17.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 72/27


BESLUIT (GBVB) 2015/439 VAN DE RAAD

van 16 maart 2015

tot verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de Sahelregio

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 33 en artikel 31, lid 2,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 18 maart 2013 heeft de Raad Besluit 2013/133/GBVB (1) tot benoeming van de heer Michel Dominique REVEYRAND — DE MENTHON tot speciaal vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) voor de Sahelregio vastgesteld. Het mandaat van de SVEU werd verlengd bij Besluit 2014/130/GBVB van de Raad (2) en eindigt op 28 februari 2015.

(2)

Het mandaat van de SVEU dient met acht maanden te worden verlengd.

(3)

De SVEU zal zijn mandaat uitvoeren in een mogelijk verslechterende situatie die de verwezenlijking van de doelstellingen van het externe optreden van de Unie, als geformuleerd in artikel 21 van het Verdrag, kan hinderen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Speciaal vertegenwoordiger van de Europese Unie

1.   Het mandaat van de heer Michel Dominique REVEYRAND — DE MENTHON als SVEU voor de Sahelregio wordt verlengd tot en met 31 oktober 2015. Het mandaat van de SVEU kan eerder worden beëindigd, indien de Raad daartoe besluit, op voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV).

2.   Voor de toepassing van het mandaat van de SVEU wordt onder de Sahelregio verstaan het gebied waarop de EU-strategie voor veiligheid en ontwikkeling in de Sahelregio („de strategie”) zich voornamelijk richt, namelijk Burkina Faso, Mali, Mauritanië, Niger en Tsjaad. Voor aangelegenheden met ruimere regionale implicaties pleegt de SVEU overleg met andere landen en met regionale of internationale entiteiten buiten de Sahelregio, en ook in West-Afrika en de Golf van Guinee, naargelang van het geval.

3.   Vanwege de noodzaak van een regionale aanpak van de met elkaar verband houdende uitdagingen waarmee de regio te kampen heeft, zal de SVEU voor de Sahelregio nauw overleg moeten voeren met andere betrokken SVEU's, met inbegrip van de SVEU in het zuidelijke Middellandse Zeegebied, de SVEU voor de mensenrechten en de SVEU bij de Afrikaanse Unie.

Artikel 2

Beleidsdoelstellingen

1.   Het mandaat van de SVEU is gebaseerd op de beleidsdoelstelling van de Unie met betrekking tot de Sahelregio, namelijk actief bijdragen aan de regionale en internationale inspanningen voor een duurzame vrede, veiligheid en ontwikkeling in de regio. Voorts streeft de SVEU ernaar de kwaliteit, de intensiteit en het effect van het meervoudige engagement van de Unie in de Sahelregio te vergroten.

2.   DE SVEU draagt bij aan de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van de aanpak van de Unie, welke aanpak alle aspecten van het optreden van de Unie omvat, in het bijzonder op politiek, veiligheids- en ontwikkelingsgebied, met inbegrip van de strategie, en aan het coördineren van alle toepasselijke instrumenten voor acties van de Unie.

3.   De eerste prioriteiten zijn Mali en de stabilisatie ervan op de lange termijn en de regionale dimensies van het conflict aldaar.

4.   Wat Mali betreft, zijn de beleidsdoelstellingen van de Unie gericht op de gecoördineerde en doeltreffende inzet van al haar instrumenten om voor Mali en zijn bevolking een terugkeer te bevorderen naar de weg naar vrede, verzoening, veiligheid en ontwikkeling. De nodige aandacht dient tevens aan Burkina Faso en aan Niger te worden geschonken, vooral met het oog op de verkiezingen in die landen.

Artikel 3

Mandaat

1.   Ter verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van de Unie met betrekking tot de Sahelregio krijgt de SVEU het mandaat om:

a)

actief bij te dragen aan de tenuitvoerlegging, de coördinatie en de verdere ontwikkeling van de algemene aanpak door de Unie van de regionale crisis, uitgaande van haar strategie, met als doel de algemene samenhang en doeltreffendheid van de activiteiten van de Unie in de Sahelregio te vergroten, in het bijzonder in Mali;

b)

overleg te plegen met alle relevante belanghebbenden van de regio, regeringen, regionale autoriteiten, regionale en internationale organisaties, het middenveld en de diaspora, om de doelstellingen van de Unie vooruit te helpen en bij te dragen tot een beter begrip van de rol van de Unie in de Sahelregio;

c)

de Unie in de bevoegde regionale en internationale fora te vertegenwoordigen, onder meer de groep voor ondersteuning en follow-up van de situatie in Mali, en zorg te dragen voor de zichtbaarheid van de steun van de Unie voor crisisbeheersing en conflictpreventie, onder meer de militaire missie van de Europese Unie om de Malinese strijdkrachten te helpen opleiden (EUTM Mali) en de GVDB-missie van de Europese Unie in Niger (EUCAP Sahel Niger);

d)

nauw samen te werken met de Verenigde Naties (VN), in het bijzonder met de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal voor West-Afrika en de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal voor Mali, met de Afrikaanse Unie (AU), in het bijzonder met de hoge vertegenwoordiger van de AU voor Mali en de Sahelregio, met de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas) en met andere leidende nationale, regionale en internationale belanghebbende partijen, met inbegrip van andere speciale gezanten voor de Sahelregio, alsook met de relevante instanties in de Maghrebregio;

e)

de regionale en grensoverschrijdende dimensie van de crisis nauwlettend te volgen, met inbegrip van terrorisme, georganiseerde misdaad, wapensmokkel, mensenhandel, drugssmokkel, vluchtelingen- en migratiestromen en de daarmee verband houdende financiële stromen, in nauwe samenwerking met de EU-coördinator voor terrorismebestrijding, en bij te dragen aan de verdere tenuitvoerlegging van de EU-terrorismebestrijdingsstrategie;

f)

regelmatig politieke contacten op hoog niveau te onderhouden met de landen in de regio die getroffen zijn door terrorisme en internationale misdaad om te zorgen voor een coherente en omvattende aanpak en de belangrijke rol van de Unie in de internationale inspanningen ter bestrijding van terrorisme en internationale misdaad te verzekeren. Dit omvat de actieve steun van de Unie voor regionale capaciteitsopbouw in de veiligheidssector, en het verzekeren van een adequate aanpak van de onderliggende oorzaken van terrorisme en internationale misdaad in de Sahelregio;

g)

de politieke en veiligheidsgevolgen van humanitaire crisissen in de regio van nabij te volgen;

h)

met betrekking tot Mali, een bijdrage te leveren aan de regionale en internationale inspanningen om te helpen bij het oplossen van de crisis in Mali, in het bijzonder een volledige terugkeer naar de normale grondwettige toestand en governance op het gehele grondgebied, en een geloofwaardige en inclusieve dialoog op nationaal niveau die leidt tot een duurzame politieke regeling;

i)

de institutionele opbouw, de hervorming van de veiligheidssector en het tot stand brengen van vrede op lange termijn en verzoening in Mali te bevorderen;

j)

bij te dragen aan de uitvoering van het mensenrechtenbeleid van de Unie in de regio in samenwerking met de SVEU voor de mensenrechten, met inbegrip van de EU-richtsnoeren inzake mensenrechten, in het bijzonder de EU-richtsnoeren over kinderen en gewapende conflicten, alsook inzake geweld tegen vrouwen en meisjes en de bestrijding van alle vormen van discriminatie van deze groepen, en het beleid van de Unie inzake vrouwen, vrede en veiligheid, onder meer door de ontwikkelingen te volgen, er verslag over uit te brengen en aanbevelingen ter zake te formuleren, en regelmatige contacten te onderhouden met de relevante autoriteiten in Mali en in de regio, met het bureau van de openbaar aanklager van het Internationaal Strafhof, met het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten en met de mensenrechtenverdedigers en -waarnemers in de regio;

k)

toe te zien op en verslag uit te brengen over de naleving van toepasselijke resoluties van de VN-Veiligheidsraad, meer bepaald de resoluties 2056 (2012), 2071 (2012), 2085 (2012) en 2100 (2013).

2.   Ter vervulling van zijn mandaat zal de SVEU onder meer:

a)

waar dit passend is, advies en verslag uitbrengen over het formuleren van de standpunten van de Unie in regionale en internationale fora met het oog op het proactief bevorderen en consolideren van de alomvattende benadering van de crisis in de Sahelregio door de Unie;

b)

een overzicht behouden over alle werkzaamheden van de Unie en nauw samenwerken met de betrokken delegaties van de Unie.

Artikel 4

Uitvoering van het mandaat

1.   De SVEU is onder het gezag en de operationele leiding van de HV verantwoordelijk voor de uitvoering van het mandaat.

2.   Het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) onderhoudt een bevoorrechte relatie met de SVEU en vormt het eerste contactpunt van de SVEU met de Raad. Onverminderd de bevoegdheden van de HV zorgt het PVC binnen het kader van het mandaat voor strategische aansturing en politieke leiding ten behoeve van de SVEU.

3.   De SVEU werkt nauw samen met de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en zijn relevante afdelingen, in het bijzonder met de coördinator voor de Sahelregio.

Artikel 5

Financiering

1.   Het financieel referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met het mandaat van de SVEU voor de periode van 1 maart 2015 tot en met 31 oktober 2015 bedraagt 900 000 EUR.

2.   De uitgaven worden beheerd volgens de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie.

3.   Voor het uitgavenbeheer wordt een overeenkomst gesloten tussen de SVEU en de Commissie. De SVEU legt van alle uitgaven verantwoording af aan de Commissie.

Artikel 6

Vorming en samenstelling van het team

1.   Binnen de grenzen van het mandaat en de daartoe vrijgemaakte financiële middelen is de SVEU verantwoordelijk voor het vormen van zijn team. In het team dient de door het mandaat vereiste deskundigheid inzake specifieke beleids- en veiligheidsvraagstukken aanwezig te zijn. De SVEU houdt de Raad en de Commissie voortdurend op de hoogte van de samenstelling van het team.

2.   De lidstaten, de instellingen van de Unie en de EDEO kunnen voorstellen personeel te detacheren bij de SVEU. De bezoldiging van het bij de SVEU gedetacheerde personeel komt ten laste van de betrokken lidstaat, de betrokken instelling van de Unie of de EDEO. Deskundigen die door de lidstaten bij de instellingen van de Unie of de EDEO zijn gedetacheerd, kunnen eveneens aan de SVEU worden toegewezen. Internationaal aangeworven personeel moet de nationaliteit van een lidstaat hebben.

3.   Al het gedetacheerde personeel blijft onder het administratieve gezag van de detacherende lidstaat, van de detacherende instelling van de Unie of van de EDEO, en voert zijn taken uit en handelt in het belang van het mandaat van de SVEU.

4.   Het personeel van de SVEU wordt op dezelfde locatie als de betrokken afdelingen van de EDEO of delegaties van de Unie ondergebracht, teneinde de samenhang en consistentie van hun respectieve activiteiten te verzekeren.

Artikel 7

Voorrechten en immuniteiten van de SVEU en van het personeel van de SVEU

De voorrechten, immuniteiten en andere garanties die noodzakelijk zijn voor de uitvoering en het goede verloop van de missie van de SVEU en zijn personeel, worden naargelang het geval met de ontvangende landen overeengekomen. De lidstaten en de EDEO verlenen daartoe alle nodige steun.

Artikel 8

Beveiliging van gerubriceerde EU-informatie

De SVEU en de leden van zijn team leven de beveiligingsbeginselen en -minimumnormen na die zijn vastgelegd in Besluit 2013/488/EU van de Raad (3).

Artikel 9

Toegang tot informatie en logistieke steun

1.   De lidstaten, de Commissie, de EDEO en het secretariaat-generaal van de Raad zorgen ervoor dat de SVEU toegang krijgt tot alle relevante informatie.

2.   De delegaties van de Unie en/of de lidstaten, naar gelang van het geval, verlenen logistieke steun in de regio.

Artikel 10

Veiligheid

Overeenkomstig het beleid van de Unie inzake de veiligheid van personeel dat op grond van titel V van het Verdrag wordt ingezet in operaties buiten de Unie, neemt de SVEU alle redelijkerwijs haalbare maatregelen voor de beveiliging van het personeel dat rechtstreeks onder zijn gezag staat, in overeenstemming met zijn mandaat en de veiligheidssituatie in het gebied waarvoor hij verantwoordelijk is; in het bijzonder:

a)

stelt hij een specifiek veiligheidsplan op basis van richtsnoeren van de EDEO op, dat onder meer specifieke fysieke, organisatorische en procedurele beveiligingsmaatregelen voor het beheer van veilige personeelsbewegingen naar en binnen het geografisch gebied, het beheer van veiligheidsincidenten omvat en voorziet hij in een nood- en evacuatieplan van de missie;

b)

zorgt hij ervoor dat alle buiten de Unie ingezette personeelsleden gedekt zijn door een op de omstandigheden in het geografisch gebied afgestemde verzekering voor grote risico's;

c)

zorgt hij ervoor dat alle buiten de Unie in te zetten leden van zijn team, ook het ter plaatse aangeworven personeel, voor of bij aankomst in het missiegebied een passende beveiligingsopleiding hebben genoten waarvan de inhoud is bepaald op basis van de risicoklasse waarin het geografisch gebied is ingedeeld;

d)

zorgt hij ervoor dat alle naar aanleiding van geregelde beveiligingsbeoordelingen overeengekomen aanbevelingen worden opgevolgd, en brengt hij aan de Raad, de HV en de Commissie schriftelijk verslag uit over de uitvoering daarvan en over andere veiligheidskwesties, in het kader van het voortgangsverslag en het verslag over de uitvoering van het mandaat.

Artikel 11

Verslag

1.   De SVEU brengt geregeld verslag uit aan de HV en aan het PVC. De SVEU brengt zo nodig tevens verslag uit aan de werkgroepen van de Raad. De geregelde schriftelijke verslagen worden verspreid via het COREU-netwerk. De SVEU kan de Raad Buitenlandse Zaken verslagen voorleggen. Overeenkomstig artikel 36 van het Verdrag kan de SVEU worden ingeschakeld bij de informatieverstrekking aan het Europees Parlement.

2.   De SVEU brengt verslag uit over de wijze waarop het best uitvoering kan worden gegeven aan de initiatieven van de Unie, zoals de bijdrage die de Unie levert aan hervormingen, en gaat daarbij mede in op de politieke aspecten van relevante ontwikkelingsprojecten van de Unie, in coördinatie met de delegaties van de Unie in de regio.

Artikel 12

Coördinatie met andere actoren van de Unie

1.   In het kader van de strategie levert de SVEU een bijdrage tot de eenheid, de samenhang en de doeltreffendheid van het politiek en diplomatiek optreden van de Unie en helpt hij ervoor te zorgen dat alle instrumenten van de Unie op coherente wijze worden ingezet en het optreden van de lidstaten op coherente wijze gebeurt om de beleidsdoelstellingen van de Unie te verwezenlijken.

2.   De activiteiten van de SVEU worden gecoördineerd met de activiteiten van de delegaties van de Unie en met de activiteiten van de Commissie, alsmede met de activiteiten van de andere SVEU's die in de regio actief zijn. De SVEU brengt regelmatig verslag uit aan de missies van de lidstaten en aan de delegaties van de Unie in de regio.

3.   Ter plaatse worden nauwe contacten onderhouden met de hoofden van de delegaties van de Unie en de hoofden van de missies van de lidstaten. In nauwe samenwerking met de relevante delegaties van de Unie geeft de SVEU plaatselijke politieke aansturing aan de respectieve hoofden van de missies EUCAP Sahel Niger en EUCAP Sahel Mali en aan de commandant van de missie EUTM Mali. De SVEU, de commandant van de missie EUTM Mali en de civiele operationele commandant van EUCAP Sahel Niger en van EUCAP Sahel Mali plegen indien nodig overleg.

Artikel 13

Evaluatie

De uitvoering van dit besluit en de samenhang ervan met andere bijdragen van de Unie in de regio worden op gezette tijden geëvalueerd. De SVEU legt de Raad, de HV en de Commissie vóór eind augustus 2015 een uitvoerig verslag over de uitvoering van het mandaat voor.

Artikel 14

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Het is van toepassing met ingang van 1 maart 2015.

Gedaan te Brussel, 16 maart 2015

Voor de Raad

De voorzitter

F. MOGHERINI


(1)  Besluit 2013/133/GBVB van de Raad van 18 maart 2013 tot benoeming van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de Sahelregio (PB L 75 van 19.3.2013, blz. 29).

(2)  Besluit 2014/130/GBVB van de Raad van 10 maart 2014 tot verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de Sahelregio (PB L 71 van 12.3.2014, blz. 14).

(3)  Besluit 2013/488/EU van de Raad van 23 september 2013 betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 274 van 15.10.2013, blz. 1).