23.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 317/1


VERORDENING (EU, Euratom) 2016/2030 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 26 oktober 2016

tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 wat betreft het secretariaat van het Comité van toezicht van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 325,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Rekenkamer (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In overeenstemming met artikel 15, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3), heeft het Comité van toezicht van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (hierna het „Bureau” genoemd) tot taak geregeld toezicht te houden op de wijze waarop het Bureau zich van zijn onderzoekstaak kwijt, ter versterking van de onafhankelijkheid van het Bureau.

(2)

Het kader voor de uitvoering van de begrotingskredieten met betrekking tot de leden van het Comité van toezicht moet zo worden opgezet dat elke schijn van mogelijke inmenging van het Bureau in de uitoefening van de taken van de leden van het Comité wordt vermeden. Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 moeten worden aangepast om een dergelijk kader mogelijk te maken, terwijl de transparantie van de kredieten voor de werking van het Comité van toezicht hetzelfde blijft als voorheen.

(3)

Om te zorgen voor een doeltreffende en doelmatige werking van het Comité van toezicht moet zijn secretariaat rechtstreeks door de Commissie, onafhankelijk van het Bureau, worden verzorgd, en moet de Commissie het secretariaat voor de vervulling van zijn functie van passende middelen voorzien. De Commissie dient zich te onthouden van inmenging in de toezichthoudende taken van het Comité van toezicht, teneinde de onafhankelijkheid van het Comité van toezicht te waarborgen.

(4)

De door het Bureau overeenkomstig artikel 10, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 aangewezen functionaris voor gegevensbescherming dient bevoegd te blijven voor de verwerking van gegevens door het secretariaat van het Comité van toezicht.

(5)

De geheimhoudingsverplichtingen voor het personeel van het secretariaat van het Comité van toezicht moeten van toepassing blijven.

(6)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werd geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (4) en heeft op 18 maart 2016 besloten geen advies uit te brengen,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 4 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„De functionaris voor gegevensbescherming is bevoegd voor de verwerking van gegevens door het Bureau en door het secretariaat van het Comité van toezicht.”;

b)

in lid 5 wordt de tweede alinea vervangen door:

„Overeenkomstig het Ambtenarenstatuut is het de personeelsleden van het Bureau en het personeel van het secretariaat van het Comité van toezicht verboden informatie waarvan zij in hun ambt kennis hebben genomen, aan onbevoegden mede te delen, tenzij die informatie reeds rechtmatig openbaar of voor het publiek toegankelijk is gemaakt; ook na beëindiging van de dienst blijft deze verplichting op de personeelsleden rusten.

De leden van het Comité van toezicht zijn gebonden aan dezelfde geheimhoudingsplicht in het kader van de uitoefening van hun taken, en blijven na afloop van hun mandaat aan die plicht gebonden.”.

2)

Artikel 15, lid 8, wordt vervangen door:

„8.   Het Comité van toezicht wijst zijn voorzitter aan. Het stelt zijn reglement van orde vast nadat dit ter informatie aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is voorgelegd. Het Comité van toezicht wordt bijeengeroepen op initiatief van zijn voorzitter of van de directeur-generaal. Het komt minstens tienmaal per jaar bijeen. Het Comité van toezicht besluit bij meerderheid van de stemmen van zijn leden. De Commissie verzorgt het secretariaat van het Comité van toezicht, onafhankelijk van het Bureau en in nauw overleg met het Comité van toezicht. Voordat de benoeming van een personeelslid van het secretariaat plaatsvindt, wordt het Comité van toezicht geraadpleegd en zijn zienswijze in aanmerking genomen. Het secretariaat handelt in opdracht van het Comité van toezicht en onafhankelijk van de Commissie. Onverminderd haar controle op de begroting van het Comité van toezicht en het secretariaat daarvan, mengt de Commissie zich niet in de toezichthoudende taken van het Comité van toezicht.

Ambtenaren die in het secretariaat tewerkgesteld zijn, vragen noch aanvaarden van welke regering, instelling, orgaan, instantie of agentschap dan ook instructies voor de vervulling van de toezichthoudende taken van het Comité van toezicht.”.

3)

Artikel 18 wordt vervangen door:

„Artikel 18

Financiering

De totale begrotingskredieten voor het Bureau worden opgevoerd op een speciaal begrotingsonderdeel binnen de afdeling Commissie van de algemene begroting van de Europese Unie en worden in detail vermeld in een bijlage bij die afdeling. De kredieten voor het Comité van toezicht en zijn secretariaat worden opgenomen in de afdeling Commissie van de algemene begroting van de Europese Unie.

De lijst van het aantal ambten bij het Bureau wordt als bijlage opgenomen bij de lijst van het aantal ambten bij de Commissie. De lijst van het aantal ambten bij de Commissie omvat de ambten voor het secretariaat van het Comité van toezicht.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2017.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 26 oktober 2016.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

I. LESAY


(1)  PB C 150 van 27.4.2016, blz. 1.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 6 juli 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 20 september 2016(nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(3)  Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

(4)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).