11.2.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 52/11


BESLUIT Nr. F2

van 23 juni 2015

betreffende de uitwisseling van gegevens tussen organen in verband met de toekenning van gezinsbijslagen

(Voor de EER en voor de overeenkomst Europese Gemeenschap/Zwitserland relevante tekst)

(2016/C 52/07)

DE ADMINISTRATIEVE COMMISSIE VOOR DE COÖRDINATIE VAN DE SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (1), en met name artikel 72, onder a),

Gezien Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (2), en met name artikel 2, lid 2, en titel III, hoofdstuk VI,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op de 340e vergadering van de Administratieve Commissie, die op 22 en 23 oktober 2014 heeft plaatsgevonden, spraken delegaties hun zorg uit over problemen die zij ondervonden in verband met de snelheid, eenvormigheid en structuur van de uitwisseling van informatie door de bevoegde organen met het oog op de toekenning en berekening van gezinsbijslagen.

(2)

De complexiteit en duur van de procedure voor de toekenning van gezinsbijslagen zijn ook op 18 april 2012 besproken in de werkgroep van de Administratieve Commissie over gezinsbijslagen en op 10 maart 2015 in het reflectieforum over export- en bevoegdheidsvraagstukken in verband met gezinsbijslagen.

(3)

De uitwisseling van informatie tussen organen moet in overeenstemming zijn met artikel 68, lid 3, en artikel 76, lid 4, van Verordening (EG) nr. 883/2004 alsmede met artikel 2 en artikel 60, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 987/2009.

(4)

Overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EG) nr. 987/2009 moet het orgaan waarbij de aanvraag voor gezinsbijslagen is ingediend, indien het oordeelt dat zijn wetgeving toepasselijk is, maar niet prioritair van toepassing is, onverwijld een voorlopig besluit betreffende de van toepassing zijnde prioriteitsregels nemen en de aanvraag overeenkomstig artikel 68, lid 3, van Verordening (EG) nr. 883/2004 doorzenden naar het orgaan van de lidstaat die volgens hem primair bevoegd is.

(5)

Behalve indien het orgaan dat een krachtens artikel 60, lid 3, van Verordening (EG) nr. 987/2009 doorgezonden aanvraag heeft ontvangen, binnen de gestelde termijn van twee maanden mededeelt dat het het voorlopige besluit betwist, wordt het voorlopige besluit definitief vanaf de datum waarop het ontvangende orgaan het besluit goedkeurt of, indien het ontvangende orgaan zijn standpunt over het voorlopige besluit niet mededeelt, vanaf twee maanden na ontvangst van de aanvraag door het ontvangende orgaan (wanneer dat eerder is).

(6)

Overeenkomstig artikel 68, lid 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 883/2004 en artikel 60, lid 3, van Verordening (EG) nr. 987/2009 moet de aanvullende toeslag onverwijld worden berekend en betaald zodra de betrokkene recht krijgt op de toeslag en de lidstaat over de informatie beschikt die nodig is om de aanvullende toeslag te berekenen.

(7)

Wanneer het orgaan waarbij een aanvraag voor gezinsbijslagen is ingediend, een voorlopig besluit betreffende de van toepassing zijnde prioriteitsregels heeft genomen maar nog niet over alle gegevens beschikt die nodig zijn voor de definitieve berekening van het bedrag van de aanvullende toeslag, moet dat orgaan op verzoek van de betrokkene de aanvullende toeslag overeenkomstig artikel 68, lid 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 883/2004 alsmede artikel 7 en artikel 60, lid 3, van Verordening (EG) nr. 987/2009 voorlopig berekenen en toekennen, mits deze berekening op grond van de beschikbare gegevens mogelijk is. In geval er een meningsverschil is tussen de betrokken organen over de vraag welke wetgeving prioritair van toepassing is, zijn artikel 6, leden 2 tot en met 5, en artikel 60, lid 4, van de Verordening (EG) nr. 987/2009 van toepassing.

(8)

Het gebruik van de formulieren voor de uitwisseling van gegevens met het oog op de toekenning en berekening van gezinsbijslagen krachtens de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 moet in overeenstemming zijn met Besluit nr. E1 (3).

(9)

Om de eenvormige toepassing van de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 te vergemakkelijken, komt de Administratieve Commissie overeen dat duidelijkere termijnen moeten worden vastgesteld voor de uitwisseling van gegevens met het oog op de toekenning en berekening van gezinsbijslagen uit hoofde van die verordeningen en dat er daarnaast duidelijkere regels moeten komen voor de (voorlopige) betaling van de aanvullende toeslag,

Handelend overeenkomstig artikel 71, lid 2, van Verordening (EG) nr. 883/2004,

BESLUIT:

1.

Een orgaan verstrekt onverwijld alle gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van een recht en de berekening van de gezinsbijslag aan de betrokken organen van andere lidstaten. Tevens zendt een orgaan dat weet krijgt van informatie die van belang kan zijn voor een besluit over het recht of het bedrag van een toekenning van gezinsbijslagen, de desbetreffende informatie zo spoedig mogelijk door naar andere betrokken organen.

2.

Een verzoek om informatie van een andere lidstaat wordt door een orgaan direct beantwoord, en in geen geval later dan:

a)

twee maanden na de dag van ontvangst van het verzoek bij een verzoek om een standpunt over een voorlopig besluit betreffende de prioriteitsregels, als bedoeld in artikel 60, lid 3, van Verordening (EG) nr. 987/2009, of

b)

drie maanden na de dag van ontvangst van het verzoek om informatie in alle andere gevallen.

3.

In uitzonderlijke gevallen, wanneer het orgaan dat een verzoek om informatie ontvangt om gegronde redenen niet kan antwoorden binnen de in punt 2, onder b), gestelde termijnen, stelt het het verzoekend orgaan hiervan in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging; zo mogelijk geeft het orgaan ook aan wanneer het de gevraagde gegevens zal verstrekken en houdt het het verzoekend orgaan op de hoogte van eventuele wijzigingen in het indicatieve tijdschema.

4.

Indien er ten minste twee lidstaten bij betrokken zijn, wisselen de bevoegde organen op verzoek informatie uit over de gezinssituatie van de begunstigden en het bedrag en de tarieven van de betaalde prestaties. Op die verzoeken zijn de in punt 2, onder b), bedoelde termijnen van toepassing. Onverminderd de verplichting in punt 1, worden algemene periodieke verzoeken met het oog op de controle van het bedrag van prestaties of de verificatie van het recht op prestaties die zonder concrete gronden worden gedaan, door een bevoegd orgaan niet vaker dan een keer per jaar ingediend en is het bevoegde orgaan dat het verzoek ontvangt niet verplicht een dergelijk verzoek vaker dan een keer per jaar te beantwoorden.

5.

De aanvullende toeslag wordt onverwijld berekend en betaald zodra de betrokkene recht krijgt op de toeslag en de lidstaat over de informatie beschikt die nodig is om de aanvullende toeslag te berekenen. De toeslag of de voorlopige toeslag wordt betaald met de tussenpozen zoals vastgesteld in de nationale wetgeving van de bevoegde lidstaat voor de betaling van gezinsbijslagen.

6.

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan.

De voorzitter van de Administratieve Commissie

Liene RAMANE


(1)  PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1.

(2)  PB L 284 van 30.10.2009, blz. 1.

(3)  Besluit nr. E1 van 12 juni 2009 betreffende de praktische regelingen voor de overgangsperiode voor de elektronische uitwisseling van gegevens als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB C 106 van 24.4.2010, blz. 9).