2.3.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 60/56


Rectificatie van Richtsnoer (EU) 2017/697 van de Europese Centrale Bank van 4 april 2017 betreffende de wijze waarop nationale bevoegde autoriteiten met betrekking tot minder belangrijke instellingen gebruikmaken van de keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte die het Unierecht biedt (ECB/2017/9)

( Publicatieblad van de Europese Unie L 101 van 13 april 2017 )

Bladzijde 157, overweging 7:

in plaats van:

„(7)

Keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte in verband met de vrijstelling van blootstellingen van de toepassing van de in artikel 395, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde limieten voor grote blootstellingen, moeten consistent toegepast worden op belangrijke en minder belangrijke instellingen om voor de kredietinstellingen in de deelnemende lidstaten gelijke omstandigheden te creëren, de uit specifieke blootstellingen voortvloeiende concentratierisico's te beperken en om ervoor te zorgen dat in het hele GTM dezelfde minimumnormen worden toegepast voor de beoordeling van naleving van de in artikel 400, lid 3, van dezelfde verordening bedoelde voorwaarden. Met name moeten concentratierisico's worden beperkt die voortvloeien uit de in artikel 129, leden 1, 3 en 6, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde gedekte obligaties, en uit blootstellingen aan regionale of lokale overheden van lidstaten, of door regionale of lokale overheden van lidstaten gegarandeerde blootstellingen, indien aan die vorderingen krachtens deel drie, titel II, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 een 20- %-risicogewicht zou worden toegekend. Voor intragroepblootstellingen, waaronder deelnemingen of andere belangen, moet worden verzekerd dat het besluit om deze blootstellingen volledig vrij te stellen van de toepassing van de limieten voor grote blootstellingen is gebaseerd op een grondige beoordeling zoals vastgelegd in bijlage 1 bij Verordening (EU) 2016/445 (ECB/2016/4). Gewettigd is de toepassing van gemeenschappelijke criteria wanneer wordt beoordeeld of een blootstelling voldoet aan de voorwaarden voor een vrijstelling van de in bijlage II bij Verordening (EU) 2016/445 (ECB/2016/4) vastgelegde limieten voor grote blootstellingen; onder de voornoemde blootstellingen vallen bijvoorbeeld deelnemingen of andere belangen aan regionale of centrale kredietinstellingen waarmee de kredietinstelling overeenkomstig wettelijke of statutaire bepalingen is verbonden in een netwerk, en welke kredietinstellingen krachtens die bepalingen verantwoordelijk zijn voor verevening van onderlinge geldposities binnen het netwerk. Die toepassing moet waarborgen dat belangrijke en minder belangrijke in hetzelfde netwerk verbonden instellingen consistent worden behandeld. Het gebruik van de in artikel 400, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde keuzemogelijkheid, zoals uiteengezet in dit richtsnoer, is slechts van toepassing indien de betrokken lidstaat de in artikel 493, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde keuzemogelijkheid niet heeft gebruikt.”,

lezen:

„(7)

Keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte in verband met de vrijstelling van blootstellingen van de toepassing van de in artikel 395, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde limieten voor grote blootstellingen, moeten consistent toegepast worden op belangrijke en minder belangrijke instellingen om voor de kredietinstellingen in de deelnemende lidstaten gelijke omstandigheden te creëren, de uit specifieke blootstellingen voortvloeiende concentratierisico's te beperken en om ervoor te zorgen dat in het hele GTM dezelfde minimumnormen worden toegepast voor de beoordeling van naleving van de in artikel 400, lid 3, van dezelfde verordening bedoelde voorwaarden. Met name moeten concentratierisico's worden beperkt die voortvloeien uit de in artikel 129, leden 1, 3 en 6, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde gedekte obligaties, en uit blootstellingen aan regionale of lokale overheden van lidstaten, of door regionale of lokale overheden van lidstaten gegarandeerde blootstellingen, indien aan die vorderingen krachtens deel drie, titel II, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 een 20- %-risicogewicht zou worden toegekend. Gewettigd is de toepassing van gemeenschappelijke criteria wanneer wordt beoordeeld of een blootstelling voldoet aan de voorwaarden voor een vrijstelling van de in de bijlage bij dit richtsnoer vastgelegde limieten voor grote blootstellingen; onder de voornoemde blootstellingen vallen bijvoorbeeld deelnemingen of andere belangen aan regionale of centrale kredietinstellingen waarmee de kredietinstelling overeenkomstig wettelijke of statutaire bepalingen is verbonden in een netwerk, en welke kredietinstellingen krachtens die bepalingen verantwoordelijk zijn voor verevening van onderlinge geldposities binnen het netwerk. Die toepassing moet waarborgen dat belangrijke en minder belangrijke in hetzelfde netwerk verbonden instellingen consistent worden behandeld. Het gebruik van de in artikel 400, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde keuzemogelijkheid, zoals uiteengezet in dit richtsnoer, is slechts van toepassing indien de betrokken lidstaat de in artikel 493, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde keuzemogelijkheid niet heeft gebruikt.”.