23.2.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 46/8


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/248 VAN DE COMMISSIE

van 17 december 2015

tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten in het kader van de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten, en tot vaststelling van de indicatieve toewijzing van die steun

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 25,

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (2), en met name artikel 62, lid 2, onder a) tot en met d), en artikel 64, lid 7, onder a),

Gezien Verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (3), en met name artikel 5, lid 2, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) nr. 1308/2013 vervangt Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (4) en bevat nieuwe voorschriften inzake de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten (hierna „de regeling” genoemd). Ook verleent zij de Commissie de bevoegdheid om in dit verband gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vast te stellen. Met het oog op een soepele werking van de regeling in het nieuwe rechtskader moeten bepaalde regels middels dergelijke handelingen worden vastgesteld. Deze handelingen moeten in de plaats komen van Verordening (EG) nr. 288/2009 van de Commissie (5), die is ingetrokken bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 (6).

(2)

Op grond van artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 moeten lidstaten die aan de regeling wensen deel te nemen, vooraf een strategie voor de uitvoering van de regeling vaststellen. Om de uitvoering van de regeling te kunnen evalueren moet worden bepaald welke elementen in de strategie moeten worden opgenomen.

(3)

Met het oog op goed bestuur en gezond begrotingsbeheer moeten de lidstaten die de regeling uitvoeren, elk jaar een aanvraag voor Uniesteun indienen; de inhoud van die aanvraag moet worden omschreven.

(4)

De inhoud en de frequentie van de steunaanvragen die de aanvragers van steun indienen, moeten worden vastgesteld, evenals de voorschriften voor de indiening van de aanvragen. Voorts moet nader worden omschreven welke bewijsstukken ter staving van de steunaanvragen moeten worden voorgelegd. Ook moet worden bepaald welke sancties de bevoegde autoriteit moet toepassen wanneer een steunaanvraag te laat wordt ingediend.

(5)

De voorwaarden voor de betaling van de steun moeten verder worden verduidelijkt om rekening te houden met het onderscheid tussen, enerzijds, steun voor de verstrekking en distributie van producten en, anderzijds, steun voor monitoring, evaluatie, publiciteit en begeleidende maatregelen. De inhoud van de bewijsstukken die ter staving van elke aanvraag voor de betaling van de steun moeten worden voorgelegd, moet nader worden omschreven.

(6)

Om de doeltreffendheid van de regeling te beoordelen moeten de lidstaten de Commissie in kennis stellen van de resultaten en de bevindingen van hun monitoring en evaluatie van de regeling. Duidelijkheidshalve is het wenselijk om een datum vast te stellen voor de kennisgeving aan de Commissie van het evaluatieverslag en van de resultaten van de monitoring. De Commissie moet deze documenten bekendmaken.

(7)

Om de financiële belangen van de Unie te beschermen moeten passende controlemaatregelen ter bestrijding van onregelmatigheden en fraude worden genomen. Deze controlemaatregelen moeten volledige administratieve controles omvatten, aangevuld met controles ter plaatse. Met het oog op een billijke en eenvormige aanpak in de lidstaten moeten de omvang, de inhoud, het tijdschema en de verslaglegging met betrekking tot deze controlemaatregelen nader worden omschreven, rekening houdend met de verschillen in de uitvoering van de regeling door de lidstaten.

(8)

Onverschuldigd betaalde bedragen moeten worden teruggevorderd overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie (7).

(9)

Overeenkomstig artikel 23, lid 10, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 moet het publiek er zich voldoende bewust van zijn dat de Unie financieel aan de regeling bijdraagt. Het is passend om, naast de bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 betreffende het gebruik van een poster, regels vast te stellen inzake het geven van bekendheid aan de regeling en inzake het gebruik van het embleem van de Unie. Voorts moet worden bepaald dat bij wijze van overgangsmaatregel nog gedurende een beperkte periode mag worden gebruikgemaakt van de posters en andere publiciteitsinstrumenten die momenteel voorhanden zijn.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied en definitie

1.   Bij deze verordening worden uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 1370/2013 wat betreft Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten (hierna „de producten” genoemd) aan kinderen, en voor bepaalde daarmee gepaard gaande kosten in het kader van de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten als bedoeld in artikel 23 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 (hierna „de regeling” genoemd).

2.   Voor de toepassing van de regeling wordt onder „schooljaar” de periode van 1 augustus tot en met 31 juli van het volgende jaar verstaan.

Artikel 2

Strategie van de lidstaten

1.   In de in artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 bedoelde strategie van de lidstaten worden ten minste de volgende elementen opgenomen:

a)

het geografische en administratieve niveau waarop de regeling zal worden uitgevoerd;

b)

de duur van de strategie;

c)

indien beschikbaar, informatie over het niveau van de consumptie van de betrokken producten;

d)

de operationele doelstellingen van de strategie in het kader van de regeling, en de te verwezenlijken doelen;

e)

indien een bestaande nationale schoolregeling wordt verlengd of doeltreffender wordt gemaakt door gebruik te maken van middelen van de Unie, de regelingen die zijn ingesteld om de toegevoegde waarde van de regeling te waarborgen;

f)

het geraamde budget of budgetpercentage voor de belangrijkste elementen van de regeling;

g)

de doelgroep;

h)

de lijst van producten die in het kader van de regeling verstrekt zullen worden;

i)

de doelstellingen en de inhoud van de begeleidende maatregelen;

j)

een beschrijving van de wijze waarop de desbetreffende belanghebbenden erbij betrokken zullen worden;

k)

informatie over de regelingen voor de distributie van de producten en over de procedures voor de selectie van de leveranciers;

l)

de maatregelen die worden genomen om bekendheid aan de Uniesteun te geven, ook wanneer het volgens de strategie is toegestaan gewone schoolmaaltijden te nemen en tegelijk producten te consumeren die in het kader van de regeling worden gefinancierd;

m)

de structuren en formulieren voor de monitoring en evaluatie van de regeling overeenkomstig artikel 8 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 en voor de controles als bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de onderhavige verordening.

2.   De Commissie maakt de strategieën van de lidstaten bekend.

Artikel 3

Door de lidstaten ingediende steunaanvragen

De lidstaten dienen elk jaar, uiterlijk op 31 januari, hun steunaanvraag voor het volgende schooljaar in. De steunaanvragen bevatten de volgende informatie:

a)

de in de bijlage vastgestelde indicatieve steuntoewijzing;

b)

het gevraagde bedrag indien de lidstaat geen gebruik wil maken van het volledige bedrag van de indicatieve toewijzing;

c)

de bereidheid om meer dan de indicatieve toewijzing te gebruiken en het maximale aanvullende bedrag voor het geval er een aanvullende toewijzing beschikbaar is;

d)

het totale aangevraagde bedrag.

De in dit artikel bedoelde bedragen worden uitgedrukt in EUR.

Artikel 4

Door de steunaanvragers ingediende steunaanvragen

1.   De lidstaten bepalen de vorm, de inhoud en de frequentie van de steunaanvragen overeenkomstig hun strategie en de voorschriften van de leden 2 tot en met 7.

2.   De steunaanvragen inzake de verstrekking en distributie van producten bevatten ten minste de volgende informatie:

a)

de hoeveelheden gedistribueerde producten;

b)

de naam en het adres of identificatienummer van de onderwijsinstellingen of -instanties waaraan die hoeveelheden gedistribueerd zijn;

c)

het aantal kinderen dat regelmatig aanwezig is in de betrokken onderwijsinstellingen die in de door de steunaanvraag bestreken periode recht hebben op de onder de regeling vallende producten.

3.   De steunaanvragen betreffende de verstrekking en distributie van producten bestrijken perioden van ten hoogste vijf maanden.

4.   De steunaanvragen worden ingediend binnen drie maanden na afloop van de periode waarop zij betrekking hebben.

5.   De steunaanvragen betreffende het in artikel 6, lid 2, bedoelde evaluatieverslag wordt ingediend binnen een maand na de datum waarop het in dat lid bedoelde verslag is ingediend.

6.   Als de in de leden 4 en 5 bedoelde termijn met minder dan 60 dagen wordt overschreden, wordt de steun betaald, maar gekort met:

a)

5 % indien de termijn met 1 tot 30 dagen wordt overschreden;

b)

10 % indien de termijn met 31 tot 60 dagen wordt overschreden.

Wordt de termijn met meer dan 60 dagen overschreden, dan wordt de steun per extra dag nog eens met 1 % verlaagd, berekend over het saldo.

7.   De in de steunaanvragen gevraagde bedragen worden gestaafd met bewijsstukken waarop de prijs van de geleverde producten, materialen of diensten is vermeld, en met een ontvangst- of betalingsbewijs of een gelijkwaardig document. De lidstaten geven een nadere omschrijving van de documenten die ter staving van de steunaanvragen moeten worden ingediend.

Als de steunaanvragen betrekking hebben op monitoring, evaluatie, publiciteit of begeleidende maatregelen, bevatten de bewijsstukken ook de financiële opsplitsing per activiteit en nadere gegevens over de daarmee gemoeide kosten.

Artikel 5

Betaling van de steun

1.   De steun voor de verstrekking en distributie van producten wordt slechts betaald:

a)

tegen overlegging van een ontvangstbewijs voor de werkelijk verstrekte en gedistribueerde hoeveelheden; of

b)

op basis van een verslag over een door de bevoegde autoriteit vóór de definitieve betaling van de steun verrichte inspectie, waaruit blijkt dat aan de betalingsvoorwaarden is voldaan; of

c)

als de lidstaat dit toestaat, tegen overlegging van een alternatief bewijsstuk waaruit blijkt dat de voor de toepassing van de regeling verstrekte en gedistribueerde hoeveelheden zijn betaald.

2.   De steun voor monitoring, evaluatie, publiciteit en begeleidende maatregelen wordt slechts betaald nadat het betrokken materiaal of de betrokken diensten zijn verstrekt en na overlegging van de desbetreffende bewijsstukken, zoals vereist door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

3.   De bevoegde autoriteit betaalt de steun binnen drie maanden na de datum van indiening van de steunaanvraag.

Artikel 6

Monitoring en evaluatie

1.   Bij de in artikel 8, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 bedoelde monitoring wordt uitgegaan van de gegevens die voortvloeien uit de beheers- en controleverplichtingen, met inbegrip van die welke in de artikelen 4 en 5 van de onderhavige verordening zijn vastgesteld.

De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 30 november volgend op het einde van het betrokken schooljaar in kennis van de resultaten van de monitoring.

2.   De lidstaten dienen bij de Commissie een evaluatieverslag in met de resultaten van de in artikel 8, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 bedoelde evaluatie betreffende de voorafgaande uitvoeringsperiode van vijf schooljaren, en wel uiterlijk op 1 maart van het jaar dat volgt op het einde van die periode.

Het eerste evaluatieverslag wordt uiterlijk op 1 maart 2017 ingediend.

3.   De Commissie publiceert de resultaten van de door de lidstaten verrichte monitoring en de evaluatieverslagen.

Artikel 7

Administratieve controles

1.   De lidstaten treffen alle nodige maatregelen om aan deze verordening te voldoen. Deze maatregelen bestaan onder meer uit een administratieve controle van alle steunaanvragen.

2.   De administratieve controles die met betrekking tot de steun voor de verstrekking en distributie van producten worden verricht, omvatten de beoordeling van de door de lidstaten omschreven bewijsstukken inzake de verstrekking en distributie van de producten.

De administratieve controles die met betrekking tot de steun voor monitoring, evaluatie, publiciteit en begeleidende maatregelen worden verricht, omvatten de controle van de verstrekking van het materiaal of de diensten en van de waarachtigheid van de uitgaven waarvoor steun wordt gevraagd.

3.   Als het gaat om steun voor de verstrekking en distributie van producten en voor begeleidende maatregelen, worden de administratieve controles aangevuld met controles ter plaatse overeenkomstig artikel 8.

Artikel 8

Controles ter plaatse

1.   In het geval van steun voor de verstrekking en distributie van producten worden controles ter plaatse verricht die met name een verificatie omvatten van:

a)

de in artikel 6, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 bedoelde boekhouding, waaronder de financiële bescheiden, zoals aankoop- en verkoopfacturen, leveringsnota's en bankafschriften;

b)

het gebruik van de producten overeenkomstig de onderhavige verordening.

2.   De controles ter plaatse worden verricht voor elk schooljaar. Zij hebben betrekking op de activiteiten van de voorgaande twaalf maanden.

De controles ter plaatse kunnen plaatsvinden tijdens de uitvoering van de begeleidende maatregelen.

3.   Het totale aantal controles ter plaatse heeft betrekking op ten minste 5 % van de op nationaal niveau verdeelde steun en op ten minste 5 % van alle steunaanvragers die producten verstrekken en distribueren en begeleidende maatregelen uitvoeren.

In lidstaten met minder dan honderd steunaanvragers worden controles ter plaatse verricht in de lokalen van minstens vijf aanvragers.

In lidstaten met minder dan vijf steunaanvragers worden controles ter plaatse verricht in de lokalen van alle aanvragers.

Wanneer een andere aanvrager dan een onderwijsinstelling steun voor de verstrekking en distributie van producten aanvraagt, wordt de in de lokalen van die aanvrager verrichte controle ter plaatse aangevuld met controles ter plaatse in de lokalen van minstens twee onderwijsinstellingen of van minstens 1 % van de onderwijsinstellingen waarvoor de aanvrager boekhouding voert overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247, indien dit laatste een groter aantal oplevert.

Wanneer de aanvrager steun voor begeleidende maatregelen aanvraagt, mogen de controles ter plaatse in de lokalen van de aanvrager, op basis van een risicoanalyse worden vervangen door controles ter plaatse op de plaatsen waar de begeleidende maatregelen worden uitgevoerd. De lidstaten stellen het niveau van deze controles ter plaatse vast op basis van een risicoanalyse.

4.   De bevoegde autoriteit selecteert op basis van een risicoanalyse de ter plaatse te controleren steunaanvragers.

Daarbij houdt de bevoegde autoriteit met name terdege rekening met:

a)

de verschillende geografische gebieden;

b)

het zich herhaaldelijk voordoen van fouten en de bevindingen van in de vorige jaren verrichte controles;

c)

het betrokken steunbedrag;

d)

het soort aanvragers;

e)

indien van toepassing, het soort begeleidende maatregel.

5.   Een aankondiging vooraf waarbij de aankondigingstermijn strikt beperkt blijft tot de noodzakelijke minimumduur, mag worden gedaan mits dit het doel van de controles niet schaadt.

6.   De bevoegde controleautoriteit stelt over elke controle ter plaatse een controleverslag op. In het verslag worden de verschillende gecontroleerde punten nauwkeurig beschreven.

Het controleverslag bestaat uit de volgende delen:

a)

een algemeen deel met de volgende informatie, indien van toepassing:

i)

de in het kader van de regeling geldende strategie, de betrokken periode, de gecontroleerde steunaanvragen, de hoeveelheden producten, de deelnemende onderwijsinstellingen, een op de beschikbare gegevens gebaseerde raming van het aantal kinderen voor wie steun is betaald, en het betrokken bedrag,

ii)

de aanwezige verantwoordelijke personen;

b)

een deel waarin de verrichte controles afzonderlijk worden beschreven, en dat met name de volgende informatie bevat:

i)

de gecontroleerde documenten;

ii)

de aard en omvang van de verrichte controles;

iii)

opmerkingen en bevindingen.

7.   De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 30 november volgend op het einde van het schooljaar in kennis van de verrichte controles ter plaatse en van de bevindingen daarvan.

Artikel 9

Terugvordering van onverschuldigde betalingen

Voor de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen is artikel 7 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10

Acties om bekendheid te geven aan de financiële bijdrage van de Unie aan de regeling

1.   Lidstaten die besluiten geen gebruik te maken van de in artikel 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 bedoelde poster, lichten in hun strategie duidelijk toe hoe zij het publiek over de financiële bijdrage van de Unie aan hun schoolregeling zullen informeren.

2.   Bij de in artikel 4, lid 1, onder b), ii), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 bedoelde communicatiemiddelen en publiciteitsacties wordt voor zover mogelijk de Europese vlag weergegeven en worden de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten van de Unie of het acroniem daarvan en de financiële steun van de Unie vermeld.

3.   Bij de instrumenten en onderwijsmaterialen die worden gebruikt in het kader van de in artikel 4, lid 1, onder b), iii), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 bedoelde begeleidende maatregelen wordt voor zover mogelijk de Europese vlag weergegeven en worden de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten van de Unie of het acroniem daarvan en de financiële steun van de Unie vermeld.

4.   De verwijzingen naar de financiële bijdrage van de Unie zijn minstens even duidelijk zichtbaar als de verwijzingen naar bijdragen van andere particuliere of openbare instanties die de schoolregeling van een lidstaat steunen.

5.   De lidstaten kunnen blijven gebruikmaken van de bestaande voorraden posters en andere publiciteitsinstrumenten die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 288/2009 vóór 26 februari 2016 zijn geprint.

Artikel 11

Kennisgevingen

De kennisgevingen van de lidstaten aan de Commissie waarin deze verordening voorziet, worden gedaan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 792/2009 van de Commissie (8).

Artikel 12

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing op steun voor het schooljaar 2016/2017 en de daaropvolgende schooljaren.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 december 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(3)  PB L 346 van 20.12.2013, blz. 12.

(4)  Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

(5)  Verordening (EG) nr. 288/2009 van de Commissie van 7 april 2009 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de toekenning, in het kader van een schoolfruitregeling, van communautaire steun voor de verstrekking van groente- en fruitproducten, verwerkte groente- en fruitproducten en banaanproducten aan kinderen in onderwijsinstellingen (PB L 94 van 8.4.2009, blz. 38).

(6)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten in het kader van de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten (zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PB L 227 van 31.7.2014, blz. 69).

(8)  Verordening (EG) nr. 792/2009 van de Commissie van 31 augustus 2009 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de kennisgeving door de lidstaten aan de Commissie van de informatie en de documenten ter uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening, de regeling voor rechtstreekse betalingen, de afzetbevordering voor landbouwproducten en de regelingen voor de ultraperifere gebieden en de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee (PB L 228 van 1.9.2009, blz. 3).


BIJLAGE

Indicatieve toewijzing van de Uniesteun per lidstaat

Lidstaat

Medefinanciering (in %)

Kinderen (6-10) absolute cijfers

EUR

Oostenrijk

75

406 322

2 239 273

België

75

611 450

3 369 750

Bulgarije

90

316 744

2 094 722

Kroatië

90

205 774

1 360 845

Cyprus

75

44 823

290 000

Tsjechië

88

480 495

3 124 660

Denemarken

75

328 182

1 808 638

Estland

90

66 436

439 361

Finland

75

290 308

1 599 911

Frankrijk

76

4 051 279

22 500 145

Duitsland

75

3 575 991

19 707 575

Griekenland

81

529 648

3 143 600

Hongarije

86

482 160

3 031 022

Ierland

75

319 126

1 758 729

Italië

80

2 853 098

16 719 794

Letland

90

95 861

633 957

Litouwen

90

136 285

901 293

Luxemburg

75

29 473

290 000

Malta

75

19 511

290 000

Nederland

75

986 118

5 434 576

Polen

88

1 802 733

11 645 350

Portugal

85

527 379

3 284 967

Roemenië

89

1 054 185

6 869 985

Slowakije

89

262 703

1 709 502

Slovenië

83

91 095

554 291

Spanje

75

2 337 457

12 939 604

Zweden

75

518 322

2 856 514

Verenigd Koninkrijk

76

3 494 635

19 401 935

EU 28

79

25 917 593

150 000 000