerde derivaten, rentederivaten, aandelenderivaten, grondstoffenderivaten, valutaderivaten, kredietderivaten, C10-derivaten, CFD's, emissierechten en emissierechtenderivaten.

2.

Een verwijzing naar een „subactivaklasse” is een verwijzing naar een op meer granulair niveau gesegmenteerde activaklasse op basis van het contracttype en/of het type onderliggende activa.

3.

Een verwijzing naar een „subklasse” is een verwijzing naar een op meer granulair niveau gesegmenteerde subactivaklasse op basis van verdere kwalitatieve segmenteringscriteria als omschreven in de tabellen 2.1 tot en met 13.3 van deze bijlage.

4.

Onder „gemiddelde dagelijkse omzet” wordt verstaan: de totale omzet voor een specifiek financieel instrument als bepaald volgens de volumemaatstaf van tabel 4 van bijlage II en uitgevoerd in de periode als bedoeld in artikel 13, lid 7, gedeeld door het aantal handelsdagen in die periode of, indien van toepassing, dat deel van het jaar waarin het financieel instrument was toegelaten tot of werd verhandeld op een handelsplatform en de verhandeling niet was opgeschort.

5.

Onder „gemiddelde dagelijkse notionele waarde (average daily notional amount, ADNA)” wordt verstaan: de totale notionele waarde voor een specifiek financieel instrument als bepaald volgens de volumemaatstaf van tabel 4 van bijlage II en uitgevoerd in de periode als bedoeld in artikel 13, lid 18, voor alle obligaties met uitzondering van ETC's en ETN's, en in artikel 13, lid 7, voor alle andere financiële instrumenten, gedeeld door het aantal handelsdagen in die periode of, indien van toepassing, dat deel van het jaar waarin het financieel instrument was toegelaten tot of werd verhandeld op een handelsplatform en de verhandeling niet was opgeschort.

6.

Onder „percentage verhandelingsdagen in de betrokken periode” wordt verstaan: het aantal dagen in de periode als bedoeld in artikel 13, lid 18, voor alle obligaties met uitzondering van ETC's en ETN's, en in artikel 13, lid 7, voor gestructureerde financiële producten, waarop ten minste één transactie voor dat financieel instrument is uitgevoerd, gedeeld door het aantal handelsdagen in die periode of, indien van toepassing, dat deel van het jaar waarin het financieel instrument was toegelaten tot of werd verhandeld op een handelsplatform en de verhandeling niet was opgeschort.

7.

Onder „gemiddeld aantal dagelijkse transacties” wordt verstaan: het totale aantal transacties dat voor een specifiek financieel instrument is uitgevoerd in de periode als bedoeld in artikel 13, lid 18, voor alle obligaties met uitzondering van ETC's en ETN's, en in artikel 13, lid 7, voor alle andere financiële instrumenten, gedeeld door het aantal handelsdagen in die periode of, indien van toepassing, dat deel van het jaar waarin het financieel instrument was toegelaten tot of werd verhandeld op een handelsplatform en de verhandeling niet was opgeschort.

8.

Onder „future” wordt verstaan: een contract om op een gespecificeerde toekomstige datum tegen een bij het sluiten van het contract door de koper en de verkoper overeengekomen prijs een grondstof of financieel instrument te kopen of te verkopen. Elk futurecontract heeft standaardvoorwaarden die de minimumkwantiteit en -kwaliteit die kan worden gekocht of verkocht, het kleinste bedrag waarmee de prijs kan veranderen, leveringsprocedures, de vervaldatum en andere kenmerken van het contract dicteren.

9.

Onder „optie” wordt verstaan: een contract dat de eigenaar het recht geeft, maar niet de verplichting oplegt, om een specifiek instrument of een specifieke grondstof te kopen (call) of te verkopen (put) tegen een vooraf bepaalde prijs of uitoefenprijs op of tot een bepaalde toekomstige datum of uitoefendatum.

10.

Onder „swap” wordt verstaan: een contract waarin twee partijen overeenkomen om op een bepaalde toekomstige datum kasstromen in één financieel instrument te ruilen voor die in een ander financieel instrument.

11.

Onder „portefeuilleswap” wordt verstaan: een contract op grond waarvan eindgebruikers meerdere swaps kunnen verhandelen.

12.

Onder „forward” of „forwardovereenkomst” wordt verstaan: een onderhandse overeenkomst tussen twee partijen om op een bij het sluiten van het contract door de koper en de verkoper overeengekomen, gespecificeerde toekomstige datum een grondstof of een financieel instrument te kopen of te verkopen.

13.

Onder „swaption” wordt verstaan: een contract dat de eigenaar het recht geeft, maar niet de verplichting oplegt, om op of tot een bepaalde toekomstige datum of uitoefendatum een swap aan te gaan.

14.

Onder „future op een swap” wordt verstaan: een futurecontract dat de eigenaar het recht geeft, maar niet de verplichting oplegt, om op of tot een bepaalde toekomstige datum een swap aan te gaan.

15.

Onder „forward op een swap” wordt verstaan: een forwardcontract dat de eigenaar de verplichting oplegt om op of tot een bepaalde toekomstige datum een swap aan te gaan.

2.   Obligaties

Tabel 2.1

Obligaties (alle obligatietypen met uitzondering van ETC's en ETN's) — klassen waarvoor geen liquide markt bestaat

Activaklassen — Obligaties (alle obligatietypen met uitzondering van ETC's en ETN's)

Voor elk afzonderlijk financieel instrument wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wanneer het niet voldoet aan een van de of alle volgende drempels van de kwantitatieve liquiditeitscriteria op cumulatieve basis

Gemiddelde dagelijkse notionele waarde

[kwantitatief liquiditeitscriterium 1]

Gemiddeld aantal dagelijkse transacties

[kwantitatief liquiditeitscriterium 2]

Percentage verhandelingsdagen in de betrokken periode

[kwantitatief liquiditeitscriterium 3]

100 000  EUR

S1

S2

S3

S4

80 %

15

10

7

2


Tabel 2.2

Obligaties (alle obligatietypen met uitzondering van ETC's en ETN's) — klassen waarvoor geen liquide markt bestaat

Activaklassen — Obligaties (alle obligatietypen met uitzondering van ETC's en ETN's)

Voor elke afzonderlijke obligatie wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 13, lid 18, wanneer zij gekenmerkt wordt door een specifieke combinatie van obligatietype en uitgifteomvang zoals gespecificeerd in elke rij van de tabel

Obligatietype

 

Omvang van de uitgifte

Overheidsobligatie

een obligatie die is uitgegeven door een overheidsemittent die een van de volgende is:

a)

de Unie;

b)

een lidstaat, met inbegrip van een regeringsdepartement, een agentschap of een special purpose vehicle van de lidstaat;

c)

een niet onder a) en b) vallende overheidsentiteit.

kleiner dan (in EUR)

1 000 000 000  EUR

Andere overheidsobligatie

een obligatie die is uitgegeven door een van de volgende overheidsemittenten:

a)

in het geval van een lidstaat die een federale staat is, een lid van de federatie;

b)

een special purpose vehicle voor verscheidene lidstaten;

c)

een door twee of meer lidstaten opgerichte internationale financiële instelling die tot doel heeft middelen bijeen te brengen en financiële bijstand te verlenen ten behoeve van haar leden als deze ernstige financiële problemen ondervinden of dreigen te ondervinden;

d)

de Europese Investeringsbank;

e)

een overheidsentiteit die geen emittent van een overheidsobligatie als gespecificeerd in de vorige rij is.

kleiner dan (in EUR)

500 000 000  EUR

Converteerbare obligatie

een instrument dat bestaat uit een obligatie of een gesecuritiseerd schuldinstrument met een ingebed derivaat, zoals een optie om het onderliggende aandeel te kopen.

kleiner dan (in EUR)

500 000 000  EUR

Gedekte obligatie

een obligatie als omschreven in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG

tijdens de fasen S1 en S2

tijdens de fasen S3 en S4

kleiner dan (in EUR)

1 000 000 000  EUR

kleiner dan (in EUR)

500 000 000  EUR

Bedrijfsobligatie

een obligatie die is uitgegeven door een in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad (1) opgerichte Societas Europaea of een type vennootschap als vermeld in artikel 1 van Richtlijn 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) of een equivalent daarvan in derde landen.

tijdens de fasen S1 en S2

tijdens de fasen S3 en S4

kleiner dan (in EUR)

1 000 000 000  EUR

kleiner dan (in EUR)

500 000 000  EUR

Obligatietype

Om te bepalen voor welke financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 13, lid 18, wordt de volgende methodologie toegepast

Andere obligatie

Voor een obligatie die niet tot een van bovengenoemde obligatietypen behoort, wordt geacht geen liquide markt te bestaan


Tabel 2.3

Obligaties (alle obligatietypen met uitzondering van ETC's en ETN's) — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel

Activaklassen — Obligaties (alle obligatietypen met uitzondering van ETC's en ETN's)

Obligatietype

In aanmerking te nemen transacties voor de berekening van de drempels per obligatietype

Toe te passen percentielen voor de berekening van de SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elk obligatietype

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Transactie — percentiel

Overheidsobligatie

in overheidsobligaties uitgevoerde transacties na uitsluiting van transacties als gespecificeerd in artikel 13, lid 10

S1

S2

S3

S4

300 000  EUR

70

300 000  EUR

80

90

30

40

50

60

Andere overheidsobligatie

in andere overheidsobligaties uitgevoerde transacties na uitsluiting van transacties als gespecificeerd in artikel 13, lid 10

S1

S2

S3

S4

300 000  EUR

70

300 000  EUR

80

90

30

40

50

60

Converteerbare obligatie

in converteerbare obligaties uitgevoerde transacties na uitsluiting van transacties als gespecificeerd in artikel 13, lid 10

S1

S2

S3

S4

200 000  EUR

70

200 000  EUR

80

90

30

40

50

60

Gedekte obligatie

in gedekte obligaties uitgevoerde transacties na uitsluiting van transacties als gespecificeerd in artikel 13, lid 10

S1

S2

S3

S4

300 000  EUR

70

300 000  EUR

80

90

30

40

40

40

Bedrijfsobligatie

in bedrijfsobligaties uitgevoerde transacties na uitsluiting van transacties als gespecificeerd in artikel 13, lid 10

S1

S2

S3

S4

200 000  EUR

70

200 000  EUR

80

90

30

40

50

60

Andere obligaties

in andere obligaties uitgevoerde transacties na uitsluiting van transacties als gespecificeerd in artikel 13, lid 10

S1

S2

S3

S4

200 000  EUR

70

200 000  EUR

80

90

30

40

50

60


Tabel 2.4

Obligaties (obligatietypen ETC en ETN) — klassen waarvoor geen liquide markt bestaat

Activaklasse — Obligaties (obligatietypen ETC en ETN)

Obligatietype

Voor elk afzonderlijk financieel instrument wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wanneer het niet voldoet aan een van de of alle volgende drempels van de kwantitatieve liquiditeitscriteria

Gemiddelde dagelijkse omzet

[kwantitatief liquiditeitscriterium 1]

Gemiddeld aantal dagelijkse transacties

[kwantitatief liquiditeitscriterium 2]

Exchange-traded commodities (ETC's)

een schuldinstrument dat is uitgegeven tegen een rechtstreekse belegging door de emittent in grondstoffen- of grondstoffenderivatencontracten. De koers van een ETC is rechtstreeks of onrechtstreeks gekoppeld aan de prestaties van het onderliggende. Een ETC volgt passief de prestaties van de grondstof of grondstoffenindices waarop hij betrekking heeft.

500 000  EUR

10

Exchange-traded notes (ETN's)

een schuldinstrument dat is uitgegeven tegen een rechtstreekse belegging door de emittent in het onderliggende derivatencontract of de onderliggende derivatencontracten. De koers van een ETN is rechtstreeks of onrechtstreeks gekoppeld aan de prestaties van het onderliggende. Een ETN volgt passief de prestaties van het onderliggende waarop hij betrekking heeft.

500 000  EUR

10


Tabel 2.5

Obligaties (obligatietypen ETC en ETN) — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel

Activaklasse — Obligaties (obligatietypen ETC en ETN)

SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elk afzonderlijk instrument waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan

Obligatietype

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

ETC's

1 000 000  EUR

1 000 000  EUR

50 000 000  EUR

50 000 000  EUR

ETN's

1 000 000  EUR

1 000 000  EUR

50 000 000  EUR

50 000 000  EUR

SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elk afzonderlijk instrument waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan

Obligatietype

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

ETC's

900 000  EUR

900 000  EUR

45 000 000  EUR

45 000 000  EUR

ETN's

900 000  EUR

900 000  EUR

45 000 000  EUR

45 000 000  EUR

3.   Gestructureerde financiële producten (GFP's)

Tabel 3.1

GFP's — klassen waarvoor geen liquide markt bestaat

Activaklasse — Gestructureerde financiële producten (GFP's)

Toets 1 — beoordeling activaklasse van GFP's

De beoordeling van de activaklasse GFP's voor het bepalen van de financiële instrumenten waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b)

In aanmerking te nemen transacties voor de berekening van de waarden die verband houden met de kwantitatieve liquiditeitscriteria voor de beoordeling van de activaklasse van GFP's

De activaklasse van GFP's wordt beoordeeld door toepassing van de volgende drempels van de kwantitatieve liquiditeitscriteria

Gemiddelde dagelijkse notionele waarde (ADNA)

[kwantitatief liquiditeitscriterium 1]

Gemiddeld aantal dagelijkse transacties

[kwantitatief liquiditeitscriterium 2]

In alle GFP's uitgevoerde transacties

300 000 000  EUR

500

Toets 2 — GFP's waarvoor geen liquide markt bestaat

Wanneer de waarden die verband houden met de kwantitatieve liquiditeitscriteria boven de voor de beoordeling van de activaklasse van GFP's vastgestelde kwantitatieve liquiditeitsdrempels liggen, is toets 1 gehaald en wordt toets 2 uitgevoerd. Voor elk afzonderlijk financieel instrument wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wanneer het niet voldoet aan een van de of alle volgende drempels van de kwantitatieve liquiditeitscriteria

Gemiddelde dagelijkse notionele waarde (ADNA)

[kwantitatief liquiditeitscriterium 1]

Gemiddeld aantal dagelijkse transacties

[kwantitatief liquiditeitscriterium 2]

Percentage verhandelingsdagen in de betrokken periode

[kwantitatief liquiditeitscriterium 3]

100 000  EUR

2

80 %


Tabel 3.2

GFP's — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel wanneer toets 1 niet wordt gehaald

Activaklasse — Gestructureerde financiële producten (GFP's)

SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel wanneer toets 1 niet wordt gehaald

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

100 000  EUR

250 000  EUR

500 000  EUR

1 000 000  EUR

Tabel 3.3

GFP's — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel wanneer toets 1 wordt gehaald

Activaklasse — Gestructureerde financiële producten (GFP's)

In aanmerking te nemen transacties voor de berekening van de drempels

Toe te passen percentielen en ondergrenzen voor de berekening van de SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor GFP's waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan wanneer toets 1 wordt gehaald

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Ondergrens

In alle GFP's waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan uitgevoerde transacties

S1

S2

S3

S4

100 000  EUR

70

250 000  EUR

80

500 000  EUR

90

1 000 000  EUR

30

40

50

60


SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor GFP's waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan wanneer toets 1 wordt gehaald

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

100 000  EUR

250 000  EUR

500 000  EUR

1 000 000  EUR

4.   Gesecuritiseerde derivaten

Tabel 4.1

Gesecuritiseerde derivaten — klassen waarvoor geen liquide markt bestaat

Activaklasse — Gesecuritiseerde derivaten

een overdraagbaar effect als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 44, onder c), van Richtlijn 2014/65/EU anders dan een gestructureerd financieel product, dat ten minste het volgende moet omvatten:

a)

plain vanilla gedekte warrants: effecten die de houder het recht geven, maar niet de verplichting opleggen, om op of tot de vervaldatum een specifieke hoeveelheid van het onderliggende activum te kopen (verkopen) tegen een vooraf bepaalde uitoefenprijs of, indien afwikkeling in contanten is vastgesteld, de betaling van het positieve verschil tussen de actuele marktprijs (de uitoefenprijs) en de uitoefenprijs (de actuele marktprijs);

b)

hefboomcertificaten: certificaten die de prestaties van het onderliggende activum volgen met hefboomeffect;

c)

exotische gedekte warrants: gedekte warrants waarvan de belangrijkste component een combinatie van opties is;

d)

onderhandelbare rechten;

e)

investeringscertificaten: certificaten die de prestaties van het onderliggende activum volgen zonder hefboomeffect.

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt de volgende methodologie toegepast

voor alle gesecuritiseerde effecten wordt geacht een liquide markt te bestaan

Tabel 4.2

Gesecuritiseerde derivaten — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel

Activaklasse — Gesecuritiseerde derivaten

SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

50 000  EUR

60 000  EUR

90 000  EUR

100 000  EUR

5.   Rentederivaten

Tabel 5.1

Rentederivaten — klassen waarvoor geen liquide markt bestaat

Activaklasse — Rentederivaten

elk contract als bedoeld in bijlage I, deel C, punt 4), van Richtlijn 2014/65/EU waarvan het uiteindelijk onderliggende een obligatie, een lening, een mandje, een portefeuille of een index, met inbegrip van een rente-, obligatie-, lening- of enig ander product is dat de prestaties van een rente, obligatie of lening vertegenwoordigt.

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt elke subactivaklasse verder gesegmenteerd in subklassen als hieronder omschreven

Voor elke subklasse wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wanneer de subklasse niet voldoet aan een van de of alle volgende drempels van de kwantitatieve liquiditeitscriteria Op subklassen waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan, wordt, indien van toepassing, het aanvullende kwalitatieve liquiditeitscriterium toegepast

Gemiddelde dagelijkse notionele waarde (ADNA)

[kwantitatief liquiditeitscriterium 1]

Gemiddeld aantal dagelijkse transacties

[kwantitatief liquiditeitscriterium 2]

Aanvullend kwalitatief liquiditeitscriterium

Obligatiefutures/-forwards

een obligatiefuture/-forward-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — emittent van het onderliggende

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijd van de onderliggende te leveren obligatie, gedefinieerd als volgt:

 

Kortlopend: de onderliggende te leveren obligatie met een looptijd van tussen 1 en 4 jaar wordt geacht kortlopend te zijn

 

Middellanglopend: de onderliggende te leveren obligatie met een looptijd van tussen 4 en 8 jaar wordt geacht middellanglopend te zijn

 

Langlopend: de onderliggende te leveren obligatie met een looptijd van tussen 8 en 15 jaar wordt geacht langlopend te zijn

 

Ultralanglopend: de onderliggende te leveren obligatie met een looptijd van meer dan 15 jaar wordt geacht ultralanglopend te zijn

 

Segmenteringscriterium 3 — looptijdsegment van de future, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 2: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 3: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 5: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

5 000 000  EUR

10

wanneer voor een subklasse wordt geacht een liquide markt te bestaan met betrekking tot een specifiek looptijdsegment, en voor de door het volgende looptijdsegment bepaalde subklasse wordt geacht geen liquide markt te bestaan, wordt voor het eerste back month-contract twee weken voor het eind van de front month geacht een liquide markt te bestaan

Obligatieopties

een obligatieoptiesubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggende obligatie of onderliggende obligatiefuture/-forward

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de optie, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 2: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 3: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 5: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

5 000 000  EUR

10

 

Rentefutures en FRA

een rentefuturesubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggende rente

 

Segmenteringscriterium 2 — termijn van de onderliggende rente

 

Segmenteringscriterium 3 — looptijdsegment van de future, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 2: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 3: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 5: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

500 000 000  EUR

10

wanneer voor een subklasse wordt geacht een liquide markt te bestaan met betrekking tot een specifiek looptijdsegment, en voor de door het volgende looptijdsegment bepaalde subklasse wordt geacht geen liquide markt te bestaan, wordt voor het eerste back month-contract twee weken voor het eind van de front month geacht een liquide markt te bestaan

Renteopties

een renteoptiesubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggende rente of onderliggende rentefuture of FRA

 

Segmenteringscriterium 2 — termijn van de onderliggende rente

 

Segmenteringscriterium 3 — looptijdsegment van de optie, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 2: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 3: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 5: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

500 000 000  EUR

10

 

Swaptions

een swaptionsubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend swaptype, gedefinieerd als volgt: fixed-to-fixed single currency swap, futures/forwards op fixed-to-fixed single currency swap, fixed-to-float single currency swap, futures/forwards op fixed-to-float single currency swap, float-to-float single currency swap, futures/forwards op float-to-float single currency swap, inflation single currency swap, futures/forwards op inflation single currency swap, OIS single currency swap, futures/forwards op OIS single currency swap, fixed-to-fixed multi-currency swap, futures/forwards op fixed-to-fixed multi-currency swap, fixed-to-float multi-currency swap, futures/forwards op fixed-to-float multi-currency swap, float-to-float multi-currency swap, futures/forwards op float-to-float multi-currency swap, inflation multi-currency swap, futures/forwards op inflation multi-currency swap, OIS multi-currency swap, futures/forwards op OIS multi-currency swap

 

Segmenteringscriterium 2 — notionele valuta, gedefinieerd als de valuta waarin de notionele waarde van de optie is uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 3 — inflatie-index indien het onderliggende swaptype ofwel een inflation single currency swap, ofwel een inflation multi-currency swap is

 

Segmenteringscriterium 4 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

500 000 000  EUR

10

 

Segmenteringscriterium 5 — looptijdsegment van de optie, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 2: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 3: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 4: 2 jaar < looptijd ≤ 5 jaar

 

Looptijdsegment 5: 5 jaar < looptijd ≤ 10 jaar

 

Looptijdsegment 6: langer dan 10 jaar

Fixed-to-Float „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Fixed-to-Float „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

een swap of een future/forward op een swap waarbij twee partijen in verschillende valuta's luidende kasstromen uitwisselen en de kasstromen aan de ene zijde worden bepaald door een vaste rente, terwijl die aan de andere zijde worden bepaald door een zwevende rente

een fixed-to-float multi-currency-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — notioneel valutapaar, gedefinieerd als de combinatie van de twee valuta's waarin de twee zijden van de swap zijn uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

50 000 000  EUR

10

 

Float-to-Float „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Float-to-Float „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

een swap of een future/forward op een swap waarbij twee partijen in verschillende valuta's luidende kasstromen uitwisselen en de kasstromen aan beide zijden worden bepaald door een zwevende rente

een float-to-float multi-currency-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — notioneel valutapaar, gedefinieerd als de combinatie van de twee valuta's waarin de twee zijden van de swap zijn uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

50 000 000  EUR

10

 

Fixed-to-Fixed „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Fixed-to-Fixed „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

een swap of een future/forward op een swap waarbij twee partijen in verschillende valuta's luidende kasstromen uitwisselen en de kasstromen aan beide zijden worden bepaald door een vaste rente

een fixed-to-fixed multi-currency-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — notioneel valutapaar, gedefinieerd als de combinatie van de twee valuta's waarin de twee zijden van de swap zijn uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

50 000 000  EUR

10

 

Overnight Index Swap (OIS) „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Overnight Index Swap (OIS) „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

een swap of een future/forward op een swap waarbij twee partijen in verschillende valuta's luidende kasstromen uitwisselen en de kasstromen aan ten minste één zijde worden bepaald door een Overnight Index Swap (OIS)-rente

een Overnight Index Swap (OIS) multi-currency-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — notioneel valutapaar, gedefinieerd als de combinatie van de twee valuta's waarin de twee zijden van de swap zijn uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

50 000 000  EUR

10

 

Inflation „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Inflation „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

een swap of een future/forward op een swap waarbij twee partijen in verschillende valuta's luidende kasstromen uitwisselen en de kasstromen aan ten minste één zijde worden bepaald door een inflatierente

een inflation multi-currency-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — notioneel valutapaar, gedefinieerd als de combinatie van de twee valuta's waarin de twee zijden van de swap zijn uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

50 000 000  EUR

10

 

Fixed-to-Float „single currency swaps” en futures/forwards op Fixed-to-Float „single currency swaps”

een swap of een future/forward op een swap waarbij twee partijen in dezelfde valuta luidende kasstromen uitwisselen en de kasstromen aan de ene zijde worden bepaald door een vaste rente, terwijl die aan de andere zijde worden bepaald door een zwevende rente

een fixed-to-float single currency-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — notionele valuta waarin de twee zijden van de swap zijn uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

50 000 000  EUR

10

 

Float-to-Float „single currency swaps” en futures/forwards op Float-to-Float „single currency swaps”

een swap of een future/forward op een swap waarbij twee partijen in dezelfde valuta luidende kasstromen uitwisselen en de kasstromen aan beide zijden worden bepaald door een zwevende rente

een fixed-to-float single currency-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — notionele valuta waarin de twee zijden van de swap zijn uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

50 000 000  EUR

10

 

Fixed-to-Fixed „single currency swaps” en futures/forwards op Fixed-to-Fixed „single currency swaps”

een swap of een future/forward op een swap waarbij twee partijen in dezelfde valuta luidende kasstromen uitwisselen en de kasstromen aan beide zijden worden bepaald door een vaste rente

een fixed-to-fixed single currency-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — notionele valuta waarin de twee zijden van de swap zijn uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

50 000 000  EUR

10

 

Overnight Index Swap (OIS) „single currency swaps” en futures/forwards op Overnight Index Swap (OIS) „single currency swaps”

een swap of een future/forward op een swap waarbij twee partijen in dezelfde valuta luidende kasstromen uitwisselen en de kasstromen aan ten minste één zijde worden bepaald door een Overnight Index Swap (OIS)-rente

een Overnight Index Swap (OIS) single currency-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — notionele valuta waarin de twee zijden van de swap zijn uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

50 000 000  EUR

10

 

Inflation „single currency swaps” en futures/forwards op Inflation „single currency swaps”

een swap of een future/forward op een swap waarbij twee partijen in dezelfde valuta luidende kasstromen uitwisselen en de kasstromen aan ten minste één zijde worden bepaald door een inflatierente

een inflation single currency-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — notionele valuta waarin de twee zijden van de swap zijn uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

50 000 000  EUR

10

 

Activaklasse — Rentederivaten

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt de volgende methodologie toegepast

Overige rentederivaten

 

een rentederivaat dat niet tot een van bovengenoemde subactivaklassen behoort

Voor alle overige rentederivaten wordt geacht geen liquide markt te bestaan


Tabel 5.2

Rentederivaten — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor subklassen waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan

Activaklasse — Rentederivaten

Subactivaklasse

Toe te passen percentielen en ondergrenzen voor de berekening van de SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elke subklasse waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan

In aanmerking te nemen transacties voor de berekening van de drempels

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Volume — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Volume — percentiel

Ondergrens

Obligatiefutures/-forwards

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

4 000 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

20 000 000  EUR

90

70

25 000 000  EUR

30

40

50

60

Obligatieopties

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

4 000 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

20 000 000  EUR

90

70

25 000 000  EUR

30

40

50

60

Rentefutures en FRA

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

5 000 000  EUR

70

10 000 000  EUR

80

60

20 000 000  EUR

90

70

25 000 000  EUR

30

40

50

60

Renteopties

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

5 000 000  EUR

70

10 000 000  EUR

80

60

20 000 000  EUR

90

70

25 000 000  EUR

30

40

50

60

Swaptions

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

4 000 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

9 000 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60

Fixed-to-Float „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Fixed-to-Float „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

4 000 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

9 000 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60

Float-to-Float „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Float-to-Float „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

4 000 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

9 000 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60

Fixed-to-Fixed „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Fixed-to-Fixed „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

4 000 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

9 000 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60

Overnight Index Swap (OIS) „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Overnight Index Swap (OIS) „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

4 000 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

9 000 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60

Inflation „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Inflation „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

4 000 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

9 000 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60

Fixed-to-Float „single currency swaps” en futures/forwards op Fixed-to-Float „single currency swaps”

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

4 000 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

9 000 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60

Float-to-Float „single currency swaps” en futures/forwards op Float-to-Float „single currency swaps”

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

4 000 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

9 000 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60

Fixed-to-Fixed „single currency swaps” en futures/forwards op Fixed-to-Fixed „single currency swaps”

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

4 000 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

9 000 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60

Overnight Index Swap (OIS) „single currency swaps” en futures/forwards op Overnight Index Swap (OIS) „single currency swaps”

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

4 000 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

9 000 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60

Inflation „single currency swaps” en futures/forwards op Inflation „single currency swaps”

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

4 000 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

9 000 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60


Tabel 5.3

Rentederivaten — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor subklassen waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan

Activaklasse — Rentederivaten

Subactivaklasse

SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elke subklasse waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Obligatiefutures/-forwards

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

20 000 000  EUR

25 000 000  EUR

Obligatieopties

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

20 000 000  EUR

25 000 000  EUR

Rentefutures en FRA

5 000 000  EUR

10 000 000  EUR

20 000 000  EUR

25 000 000  EUR

Renteopties

5 000 000  EUR

10 000 000  EUR

20 000 000  EUR

25 000 000  EUR

Swaptions

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

9 000 000  EUR

10 000 000  EUR

Fixed-to-Float „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Fixed-to-Float „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

9 000 000  EUR

10 000 000  EUR

Float-to-Float „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Float-to-Float „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

9 000 000  EUR

10 000 000  EUR

Fixed-to-Fixed „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Fixed-to-Fixed „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

9 000 000  EUR

10 000 000  EUR

Overnight Index Swap (OIS) „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Overnight Index Swap (OIS) „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

9 000 000  EUR

10 000 000  EUR

Inflation „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps” en futures/forwards op Inflation „multi-currency swaps” of „cross-currency swaps”

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

9 000 000  EUR

10 000 000  EUR

Fixed-to-Float „single currency swaps” en futures/forwards op Fixed-to-Float „single currency swaps”

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

9 000 000  EUR

10 000 000  EUR

Float-to-Float „single currency swaps” en futures/forwards op Float-to-Float „single currency swaps”

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

9 000 000  EUR

10 000 000  EUR

Fixed-to-Fixed „single currency swaps” en futures/forwards op Fixed-to-Fixed „single currency swaps”

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

9 000 000  EUR

10 000 000  EUR

Overnight Index Swap (OIS) „single currency swaps” en futures/forwards op Overnight Index Swap (OIS) „single currency swaps”

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

9 000 000  EUR

10 000 000  EUR

Inflation „single currency swaps” en futures/forwards op Inflation „single currency swaps”

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

9 000 000  EUR

10 000 000  EUR

Overige rentederivaten

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

9 000 000  EUR

10 000 000  EUR

6.   Aandelenderivaten

Tabel 6.1

Aandelenderivaten — klassen waarvoor geen liquide markt bestaat

Activaklasse — Aandelenderivaten

elk contract als bedoeld in bijlage I, deel C, punt 4), van Richtlijn 2014/65/EU met betrekking tot:

a)

een of meer aandelen, representatieve certificaten, ETF's, certificaten, andere soortgelijke financiële instrumenten, kasstromen of andere producten die zijn gekoppeld aan de prestaties van een of meer aandelen, representatieve certificaten, ETF's, certificaten of andere soortgelijke financiële instrumenten;

b)

een index van aandelen, representatieve certificaten, ETF's, certificaten, andere soortgelijke financiële instrumenten, kasstromen of andere producten die zijn gekoppeld aan de prestaties van een of meer aandelen, representatieve certificaten, ETF's, certificaten of andere soortgelijke financiële instrumenten

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt de volgende methodologie toegepast

Aandelenindexopties

een optie waarvan het onderliggende activum een uit aandelen samengestelde index is

voor alle indexopties wordt geacht een liquide markt te bestaan

Aandelenindexfutures/-forwards

een future/forward waarvan het onderliggende activum een uit aandelen samengestelde index is

voor alle indexfutures/-forwards wordt geacht een liquide markt te bestaan

Aandelenopties

een optie waarvan het onderliggende activum een aandeel of een uit een bedrijfsmaatregel resulterend mandje van aandelen is

voor alle aandelenopties wordt geacht een liquide markt te bestaan

Aandelenfutures/-forwards

een future/forward waarvan het onderliggende activum een aandeel of een uit een bedrijfsmaatregel resulterend mandje van aandelen is

voor alle aandelenfutures/-forwards wordt geacht een liquide markt te bestaan

Aandelendividendopties

een optie op het dividend van een specifiek aandeel

voor alle aandelendividendopties wordt geacht een liquide markt te bestaan

Aandelendividendfutures/-forwards

een future/forward op het dividend van een specifiek aandeel

voor alle aandelenfutures/-forwards wordt geacht een liquide markt te bestaan

Dividendindexopties

een optie op een index die is samengesteld uit dividenden van meer dan één aandeel

voor alle dividendindexopties wordt geacht een liquide markt te bestaan

Dividendindexfutures/-forwards

een future/forward op een index die is samengesteld uit dividenden van meer dan één aandeel

voor alle dividendindexfutures/-forwards wordt geacht een liquide markt te bestaan

Volatiliteitsindexopties

een optie waarvan het onderliggende een volatiliteitsindex is, gedefinieerd als een index die is gekoppeld aan de volatiliteit van een specifieke onderliggende index van eigenvermogensinstrumenten

voor alle volatiliteitsindexopties wordt geacht een liquide markt te bestaan

Volatiliteitsindexfutures/-forwards

een future/forward waarvan het onderliggende een volatiliteitsindex is, gedefinieerd als een index die is gekoppeld aan de volatiliteit van een specifieke onderliggende index van eigenvermogensinstrumenten

voor alle volatiliteitsindexfutures/-forwards wordt geacht een liquide markt te bestaan

ETF-opties

een optie waarvan het onderliggende activum een ETF is

voor alle ETF-opties wordt geacht een liquide markt te bestaan

ETF-futures/-forwards

een future/forward waarvan het onderliggende activum een ETF is

voor alle ETF-futures/-forwards wordt geacht een liquide markt te bestaan

Activaklasse — Aandelenderivaten

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt elke subactivaklasse verder gesegmenteerd in subklassen als hieronder omschreven

Voor elke subklasse wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wanneer de subklasse niet voldoet aan een van de of alle volgende drempels van de kwantitatieve liquiditeitscriteria.

Gemiddelde dagelijkse notionele waarde (ADNA)

[kwantitatief liquiditeitscriterium 1]

Gemiddeld aantal dagelijkse transacties

[kwantitatief liquiditeitscriterium 2]

Swaps

een swapsubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend type: single name, index, mandje

 

Segmenteringscriterium 2 — onderliggend(e) single name, index, mandje

 

Segmenteringscriterium 3 — parameter: price return basic performance parameter, parameter return dividend, parameter return variance, parameter return volatility

 

Segmenteringscriterium 4 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

50 000 000  EUR

15

Price return basic performance parameter

Parameter return variance/volatility

Parameter return dividend

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ drie maanden

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

Looptijdsegment 2: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

Looptijdsegment 2: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

Looptijdsegment 3: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 3: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment 5: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

 

Portefeuilleswaps

een portefeuilleswap-subklasse wordt gedefinieerd door een specifieke combinatie van:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend type: single name, index, mandje

 

Segmenteringscriterium 2 — onderliggend(e) single name, index, mandje

 

Segmenteringscriterium 3 — parameter: price return basic performance parameter, parameter return dividend, parameter return variance, parameter return volatility

 

Segmenteringscriterium 4 — looptijdsegment van de portefeuilleswap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

50 000 000  EUR

15

Activaklasse — Aandelenderivaten

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt de volgende methodologie toegepast

Overige aandelenderivaten

 

een aandelenderivaat dat niet tot een van bovengenoemde subactivaklassen behoort

Voor alle overige aandelenderivaten wordt geacht geen liquide markt te bestaan


Tabel 6.2

Aandelenderivaten — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor subklassen waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan

Activaklasse — Aandelenderivaten

Subactivaklasse

Voor het bepalen van de SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel wordt elke subactivaklasse verder gesegmenteerd in subklassen als hieronder gedefinieerd

In aanmerking te nemen transacties voor de berekening van de drempels

SSTI- en LIS-drempelwaarden vóór en na de handel voor de subklassen waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan op basis van de bandbreedte van de gemiddelde dagelijkse notionele waarde (ADNA) waartoe de subklasse behoort

Gemiddelde dagelijkse notionele waarde (ADNA)

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Aandelenindexopties

een aandelenindexoptie-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

Segmenteringscriterium 1 —onderliggende aandelenindex

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

< 100 miljoen EUR ADNA

20 000  EUR

25 000  EUR

1 000 000  EUR

1 500 000  EUR

100 miljoen EUR ≤ ADNA < 200 miljoen EUR

2 500 000  EUR

3 000 000  EUR

25 000 000  EUR

30 000 000  EUR

200 miljoen EUR ≤ ADNA < 600 miljoen EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

50 000 000  EUR

55 000 000  EUR

ADNA ≥ 600 miljoen EUR

15 000 000  EUR

20 000 000  EUR

150 000 000  EUR

160 000 000  EUR

Aandelenindexfutures/-forwards

een aandelenindexfuture/-forward-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

Segmenteringscriterium 1 —onderliggende aandelenindex

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

< 100 miljoen EUR ADNA

20 000  EUR

25 000  EUR

1 000 000  EUR

1 500 000  EUR

100 miljoen EUR ≤ ADNA < 1 miljard EUR

500 000  EUR

550 000  EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

1 miljard EUR ≤ ADNA < 3 miljard EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

50 000 000  EUR

55 000 000  EUR

3 miljard EUR ≤ ADNA < 5 miljard EUR

15 000 000  EUR

20 000 000  EUR

150 000 000  EUR

160 000 000  EUR

ADNA ≥ 5 miljard EUR

25 000 000  EUR

30 000 000  EUR

250 000 000  EUR

260 000 000  EUR

Aandelenopties

een aandelenoptiesubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend aandeel

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

< 5 miljoen EUR ADNA

20 000  EUR

25 000  EUR

1 000 000  EUR

1 250 000  EUR

5 miljoen EUR ≤ ADNA < 10 miljoen EUR

250 000  EUR

300 000  EUR

1 250 000  EUR

1 500 000  EUR

10 miljoen EUR ≤ ADNA < 20 miljoen EUR

500 000  EUR

550 000  EUR

2 500 000  EUR

3 000 000  EUR

ADNA ≥ 20 miljoen EUR

1 000 000  EUR

1 500 000  EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

Aandelenfutures/-forwards

een aandelenfuture/-forward-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend aandeel

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

< 5 miljoen EUR ADNA

20 000  EUR

25 000  EUR

1 000 000  EUR

1 250 000  EUR

5 miljoen EUR ≤ ADNA < 10 miljoen EUR

250 000  EUR

300 000  EUR

1 250 000  EUR

1 500 000  EUR

10 miljoen EUR ≤ ADNA < 20 miljoen EUR

500 000  EUR

550 000  EUR

2 500 000  EUR

3 000 000  EUR

ADNA ≥ 20 miljoen EUR

1 000 000  EUR

1 500 000  EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

Aandelendividendopties

een aandelendividendoptie-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend aandeel dat recht geeft op dividend

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

< 5 miljoen EUR ADNA

20 000  EUR

25 000  EUR

400 000  EUR

450 000  EUR

5 miljoen EUR ≤ ADNA < 10 miljoen EUR

25 000  EUR

30 000  EUR

500 000  EUR

550 000  EUR

10 miljoen EUR ≤ ADNA < 20 miljoen EUR

50 000  EUR

100 000  EUR

1 000 000  EUR

1 500 000  EUR

ADNA ≥ 20 miljoen EUR

100 000  EUR

150 000  EUR

2 000 000  EUR

2 500 000  EUR

Aandelendividendfutures/-forwards

een aandelendividendfuture/-forward-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend aandeel dat recht geeft op dividend

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

< 5 miljoen EUR ADNA

20 000  EUR

25 000  EUR

400 000  EUR

450 000  EUR

5 miljoen EUR ≤ ADNA < 10 miljoen EUR

25 000  EUR

30 000  EUR

500 000  EUR

550 000  EUR

10 miljoen EUR ≤ ADNA < 20 miljoen EUR

50 000  EUR

100 000  EUR

1 000 000  EUR

1 500 000  EUR

ADNA ≥ 20 miljoen EUR

100 000  EUR

150 000  EUR

2 000 000  EUR

2 500 000  EUR

Dividendindexopties

een dividendindexoptie-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

Segmenteringscriterium 1 — onderliggende dividendindex

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

< 100 miljoen EUR ADNA

20 000  EUR

25 000  EUR

1 000 000  EUR

1 500 000  EUR

100 miljoen EUR ≤ ADNA < 200 miljoen EUR

2 500 000  EUR

3 000 000  EUR

25 000 000  EUR

30 000 000  EUR

200 miljoen EUR ≤ ADNA < 600 miljoen EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

50 000 000  EUR

55 000 000  EUR

ADNA ≥ 600 miljoen EUR

15 000 000  EUR

20 000 000  EUR

150 000 000  EUR

160 000 000  EUR

Dividendindexfutures/-forwards

een dividendindexfuture/-forward-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

Segmenteringscriterium 1 —onderliggende dividendindex

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

< 100 miljoen EUR ADNA

20 000  EUR

25 000  EUR

1 000 000  EUR

1 500 000  EUR

100 miljoen EUR ≤ ADNA < 1 miljard EUR

500 000  EUR

550 000  EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

1 miljard EUR ≤ ADNA < 3 miljard EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

50 000 000  EUR

55 000 000  EUR

3 miljard EUR ≤ ADNA < 5 miljard EUR

15 000 000  EUR

20 000 000  EUR

150 000 000  EUR

160 000 000  EUR

ADNA ≥ 5 miljard EUR

25 000 000  EUR

30 000 000  EUR

250 000 000  EUR

260 000 000  EUR

Volatiliteitsindexopties

een volatiliteitsindexoptie-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

Segmenteringscriterium 1 —onderliggende volatiliteitsindex

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

< 100 miljoen EUR ADNA

20 000  EUR

25 000  EUR

1 000 000  EUR

1 500 000  EUR

100 miljoen EUR ≤ ADNA < 200 miljoen EUR

2 500 000  EUR

3 000 000  EUR

25 000 000  EUR

30 000 000  EUR

200 miljoen EUR ≤ ADNA < 600 miljoen EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

50 000 000  EUR

55 000 000  EUR

ADNA ≥ 600 miljoen EUR

15 000 000  EUR

20 000 000  EUR

150 000 000  EUR

160 000 000  EUR

Volatiliteitsindexfutures/-forwards

een volatiliteitsindexfuture/-forward-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

Segmenteringscriterium 1 — onderliggende volatiliteitsindex

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

< 100 miljoen EUR ADNA

20 000  EUR

25 000  EUR

1 000 000  EUR

1 500 000  EUR

100 miljoen EUR ≤ ADNA < 1 miljard EUR

500 000  EUR

550 000  EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

1 miljard EUR ≤ ADNA < 3 miljard EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

50 000 000  EUR

55 000 000  EUR

3 miljard EUR ≤ ADNA < 5 miljard EUR

15 000 000  EUR

20 000 000  EUR

150 000 000  EUR

160 000 000  EUR

ADNA ≥ 5 miljard EUR

25 000 000  EUR

30 000 000  EUR

250 000 000  EUR

260 000 000  EUR

ETF-opties

een ETF-optiesubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend ETF

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

< 5 miljoen EUR ADNA

20 000  EUR

25 000  EUR

1 000 000  EUR

1 250 000  EUR

5 miljoen EUR ≤ ADNA < 10 miljoen EUR

250 000  EUR

300 000  EUR

1 250 000  EUR

1 500 000  EUR

10 miljoen EUR ≤ ADNA < 20 miljoen EUR

500 000  EUR

550 000  EUR

2 500 000  EUR

3 000 000  EUR

ADNA ≥ 20 miljoen EUR

1 000 000  EUR

1 500 000  EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

ETF-futures/-forwards

een ETF-future/-forward-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend ETF

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

< 5 miljoen EUR ADNA

20 000  EUR

25 000  EUR

1 000 000  EUR

1 250 000  EUR

5 miljoen EUR ≤ ADNA < 10 miljoen EUR

250 000  EUR

300 000  EUR

1 250 000  EUR

1 500 000  EUR

10 miljoen EUR ≤ ADNA < 20 miljoen EUR

500 000  EUR

550 000  EUR

2 500 000  EUR

3 000 000  EUR

ADNA ≥ 20 miljoen EUR

1 000 000  EUR

1 500 000  EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

Swaps

een swapsubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend type: single name, index, mandje

 

Segmenteringscriterium 2 — onderliggend(e) single name, index, mandje

 

Segmenteringscriterium 3 — parameter: price return basic performance parameter, parameter return dividend, parameter return variance, parameter return volatility

 

Segmenteringscriterium 4 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

50 miljoen EUR ≤ ADNA < 100 miljoen EUR

250 000  EUR

300 000  EUR

1 250 000  EUR

1 500 000  EUR

100 miljoen EUR ≤ ADNA < 200 miljoen EUR

500 000  EUR

550 000  EUR

2 500 000  EUR

3 000 000  EUR

ADNA ≥ 200 miljoen EUR

1 000 000  EUR

1 500 000  EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

Price return basic performance parameter

Parameter return variance/volatility

Parameter return dividend

 

 

 

 

 

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ drie maanden

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één jaar

 

 

 

 

 

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

Looptijdsegment 2: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

Looptijdsegment 2: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

 

 

 

 

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

Looptijdsegment 3: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 3: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

 

 

 

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

 

 

 

 

 

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment 5: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

 

 

 

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

 

 

 

 

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

Portefeuilleswaps

een portefeuilleswap-subklasse wordt gedefinieerd door een specifieke combinatie van:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend type: single name, index, mandje

 

Segmenteringscriterium 2 — onderliggend(e) single name, index, mandje

 

Segmenteringscriterium 3 — parameter: price return basic performance parameter, parameter return dividend, parameter return variance, parameter return volatility

 

Segmenteringscriterium 4 — looptijdsegment van de portefeuilleswap, gedefinieerd als volgt:

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren, in aanmerking moeten worden genomen

50 miljoen EUR ≤ ADNA < 100 miljoen EUR

250 000  EUR

300 000  EUR

1 250 000  EUR

1 500 000  EUR

100 miljoen EUR ≤ ADNA < 200 miljoen EUR

500 000  EUR

550 000  EUR

2 500 000  EUR

3 000 000  EUR

ADNA ≥ 200 miljoen EUR

1 000 000  EUR

1 500 000  EUR

5 000 000  EUR

5 500 000  EUR

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

 

 

 

 

 

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

 

 

 

 

 

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

 

 

 

 

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

 

 

 

 

 

Looptijdsegment 5: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

 

 

 

 

 

Looptijdsegment 6: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

 

 

 

 

 


Tabel 6.3

Aandelenderivaten — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor subklassen waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan

Activaklasse — Aandelenderivaten

Subactivaklasse

SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elke subklasse waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Swaps

20 000  EUR

25 000  EUR

100 000  EUR

150 000  EUR

Portefeuilleswaps

20 000  EUR

25 000  EUR

100 000  EUR

150 000  EUR

Andere aandelenderivaten

20 000  EUR

25 000  EUR

100 000  EUR

150 000  EUR

7.   Grondstoffenderivaten

Tabel 7.1

Grondstoffenderivaten — klassen waarvoor geen liquide markt bestaat

Activaklasse — Grondstoffenderivaten

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt elke subactivaklasse verder gesegmenteerd in subklassen als hieronder omschreven

Voor elke subklasse wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wanneer de subklasse niet voldoet aan een van de of alle volgende drempels van de kwantitatieve liquiditeitscriteria.

Gemiddelde dagelijkse notionele waarde (ADNA)

[kwantitatief liquiditeitscriterium 1]

Gemiddeld aantal dagelijkse transacties

[kwantitatief liquiditeitscriterium 2]

Metaalfutures/-forwards

een metaalfuture/-forward-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — metaaltype: edelmetaal, niet-edelmetaal

 

Segmenteringscriterium 2 — onderliggend metaal

 

Segmenteringscriterium 3 — notionele valuta, gedefinieerd als de valuta waarin de notionele waarde van de future/forward is uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 4 — looptijdsegment van de future/forward, gedefinieerd als volgt:

10 000 000  EUR

10

Edelmetalen

Niet-edelmetalen

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ drie maanden

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 2: drie maanden < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 2: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 3: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment 3: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

Looptijdsegment 4: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

 

Metaalopties

een metaaloptiesubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — metaaltype: edelmetaal, niet-edelmetaal

 

Segmenteringscriterium 2 — onderliggend metaal

 

Segmenteringscriterium 3 — notionele valuta, gedefinieerd als de valuta waarin de notionele waarde van de optie is uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 4 — looptijdsegment van de optie, gedefinieerd als volgt:

10 000 000  EUR

10

Edelmetalen

Niet-edelmetalen

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ drie maanden

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 2: drie maanden < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 2: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 3: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment 3: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

Looptijdsegment 4: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

 

Metaalswaps

een metaalswapsubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — metaaltype: edelmetaal, niet-edelmetaal

 

Segmenteringscriterium 2 — onderliggend metaal

 

Segmenteringscriterium 3 — notionele valuta, gedefinieerd als de valuta waarin de notionele waarde van de swap is uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 4 — afwikkelingstype, gedefinieerd als contanten, fysiek of anders

 

Segmenteringscriterium 5 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

10 000 000  EUR

10

Edelmetalen

Niet-edelmetalen

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ drie maanden

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 2: drie maanden < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 2: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 3: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment 3: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

Looptijdsegment 4: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

 

Energiefutures/-forwards

een energiefuture/-forward-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — energietype: olie, oliedestillaten, kolen, lichte eindfracties (olie), aardgas, elektriciteit, Inter Energy

 

Segmenteringscriterium 2 — onderliggende energie

 

Segmenteringscriterium 3 — notionele valuta, gedefinieerd als de valuta waarin de notionele waarde van de future/forward is uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 4 — belastingtype, gedefinieerd als basislast, piekbelasting, dalbelasting of andere, van toepassing op het energietype: elektriciteit

 

Segmenteringscriterium 5 — locatie van levering/afwikkeling in contanten van toepassing op de energietypen: olie, oliedestillaten, lichte eindfracties (olie), elektriciteit, Inter Energy

 

Segmenteringscriterium 6 — looptijdsegment van de future/forward, gedefinieerd als volgt:

10 000 000  EUR

10

Olie/Oliedestillaten/Lichte eindfracties (olie)

Kolen

Aardgas/Elektriciteit/Inter Energy

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ vier maanden

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ zes maanden

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

Looptijdsegment 2: vier maanden < looptijd ≤ acht maanden

Looptijdsegment 2: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 3: acht maanden < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 3: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment 3: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

 

Energieopties

een energieoptiesubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — energietype: olie, oliedestillaten, kolen, lichte eindfracties (olie), aardgas, elektriciteit, Inter Energy

 

Segmenteringscriterium 2 — onderliggende energie

 

Segmenteringscriterium 3 — notionele valuta, gedefinieerd als de valuta waarin de notionele waarde van de optie is uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 4 — belastingtype, gedefinieerd als basislast, piekbelasting, dalbelasting of andere, van toepassing op het energietype: elektriciteit

 

Segmenteringscriterium 5 — locatie van levering/afwikkeling in contanten van toepassing op de energietypen: olie, oliedestillaten, lichte eindfracties (olie), elektriciteit, Inter Energy

 

Segmenteringscriterium 6 — looptijdsegment van de optie, gedefinieerd als volgt:

10 000 000  EUR

10

Olie/Oliedestillaten/Lichte eindfracties (olie)

Kolen

Aardgas/Elektriciteit/Inter Energy

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ vier maanden

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ zes maanden

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

Looptijdsegment 2: vier maanden < looptijd ≤ acht maanden

Looptijdsegment 2: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 3: acht maanden < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 3: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment 3: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

 

Energieswaps

een energieswapsubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — energietype: olie, oliedestillaten, kolen, lichte eindfracties (olie), aardgas, elektriciteit, Inter Energy

 

Segmenteringscriterium 2 — onderliggende energie

 

Segmenteringscriterium 3 — notionele valuta, gedefinieerd als de valuta waarin de notionele waarde van de swap is uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 4 — afwikkelingstype, gedefinieerd als contanten, fysiek of anders

 

Segmenteringscriterium 5 — belastingtype, gedefinieerd als basislast, piekbelasting, dalbelasting of andere, van toepassing op het energietype: elektriciteit

 

Segmenteringscriterium 6 — locatie van levering/afwikkeling in contanten van toepassing op de energietypen: olie, oliedestillaten, lichte eindfracties (olie), elektriciteit, Inter Energy

 

Segmenteringscriterium 7 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

10 000 000  EUR

10

Olie/Oliedestillaten/Lichte eindfracties (olie)

Kolen

Aardgas/Elektriciteit/Inter Energy

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ vier maanden

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ zes maanden

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

Looptijdsegment 2: vier maanden < looptijd ≤ acht maanden

Looptijdsegment 2: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 3: acht maanden < looptijd ≤ één jaar

Looptijdsegment 3: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment 3: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

 

 

Landbouwgrondstoffenfutures/-forwards

een landbouwgrondstoffenfuture/-forward-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggende landbouwgrondstof

 

Segmenteringscriterium 2 — notionele valuta, gedefinieerd als de valuta waarin de notionele waarde van de future/forward is uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 3 — looptijdsegment van de future/forward, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 2: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 3: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

10 000 000  EUR

10

Landbouwgrondstoffenopties

een landbouwgrondstoffenoptie-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggende landbouwgrondstof

 

Segmenteringscriterium 2 — notionele valuta, gedefinieerd als de valuta waarin de notionele waarde van de optie is uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 3 — looptijdsegment van de optie, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 2: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 3: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

10 000 000  EUR

10

Landbouwgrondstoffenswaps

een landbouwgrondstoffenoptie-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggende landbouwgrondstof

 

Segmenteringscriterium 2 — notionele valuta, gedefinieerd als de valuta waarin de notionele waarde van de swap is uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 3 — afwikkelingstype, gedefinieerd als contanten, fysiek of anders

 

Segmenteringscriterium 4 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 2: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 3: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

10 000 000  EUR

10

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt de volgende methodologie toegepast

Overige grondstoffenderivaten

 

een grondstoffenderivaat dat niet tot een van bovengenoemde subactivaklassen behoort

Voor alle overige grondstoffenderivaten wordt geacht geen liquide markt te bestaan


Tabel 7.2

Grondstoffenderivaten — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor subklassen waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan

Activaklasse — Grondstoffenderivaten

Subactivaklasse

Toe te passen percentielen en ondergrenzen voor de berekening van de SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elke subklasse waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan

In aanmerking te nemen transacties voor de berekening van de drempels

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Volume — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Volume — percentiel

Ondergrens

Metaalfutures/-forwards

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

250 000  EUR

70

500 000  EUR

80

60

750 000  EUR

90

70

1 000 000  EUR

30

40

50

60

Metaalopties

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

250 000  EUR

70

500 000  EUR

80

60

750 000  EUR

90

70

1 000 000  EUR

30

40

50

60

Metaalswaps

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

250 000  EUR

70

500 000  EUR

80

60

750 000  EUR

90

70

1 000 000  EUR

30

40

50

60

Energiefutures/-forwards

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

250 000  EUR

70

500 000  EUR

80

60

750 000  EUR

90

70

1 000 000  EUR

30

40

50

60

Energieopties

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

250 000  EUR

70

500 000  EUR

80

60

750 000  EUR

90

70

1 000 000  EUR

30

40

50

60

Energieswaps

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

250 000  EUR

70

500 000  EUR

80

60

750 000  EUR

90

70

1 000 000  EUR

30

40

50

60

Landbouwgrondstoffenfutures/-forwards

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

250 000  EUR

70

500 000  EUR

80

60

750 000  EUR

90

70

1 000 000  EUR

30

40

50

60

Landbouwgrondstoffenopties

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

250 000  EUR

70

500 000  EUR

80

60

750 000  EUR

90

70

1 000 000  EUR

30

40

50

60

Landbouwgrondstoffenswaps

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

250 000  EUR

70

500 000  EUR

80

60

750 000  EUR

90

70

1 000 000  EUR

30

40

50

60


Tabel 7.3

Grondstoffenderivaten — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor subklassen waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan

Activaklasse — Grondstoffenderivaten

Subactivaklasse

SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elke subklasse waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Metaalfutures/-forwards

250 000  EUR

500 000  EUR

750 000  EUR

1 000 000  EUR

Metaalopties

250 000  EUR

500 000  EUR

750 000  EUR

1 000 000  EUR

Metaalswaps

250 000  EUR

500 000  EUR

750 000  EUR

1 000 000  EUR

Energiefutures/-forwards

250 000  EUR

500 000  EUR

750 000  EUR

1 000 000  EUR

Energieopties

250 000  EUR

500 000  EUR

750 000  EUR

1 000 000  EUR

Energieswaps

250 000  EUR

500 000  EUR

750 000  EUR

1 000 000  EUR

Landbouwgrondstoffenfutures/-forwards

250 000  EUR

500 000  EUR

750 000  EUR

1 000 000  EUR

Landbouwgrondstoffenopties

250 000  EUR

500 000  EUR

750 000  EUR

1 000 000  EUR

Landbouwgrondstoffenswaps

250 000  EUR

500 000  EUR

750 000  EUR

1 000 000  EUR

Overige grondstoffenderivaten

250 000  EUR

500 000  EUR

750 000  EUR

1 000 000  EUR

8.   Valutaderivaten

Tabel 8.1

Valutaderivaten — klassen waarvoor geen liquide markt bestaat

Activaklasse — Valutaderivaten

een financieel instrument dat verband houdt met valuta's als omschreven in bijlage I, deel C, punt 4), van Richtlijn 2014/65/EU

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt elke subactivaklasse verder gesegmenteerd in subklassen als hieronder omschreven

Voor elke subklasse wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wanneer de subklasse niet voldoet aan een van de of alle volgende drempels van de kwantitatieve liquiditeitscriteria.

Gemiddelde dagelijkse notionele waarde (ADNA)

[kwalitatief liquiditeitscriterium]

Gemiddeld aantal dagelijkse transacties

[kwantitatief liquiditeitscriterium 2]

Niet-leverbare forward (NDF)

een forward die, zoals vastgelegd in de voorwaarden ervan, in contanten wordt afgewikkeld tussen de tegenpartijen, waarbij het afwikkelingsbedrag wordt bepaald door het verschil in de wisselkoers van twee valuta's tussen de transactiedatum en de waarderingsdatum. Op de afwikkelingsdatum zal de ene partij de andere partij het nettoverschil tussen i) de wisselkoers op de transactiedatum en ii) de wisselkoers op de waarderingsdatum verschuldigd zijn, op basis van de notionele waarde, welk nettobedrag wordt betaald in de in het contract vastgelegde afwikkelingsvaluta.

Een niet-leverbare valutaforwardsubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend valutapaar, gedefinieerd als combinatie van de twee onderliggende valuta's van het derivatencontract

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de forward, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één week

 

Looptijdsegment 2: één week < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 5: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Voor niet-leverbare forwards (NDF's) wordt geacht geen liquide markt te bestaan

Leverbare forward (DF)

een forward die uitsluitend de uitwisseling van twee verschillende valuta's op een specifieke, in het contract vastgelegde toekomstige afwikkelingsdatum omvat, tegen een vaste koers zoals overeengekomen bij het sluiten van het uitwisselingscontract.

Een leverbare valutaforwardsubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend valutapaar, gedefinieerd als combinatie van de twee onderliggende valuta's van het derivatencontract

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de forward, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één week

 

Looptijdsegment 2: één week < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 5: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Voor leverbare forwards (DF's) wordt geacht geen liquide markt te bestaan

Niet-leverbare valutaopties (NDO)

een optie die, zoals vastgelegd in de voorwaarden ervan, in contanten wordt afgewikkeld tussen de tegenpartijen, waarbij het afwikkelingsbedrag wordt bepaald door het verschil in de wisselkoers van twee valuta's tussen de transactiedatum en de waarderingsdatum. Op de afwikkelingsdatum zal de ene partij de andere partij het nettoverschil tussen i) de wisselkoers op de transactiedatum en ii) de wisselkoers op de waarderingsdatum verschuldigd zijn, op basis van de notionele waarde, welk nettobedrag wordt betaald in de in het contract vastgelegde afwikkelingsvaluta.

Een niet-leverbare-valutaoptiesubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend valutapaar, gedefinieerd als combinatie van de twee onderliggende valuta's van het derivatencontract

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de optie, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één week

 

Looptijdsegment 2: één week < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 5: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Voor niet-leverbare valutaopties (NDO's) wordt geacht geen liquide markt te bestaan

Leverbare valutaopties (Deliverable FX options, DO)

een optie die uitsluitend de uitwisseling van twee verschillende valuta's op een specifieke, in het contract vastgelegde toekomstige afwikkelingsdatum omvat, tegen een vaste koers zoals overeengekomen bij het sluiten van het uitwisselingscontract

Een leverbare-valutaoptiesubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend valutapaar, gedefinieerd als combinatie van de twee onderliggende valuta's van het derivatencontract

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de optie, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één week

 

Looptijdsegment 2: één week < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 5: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Voor leverbare valutaopties (DO's) wordt geacht geen liquide markt te bestaan

Niet-leverbare valutaswaps (NDS)

een swap die, zoals vastgelegd in de voorwaarden ervan, in contanten wordt afgewikkeld tussen de tegenpartijen, waarbij het afwikkelingsbedrag wordt bepaald door het verschil in de wisselkoers van twee valuta's tussen de transactiedatum en de waarderingsdatum. Op de afwikkelingsdatum zal de ene partij de andere partij het nettoverschil tussen i) de wisselkoers op de transactiedatum en ii) de wisselkoers op de waarderingsdatum verschuldigd zijn, op basis van de notionele waarde, welk nettobedrag wordt betaald in de in het contract vastgelegde afwikkelingsvaluta.

Een niet-leverbare-valutaswapsubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend valutapaar, gedefinieerd als combinatie van de twee onderliggende valuta's van het derivatencontract

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één week

 

Looptijdsegment 2: één week < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 5: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Voor niet-leverbare valutaswaps (NDS's) wordt geacht geen liquide markt te bestaan

Leverbare valutaswaps (DS)

een swap die uitsluitend de uitwisseling van twee verschillende valuta's op een specifieke, in het contract vastgelegde toekomstige afwikkelingsdatum omvat, tegen een vaste koers zoals overeengekomen bij het sluiten van het uitwisselingscontract.

een leverbare-valutaswapsubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend valutapaar, gedefinieerd als combinatie van de twee onderliggende valuta's van het derivatencontract

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de swap, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één week

 

Looptijdsegment 2: één week < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 5: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

voor leverbare valutaswaps (DS's) wordt geacht geen liquide markt te bestaan

Valutafutures

Een valutafuturesubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggend valutapaar, gedefinieerd als combinatie van de twee onderliggende valuta's van het derivatencontract

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de future, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één week

 

Looptijdsegment 2: één week < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 4: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 5: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Voor valutafutures wordt geacht geen liquide markt te bestaan

Activaklasse — Valutaderivaten

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt de volgende methodologie toegepast

Overige valutaderivaten

 

een valutaderivaat dat niet tot een van bovengenoemde subactivaklassen behoort

Voor alle overige valutaderivaten wordt geacht geen liquide markt te bestaan


Tabel 8.2

Valutaderivaten — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor subklassen waarvoor geacht wordt geen liquide markt te bestaan

Activaklasse — Valutaderivaten

Subactivaklasse

SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elke subklasse waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Niet-leverbare forward (NDF)

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

20 000 000  EUR

25 000 000  EUR

Leverbare forward (DF)

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

20 000 000  EUR

25 000 000  EUR

Niet-leverbare valutaopties (NDO)

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

20 000 000  EUR

25 000 000  EUR

Leverbare valutaopties (DO)

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

20 000 000  EUR

25 000 000  EUR

Niet-leverbare valutaswaps (NDS)

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

20 000 000  EUR

25 000 000  EUR

Leverbare valutaswaps (DS)

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

20 000 000  EUR

25 000 000  EUR

Valutafutures

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

20 000 000  EUR

25 000 000  EUR

Overige valutaderivaten

4 000 000  EUR

5 000 000  EUR

20 000 000  EUR

25 000 000  EUR

9.   Kredietderivaten

Tabel 9.1

Kredietderivaten — klassen waarvoor geen liquide markt bestaat

Activaklasse — Kredietderivaten

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt elke subactivaklasse verder gesegmenteerd in subklassen als hieronder omschreven

Voor elke subklasse wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wanneer de subklasse niet voldoet aan een van de of alle volgende drempels van de kwantitatieve liquiditeitscriteria Op subklassen waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan, wordt, indien van toepassing, het aanvullend kwalitatief liquiditeitscriterium toegepast

Gemiddelde dagelijkse notionele waarde (ADNA)

[kwalitatief liquiditeitscriterium]

Gemiddeld aantal dagelijkse transacties

[kwantitatief liquiditeitscriterium 2]

On-the-run-status van de index

[Aanvullend kwalitatief liquiditeitscriterium]

Indexkredietverzuimswap (CDS)

een swap waarvan de uitwisseling van kasstromen is gekoppeld aan de kredietwaardigheid van verscheidene emittenten van financiële instrumenten die een index vormen en aan het plaatsvinden van kredietgebeurtenissen

een indexkredietverzuimswap-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 -onderliggende index

 

Segmenteringscriterium 2 -notionele valuta, gedefinieerd als de valuta waarin de notionele waarde van het derivaat is uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 3 — looptijdsegment van de CDS, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 2: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 3: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

200 000 000  EUR

10

Voor de onderliggende index wordt geacht een liquide markt te bestaan:

1)

gedurende de hele periode van zijn „on-the-run status”

2)

gedurende de eerste 30 werkdagen van zijn „1x off-the-run status”

Onder een „on-the-run”-index wordt verstaan: de voortschrijdende, meest recente versie (serie) van de index, gecreëerd op de datum waarop de samenstelling van de index van kracht is en eindigend een dag vóór de datum waarop de samenstelling van de volgende versie (serie) van de index van kracht wordt.

Onder „1x off-the-run-status” wordt verstaan: de versie (serie) van de index die onmiddellijk voorafgaat aan de actuele „on-the-run”-versie (serie) op een zeker punt in de tijd. Een versie (serie) houdt op „on-the-run” te zijn en krijgt de „1x off-the-run-status” wanneer de meest recente versie (serie) van de index wordt gecreëerd.

Single-namekredietverzuimswap (CDS)

een swap waarvan de uitwisseling van kasstromen is gekoppeld aan de kredietwaardigheid van één emittent van financiële instrumenten en aan het plaatsvinden van kredietgebeurtenissen

een single-namekredietverzuimswap-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — onderliggende referentie-entiteit

 

Segmenteringscriterium 2 — onderliggend referentie-entiteitstype, gedefinieerd als volgt:

 

Onder „emittent van het type overheids- of publieke entiteit” wordt verstaan: een uitgevende entiteit die een van de volgende is:

a)

de Unie;

b)

een lidstaat, met inbegrip van een regeringsdepartement, een agentschap of een special purpose vehicle van de lidstaat;

c)

een niet onder a) en b) vallende overheidsentiteit;

d)

in het geval van een lidstaat die een federale staat is, een lid van de federatie;

e)

een special purpose vehicle voor verscheidene lidstaten;

f)

een door twee of meer lidstaten opgerichte internationale financiële instelling die tot doel heeft middelen bijeen te brengen en financiële bijstand te verlenen ten behoeve van haar leden als deze ernstige financiële problemen ondervinden of dreigen te ondervinden;

g)

de Europese Investeringsbank;

h)

een publieke entiteit die geen emittent van een overheidsobligatie als gespecificeerd onder a) tot en met c) is.

 

Onder „emittent van het type onderneming” wordt verstaan een uitgevende entiteit die geen emittent van het type overheids- of publieke entiteit is.

 

Segmenteringscriterium 3 — notionele valuta, gedefinieerd als de valuta waarin de notionele waarde van het derivaat is uitgedrukt

 

Segmenteringscriterium 4 — looptijdsegment van de CDS, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 2: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 3: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

10 000 000  EUR

10

 

Activaklasse — Kredietderivaten

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt elke subactivaklasse verder gesegmenteerd in subklassen als hieronder omschreven

Voor elke subklasse wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wanneer de subklasse niet voldoet aan het volgende kwalitatieve liquiditeitscriterium.

CDS-indexopties

een optie waarvan het onderliggende een CDS-index is

een CDS-indexoptie-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — CDS-indexsubklasse als gespecificeerd voor de subactivaklasse van indexkredietverzuimswaps (CDS's)

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de optie, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 2: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 3: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 4: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Voor een CDS-indexoptie waarvan de onderliggende CDS-index een subklasse is waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan en waarvan het looptijdsegment 0-zes maanden is, wordt geacht een liquide markt te bestaan

Voor een CDS-indexoptie waarvan de onderliggende CDS-index een subklasse is waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan en waarvan het looptijdsegment niet 0-zes maanden is, wordt niet geacht een liquide markt te bestaan

Voor een CDS-indexoptie waarvan de onderliggende CDS-index een subklasse is waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan, wordt niet geacht een liquide markt te bestaan voor elk gegeven looptijdsegment

Single name-CDS-opties

een optie waarvan het onderliggende een single-name-CDS is

Een single name-CDS-subklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — single name-CDS-subklasse als gespecificeerd voor de subactivaklasse van single name-CDS's

 

Segmenteringscriterium 2 — looptijdsegment van de optie, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 2: zes maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 3: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 4: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

Voor een single name-CDS-optie waarvan de onderliggende CDS een subklasse is waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan en waarvan het looptijdsegment 0-zes maanden is, wordt geacht een liquide markt te bestaan

Voor een single name-CDS-optie waarvan de onderliggende CDS een subklassse is waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan en waarvan het looptijdsegment niet 0-zes maanden is, wordt niet geacht een liquide markt te bestaan

Voor een single name-CDS-optie waarvan de onderliggende CDS een subklassse is waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan, wordt niet geacht een liquide markt te bestaan voor elk gegeven looptijdsegment

Activaklasse — Kredietderivaten

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt de volgende methodologie toegepast

Overige kredietderivaten

 

een kredietderivaat dat niet tot een van bovengenoemde subactivaklassen behoort

Voor alle overige kredietderivaten wordt geacht geen liquide markt te bestaan


Tabel 9.2

Kredietderivaten — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor subklassen waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan

Activaklasse — Kredietderivaten

Subactivaklasse

Toe te passen percentielen en ondergrenzen voor de berekening van de SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elke subklasse waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan

In aanmerking te nemen transacties voor de berekening van de drempels

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Volume — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Volume — percentiel

Ondergrens

Indexkredietverzuimswap (CDS)

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

2 500 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

7 500 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60

Single-namekredietverzuimswap (CDS)

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

2 500 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

7 500 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60

Op maat gemaakt mandje van kredietverzuimswaps (CDS)

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

2 500 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

7 500 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60

CDS-indexopties

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

2 500 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

7 500 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60

Single name-CDS-opties

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

2 500 000  EUR

70

5 000 000  EUR

80

60

7 500 000  EUR

90

70

10 000 000  EUR

30

40

50

60


Tabel 9.3

Kredietderivaten — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor subklassen waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan

Activaklasse — Kredietderivaten

Subactivaklasse

SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elke subklasse waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Indexkredietverzuimswap (CDS)

2 500 000  EUR

5 000 000  EUR

7 500 000  EUR

10 000 000  EUR

Single-namekredietverzuimswap (CDS)

2 500 000  EUR

5 000 000  EUR

7 500 000  EUR

10 000 000  EUR

Op maat gemaakt mandje van kredietverzuimswaps (CDS)

2 500 000  EUR

5 000 000  EUR

7 500 000  EUR

10 000 000  EUR

CDS-indexopties

2 500 000  EUR

5 000 000  EUR

7 500 000  EUR

10 000 000  EUR

Single name-CDS-opties

2 500 000  EUR

5 000 000  EUR

7 500 000  EUR

10 000 000  EUR

Overige kredietderivaten

2 500 000  EUR

5 000 000  EUR

7 500 000  EUR

10 000 000  EUR

10.   C10-derivaten

Tabel 10.1

C10-derivaten — klassen waarvoor geen liquide markt bestaat

Activaklasse — C10-derivaten

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt elke subactivaklasse verder gesegmenteerd in subklassen als hieronder omschreven

Voor elke subklasse wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wanneer de subklasse niet voldoet aan een van de of alle volgende drempels van de kwantitatieve liquiditeitscriteria.

Gemiddelde dagelijkse notionele waarde (ADNA)

[kwalitatief liquiditeitscriterium]

Gemiddeld aantal dagelijkse transacties

[kwantitatief liquiditeitscriterium 2]

Vrachtderivaten

een financieel instrument dat verband houdt met vrachttarieven als omschreven in bijlage I, deel C, punt 10), van Richtlijn 2014/65/EU

een vrachtderivaatsubklasse wordt gedefinieerd door de volgende segmenteringscriteria:

 

Segmenteringscriterium 1 — contracttype: Forward Freight Agreements (FFA's) of opties

 

Segmenteringscriterium 2 — vrachttype: natte vracht, droge vracht

 

Segmenteringscriterium 3 — vrachtsubtype: drogebulkcarriers, tanker, containerschip

 

Segmenteringscriterium 4 — specificatie van de aan het vrachtsubtype gerelateerde omvang

 

Segmenteringscriterium 5 — specifieke route of gemiddelde tijdbevrachting

 

Segmenteringscriterium 6 — looptijdsegment van het derivaat, gedefinieerd als volgt:

 

Looptijdsegment 1: 0 < looptijd ≤ één maand

 

Looptijdsegment 2: één maand < looptijd ≤ drie maanden

 

Looptijdsegment 3: drie maanden < looptijd ≤ zes maanden

 

Looptijdsegment 4: zes maanden < looptijd ≤ negen maanden

 

Looptijdsegment 5: negen maanden < looptijd ≤ één jaar

 

Looptijdsegment 6: één jaar < looptijd ≤ 2 jaar

 

Looptijdsegment 7: 2 jaar < looptijd ≤ 3 jaar

 

 

Looptijdsegment m: (n-1) jaar < looptijd ≤ n jaar

10 000 000  EUR

10

Activaklasse — C10-derivaten

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt de volgende methodologie toegepast

Overige C10-derivaten

 

een financieel instrument als gedefinieerd in deel C, punt 10), van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU dat geen „vrachtderivaat” is, elk van de volgende rentederivaten subactivaklassen: „Inflation multi-currency swap of cross-currency swap”, een „future/forward op inflation multi-currency swaps of cross-currency swaps”, een „inflation single currency swap”, een „future/forward op inflation single currency swap” en een van de volgende subactivaklassen van aandelenderivaten: een „volatiliteitsindexoptie”, een „volatiliteitsindexfuture/-forward”, een swap met parameter return variance, een swap met parameter return volatility, een portefeuilleswap met parameter return variance, een portefeuille met parameter return volatility

Voor alle overige C10-derivaten wordt geacht geen liquide markt te bestaan


Tabel 10.2

C10-derivaten — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor subklassen waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan

Activaklasse — C10-derivaten

Subactivaklasse

Toe te passen percentielen en ondergrenzen voor de berekening van de SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elke subklasse waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan

In aanmerking te nemen transacties voor de berekening van de drempels

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Volume — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Volume — percentiel

Ondergrens

Vrachtderivaten

de berekening van drempels moet worden uitgevoerd voor elke subklasse van de subactivaklasse, waarbij alle transacties die worden uitgevoerd in financiële instrumenten die tot de subklasse behoren in aanmerking moeten worden genomen

S1

S2

S3

S4

25 000  EUR

70

50 000  EUR

80

60

75 000  EUR

90

70

100 000  EUR

30

40

50

60


Tabel 10.3

C10-derivaten — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor subklassen waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan

Activaklasse — C10-derivaten

Subactivaklasse

SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elke subklasse waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Vrachtderivaten

25 000  EUR

50 000  EUR

75 000  EUR

100 000  EUR

Overige C10-derivaten

25 000  EUR

50 000  EUR

75 000  EUR

100 000  EUR

11.   Financiële „contracts for differences” (CFD's).

Tabel 11.1

CFD's — klassen waarvoor geen liquide markt bestaat

Activaklasse — Financiële contracten ter verrekening van verschillen („contracts for differences”, CFD's)

een derivatencontract dat de houder een blootstelling geeft, die long of short kan zijn, aan het verschil tussen de prijs van het onderliggende activum bij het begin van het contract en de prijs bij het aflopen van het contract

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt elke subactivaklasse verder gesegmenteerd in subklassen als hieronder omschreven

Voor elke subklasse wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wanneer de subklasse niet voldoet aan een van de of alle volgende drempels van de kwantitatieve liquiditeitscriteria of, indien van toepassing, niet voldoet aan de kwalitatieve liquiditeitscriterium als hieronder omschreven

Kwalitatief liquiditeitscriterium

Gemiddelde dagelijkse notionele waarde (ADNA)

[kwalitatief liquiditeitscriterium]

Gemiddeld aantal dagelijkse transacties

[kwantitatief liquiditeitscriterium 2]

Valuta-CFD's

een valuta-CFD-subklasse wordt gedefinieerd door het onderliggende valutapaar als combinatie van de twee onderliggende valuta's van het CFD/spread betting-contract

 

50 000 000  EUR

100

Grondstoffen-CFD's

een grondstoffen-CFD-subklasse wordt gedefinieerd door de onderliggende grondstof van het CFD/spread betting-contract

 

50 000 000  EUR

100

Aandelen-CFD's

een aandelen-CFD-subklasse wordt gedefinieerd door het onderliggende aandeel van het CFD/spread betting-contract

Voor een aandelen-CFD-subklasse wordt geacht een liquide markt te bestaan wanneer het onderliggende een aandeleneffect is waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 2, lid 1, punt 17), onder b), van Verordening (EU) nr. 600/2014

 

 

Obligatie-CFD's

een obligatie-CFD-subklasse wordt gedefinieerd door de onderliggende obligatie of obligatiefuture van het CFD/spread betting-contract

voor een obligatie-CFD-subklasse wordt geacht een liquide markt te bestaan wanneer het onderliggende een obligatie of obligatiefuture is waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1), onder b)

 

 

CFD's op een aandelenfuture/-forward

een subklasse van CFD's op een aandelenfuture/-forward wordt gedefinieerd door het onderliggende aandeel van het CFD/spread betting-contract

voor een subklasse van CFD's op een aandelenfuture/-forward wordt geacht een liquide markt te bestaan wanneer het onderliggende een aandelenfuture/-forward is waarvoor geacht wordt een liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1), onder b)

 

 

CFD's op een aandelenoptie

een CFD op een aandelenoptie-subklasse wordt gedefinieerd door de onderliggende optie op een aandeel van het CFD/spread betting-contract

voor een CFD op een aandelenoptie-subklasse wordt geacht een liquide markt te bestaan wanneer het onderliggende een aandelenoptie is waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1), onder b)

 

 

Activaklasse — Financiële contracten ter verrekening van verschillen („contracts for differences”, CFD's)

Subactivaklasse

Om te bepalen voor welke klassen van financiële instrumenten wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wordt de volgende methodologie toegepast

Overige CFD's

 

een CFD/spread betting dat/die niet tot een van bovengenoemde subactivaklassen behoort

Voor alle overige CFD/spread betting-derivaten wordt geacht geen liquide markt te bestaan


Tabel 11.2

CFD's — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor subklassen waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan

Activaklasse — Financiële contracten ter verrekening van verschillen („contracts for differences”, CFD's)

Subactivaklasse

Toe te passen percentielen en ondergrenzen voor de berekening van de SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elke subklasse waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan

In aanmerking te nemen transacties voor de berekening van de drempels

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Volume — percentiel

Ondergrens

Transactie — percentiel

Volume — percentiel

Ondergrens

Valuta-CFD's

op valuta-CFD's uitgevoerde transacties waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1), onder b)

S1

S2

S3

S4

50 000  EUR

70

60 000  EUR

80

60

90 000  EUR

90

70

100 000  EUR

30

40

50

60

Grondstoffen-CFD's

op grondstoffen-CFD's uitgevoerde transacties waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1), onder b)

S1

S2

S3

S4

50 000  EUR

70

60 000  EUR

80

60

90 000  EUR

90

70

100 000  EUR

30

40

50

60

Aandelen-CFD's

op aandelen-CFD's uitgevoerde transacties waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1), onder b)

S1

S2

S3

S4

50 000  EUR

70

60 000  EUR

80

60

90 000  EUR

90

70

100 000  EUR

30

40

50

60

Obligatie-CFD's

op obligatie-CFD's uitgevoerde transacties waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1), onder b)

S1

S2

S3

S4

50 000  EUR

70

60 000  EUR

80

60

90 000  EUR

90

70

100 000  EUR

30

40

50

60

CFD's op een aandelenfuture/-forward

op CFD's op een future op een aandeel uitgevoerde transacties waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1), onder b)

S1

S2

S3

S4

50 000  EUR

70

60 000  EUR

80

60

90 000  EUR

90

70

100 000  EUR

30

40

50

60

CFD's op een aandelenoptie

op CFD's op een optie op een aandeel uitgevoerde transacties waarvoor wordt geacht een liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1), onder b)

S1

S2

S3

S4

50 000  EUR

70

60 000  EUR

80

60

90 000  EUR

90

70

100 000  EUR

30

40

50

60


Tabel 11.3

CFD's — SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor subklassen waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan

Activaklasse — Financiële contracten ter verrekening van verschillen („contracts for differences”, CFD's)

Subactivaklasse

SSTI- en LIS-drempels vóór en na de handel voor elke subklasse waarvoor wordt geacht geen liquide markt te bestaan

SSTI vóór de handel

LIS vóór de handel

SSTI na de handel

LIS na de handel

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Drempelwaarde

Valuta-CFD's

50 000  EUR

60 000  EUR

90 000  EUR

100 000  EUR

Grondstoffen-CFD's

50 000  EUR

60 000  EUR

90 000  EUR

100 000  EUR

Aandelen-CFD's

50 000  EUR

60 000  EUR

90 000  EUR

100 000  EUR

Obligatie-CFD's

50 000  EUR

60 000  EUR

90 000  EUR

100 000  EUR

CFD's op een aandelenfuture/-forward

50 000  EUR

60 000  EUR

90 000  EUR

100 000  EUR

CFD's op een aandelenoptie

50 000  EUR

60 000  EUR

90 000  EUR

100 000  EUR

Overige CFD's/spread betting

50 000  EUR

60 000  EUR

90 000  EUR

100 000  EUR

12.   Emissierechten

Tabel 12.1

Emissierechten — klassen waarvoor geen liquide markt bestaat

Activaklasse — Emissierechten

Subactivaklasse

Voor elke subactivaklasse wordt geacht geen liquide markt te bestaan overeenkomstig artikel 6 en artikel 8, lid 1, onder b), wanneer de subactivaklasse niet voldoet aan een van de of alle volgende drempels van de kwantitatieve liquiditeitscriteria.

Gemiddelde dagelijkse bedrag (ADA)

[kwalitatief liquiditeitscriterium]

Gemiddeld aantal dagelijkse transacties

[kwantitatief liquiditeitscriterium 2]

Emissierechten van de Europese Unie (European Union Allowances, EUA)

alle eenheden die erkend zijn voor naleving van de vereisten van Richtlijn 2003/87/EG van ht Europees Parlement en de Raad (3) (emissiehandelssysteem) en die het recht om het equivalent van één ton koolstofdioxide-equivalent (tCO2e) uit te stoten vertegenwoordigen

150 000  ton koolstofdioxide-equivalent

5

Luchtvaartemissierechten van de Europese Unie (EUAA)

alle eenheden die erkend zijn voor naleving van de vereisten van Richtlijn 2003/87/EG (emissiehandelssysteem) en die het recht om het equivalent van één ton koolstofdioxide-equivalent (tCO2e) uit te stoten door de luchtvaart vertegenwoordigen

150 000  ton koolstofdioxide-equivalent

5

Gecertificeerde emissiereducties (Certified Emission Reductions, CER)

alle eenheden die erkend zijn voor naleving van de vereisten van Richtlijn 2003/87/EG (emissiehandelssysteem) die het emissiereductie-equivalent van één ton koolstofdioxide-equivalent (tCO2e) vertegenwoordigen

150 000  ton koolstofdioxide-equivalent

5