28.1.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 21/54


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2016/101 VAN DE COMMISSIE

van 26 oktober 2015

tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende prudente waardering op grond van artikel 105, lid 14

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 105, lid 14, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 105 van Verordening (EU) nr. 575/2013 betreft de normen voor prudente waardering die van toepassing zijn op alle posities in de handelsportefeuille. Artikel 34 van genoemde verordening bepaalt echter dat instellingen de vereisten van artikel 105 moeten toepassen op al hun tegen reële waarde gewaardeerde activa. De combinatie van de bovengenoemde artikelen houdt in dat alle tegen reële waarde gewaardeerde posities, ongeacht of deze al dan niet in de handelsportefeuille zijn opgenomen, aan de vereisten voor prudente waardering zijn onderworpen, waarbij de term „posities” uitsluitend naar financiële instrumenten en grondstoffen verwijst.

(2)

Wanneer de toepassing van prudente waardering leidt tot een lagere absolute boekwaarde voor activa of een hogere absolute boekwaarde voor passiva dan die welke in de rekeningen is opgevoerd, moet een aanvullende waardeaanpassing (AWA) worden berekend als de absolute waarde van het verschil tussen beide, aangezien de prudente waarde altijd gelijk aan of lager dan de reële waarde van de activa moet zijn en gelijk aan of hoger dan de reële waarde van de passiva.

(3)

Voor waarderingsposities waarvan een wijziging in de boekhoudkundige waardering slechts gedeeltelijk of in het geheel niet op het tier 1-kernkapitaal van invloed is, moeten AWA's alleen worden toegepast op dat deel van de wijziging in de boekhoudkundige waardering dat op het tier 1-kernkapitaal van invloed is. Het betreft onder meer posities die aan afdekkingstransacties onderworpen zijn, voor verkoop beschikbare posities voor zover de wijzigingen in de waardering ervan aan een prudentiële filter onderworpen zijn, en exact overeenkomende, compenserende posities.

(4)

AWA's worden uitsluitend bepaald om, waar nodig, aanpassingen aan het tier 1-kernkapitaal te berekenen. AWA's zijn niet van invloed op de vaststelling van de eigenvermogensvereisten overeenkomstig artikel 92 van Verordening (EU) nr. 575/2013 (tenzij de afwijking voor kleine handelsportefeuilleactiviteiten krachtens artikel 94 van die verordening van toepassing is).

(5)

Om een consistent kader te verschaffen aan de hand waarvan instellingen AWA's kunnen berekenen, moet worden voorzien in, enerzijds, een heldere definitie van het beoogde zekerheidsniveau en van de elementen van waarderingsonzekerheid waarmee bij het bepalen van een prudente waarde rekening moet worden gehouden, en, anderzijds, welomschreven methoden voor het bereiken van het vereiste zekerheidsniveau, waarbij van actuele marktomstandigheden wordt uitgegaan.

(6)

AWA's in verband met onzekerheid van de marktprijzen, afwikkelingskosten en het modelrisico moeten worden berekend aan de hand van waarderingsblootstellingen die op financiële instrumenten of portefeuilles van financiële instrumenten zijn gebaseerd. Daartoe mogen financiële instrumenten tot portefeuilles worden samengevoegd wanneer, wat AWA's in verband met onzekerheid van de marktprijzen en afwikkelingskosten betreft, de instrumenten op basis van dezelfde risicofactor worden gewaardeerd of wanneer, wat AWA's in verband met het modelrisico betreft, de instrumenten op basis van hetzelfde prijsmodel worden gewaardeerd.

(7)

Bepaalde AWA's met betrekking tot waarderingsonzekerheid zijn niet additief. Om die reden moet worden toegestaan dat binnen bepaalde categorieën AWA's een aggregatiebenadering wordt gevolgd waarbij met diversificatievoordelen rekening kan worden gehouden voor de elementen van de AWA die geen verband houden met verwachte uitstapkosten die niet in de reële waarde zijn inbegrepen. Met het oog op de aggregatie van AWA's moet het ook mogelijk worden gemaakt diversificatievoordelen te genieten over het verschil tussen de verwachte waarde en de prudente waarde, om te voorkomen dat banken met een reële waarde die al prudenter is dan de verwachte waarde, minder diversificatievoordeel genieten dan banken die de verwachte waarde als de reële waarde gebruiken.

(8)

Aangezien bij instellingen met kleine reëlewaardeportefeuilles de waarderingsonzekerheid doorgaans beperkt is, moeten zij een eenvoudiger methode voor het ramen van AWA's kunnen hanteren dan instellingen met grotere reëlewaardeportefeuilles. Om te bepalen of een eenvoudiger benadering kan worden toegepast, moet de omvang van de reëlewaardeportefeuilles worden beoordeeld op elk niveau waarop kapitaalvereisten worden berekend.

(9)

De instellingen moeten passende documentatie bijhouden en over geschikte systemen en controlemechanismen beschikken, zodat de bevoegde autoriteiten kunnen beoordelen of deze instellingen de vereisten voor het bepalen van het geaggregeerde niveau van de vereiste AWA's correct hebben toegepast.

(10)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de Europese Bankautoriteit aan de Commissie heeft voorgelegd.

(11)

De Europese Bankautoriteit heeft openbare publieksraadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, heeft de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd, en heeft de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (2) opgerichte Stakeholdergroep Bankwezen om advies verzocht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Methode voor het berekenen van aanvullende waardeaanpassingen (AWA's)

Instellingen berekenen de totale aanvullende waardeaanpassingen (AWA's) die nodig zijn om de reële waarden aan de prudente waarde aan te passen. Zij berekenen die AWA's per kwartaal aan de hand van de in hoofdstuk 3 beschreven methode, tenzij zij voldoen aan de criteria voor toepassing van de in hoofdstuk 2 beschreven methode.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)

„waarderingspositie”: een financieel instrument dat, dan wel een grondstof of een portefeuille van financiële instrumenten of grondstoffen die in zowel de handelsportefeuille als de niet-handelsportefeuille wordt aangehouden en tegen reële waarde wordt gewaardeerd;

b)

„waarderingsinput”: een waarneembare of niet-waarneembare marktparameter, dan wel een matrix van parameters die de reële waarde van een waarderingspositie beïnvloedt;

c)

„waarderingsblootstelling” het bedrag van een waarderingspositie dat gevoelig is voor de veranderingen in een waarderingsinput.

Artikel 3

Bronnen van marktgegevens

1.   Wanneer instellingen AWA's op basis van marktgegevens berekenen, nemen zij, indien zulks relevant is, dezelfde reeks marktgegevens in aanmerking als die welke bij de in artikel 105, lid 8, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde onafhankelijke prijsverificatie worden gebruikt, met toepassing van de in dit artikel beschreven aanpassingen.

2.   Instellingen nemen een volledig scala aan beschikbare en betrouwbare marktgegevensbronnen in aanmerking om een prudente waarde vast te stellen, met inbegrip van de volgende elementen, indien deze relevant zijn:

a)

beurskoersen op een liquide markt;

b)

transacties in exact hetzelfde of een zeer sterk vergelijkbaar instrument, afkomstig van hetzij de eigen gegevens van de instelling, hetzij transacties op de gehele markt, voor zover deze beschikbaar zijn;

c)

handelsnoteringen van effectenmakelaars en andere marktdeelnemers;

d)

via een consensus tot stand gekomen dienstgegevens;

e)

indicatieve noteringen van effectenmakelaars;

f)

waarderingen van zekerheden van tegenpartijen.

3.   Ingeval voor de toepassing van de artikelen 9, 10 en 11 een op deskundigenopinies gebaseerde benadering wordt gevolgd, worden alternatieve methoden en informatiebronnen in overweging genomen, met inbegrip van elk van de volgende, indien relevant:

a)

het gebruik van vervangende gegevens die gebaseerd zijn op vergelijkbare instrumenten waarvoor voldoende gegevens beschikbaar zijn;

b)

de toepassing van prudente verschuivingen op waarderingsinputs;

c)

de vaststelling van natuurlijke grenzen aan de waarde van een instrument.

HOOFDSTUK II

VEREENVOUDIGDE BENADERING VOOR HET BEPALEN VAN AWA's

Artikel 4

Voorwaarden voor het gebruik van de vereenvoudigde benadering

1.   Instellingen mogen de in dit hoofdstuk beschreven vereenvoudigde benadering alleen toepassen als de som van de absolute waarde van tegen reële waarde gewaardeerde activa en passiva, zoals vermeld in de jaarrekening van de instelling conform het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving, minder dan 15 miljard EUR bedraagt.

2.   Tegen reële waarde gewaardeerde activa en passiva die exact overeenkomen en elkaar compenseren, worden uitgesloten van de in lid 1 bedoelde berekening. Voor tegen reële waarde gewaardeerde activa en passiva waarvan een wijziging in de boekhoudkundige waardering slechts gedeeltelijk of in het geheel niet op het tier 1-kernkapitaal van invloed is, geldt dat de waarden ervan uitsluitend worden opgenomen in verhouding tot het effect van de desbetreffende waarderingswijziging op het tier 1-kernkapitaal.

3.   Het in lid 1 bedoelde drempelbedrag is van toepassing op individuele en geconsolideerde basis. Wanneer het drempelbedrag op geconsolideerde basis wordt overschreden, wordt de kernbenadering toegepast op alle in de consolidatie opgenomen entiteiten.

4.   Wanneer instellingen die de vereenvoudigde benadering toepassen gedurende twee opeenvolgende kwartalen niet aan de in lid 1 vermelde voorwaarde voldoen, stellen zij de relevante bevoegde autoriteit daarvan onmiddellijk in kennis en komen zij een plan overeen om binnen de volgende twee kwartalen de in hoofdstuk 3 bedoelde benadering toe te passen.

Artikel 5

Vaststelling van AWA's volgens de vereenvoudigde benadering

In het kader van de vereenvoudigde benadering berekenen instellingen AWA's als 0,1 % van de som van de absolute waarde van tegen reële waarde gewaardeerde activa en passiva die bij de in artikel 4 beschreven berekening van het drempelbedrag in aanmerking zijn genomen.

Artikel 6

Vaststelling van de volgens de vereenvoudigde benadering berekende totale AWA's

Voor instellingen die de vereenvoudigde benadering toepassen, zijn de totale AWA's in de zin van artikel 1 de AWA's die het resultaat zijn van de in artikel 5 beschreven berekening.

HOOFDSTUK III

KERNBENADERING VOOR HET BEPALEN VAN AWA's

Artikel 7

Overzicht van de kernbenadering

1.   In het kader van de kernbenadering berekenen instellingen AWA's in de volgende twee stappen:

a)

zij berekenen overeenkomstig lid 2 van dit artikel AWA's voor elk van de in artikel 105, leden 10 en 11, van Verordening (EU) nr. 575/2013 categorieën beschreven („AWA's op categorieniveau”);

b)

zij berekenen de totale AWA's in de zin van artikel 1 door de bedragen die voor elk van de AWA's op categorieniveau met behulp van de onder a) bedoelde berekening zijn verkregen, bij elkaar op te tellen.

2.   Voor de toepassing van lid 1, onder a), berekenen instellingen AWA's op categorieniveau op een van de volgende manieren:

a)

overeenkomstig de artikelen 9 tot en met 17;

b)

wanneer de toepassing van de artikelen 9 tot en met 17 voor bepaalde posities niet mogelijk is: overeenkomstig een „fall-back”-methode, waarbij zij de gerelateerde financiële instrumenten bepalen en een AWA berekenen als de som van de volgende elementen:

i)

100 % van de niet-gerealiseerde nettowinst op de gerelateerde financiële instrumenten;

ii)

10 % van de notionele waarde van de gerelateerde financiële instrumenten ingeval het derivaten betreft;

iii)

25 % van de absolute waarde van het verschil tussen de reële waarde en de niet-gerealiseerde winst, zoals bepaald overeenkomstig punt i), van de gerelateerde financiële instrumenten ingeval het geen derivaten betreft.

Voor de toepassing van punt b), onder i), van de eerste alinea, wordt onder „niet-gerealiseerde winst” het volgende verstaan: de verandering, indien deze positief is, in reële waarde sinds de handelsintroductie, zoals vastgesteld op basis van het „first-in-first-out”-beginsel.

Artikel 8

Algemene bepalingen voor de berekeningen van AWA's volgens de kernbenadering

1.   Voor tegen reële waarde gewaardeerde activa en passiva waarvan een wijziging in de boekhoudkundige waardering slechts gedeeltelijk of in het geheel niet op het tier 1-kernkapitaal van invloed is, geldt dat AWA's uitsluitend worden berekend op grond van het deel van de waarderingswijziging dat op het tier 1-kernkapitaal van invloed is.

2.   Met betrekking tot de AWA's op categorieniveau die in de artikelen 14 tot en met 17 worden beschreven, streven instellingen naar een zekerheidsniveau ten aanzien van de prudente waarde dat gelijkwaardig is aan het zekerheidsniveau van de artikelen 9 tot en met 13.

3.   AWA's zijn de extra waarderingsaanpassingen die nodig zijn om de vastgestelde prudente waarde te bereiken, naast enigerlei aanpassingen die op de reële waarde van de instelling worden toegepast en waarvan kan worden vastgesteld dat zij op dezelfde bron van waarderingsonzekerheid betrekking hebben als de AWA. Wanneer van een aanpassing die op de berekening van de reële waarde van de instelling is toegepast, niet kan worden vastgesteld dat zij betrekking heeft op een specifieke AWA-categorie op het niveau waarop de desbetreffende AWA's worden berekend, wordt deze aanpassing niet in aanmerking genomen bij de berekening van AWA's.

4.   AWA's zijn te allen tijde positief, ook op het niveau van de waarderingsblootstelling en op categorieniveau, zowel voor als na aggregatie.

Artikel 9

Berekening van AWA's in verband met onzekerheid van de marktprijzen

1.   AWA's in verband met onzekerheid van de marktprijzen worden berekend op het niveau van de waarderingsblootstelling („afzonderlijke AWA's in verband met onzekerheid van de marktprijzen”).

2.   Een AWA in verband met onzekerheid van de marktprijzen wordt uitsluitend geacht een waarde van nul te hebben als aan beide onderstaande voorwaarden is voldaan:

a)

de instelling beschikt over solide bewijs van een handelsprijs voor een waarderingsblootstelling of er kan een prijs worden afgeleid uit betrouwbare gegevens op basis van een liquide vraag-en aanbodmarkt als beschreven in artikel 338, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

b)

de in artikel 3, lid 2, genoemde marktgegevensbronnen wijzen niet op een materiële waarderingsonzekerheid.

3.   Wanneer niet kan worden aangetoond dat een waarderingsblootstelling een AWA-waarde van nul heeft, maken instellingen bij het vaststellen van de AWA in verband met onzekerheid van de marktprijzen gebruik van de in artikel 3 genoemde gegevensbronnen. In dat geval wordt de AWA in verband met onzekerheid van de marktprijzen berekend zoals uiteengezet in de leden 4 en 5.

4.   Instellingen berekenen AWA's van waarderingsblootstellingen met betrekking tot elke in het desbetreffende waarderingsmodel gebruikte waarderingsinput.

a)

De mate van detail waarmee deze AWA's worden vastgesteld, is als volgt:

i)

bij uitsplitsing: alle waarderingsinputs die nodig zijn om een uitstapprijs te berekenen voor de waarderingspositie;

ii)

de prijs van het instrument.

b)

Elk van de in punt a), onder i), bedoelde waarderingsinputs wordt afzonderlijk behandeld. Wanneer een waarderingsinput uit een matrix van parameters bestaat, worden AWA's berekend op basis van de waarderingsblootstellingen met betrekking tot elke parameter binnen die matrix. Wanneer een waarderingsinput niet naar verhandelbare instrumenten verwijst, relateren instellingen de waarderingsinput en de daarmee verband houdende waarderingsblootstelling aan een reeks op de markt verhandelbare instrumenten. instellingen kunnen het aantal parameters van de waarderingsinput voor de berekening van AWA's beperken met behulp van elke geschikte methode, mits met het beperkte aantal parameters aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

i)

de totale waarde van de beperkte waarderingsblootstelling is gelijk aan de totale waarde van de oorspronkelijke waarderingsblootstelling;

ii)

de beperkte reeks parameters kan worden gerelateerd aan een reeks op de markt verhandelbare instrumenten;

iii)

de op grond van historische gegevens van de meest recente 100 handelsdagen bepaalde verhouding van de hierna gedefinieerde variantiemaatstaf 2 tot de hierna gedefinieerde variantiemaatstaf 1, is lager dan 0,1.

c)

Voor de toepassing van dit lid wordt verstaan onder „variantiemaatstaf 1”: winst- en verliesvariantie van de waarderingsblootstelling op basis van de niet-beperkte waarderingsinput, en onder „variantiemaatstaf 2”: winst- en verliesvariantie van de waarderingsblootstelling op basis van de niet-beperkte waarderingsinput minus de waarderingsblootstelling op basis van de beperkte waarderingsinput. Wanneer bij de berekening van AWA's een beperkt aantal parameters wordt gebruikt, wordt de vaststelling dat aan de onder b) vermelde criteria wordt voldaan, afhankelijk gesteld van de beoordeling door een onafhankelijke controlefunctie van de verrekeningsmethode en van een interne validering die ten minste eenmaal per jaar plaatsvinden.

5.   AWA's in verband met onzekerheid van de marktprijzen worden als volgt vastgesteld:

a)

wanneer voldoende gegevens beschikbaar zijn om een reeks aannemelijke waarden voor een waarderingsinput te construeren:

i)

voor een waarderingsinput waarbij de reeks aannemelijke waarden op prijzen op de verkoopmarkt is gebaseerd, bepalen instellingen op welk punt binnen de reeks zij met 90 % zekerheid de waarderingsblootstelling zouden kunnen afwikkelen tegen die prijs of een betere;

ii)

voor een waarderingsinput waarbij de reeks aannemelijke waarden op middenkoersen is gebaseerd, bepalen instellingen op welk punt binnen de reeks zij bij de afwikkeling van de waarderingsblootstelling met 90 % zekerheid een middenwaarde kunnen bereiken die gelijk is aan die koers of beter is;

b)

wanneer onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een reeks aannemelijke waarden voor een waarderingsinput te construeren, volgen instellingen een op deskundigenopinies en op beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve informatie gebaseerde benadering om voor de prudente waarde van de waarderingsinput een zekerheidsniveau te bereiken dat gelijkwaardig is aan het onder a) beoogde zekerheidsniveau. instellingen stellen de bevoegde autoriteiten in kennis van de waarderingsblootstellingen waarbij deze benadering is toegepast en van de methode die voor het bepalen van de AWA is gebruikt;

c)

instellingen berekenen de AWA in verband met onzekerheid van de marktprijzen aan de hand van een van de volgende benaderingen:

i)

zij passen het verschil tussen, enerzijds, de waarderingsinputwaarden die overeenkomstig ofwel punt a), ofwel punt b) zijn berekend, en, anderzijds, de waarderingsinputwaarden die voor het berekenen van de reële waarde zijn gebruikt, toe op de waarderingsblootstelling van elke waarderingspositie;

ii)

zij combineren de waarderingsinputwaarden die overeenkomstig ofwel punt a), ofwel punt b) zijn berekend en herwaarderen waarderingsposities op basis van die waarden. Vervolgens nemen zij het verschil tussen de geherwaardeerde posities en de tegen reële waarde gewaardeerde posities.

6.   Instellingen berekenen de totale AWA op categorieniveau in verband met onzekerheid van de marktprijzen door de in de bijlage vastgelegde formules voor ofwel methode 1, ofwel methode 2 op de afzonderlijke AWA's in verband met onzekerheid van de marktprijzen toe te passen.

Artikel 10

Berekening van AWA's in verband met afwikkelingskosten

1.   AWA's in verband met afwikkelingskosten worden berekend op het niveau van de waarderingsblootstelling („afzonderlijke AWA's in verband met afwikkelingskosten”).

2.   Wanneer een instelling voor een waarderingsblootstelling een AWA in verband met onzekerheid van de marktprijzen heeft berekend op basis van een uitstapprijs, kan de AWA in verband met afwikkelingskosten worden vastgesteld op een waarde van nul.

3.   Wanneer een instelling gebruikmaakt van de in artikel 105, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde afwijking, kan de AWA in verband met afwikkelingskosten worden vastgesteld op een waarde van nul, op voorwaarde dat de instelling het bewijs levert dat er met 90 % zekerheid van voldoende liquiditeit sprake is om de gerelateerde waarderingsblootstellingen tegen de middenkoers af te wikkelen.

4.   Wanneer niet kan worden aangetoond dat een waarderingsblootstelling een AWA in verband met afwikkelingskosten met een waarde van nul heeft, maken instellingen gebruik van de in artikel 3 genoemde gegevensbronnen. In dat geval wordt de AWA in verband met afwikkelingskosten berekend zoals uiteengezet in de leden 5 en 6 van dit artikel.

5.   Instellingen berekenen AWA's in verband met afwikkelingskosten over waarderingsblootstellingen met betrekking tot elke in het desbetreffende waarderingsmodel gebruikte waarderingsinput.

a)

De mate van detail waarmee deze AWA's in verband met afwikkelingskosten worden vastgesteld, is als volgt:

i)

bij uitsplitsing: alle waarderingsinputs die nodig zijn om een uitstapprijs te berekenen voor de waarderingspositie;

ii)

de prijs van het instrument.

b)

Elk van de in punt a), onder i), bedoelde waarderingsinputs wordt afzonderlijk behandeld. Wanneer een waarderingsinput uit een matrix van parameters bestaat, bepalen instellingen AWA's in verband met afwikkelingskosten op basis van de waarderingsblootstellingen met betrekking tot elke parameter binnen die matrix. Wanneer een waarderingsinput niet naar verhandelbare instrumenten verwijst, relateren instellingen de waarderingsinput en de daarmee verband houdende waarderingsblootstelling uitdrukkelijk aan een reeks op de markt verhandelbare instrumenten. instellingen kunnen het aantal parameters van de waarderingsinput voor de berekening van AWA's beperken met behulp van elke geschikte methode, mits met het beperkte aantal parameters aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

i)

de totale waarde van de beperkte waarderingsblootstelling is gelijk aan de totale waarde van de oorspronkelijke waarderingsblootstelling;

ii)

de beperkte reeks parameters kan worden gerelateerd aan een reeks op de markt verhandelbare instrumenten;

iii)

de op grond van historische gegevens van de meest recente 100 handelsdagen bepaalde verhouding van variantiemaatstaf 2 tot variantiemaatstaf 1 is lager dan 0,1.

Voor de toepassing van dit lid wordt verstaan onder „variantiemaatstaf 1”: winst- en verliesvariantie van de waarderingsblootstelling op basis van de niet-beperkte waarderingsinput, en onder „variantiemaatstaf 2”: winst- en verliesvariantie van de waarderingsblootstelling op basis van de niet-beperkte waarderingsinput minus de waarderingsblootstelling op basis van de beperkte waarderingsinput.

c)

Wanneer bij de berekening van AWA's een beperkt aantal parameters wordt gebruikt, wordt de vaststelling dat aan de onder b) vermelde criteria wordt voldaan afhankelijk gesteld van de beoordeling door een onafhankelijke controlefunctie en van een interne validering die ten minste eenmaal per jaar plaatsvinden.

6.   AWA's in verband met afwikkelingskosten worden als volgt vastgesteld:

a)

wanneer voldoende gegevens beschikbaar zijn om een reeks aannemelijke spreads tussen bied- en laatprijzen voor een waarderingsinput te construeren, bepalen instellingen op welk punt binnen de reeks de spread die zij bij de afwikkeling van de waarderingsblootstelling zouden kunnen bereiken, met 90 % zekerheid gelijk zou zijn aan die prijs of een betere;

b)

wanneer onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een reeks aannemelijke spreads tussen bied- en laatprijzen voor een waarderingsinput te construeren, volgen instellingen een op deskundigenopinies en op beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve informatie gebaseerde benadering om een zekerheidsniveau voor de prudente waarde te bereiken dat gelijkwaardig is aan het beoogde zekerheidsniveau wanneer een reeks aannemelijke waarden beschikbaar is. instellingen stellen de bevoegde autoriteiten in kennis van de waarderingsblootstellingen waarbij deze aanpak is gehanteerd en van de methode die is gebruikt om de AWA te bepalen;

c)

instellingen berekenen de AWA in verband met afwikkelingskosten door 50 % van de geraamde spread tussen bied- en laatprijzen die overeenkomstig ofwel punt a), ofwel punt b) is berekend toe te passen op de waarderingsblootstellingen die gerelateerd zijn aan de in lid 5 beschreven waarderingsinputs.

7.   Instellingen berekenen de totale AWA op categorieniveau in verband met afwikkelingskosten door de in de bijlage vastgelegde formules voor ofwel methode 1, ofwel methode 2 op de afzonderlijke AWA's in verband met afwikkelingskosten toe te passen.

Artikel 11

Berekening van AWA's in verband met het modelrisico

1.   Instellingen berekenen voor elk waarderingsmodel een AWA in verband met het modelrisico („afzonderlijke AWA in verband met het modelrisico”) door rekening te houden met het waarderingsmodelrisico dat voortvloeit uit het feit dat er mogelijk sprake is van een breed scala aan verschillende modellen of modelkalibraties die door marktdeelnemers worden gebruikt, en uit het feit dat er geen vaste uitstapprijs bestaat voor het specifieke product dat wordt gewaardeerd. instellingen nemen geen waarderingsmodelrisico in aanmerking dat voortvloeit uit kalibraties van parameters die van de markt zijn afgeleid. Deze worden in aanmerking genomen overeenkomstig artikel 9.

2.   De AWA in verband met het modelrisico wordt berekend aan de hand van een van de in de leden 3 en 4 beschreven benaderingen.

3.   Waar mogelijk berekenen instellingen de AWA in verband met het modelrisico door een reeks aannemelijke waarderingen vast te stellen op basis van alternatieve geschikte model- en kalibratiebenaderingen. In dat geval bepalen instellingen op welk punt binnen de resulterende reeks waarderingen zij de waarderingsblootstelling met een zekerheid van 90 % tegen die prijs of een betere prijs zouden kunnen afwikkelen.

4.   Wanneer instellingen niet in staat zijn de in lid 3 beschreven benadering te volgen, maken zij gebruik van een op deskundigenopinies gebaseerde benadering om de AWA in verband met het modelrisico te ramen.

5.   Bij een op deskundigenopinies gebaseerde benadering wordt met alle volgende factoren rekening gehouden:

a)

de complexiteit van de producten die relevant zijn voor het model;

b)

de diversiteit van mogelijke wiskundige benaderingen en modelparameters, waarbij deze modelparameters niet aan marktvariabelen gerelateerd zijn;

c)

de mate waarin de markt voor de desbetreffende producten een eenrichtingsmarkt is;

d)

de aanwezigheid van ondekbare risico's in de desbetreffende producten;

e)

de mate waarin het model in staat is het gedrag van de uitbetaling van de producten in de portefeuille te beschrijven.

Instellingen stellen de bevoegde autoriteiten in kennis van de modellen waarbij een dergelijke benadering is gevolgd, en van de methode die is gebruikt om de AWA te bepalen.

6.   Wanneer instellingen de in lid 4 beschreven methode toepassen, wordt het prudente karakter van de methode jaarlijks bevestigd door de volgende elementen met elkaar te vergelijken:

a)

de AWA's die zijn berekend aan de hand van de in lid 4 beschreven methode, als deze is toegepast op een materiële steekproef van de waarderingsmodellen waarvoor de instelling de in lid 3 beschreven methode hanteert, en

b)

de AWA's die het resultaat zijn van de in lid 3 beschreven methode voor dezelfde steekproef van waarderingsmodellen.

7.   Instellingen berekenen de totale AWA op categorieniveau in verband met het modelrisico door de in de bijlage vastgelegde formules voor ofwel methode 1, ofwel methode 2 toe te passen op de afzonderlijke AWA's in verband met het modelrisico.

Artikel 12

Berekening van de AWA in verband met niet-benutte kredietspreidingswinsten

1.   Instellingen berekenen de AWA in verband met niet-benutte kredietspreidingswinsten op zodanige wijze dat de waarderingsonzekerheid wordt weergegeven in de aanpassing die volgens het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving noodzakelijk is om de actuele waarde op te nemen van verwachte verliezen als gevolg van wanbetaling door de tegenpartij ten aanzien van posities in derivaten.

2.   Instellingen nemen het op de onzekerheid van de marktprijzen betrekking hebbende element van de AWA op in de AWA-categorie voor onzekerheid van de marktprijzen. Het op de onzekerheid in verband met afwikkelingskosten betrekking hebbende element van de AWA wordt opgenomen in de AWA-categorie voor afwikkelingskosten. Het op het modelrisico betrekking hebbende element van de AWA wordt opgenomen in de AWA-categorie voor het modelrisico.

Artikel 13

Berekening van de AWA in verband met beleggings- en financieringskosten

1.   Instellingen berekenen de AWA in verband met beleggings- en financieringskosten op zodanige wijze dat de waarderingsonzekerheid wordt weergegeven in de financieringskosten die worden gebruikt bij het vaststellen van de uitstapprijs overeenkomstig het toepasselijke kader voor financiële verslaggeving.

2.   Instellingen nemen het op de onzekerheid van de marktprijzen betrekking hebbende element van de AWA op in de AWA-categorie voor onzekerheid van de marktprijzen. Het op de onzekerheid in verband met afwikkelingskosten betrekking hebbende element van de AWA wordt opgenomen in de AWA-categorie voor afwikkelingskosten. Het op het modelrisico betrekking hebbende element van de AWA wordt opgenomen in de AWA-categorie voor het modelrisico.

Artikel 14

Berekening van de AWA in verband met geconcentreerde posities

1.   Voor geconcentreerde waarderingsposities berekenen instellingen een AWA in verband met geconcentreerde posities („afzonderlijke AWA's in verband met geconcentreerde posities”) aan de hand van een benadering die op de volgende drie stappen is gebaseerd:

a)

zij bepalen de geconcentreerde waarderingsposities;

b)

voor elke vastgestelde geconcentreerde waarderingspositie waarvoor geen marktprijs beschikbaar is die op de omvang van de waarderingspositie van toepassing is, bepalen zij een prudente afwikkelingsperiode;

c)

wanneer de prudente afwikkelingsperiode meer dan tien dagen bedraagt, berekenen zij een AWA, rekening houdend met de volatiliteit van de waarderingsinput, de volatiliteit van de spread tussen bied- en laatprijzen en het effect van de hypothetische uitstapstrategie op de marktprijzen.

2.   Voor de toepassing van lid 1, onder a), wordt bij het bepalen van geconcentreerde waarderingsposities rekening gehouden met alle volgende factoren:

a)

de omvang van alle waarderingsposities in verhouding tot de liquiditeit van de desbetreffende markt;

b)

het vermogen van de instelling om op die markt te handelen;

c)

de gemiddelde dagelijkse marktomzet en het gebruikelijke dagelijkse handelsvolume van de instelling.

Instellingen stellen de methode vast voor het bepalen van de geconcentreerde waarderingsposities waarvoor een AWA in verband met geconcentreerde posities wordt berekend, en documenteren deze methode.

3.   Instellingen berekenen de totale AWA op categorieniveau in verband met geconcentreerde posities als de som van de afzonderlijke AWA's in verband met geconcentreerde posities.

Artikel 15

Berekening van de AWA in verband met toekomstige administratiekosten

1.   Wanneer een instelling voor een waarderingsblootstelling AWA's in verband met onzekerheid van de marktprijzen en afwikkelingskosten berekent die een volledige afwikkeling van de blootstelling impliceren, mag de instelling de AWA in verband met toekomstige administratiekosten vaststellen op een waarde van nul.

2.   Wanneer niet kan worden aangetoond dat de AWA van een waarderingsblootstelling overeenkomstig lid 1 een waarde van nul heeft, berekenen instellingen de AWA in verband met toekomstige administratiekosten („afzonderlijke AWA in verband met toekomstige administratiekosten”) met inachtneming van de administratiekosten en toekomstige afdekkingskosten voor de verwachte levensduur van de waarderingsblootstellingen waarvoor geen rechtstreekse uitstapprijs op de AWA in verband met de afwikkelingskosten wordt toegepast, gedisconteerd aan de hand van een percentage dat het risicovrije percentage benadert.

3.   Voor de toepassing van lid 2 omvatten toekomstige administratiekosten alle extra personeels- en vaste kosten die waarschijnlijk zullen worden gemaakt bij het beheer van de portefeuille. Naarmate de portefeuille kleiner wordt, mag echter worden aangenomen dat ook deze kosten afnemen.

4.   Instellingen berekenen de totale AWA op categorieniveau in verband met toekomstige administratiekosten als de som van de afzonderlijke AWA's in verband met toekomstige administratiekosten.

Artikel 16

Berekening van de AWA in verband met vervroegde beëindiging

Instellingen berekenen een AWA in verband met vervroegde beëindiging met inachtneming van de mogelijke verliezen die uit niet-contractuele vervroegde beëindigingen van klanttransacties voortvloeien. Bij de berekening van de AWA in verband met vervroegde beëindiging wordt rekening gehouden met het percentage klanttransacties die in het verleden vervroegd zijn beëindigd, en met de verliezen die in dergelijke gevallen zijn geleden.

Artikel 17

Berekening van AWA's in verband met operationele risico's

1.   Instellingen ramen een AWA in verband met operationele risico's door te beoordelen welke verliezen zich kunnen voordoen als gevolg van aan waarderingsprocedures verbonden operationele risico's. Deze raming omvat een beoordeling van waarderingsposities waarvan tijdens de verificatie van de balans is vastgesteld dat er risico aan verbonden is, ook wanneer dit risico het gevolg is van rechtsgeschillen.

2.   Wanneer een instelling de geavanceerde meetbenadering voor het operationeel risico toepast die wordt beschreven in deel drie, titel III, hoofdstuk 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013, mag zij een AWA in verband met operationele risico's met een waarde van nul vermelden, op voorwaarde evenwel dat zij het bewijs levert dat bij de berekening volgens de geavanceerde meetbenadering ten volle rekening is gehouden met het overeenkomstig lid 1 bepaalde operationele risico dat aan waarderingsprocedures verbonden is.

3.   In andere gevallen dan die welke in lid 2 worden bedoeld, berekent de instelling een AWA in verband met operationele risico's die 10 % bedraagt van de som van de samengevoegde AWA's op categorieniveau in verband met onzekerheid van de marktprijzen en afwikkelingskosten.

HOOFDSTUK IV

DOCUMENTATIE, SYSTEMEN EN CONTROLEMECHANISMEN

Artikel 18

Vereisten inzake documentatie

1.   Instellingen leggen de methode voor de prudente waardering naar behoren in documentatie vast. Deze documentatie bevat onder meer de interne gedragslijnen met betrekking tot alle volgende aspecten:

a)

de reeks methoden voor het kwantificeren van AWA's voor elke waarderingspositie;

b)

de rangorde van methoden voor elke categorie activa, elk product of elke waarderingspositie;

c)

de rangorde van marktgegevensbronnen die in het kader van de AWA-methode worden gebruikt;

d)

de kenmerken waaraan marktgegevens moeten voldoen om voor elke categorie activa, elk product of elke waarderingspositie een AWA met een waarde van nul te rechtvaardigen;

e)

de methode die wordt toegepast wanneer voor het vaststellen van een AWA een op deskundigenopinies gebaseerde benadering wordt gevolgd;

f)

de methode om te bepalen of voor een waarderingspositie een AWA in verband met geconcentreerde posities is vereist;

g)

de veronderstelde uitstaphorizon ten behoeve van de berekening van AWA's in verband met geconcentreerde posities, ingeval zulks relevant is;

h)

de tegen reële waarde gewaardeerde activa en passiva waarvan een wijziging in de boekhoudkundige waardering slechts gedeeltelijk of in het geheel niet op het tier 1-kernkapitaal van invloed is overeenkomstig artikel 4, lid 2, en artikel 8, lid 1.

2.   Instellingen houden ook documentatie bij op basis waarvan de berekening van AWA's op het niveau van waarderingsblootstelling kan worden geanalyseerd. Tevens wordt aan het hoger management informatie over de AWA-berekeningsprocedure verstrekt teneinde inzicht te bieden in het niveau van waarderingsonzekerheid wat de portefeuille van tegen reële waarde gewaardeerde posities van de instelling betreft.

3.   De in lid 1 bedoelde documentatie wordt ten minste eenmaal per jaar beoordeeld en goedgekeurd door het hoger management.

Artikel 19

Vereisten inzake systemen en controlemechanismen

1.   AWA's worden eerst toegestaan en vervolgens gemonitord door een onafhankelijke controle-eenheid.

2.   Instellingen beschikken over doeltreffende controlemechanismen voor het beheer van alle tegen reële waarde gewaardeerde posities, alsook over voldoende middelen om die controlemechanismen ten uitvoer te leggen en gedegen waarderingsprocedures te waarborgen, zelfs in moeilijke tijden. Dit omvat al het volgende:

a)

een ten minste eenmaal per jaar uitgevoerde beoordeling van het functioneren van het waarderingsmodel;

b)

aftekening door het management van alle belangrijke wijzigingen in het waarderingsbeleid;

c)

een heldere uiteenzetting van de risicobereidheid van de instelling wat betreft de blootstelling aan posities met een onzekere waardering die op het niveau van de instelling als geheel wordt gemonitord;

d)

risiconemende en controle-eenheden die in het waarderingsproces onafhankelijk van elkaar opereren;

e)

een alomvattende interne controleprocedure voor waarderingsprocedures en -controles.

3.   Instellingen zien toe op een doeltreffende en consequente toepassing van controlemechanismen op de waarderingsprocedure van tegen reële waarde gewaardeerde posities. Deze controlemechanismen worden regelmatig getoetst in het kader van interne audits. De controlemechanismen omvatten al het volgende:

a)

een nauwkeurig inventarisatie van alle producten van de instelling, waarbij elke waarderingspositie aan een unieke productdefinitie wordt gerelateerd;

b)

waarderingsmethoden voor elk product in de inventaris, waarbij wordt gekeken naar de keuze en kalibratie van het model, aanpassingen in de reële waarde, AWA's, methoden voor onafhankelijke prijsverificatie die op het product van toepassing zijn, en de meting van waarderingsonzekerheid;

c)

waarderingsprocedures die waarborgen dat, voor elk product, zowel de risiconemende afdeling als de desbetreffende controleafdeling de onder b) beschreven methoden op productniveau goedkeuren, en bevestigen dat deze de feitelijke praktijk weergeven voor elke waarderingspositie die aan het product wordt gerelateerd;

d)

op basis van waargenomen marktgegevens vastgestelde drempelwaarden aan de hand waarvan wordt bepaald wanneer waarderingsmodellen niet langer solide genoeg zijn;

e)

een formele procedure voor onafhankelijke prijsverificatie op basis van prijzen die onafhankelijk zijn van de desbetreffende handelsafdeling;

f)

een nieuwe procedure voor de goedkeuring van producten, die refereert aan de productinventaris en waarbij alle interne stakeholders zijn betrokken die een rol spelen bij de risicometing, het risicobeheer, de financiële verslaglegging, en de toewijzing en verificatie van waarderingen van financiële instrumenten;

g)

een procedure voor de beoordeling van nieuwe handelsovereenkomsten om te waarborgen dat prijsgegevens van nieuwe transacties worden gebruikt om te beoordelen of waarderingen van vergelijkbare waarderingsblootstellingen nog voldoende prudent zijn.

HOOFDSTUK V

SLOTBEPALINGEN

Artikel 20

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 oktober 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).


BIJLAGE

Te gebruiken formules voor het aggregeren van AWA's overeenkomstig artikel 9, lid 6, artikel 10, lid 7, en artikel 11, lid 7

Methode 1

APWA

=

(RW – PW) – 50 % · (RW – PW)

= 50 % · (RW – PW)

AWA

=

Σ APWA

Methode 2

APWA

=

max {0, (RW – PW) – 50 % · (VW – PW)}

= max {0, RW – 50 % · (VW + PW)}

AWA

=

Σ APWA

waarbij

RW

=

de reële waarde op het niveau van de waarderingsblootstelling na eventuele boekhoudkundige aanpassingen in de reële waarde van de instelling waarvan kan worden vastgesteld dat deze betrekking heeft op dezelfde bron van waarderingsonzekerheid als de desbetreffende AWA,

PW

=

de prudente waarde op het niveau van de waarderingsblootstelling zoals bepaald in overeenstemming met deze verordening,

VW

=

de verwachte waarde op het niveau van de waarderingsblootstelling, gekozen uit een reeks mogelijke waarden,

APWA

=

de AWA op het niveau van de waarderingsblootstelling na correctie voor aggregatie,

AWA

=

de totale AWA op categorieniveau na correctie voor aggregatie.