14.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 67/1


BESLUIT (EU) 2017/434 VAN DE RAAD

van 13 februari 2017

betreffende de ondertekening namens de Unie en de voorlopige toepassing van de samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Islamitische Republiek Afghanistan, anderzijds

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 37,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 207 en 209, in samenhang met artikel 218, lid 5, en artikel 218, lid 8, tweede alinea,

Gezien het gezamenlijk voorstel van de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In november 2011 machtigde de Raad de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid om onderhandelingen te openen met de Islamitische Republiek Afghanistan over een samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling („de overeenkomst”).

(2)

Na succesvolle onderhandelingen werd de overeenkomst op 2 juli 2015 in Kabul geparafeerd.

(3)

Artikel 59 voorziet in de voorlopige toepassing van de overeenkomst voorafgaand aan de inwerkingtreding ervan.

(4)

De overeenkomst moet derhalve namens de Unie worden ondertekend en sommige bepalingen van de overeenkomst moeten voorlopig worden toegepast, in afwachting van de voltooiing van de procedures voor de sluiting ervan.

(5)

De ondertekening van de overeenkomst namens de Unie en de voorlopige toepassing tussen de Unie en de Islamitische Republiek Afghanistan van delen van de overeenkomst doen geen afbreuk aan de bevoegdheidsverdeling tussen de Unie en haar lidstaten conform de Verdragen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De ondertekening namens de Unie van de samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Islamitische Republiek Afghanistan, anderzijds, wordt verleend onder voorbehoud van de sluiting van de overeenkomst.

2.   De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) de overeenkomst namens de Unie te ondertekenen.

Artikel 3

1.   In afwachting van de inwerkingtreding van de overeenkomst worden, overeenkomstig artikel 59 van de overeenkomst en met inachtneming van de kennisgevingen waarin de overeenkomst voorziet, de volgende delen van de overeenkomst voorlopig toegepast tussen de Unie en de Islamitische Republiek Afghanistan, voor zover deze aangelegenheden betreffen die onder de bevoegdheid van de Unie vallen, waaronder aangelegenheden die vallen onder de bevoegdheid van de Unie om een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid te bepalen en uit te voeren:

a)

artikel 2 (Algemene beginselen);

b)

artikel 3 (Politieke dialoog);

c)

artikel 4 (Mensenrechten);

d)

artikel 5 (Gelijkheid van mannen en vrouwen);

e)

titel III (Ontwikkelingssamenwerking);

f)

titel IV (Samenwerking inzake handel en investeringen);

g)

artikel 28 (Samenwerking inzake migratie);

h)

titel VII (Regionale samenwerking);

i)

titel VIII (Institutioneel kader) voor zover de bepalingen van die titel enkel tot doel hebben de voorlopige toepassing van de overeenkomst te waarborgen;

j)

titel IX (Slotbepalingen) voor zover de bepalingen van die titel enkel tot doel hebben de voorlopige toepassing van de overeenkomst te waarborgen.

2.   Het secretariaat-generaal van de Raad maakt de datum met ingang waarvan de delen van de overeenkomst als bedoeld in lid 1 voorlopig worden toegepast in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel, 13 februari 2017.

Voor de Raad

De voorzitter

L. GRECH