24.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 78/2


BESLUIT (EU) 2016/437 VAN DE RAAD

van 10 maart 2016

betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Peru inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, onder a), in samenhang met artikel 218, lid 5,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 509/2014 van het Europees Parlement en de Raad (1) is Republiek Peru verplaatst van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 539/2001 van Raad (2) naar bijlage II daarbij.

(2)

Bij Republiek Peru staat een voetnoot volgens welke de visumvrijstelling geldt vanaf de datum van inwerkingtreding van een met de Europese Unie te sluiten visumvrijstellingsovereenkomst.

(3)

Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 509/2014 heeft de Commissie de situatie van de Republiek Peru ten aanzien van de in die verordening opgenomen criteria beoordeeld. Op 29 oktober 2014 heeft de Commissie een verslag vastgesteld waarvan de conclusie luidde dat de economische en sociale situatie in Colombia er de laatste jaren sterk op is vooruitgegaan, en dat het daarom gerechtvaardigd is dat Colombianen voor het reizen naar het grondgebied van de Europese Unie worden vrijgesteld van de visumplicht.

(4)

Op 19 mei 2015 heeft de Raad een besluit vastgesteld waarin de Commissie wordt gemachtigd onderhandelingen te openen met Republiek Peru over het sluiten van een overeenkomst tussen de Europese Unie en Republiek Peru inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf (de „overeenkomst”).

(5)

De onderhandelingen over de overeenkomst zijn op 20 mei 2015 geopend en zijn succesvol afgerond door het paraferen ervan op 9 juni 2015.

(6)

De overeenkomst dient te worden ondertekend en de aan de overeenkomst gehechte verklaringen dienen te worden goedgekeurd, namens de Unie. In afwachting van de voltooiing van de procedures voor de formele sluiting ervan dient de overeenkomst met ingang van de dag volgende op de datum van de ondertekening ervan voorlopig te worden toegepast.

(7)

Dit besluit vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad (3); het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en het besluit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(8)

Dit besluit vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad (4); Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en het besluit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Er wordt machtiging verleend tot ondertekening namens de Unie van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Peru inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf (de „overeenkomst”), onder voorbehoud van de sluiting ervan.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De aan dit besluit gehechte verklaringen worden namens de Unie goedgekeurd.

Artikel 3

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) de overeenkomst namens de Unie te ondertekenen.

Artikel 4

In afwachting van de voltooiing van de procedures voor de sluiting ervan wordt de overeenkomst voorlopig toegepast vanaf de dag volgende op de datum van de ondertekening ervan (5).

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

K.H.D.M. DIJKHOFF


(1)  Verordening (EU) nr. 509/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 67).

(2)  Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1).

(3)  Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43).

(4)  Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).

(5)  De datum van ondertekening van de overeenkomst zal door het secretariaat-generaal van de Raad bekendgemaakt worden in het Publicatieblad van de Europese Unie.