27.7.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 201/23


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/1223 VAN DE COMMISSIE

van 25 juli 2016

tot wijziging van Besluit 2011/30/EU betreffende de gelijkwaardigheid van de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen van bepaalde derde landen voor auditors en auditorganisaties en betreffende een overgangsperiode voor controleactiviteiten van auditors en auditorganisaties van bepaalde derde landen in de Europese Unie

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 4637)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (1), en met name artikel 46, lid 2, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Besluit 2011/30/EU van de Commissie (2) zijn de auditors en auditorganisaties die controleverklaringen afleveren betreffende de enkelvoudige of de geconsolideerde jaarrekening van vennootschappen die hun statutaire zetel in de in bijlage II bij dit besluit genoemde derde landen hebben en waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt van een lidstaat zijn toegelaten, gedurende bepaalde boekjaren van de vereisten van artikel 45 van Richtlijn 2006/43/EG vrijgesteld, mits zij de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat bepaalde informatie verstrekken.

(2)

De Commissie heeft beoordelingen uitgevoerd van de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditorganisaties van de in bijlage II bij Besluit 2011/30/EU genoemde derde landen. De beoordelingen zijn uitgevoerd met de hulp van de Europese groep van accountantstoezichthouders (European Group of Auditors' Oversight Bodies) in het licht van de criteria die zijn uiteengezet in de artikelen 29, 30 en 32 van Richtlijn 2006/43/EG en die gelden voor de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditkantoren van de lidstaten. Uit de uitgevoerde beoordelingen blijkt dat Mauritius, Nieuw-Zeeland en Turkije stelsels van publiek toezicht, kwaliteitsborgingsstelsels en onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditorganisaties hebben die voldoen aan eisen die gelijkwaardig zijn aan die welke in de artikelen 29, 30 en 32 van Richtlijn 2006/43/EG worden gesteld. Daarom is het passend dat die stelsels en regelingen worden aangemerkt als zijnde gelijkwaardig aan de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditkantoren van de lidstaten.

(3)

Het uiteindelijke doel van de samenwerking tussen de lidstaten en derde landen wat stelsels van publiek toezicht, kwaliteitsborgingsstelsels en onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditorganisaties betreft, dient erin te bestaan te komen tot wederzijds vertrouwen in elkaars toezichtstelsels en -regelingen op grond van de gelijkwaardigheid ervan.

(4)

Bermuda, de Kaaimaneilanden, Egypte en Rusland hebben stelsels van publiek toezicht, kwaliteitsborgingsstelsels en onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditorganisaties opgezet of zijn daarmee bezig. Aangezien die stelsels en regelingen echter pas onlangs zijn opgezet, ontbreekt bepaalde informatie nog, zijn regels nog niet volledig geïmplementeerd of zijn er nog geen inspecties uitgevoerd of sancties opgelegd. Teneinde een verdere beoordeling te kunnen uitvoeren om een besluit ten aanzien van de gelijkwaardigheid van deze stelsels en regelingen te kunnen nemen, dient aanvullende informatie van deze derde landen te worden verkregen om een beter inzicht in die stelsels en regelingen te verwerven. Het is daarom dienstig de overgangsperiode te verlengen die bij Besluit 2011/30/EU is toegestaan aan auditors en auditorganisaties die controleverklaringen afleveren betreffende de enkelvoudige of de geconsolideerde jaarrekening van vennootschappen die hun statutaire zetel in de betrokken derde landen hebben en waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt van een lidstaat zijn toegelaten.

(5)

Ter bescherming van de beleggers moeten auditors en auditorganisaties die controleverklaringen afleveren betreffende de enkelvoudige of de geconsolideerde jaarrekening van vennootschappen die hun statutaire zetel in de in bijlage II bij Besluit 2011/30/EU genoemde derde landen hebben en waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt van een lidstaat zijn toegelaten, in staat zijn tijdens een extra periode gaande van 1 augustus 2016 tot en met 31 juli 2018 hun controleactiviteiten in de Unie voort te zetten zonder overeenkomstig artikel 45 van Richtlijn 2006/43/EG te zijn geregistreerd, mits zij de verlangde informatie verstrekken. In een dergelijk geval dienen de betrokken auditors en auditorganisaties in staat te zijn hun activiteiten voort te zetten in overeenstemming met de vereisten van de betrokken lidstaat die verband houden met controleverklaringen betreffende enkelvoudige of geconsolideerde jaarrekeningen voor boekjaren die aanvangen in de periode gaande van 1 augustus 2016 tot en met 31 juli 2018. Dit besluit laat de bevoegdheid van de lidstaten onverlet om hun onderzoeks- en sanctieregelingen op de betrokken auditors en auditorganisaties toe te passen.

(6)

De Commissie zal de ontwikkelingen in de samenwerking met derde landen op toezicht- en regelgevingsgebied regelmatig monitoren. Het besluit tot gelijkwaardigheidsverklaring of tot verlenging van de overgangsperiode doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de Commissie om het besluit te allen tijde te beoordelen. Die beoordeling kan tot de intrekking van de erkenning van gelijkwaardigheid of tot de voortijdige beëindiging van de overgangsperiode leiden. Besluit 2011/30/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 48, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG ingestelde comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Besluit 2011/30/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 1 wordt de volgende derde alinea toegevoegd:

„Voor de toepassing van artikel 46, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG voldoen de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen voor auditors en auditorganisaties van de volgende derde landen aan eisen die worden aangemerkt als zijnde gelijkwaardig aan die welke in de artikelen 29, 30 en 32 van genoemde richtlijn worden gesteld ten aanzien van controleactiviteiten die betrekking hebben op enkelvoudige of geconsolideerde jaarrekeningen voor boekjaren die op of na 1 augustus 2016 aanvangen:

1.

Mauritius;

2.

Nieuw-Zeeland;

3.

Turkije.”.

2)

Artikel 2, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Een lidstaat past artikel 45 van Richtlijn 2006/43/EG niet toe ten aanzien van auditors en auditorganisaties die controleverklaringen afleveren betreffende de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van vennootschappen die hun statutaire zetel in de in bijlage II bij dit besluit genoemde derde landen hebben en waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14, van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad (*) van de betrokken lidstaat zijn toegelaten, voor boekjaren die aanvangen tijdens de periode gaande van 2 juli 2010 tot en met 31 juli 2018, mits de betrokken auditor of auditorganisatie de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat alle volgende gegevens verstrekt:

a)

naam en adres van de betrokken auditor of auditorganisatie en informatie over de juridische structuur ervan;

b)

wanneer de auditor of auditorganisatie tot een netwerk behoort, een beschrijving van het netwerk;

c)

de controlestandaarden en onafhankelijkheidseisen die op de controle in kwestie zijn toegepast;

d)

een beschrijving van het interne kwaliteitbeheersingssysteem van de auditorganisatie;

e)

een indicatie of en wanneer de laatste kwaliteitsbeoordeling van de auditor of van de auditorganisatie is uitgevoerd en, tenzij deze informatie door de bevoegde autoriteit van het betrokken derde land wordt verstrekt, alle benodigde informatie over de uitkomst van de beoordeling. Ingeval de benodigde informatie over de uitkomst van de laatste kwaliteitsbeoordeling niet openbaar is, behandelen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten dergelijke informatie als vertrouwelijk.

(*)  Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1).”."

3)

Bijlage II wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 25 juli 2016.

Voor de Commissie

Valdis DOMBROVSKIS

Vicevoorzitter


(1)  PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87.

(2)  Besluit 2011/30/EU van de Commissie van 19 januari 2011 betreffende de gelijkwaardigheid van de stelsels van publiek toezicht, de kwaliteitsborgingsstelsels en de onderzoeks- en sanctieregelingen van bepaalde derde landen voor auditors en auditorganisaties en betreffende een overgangsperiode voor controleactiviteiten van auditors en auditorganisaties van bepaalde derde landen in de Europese Unie (PB L 15 van 20.1.2011, blz. 12).


BIJLAGE

„BIJLAGE II

LIJST VAN DERDE LANDEN

Bermuda

Kaaimaneilanden

Egypte

Rusland.”