21.7.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 193/20


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2015/1186 VAN DE COMMISSIE

van 24 april 2015

houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de energie-etikettering van toestellen voor lokale ruimteverwarming betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van energiegerelateerde producten (1), en met name artikel 10,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van Richtlijn 2010/30/EU moet de Commissie gedelegeerde handelingen vaststellen met betrekking tot de etikettering van energiegerelateerde producten die een significant potentieel voor energiebesparing bieden en die een soortgelijke werking hebben, maar sterk verschillen wat de prestatieniveaus betreft.

(2)

Toestellen voor lokale ruimteverwarming met een gelijkwaardige functionaliteit vertonen een grote variëteit qua energie-efficiëntie en de door dergelijke toestellen verbruikte energie vertegenwoordigt een belangrijk deel van de totale energievraag in de Unie. De mogelijkheden om het energieverbruik ervan te verminderen zijn aanzienlijk.

(3)

Toestellen voor lokale ruimteverwarming die niet-houtachtige biomassa gebruiken, hebben specifieke technische kenmerken en moeten derhalve worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze verordening.

(4)

Er moeten geharmoniseerde bepalingen worden vastgesteld met betrekking tot etikettering en standaardproductinformatie teneinde de fabrikanten te motiveren om de energie-efficiëntie van toestellen voor lokale ruimteverwarming te verhogen, om eindgebruikers aan te moedigen energie-efficiënte producten te kopen en om bij te dragen tot de goede werking van de interne markt.

(5)

Aangezien het typische gebruik — en dus ook het energieverbruik van toestellen voor lokale ruimteverwarming — verschilt van dat van andere gereguleerde producten voor ruimteverwarming, moet bij deze verordening een andere etiketteringsschaal worden ingevoerd dan die voor de overige ruimteverwarmingsproducten.

(6)

Aangezien lichtgevende en buistoestellen voor lokale ruimteverwarming producten zijn die rechtstreeks worden aangekocht door professionele gebruikers en niet door de eindconsumenten, zijn bij deze verordening geen energie-etiketteringseisen voor dergelijke toestellen vastgesteld.

(7)

De voor elektrische toestellen voor lokale ruimteverwarming geldende minimumeisen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/1188 van de Commissie (2) zijn goed voor het maximale technische verbeteringspotentieel van dergelijke producten. Bijgevolg is er daarbovenop geen ruimte voor verdere differentiatie tussen die producten. Elektrische toestellen voor lokale ruimteverwarming kunnen niet direct worden vervangen door efficiëntere toestellen voor lokale ruimteverwarming die andere brandstoffen gebruiken, en bijgevolg zou het etiket de doelstelling van het verstrekken van informatie aan de consument over de relatieve efficiëntie van verschillende producten niet waar kunnen maken.

(8)

Bevordering van het gebruik van hernieuwbare energie in verwarmingsproducten is consistent met de doelstelling van bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Het is daarom passend dat bij deze verordening een specifieke aanpak wordt ingevoerd voor toestellen voor lokale ruimteverwarming, namelijk door de invoering van een biomassafactor die op een dergelijk niveau is vastgesteld dat, wat toestellen voor lokale ruimteverwarming betreft die vaste brandstoffen gebruiken, klasse A++ uitsluitend bereikbaar is voor toestellen die pellets gebruiken.

(9)

De op het etiket te vermelden informatie moet worden verkregen door middel van betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare meet- en berekeningsmethoden die beantwoorden aan erkende moderne meet- en berekeningstechnieken, met inbegrip van, voor zover beschikbaar, geharmoniseerde normen die door Europese normalisatie-instanties in overeenstemming met de procedures van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad (3) zijn opgesteld met het oog op de vaststelling van eisen inzake ecologisch ontwerp.

(10)

In deze verordening moeten een eenvormig ontwerp en een eenduidige inhoud van de productetiketten voor toestellen voor lokale ruimteverwarming worden omschreven.

(11)

Voorts moeten bij deze verordening eisen worden vastgesteld voor de productkaart en de technische documentatie van toestellen voor lokale ruimteverwarming.

(12)

Daarnaast moeten bij deze verordening eisen worden vastgesteld voor de informatie die moet worden verstrekt bij elke vorm van verkoop op afstand van toestellen voor lokale ruimteverwarming, alsook in de reclame en het technisch promotiemateriaal voor dergelijke toestellen voor lokale ruimteverwarming.

(13)

Het is passend te voorzien in de eventuele herziening van het bepaalde in deze verordening teneinde rekening te houden met de technologische vooruitgang,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Bij deze verordening worden eisen vastgesteld voor de energie-etikettering van en het verstrekken van aanvullende productinformatie over toestellen voor lokale ruimteverwarming met een nominale warmteafgifte van maximaal 50 kW.

Deze verordening is niet van toepassing op:

a)

elektrische toestellen voor lokale ruimteverwarming;

b)

toestellen voor lokale ruimteverwarming die voor de opwekking van warmte een door elektrische compressoren of brandstof aangedreven dampcompressiecyclus of sorptiecyclus gebruiken;

c)

toestellen voor lokale ruimteverwarming die vaste brandstoffen gebruiken, die specifiek zijn bedoeld om uitsluitend niet-houtachtige biomassa te verbranden;

d)

toestellen voor lokale ruimteverwarming die specifiek zijn bedoeld voor andere verwarming dan ruimteverwarming binnenshuis, met als bedoeling een zeker warmtecomfort voor mensen te bereiken en te handhaven door middel van warmteconvectie of warmtestraling;

e)

toestellen voor lokale ruimteverwarming die uitsluitend zijn bedoeld voor gebruik buitenshuis;

f)

toestellen voor lokale ruimteverwarming waarvan de directe warmteafgifte minder dan 6 % bedraagt van de gecombineerde directe en indirecte warmteafgifte bij nominale warmteafgifte;

g)

toestellen voor lokale ruimteverwarming die vaste brandstoffen gebruiken, die niet in een fabriek zijn geassembleerd of die niet door één enkele fabrikant worden geleverd in de vorm van geprefabriceerde componenten of onderdelen die ter plaatse moeten worden geassembleerd;

h)

lichtgevende toestellen voor lokale ruimteverwarming en buistoestellen voor lokale ruimteverwarming;

i)

luchtverwarmingsproducten;

j)

saunakachels.

Artikel 2

Definities

In aanvulling op de in artikel 2 van Richtlijn 2010/30/EU vastgestelde definities gelden voor deze verordening de volgende definities:

1.   „toestel voor lokale ruimteverwarming”: een ruimteverwarmingstoestel dat warmte afgeeft door directe warmteoverdracht of door directe warmteoverdracht in combinatie met warmteoverdracht aan een vloeistof, teneinde een bepaald niveau van warmtecomfort voor de mens te bereiken en te handhaven binnen de gesloten ruimte waarin het product zich bevindt, eventueel in combinatie met een bepaalde warmteafgifte naar andere ruimten, en dat uitgerust is met één of meer warmtegeneratoren die elektriciteit of gasvormige, vloeibare of vaste brandstoffen op directe wijze omzetten in warmte, door het gebruik van respectievelijk het joule-effect of de verbranding van de desbetreffende brandstof;

2.   „toestel voor lokale ruimteverwarming dat vaste brandstoffen gebruikt”: een toestel voor lokale ruimteverwarming met open voorkant, een toestel voor lokale ruimteverwarming met gesloten voorkant of een fornuis dat een vaste brandstof gebruikt;

3.   „toestel voor lokale ruimteverwarming dat gasvormige brandstof gebruikt”: een toestel voor lokale ruimteverwarming met open voorkant, een toestel voor lokale ruimteverwarming met gesloten voorkant of een fornuis dat een gasvormige brandstof gebruikt;

4.   „toestel voor lokale ruimteverwarming dat vloeibare brandstof gebruikt”: een toestel voor lokale ruimteverwarming met open voorkant, een toestel voor lokale ruimteverwarming met gesloten voorkant of een fornuis dat een vloeibare brandstof gebruikt;

5.   „elektrisch toestel voor lokale ruimteverwarming”: een toestel voor lokale ruimteverwarming dat warmte opwekt met gebruikmaking van het joule-effect;

6.   „toestel voor lokale ruimteverwarming met open voorkant”: een toestel voor lokale ruimteverwarming dat gasvormige, vloeibare of vaste brandstoffen gebruikt, waarvan het verbrandingsbed en de verbrandingsgassen niet zijn afgesloten van de ruimte waarin het product geplaatst is, en dat is verbonden met een opening voor een schoorsteen of open haard of dat een afvoerkanaal nodig heeft voor de afvoer van de verbrandingsproducten;

7.   „toestel voor lokale ruimteverwarming met gesloten voorkant”: een toestel voor lokale ruimteverwarming dat gasvormige, vloeibare of vaste brandstoffen gebruikt, waarvan het verbrandingsbed en de verbrandingsgassen kunnen worden afgesloten van de ruimte waarin het product geplaatst is, en dat is verbonden met de opening van een schoorsteen of open haard of dat een afvoerkanaal nodig heeft voor de afvoer van de verbrandingsproducten;

8.   „fornuis”: toestel voor lokale ruimteverwarming dat vaste brandstoffen gebruikt, dat in één omsluiting de functie van een toestel voor lokale ruimteverwarming en een kookplaat, een oven, of beide voor de bereiding van voedsel verenigt, en dat verbonden is met een opening voor een schoorsteen of open haard voor de afvoer van de verbrandingsproducten;

9.   „met brandstof gestookt toestel voor lokale ruimteverwarming”: hetzij een toestel voor lokale ruimteverwarming met open voorkant, hetzij een toestel voor lokale ruimteverwarming met gesloten voorkant, hetzij een fornuis;

10.   „lichtgevend toestel voor lokale ruimteverwarming”: een toestel voor lokale ruimteverwarming dat met een brander is uitgerust die een gasvormige of vloeibare brandstof verbrandt, dat boven hoofdhoogte moet worden geïnstalleerd en moet worden gericht naar de plaats van gebruik zodat de warmte-emissie van de brander, die voornamelijk bestaat uit infrarode straling, op directe wijze de te verwarmen personen verwarmt, en dat zijn verbrandingsproducten uitstoot in de ruimte waarin het toestel zich bevindt;

11.   „buistoestel voor lokale ruimteverwarming”: een toestel voor lokale ruimteverwarming dat met een brander is uitgerust die een gasvormige of vloeibare brandstof verbrandt, dat boven hoofdhoogte dichtbij de te verwarmen personen moet worden geïnstalleerd, dat de ruimte voornamelijk verwarmt via de infrarode straling, uitgezonden door de buis of buizen die worden verwarmd door de interne doortocht van verbrandingsproducten, en waarvan de verbrandingsproducten worden afgevoerd via een afvoerkanaal;

12.   „verwarmingstoestel zonder rookkanaal”: een toestel voor lokale ruimteverwarming, dat geen lichtgevend toestel voor lokale ruimteverwarming is, dat gasvormige, vloeibare of vaste brandstoffen gebruikt en dat zijn verbrandingsproducten vrijgeeft in de ruimte waarin het product zich bevindt;

13.   „verwarmingstoestel met open afvoer naar de schoorsteen”: een toestel voor lokale ruimteverwarming dat gasvormige, vloeibare of vaste brandstoffen verbrandt, dat bedoeld is om onder een schoorsteen of in een open haard te worden geplaatst zonder afdichting tussen het product en de opening van de schoorsteen of open haard, en dat de verbrandingsproducten ongehinderd laat vrijkomen tussen het verbrandingsbed en de schoorsteen of het rookkanaal;

14.   „luchtverwarmingsproduct”: een product dat warmte levert uitsluitend aan een warmeluchtverwarmingssysteem waarvan de lucht via een buis kan worden geleid en dat is ontworpen voor gebruik terwijl het is vastgemaakt of beveiligd in een specifieke locatie, dan wel aan de wand is bevestigd, dat de lucht verspreidt via een luchtbewegingsmechanisme teneinde een bepaald niveau van warmtecomfort voor de mens te bereiken en te handhaven binnen de gesloten ruimte waarin het product zich bevindt;

15.   „saunakachel”: een toestel voor lokale ruimteverwarming dat geïntegreerd is in of, naar wordt verklaard, te gebruiken is in droge of natte sauna's of soortgelijke omgevingen;

16.   „vaste brandstof”: een brandstof die in normale temperaturen binnenshuis een vaste vorm heeft, met inbegrip van biomassa en fossiele brandstoffen;

17.   „biomassa”: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische herkomst uit de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van visserij en aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval;

18.   „houtachtige biomassa”: biomassa afkomstig van bomen, heesters en struiken, met inbegrip van stamhout, verspaand hout, hout samengeperst tot pellets, hout samengeperst tot briketten, en zaagsel;

19.   „niet-houtachtige biomassa”: andere biomassa dan houtachtige biomassa met inbegrip van stro, miscanthus, riet, korrels, granen, olijfpitten, perskoeken van olijven en notendoppen;

20.   „voorkeurbrandstof”: de enige vaste brandstof die overeenkomstig de instructies van de leverancier bij voorkeur in de verwarmingsketel moet worden gebruikt;

21.   „fossiele vaste brandstof”: andere brandstoffen dan biomassa, met inbegrip van antraciet en magerkool, harde cokes, lagetemperatuurcokes, bitumineuze steenkool, bruinkool, een mengsel van fossiele brandstoffen of een mengsel van biomassa en fossiele brandstoffen; voor de doeleinden van deze verordening valt ook turf hieronder;

22.   „andere geschikte brandstof”: een andere vaste brandstof dan de voorkeurbrandstof, die overeenkomstig de instructies van de leverancier in het toestel voor lokale ruimteverwarming kan worden gebruikt, waaronder begrepen alle brandstoffen die vermeld zijn in de gebruiksaanwijzing voor installateurs en eindgebruikers, op vrij toegankelijke websites van de leverancier, in technisch promotiemateriaal en in advertenties;

23.   „directe warmteafgifte”: de warmteafgifte van het product via straling en convectie, als afgegeven door of vanuit het product aan de lucht, exclusief de warmteafgifte van het product aan een warmteoverdrachtsvloeistof, uitgedrukt in kW;

24.   „indirecte warmteafgifte”: de warmteafgifte van het product aan een warmteoverdrachtsvloeistof via hetzelfde warmteopwekkingsproces dat zorgt voor de directe warmteafgifte van het product, uitgedrukt in kW;

25.   „indirecte verwarmingsfunctionaliteit”: het product kan een deel van zijn totale warmteafgifte overdragen aan een warmteoverdrachtsvloeistof, ten behoeve van ruimteverwarming of waterverwarming voor huishoudelijke doeleinden;

26.   „nominale warmteafgifte” (Pnom ): de warmteafgifte van een toestel voor lokale ruimteverwarming, waarin vervat zowel de directe warmteafgifte als de indirecte warmteafgifte (in voorkomend geval), wanneer dit toestel werkt op de stand voor de maximale warmteafgifte die over een langere periode kan worden gehandhaafd, als opgegeven door de leverancier, uitgedrukt in kW;

27.   „minimale warmteafgifte” (Pmin ): de warmteafgifte van een toestel voor lokale ruimteverwarming, waarin vervat zowel de directe warmteafgifte als de indirecte warmteafgifte (in voorkomend geval), wanneer dit toestel werkt op de stand voor de laagste warmteafgifte, als opgegeven door de leverancier, uitgedrukt in kW;

28.   „bedoeld voor gebruik buitenshuis”: het product is geschikt voor een veilige functionering buiten gesloten ruimten, inclusief mogelijk gebruik in omstandigheden buitenshuis;

29.   „equivalent model”: een model dat in de handel wordt gebracht met dezelfde technische parameters, zoals opgegeven in tabel 2 of tabel 3 van bijlage V, als een ander door dezelfde leverancier in de handel gebracht model.

Voor de doeleinden van bijlagen II tot en met IX worden bijkomende definities vastgesteld in bijlage I.

Artikel 3

Verantwoordelijkheden van leveranciers en tijdschema

1.   Met ingang van 1 januari 2018 zien leveranciers die toestellen voor lokale ruimteverwarming, die géén vaste brandstoffen verbruikende verwarmingstoestellen zonder rookkanaal of vaste brandstoffen verbruikende verwarmingstoestellen met open afvoer naar de schoorsteen zijn, in de handel brengen of in bedrijf nemen erop toe dat:

a)

een dergelijk toestel voor lokale ruimteverwarming wordt geleverd met een gedrukt etiket overeenkomstig het formaat en met de inhoud als gegeven in punt 1 van bijlage III, en dit toestel in overeenstemming is met de energie-efficiëntieklassen als gegeven in bijlage II;

b)

een elektronisch etiket, in het formaat en met vermelding van de informatie zoals beschreven in punt 1 van bijlage III en overeenkomstig de energie-efficiëntieklasse als uiteengezet in bijlage II, aan de handelaren beschikbaar wordt gesteld voor dit model van toestel voor lokale ruimteverwarming;

c)

een productkaart overeenkomstig bijlage IV beschikbaar wordt gesteld voor het toestel voor lokale ruimteverwarming;

d)

een elektronische productkaart, zoals bepaald in bijlage IV, aan de handelaren beschikbaar wordt gesteld voor dit model van toestel voor lokale ruimteverwarming;

e)

alle technische documentatie, als uiteengezet in bijlage V, op verzoek beschikbaar wordt gesteld aan de autoriteiten van de lidstaten en aan de Commissie;

f)

in alle reclameadvertenties voor dit specifieke model van lokaleruimteverwarmingstoestel waarin energiegerelateerde of prijsinformatie is opgenomen, de energie-efficiëntieklasse van dat model wordt vermeld;

g)

in al het technisch promotiemateriaal betreffende dit specifiek model van lokaleruimteverwarmingstoestel waarin de specifieke technische parameters ervan zijn beschreven, de energie-efficiëntieklasse van dat model wordt vermeld.

2.   Met ingang van 1 januari 2022 zien leveranciers die vaste brandstoffen gebruikende verwarmingstoestellen zonder rookkanaal of vaste brandstoffen gebruikende verwarmingstoestellen met open afvoer naar de schoorsteen in de handel brengen of in bedrijf nemen, erop toe dat:

a)

een dergelijk toestel voor lokale ruimteverwarming wordt geleverd met een gedrukt etiket overeenkomstig het formaat en met de inhoud als gegeven in punt 1 van bijlage III, en dit toestel in overeenstemming is met de energie-efficiëntieklassen als gegeven in bijlage II;

b)

een elektronisch etiket, in het formaat en met vermelding van de informatie zoals beschreven in punt 1 van bijlage III en overeenkomstig de energie-efficiëntieklasse als uiteengezet in bijlage II, aan de handelaren beschikbaar wordt gesteld voor een dergelijk model van toestel voor lokale ruimteverwarming;

c)

een productkaart overeenkomstig bijlage IV beschikbaar wordt gesteld voor een dergelijk toestel voor lokale ruimteverwarming;

d)

een elektronische productkaart, zoals bepaald in bijlage IV, aan de handelaren beschikbaar wordt gesteld voor een dergelijk model van toestel voor lokale ruimteverwarming;

e)

alle technische documentatie, als uiteengezet in bijlage V, op verzoek beschikbaar wordt gesteld aan de autoriteiten van de lidstaten en aan de Commissie;

f)

in alle reclameadvertenties voor een dergelijk specifiek model van lokaleruimteverwarmingstoestel waarin energiegerelateerde of prijsinformatie is opgenomen, de energie-efficiëntieklasse van dat model wordt vermeld;

g)

in al het technisch promotiemateriaal betreffende een dergelijk specifiek model van lokaleruimteverwarmingstoestel waarin de specifieke technische parameters ervan zijn beschreven, de energie-efficiëntieklasse van dat model wordt vermeld.

Artikel 4

Verantwoordelijkheden van handelaren

Handelaren in toestellen voor lokale ruimteverwarming zien erop toe dat:

a)

elk toestel voor lokale ruimteverwarming dat in een verkooppunt wordt aangeboden, vergezeld gaat van een etiket, door de leverancier verstrekt overeenkomstig artikel 3, aangebracht op de voorzijde van het toestel voor lokale ruimteverwarming, op een dergelijke manier dat het duidelijk zichtbaar is;

b)

toestellen voor lokale ruimteverwarming die te koop, te huur of in huurkoop worden aangeboden waarbij de eindgebruiker het product vermoedelijk niet uitgestald ziet, in de handel worden gebracht met de door de leveranciers overeenkomstig bijlage VI te verstrekken informatie, behalve wanneer het aanbod gebeurt via internet, in welk geval het bepaalde in bijlage VII van toepassing is;

c)

in alle reclameadvertenties voor een specifiek model van lokaleruimteverwarmingstoestel waarin energiegerelateerde of prijsinformatie is opgenomen, de energie-efficiëntieklasse van dat model wordt vermeld;

d)

in al het technisch promotiemateriaal betreffende een specifiek model van lokaleruimteverwarmingstoestel waarin de specifieke technische parameters zijn opgenomen, de energie-efficiëntieklasse van dat model wordt vermeld.

Artikel 5

Meet- en berekeningsmethoden

De op grond van de artikelen 3 en 4 te verstrekken informatie wordt verkregen met behulp van betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare meetmethoden, waarbij rekening wordt gehouden met de erkende recentste berekenings- en meetmethoden, zoals uiteengezet in bijlage VIII.

Artikel 6

Controleprocedure met het oog op markttoezicht

Wanneer zij de overeenstemming van de opgegeven energie-efficiëntieklasse van toestellen voor lokale ruimteverwarming beoordelen, passen de lidstaten de in bijlage IX vastgelegde controleprocedure toe.

Artikel 7

Evaluatie

Uiterlijk op 1 januari 2024 evalueert de Commissie deze verordening in het licht van de vooruitgang van de technologie. Bij deze evaluatie wordt met name nagegaan of de vrijstellingen van de toepassing van deze verordening kunnen worden beperkt.

Artikel 8

Inwerkingtreding

1.   Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2018 voor vaste brandstoffen gebruikende toestellen voor lokale ruimteverwarming die geen verwarmingstoestellen zonder rookkanaal of verwarmingstoestellen met open afvoer naar de schoorsteen zijn. Artikel 3, lid 1, onder f) en g), en artikel 4, onder b), c) en d), zijn evenwel van toepassing met ingang van 1 april 2018.

3.   Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022 voor vaste brandstoffen gebruikende verwarmingstoestellen zonder rookkanaal en vaste brandstoffen gebruikende verwarmingstoestellen met open afvoer naar de schoorsteen. Artikel 3, lid 2, onder f) en g), en artikel 4, onder b), c) en d), zijn evenwel van toepassing met ingang van 1 april 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 april 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 153 van 18.6.2010, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2015/1188 van de Commissie van 28 april 2015 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor toestellen voor lokale ruimteverwarming betreft (zie blz. 76 van dit Publicatieblad).

(3)  Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).


BIJLAGE I

Definities voor de bijlagen II tot en met IX

Voor de doeleinden van de bijlagen II tot en met IX gelden de volgende definities:

1.   „omrekeningscoëfficiënt” (CC): een coëfficiënt die de geraamde gemiddelde EU-opwekkingsefficiëntie van 40 % weerspiegelt als bedoeld in Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad (1); de waarde van de omrekeningscoëfficiënt is CC = 2,5;

2.   „calorische benedenwaarde” („net caloric value” — NCV): de totale hoeveelheid warmte die wordt afgegeven door een eenheidshoeveelheid brandstof met een geschikt vochtgehalte wanneer deze eenheidshoeveelheid volledig met zuurstof wordt verbrand en wanneer de verbrandingsproducten niet tot de omgevingstemperatuur worden afgekoeld;

3.   „nuttig rendement bij, hetzij nominale, hetzij minimale warmteafgifte” (ηth,nom of ηth,min respectievelijk): de verhouding tussen de nuttige warmteafgifte en de totale energietoevoer, uitgedrukt in termen van calorische benedenwaarde (NCV), van een toestel voor lokale ruimteverwarming, uitgedrukt in %;

4.   „vereist elektrisch vermogen bij nominale warmteafgifte” (elmax ): het verbruik van elektrisch vermogen door het toestel voor lokale ruimteverwarming wanneer het de nominale warmteafgifte levert. Het verbruik van elektrisch vermogen wordt vastgesteld zonder rekening te houden met het stroomverbruik van een circulator in het geval het product een indirecte verwarmingsfunctionaliteit biedt en er een circulator is ingebouwd, uitgedrukt in kW;

5.   „vereist elektrisch vermogen bij minimale warmteafgifte” (elmin ): het verbruik van elektrisch vermogen door het toestel voor lokale ruimteverwarming wanneer het de minimale warmteafgifte levert. Het verbruik van elektrisch vermogen wordt vastgesteld zonder rekening te houden met het stroomverbruik van een circulator in het geval het product een indirecte verwarmingsfunctionaliteit biedt en er een circulator is ingebouwd, uitgedrukt in kW;

6.   „vereist elektrisch vermogen in stand-bymodus” (elsb ): het verbruik van elektrisch vermogen door het product in de stand-bymodus, uitgedrukt in kW;

7.   „vermogenseis voor de permanente waakvlam” (Ppilot ): het verbruik door het product van een gasvormige, vloeibare of vaste brandstof om een vlam brandende te houden die als ontstekingsbron dient voor het ontsteken van het krachtigere verbrandingsproces dat vereist is voor de nominale warmteafgifte of voor de warmteafgifte bij deellast, wanneer brandend gedurende meer dan 5 minuten voordat de hoofdbrander in de aan-stand staat, uitgedrukt in kW;

8.   „eentrapswarmteafgifte, geen sturing van de kamertemperatuur”: het product is niet in staat om zijn warmteafgifte automatisch te variëren en er is geen feedback van de kamertemperatuur op basis waarvan de warmteafgifte automatisch kan worden aangepast;

9.   „twee of meer handmatig in te stellen trappen, geen sturing van de kamertemperatuur”: het product is in staat om zijn warmteafgifte via handbediening te variëren tussen twee of meer niveaus van warmteafgifte en is niet uitgerust met een apparaat dat de warmteafgifte automatisch bijregelt naar gelang van de gewenste temperatuur binnenshuis;

10.   „met mechanische sturing van de kamertemperatuur door thermostaat”: het product is uitgerust met een niet-elektronisch apparaat dat het product in staat stelt zijn warmteafgifte binnen een bepaald tijdsinterval automatisch te variëren ter aanpassing aan een bepaald gevraagd niveau van verwarmingscomfort binnenshuis;

11.   „met elektronische sturing van de kamertemperatuur”: het product is uitgerust met een elektronisch apparaat, geïntegreerd dan wel extern, dat het product in staat stelt zijn warmteafgifte binnen een bepaald tijdsinterval automatisch te variëren ter aanpassing aan een bepaald gevraagd niveau van verwarmingscomfort binnenshuis;

12.   „met elektronische sturing van de kamertemperatuur plus dag-tijdschakelaar”: het product is uitgerust met een elektronisch apparaat, geïntegreerd dan wel extern, dat het product in staat stelt zijn warmteafgifte binnen een bepaald tijdsinterval automatisch te variëren ter aanpassing aan een bepaald gevraagd niveau van verwarmingscomfort binnenshuis, en dat het mogelijk maakt de timing en het temperatuurniveau vast te stellen gedurende een tijdsinterval van 24 uur;

13.   „met elektronische sturing van de kamertemperatuur plus week-tijdschakelaar”: het product is uitgerust met een elektronisch apparaat, geïntegreerd dan wel extern, dat het product in staat stelt zijn warmteafgifte binnen een bepaald tijdsinterval automatisch te variëren ter aanpassing aan een bepaald gevraagd niveau van verwarmingscomfort binnenshuis, en dat het mogelijk maakt de timing en de temperatuurniveaus voor een gehele week vast te leggen. Gedurende die periode van zeven dagen moet de instelling een dagsgewijze variatie mogelijk maken;

14.   „sturing van de kamertemperatuur, met aanwezigheidsdetectie”: het product is uitgerust met een elektronisch instrument, geïntegreerd dan wel extern, dat het instelpunt voor de kamertemperatuur automatisch verlaagt wanneer in de kamer geen persoon wordt gedetecteerd;

15.   „sturing van de kamertemperatuur, met openraamdetectie”: het product is uitgerust met een elektronisch instrument, geïntegreerd dan wel extern, dat de warmteafgifte vermindert als een raam of deur geopend is geworden. Indien een sensor wordt gebruikt om het openen van een raam of deur te detecteren, kan die met het product zijn geïnstalleerd, dan wel extern aan het product zijn of ingebouwd zijn in de structuur van het gebouw of geïnstalleerd zijn als een combinatie van die opties;

16.   „met de optie van afstandsbediening”: de functie die een interactie op afstand van buiten het gebouw mogelijk maakt, waarbij het product met de desbetreffende sturingseenheid is geïnstalleerd;

17.   „stand-bymodus”: stand waarin het product aan het elektriciteitsnet is gekoppeld, afhankelijk is van de energietoevoer van het elektriciteitsnet om naar behoren te kunnen functioneren en gedurende onbepaalde tijd uitsluitend de volgende functies uitvoert: de reactiveringsfunctie, of de reactiveringsfunctie in combinatie met, uitsluitend, de indicatie van de ingeschakelde reactiveringsfunctie en/of de informatie- of toestandsweergave;

18.   „typeaanduiding”: de doorgaans alfanumerieke code waarmee een specifiek model toestel voor lokale ruimteverwarming wordt onderscheiden van andere modellen met hetzelfde handelsmerk of dezelfde leveranciers- of handelaarsnaam;

19.   „andere fossiele brandstof”: andere fossiele brandstof dan antraciet en magerkool, harde cokes, lagetemperatuurcokes, bitumineuze steenkool, bruinkool, turf of briketten van gemengde fossiele brandstoffen;

20.   „andere houtachtige biomassa”: houtachtige biomassa andere dan stamhout met een vochtgehalte van maximaal 25 %, briketbrandstof met een vochtgehalte van minder dan 14 % of samengeperst hout met een vochtgehalte van minder dan 12 %;

21.   „vochtgehalte”: de massa water in de brandstof in verhouding tot de totale massa van de brandstof als gebruikt in het toestel voor lokale ruimteverwarming.


(1)  Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1).


BIJLAGE II

Energie-efficiëntieklassen

De energie-efficiëntieklasse van een toestel voor lokale ruimteverwarming wordt bepaald op basis van de in tabel 1 gegeven energie-efficiëntie-index.

Tabel 1

Energie-efficiëntieklassen van toestellen voor lokale ruimteverwarming

Energie-efficiëntieklasse

Energie-efficiëntie-index (EEI)

A++

EEI ≥ 130

A+

107 ≤ EEI < 130

A

88 ≤ EEI < 107

B

82 ≤ EEI < 88

C

77 ≤ EEI < 82

D

72 ≤ EEI < 77

E

62 ≤ EEI < 72

F

42 ≤ EEI < 62

G

EEI < 42

De energie-efficiëntie-index van een toestel voor lokale ruimteverwarming wordt berekend overeenkomstig bijlage VIII.


BIJLAGE III

Het etiket

1.

Toestellen voor lokale ruimteverwarming

Image

a)

De volgende informatie wordt op het etiket vermeld:

I.

de naam of het handelsmerk van de leverancier;

II.

de typeaanduiding van het model van de leverancier;

III.

de energie-efficiëntieklasse, zoals bepaald overeenkomstig punt 1 van bijlage II; de punt van de pijl die de energie-efficiëntieklasse van het toestel voor lokale ruimteverwarming bevat wordt op dezelfde hoogte geplaatst als de punt van de pijl van de relevante energie-efficiëntieklasse;

IV.

het symbool voor directe warmteafgifte;

V.

de directe warmteafgifte in kW, afgerond tot op de eerste decimaal;

VI.

wat toestellen voor lokale ruimteverwarming met warmteoverdracht aan een vloeistof betreft, het symbool voor de indirecte warmteafgifte;

VII.

wat toestellen voor lokale ruimteverwarming met warmteoverdracht aan een vloeistof betreft, de indirecte warmteafgifte in kW, afgerond tot op de eerste decimaal.

b)

Het ontwerp van het etiket voor toestellen voor lokale ruimteverwarming is in overeenstemming met punt 2 van deze bijlage.

2.

Het etiket voor toestellen voor lokale ruimteverwarming wordt volgens onderstaande figuur ontworpen:

Image

waarbij:

a)

het etiket is minimaal 105 mm breed en 200 mm hoog. Als het etiket op groter formaat wordt afgedrukt, moet de inhoud toch evenredig met bovenstaande specificaties blijven;

b)

de achtergrond is wit;

c)

de gebruikte kleuren zijn cyaan, magenta, geel en zwart en worden volgens het volgende voorbeeld gebruikt: 00-70-X-00: 0 % cyaan, 70 % magenta, 100 % geel, 0 % zwart;

d)

het etiket moet aan de volgende vereisten voldoen (de cijfers verwijzen naar de bovenstaande figuur):

Image

Lijndikte van de rand: 4 pt, kleur: cyaan 100 %, afgeronde hoeken: 3,5 mm

Image

EU-logo: kleuren: X-80-00-00 en 00-00-X-00

Image

Energielogo: kleur: X-00-00-00; pictogram zoals afgebeeld: EU-logo + energielogo: breedte: 86 mm, hoogte: 17 mm

Image

Rand sublogo's: 1 pt, kleur: cyaan 100 %, lengte: 86 mm

Image

Schaal energieklassen

Pijl: hoogte: 6 mm, tussenruimte: 1,3 mm, kleuren:

Hoogste klasse: X-00-X-00

Tweede klasse: 70-00-X-00

Derde klasse: 30-00-X-00

Vierde klasse: 00-00-X-00

Vijfde klasse: 00-30-X-00

Zesde klasse: 00-70-X-00

Zevende klasse: 00-X-X-00

Achtste klasse: 00-X-X-00

Laagste klasse: 00-X-X-00

Tekst: calibri bold 14 pt, hoofdletters, wit, „+”-symbool: superscript, op één enkele lijn

Image

Energie-efficiëntieklasse

Pijl: breedte: 22 mm, hoogte: 12 mm, 100 % zwart

Tekst: calibri bold 24 pt, hoofdletters, wit, „+”-symbool: superscript, op één enkele lijn

Image

Directeverwarmingsfunctionaliteit

Pictogram zoals afgebeeld

Rand: 2 pt, kleur: cyaan 100 %, afgeronde hoeken: 3,5 mm

Image

Indien van toepassing, indirecteverwarmingsfunctionaliteit

Pictogram zoals afgebeeld

Rand: 2 pt, kleur: cyaan 100 %, afgeronde hoeken: 3,5 mm

Image

Nominale directe warmteafgifte

Rand: 2 pt, kleur: cyaan 100 %, afgeronde hoeken: 3,5 mm

Waarde „XY,Z”: calibri bold 34 pt, 100 % zwart

Tekst „kW”: calibri regular 18 pt, 100 % zwart

Image

Wanneer van toepassing, nominale indirecte warmteafgifte

Rand: 2 pt, kleur: cyaan 100 %, afgeronde hoeken: 3,5 mm

Waarde „XY,Z”: calibri bold 34 pt, 100 % zwart

Tekst „kW”: calibri regular 18 pt, 100 % zwart

Image

Energie

Tekst: calibri regular 8 pt, 100 % zwart

Image

Jaar dat het etiket werd ingevoerd en nummer van de verordening

Tekst: calibri bold 10 pt.

Image

Naam of handelsmerk van de leverancier

Image

De typeaanduiding van het model van de leverancier

De naam of het handelsmerk van de leverancier en de typeaanduiding moeten passen in een ruimte van 86 × 12 mm.


BIJLAGE IV

Productkaart

1.

De informatie op de productkaart van het toestel voor lokale ruimteverwarming wordt in de onderstaande volgorde verstrekt en opgenomen in de productbrochure of andere schriftelijke informatie die samen met het product wordt geleverd:

a)

de naam van de leverancier of het handelsmerk;

b)

de typeaanduiding van het model van de leverancier;

c)

de energie-efficiëntieklasse van het model, bepaald overeenkomstig punt 1 van bijlage II;

d)

de directe warmteafgifte in kW, afgerond op de dichtste decimaal;

e)

de indirecte warmteafgifte in kW, afgerond op de dichtste decimaal;

f)

de energie-efficiëntie-index, afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal en berekend overeenkomstig bijlage VIII;

g)

het nuttig rendement bij nominale en, in voorkomend geval, bij minimale warmteafgifte, afgerond op de dichtste decimaal en berekend overeenkomstig bijlage VIII;

h)

de te nemen specifieke voorzorgsmaatregelen voor de assemblage, de installatie of het onderhoud van het toestel voor lokale ruimteverwarming.

2.

Eén productkaart kan betrekking hebben op meerdere modellen van toestellen voor lokale ruimteverwarming die door dezelfde leverancier worden geleverd.

3.

De in de productkaart vervatte informatie kan worden gegeven door een kopie van het etiket in kleur of in zwart-wit af te beelden. In dit geval wordt ook de nog niet op het etiket weergegeven informatie van punt 1 verstrekt.


BIJLAGE V

Technische documentatie

Voor toestellen voor lokale ruimteverwarming omvat de in artikel 3, lid 1, onder e), en de in artikel 3, lid 2, onder e), bedoelde technische documentatie:

a)

de naam en het adres van de leverancier;

b)

de typeaanduiding;

c)

in voorkomend geval de referenties van de toegepaste geharmoniseerde normen;

d)

wanneer de voorkeurbrandstof andere houtachtige biomassa, niet-houtachtige biomassa, een andere fossiele brandstof of een ander mengsel van biomassa en fossiele brandstoffen is, als bedoeld in tabel 2: een beschrijving van de brandstof die voldoende is voor een ondubbelzinnige identificatie ervan, en de technische norm of specificatie van de brandstof, inclusief het gemeten vochtgehalte en het gemeten asgehalte, en voor andere fossiele brandstoffen ook het gemeten vluchtigheidsgehalte van de brandstof;

e)

in voorkomend geval, de overige gebruikte technische normen en specificaties;

f)

de identificatie en handtekening van de persoon die gemachtigd is om de leverancier te binden;

g)

de in tabel 2 (voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die vaste brandstoffen gebruiken) en tabel 3 (voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die gasvormige/vloeibare brandstof gebruiken) opgenomen informatie, als gemeten en berekend in overeenstemming met bijlage VIII;

h)

verslagen van de door of namens de leveranciers uitgevoerde tests, inclusief de naam en het adres van de instanties die de tests hebben uitgevoerd;

i)

de te nemen specifieke voorzorgsmaatregelen voor de assemblage, de installatie en het onderhoud van het toestel voor lokale ruimteverwarming;

j)

en wanneer van toepassing, een lijst van equivalente modellen.

Deze informatie mag worden samengevoegd met de technische documentatie, verstrekt overeenkomstig de maatregelen krachtens Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad (1).

Tabel 2

Technische parameters voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die vaste brandstoffen gebruiken

Typeaanduiding(en):

Indirecteverwarmingsfunctionaliteit: [ja/neen]

Directe warmteafgifte: … (kW)

Indirecte warmteafgifte: … (kW)

Brandstof

Voorkeurbrandstof (slechts één):

Andere geschikte brandstof(fen):

Stamhout, vochtgehalte ≤ 25 %

[ja/neen]

[ja/neen]

Samengeperst hout, vochtgehalte < 12 %

[ja/neen]

[ja/neen]

Andere houtachtige biomassa

[ja/neen]

[ja/neen]

Niet-houtachtige biomassa

[ja/neen]

[ja/neen]

Antraciet en magerkool

[ja/neen]

[ja/neen]

Harde cokes

[ja/neen]

[ja/neen]

Lagetemperatuurcokes

[ja/neen]

[ja/neen]

Bitumineuze steenkool

[ja/neen]

[ja/neen]

Bruinkoolbriketten

[ja/neen]

[ja/neen]

Turfbriketten

[ja/neen]

[ja/neen]

Briketten van gemengde fossiele brandstoffen

[ja/neen]

[ja/neen]

Andere fossiele brandstoffen

[ja/neen]

[ja/neen]

Briketten van gemengde biomassa en fossiele brandstoffen

[ja/neen]

[ja/neen]

Andere mengsels van biomassa en fossiele brandstoffen

[ja/neen]

[ja/neen]

Kenmerken wanneer de voorkeurbrandstof wordt gebruikt

Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming ηs [%]:

Energie-efficiëntie-index (EEI)

Item

Symbool

Waarde

Eenheid

 

Item

Symbool

Waarde

Eenheid

Warmteafgifte

 

Nuttig rendement (NCV als ontvangen)

Nominale warmteafgifte

Pnom

x,x

kW

 

Nuttig rendement bij nominale warmteafgifte

ηth,nom

x,x

%

Minimale warmteafgifte (indicatief)

Pmin

[x,x/n.v.t.]

kW

 

Nuttig rendement bij minimale warmteafgifte (indicatief)

ηth,min

[x,x/n.v.t.]

%

 

 

 

 

 

 

Aanvullend elektriciteitsverbruik

 

Type warmteafgifte/sturing kamertemperatuur

(selecteer één)

Bij nominale warmteafgifte

elmax

x,xxx

kW

 

Eentrapswarmteafgifte, geen sturing van de kamertemperatuur

[ja/neen]

 

Bij minimale warmteafgifte

elmin

x,xxx

kW

 

Twee of meer handmatig in te stellen trappen, geen sturing van de kamertemperatuur

[ja/neen]

 

In stand-bymodus

elsb

x,xxx

kW

 

Met mechanische sturing van de kamertemperatuur door thermostaat

[ja/neen]

 

 

 

Met elektronische sturing van de kamertemperatuur

[ja/neen]

 

 

 

Met elektronische sturing van de kamertemperatuur plus dag-tijdschakelaar

[ja/neen]

 

 

 

Met elektronische sturing van de kamertemperatuur plus week-tijdschakelaar

[ja/neen]

 

 

 

Andere sturingsopties (meerdere selecties mogelijk)

 

 

Sturing van de kamertemperatuur, met aanwezigheidsdetectie

[ja/neen]

 

 

 

Sturing van de kamertemperatuur, met openraamdetectie

[ja/neen]

 

 

 

Met de optie van afstandsbediening

[ja/neen]

 

Vermogenseis voor de permanente waakvlam

 

 

 

 

Vermogenseis voor de permanente waakvlam (indien van toepassing)

Ppilot

[x,xxx/n.v.t.]

kW

 

 

Contactgegevens

Naam en adres van de leverancier.


Tabel 3

Technische parameters voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die gasvormige/vloeibare brandstof gebruiken

Typeaanduiding(en):

Indirecteverwarmingsfunctionaliteit: [ja/neen]

Directe warmteafgifte: … (kW)

Indirecte warmteafgifte: … (kW)

Brandstof

 

 

 

Selecteer brandstoftype

[gasvormig/vloeibaar]

[specificeer]

 

 

 

 

Item

Symbool

Waarde

Eenheid

 

Item

Symbool

Waarde

Eenheid

Warmteafgifte

 

Nuttig rendement (NCV)

Nominale warmteafgifte

Pnom

x,x

kW

 

Nuttig rendement bij nominale warmteafgifte

ηth,nom

x,x

%

Minimale warmteafgifte (indicatief)

Pmin

[x,x/n.v.t.]

kW

 

Nuttig rendement bij minimale warmteafgifte (indicatief)

ηth,min

[x,x/n.v.t.]

%

 

 

 

 

 

 

Aanvullend elektriciteitsverbruik

 

Type warmteafgifte/sturing kamertemperatuur

(selecteer één)

Bij nominale warmteafgifte

elmax

x,xxx

kW

 

Eentrapswarmteafgifte, geen sturing van de kamertemperatuur

[ja/neen]

 

Bij minimale warmteafgifte

elmin

x,xxx

kW

 

Twee of meer handmatig in te stellen trappen, geen sturing van de kamertemperatuur

[ja/neen]

 

In stand-bymodus

elsb

x,xxx

kW

 

Met mechanische sturing van de kamertemperatuur door thermostaat

[ja/neen]

 

 

 

Met elektronische sturing van de kamertemperatuur

[ja/neen]

 

 

 

Met elektronische sturing van de kamertemperatuur plus dag-tijdschakelaar

[ja/neen]

 

 

 

Met elektronische sturing van de kamertemperatuur plus week-tijdschakelaar

[ja/neen]

 

 

 

Andere sturingsopties (meerdere selecties mogelijk)

 

 

Sturing van de kamertemperatuur, met aanwezigheidsdetectie

[ja/neen]

 

 

 

Sturing van de kamertemperatuur, met openraamdetectie

[ja/neen]

 

Vermogenseis voor de permanente waakvlam

 

Met de optie van afstandsbediening

[ja/neen]

 

Vermogenseis voor de permanente waakvlam (indien van toepassing)

Ppilot

[x,xxx/n.v.t.]

kW

 

 

Contactgegevens

Naam en adres van de leverancier


(1)  Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10).


BIJLAGE VI

Informatie die moet worden verstrekt wanneer de eindgebruiker het product vermoedelijk niet uitgestald ziet behalve op internet

1.

De informatie waarnaar wordt verwezen in artikel 4, lid 1, onder b), wordt in de volgende volgorde verstrekt:

a)

energie-efficiëntieklasse van het model, bepaald overeenkomstig punt 1 van bijlage II;

b)

de directe warmteafgifte in kW, afgerond op één decimaal;

c)

de indirecte warmteafgifte in kW, afgerond op één decimaal.

2.

De informatie waarnaar in punt 1 wordt verwezen, wordt in een leesbaar lettertype en een leesbare lettergrootte afgedrukt of afgebeeld.


BIJLAGE VII

Te verstrekken informatie in het geval van koop, huur of huurkoop via internet

1.

Voor de doeleinden van de punten 2 tot en met 5 van deze bijlage gelden de volgende definities:

a)   „weergavemechanisme”: ieder scherm, inclusief aanraakschermen, of andere visuele technologie om internetinhoud weer te geven voor gebruikers;

b)   „geneste weergave”: visuele interface waarbij een beeld of gegevensreeks toegankelijk wordt door een muisklik, door er met de muis overheen te gaan (mouse-over) of door uitvergroting op een aanraakscherm van een ander beeld of een andere gegevensreeks;

c)   „aanraakscherm”: een scherm dat reageert op aanraking, zoals dat van tabletcomputers, slatecomputers of smartphones;

d)   „alternatieve tekst”: tekst die wordt aangeboden als alternatief voor een grafische voorstelling, waardoor de informatie in een niet-grafische vorm kan worden weergegeven wanneer weergaveapparaten de betrokken voorstelling niet kunnen weergeven of ter ondersteuning van de toegankelijkheid, bijvoorbeeld als input voor spraaksynthesetoepassingen.

2.

Het passende etiket dat door de leveranciers beschikbaar wordt gesteld overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b), of artikel 3, lid 2, onder b), wordt met het weergavemechanisme getoond in de nabijheid van de prijs van het product. De afmetingen zijn zodanig dat het etiket duidelijk zichtbaar en leesbaar is in verhouding tot de in punt 2 van bijlage III gespecificeerde afmetingen. Het etiket kan worden weergegeven met gebruikmaking van een geneste weergave, in welk geval het beeld dat wordt gebruikt voor de toegang tot het etiket; voldoet aan de in punt 3 van deze bijlage vastgestelde specificaties. Indien geneste weergave wordt toegepast, verschijnt het etiket bij de eerste muisklik, mouse-over of uitvergroting van het beeld op het aanraakscherm.

3.

Het beeld dat bij geneste weergave wordt gebruikt voor de toegang tot het etiket:

a)

is een pijl in de kleur die overeenkomt met de energie-efficiëntieklasse van het product op het etiket;

b)

geeft op de pijl de energie-efficiëntieklasse van het betrokken product in het wit weer in een lettergrootte die equivalent is aan die van de prijs, en

c)

heeft één van de volgende twee formaten:

Image

4.

In het geval van een geneste weergave is de weergavevolgorde van het etiket als volgt:

a)

het in punt 3 van deze bijlage bedoelde beeld wordt met het weergavemechanisme getoond in de nabijheid van de prijs van het product of het pakket;

b)

het beeld vormt een link naar het etiket;

c)

het etiket wordt weergegeven na een muisklik, mouse-over of uitvergroting van het beeld op het aanraakscherm;

d)

het etiket wordt getoond in een pop-up, een nieuwe tab of bladzijde, of in een ingezette weergave op het beeldscherm;

e)

voor de uitvergroting van het etiket op aanraakschermen gelden de apparatuurconventies voor uitvergroting op aanraakschermen;

f)

de weergave van het etiket wordt beëindigd door middel van een optie „sluiten” of door een ander standaardafsluitingsmechanisme;

g)

de alternatieve tekst voor de grafische weergave, die moet worden weergegeven wanneer het etiket niet kan worden weergegeven, is de energie-efficiëntieklasse van het product in een lettergrootte die equivalent is aan die van de prijs.

5.

De passende productkaart die door de leveranciers beschikbaar wordt gesteld overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder d), of artikel 3, lid 2, onder d), wordt met het weergavemechanisme getoond in de nabijheid van de prijs van het product. De afmeting van de productkaart is zodanig dat deze duidelijk zichtbaar en leesbaar is. De productkaart kan worden weergegeven met gebruikmaking van een geneste weergave, waarbij het beeld dat wordt gebruikt voor de toegang tot de kaart, duidelijk leesbaar het woord „Productkaart” toont. Wanneer geneste weergave wordt gebruikt, verschijnt de productkaart bij de eerste muisklik, mouse-over of uitvergroting van de link op het aanraakscherm.


BIJLAGE VIII

Metingen en berekeningen

1.

Met het oog op de naleving en de controle op de naleving van de eisen van deze verordening worden metingen en berekeningen uitgevoerd met gebruikmaking van geharmoniseerde normen waarvan de referentienummers voor dit doel zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie, of van andere betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare methoden die beantwoorden aan de algemeen erkende stand van de techniek op dit gebied. Zij voldoen aan de in de punten 2 tot en met 4 vermelde voorwaarden.

2.

Algemene voorwaarden voor metingen en berekeningen:

a)

om hun energie-efficiëntie-index en hun directe en indirecte warmteafgifte te bepalen, worden toestellen voor lokale ruimteverwarming getest met gebruikmaking van hun voorkeurbrandstof;

b)

de opgegeven waarden voor de directe en indirecte warmteafgifte en de energie-efficiëntie-index worden afgerond tot op één decimaal.

3.

Algemene voorwaarden voor de energie-efficiëntie-index en het verbruik van toestellen voor lokale ruimteverwarming:

a)

de waarden voor het nuttig rendement ηth,nom , ηth,min en voor de directe en indirecte warmteafgifte voor Pnom , Pmin worden gemeten wanneer van toepassing;

b)

de energie-efficiëntie-index (EEI) wordt berekend als de seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming in actieve modus (ηS,on ), bij toestellen voor lokale ruimteverwarming die biomassa als voorkeurbrandstof gebruiken, gecorrigeerd door een factor om het hernieuwbare karakter van de voorkeurbrandstof in rekening te brengen, en gecorrigeerd door bijdragen voor temperatuursturingen, aanvullend elektriciteitsverbruik en energieverbruik door de permanente waakvlam. De energie-efficiëntie-index (EEI) wordt uitgedrukt als een getal equivalent aan het getal uitgedrukt als een percentage.

4.

Specifieke voorwaarden voor seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming:

a)

De energie-efficiëntie-index (EEI) van alle toestellen voor lokale ruimteverwarming is gedefinieerd als:

Formula

waarin:

—    ηS,on = de seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming in actieve modus, uitgedrukt als %, berekend als uiteengezet in punt 4, onder b);

—    BLF = de biomassafactor („biomass label factor”), die 1,45 bedraagt voor toestellen voor lokale ruimteverwarming op biomassa en die 1 bedraagt voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die fossiele brandstoffen gebruiken;

—    F(2)= een correctiefactor die verband houdt met de positieve bijdrage aan de energie-efficiëntie-index dankzij de aangepaste bijdragen voor sturingen voor het verwarmingscomfort binnenshuis, waarvan de waarden wederzijds exclusief zijn en niet bij elkaar kunnen worden opgeteld, uitgedrukt als %;

—    F(3)= een correctiefactor die verband houdt met de positieve bijdrage aan de energie-efficiëntie-index dankzij de aangepaste bijdragen voor sturingen voor het verwarmingscomfort binnenshuis, waarvan de waarden bij elkaar kunnen worden opgeteld, uitgedrukt als %;

—    F(4)= een correctiefactor die verband houdt met de negatieve bijdrage aan de energie-efficiëntie-index door het aanvullend elektriciteitsverbruik, uitgedrukt als %;

—    F(5)= een correctiefactor die verband houdt met de negatieve bijdrage aan de energie-efficiëntie-index door het energieverbruik van een permanente waakvlam, uitgedrukt als %.

b)

De seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming in actieve modus wordt als volgt berekend:

ηS,on= ηth,nom

waarin:

—    ηth,nom = het nuttig rendement bij nominale warmteafgifte, gebaseerd op de NCV.

c)

De correctiefactor F(2), die verband houdt met de positieve bijdrage aan de energie-efficiëntie-index dankzij de aangepaste bijdragen van sturingen voor het verwarmingscomfort binnenshuis, waarvan de waarden wederzijds exclusief zijn of niet bij elkaar kunnen worden opgeteld, wordt als volgt berekend:

Voor alle toestellen voor lokale ruimteverwarming is de correctiefactor F(2) gelijk aan één van de factoren overeenkomstig tabel 4, naar gelang van de van toepassing zijnde sturingskenmerken. Slechts één waarde kan worden geselecteerd.

Tabel 4

Correctiefactor F(2)

Indien het product is uitgerust met een (slechts één optie is mogelijk):

F(2)

Met brandstof gestookte toestellen voor lokale ruimteverwarming

Eentrapswarmteafgifte, geen sturing van de kamertemperatuur

0,0 %

Twee of meer handmatig in te stellen trappen, geen temperatuursturing

1,0 %

Met mechanische sturing van de kamertemperatuur door thermostaat

2,0 %

Met elektronische sturing van de kamertemperatuur

4,0 %

Met elektronische sturing van de kamertemperatuur plus dag-tijdschakelaar

6,0 %

Met elektronische sturing van de kamertemperatuur plus week-tijdschakelaar

7,0 %

Vanaf 1 januari 2022 is F(2) gelijk aan nul voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die vaste brandstoffen gebruiken, met emissies, wanneer de temperatuursturing is ingesteld op minimale warmteafgifte, die hoger liggen dan als vastgesteld in bijlage II, punt 2, van Verordening (EU) 2015/1185 van de Commissie (1). De warmteafgifte bij deze instelling mag niet hoger liggen dan 50 % van de nominale warmteafgifte. Vanaf 1 januari 2022 bevat, indien F(2) niet gelijk is aan nul, de technische documentatie de relevante informatie inzake de emissies bij minimale warmteafgifte.

d)

De correctiefactor F(3), die verband houdt met de positieve bijdrage aan de energie-efficiëntie-index dankzij de aangepaste bijdragen voor sturingen voor het verwarmingscomfort binnenshuis, waarvan de waarden bij elkaar kunnen worden opgeteld, wordt als volgt berekend:

Voor alle toestellen voor lokale ruimteverwarming is de correctiefactor F(3) de som van de waarden overeenkomstig tabel 5, naar gelang van de van toepassing zijnde sturingskenmerken.

Tabel 5

Correctiefactor F(3)

Indien het product is uitgerust met een (meerdere opties zijn mogelijk):

F(3)

Met brandstof gestookte toestellen voor lokale ruimteverwarming

Sturing kamertemperatuur met aanwezigheidsdetectie

1,0 %

Sturing kamertemperatuur met openraamdetectie

1,0 %

Met de optie van afstandsbediening

1,0 %

Vanaf 1 januari 2022 is F(3) gelijk aan nul voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die vaste brandstoffen gebruiken, met emissies, wanneer de temperatuursturing is ingesteld op minimale warmteafgifte, die hoger liggen dan als vastgesteld in bijlage II, punt 2, van Verordening (EU) 2015/1185. De warmteafgifte bij deze instelling mag niet hoger liggen dan 50 % van de nominale warmteafgifte. Vanaf 1 januari 2022 bevat, indien F(3) niet gelijk is aan nul, de technische documentatie de relevante informatie inzake de emissies bij minimale warmteafgifte.

e)

De correctiefactor F(4) voor het aanvullend elektriciteitsverbruik wordt als volgt berekend:

Deze correctiefactor houdt rekening met het aanvullend elektriciteitsverbruik bij werking in de aan- en stand-bymodus.

Voor alle toestellen voor lokale ruimteverwarming wordt de correctiefactor voor het aanvullend elektriciteitsverbruik als volgt berekend:

Formula

waarin:

—    elmax = het verbruik van elektrisch vermogen bij de nominale warmteafgifte, uitgedrukt in kW;

—    elmin = het verbruik van elektrisch vermogen bij de minimale warmteafgifte, uitgedrukt in kW. In het geval het product geen minimale warmteafgifte biedt, wordt het verbruik van elektrisch vermogen bij de nominale warmteafgifte gebruikt;

—    elsb = het verbruik van elektrisch vermogen van het product in de stand-bymodus, uitgedrukt in kW;

—    Pnom = de nominale warmteafgifte van het product, uitgedrukt in kW.

f)

De correctiefactor F(5), die in verband staat met het energieverbruik van een permanente waakvlam, wordt als volgt berekend:

Deze correctiefactor houdt rekening met de vermogenseis voor de permanente waakvlam.

Voor alle toestellen voor lokale ruimteverwarming wordt deze correctiefactor als volgt berekend:

Formula

waarin:

—    Ppilot = het verbruik van de waakvlam, uitgedrukt in kW;

—    Pnom = de nominale warmteafgifte van het product, uitgedrukt in kW.


(1)  Verordening (EU) 2015/1185 van de Commissie van 24 april 2015 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp betreft voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die vaste brandstoffen gebruiken (zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad).


BIJLAGE IX

Controleprocedure met het oog op markttoezicht

Met het oog op de beoordeling van de overeenstemming met de in artikelen 3 en 4 bepaalde eisen passen de lidstaten de volgende controleprocedure toe:

1.

De autoriteiten van de lidstaten testen één eenheid per model. De eenheid wordt getest met een brandstof met eigenschappen binnen het bereik van die van de brandstof welke door de fabrikant is gebruikt om de metingen overeenkomstig bijlage VIII uit te voeren.

Het model wordt geacht te voldoen aan de toepasselijke eisen van deze verordening indien:

a)

de op het etiket en de productkaart opgegeven waarden en klassen overeenkomen met de waarden in de technische documentatie;

b)

voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die vaste brandstoffen gebruiken, de energie-efficiëntie-index (EEI) niet meer dan 8 % lager ligt dan de opgegeven waarde;

c)

voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die een vloeibare brandstof gebruiken, de EEI niet meer dan 8 % lager ligt dan de opgegeven waarde;

d)

voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die een gasvormige brandstof gebruiken, de EEI niet meer dan 8 % lager ligt dan de opgegeven waarde.

2.

Wanneer het in punt 2, onder a), bedoelde resultaat niet wordt behaald, worden het model en alle equivalente modellen geacht niet in overeenstemming te zijn met deze verordening. Wanneer één van de in de punt 2, onder b) tot en met d), bedoelde resultaten niet wordt behaald, selecteren de autoriteiten van de lidstaat op willekeurige wijze drie extra te testen eenheden. Als alternatief mogen de drie extra geselecteerde eenheden van één of meer equivalente modellen zijn die in de technische documentatie als equivalent product zijn opgegeven.

Het model wordt geacht te voldoen aan de toepasselijke eisen indien:

a)

de op het etiket en de productkaart opgegeven waarden en klassen voor de drie extra eenheden overeenkomen met de waarden in de technische documentatie;

b)

voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die vaste brandstoffen gebruiken, de gemiddelde energie-efficiëntie-index (EEI) van de drie extra eenheden niet meer dan 8 % lager ligt dan de opgegeven waarde;

c)

voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die een vloeibare brandstof gebruiken, de gemiddelde EEI van de drie extra eenheden niet meer dan 8 % lager ligt dan de opgegeven waarde;

d)

voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die een gasvormige brandstof gebruiken, de gemiddelde EEI van de drie extra eenheden niet meer dan 8 % lager ligt dan de opgegeven waarde.

Wanneer de in punt 2 bedoelde resultaten niet worden behaald, worden het model en alle equivalente modellen geacht niet aan deze verordening te voldoen.

Binnen één maand nadat het besluit van niet-overeenstemming van het model is genomen, verstrekken de autoriteiten van de lidstaat de testresultaten en andere relevante informatie aan de autoriteiten van de overige lidstaten en aan de Commissie.

De autoriteiten van de lidstaat gebruiken de in bijlage VIII uiteengezette meet- en berekeningsmethoden.

De in deze bijlage aangegeven controletoleranties worden uitsluitend gebruikt voor de verificatie van de gemeten parameters door de autoriteiten van de lidstaten; zij mogen door de leverancier niet worden gebruikt als een toegestane tolerantie voor de vaststelling van de in de technische documentatie opgenomen waarden. De op het etiket en de productkaart opgegeven waarden en klassen mogen niet gunstiger zijn voor de leverancier dan de in de technische documentatie opgegeven waarden.