24.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/33


VERORDENING (EU) Nr. 243/2010 VAN DE COMMISSIE

van 23 maart 2010

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot verbeteringen in International Financial Reporting Standards (IFRSs)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (1), en met name op artikel 3, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie (2) werd een aantal op 15 oktober 2008 bestaande internationale standaarden en interpretaties goedgekeurd.

(2)

In april 2009 is de International Accounting Standards Board (IASB) in het kader van zijn jaarlijkse verbeteringsproces dat erop gericht is de internationale standaarden voor jaarrekeningen te stroomlijnen en te verduidelijken, overgegaan tot de publicatie van Verbeteringen in International Financial Reporting Standards, hierna „de verbeteringen in IFRSs” genoemd. Het merendeel van de wijzigingen betreft verduidelijkingen of correcties van bestaande IFRSs of wijzigingen die uit eerdere in de IFRSs aangebrachte veranderingen voortvloeien. De wijzigingen in IFRS 8, IAS 17, IAS 36 en IAS 39 betreffen veranderingen in de bestaande vereisten of aanvullende leidraden voor de toepassing van deze vereisten.

(3)

Overleg met de werkgroep van technische deskundigen van EFRAG (European Financial Reporting Advisory Group) heeft bevestigd dat de verbeteringen in IFRSs beantwoorden aan de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 vervatte technische goedkeuringscriteria. Overeenkomstig Besluit 2006/505/EG van de Commissie van 14 juli 2006 tot oprichting van een werkgroep voor de beoordeling van adviezen over verslaggevingsstandaarden om de Commissie van advies te dienen over de objectiviteit en neutraliteit van de adviezen van de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) (3) heeft de werkgroep voor de beoordeling van adviezen over verslaggevingsstandaarden het goedkeuringsadvies van EFRAG bekeken en de Commissie meegedeeld dat het evenwichtig en objectief is.

(4)

Verordening (EG) nr. 1126/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor financiële verslaglegging,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

International Financial Reporting Standard (IFRS) 2, IFRS 5 en IFRS 8 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

2)

International Accounting Standard (IAS) 1, IAS 7, IAS 17, IAS 36, IAS 38 en IAS 39 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

3)

Interpretatie 9 van International Financial Reporting Interpretations Committee (IFRIC) en IFRIC-interpretatie 16 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Elke onderneming past de in artikel 1 bedoelde wijzigingen in de standaarden toe uiterlijk vanaf de aanvangsdatum van haar eerste boekjaar dat na 31 december 2009 van start gaat.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 maart 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1.

(2)  PB L 320 van 29.11.2008, blz. 1.

(3)  PB L 199 van 21.7.2006, blz. 33.


BIJLAGE

INTERNATIONALE STANDAARDEN VOOR JAARREKENINGEN

Verbeteringen in International Financial Reporting Standards

Reproductie toegestaan binnen de Europese Economische Ruimte. Alle bestaande rechten voorbehouden buiten de EER, met uitzondering van het recht van reproductie voor persoonlijk of ander eerlijk gebruik. Nadere inlichtingen te verkrijgen bij de IASB op het volgende adres: www.iasb.org

Wijziging in IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen

De alinea's 5 en 61 worden gewijzigd.

TOEPASSINGSGEBIED

5

Zoals opgemerkt in alinea 2 geldt deze IFRS … Een entiteit mag deze IFRS echter niet toepassen op transacties waarbij de entiteit goederen verwerft als onderdeel van de nettoactiva die zijn verworven in een bedrijfscombinatie zoals gedefinieerd in IFRS 3 Bedrijfscombinaties (herziene versie van 2008), in een combinatie van entiteiten of bedrijven waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend zoals beschreven in de alinea's B1 tot en met B4 van IFRS 3, of de bijdrage van een bedrijf aan de oprichting van een joint venture zoals gedefinieerd in IAS 31 Belangen in Joint Ventures. Vandaar dat in een bedrijfscombinatie uitgegeven eigenvermogensinstrumenten … (en derhalve binnen het toepassingsgebied van deze IFRS vallen).

INGANGSDATUM

61

Alinea 5 is gewijzigd door IFRS 3 (herziene versie van 2008) en de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 juli 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit IFRS 3 (herziene versie van 2008) op een eerdere periode toepast, moet ze ook de wijzigingen op die eerdere periode toepassen.

Wijziging in IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

De alinea's 5B en 44E worden toegevoegd.

TOEPASSINGSGEBIED

5B

Deze IFRS specificeert welke informatie moet worden verstrekt met betrekking tot als aangehouden voor verkoop geclassificeerde vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) of beëindigde bedrijfsactiviteiten. De informatievereisten in andere IFRSs zijn niet op dergelijke activa (of groepen activa die worden afgestoten) van toepassing, tenzij deze IFRSs het volgende vereisen:

a)

specifieke informatie met betrekking tot als aangehouden voor verkoop geclassificeerde vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) of beëindigde bedrijfsactiviteiten; of

b)

informatie met betrekking tot de waardering van niet binnen het toepassingsgebied van de waarderingsvereisten van IFRS 5 vallende activa en verplichtingen binnen een groep activa die wordt afgestoten, mits deze informatie nog niet elders in de toelichting bij de jaarrekening is verstrekt.

Het kan noodzakelijk zijn aanvullende informatie met betrekking tot als aangehouden voor verkoop geclassificeerde vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) of beëindigde bedrijfsactiviteiten te verstrekken om te voldoen aan de algemene eisen van IAS 1, en met name de alinea's 15 en 125 van die standaard.

INGANGSDATUM

44E

Alinea 5B is toegevoegd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet die wijziging prospectief toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in IFRS 8 Operationele segmenten

De alinea's 23 en 36 worden gewijzigd. Alinea 35A wordt toegevoegd.

OPENBAARMAKING

Informatie over winst of verlies, activa en verplichtingen

23

Een entiteit moet voor elk te rapporteren segment een waardering van winst of verlies rapporteren. Een entiteit moet voor elk te rapporteren segment een waardering van de totale activa en verplichtingen rapporteren indien dergelijke waarderingen regelmatig worden meegedeeld aan de hoogstgeplaatste functionaris die belangrijke operationele beslissingen neemt. Een entiteit moet tevens de volgende informatie over elk te rapporteren segment vermelden indien de gespecificeerde bedragen zijn opgenomen in de waardering van het resultaat van het segment die wordt beoordeeld door de hoogstgeplaatste functionaris die belangrijke operationele beslissingen neemt, dan wel anderszins regelmatig aan deze functionaris worden meegedeeld, ook al zijn deze bedragen niet in de genoemde waardering van de winst of het verlies van het segment opgenomen:

a)

opbrengsten uit de verkoop aan externe cliënten;

b)

OVERGANG EN INGANGSDATUM

35A

Alinea 23 is gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijziging toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

36

Gesegmenteerde informatie van voorafgaande jaren die als vergelijkende informatie voor het eerste toepassingsjaar is gerapporteerd (met inbegrip van de toepassing van de in april 2009 in alinea 23 aangebrachte wijziging), moet worden aangepast zodat zij aan de vereisten van deze IFRS voldoet, tenzij de benodigde informatie niet beschikbaar is en de kosten voor het opstellen ervan overdreven hoog zouden uitvallen.

Wijziging in IAS 1 Presentatie van de jaarrekening

Alinea 69 wordt gewijzigd. Alinea 139D wordt toegevoegd.

OPZET EN INHOUD

Balans

Kortlopende verplichtingen

69

Een entiteit moet een verplichting als kortlopend classificeren als:

a)

ze verwacht dat de verplichting in de normale exploitatiecyclus van de entiteit zal worden afgewikkeld;

b)

ze de verplichting voornamelijk aanhoudt voor handelsdoeleinden;

c)

de verplichting binnen twaalf maanden na de verslagperiode moet worden afgewikkeld; of

d)

ze geen onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting met ten minste twaalf maanden na de verslagperiode uit te stellen (zie alinea 73). De voorwaarden van een verplichting die, afhankelijk van de keuze van de tegenpartij, in de afwikkeling ervan door de uitgifte van eigenvermogensinstrumenten kunnen resulteren, zijn niet van invloed op de classificatie van de verplichting.

Een entiteit moet alle overige verplichtingen classificeren als langlopende verplichtingen.

OVERGANG EN INGANGSDATUM

139D

Alinea 69 is gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijziging toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in IAS 7 Het kasstroomoverzicht

Alinea 16 wordt gewijzigd en alinea 56 wordt toegevoegd.

PRESENTATIE VAN EEN KASSTROOMOVERZICHT

Investeringsactiviteiten

16

De afzonderlijke presentatie van kasstromen die voortkomen uit investeringsactiviteiten is belangrijk, aangezien de kasstromen een indicatie geven van de mate waarin uitgaven zijn gedaan voor middelen die bedoeld zijn om toekomstige baten en kasstromen te genereren. Alleen uitgaven die in een in de balans opgenomen actief resulteren, komen in aanmerking voor classificatie als investeringsactiviteiten. Voorbeelden van kasstromen die voortkomen uit investeringsactiviteiten zijn:

a)

INGANGSDATUM

56

Alinea 16 is gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijziging toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in IAS 17 Leaseovereenkomsten

De alinea's 14 en 15 worden verwijderd. De alinea's 15A, 68A en 69A worden toegevoegd.

CLASSIFICATIE VAN LEASEOVEREENKOMSTEN

14

[Verwijderd]

15

[Verwijderd]

15A

Wanneer een leaseovereenkomst zowel een bestanddeel terreinen als een bestanddeel gebouwen omvat, wordt de classificatie van elk bestanddeel als een financiële of een operationele lease afzonderlijk door een entiteit beoordeeld in overeenstemming met de alinea's 7 tot en met 13. Bij het bepalen of het bestanddeel terreinen een operationele dan wel een financiële lease is, is een belangrijke overweging dat terreinen normaliter een onbeperkte economische levensduur hebben.

OVERGANGSBEPALINGEN

68A

Een entiteit moet de classificatie van het bestanddeel terreinen van leaseovereenkomsten die nog niet zijn afgelopen op de datum waarop zij de in alinea 69A bedoelde wijzigingen toepast, herbeoordelen op basis van de informatie die beschikbaar was bij de sluiting van deze leaseovereenkomsten. Zij moet een leaseovereenkomst die als een financiële lease is geherclassificeerd, retroactief opnemen in overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten. Als een entiteit echter niet over de benodigde informatie beschikt om de wijzigingen retroactief toe te passen, moet zij:

a)

de wijzigingen op de betrokken leaseovereenkomsten toepassen op basis van de feiten en omstandigheden die bestaan op de datum waarop zij de wijzigingen toepast; en

b)

het actief en de verplichting die betrekking hebben op een grondlease die als een financiële lease is geherclassificeerd, opnemen tegen de reële waarde daarvan op die datum; elk verschil tussen beide reële waarden wordt in de ingehouden winsten opgenomen.

INGANGSDATUM

69A

De alinea's 14 en 15 zijn verwijderd en de alinea's 15A en 68A zijn toegevoegd in het kader van de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa

Alinea 80 wordt gewijzigd en alinea 140E wordt toegevoegd.

KASSTROOMGENERERENDE EENHEDEN EN GOODWILL

Realiseerbare waarde en boekwaarde van een kasstroomgenererende eenheid

Goodwill

Toerekening van goodwill aan kasstroomgenererende eenheden

80

In het kader van het onderzoek op bijzondere waardevermindering moet goodwill die verworven is in een bedrijfscombinatie vanaf de overnamedatum worden toegerekend aan alle kasstroomgenererende eenheden of aan elke groep kasstroomgenererende eenheden van de overnemende partij, die naar verwachting voordeel zullen halen uit de synergie in de bedrijfscombinatie, ongeacht of vorderingen of verplichtingen van de overgenomen partij aan die eenheden of groepen eenheden zijn toegekend. Elke eenheid of groep eenheden waaraan goodwill op die wijze is toegerekend:

a)

moet het laagste niveau binnen de entiteit vertegenwoordigen waarop goodwill opgevolgd wordt voor interne managementdoeleinden; en

b)

mag vóór samenvoeging niet groter zijn dan een operationeel segment zoals gedefinieerd in alinea 5 van IFRS 8 Operationele segmenten.

OVERGANGSBEPALINGEN EN INGANGSDATUM

140E

Alinea 80(b) is gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijziging prospectief toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in IAS 38 Immateriële activa

De alinea's 36, 37, 40, 41 en 130C worden gewijzigd en alinea 130E wordt toegevoegd.

OPNAME EN WAARDERING

Verwerving als onderdeel van een bedrijfscombinatie

Waardering van de reële waarde van een in een bedrijfscombinatie verworven immaterieel actief

36

Een in een bedrijfscombinatie verworven immaterieel actief kan afscheidbaar zijn, maar uitsluitend in combinatie met een aanverwant contract, identificeerbaar actief of verplichting. In dergelijke gevallen neemt de overnemende partij het immaterieel actief los van goodwill op, maar samen met de aanverwante post.

37

De overnemende partij mag een groep van elkaar aanvullende immateriële activa als één actief opnemen, op voorwaarde dat de individuele activa van de groep een soortgelijke gebruiksduur hebben. Zo worden de begrippen „merk” en „merknaam” vaak als synoniem gebruikt voor handelsmerken en andere merken. De eerste begrippen zijn echter algemene marketingbegrippen die gewoonlijk gebruikt worden om te verwijzen naar een groep van complementaire activa zoals een handelsmerk (of dienstverleningsmerk) en zijn aanverwante handelsnaam, formules, recepten en technologische deskundigheid.

40

Indien er voor een immaterieel actief geen actieve markt bestaat, is zijn reële waarde gelijk aan het bedrag dat de entiteit op de verwervingsdatum voor het actief zou hebben betaald in een transactie tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn, gebaseerd op de beste beschikbare informatie. Bij de bepaling van deze waarde houdt een entiteit rekening met de resultaten van recente transacties voor soortgelijke activa. Zo mag een entiteit conversietabellen die de actuele markttransacties weerspiegelen, toepassen op factoren waarop de winstgevendheid van het actief is gebaseerd (zoals opbrengst, exploitatiewinst of winst vóór aftrek van rente, belastingen en afschrijvingen).

41

Entiteiten die betrokken zijn bij de aankoop en verkoop van immateriële activa hebben mogelijk technieken ontwikkeld om de reële waarde ervan indirect te bepalen. Deze technieken kunnen worden gehanteerd voor de eerste waardering van een immaterieel actief dat is verworven in een bedrijfscombinatie als ze tot doel hebben de reële waarde te schatten en als deze technieken actuele transacties en praktijken weerspiegelen in de bedrijfstak waartoe het actief behoort. Deze technieken omvatten bijvoorbeeld:

a)

discontering van geschatte toekomstige nettokasstromen uit het actief; of

b)

raming van de kosten die de entiteit vermijdt door eigenaar te zijn van het immaterieel actief en niet verplicht te zijn om:

i)

er een licentie op te nemen bij een andere partij in een zakelijke, objectieve transactie tussen onafhankelijke partijen (zoals in de methode „ondersteuning door royalty's”, waarbij van gedisconteerde nettokasstromen wordt gebruikgemaakt); of

ii)

het opnieuw te vervaardigen of te vervangen (zoals bij de kostprijsbenadering).

OVERGANGSBEPALINGEN EN INGANGSDATUM

130C

IFRS 3 (herziene versie van 2008) wijzigde alinea's 12, 33 tot en met 35, 68, 69, 94 en 130, verwijderde alinea's 38 en 129 en voegde alinea 115A toe. De alinea's 36 en 37 zijn gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijzigingen prospectief toepassen op jaarperioden die op of na 1 juli 2009 aanvangen. Derhalve mogen bedragen die in voorgaande bedrijfscombinaties zijn opgenomen voor immateriële activa en goodwill, niet worden aangepast. Als een entiteit IFRS 3 (herziene versie van 2008) op een eerdere periode toepast, moet zij ook de wijzigingen op die eerdere periode toepassen en dit feit vermelden.

130E

De alinea's 40 en 41 zijn gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijzigingen prospectief toepassen op jaarperioden die op of na 1 juli 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering

De alinea's 2(g), 80, 97, 100 en 108C worden gewijzigd en alinea 103K wordt toegevoegd.

TOEPASSINGSGEBIED

2

Deze standaard moet door alle entiteiten worden toegepast op alle soorten financiële instrumenten, met uitzondering van:

a)

g)

alle termijncontracten tussen een overnemende partij en een verkopende aandeelhouder tot aankoop of verkoop van een overgenomen partij welke op een toekomstige overnamedatum in een bedrijfscombinatie zullen resulteren. De looptijd van het termijncontract mag niet langer zijn dan de redelijke termijn die normaliter noodzakelijk is om alle vereiste goedkeuringen te verkrijgen en de transactie te voltooien;

h)

AFDEKKING

Afgedekte posities

In aanmerking komende posities

80

Ten behoeve van hedge accounting kunnen alleen activa, verplichtingen, vaststaande toezeggingen en zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transacties als afgedekte positie worden aangewezen, indien daarbij een partij buiten de entiteit is betrokken. Dit houdt in dat de toepassing van hedge accounting op transacties tussen entiteiten in dezelfde groep alleen is toegestaan in de individuele of enkelvoudige jaarrekening van die entiteiten en niet in de geconsolideerde jaarrekening van de groep. Een uitzondering hierop …

Administratieve verwerking van afdekkingstransacties

Kasstroomafdekking

97

Leidt een afdekking van een verwachte toekomstige transactie tot de opname van een financieel actief of een financiële verplichting, dan moeten de daarmee verbonden winsten of verliezen die overeenkomstig alinea 95 in niet-gerealiseerde resultaten zijn opgenomen, van het eigen vermogen naar de winst of het verlies worden overgeboekt als een herclassificatieaanpassing (zie IAS 1 (herziene versie van 2007)) in dezelfde periode of perioden waarin de afgedekte verwachte toekomstige kasstromen van invloed zijn op de winst of het verlies (zoals in de perioden waarin rentebaten en -lasten worden opgenomen). Verwacht een entiteit echter dat een (deel van een) verlies dat in niet-gerealiseerde resultaten is verwerkt in een of meer toekomstige perioden niet realiseerbaar zal zijn, dan moet zij het naar verwachting niet-realiseerbare bedrag overboeken naar de winst of het verlies als een herclassificatieaanpassing.

100

Voor andere kasstroomafdekkingen dan die welke in de alinea's 97 en 98 worden besproken, moeten bedragen die in niet-gerealiseerde resultaten waren opgenomen, overgeboekt worden van het eigen vermogen naar de winst of het verlies als een herclassificatieaanpassing (zie IAS 1 (herziene versie van 2007)) in dezelfde periode(n) waarin de afgedekte verwachte toekomstige kasstromen de winst of het verlies beïnvloedt (bijvoorbeeld wanneer een verwachte verkoop werkelijk plaatsvindt).

INGANGSDATUM EN OVERGANGSBEPALINGEN

103K

De alinea's 2(g), 97, 100 en TL30(g) zijn gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet de wijzigingen in de alinea's 2(g), 97 en 100 prospectief op alle niet-afgelopen contracten toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Een entiteit moet de wijziging in alinea TL30(g) toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

108C

De alinea's 9, 73 en TL8 zijn gewijzigd en alinea 50A is toegevoegd door Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Alinea 80 is gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Een entiteit moet de wijzigingen in de alinea's 9 en 50A toepassen vanaf dezelfde datum en op dezelfde wijze als de in 2005 aangebrachte wijzigingen die in alinea 105A worden beschreven. Eerdere toepassing van alle wijzigingen is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in de toepassingsleidraad bij IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering

Alinea TL30(g) wordt gewijzigd.

IN CONTRACTEN BESLOTEN DERIVATEN (ALINEA'S 10 TOT EN MET 13)

TL30

Onderstaand worden voorbeelden gegeven waarbij de economische kenmerken en risico's van een in een contract besloten derivaat niet nauw zijn verbonden met het basiscontract (alinea 11(a)). In deze voorbeelden worden de in contracten besloten derivaten los van het basiscontract verwerkt, gesteld dat tevens wordt voldaan aan de voorwaarden in alinea 11, onder (b) en (c).

g)

Een call-, put- of vooruitbetalingsoptie die is besloten in een als basiscontract fungerende schuld of een als basiscontract fungerend verzekeringscontract is niet nauw verbonden met het basiscontract, tenzij:

i)

de uitoefenprijs van de optie op iedere uitoefendatum ongeveer gelijk is aan de geamortiseerde kostprijs van de als basiscontract fungerende schuld of de boekwaarde van het als basiscontract fungerende verzekeringscontract; of

ii)

de uitoefenprijs van een vooruitbetalingsoptie de kredietverstrekker compenseert voor een bedrag tot de geschatte contante waarde van de verloren rente over de resterende looptijd van het basiscontract. De verloren rente is de vooruitbetaalde hoofdsom vermenigvuldigd met het renteverschil. Het renteverschil is het surplus van de effectieve rentevoet van het basiscontract ten opzichte van de effectieve rentevoet die de entiteit op de vooruitbetalingsdatum zou ontvangen indien zij de vooruitbetaalde hoofdsom tijdens de resterende looptijd van het basiscontract in een soortgelijk contract zou herbeleggen.

De beoordeling van de al dan niet nauwe verbondenheid van de call- of putoptie met de als basiscontract fungerende schuld wordt uitgevoerd voordat het eigenvermogenselement in overeenstemming met IAS 32 van een converteerbaar schuldbewijs wordt afgescheiden.

h)

Wijziging in IFRIC-interpretatie 9 Herbeoordeling van in contracten besloten derivaten

Alinea 5 wordt gewijzigd en alinea 11 wordt toegevoegd.

TOEPASSINGSGEBIED

5

Deze interpretatie is niet van toepassing op derivaten die zijn besloten in contracten verworven in:

a)

een bedrijfscombinatie (zoals gedefinieerd in IFRS 3 Bedrijfscombinaties (herziene versie van 2008));

b)

een combinatie van entiteiten of bedrijven waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend zoals beschreven in de alinea's B1 tot en met B4 van IFRS 3 (herziene versie van 2008); of

c)

de oprichting van een joint venture zoals gedefinieerd in IAS 31 Belangen in Joint Ventures,

en evenmin op de eventuele herbeoordeling ervan op de verwervingsdatum (1).

INGANGSDATUM EN OVERGANGSBEPALINGEN

11

Alinea 5 werd gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijziging prospectief toepassen op jaarperioden die op of na 1 juli 2009 aanvangen. Als een entiteit IFRS 3 (herziene versie van 2008) op een eerdere periode toepast, moet ze ook de wijziging op die eerdere periode toepassen en dit feit vermelden.

Wijziging in IFRIC-interpretatie 16 Afdekking van een netto-investering in een buitenlandse activiteit

De alinea's 14 en 18 worden gewijzigd.

CONSENSUS

Waar het hedging instrument kan worden aangehouden

14

Een afgeleid of een niet-afgeleid instrument (of een combinatie van afgeleide en niet-afgeleide instrumenten) kan worden aangemerkt als een hedging instrument in een afdekking van een netto-investering in een buitenlandse activiteit. Het (De) hedging instrument(en) kan (kunnen) worden aangehouden door om het even welke entiteit of entiteiten binnen de groep, mits voldaan is aan de in alinea 88 van IAS 39 beschreven vereisten inzake aanmerking, documentatie en effectiviteit die betrekking hebben op de afdekking van een netto-investering. Met name de hedging strategie van de groep moet duidelijk worden gedocumenteerd, vanwege de mogelijkheid van verschillende aanmerkingen op verschillende niveaus van de groep.

INGANGSDATUM

18

Entiteiten moeten deze interpretatie toepassen op jaarperioden die op of na 1 oktober 2008 aanvangen. Een entiteit moet de wijziging die door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs in alinea 14 is aangebracht, toepassen op jaarperioden die op of na 1 juli 2009 aanvangen. Eerdere toepassing van beide is toegestaan. Als een entiteit deze interpretatie toepast op een verslagperiode die vóór 1 oktober 2008 aanvangt of als ze de wijziging in alinea 14 vóór 1 juli 2009 toepast, moet ze dit feit vermelden.


(1)  IFRS 3 (herziene versie van 2008) behandelt de verwerving van contracten met daarin besloten derivaten in een bedrijfscombinatie.