28.5.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 159/41


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. 574/2014 VAN DE COMMISSIE

van 21 februari 2014

tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het model voor het opstellen van een prestatieverklaring van bouwproducten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (1), en met name artikel 60, onder e),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 305/2011 verplicht fabrikanten van bouwproducten ertoe een prestatieverklaring op te stellen als een bouwproduct, dat onder een geharmoniseerde norm valt of in overeenstemming is met een daarvoor verstrekte Europese technische beoordeling, in de handel wordt gebracht. Overeenkomstig artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) nr. 305/2011 moet de verklaring aan de hand van het model in bijlage III bij deze verordening worden opgesteld.

(2)

In overeenstemming met artikel 60, onder e), van Verordening (EU) nr. 305/2011 heeft de Commissie de taak toebedeeld gekregen om bijlage III bij Verordening (EU) nr. 305/2011 aan te passen aan de technische vooruitgang.

(3)

Het model zoals opgenomen in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 305/2011 moet worden aangepast om te voldoen aan de technische vooruitgang, om de flexibiliteit te creëren die verschillende typen bouwproducten en fabrikanten vereisen, alsook om de prestatieverklaring te vereenvoudigen.

(4)

Uit praktische ervaring met de toepassing van bijlage III blijkt bovendien dat fabrikanten verdere instructies nodig hebben voor het opstellen van prestatieverklaringen van bouwproducten in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving. Met het verstrekken van deze instructies zou ook een geharmoniseerde en correcte toepassing van bijlage III worden gewaarborgd.

(5)

Fabrikanten zouden enige flexibiliteit moeten hebben bij het opstellen van prestatieverklaringen op voorwaarde dat zij op duidelijke en coherente wijze de essentiële informatie verstrekken zoals vereist in artikel 6 van Verordening (EU) nr. 305/2011.

(6)

Om een product in een prestatieverklaring duidelijk te kunnen identificeren met betrekking tot zijn prestatieniveaus of -klassen, moeten fabrikanten ieder afzonderlijk product koppelen aan het respectieve producttype en aan een bepaalde reeks prestatieniveaus of -klassen aan de hand van de unieke identificatiecode waar in artikel 6, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 305/2011 naar wordt verwezen.

(7)

Het doel van artikel 11, lid 4, van Verordening (EU) nr. 305/2011 is om ieder afzonderlijk bouwproduct te kunnen identificeren en traceren aan de hand van een door de fabrikant aangebracht type-, partij- of serienummer. Een prestatieverklaring, die vervolgens voor alle bij het beschreven producttype behorende producten gebruikt moet worden, volstaat hier niet. De vereiste informatie uit artikel 11, lid 4, zou niet verplicht opgenomen moeten worden in de prestatieverklaring.

(8)

Indien de aangemelde instanties correct zijn vermeld, kan een opsomming van alle certificaten, test-, berekenings- of beoordelingsrapporten uitgebreid en belastend zijn en heeft dat geen toegevoegde waarde voor de gebruikers van de producten in de prestatieverklaring. Het zou daarom voor fabrikanten niet verplicht moeten zijn om deze opsommingen in hun prestatieverklaringen op te nemen.

(9)

Ter bevordering van de efficiëntie en het concurrentievermogen binnen de hele Europese bouwsector zouden fabrikanten die prestatieverklaringen verstrekken en die willen profiteren van de vereenvoudiging en de instructies met als doel het verstrekken van dergelijke verklaringen te bevorderen, hier zo snel mogelijk toe in staat moeten worden gesteld,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage III bij Verordening (EU) nr. 305/2011 wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Prestatieverklaringen die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend en die in overeenstemming zijn met artikel 6 van Verordening (EU) nr. 305/2011 en de initiële bijlage III, moeten voldoen aan deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 februari 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5.


BIJLAGE

„BIJLAGE III

PRESTATIEVERKLARING

Nr.

1.

Unieke identificatiecode van het producttype:

2.

Beoogd(e) gebruik(en):

3.

Fabrikant:

4.

Gemachtigde:

5.

Het systeem of de systemen voor de beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid:

6a.

Geharmoniseerde norm:

Aangemelde instantie(s):

6b.

Europees beoordelingsdocument:

Europese technische beoordeling:

Technische beoordelingsinstantie:

Aangemelde instantie(s):

7.

Aangegeven prestatie(s):

8.

Geëigende technische documentatie en/of specifieke technische documentatie:

De prestaties van het hierboven omschreven product zijn conform de aangegeven prestaties. Deze prestatieverklaring wordt in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 305/2011 onder de exclusieve verantwoordelijkheid van de hierboven vermelde fabrikant verstrekt.

Ondertekend voor en namens de fabrikant door:

 

[naam]

 

Te [plaats] op [datum van afgifte]

 

[handtekening]

Instructies voor het opstellen van een prestatieverklaring

1.   ALGEMEEN

Deze instructies zijn bedoeld ter ondersteuning van fabrikanten bij het opstellen van een prestatieverklaring in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 305/2011 volgens het model in deze bijlage (hierna „het model” genoemd).

Deze instructies maken geen deel uit van de door de fabrikanten verstrekte prestatieverklaringen en moeten niet bij deze prestatieverklaringen worden gevoegd.

Bij het opstellen van een prestatieverklaring moet de fabrikant:

1.

de teksten en koppen uit het model overnemen die niet tussen vierkante haken staan;

2.

de lege tekstvakken en vierkante haken vervangen door de benodigde informatie.

Fabrikanten mogen in de prestatieverklaring ook verwijzen naar de website waar de kopie van de prestatieverklaring ter beschikking wordt gesteld in overeenstemming met artikel 7, lid 3, van Verordening (EU) nr. 305/2011. Dit kan na punt 8 of onder een ander punt worden opgenomen, zolang het de leesbaarheid en duidelijkheid van de verplichte informatie niet schaadt.

2.   FLEXIBILITEIT

Op voorwaarde dat de verplichte informatie op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 305/2011 bij het opstellen van een prestatieverklaring op duidelijke, volledige en coherente wijze wordt verstrekt, is het mogelijk om:

1.

een andere opmaak dan in het model aan te houden;

2.

punten in het model samen te voegen en deze gebundeld te presenteren;

3.

de punten in het model in een andere volgorde te presenteren of gebruik te maken van één of meer tabellen;

4.

punten die niet relevant zijn voor het product waar een prestatieverklaring voor wordt opgesteld, weg te laten. Dit is bijvoorbeeld het geval omdat de prestatieverklaring gebaseerd is op hetzij een geharmoniseerde norm, hetzij een voor het product afgegeven Europese technische beoordeling, waardoor de andere optie niet van toepassing is. Deze weglatingen gelden ook met betrekking tot de punten inzake de gemachtigde of het gebruik van de geëigende technische documentatie en de specifieke technische documentatie;

5.

de punten ongenummerd in te dienen.

Als een fabrikant één enkele prestatieverklaring voor verschillende producttypen wil indienen, moeten minimaal de volgende onderdelen voor iedere productvariant apart en duidelijk worden vermeld: het nummer van de prestatieverklaring, de identificatiecode onder punt 1 en de aangegeven prestatie(s) onder punt 7.

3.   INSTRUCTIES VOOR HET INVULLEN VAN HET FORMULIER

Punt in het model

Instructie

Nummer van de prestatieverklaring

Dit betreft het referentienummer van de prestatieverklaring als bedoeld in artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 305/2011.

De fabrikant kan dit nummer zelf bepalen.

Dit mag hetzelfde nummer zijn als de unieke identificatiecode van het producttype vermeld onder punt 1 in het model.

Punt 1

Vermeld de unieke identificatiecode van het producttype waarnaar wordt verwezen in artikel 6, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 305/2011.

In artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 305/2011 wordt de unieke identificatiecode die door de fabrikant is vastgesteld en die volgt op de CE-markering, gekoppeld aan het producttype en daarmee aan de reeks prestatieniveaus en -klassen van een bouwproduct, zoals naar voren komt uit de hiervoor opgestelde prestatieverklaring. Bovendien is het voor de ontvangers van bouwproducten en in het bijzonder voor hun eindgebruikers noodzakelijk om deze reeks prestatieniveaus en -klassen voor ieder willekeurig product te kunnen vaststellen. Daarom moet ieder bouwproduct waar een prestatieverklaring voor is opgesteld door zijn fabrikant zijn gekoppeld aan het respectieve producttype en een bepaalde reeks van prestatieniveaus en -klassen aan de hand van de unieke identificatiecode, die tevens als referentie dient zoals vermeld in artikel 6, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 305/2011.

Punt 2

Vermeld, indien van toepassing, de beoogde gebruiken van het bouwproduct, overeenkomstig de toepasselijke geharmoniseerde technische specificatie, zoals door de fabrikant bepaald.

Punt 3

Vermeld naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerd handelsmerk en contactadres van de fabrikant, zoals voorgeschreven in artikel 11, lid 5, van Verordening (EU) nr. 305/2011.

Punt 4

Dit punt hoeft alleen maar toegevoegd en ingevuld te worden indien er een gemachtigde is toegewezen. Vermeld in dat geval naam en contactadres van de gemachtigde wiens mandaat geldt voor de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) nr. 305/2011 vermelde taken.

Punt 5

Vermeld het nummer van het systeem of de systemen voor de beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid van het bouwproduct zoals vermeld in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 305/2011. Wanneer er sprake is van meerdere systemen, vermeld dan ieder systeem afzonderlijk.

Punt 6a en 6b

Aangezien een fabrikant een prestatieverklaring alleen kan opstellen op basis van hetzij een geharmoniseerde norm, hetzij een voor het product afgegeven Europese technische beoordeling, moeten deze twee opties onder punt 6a en 6b als alternatief worden gezien, waarvan er slechts één in de prestatieverklaring wordt opgenomen en ingevuld.

Indien punt 6a van toepassing is en de prestatieverklaring dus gebaseerd is op een geharmoniseerde norm, vermeld dan alle onderstaande informatie:

a)

referentienummer en datum van afgifte (referentiedatum) van de geharmoniseerde norm, en

b)

identificatienummer van de aangemelde instantie(s).

De naam van de aangemelde instantie(s) moet in de originele taal worden vermeld en dient niet vertaald te worden.

Indien punt 6b van toepassing is en de prestatieverklaring dus gebaseerd is op een voor het product afgegeven Europese technische beoordeling, vermeld dan alle onderstaande informatie:

a)

nummer en datum van afgifte van het Europees beoordelingsdocument;

b)

nummer en datum van afgifte van de Europese technische beoordeling;

c)

naam van de technische beoordelingsinstantie, en

d)

identificatienummer van de aangemelde instantie(s).

Punt 7

Dit punt van de prestatieverklaring moet de volgende informatie bevatten:

a)

de lijst van essentiële kenmerken die voor het/de onder punt 2 aangegeven beoogde gebruik(en) in de geharmoniseerde technische specificatie zijn bepaald, en

b)

de aangegeven prestatie voor elk essentieel kenmerk vermeld in niveaus, klassen of in een beschrijving met betrekking tot deze kenmerken. Voor kenmerken waar geen prestatie voor is aangegeven, moeten de letters „NPD” (No Performance Determined — geen prestatie bepaald) worden vermeld.

Onder dit punt kan een tabel worden ingevoerd waarin de verbanden worden aangegeven tussen de geharmoniseerde technische specificaties en de systemen voor beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid die respectievelijk op ieder essentieel kenmerk van het product worden toegepast, alsook de prestatie van ieder essentieel kenmerk.

De prestatie moet op duidelijke en expliciete wijze worden aangegeven. Daarom mag de prestatie in de prestatieverklaring niet worden beschreven door uitsluitend een berekeningsformule op te nemen die door de ontvangers dient te worden toegepast. Voorts moeten de in de referentiedocumenten aangegeven prestatieniveaus of -klassen in de eigenlijke prestatieverklaring worden weergegeven; deze mogen in de prestatieverklaring bijgevolg niet uitsluitend worden weergegeven door simpele verwijzingen naar die documenten.

De prestatie, met name wat het structureel gedrag van een bouwproduct betreft, mag echter worden uitgedrukt door te verwijzen naar de respectieve productdocumenten of de berekeningen voor het structureel ontwerp. In dit geval moeten de desbetreffende documenten bij de prestatieverklaring worden gevoegd.

Punt 8

Dit punt hoeft slechts toegevoegd en ingevuld te worden als er geëigende technische documentatie en/of specifieke technische documentatie is gebruikt overeenkomstig de artikelen 36 tot en met 38 van Verordening (EU) nr. 305/2011 om de eisen aan te geven waaraan het product voldoet.

In dat geval moet de prestatieverklaring onder dit punt de volgende informatie bevatten:

a)

het referentienummer van de gebruikte specifieke of geëigende technische documentatie, en

b)

de eisen waaraan het product voldoet.

Handtekening

Vervang de tekstvakken tussen de vierkante haken met de gevraagde informatie en een handtekening.”