5.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 299/90


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/1943 VAN DE COMMISSIE

van 4 november 2016

overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gebruik van paraffineolie voor het behandelen van eieren teneinde de omvang van de populatie van nestelende vogels te beheersen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 3, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 3 maart 2016 heeft het Verenigd Koninkrijk de Commissie verzocht om overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 te besluiten of paraffineolie waarmee de eieren van nestelende vogels zoals ganzen en meeuwen worden behandeld teneinde de omvang van de populaties daarvan te beheersen en de kans dat vogels in en rond luchthavens botsen met luchtvaartuigen te verkleinen, een biocide is in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), van die verordening.

(2)

Blijkens de door het Verenigd Koninkrijk verstrekte informatie leidt het behandelen van eieren met olie ertoe dat het zich ontwikkelende embryo verstoken wordt van zuurstof doordat de poriën van de eierschalen verstopt worden, waardoor het embryo stikt.

(3)

Allereerst moet worden onderzocht of paraffineolie die wordt gebruikt voor het behandelen van eieren, voldoet aan de definitie van een biocide in artikel 3, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 528/2012.

(4)

Paraffineolie voldoet aan de voorwaarde van artikel 3, lid 1, onder a), van die verordening volgens welke sprake moet zijn van een „stof” of een „mengsel” in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (2).

(5)

Paraffineolie wordt gebruikt om de omvang van de populatie van nestelende vogels zoals ganzen en meeuwen te beheersen; die vogels voldoen aan de definitie van een schadelijk organisme in artikel 3, lid 1, onder g), van Verordening (EU) nr. 528/2012, aangezien ze een schadelijke invloed kunnen hebben op mensen of dieren.

(6)

Blijkens de verstrekte informatie wordt paraffineolie gebruikt om eieren te behandelen met als doel een schadelijk organisme te vernietigen, af te schrikken, onschadelijk te maken, de effecten daarvan te voorkomen of op een andere wijze te bestrijden.

(7)

Aangezien paraffineolie slechts een fysieke belemmering vormt voor de ademhaling van het doelorganisme en nooit enige chemische of biologische uitwerking heeft, kan het niet worden geacht te zijn bedoeld om chemisch op dat organisme in te werken.

(8)

Aangezien paraffineolie schadelijke organismen op louter fysieke of mechanische wijze bestrijdt, voldoet het niet aan de definitie van een biocide in artikel 3, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 528/2012.

(9)

De in dit besluit vervatte maatregel is in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Paraffineolie die wordt gebruikt voor het behandelen van eieren teneinde de omvang van de populatie van nestelende vogels te beheersen, is geen biocide in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 528/2012.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 4 november 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).