14.11.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/43


VERORDENING (EU) Nr. 1029/2012 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 25 oktober 2012

tot invoering, als noodmaatregel, van autonome handelspreferenties voor Pakistan

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De betrekkingen tussen de Europese Unie (hierna „de Unie”) en de Islamitische Republiek Pakistan (hierna „Pakistan”) zijn gebaseerd op de samenwerkingsovereenkomst die op 1 september 2004 in werking is getreden (2). Een van de belangrijkste doelstellingen daarvan is het scheppen van de voorwaarden voor, en het bevorderen van, de toename en ontwikkeling van de wederzijdse handel tussen de partijen bij de samenwerkingsovereenkomst. Eerbiediging van de mensenrechten, waaronder ook de belangrijkste arbeidsrechten, en de democratische beginselen zijn eveneens een essentieel element van deze overeenkomst.

(2)

In juli en augustus 2010 zijn na zware moessonregens grote delen van Pakistan getroffen door verwoestende overstromingen, waaronder de regio's Baluchistan, Khyber Pakhtunkhwa, Punjab, Sindh en Gilgit-Baltistan. Volgens de Verenigde Naties zijn ongeveer 20 miljoen mensen en 20 % van het grondgebied van Pakistan (gelijkstaand aan 160 000 km2) door de overstromingen getroffen en hebben 12 miljoen mensen dringend behoefte aan humanitaire hulp.

(3)

Humanitaire hulp is uiteraard het belangrijkste middel in een dergelijke situatie en de Unie heeft op dit punt het voortouw genomen sinds het begin van deze noodsituatie, door meer dan 423 miljoen EUR noodhulp aan Pakistan toe te kennen.

(4)

Het is belangrijk alle beschikbare middelen in te zetten om Pakistan te helpen zich van deze ramp te herstellen, waaronder de voorgestelde buitengewone handelsmaatregelen ter bevordering van de Pakistaanse export om zo de toekomstige ontwikkeling van het land te ondersteunen, waarbij gezorgd moet worden voor consistentie en coherentie op alle niveaus met het oog op de ontwikkeling van een duurzame strategie voor de lange termijn.

(5)

De ernst van deze natuurramp vraagt om een onmiddellijke en wezenlijke reactie, waarbij rekening wordt gehouden met het geostrategische belang van het partnerschap van Pakistan met de Unie, vooral door de sleutelrol die Pakistan speelt bij de bestrijding van het terrorisme, en waarmee tevens een bijdrage wordt geleverd aan de algemene ontwikkeling, veiligheid en stabiliteit in de regio.

(6)

De gevolgen van de autonome handelspreferenties moeten concreet kunnen worden afgemeten aan het scheppen van nieuwe banen, de uitbanning van de armoede en de duurzame ontwikkeling van de beroepsbevolking en de armen in Pakistan.

(7)

De Europese Raad heeft op 16 september 2010 in een aan zijn conclusies gehechte verklaring over Pakistan besloten de ministers opdracht te geven met spoed overeenstemming te bereiken over een breed pakket maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn om Pakistan te helpen bij het herstel en zijn toekomstige ontwikkeling; dit betreft onder meer ambitieuze maatregelen die van wezenlijk belang zijn voor het economisch herstel en de economische groei.

(8)

De Europese Raad heeft in dit verband met name benadrukt dat hij het vaste voornemen heeft uitsluitend Pakistan een grotere toegang tot de markt van de Unie te verlenen door een onmiddellijke en in de tijd beperkte verlaging van de rechten op belangrijke invoerproducten uit Pakistan. Tegen de achtergrond van deze verklaring heeft de Commissie een pakket van 75 specifieke tarieflijnen voorgesteld die betrekking hebben op de kernsectoren van de Pakistaanse export in de gebieden die het zwaarst door de overstromingen zijn getroffen, en zij stelt daarbij dat een toename van de Pakistaanse export naar de Unie met minstens 100 miljoen EUR per jaar feitelijke, wezenlijke en waardevolle steun voor de regio zou betekenen.

(9)

Bij de handel van Pakistan met de Unie gaat het vooral om textiel en kleding: producten die in 2009 goed waren voor 73,7 % van de Pakistaanse export naar de Unie. Pakistan exporteert ook ethanol en leer, producten die net als textiel en kleding gevoelig liggen in bepaalde lidstaten waar de effecten van de mondiale crisis op banen in deze sector al in uiteenlopende mate voelbaar zijn. Deze bedrijfstakken hebben moeite zich aan het nieuwe mondiale handelsklimaat aan te passen.

(10)

De textielsector is cruciaal voor de Pakistaanse economie aangezien deze 8,5 % van het bruto binnenlandse product en 38 % van de beroepsbevolking vertegenwoordigt, waarvan ongeveer de helft uit vrouwen bestaat.

(11)

Gezien de beproevingen die de Pakistaanse bevolking als gevolg van de verwoestende overstromingen moet doorstaan, is het passend Pakistan uitzonderlijke autonome handelspreferenties te verlenen door voor een beperkte periode alle tarieven te schorsen voor bepaalde producten waarvan de uitvoer voor Pakistan van belang is. Het verlenen van dergelijke handelspreferenties mag slechts beperkte negatieve effecten voor de binnenlandse markt van de Unie hebben en mag geen negatieve gevolgen hebben voor de minst ontwikkelde leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

(12)

Die maatregelen worden voorgesteld in het kader van een uitzonderlijk pakket, naar aanleiding van de specifieke situatie in Pakistan. Onder geen beding mogen zij als precedent dienen voor het handelsbeleid van de Unie met andere landen.

(13)

De autonome handelspreferenties zullen worden verleend in de vorm van een vrijstelling van douanerechten bij invoer in de Unie of van tariefcontingenten.

(14)

Aan het recht om gebruik te maken van de uitzonderlijke autonome handelspreferenties wordt de voorwaarde verbonden dat Pakistan voldoet aan de desbetreffende regels inzake de oorsprong van producten en de daarmee samenhangende procedures en zich verbindt tot een doeltreffende administratieve samenwerking met de Unie om elk risico op fraude te voorkomen. Ernstige, systematische schendingen van de voorwaarden voor een preferentiële regeling, fraude of een gebrekkige administratieve samenwerking bij de controle op de oorsprong van goederen moeten redenen zijn om de preferenties tijdelijk te schorsen.

(15)

Voor de omschrijving van het begrip producten van oorsprong, de certificering van de oorsprong en de procedures voor administratieve samenwerking geldt deel I, titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 1 en afdeling 1 bis, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautaire douanewetboek (3), met uitzondering van artikelen 68 tot en met 71, 90 tot en met 97 decies en 97 undecies, lid 2, van deze afdelingen. Wat de cumulatie van de oorsprong betreft, mag echter uitsluitend het gebruik van materialen van oorsprong uit de Unie voor dergelijke doeleinden worden toegestaan. Regionale en andere vormen van cumulatie, met uitzondering van die met materialen van oorsprong uit de Unie, mogen niet worden toegepast bij de vaststelling van de oorsprongsstatus van producten die vallen onder de autonome handelspreferenties zoals vastgesteld op grond van deze verordening, om te garanderen dat voldoende verwerking in Pakistan plaatsvindt.

(16)

Voor de uitbreiding van autonome handelspreferenties naar Pakistan is een ontheffing van de verplichtingen uit hoofde van de artikelen I en XIII van de GATT 1994 overeenkomstig artikel IX van de Overeenkomst tot oprichting van de WTO nodig. Op 14 februari 2012 heeft de Algemene Raad van de WTO een dergelijke ontheffing toegekend.

(17)

Om een onmiddellijk en blijvend effect op het economische herstel van Pakistan na de overstromingen te garanderen en in overeenstemming met de ontheffing van de WTO, is het raadzaam de duur van de autonome handelspreferenties te beperken tot 31 december 2013.

(18)

Ten einde snel te kunnen reageren en de integriteit en de ordelijke werking van de autonome handelspreferenties voor Pakistan zeker te stellen, en om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening voor wat betreft tijdelijke schorsing wegens niet-naleving van de aan de douane gerelateerde procedures en verplichtingen, wegens ernstige en systematische schendingen van de fundamentele beginselen van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat door Pakistan, of wegens schending door Pakistan van de verplichting om zich vanaf 1 juli 2012 te onthouden van het instellen van nieuwe, of het verhogen van bestaande uitvoerrechten of heffingen met gelijke werking, of enige andere beperking of verbod op de uitvoer of verkoop voor uitvoer van grondstoffen die gebruikt worden voor de productie van de producten die onder deze verordening vallen, moeten aan de Commissie bevoegdheden worden toegekend om onmiddellijk toepasbare uitvoeringshandelingen vast te stellen, indien dit om dwingende redenen van urgentie vereist is. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (4).

(19)

Teneinde de nodige technische aanpassingen aan te brengen in de lijst van goederen waarop de autonome handelspreferenties van toepassing zijn en producten te verwijderen uit het toepassingsgebied van deze verordening wanneer de onder deze verordening vallende importvolumes bepaalde niveaus overschrijden, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van bijlagen I en II door deze aan te passen aan de wijzigingen in de gecombineerde nomenclatuur en producten te verwijderen uit het toepassingsgebied van deze verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en de opstelling van gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig, gelijktijdig en op passende wijze aan het Europees Parlement en aan de Raad worden toegezonden.

(20)

Met het oog op de snelle aanpak van de beduidend toegenomen import van de producten die ontheven zijn van invoerrechten als ze naar de Unie worden geïmporteerd en die een nadelig effect kunnen hebben op producenten in de Unie, moet de Commissie gedelegeerde handelingen vaststellen waarmee producten in het kader van de spoedprocedure worden verwijderd uit het toepassingsgebied van deze verordening.

(21)

Uiterlijk twee jaar na het verstrijken van deze verordening moet de Commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad een verslag indienen over de effecten van deze autonome handelspreferenties. Dat verslag moet een gedetailleerde analyse bevatten over de effecten van deze preferenties op de economie van Pakistan en hun impact op de handel, de inkomsten van de Unie uit tarieven en de economie en de banen van de Unie. In haar verslag moet de Commissie vooral stilstaan bij de gevolgen van de autonome handelspreferenties voor het scheppen van nieuwe banen, de bestrijding van de armoede en de duurzame ontwikkeling van de beroepsbevolking en de armen in Pakistan.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Preferentiële regelingen

1.   De in bijlage I vermelde producten van oorsprong uit Pakistan zijn bij invoer in de Unie vrijgesteld van douanerechten.

2.   Voor de in bijlage II vermelde producten van oorsprong uit Pakistan gelden bij invoer in de Unie de bijzondere bepalingen in artikel 3.

Artikel 2

Voorwaarden voor de preferentiële regelingen

1.   Het recht op de in artikel 1 bedoelde preferentiële regelingen is afhankelijk van de volgende voorwaarden:

a)

naleving van de regels inzake de oorsprong van producten en de daarmee samenhangende procedures bedoeld in deel I, titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 1 en afdeling 1 bis, onderafdelingen 1 en 2, van Verordening (EEG) nr. 2454/93, met uitzondering van artikelen 68 tot en met 71, 90 tot en met 97 decies en artikel 97 undecies, lid 2, van die afdelingen. Wat betreft de cumulatie van de oorsprong met als doel de oorsprongsstatus vast te stellen van de producten die onder de in artikel 1 van deze verordening bedoelde regelingen vallen, is echter alleen cumulatie met materialen van oorsprong uit de Unie toegestaan. Regionale cumulatie en andere vormen van cumulatie, met uitzondering van cumulatie met materialen van oorsprong uit de Unie, zijn niet toegestaan;

b)

naleving van de methoden voor administratieve samenwerking bedoeld in deel I, titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 1, onderafdeling 3, van Verordening (EEG) nr. 2454/93;

c)

Pakistan begaat geen ernstige en systematische schendingen van de mensenrechten, inclusief de belangrijkste arbeidsrechten, de fundamentele beginselen van de democratie en de rechtsstaat;

d)

Pakistan onthoudt zich met ingang van 1 juli 2012 van het instellen van nieuwe of het verhogen van bestaande exportrechten of heffingen met gelijke werking of enige andere beperking of verbod op de uitvoer of verkoop voor uitvoer van grondstoffen die hoofdzakelijk gebruikt worden voor de vervaardiging van de producten die onder deze preferentiële regelingen vallen en bestemd zijn voor het grondgebied van de Unie.

2.   Certificaten van oorsprong, „formulier A”, die de door de bevoegde autoriteiten van Pakistan uit hoofde van deze verordening worden afgegeven, zijn voorzien in vak 4 van de volgende aantekening: „Autonomous measure — Regulation (EU) No 1029/2012 (5)” („Autonome maatregel — Verordening (EU) nr. 1029/2012”).

Artikel 3

Tariefcontingenten

1.   De in bijlage II vermelde producten zijn bij invoer in de Unie binnen de grenzen van de tariefcontingenten van de Unie, zoals uiteengezet in die bijlage, vrijgesteld van douanerechten.

2.   De in lid 1 bedoelde en in bijlage II vermelde tariefcontingenten worden beheerd door de Commissie overeenkomstig de artikelen 308 bis, 308 ter en 308 quater van Verordening (EEG) nr. 2454/93.

Artikel 4

Verwijdering van producten uit het toepassingsgebied van deze verordening

1.   Indien in het kalenderjaar 2012 of 2013 de omvang van de invoer op grond van de invoergegevens van de douane van een uit Pakistan afkomstig product uit bijlage I met 25 % of meer toeneemt in vergelijking met het gemiddelde van de jaren 2009-2011, wordt het product in kwestie voor het resterende gedeelte van dat jaar verwijderd uit het toepassingsgebied van deze verordening. Voor de toepassing van dit lid is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 6 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde bijlage I te wijzigen zodat het product in kwestie voor het resterende gedeelte van dat jaar wordt verwijderd uit het toepassingsgebied van deze verordening.

2.   Na de inwerkingtreding van de gedelegeerde handeling worden op de invoer van het in lid 1 bedoelde product de rechten voor „meest begunstigde naties” of andere geldende rechten toegepast.

Artikel 5

Technische aanpassingen in de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 6 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde de bijlagen bij deze verordening te wijzigen om de wijzigingen en technische aanpassingen te integreren die nodig zijn geworden door de wijzigingen van zowel de gecombineerde nomenclatuur als de Taric-onderverdelingen.

Artikel 6

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om de in de artikelen 4 en 5 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend overeenkomstig de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in de artikelen 4 en 5 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor de geldigheidsduur van deze verordening.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 4 en 5 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.   Een overeenkomstig de artikelen 4 en 5 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 7

Spoedprocedure

1.   Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen gebruik wordt gemaakt van de spoedprocedure.

2.   Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 6, lid 5, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onverwijld in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

Artikel 8

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité Douanewetboek dat is ingesteld bij de artikelen 247 bis, lid 1, en 248 bis, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (6). Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. Dat comité kan elke kwestie in verband met de toepassing van deze verordening onderzoeken, die door de Commissie of op verzoek van een lidstaat aan de orde wordt gesteld.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 daarvan, van toepassing.

Artikel 9

Tijdelijke schorsing

1.   Indien de Commissie oordeelt dat er voldoende bewijs is dat de in artikel 2 vastgelegde voorwaarden niet worden nageleefd, kan zij, om een antwoord te bieden aan deze urgentie, door middel van onmiddellijk toepasbare uitvoeringshandelingen de in deze verordening bedoelde preferentiële regelingen geheel of ten dele schorsen voor een periode van niet meer dan zes maanden, mits zij vooraf:

a)

het Comité als bedoeld in artikel 8, lid 1, heeft ingelicht;

b)

de lidstaten heeft verzocht de nodige conservatoire maatregelen te nemen om de financiële belangen van de Unie veilig te stellen of Pakistan ertoe te brengen artikel 2 na te leven;

c)

in het Publicatieblad van de Europese Unie heeft aangekondigd dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de toepassing van de preferentiële regelingen of de naleving van artikel 2 door Pakistan, hetgeen afbreuk kan doen aan zijn rechten om gebruik te blijven maken van de bij deze verordening toegekende voordelen;

d)

Pakistan in kennis heeft gesteld van elk overeenkomstig dit lid genomen besluit voordat dit van kracht wordt.

2.   Aan het einde van de periode van tijdelijke schorsing besluit de Commissie door middel van uitvoeringsbesluiten de schorsing te beëindigen of de toepassingsperiode ervan te verlengen.

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

4.   De lidstaten delen de Commissie alle ter zake dienende informatie mee die de tijdelijke schorsing van preferentiële regelingen of de verlenging daarvan kan rechtvaardigen.

Artikel 10

Verslag

De Commissie dient uiterlijk 31 december 2015 bij het Europees Parlement en bij de Raad een verslag in over de uitvoering en de effecten ervan.

Artikel 11

Inwerkingtreding en toepassing

1.   Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Zij is van toepassing van de datum van inwerkingtreding van deze verordening tot en met 31 december 2013.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 25 oktober 2012.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

A. D. MAVROYIANNIS


(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 13 september 2012 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 4 oktober 2012.

(2)  Besluit 2004/870/EG van de Raad van 29 april 2004 betreffende de sluiting van de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Islamitische Republiek Pakistan (PB L 378 van 23.12.2004, blz. 22).

(3)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.

(4)  PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

(5)  PB L 316 van 14.11.2012, blz. 43.

(6)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.


BIJLAGE I

PRODUCTEN DIE WORDEN VRIJGESTELD VAN DOUANERECHTEN

De producten waarop de maatregelen worden toegepast, worden aangeduid met hun achtcijferige GN-code. De omschrijving van deze codes is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1). De omschrijving van de GN-codes wordt slechts ter informatie vermeld.

GN-code

Omschrijving

0712 39 00

Gedroogde paddenstoelen en truffels, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid, andere dan paddenstoelen van het geslacht agaricus, judasoren (auricularia spp.) en trilzwammen (tremella spp.)

5205 12 00

Eendraadsgarens van niet-gekamde katoenvezels, van minder dan 714,29 doch niet minder dan 232,56 decitex (meer dan 14 Nm doch niet meer dan 43 Nm) per enkelvoudige draad, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, niet opgemaakt voor de verkoop in het klein

5205 22 00

Eendraadsgarens van gekamde katoenvezels, van minder dan 714,29 doch niet minder dan 232,56 decitex (meer dan 14 Nm doch niet meer dan 43 Nm) per enkelvoudige draad, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, niet opgemaakt voor de verkoop in het klein

5205 32 00

Getwijnde of gekabelde garens van niet-gekamde katoenvezels, van minder dan 714,29 doch niet minder dan 232,56 decitex (meer dan 14 Nm doch niet meer dan 43 Nm per enkelvoudige draad) per enkelvoudige draad, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, niet opgemaakt voor de verkoop in het klein

5205 42 00

Getwijnde of gekabelde garens van gekamde katoenvezels, van minder dan 714,29 doch niet minder dan 232,56 decitex (meer dan 14 Nm doch niet meer dan 43 Nm per enkelvoudige draad) per enkelvoudige draad, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, niet opgemaakt voor de verkoop in het klein

5208 11 90

Weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met een gewicht van niet meer dan 100 g/m2, met platbinding, ongebleekt, andere dan verbandgaas

5208 12 16

Weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met een gewicht van meer dan 100 g/m2 doch niet meer dan 130 g/m2 en met een breedte van niet meer dan 165 cm, met platbinding, ongebleekt

5208 12 19

Weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met een gewicht van meer dan 100 g/m2 doch niet meer dan 130 g/m2 en met een breedte van meer dan 165 cm, met platbinding, ongebleekt

5208 13 00

Weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen, ongebleekt

5208 19 00

Andere weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, ongebleekt

5208 21 90

Weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met een gewicht van niet meer dan 100 g/m2, met platbinding, gebleekt, andere dan verbandgaas

5208 22 19

Weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met een gewicht van meer dan 100 g/m2 doch niet meer dan 130 g/m2 en met een breedte van meer dan 165 cm, met platbinding, gebleekt

5208 22 96

Weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met een gewicht van meer dan 130 g/m2 en met een breedte van niet meer dan 165 cm, met platbinding, gebleekt

5208 29 00

Andere weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, gebleekt

5208 51 00

Weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met een gewicht van niet meer dan 100 g/m2, met platbinding, bedrukt

5208 52 00

Weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met een gewicht van meer dan 200 g/m2, met platbinding, bedrukt

5208 59 90

andere weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, bedrukt

5209 11 00

Weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met een gewicht van meer dan 200 g/m2, met platbinding, ongebleekt

5209 12 00

Weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met een gewicht van meer dan 200 g/m2, met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen, ongebleekt

5209 19 00

Andere weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, ongebleekt

5209 22 00

Weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met een gewicht van meer dan 200 g/m2, met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen, gebleekt

5209 29 00

Andere weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, gebleekt

5209 32 00

Weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met een gewicht van meer dan 200 g/m2, met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen, geverfd

5211 12 00

Weefsels bevattende minder dan 85 gewichtspercenten katoen, enkel of hoofdzakelijk met synthetische of kunstmatige vezels gemengd, met een gewicht van meer dan 200 g/m2, met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen, ongebleekt

5407 81 00

Weefsels van garens, bevattende minder dan 85 gewichtspercenten synthetische filamenten, weefsels vervaardigd van synthetische monofilamenten van 67 decitex of meer en waarvan de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede niet meer bedraagt dan 1 mm daaronder begrepen, enkel of hoofdzakelijk met katoen gemengd, ongebleekt of gebleekt

5407 82 00

Weefsels van garens, bevattende minder dan 85 gewichtspercenten synthetische filamenten, weefsels vervaardigd van synthetische monofilamenten van 67 decitex of meer en waarvan de grootste afmeting van de dwarsdoorsnede niet meer bedraagt dan 1 mm daaronder begrepen, enkel of hoofdzakelijk met katoen gemengd, geverfd

5513 11 20

Weefsels van stapelvezels van polyesters, bevattende minder dan 85 gewichtspercenten van deze vezels, enkel of hoofdzakelijk met katoen gemengd, met een gewicht van niet meer dan 170 g/m2 en met een breedte van niet meer dan 165 cm, met platbinding, ongebleekt of gebleekt

5513 21 00

Weefsels van stapelvezels van polyesters, bevattende minder dan 85 gewichtspercenten van deze vezels, enkel of hoofdzakelijk met katoen gemengd, met een gewicht van niet meer dan 170 g/m2, met platbinding, geverfd

5513 41 00

Weefsels van stapelvezels van polyesters, bevattende minder dan 85 gewichtspercenten van deze vezels, enkel of hoofdzakelijk met katoen gemengd, met een gewicht van niet meer dan 170 g/m2, bedrukt

6101 20 90

Anoraks, blousons en dergelijke artikelen, van brei- of haakwerk van katoen, voor heren of voor jongens

6112 12 00

Trainingspakken, van brei- of haakwerk van synthetische vezels

6116 10 20

Vingerhandschoenen van brei- of haakwerk, geïmpregneerd, bekleed of bedekt met rubber

6116 10 80

Handschoenen zonder vingers en wanten, van brei- of haakwerk, geïmpregneerd, bekleed of bedekt met rubber of met kunststof, alsmede vingerhandschoenen, van brei- of haakwerk, geïmpregneerd, bekleed of bedekt met kunststof

6116 92 00

Handschoenen (met of zonder vingers) en wanten, van brei- of haakwerk van katoen

6116 93 00

Handschoenen (met of zonder vingers) en wanten, van brei- of haakwerk van synthetische vezels

6201 93 00

Anoraks, blousons en dergelijke artikelen, van synthetische of kunstmatige vezels, voor heren of voor jongens

6203 43 19

Lange broeken en dergelijke, van synthetische vezels, andere dan werk- en bedrijfskleding, voor heren of voor jongens

6204 22 80

Ensembles van katoen, andere dan werk- en bedrijfskleding, voor dames of voor meisjes

6204 62 90

Korte broeken van katoen, voor dames of voor meisjes

6207 91 00

Onderhemden, badjassen, kamerjassen en dergelijke artikelen, van katoen, voor heren of voor jongens

6208 91 00

Onderhemden, slips, negligés, badjassen, kamerjassen en dergelijke artikelen, van katoen, voor dames of voor meisjes

6211 43 10

Schorten, stofjassen en andere werk- en bedrijfskleding, van synthetische of kunstmatige vezels, voor dames of voor meisjes

6216 00 00

Handschoenen (met of zonder vingers) en wanten

6303 91 00

Vitrages, gordijnen en rolgordijnen, bed- en gordijnvalletjes daaronder begrepen, van katoen, andere dan die van brei- of haakwerk

6303 92 90

Vitrages, gordijnen en rolgordijnen, bed- en gordijnvalletjes daaronder begrepen, van synthetische vezels, andere dan die van gebonden textielvlies of van brei- of haakwerk

6303 99 90

Vitrages, gordijnen en rolgordijnen, bed- en gordijnvalletjes daaronder begrepen, niet van katoen of van synthetische vezels, andere dan die van gebonden textielvlies of van brei- of haakwerk

6304 92 00

Andere artikelen voor stoffering, van katoen, andere dan die van brei- of haakwerk

6307 10 90

Dweilen, vaatdoeken, stofdoeken, poetsdoeken en dergelijke, andere dan die van brei- of haakwerk of van gebonden textielvlies

6307 90 99

Andere geconfectioneerde artikelen van textiel, patronen voor kleding daaronder begrepen, andere dan die van brei- of haakwerk of van vilt


(1)  PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1.


BIJLAGE II

PRODUCT DAT ONDERWORPEN IS AAN DE IN ARTIKEL 3 BEDOELDE JAARLIJKSE RECHTENVRIJE TARIEFCONTINGENTEN

De producten waarop de maatregelen worden toegepast, worden aangeduid met hun achtcijferige GN-code. De omschrijving van deze codes is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87. De omschrijving van de GN-codes wordt slechts ter informatie vermeld.

Volgnr.

GN-code

Omschrijving

Vanaf de inwerkingtreding tot het einde van 2012

1.1.2013 tot en met 31.12.2013

09.2401

2207 10 00

Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcohol-volumegehalte van ≥ 80 %

18 750 ton

75 000 ton

09.2409

4107 92 10

Leder dat na het looien of het drogen verder is bewerkt, van runderen (buffels daaronder begrepen), gesplit met de nerfkant, onthaard, ander dan gehele huiden en vellen

89 ton

356 ton

09.2410

4107 99 10

Leder dat na het looien of het drogen verder is bewerkt, van runderen (buffels daaronder begrepen), onthaard, ander dan gehele huiden en vellen, niet-gesplit leder met natuurlijke nerf en gesplit leder met de nerfkant

90,25 ton

361 ton

09.2411

4203 21 00

Handschoenen (met of zonder vingers) en wanten, van leder of van kunstleder, speciaal ontworpen voor sportbeoefening

361,75 ton

1 447 ton

09.2412

4203 29 10

Handschoenen (met of zonder vingers) en wanten, van leder of van kunstleder, voor bescherming, ongeacht voor welk ambacht of voor welk bedrijf, andere dan die welke speciaal zijn ontworpen voor sportbeoefening

1 566,5 ton

6 266 ton

09.2413

ex 4203 29 90

Handschoenen (met of zonder vingers) en wanten, van leder of van kunstleder, voor heren en jongens, andere dan die welke speciaal zijn ontworpen voor sportbeoefening en die voor bescherming, ongeacht voor welk ambacht of welk bedrijf

62,75 ton

251 ton

09.2414

ex 4203 29 90

Handschoenen (met of zonder vingers) en wanten, van leder of van kunstleder, andere dan die welke speciaal zijn ontworpen voor sportbeoefening, die voor bescherming, ongeacht voor welk ambacht of welk bedrijf, en die voor heren en jongens

135,5 ton

542 ton

09.2415

5205 23 00

Eendraadsgarens van gekamde katoenvezels, van minder dan 232,56 doch niet minder dan 192,31 decitex (meer dan 43 doch niet meer dan 52 Nm), bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, niet opgemaakt voor de verkoop in het klein

1 790 ton

7 160 ton

09.2416

5205 24 00

Eendraadsgarens van gekamde katoenvezels, van minder dan 192,31 doch niet minder dan 125 decitex (meer dan 52 doch niet meer dan 80 Nm), bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, niet opgemaakt voor de verkoop in het klein

1 276,25 ton

5 105 ton

09.2417

5208 39 00

Andere weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, geverfd

421,25 ton

1 685 ton

09.2418

5209 39 00

Andere weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met een gewicht van meer dan 200 g/m2, geverfd

689,25 ton

2 757 ton

09.2419

5509 53 00

Garens (andere dan naaigarens) van stapelvezels van polyesters, enkel of hoofdzakelijk met katoen gemengd, niet opgemaakt voor de verkoop in het klein

3 061 ton

12 244 ton

09.2420

6103 32 00

Colbertjassen, blazers en dergelijke, van brei- of haakwerk van katoen, voor heren of voor jongens

249,75 ton

999 ton

09.2421

6103 42 00

Lange broeken, zogenaamde amerikaanse overalls en korte broeken, andere dan zwembroeken, van brei- of haakwerk van katoen, voor heren of voor jongens

568,75 ton

2 275 ton

09.2422

6107 21 00

Nachthemden en pyjama's, van brei- of haakwerk van katoen, voor heren of voor jongens

167,5 ton

670 ton

09.2423

6108 31 00

Nachthemden en pyjama's, van brei- of haakwerk van katoen, voor dames of voor meisjes

374,5 ton

1 498 ton

09.2424

6109 90 20

T-shirts, borstrokken en onderhemden, van brei- of haakwerk van wol, van fijn haar of van synthetische of kunstmatige vezels

297,5 ton

1 190 ton

09.2425

6111 20 90

Kleding en kledingtoebehoren, voor baby's, van brei- of haakwerk van katoen, andere dan handschoenen (met of zonder vingers) en wanten

153,5 ton

614 ton

09.2426

6115 95 00

Kousenbroeken, kousen, kniekousen, sokken en dergelijke artikelen, van brei- of haakwerk van katoen (m.u.v. die met degressieve compressie, kousenbroeken en dameskousen en -kniekousen, van minder dan 67 decitex per enkelvoudige draad)

2 263 ton

9 052 ton

09.2427

6204 62 31

Lange broeken van denim, andere dan werk- en bedrijfskleding, voor dames of voor meisjes

1 892,75 ton

7 571 ton

09.2428

6211 42 90

Kleding van katoen, voor dames of voor meisjes

96,5 ton

386 ton

09.2429

6302 60 00

Huishoudlinnen van lussenstof van katoen

9 602 ton

38 408 ton

09.2430

6302 91 00

Huishoudlinnen van katoen, ander dan van lussenstof

2 499,25 ton

9 997 ton

09.2431

6403 99 93

Schoeisel met buitenzool van rubber, van kunststof of van kunstleder en met bovendeel van leder, met een binnenzoollengte van 24 cm of meer, niet de enkel bedekkend of met houten basis, niet voorzien van een binnenzool, dat niet als heren- of damesschoeisel kan worden onderkend, ander dan sportschoeisel, schoeisel met beschermende metalen neus, schoeisel waarvan het voorblad is uitgesneden of uit riempjes bestaat en pantoffels

60,5 ton

242 ton

09.2432

6403 99 96

Schoeisel met buitenzool van rubber, van kunststof of van kunstleder en met bovendeel van leder, met een binnenzoollengte van 24 cm of meer, niet de enkel bedekkend of met houten basis, niet voorzien van een binnenzool, voor heren, ander dan sportschoeisel, schoeisel met beschermende metalen neus, schoeisel waarvan het voorblad is uitgesneden of uit riempjes bestaat en pantoffels

363,25 ton

1 453 ton

09.2433

6403 99 98

Schoeisel met buitenzool van rubber, van kunststof of van kunstleder en met bovendeel van leder, met een binnenzoollengte van 24 cm of meer, niet de enkel bedekkend of met houten basis, niet voorzien van een binnenzool, voor dames, ander dan sportschoeisel, schoeisel met beschermende metalen neus, schoeisel waarvan het voorblad is uitgesneden of uit riempjes bestaat en pantoffels

172,75 ton

691 ton