28.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/18


BESLUIT (EU) 2017/599 VAN DE COMMISSIE

van 22 maart 2017

betreffende het voorgestelde burgerinitiatief „EU-burgerschap voor Europeanen: eenheid in verscheidenheid ondanks het jus soli of jus sanguinis”

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 2001)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (1), en met name artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het onderwerp van het burgerinitiatief „EU-burgerschap voor Europeanen: eenheid in verscheidenheid ondanks het jus soli of jus sanguinis” verwijst naar „de aard en het doel van het burgerschap van de Unie, meer bepaald met betrekking tot nationaliteit. De uittreding van een lidstaat uit de Unie en de gevolgen daarvan. Door het EU-recht gegarandeerde burgerrechten”.

(2)

Het burgerschap van de Unie komt naast het nationale burgerschap en treedt niet in de plaats daarvan. Het bezit van de nationaliteit van een lidstaat is een voorwaarde voor burgerschap van de Unie. Of iemand burger is van de Unie, hangt bijgevolg af van de vraag of ten minste één van de staten waarvan die persoon de nationaliteit bezit, een lidstaat is van de Unie.

(3)

De koppeling tussen de nationaliteit van een lidstaat van de Unie en het burgerschap van de Unie is in de Verdragen vastgelegd. De Verdragen bevatten geen rechtsgrondslag op grond waarvan de EU-instellingen een rechtshandeling ter uitvoering van de Verdragen mogen vaststellen waardoor personen die niet de nationaliteit van een lidstaat van de Unie bezitten, het burgerschap van de Unie wordt verleend.

(4)

Wel kan een rechtshandeling van de Unie ter uitvoering van de Verdragen worden vastgesteld betreffende rechten van onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven, met inbegrip van de voorwaarden inzake het vrije verkeer en het vrije verblijf in andere lidstaten van de EU. Een dergelijke rechtshandeling kan bijgevolg aan burgers van een staat die overeenkomstig artikel 50 VEU uit de Unie is getreden, bepaalde rechten verlenen die overeenkomen met de aan het burgerschap van de Unie gekoppelde rechten.

(5)

Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) geeft meer inhoud aan het burgerschap van de Unie en versterkt de democratische werking van de Unie; het bepaalt immers onder meer dat iedere burger het recht heeft aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen door middel van het burgerinitiatief.

(6)

Daartoe moeten de procedures en voorwaarden voor het burgerinitiatief eenvoudig, gebruiksvriendelijk en evenredig met de aard van het burgerinitiatief zijn, om de burgerparticipatie aan te moedigen en de Unie toegankelijker te maken.

(7)

Op grond hiervan kan dus in redelijkheid worden aangenomen dat het voorgestelde burgerinitiatief niet zichtbaar buiten het kader van de bevoegdheden van de Commissie valt om een voorstel voor een rechtshandeling van de Unie ter uitvoering van de Verdragen in te dienen in de zin van artikel 4, lid 2, onder b) van de verordening, voor zover het gericht is op een voorstel voor een rechtshandeling van de Unie ter uitvoering van de Verdragen op het gebied van rechten van onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven, met inbegrip van de voorwaarden inzake het vrije verkeer en het vrije verblijf in andere lidstaten van de EU, en meer bepaald ter verlening van bepaalde rechten aan burgers van een staat die overeenkomstig artikel 50 VEU uit de Unie is getreden, die overeenkomen met de aan het burgerschap van de Unie gekoppelde rechten.

(8)

Het voorgestelde burgerinitiatief „EU-burgerschap voor Europeanen: eenheid in verscheidenheid ondanks het jus soli of jus sanguinis” moet derhalve worden geregistreerd. Er moeten steunbetuigingen voor dit voorgestelde burgerinitiatief worden verzameld, voor zover het gericht is op een voorstel voor een rechtshandeling van de Unie ter uitvoering van de Verdragen op het gebied van rechten van onderdanen van derde landen die legaal in een lidstaat verblijven, met inbegrip van de voorwaarden inzake het vrije verkeer en het vrije verblijf in andere lidstaten van de EU, en meer bepaald ter verlening van bepaalde rechten aan burgers van een staat die overeenkomstig artikel 50 VEU uit de Unie is getreden, die overeenkomen met de aan het burgerschap van de Unie gekoppelde rechten,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Het voorgestelde burgerinitiatief „EU-burgerschap voor Europeanen: eenheid in verscheidenheid ondanks het jus soli of jus sanguinis” wordt hierbij geregistreerd.

2.   Steunbetuigingen voor dit voorgestelde burgerinitiatief kunnen worden verzameld, waarbij ervan wordt uitgegaan dat daarmee een voorstel wordt beoogd voor een rechtshandeling van de Unie die in geval van de uittreding van een lidstaat uit de Unie overeenkomstig artikel 50 VEU moet verzekeren dat de burgers van de betrokken lidstaat soortgelijke rechten kunnen blijven genieten als toen hun land nog tot de Unie behoorde.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op 27 maart 2017.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de opstellers (leden van het burgercomité) van het voorgestelde burgerinitiatief „EU-burgerschap voor Europeanen: eenheid in verscheidenheid ondanks het jus soli en ius sanguinis”, vertegenwoordigd door … [De persoonsgegevens zijn geschrapt na raadpleging van de organisatoren], tevens de contactpersonen.

Gedaan te Brussel, 22 maart 2017.

Voor de Commissie

Frans TIMMERMANS

Vicevoorzitter


(1)  PB L 65 van 11.3.2011, blz. 1.