3.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 58/43


VERORDENING (EU) 2015/326 VAN DE COMMISSIE

van 2 maart 2015

tot wijziging van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) wat polycyclische aromatische koolwaterstoffen en ftalaten betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (1), en met name artikel 131,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 bevat, onder andere, de beperkingen die eerder in Richtlijn 76/769/EEG van de Raad (2) waren vastgelegd.

(2)

Overeenkomstig Richtlijn 2005/69/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) mochten procesoliën voor rubberverwerking niet op de markt gebracht worden en voor de productie van banden of delen van banden gebruikt worden als zij meer dan 1 mg/kg benzo(a)pyreen (BaP) of meer dan 10 mg/kg van alle acht vermelde polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) tezamen bevatten. Momenteel is die beperking opgenomen in punt 1 van de tweede kolom van vermelding 50 van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006.

(3)

Ten tijde van de vaststelling van die beperking waren er geen geharmoniseerde testmethoden beschikbaar om de specifieke concentratie van de acht vermelde PAK's in procesoliën voor rubberverwerking te bepalen. Derhalve wordt in die beperking verwezen naar de analysemethode IP 346:1998 (4), die in de olie-industrie wordt gebruikt om de concentratie van polycyclische aromaten (PCA) te bepalen, als indirecte methode voor het aantonen van naleving van de limieten voor BaP en de som van alle in de lijst vermelde PAK's.

(4)

De analysemethode IP 346:1998 is niet specifiek gericht op de acht vermelde PAK's. Daarnaast is bekend dat het toepassingsgebied van deze methode beperkt is tot ongebruikte smeeroliën zonder asfalteenfracties en met niet meer dan 5 % aan bestandsdelen met een kookpunt onder 300 °C. Voor proefmonsters die niet aan die vereisten voldoen, is de methode wellicht niet geschikt.

(5)

Zoals gevraagd in Richtlijn 2005/69/EG heeft de Commissie het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) op 3 juli 2007 opdracht gegeven een meer specifieke testmethode te ontwikkelen.

(6)

De nieuwe standaardmethode is door het CEN vastgesteld en gepubliceerd als EN 16143:2013 (Aardolieproducten — bepaling van het gehalte van benzo(a)pyreen (BaP) en geselecteerde polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) in procesoliën — procedure met dubbele LC-reiniging en GC/MS-analyse).

(7)

Aangezien deze nieuwe norm voorziet in een specifieke analysemethode voor het analyseren van de betrokken PAK's in procesoliën voor rubberverwerking en de tekortkomingen van de vorige methode oplost, acht de Commissie het wenselijk om de vermelding van de methode IP 346:1998 te vervangen door de nieuwe norm EN 16143:2013 als referentiemethode om aan te tonen dat procesoliën voor rubberverwerking aan de beperkingen in punt 1 van kolom 2 van vermelding 50 van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 voldoen.

(8)

Uit een informele raadpleging met de lidstaten en vertegenwoordigers van de betrokken verenigingen van belanghebbenden bleek dat er in het algemeen voor procesoliën voor rubberverwerking een goede correlatie bestaat tussen de resultaten van de methode IP 346:1998 en gaschromatografische analysemethoden, die dezelfde beginselen volgen als de nieuwe CEN-methode, om afzonderlijke carcinogene PAK's te meten. Marktdeelnemers hebben aangegeven dat de vervanging van IP 346:1998 door de nieuwe CEN-methode naar verwachting geen invloed zal hebben op de naleving van de regels voor procesoliën voor rubberverwerking. De nieuwe analysemethode zou echter ingewikkelder en duurder zijn om uit te voeren dan IP 346:1998.

(9)

Er moet een overgangsperiode van achttien maanden worden toegekend waarin zowel de oude als de nieuwe analysemethoden kunnen worden gebruikt om te bepalen of aan de beperking wordt voldaan. In deze overgangsperiode kunnen laboratoria worden ingericht en de nodige ervaring verwerven in de uitvoering van de nieuwe analysemethode. De periode moet ook helpen bij het bepalen van naleving van de regels voor procesoliën voor rubberverwerking die in de handel zijn gebracht voor de inwerkingtreding van deze verordening.

(10)

De Commissie heeft een herbeoordeling uitgevoerd van de maatregelen in vermelding 51 van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 met betrekking tot de stoffen bis(2-ethylhexyl)ftalaat (DEHP), dibutylftalaat (DBP) en benzylbutylftalaat (bbp), overeenkomstig punt 3 van die vermelding. De herbeoordeling ging van start op 4 september 2009 toen de Commissie het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) verzocht om de beschikbare nieuwe wetenschappelijke informatie te bestuderen en te beoordelen of er bewijs is dat een heroverweging van de bestaande beperking zou rechtvaardigen. In maart 2010 leverde het ECHA die informatie aan de Commissie en gaf het aan dat een beoordeling van de relevante registratiedossiers van REACH zou moeten worden overwogen. De Commissie verzocht het ECHA derhalve om de voorgestelde actie uit te voeren. In april 2011 begon het Koninkrijk Denemarken echter aan de beperkingsprocedure inzake de aanwezigheid van bovengenoemde ftalaten in artikelen voor binnenshuis gebruik en artikelen die in direct contact kunnen komen met de huid of met de slijmvliezen, waarin onder andere de registratiedossiers werden overwogen. Zoals in op 9 augustus 2014 werd medegedeeld (5), formuleerde de Commissie aan het einde van de beperkingsprocedure geen voorstel tot wijziging van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006. Daarnaast voegde de Commissie die ftalaten toe aan bijlage XIV bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 middels Verordening (EU) nr. 143/2011 van de Commissie (6). Bijgevolg is het ECHA krachtens artikel 69, lid 2, van die verordening verplicht om na de verbodsdatum te overwegen of het gebruik van die ftalaten in artikelen een risico voor de gezondheid van de mens of voor het milieu vormt dat niet voldoende wordt beheerst. Een verdere beoordeling van de maatregelen voor de beperking van die ftalaten werd daarom niet noodzakelijk bevonden, en dat punt moet derhalve uit de vermelding worden geschrapt.

(11)

In januari 2014 voltooide de Commissie haar herbeoordeling van de maatregelen in vermelding 52 van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 met betrekking tot de stoffen di-„isononyl”-ftalaat (DINP), di-„isodecyl”-ftalaat (DIDP) en di-n-octylftalaat (DNOP), overeenkomstig punt 3 van die vermelding. De herbeoordeling ging van start op 4 september 2009 toen de Commissie het ECHA verzocht om de beschikbare nieuwe wetenschappelijke informatie te bestuderen en te beoordelen of er bewijs is dat een heroverweging van de bestaande beperking zou rechtvaardigen. De beschikbare informatie werd vervolgens aangevuld met de informatie uit de registratiedossiers die voor de registratietermijn van 2010 waren ontvangen. Het ECHA diende toen zijn ontwerpbeoordelingsverslag in bij zijn Comité risicobeoordeling (RAC) voor een gedetailleerde evaluatie. Het RAC bracht zijn advies uit in maart 2013 en het definitieve beoordelingsverslag van het ECHA werd in augustus 2013 bij de Commissie ingediend. Op basis van het verslag van het ECHA besloot de Commissie geen wijzigingen voor te stellen met betrekking tot vermelding 52 van bijlage XVII, en om de herbeoordeling overeenkomstig punt 3 van die vermelding als voltooid te beschouwen. De conclusies van de Commissie met betrekking tot de herbeoordeling zijn voor het publiek toegankelijk gemaakt (7). Punt 3 van die vermelding moet derhalve worden geschrapt.

(12)

Verordening (EG) nr. 1907/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(13)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 133 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 maart 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.

(2)  Richtlijn 76/769/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (PB L 262 van 27.9.1976, blz. 201).

(3)  Richtlijn 2005/69/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2005 houdende 27e wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (polycyclische aromatische koolwaterstoffen in procesoliën voor rubberverwerking en in banden) (PB L 323 van 9.12.2005, blz. 51).

(4)  IP 346:1998 — Bepaling van PCA in ongebruikte smeeroliën en asfalteenvrije petroleumfracties — dimethylzwaveloxide-extractie met brekingsindexmeting.

(5)  PB C 260 van 9.8.2014, blz. 1.

(6)  Verordening (EU) nr. 143/2011 van de Commissie van 17 februari 2011 tot wijziging van bijlage XIV bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), (PB L 44 van 18.2.2011, blz. 2).

(7)  http://ec.europa.eu/enterprise/sectors/chemicals/files/reach/entry-52_en.pdf


BIJLAGE

Bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In vermelding 50, tweede kolom, punt 1, wordt de tweede alinea vervangen door de volgende alinea's:

 

„De norm EN 16143:2013 (Aardolieproducten — bepaling van het gehalte van benzo(a)pyreen (BaP) en geselecteerde polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) in procesoliën — procedure met dubbele LC-reiniging en GC/MS-analyse) wordt gebruikt als testmethode om naleving van de in de eerste alinea vermelde limieten aan te tonen.

Tot 23 september 2016 wordt aan de in de eerste alinea vermelde maximumgehalten geacht te zijn voldaan als het PCA-extract minder dan 3 gewichtsprocent bedraagt, gemeten volgens norm IP 346:1998 van het Institute of Petroleum (Bepaling van polycyclische aromaten (PCA) in ongebruikte smeeroliën en asfalteenvrije petroleumfracties — dimethylsulfoxide-extractie met brekingsindexmeting), mits de naleving van de limieten voor BaP en de in de lijst vermelde PAK's alsmede de correlatie tussen de meetwaarden en het PCA-extract om de zes maanden of, als dit eerder is, na elke belangrijke operationele verandering, door de fabrikant of importeur worden gemeten.”

.

2)

In vermelding 51, tweede kolom, wordt punt 3 geschrapt.

3)

In vermelding 52, tweede kolom, wordt punt 3 geschrapt.