12.5.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 118/65


RICHTSNOER VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 21 april 2010

betreffende TARGET2-Securities

(ECB/2010/2)

(2010/272/EU)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, inzonderheid op het eerste streepje van artikel 127, lid 2,

Gelet op de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna de „ESCB-statuten”), inzonderheid op artikel 3.1, 12.1, 17, 18 en 22,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 6 juli 2006 heeft de Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) besloten om in samenwerking met de centrale effectenbewaarinstellingen (CSD’s) en andere marktdeelnemers de mogelijkheid na te gaan voor het opzetten van een nieuwe effectenafwikkelingsdienst van het Eurosysteem in centralebankgeld, die TARGET2-Securities (T2S) moet gaan heten. Als onderdeel van de taken van het Eurosysteem overeenkomstig artikel 17, 18 en 22 van de ESCB-statuten, beoogt T2S de integratie van transactieverwerking te vergemakkelijken door neutrale, grenzenloze pan-Europese kerndiensten inzake chartale en effectenafwikkeling in centralebankgeld aan te bieden, zodat CSD’s hun klanten geharmoniseerde en gestandaardiseerde levering-tegen-betaling afwikkelingsdiensten kunnen verlenen in een technisch geïntegreerde omgeving met grensoverschrijdende mogelijkheden. Aangezien het verschaffen van centralebankgeld een kerntaak van het Eurosysteem is, is T2S een openbare dienst. De NCB’s van het eurogebied zullen in T2S diensten aangaande het beheer van zakelijke zekerheden en afwikkeling in centralebankgeld aanbieden.

(2)

Artikel 22 van de ESCB-statuten draagt het Eurosysteem op „doelmatige en deugdelijke verrekenings- en betalingssystemen binnen de Unie te verzekeren”. Bovendien, afwikkeling in centralebankgeld vermijdt liquiditeitsrisico’s en is daarom essentieel voor een deugdelijke transactieverwerking van effecten, en voor de financiële markt in het algemeen.

(3)

Op 17 juli 2008 besloot de Raad van bestuur het T2S-project te lanceren en de voor de voltooiing benodigde middelen te verschaffen. Op basis van een aanbod van de Deutsche Bundesbank, de Banco de España, de Banque de France en de Banca d’Italia (hierna de „4CB’s”) heeft de Raad van bestuur tevens besloten dat de 4CB’s T2S ontwikkelen en exploiteren.

(4)

De Raad van bestuur heeft Besluit ECB/2009/6 van 19 maart 2009 houdende de instelling van de TARGET2-Securities-programmaraad (T2S-programmaraad) (1) ingesteld, dat als een gestroomlijnd beheerslichaam van het Eurosysteem inzake essentiële strategische aangelegenheden voorstellen zal doen aan de Raad van bestuur en puur technische taken zal uitvoeren. Het mandaat van de T2S-programmaraad, vastgelegd in de bijlage bij Besluit ECB/2009/6, vormt één van de hoekstenen van het T2S-bestuur. De T2S-programmaraad werd door de centrale banken van het Eurosysteem tegelijkertijd belast met bepaalde uitvoeringstaken, zodat de raad volledig operationeel kan zijn en namens het hele Eurosysteem kan optreden.

(5)

Dit richtsnoer legt met name de basis voor het T2S-programma in de specificatie- en ontwikkelingsfase. Het is het culminatiepunt van de voornoemde besluiten van de Raad van bestuur en specificeert voorts met name de rol en verantwoordelijkheden van de T2S-programmaraad en van de 4CB’s, alsook hun wederzijdse relatie. Het zal worden aangevuld met bijkomende rechtshandelingen en contractuele regelingen onder de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de Raad van bestuur naarmate het T2S-programma verder wordt ontwikkeld.

(6)

Overeenkomstig de voornoemde besluiten van de Raad van bestuur krijgt het bestuur van het T2S-programma gestalte op drie niveaus. Op het eerste bestuursniveau berust de uiteindelijke besluitvorming met betrekking tot T2S bij de Raad van bestuur, die de algemene verantwoordelijkheid voor het T2S-programma op zich neemt en, krachtens artikel 8 van de ESCB-statuten, de besluiten neemt voor het gehele Eurosysteem. Op het tweede bestuursniveau werd de T2S-programmaraad ingesteld om de besluitvormingsorganen van de ECB bij te staan ter verzekering van de succesvolle en tijdige voltooiing van het T2S-programma. Ten slotte bestaat het derde bestuursniveau uit de 4CB’s.

(7)

Aangezien T2S-diensten aan CSD’s worden aangeboden, is het belangrijk de relatie met hen te structureren gedurende de gehele ontwikkeling, migratie en erop volgende exploitatie van T2S. Daartoe zal een CSD-contactgroep worden opgericht. Nationale gebruikersgroepen zijn een forum voor communicatie en interactie met verstrekkers en gebruikers van effectenafwikkelingsdiensten binnen hun nationale markt. De T2S-adviesgroep is een forum voor communicatie en interactie tussen het Eurosysteem en de externe T2S-belanghebbenden.

(8)

T2S is geen commerciële onderneming en is niet bedoeld om te concurreren met CSD’s, noch met enige andere marktdeelnemer. Dus, hoewel het financiële regime van T2S beoogt volledig kostendekkend te zijn, worden T2S-diensten zonder winstoogmerk verleend. Er zal een intern besluit worden genomen over de totale investering in T2S voor het Eurosysteem, terwijl het besluit aangaande de prijsstelling van T2S-diensten volledige kostendekking zal nastreven. Bovendien dient het Eurosysteem ten overstaan van CSD’s het nondiscriminatiebeginsel strikt toe te passen, en ernaar te streven gelijke omstandigheden tussen de CSD’s te verzekeren die hun afwikkelingsplatform aan T2S uitbesteden.

(9)

T2S is een technisch instrument dat niet uitsluitend beschikbaar zal zijn voor afwikkeling in euro, het zal eveneens openstaan voor NCB’s buiten het eurogebied en voor andere centrale banken die wensen deel te nemen door hun valuta beschikbaar te stellen voor afwikkeling in centralebankgeld in T2S, zoals voorzien in dit richtsnoer,

HEEFT HET VOLGENDE RICHTSNOER VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp en werkingssfeer

1.   T2S is gebaseerd op één technisch platform dat geïntegreerd is met de real-time bruto-vereveningssystemen van centrale banken. Het is een door het Eurosysteem aan CSD’s geleverde neutrale en grenzenloze kerndienst inzake effectenafwikkeling op basis van levering-tegen-betaling in centralebankgeld.

2.   Dit richtsnoer legt de regels vast betreffende het bestuur van het T2S-programma. Het legt ook de hoofdkenmerken van het T2S-programma vast door de respectieve taken en verantwoordelijkheden van de T2S-programmaraad en de 4CB’s af te bakenen, en hun onderlinge relaties gedurende de specificatie- en ontwikkelingsfase. Het specificeert ook de belangrijkste door de Raad van bestuur in verband met T2S te nemen besluiten. Verder geeft dit richtsnoer de basisprincipes aan van al het volgende met betrekking tot T2S: a) het financiële regime, financiële rechten en garanties; b) hoe de toegang van CSD’s en contractuele relaties met CSD’s zullen worden verwezenlijkt; c) hoe andere valuta’s dan de euro in aanmerking komen voor gebruik in T2S; d) de ontwikkeling van het T2S-programma.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van dit richtsnoer wordt verstaan onder:

—   „centrale effectenbewaarstelling” (CSD): een entiteit die: a) de girale verwerking en afwikkeling van effectentransacties mogelijk maakt; b) bewaarnemingsdiensten verleent, bv. het beheer van beheersdaden („corporate actions”) en aflossingen; en c) een actieve rol speelt bij het verzekeren van de integriteit van effectenemissies;

—   „levering-tegen-betaling”: een mechanisme dat een overmaking van effecten op zodanige wijze aan een overmaking van tegoeden bindt dat de effecten uitsluitend worden geleverd indien wordt betaald;

—   „NCB van het eurogebied”: de nationale centrale bank (NCB) van een lidstaat die de euro als munt heeft;

—   „centrale bank van het Eurosysteem”: hetzij een NCB van het eurogebied of de ECB, al naar het geval;

—   „raamovereenkomst”: het contractuele kader dat een CSD en het Eurosysteem overeenkomen voor de ontwikkelings- en operationele fase;

—   „algemene functionele specificaties” (AFS): een algemene beschrijving van de te ontwikkelen functionele oplossing die moet voldoen aan de T2S-gebruikersvereisten. Zij omvatten onder meer de functionele architectuur (domeinen, modules en interacties), de conceptuele modellen, het gegevensmodel of het proces van gegevenstromen;

—   „niveau 2-niveau 3-overeenkomst”: de leverings- en exploitatieovereenkomst waarover de T2S-programmaraad en de 4CB’s onderhandelen, die wordt goedgekeurd door de Raad van bestuur en vervolgens wordt ondertekend door de centrale banken van het Eurosysteem en de 4CB’s. De overeenkomst bevat aanvullende bijzonderheden over de taken en verantwoordelijkheden van de 4CB’s, de T2S-programmaraad en de centrale banken van het Eurosysteem;

—   „lidstaat”: een land dat lid is van de Unie;

—   „NCB buiten het eurogebied”: de NCB van een lidstaat die de euro niet als munt heeft;

—   „operationele fase”: de periode vanaf de migratie van de eerste CSD naar T2S;

—   „andere centrale bank”: de centrale bank van een land buiten de Unie;

—   „betalingsschema”: een tijdsschema dat de betalingsvolgorde voor termijnvergoedingen aan de 4CB’s aangeeft;

—   „dienstenniveauovereenkomst”: inzake T2S, de overeenkomst die het niveau van de door de 4CB’s aan het Eurosysteem te leveren diensten vastlegt, en de overeenkomst die het niveau van de door het Eurosysteem aan de CSD’s te leveren diensten vastlegt;

—   „specificatie- en ontwikkelingsfase”: de periode vanaf de goedkeuring van het document gebruikersvereisten (DGV) door de Raad van bestuur tot het begin van de operationele fase;

—   „T2S-bedrijfsapplicatie”: de door de 4CB’s ontwikkelde en toegepaste software, zulks ten behoeve van het Eurosysteem dat daardoor T2S-diensten op het T2S-platform kan leveren;

—   „T2S-managementprocedure voor wijziging en vrijgave” („T2S-Change and Release Management Procedure”): een stel regels en procedures die worden toegepast telkens wanneer een wijziging van T2S-diensten wordt geïnitieerd;

—   „T2S financiële enveloppe”: het maximale bedrag van de te vergoeden kosten van T2S. De financiële enveloppe bepaalt a) het maximumbedrag dat de deelnemende NCB’s voor T2S moeten betalen en b) het bedrag dat de 4CB’s bij levering ontvangen van de deelnemende NCB’s, op basis van het overeengekomen betalingsschema;

—   „T2S-platform”: binnen het kader van dit richtsnoer en niettegenstaande het gebruik van de term T2S-platform in andere T2S-gerelateerde documentatie, de hardware en alle softwareonderdelen (d.w.z. alle toegepaste software, met uitzondering van de T2S-bedrijfsapplicatie) die vereist zijn voor het runnen en exploiteren van de T2S-bedrijfsapplicatie;

—   „T2S-programma”: de reeks gerelateerde activiteiten en te leveren diensten, die nodig zijn voor de ontwikkeling van T2S tot de volledige migratie van alle CSD’s die de raamovereenkomst met het Eurosysteem hebben ondertekend;

—   „T2S-programmaraad”: het beheerslichaam van het Eurosysteem dat werd opgericht bij Besluit ECB/2009/6 en tot taak heeft voorstellen te ontwikkelen voor de Raad van bestuur betreffende essentiële strategische aangelegenheden en de uitvoering van puur technische taken met betrekking tot T2S;

—   „T2S-projectrekening”: de T2S-rekening voor het innen en betalen van termijnbetalingen, vergoedingen en provisies. De projectrekening kan subrekeningen hebben om verschillende soorten kasstromen te scheiden. De projectrekening heeft geen budgettair karakter;

—   „T2S-diensten”: door het Eurosysteem aan CSD’s te verlenen diensten op basis van de raamovereenkomst;

—   „T2S-gebruikers”: juridische entiteiten die, binnen het kader van T2S, een contractuele relatie zijn aangegaan met CSD’s die de raamovereenkomst met het Eurosysteem hebben ondertekend. Hiertoe behoren ook betaalbanken die een contractuele relatie hebben met centrale banken en aan een financiële instelling, die in T2S afwikkelt, liquiditeit verstrekken op een specifieke T2S-kasrekening via een „real-time” brutovereveningssysteemrekening;

—   „gedetailleerde functionele gebruikersspecificaties” (GFG): een gedetailleerde beschrijving van de functies voor het beheer van de externe T2S-gegevensstromen (van applicatie tot applicatie). Het omvat de gebruikersinformatie ter aanpassing of ontwikkeling van hun interne informatiesysteem voor de aansluiting ervan aan T2S;

—   „gebruikershandboek”: het document dat beschrijft hoe T2S-gebruikers een aantal T2S-softwarefuncties kunnen gebruiken die hun in een applicatiemodus (screen-based) ter beschikking staan;

—   „document gebruikersvereisten (DGV)”: het document dat de door de ECB op 3 juli 2008 gepubliceerde T2S-gebruikersvereisten uiteenzet en later gewijzigd via de T2S-managementprocedure voor wijzigingen en vrijgave.

HOOFDSTUK II

BESTUUR VAN HET T2S-PROGRAMMA

Artikel 3

Bestuursniveaus

Het bestuur van het T2S-programma is gebaseerd op drie niveaus zoals beschreven in dit hoofdstuk van het richtsnoer. Niveau 1 bestaat uit de Raad van bestuur, niveau 2 uit de T2S-programmaraad en niveau 3 uit de 4CB’s.

Artikel 4

De Raad van bestuur

1.   De Raad van bestuur is verantwoordelijk voor de leiding, het algemene beheer en de controle van het T2S-programma. De Raad is ook verantwoordelijk voor de uiteindelijke besluitvorming met betrekking tot het T2S-programma en besluit over de toewijzing van taken die niet specifiek zijn toegewezen aan niveau 2 en niveau 3.

2.   De Raad van bestuur heeft met name de volgende bevoegdheden:

a)

verantwoordelijkheid voor het bestuur van het T2S-programma via de volgende activiteiten:

i)

beslissen over elke aangelegenheid betreffende het bestuur van T2S; de verantwoordelijkheid op zich nemen voor het totale T2S-programma en dus optreden als het uiteindelijke besluitvormende orgaan in het geval van een geschil;

ii)

op ad-hocbasis beslissingen nemen over aan de T2S-programmaraad of aan de 4CB’s toegewezen taken;

iii)

de vervulling van verdere of bijkomende specifieke met het T2S-programma verband houdende taken toewijzen aan de T2S-programmaraad en/of de 4CB’s en daarbij bepalen welke daarmee verband houdende besluiten de raad voor zichzelf reserveert;

iv)

besluiten aangaande de organisatie van de T2S-programmaraad nemen;

b)

behandelen van overeenkomstig de regels van de T2S-adviesgroep door T2S-adviesgroepleden ingediende verzoeken;

c)

beslissen over het financiële T2S-basisregime, met name:

i)

het prijsstellingsbeleid voor T2S-diensten;

ii)

de kostenberekeningsmethode voor T2S;

iii)

de financiële regelingen op grond van artikel 12;

d)

besluiten over de toegangscriteria voor CSD’s;

e)

het T2S-programmaplan valideren en aanvaarden; toezicht houden op de voortgang van het T2S-programma en besluiten over maatregelen ter beperking van eventuele vertraging bij de uitvoering van T2S;

f)

besluiten over de fundamentele operationele T2S-aspecten, te weten:

i)

het operationele T2S-kader, met inbegrip van een beheerstrategie voor incidenten en crises;

ii)

het T2S-informatiebeveiligingskader;

iii)

de T2S-managementprocedure voor wijzigingen en vrijgave;

iv)

de T2S-teststrategie;

v)

de T2S-migratiestrategie;

vi)

het T2S-risicobeheerskader;

g)

het goedkeuren van het fundamentele contractuele kader, te weten:

i)

de overeenkomsten tussen niveau 2 en niveau 3;

ii)

de dienstenniveauovereenkomsten tussen de T2S-programmaraad en de CSD’s en de centrale banken van het Eurosysteem, alsook met de 4 CB’s;

iii)

de contracten met de CSD’s tussen enerzijds de T2S-programmaraad samen met de centrale banken van het Eurosysteem, en anderzijds de CSD’s;

iv)

de contracten met NCB’s buiten het eurogebied, andere centrale banken of andere bevoegde monetaire autoriteiten, met inbegrip van de respectieve dienstenniveauovereenkomsten;

h)

verantwoordelijkheid voor het nemen van passende maatregelen om handhaving van oversightregels en -beginselen te verzekeren;

i)

de datum van de migratiestart voor CSD’s naar T2S vaststellen.

Artikel 5

De T2S-programmaraad

1.   De samenstelling en het mandaat van de T2S-programmaraad zijn vastgelegd in Besluit ECB/2009/6. De T2S-programmaraad is verantwoordelijk voor de aan niveau 2 toegewezen taken binnen het door de Raad van bestuur bepaalde algemene kader.

2.   Het T2S-programmaraadmandaat omvat tevens:

a)

het bespreken en goedkeuren van de statistieken betreffende overheidsfinanciën (SBO), de GFG en de gebruikershandboeken;

b)

het invoeren van het operationele T2S-kader, met inbegrip van de beheersstrategie voor incidenten en crises, binnen de door de Raad van bestuur vastgestelde parameters:

c)

onderhandelen over de in lid 1 en 2 van artikel 18 bedoelde valutadeelnameovereenkomsten;

d)

informatieverstrekking aan de desbetreffende bevoegde regelgevende en oversight uitoefenende autoriteiten;

e)

onderhandelen over de niveau 2-niveau 3-overeenkomst met de 4CB’s, ter goedkeuring door de Raad van bestuur.

Artikel 6

De 4CB’s

1.   De 4CB’s ontwikkelen en exploiteren T2S en verstrekken de T2S-programmaraad informatie inzake hun interne organisatie en werktoedeling.

De 4CB’s vervullen met name de volgende taken:

a)

op basis van het DGV en de richtlijnen van de T2S-programmaraad, de SBO, de GFG en de gebruikershandboeken overeenkomstig het T2S-programmaplan;

b)

namens het Eurosysteem T2S ontwikkelen en opbouwen, en het leveren van de technische componenten van T2S overeenkomstig het T2S-programmaplan en de DGV, SBO en GFG en andere specificaties en dienstenniveaus;

c)

T2S beschikbaar maken voor de T2S-programmaraad overeenkomstig de goedgekeurde timing, specificaties en dienstenniveaus;

d)

ten behoeve van de financiële regelingen betreffende T2S op grond van artikel 12 het volgende aan de T2S-programmaraad voorleggen:

i)

een schatting, in een vorm die kan worden beoordeeld en/of gecontroleerd door het desbetreffende comité van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) of het Eurosysteem en/of externe accountants, van de door hen te maken kosten voor de ontwikkelingen exploitatie van T2S,

ii)

een financieel aanbod, met inbegrip van type, betalingsschema, alsook de bestreken tijdsperiode;

e)

het verkrijgen van alle noodzakelijke licenties voor het bouwen en exploiteren van T2S en het Eurosysteem in staat stellen de CSD’s T2S-diensten aan te bieden;

f)

wijzigingen aan T2S uitvoeren overeenkomstig de T2S-managementprocedure voor wijzigingen en vrijgave;

g)

door de Raad van bestuur of de T2S-programmaraad binnen het bevoegdheidsgebied van de 4CB’s geformuleerde vragen beantwoorden;

h)

training, technische en operationele ondersteuning verschaffen voor tests en migratie onder de coördinatie van de T2S-programmaraad;

i)

met de T2S-programmaraad onderhandelen over de niveau 2-niveau 3-overeenkomst.

2.   De 4CB’s zijn ten overstaan van het Eurosysteem hoofdelijk aansprakelijk voor de uitvoering van hun taken. De aansprakelijkheid bestrijkt fraude, opzettelijk wangedrag en grove nalatigheid. De aansprakelijkheidsregeling wordt in de niveau 2-niveau 3-overeenkomst nader uitgewerkt.

3.   Het uitbesteden of in onderaanneming geven van de bovengenoemde taken door de 4CB’s aan externe dienstverleners doet geen afbreuk aan de aansprakelijkheid van de 4CB’s jegens het Eurosysteem en overige belanghebbenden en is transparant voor de T2S-programmaraad.

Artikel 7

Relaties met externe belanghebbenden

1.   De T2S-adviesgroep is een forum voor communicatie en interactie tussen het Eurosysteem en externe T2S-belanghebbenden. De T2S-adviesgroep brengt verslag uit aan de T2S-programmaraad en kan in uitzonderlijke gevallen aangelegenheden aan de Raad van bestuur voorleggen.

De voorzitter van de T2S-programmaraad is tevens voorzitter van de T2S-adviesgroep. De samenstelling en het mandaat van de T2S-adviesgroep worden vastgelegd in de bijlage bij dit richtsnoer.

De adviesgroep kwijt zich van haar taken overeenkomstig het reglement van orde dat de Raad van bestuur goedkeurt.

2.   De CSD-contactgroep is een forum voor communicatie en interactie met de CSD’s. De groep bevordert het voorbereiden van en onderhandelen over de raamovereenkomst tussen enerzijds het Eurosysteem en anderzijds de CSD’s die aan T2S willen deelnemen. De voorzitter van de T2S-programmaraad is tevens voorzitter van de CSD-contactgroep. De samenstelling en het mandaat van de CSD-contactgroep worden vastgelegd in de bijlage.

3.   De nationale gebruikersgroepen zijn een forum voor communicatie en interactie met dienstverleners en gebruikers van effectenafwikkelingsdiensten binnen hun nationale markt, ter ondersteuning van de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van T2S en om de impact van T2S op de nationale markten na te gaan. De respectieve NCB’s zitten de nationale gebruikersgroepen voor. De samenstelling en het mandaat van de nationale gebruikersgroepen worden vastgelegd in de bijlage.

Artikel 8

Goed bestuur

1.   Om belangenconflicten te voorkomen tussen de T2S-dienstverlenening en de regelgevende functies van het Eurosysteem, verzekeren de centrale banken van het Eurosysteem:

a)

dat leden van de T2S-programmaraad niet deelnemen aan enigerlei oversightactiviteit van hun centrale bank met betrekking tot T2S, zulks overeenkomstig het door de Raad van bestuur goedgekeurde reglement van orde van de T2S-programmaraad. Ze zijn geen lid van het Payment and Settlement Systems Comité (PSSC), het Comité informatietechnologie (CIT) of het IT-stuurcomité van het Eurosysteem (EISC);

b)

dat de oversight- en operationele activiteiten van T2S gescheiden zijn.

2.   De T2S-programmaraad is onderworpen aan rapportageverplichtingen en controle, zoals in dit richtsnoer bepaald. Controles met betrekking tot de ontwikkeling, exploitatie en kosten van T2S worden geïnitieerd en uitgevoerd op basis van de beginselen en regelingen, zoals uiteengezet in het door de Raad van bestuur vastgestelde en ten tijde van de controle vigerende ESCB-controlebeleid.

Artikel 9

Samenwerking en informatie

1.   De 4CB’s en de T2S-programmaraad werken samen, wisselen informatie uit en verschaffen elkaar gedurende de ontwikkeling van het T2S-programma technische en andere bijstand.

2.   De 4CB’s, de overige centrale banken van het Eurosysteem en de T2S-programmaraad informeren elkaar onmiddellijk over aangelegenheden die het ontwikkelen of opbouwen van T2S materieel zouden kunnen beïnvloeden, en streven ernaar elk daarmee verbonden risico te beperken.

3.   De T2S-programmaraad rapporteert op kwartaalbasis aan de Raad van bestuur over de ontwikkeling van het T2S-programma. Ontwerprapporten worden voor commentaar naar het PSSC en het EISC gestuurd alvorens het rapport via de directie voor te leggen aan de Raad van bestuur.

4.   De T2S-programmaraad verspreidt de agenda’s, samenvattingen en relevante documenten van zijn vergaderingen aan de PSSC-leden, opdat zij, indien nodig, input kunnen leveren.

5.   De T2S-programmaraad en ter zake kundige ESCB-comités kunnen elkaar, voor zover nodig, raadplegen.

6.   De 4CB’s rapporteren regelmatig over het T2S-programma aan de T2S-programmaraad.

7.   De inhoud en gedetailleerde procedure voor de rapportageverplichtingen van de T2S-programmaraad en de 4CB’s zijn uitgewerkt in de niveau 2-niveau 3-overeenkomst.

HOOFDSTUK III

FINANCIEEL REGIME

Artikel 10

Prijsstellingsbeleid

1.   Het T2S-prijsstellingsbeleid heeft geen winstoogmerk, beoogt volledige kostendekking en nondiscriminatie ten aanzien van CSD’s.

2.   Binnen zes maanden na vaststelling van dit richtsnoer doet de T2S-programmaraad de Raad van bestuur een voorstel aangaande het prijsstellingsbeleid voor T2S-diensten, met inbegrip van de algemene procedures en een voortgangsrapportage inzake de T2S-doelstelling van exploitatie zonder winstoogmerk en volledige kostendekking, waaronder een inschatting van een mogelijk daaruit voortvloeiend financieel risico voor het Eurosysteem. Het prijsstellingsbeleidvoorstel wordt ingediend bij de Raad van bestuur na overleg met CSD’s en gebruikers.

Artikel 11

Kostenberekeningsmethode en financiële administratie

1.   Voor T2S geldt de gemeenschappelijke kostenberekeningsmethode van het Eurosysteem en Richtsnoer ECB/2006/16 van 10 november 2006 betreffende het juridische kader ten behoeve van de financiële administratie en verslaglegging in het Europees Stelsel van centrale banken (2), tenzij de Raad van bestuur anders beslist.

2.   De T2S-programmaraad betrekt, in een zeer vroeg stadium, de desbetreffende comités van het ESCB/Eurosysteem bij de beoordeling van de correcte tenuitvoerlegging van:

a)

de gemeenschappelijke kostenberekeningsmethode van het Eurosysteem in de context van kostenramingen en het berekenen van de jaarlijkse kosten van T2S; en

b)

Richtsnoer ECB/2006/16 door de ECB en de 4CB’s in de context van de verantwoording van kosten en activa van T2S.

Artikel 12

Financiële regelingen

1.   De T2S-programmaraad legt de Raad van bestuur een voorstel voor betreffende de T2S financiële enveloppe, waarin opgenomen de kosten van T2S, d.w.z. de kosten van de 4CB’s en de ECB voor het ontwikkelen, onderhouden en exploiteren van T2S.

2.   Het voorstel omvat tevens:

a)

het soort aanbod,

b)

betalingsschema,

c)

de bestreken tijdsperiode,

d)

het systeem van kostendeling,

e)

de kapitaalskosten.

3.   De Raad van bestuur neemt een besluit over de financiële regelingen.

Artikel 13

Betalingen

1.   Er is een T2S-projectrekening die namens het Eurosysteem wordt aangehouden bij de ECB. De T2S-projectrekening heeft geen budgettair karakter, maar wordt gebruikt voor het innen en uitbetalen van alle met T2S-kosten verband houdende vooruitbetalingen, termijnen en terugbetalingen, alsook van T2S-gebruiksvergoedingen.

2.   De T2S-programmaraad beheert de T2S-projectrekening namens het Eurosysteem. Behoudens de validatie en aanvaarding van de door de 4CB’s te leveren diensten, keurt de T2S-programmaraad de betaling van elke termijn aan de 4CB’s goed overeenkomstig het door de Raad van bestuur goedgekeurde en in de niveau 2-niveau 3-overeenkomst vastgelegde betalingschema.

Artikel 14

De Eurosysteemrechten op T2S

1.   De T2S-bedrijfsapplicatie is volledig eigendom van het Eurosysteem.

2.   Te dien einde verstrekken de 4CB’s het Eurosysteem licenties betreffende de intellectuele-eigendomsrechten opdat het Eurosysteem uit hoofde van de toepasselijke regels en gemeenschappelijke dienstenniveaus op gelijke voet het volledige dienstenscala van T2S aan CSD’s kan verstrekken. De 4CB’s vrijwaren het Eurosysteem voor elke door derden ingediende claims wegens schending van dergelijke intellectuele-eigendomsrechten.

3.   In de niveau 2-niveau 3-overeenkomst leggen de 4CB’s en de T2S-programmaraad de bijzonderheden betreffende de Eurosysteemrechten op T2S vast. De rechten van de autoriteiten die een artikel 18-valutadeelnameovereenkomst hebben ondertekend, worden in die overeenkomst vastgelegd.

HOOFDSTUK IV

CENTRALE EFFECTENBEWAARINSTELLINGEN

Artikel 15

Toegangscriteria voor CSD’s

1.   CSD’s komen in aanmerking voor toegang tot T2S-diensten mits:

a)

zij zijn aangemeld bij de Commissie op grond van artikel 10 van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (3) of, in het geval van een CSD uit een niet tot de Europese Economische Ruimte (EER) behorend rechtsgebied, zij opereren in een wettelijk en regelgevend kader dat gelijkwaardig is aan het in de Unie geldende kader;

b)

ze door de bevoegde autoriteiten positief zijn beoordeeld in het licht van de CEER/ESCB aanbevelingen voor effectenafwikkelingssystemen;

c)

ze elk effect/ISIN waarvoor ze emittent-CSD (of technische emittent-CSD) zijn, op verzoek beschikbaar stellen aan andere CSD’s in T2S;

d)

zij zich ertoe verbinden op niet-discriminerende wijze basisbewaardiensten aan te bieden aan andere CSD’s in T2S;

e)

zij zich ertoe verbinden jegens andere CSD’s in T2S hun afwikkeling in centralebankgeld in T2S uit te voeren indien de valuta in T2S beschikbaar is.

2.   De regels in verband met de toegangscriteria voor CSD’s worden in contractuele afspraken tussen de centrale banken van het Eurosysteem en de CSD’s geconcretiseerd.

3.   De ECB houdt op haar website een lijst bij van CSD’s die in T2S mogen afwikkelen.

Artikel 16

Contractuele relaties met CSD’s

1.   De contracten tussen de centrale banken van het Eurosysteem en de CSD’s, met inbegrip van de dienstenniveauovereenkomsten, zijn volledig geharmoniseerd.

2.   De T2S-programmaraad onderhandelt samen met de centrale banken van het Eurosysteem met CSD’s over de contracten.

3.   De contracten met CSD’s worden goedgekeurd door de Raad van bestuur en vervolgens ondertekend door de centrale bank van het Eurosysteem van het land van vestiging van de CSD, of door de ECB voor CSD’s buiten het eurogebied, in beide gevallen handelend in naam van en namens alle centrale banken van het Eurosysteem. Met betrekking tot Ierland zal het contract worden getekend door de centrale bank van het Eurosysteem van de lidstaat die het effectenafwikkelingssysteem overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 98/26/EG bij de Commissie heeft aangemeld.

Artikel 17

Naleving van regelgevingsvereisten

1.   De T2S-programmaraad beoogt CSD’s ondersteuning te verlenen voor de voortdurende naleving van de relevante juridische, regelgevende en oversightvereisten.

2.   De T2S-programmaraad beoordeelt of de ECB aanbevelingen dient uit te vaardigen teneinde aanpassingen in de wetgeving te bevorderen ter verzekering van gelijke toegangsrechten voor CSD’s tot de T2S-diensten, en doet hiertoe voorstellen aan de Raad van bestuur.

HOOFDSTUK V

ANDERE VALUTA’S DAN DE EURO

Artikel 18

Voorwaarden om in aanmerking te komen voor opname in T2S

1.   Een andere EER-valuta dan de euro komt in aanmerking voor gebruik in T2S, mits de niet tot het eurogebied behorende NCB, een voor een dergelijke valuta verantwoordelijke andere centrale bank of andere autoriteit een valutadeelnameovereenkomst afsluit met het Eurosysteem en de Raad van bestuur de toelating van die valuta heeft goedgekeurd.

2.   Een andere valuta dan een EER-valuta komt in aanmerking voor gebruik in T2S, mits de Raad van bestuur de toelating van die valuta heeft goedgekeurd, indien:

a)

het op afwikkeling in die valuta toepasselijke juridische, regelgevende en oversightkader inhoudelijk dezelfde of hogere rechtszekerheid biedt dan het in de Unie vigerende kader;

b)

de opname van die valuta in T2S een positief effect zou hebben op de T2S-bijdrage aan de markt voor effectenafwikkeling in de Unie; en

c)

de andere centrale bank of voor een dergelijke valuta verantwoordelijke autoriteit een wederzijds tevredenstellende valutadeelnameovereenkomst afsluit met het Eurosysteem.

3.   Conform het mandaat van de T2S-programmaraad, kunnen NCB’s buiten het eurogebied vertegenwoordigd worden in de T2S-programmaraad.

HOOFDSTUK VI

T2S-PROGRAMMA ONTWIKKELING

Artikel 19

T2S-programmaplan

1.   Na vaststelling van dit richtsnoer, legt de T2S-programmaraad een op het DGV gebaseerd ontwerp-T2S-programmaplan voor aan de Raad van bestuur, bestaande uit een gestructureerde lijst van de te leveren diensten en activiteiten in verband met het T2S-programma, alsook de onderlinge samenhang daarvan en de geplande start- en einddatums.

2.   Op basis van de door de T2S-programmaraad gedane voorstellen, beoordeelt, valideert en aanvaardt de Raad van bestuur het T2S-programmaplan.

3.   De T2S-programmaraad stelt een gedetailleerd programmaschema vast op basis van het T2S-programmaplan dat de mijlpalen van het T2S-programma bepaalt. Dit schema wordt openbaar gemaakt en aan T2S-belanghebbenden meegedeeld.

4.   Indien een ernstig risico bestaat dat een T2S-programmamijlpaal niet zal worden gehaald, deelt de T2S-programmaraad dit prompt mee aan de Raad van bestuur, en stelt maatregelen voor om vertraging in de tenuitvoerlegging van het T2S-programma te beperken.

HOOFDSTUK VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 20

Niveau 2-niveau 3-overeenkomst

1.   Behoudens het bepaalde in dit richtsnoer, stipuleert een niveau 2-niveau 3-overeenkomst aanvullende details inzake de taken en verantwoordelijkehden van de 4CB’s, de T2S-programmaraad en de centrale banken van het Eurosysteem.

2.   De niveau 2-niveau 3-ontwerpovereenkomst wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad van bestuur en daarna ondertekend door het Eurosysteem en de 4CB’s.

Artikel 21

Geschillenbeslechting

1.   Indien een geschil omtrent een in dit richtsnoer geregelde aangelegenheid niet kan worden beslecht via een akkoord tussen de betrokken partijen, kan een betrokken partij de aangelegenheid ter beslechting voorleggen aan de Raad van bestuur.

2.   In de niveau 2-niveau 3-overeenkomst wordt opgenomen dat de T2S-programmaraad of de 4CB’s elk geschil dat voortvloeit uit de niveau 2-niveau 3-overeenkomst, kunnen voorleggen aan de Raad van bestuur.

Artikel 22

Inwerkingtreding

Dit richtsnoer wordt van kracht op 1 mei 2010.

Artikel 23

Geadresseerden en uitvoeringsmaatregelen

Dit richtsnoer geldt voor alle centrale banken van het Eurosysteem.

Gedaan te Frankfurt am Main, 21 april 2010.

Namens de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Jean-Claude TRICHET


(1)  PB L 102 van 22.4.2009, blz. 12.

(2)  PB L 348 van 11.12.2006, blz. 1.

(3)  PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45.


BIJLAGE

T2S-ADVIESGROEP

Mandaat en samenstelling

1.   Mandaat en bevoegdheden

De TARGET2-Securities (T2S)-adviesgroep (adviesgroep) heeft het volgende mandaat:

a)

het ondersteunen van de herziening door het Eurosysteem van de algemene specificaties (AS) en de gedetailleerde functionele gebruikersspecificaties (GFG) om te verzekeren dat ze in volledige overeenstemming zijn met het document gebruikersvereisten (DGV);

b)

ondersteunen van de beoordeling door het Eurosysteem van eventuele verzoeken tot wijziging van het DGV;

c)

adviesverlening betreffende de verdere precisering van de juridische onderbouwing voor de AS en de GFG;

d)

ondersteunen van het Eurosysteem bij de verdere precisering van het prijsstellingskader;

e)

voortzetten van het werk aan harmonisatie op het gebied van met T2S verband houdende effectenafwikkeling;

f)

ondersteunen van uitvoeringsinspanningen in de markt;

g)

advies verlenen over, en het ondersteunen van de uitvoering van, overeenkomsten en beleid teneinde bij te dragen aan een effectieve en kostenefficiënte post-trading T2S-omgeving tussen T2S en CSD’s, en zodoende een toezegging van centrale effectenbewaarinstellingen (CSD’s) en marktgebruikers te bevorderen om saldo’s en afwikkelingsactiveit te verplaatsen naar T2S;

h)

advies verlenen betreffende migratiekwesties en -fasering.

2.   Samenstelling

2.1.

De adviesgroep bestaat uit de voorzitter, secretaris, volwaardige leden en waarnemers.

2.2.

Wanneer dit aangewezen wordt geacht, kan de voorzitter naar eigen inzicht op ad-hocbasis extra deskundigen uitnodigen voor vergaderingen van de adviesgroep en de adviesgroep daarover informeren.

3.   Volwaardige leden

3.1.

Volwaardige leden zijn gerechtigd deel te nemen aan de besluitvorming door de adviesgroep.

3.2.

Aan elke groep die op grond van paragraaf 3.3 in aanmerking komt voor volledig lidmaatschap, wordt hetzelfde aantal volwaardige leden toegewezen. Het aantal volwaardige leden van elke andere groep van belanghebbenden is gelijk aan het aantal volwaardige leden in de groep van centralebankbelanghebbenden.

3.3.

Een vertegenwoordiger van elk van de volgende groepen komt in aanmerking voor het volwaardig lidmaatschap van de adviesgroep:

a)

centrale banken — de ECB en elke nationale centrale bank (NCB) van het eurogebied wordt vertegenwoordigd door één volwaardig lid. Bij aanname van de euro door een lidstaat, neemt de respectieve NCB ook als een volwaardig lid deel aan de adviesgroep vanaf de datum van toetreding tot het eurogebied. Een centrale bank buiten het eurogebied die heeft besloten haar valuta op te nemen in T2S, wordt ook vertegenwoordigd door één volwaardig lid vanaf de datum van dat besluit. Als openbaar lichaam, is de Commissie een volwaardig lid en geldt daarbij als een lid van de centralebankgroep;

b)

centrale effectenbewaarinstellingen (CSD’s) — elke groep van CSD’s, die uit meerdere CSD’s kan bestaan, of elke CSD, al naargelang het geval, die haar transacties in euro en/of haar transacties in de nationale valuta, niet zijnde de euro, afwikkelt en die voldoet aan de volgende criteria, is een volwaardig lid van de adviesgroep en mag één vertegenwoordiger aanwijzen:

ze heeft haar steun uitgesproken voor T2S;

ze is bereid een contractuele regeling aan te gaan met het Eurosysteem;

ze heeft verklaard voornemens te zijn T2S te gebruiken zodra het in bedrijf is.

Volgens de paragrafen 3.2 en 3.3, onder a), is het aantal CSD-vertegenwoordigers gelijk aan het aantal centralebankvertegenwoordigers. Dus, grotere groepen CSD’s en grotere CSD’s hebben een groter aantal vertegenwoordigers, afhankelijk van hun afwikkelingsvolume. Het aantal extra vertegenwoordigers wordt bepaald door de in de adviesgroep vertegenwoordigde CSD’s en de voorzitter van de adviesgroep, overeenkomstig de methode d’Hondt voor evenredige vertegenwoordiging;

c)

gebruikers — overeenkomstig een tevoren vastgestelde sleutel selecteert de Benoemingscommissie leden uit de gebruikersgemeenschap op basis van door de secretaris ontvangen sollicitaties:

ten minste elf volwaardige leden die de belangrijkste commerciële banken vertegenwoordigen die actief zijn in de effectenhandel in valuta’s die in aanmerking komen voor afwikkeling in T2S, ongeacht hun plaats van oprichting;

ten minste twee volwaardige leden die internationale investeringsbanken vertegenwoordigen;

ten minste twee volwaardige leden die banken vertegenwoordigen die actief zijn in de afwikkeling van effectentransacties ten behoeve van hun lokale klanten;

ten minste één volwaardig lid dat een centrale tegenpartij vertgenwoordigt.

4.   Waarnemers

4.1.

Waarnemers zijn gerechtigd deel te nemen aan de vergaderingen van de adviesgroep, maar kunnen niet deelnemen aan het besluitvormingsproces ervan.

4.2.

Elk van de volgende groepen/instellingen heeft recht op één vertegenwoordiger als waarnemer in de adviesgroep:

a)

Comité van Europese effectenregelgevers;

b)

Europese Bankfederatie;

c)

Europese Vereniging van Spaarbanken;

d)

Europese Vereniging van Coöperatieve Banken;

e)

Europees Forum voor Effectendiensten („European Securities Services Forum”);

f)

Federatie van Europese Effectenbeurzen („Federation of European Securities Exchanges”);

g)

CSD’s die T2S ondersteunen en die worden geëxploiteerd door een NCB;

h)

voorzitters van subgroepen van de adviesgroep.

4.3.

De centrale banken van het Eurosysteem die het T2S-platform (4CB) gaan bouwen en exploiteren, mogen per individuele centrale bank één vertegenwoordiger aanwijzen om als waarnemer in de adviesgroep deel te nemen. Deze vertegenwoordigers presenteren hun zienswijze op uniforme wijze aan de adviesgroep.

5.   Benoemingsprocedures

5.1.

Voor volwaardige leden en waarnemers gelden de volgende benoemingsprocedures:

a)

een vertegenwoordiger van een centrale bank wordt benoemd door de president van de betreffende centrale bank overeenkomstig de van toepassing zijnde statuten van de centrale bank;

b)

een vertegenwoordiger van een CSD wordt aangewezen door het hoofd van de betreffende CSD;

c)

een gebruikersvertegenwoordiger wordt benoemd door de respectieve organisaties op basis van persoonlijke sollicitaties. Ze worden door de Benoemingscommissie aangesteld overeenkomstig de van toepassing zijnde procedures en criteria van de commissie;

d)

een waarnemer wordt benoemd door het hoofd van de betreffende groep/instelling.

5.2.

Elke kandidaat moet het passende niveau van senioriteit en de relevante technische expertise bezitten. De voordragende entiteiten zijn ervoor verantwoordelijk te verzekeren dat een kandidaat voldoende tijd kan vrijmaken om actief betrokken te zijn bij het werk van de adviesgroep.

5.3.

Een benoemimg moet schriftelijk aan de secretaris worden bevestigd.

6.   Deelname

6.1.

Volwaardige leden en waarnemers in de adviesgroep nemen op strikt persoonlijke basis deel in de adviesgroep. Hun aanwezigheid bij de vergaderingen van de adviesgroep wordt beschouwd als een signaal van hun betrokkenheid bij het project.

6.2.

Volwaardige leden en waarnemers zijn gerechtigd een plaatsvervanger (met een gelijkwaardig niveau van senioriteit en expertise) aan te wijzen die, in uitzonderlijke omstandigheden, aanwezig is bij de adviesgroep bij afwezigheid van het betreffende lid of de betreffende waarnemer en zienswijzen naar voren mag brengen of, in het geval van volwaardige leden, bij volmacht namens hem of haar mag stemmen. De betreffende volwaardige leden en waarnemers informeren de secretaris hieromtrent ruim van te voren.

6.3.

Wanneer een volwaardig lid of een waarnemer de entiteit die hij vertegenwoordigt, heeft verlaten, eindigt het lidmaatschap met onmiddellijke ingang.

6.4.

De voorzitter van de adviesgroep zal de verantwoordelijke voordragende organisatie of de Benoemingscommissie, al naargelang het geval, verzoeken een vervanger aan te wijzen telkens wanneer een volwaardig lid of een waarnemer aftreedt of zijn of haar lidmaatschap eindigt, overeenkomstig de van toepassing zijnde benoemingsprocedure uiteengezet in artikel 5.

7.   Voorzitter

7.1.

De voorzitter moet een senior manager van de ECB zijn en wordt benoemd door de Raad van bestuur. De voorzitter heeft het recht een vervanger aan te wijzen om zich in uitzonderlijke omstandigheden te laten vervangen.

7.2.

De voorzitter is verantwoordelijk voor het organiseren van de vergaderingen van de adviesgroep en die vergaderingen voor te zitten. In deze functie beslist hij over de agenda van de vergaderingen, rekening houdend met bijdragen van leden van de adviesgroep, en over de aan de adviesgroep toe te sturen documenten.

7.3.

De voorzitter beslist of een onderwerp tot de bevoegdheid van de adviesgroep behoort (volgens paragraaf 1.2) en informeert de adviesgroep dienovereenkomstig indien beslist wordt dat een aangelegenheid niet tot de bevoegdheid van de adviesgroep behoort.

7.4.

Voorzitters oefenen alle functies uit zoals voorzien in het besluit van de Raad van bestuur, alsook alle andere functies die de adviesgroep nadien aan hun delegeert.

7.5.

De voorzitter benoemt de voorzitters en de reguliere leden van de subgroepen die onder de auspiciën van de adviesgroep worden ingesteld.

7.6.

Uitsluitend de voorzitter vertegenwoordigt de adviesgroep naar buiten. Voorafgaand aan een relevante, door de voorzitter namens de adviesgroep ondernomen vertegenwoordiging naar buiten, wordt de adviesgroep op passende wijze geïnformeerd. Een externe communicatie van de adviesgroep zal ruim van te voren onder de aandacht van de adviesgroep worden gebracht.

8.   Secretariaat

8.1.

De secretaris moet een zeer ervaren personeelslid van de ECB zijn en wordt benoemd door de voorzitter. De voorzitter kan een vervanger aanwijzen die de secretaris in uitzonderlijke omstandigheden vervangt.

8.2.

De ECB stelt operationele en secretariële ondersteuning ter beschikking van de secretaris.

8.3.

De secretaris werkt onder de leiding van de voorzitter. De taak van de secretaris betreft met name:

a)

de voorzitter bijstaan in zijn taken;

b)

het organiseren van vergaderingen en het opstellen van de samenvatting van de vergaderingen;

c)

hulp verlenen bij het opstellen van door de adviesgroep aangenomen documenten;

d)

fungeren als coördinator voor consultaties;

e)

het organiseren van externe communicatie met betrekking tot het werk van de adviesgroep en de overige groepen (zoals de publicatie van documenten van de adviesgroep);

f)

het uitvoeren van alle andere, hem door dit reglement van orde of de adviesgroep of de voorzitter, al naargelang het geval, toegewezen functies.

8.4.

De secretaris is ambtshalve lid van de Benoemingscommissie. Hij kan ook deelnemen aan de substructuren van de adviesgroep.

8.5.

De secretaris is niet gerechtigd deel te nemen aan de besluitvorming van de adviesgroep.

9.   Werkprocedures

9.1.

Als regel komt de adviesgroep éénmaal per kwartaal bijeen. De voorzitter kan extra vergaderingen bijeenroepen, waarvan de data ruim van tevoren aan de adviesgroep zullen worden meegedeeld. Vergaderingen vinden in beginsel plaats in de gebouwen van de ECB.

9.2.

De voertaal is Engels.

9.3.

Voorlopige conclusies betreffende de belangrijkste resultaten van een vergadering van de adviesgroep worden binnen drie werkdagen na de vergadering gepubliceerd op de website van de ECB. Deze voorlopige conclusies worden gepubliceerd onder de verantwoordelijkheid van de voorzitter, en als zodanig gemarkeerd, zonder betrokkenheid van de adviesgroep. Ook verstrekt de secretaris na elke vergadering van de adviesgroep een actielijst met de taken en uiterste termijnen die tijdens die vergadering werden toegewezen. De samenvatting van een vergadering van de adviesgroep wordt opgesteld door de secretaris en binnen zes werkdagen na de vergadering aan de leden van de adviesgroep verspreid. Commentaar op de ontwerpsamenvatting moet binnen drie werkdagen van leden van de adviesgroep worden ontvangen. De definitieve samenvatting wordt onmiddellijk na goedkeuring door de adviesgroep gepubliceerd. Deze vervangt de voorlopige conclusies van de voorzitter, die van de website zullen worden verwijderd, nadat de samenvatting is gepubliceerd. De samenvatting geeft aan welke onderwerpen aan de orde zijn gekomen, alsook de resultaten van de besprekingen.

9.4.

De werkwijze van de adviesgroep is open en transparant.

De agenda van een vergadering en de te bespreken documenten (met inbegrip van input van substructuren van de adviesgroep) zullen ten minste vijf werkdagen voor de vergadering aan de leden worden verspreid en worden gepubliceerd op de website van de ECB. De adviesgroep bepaalt of documenten die minder dan vijf dagen voor een vergadering werden toegezonden in die vergadering zullen worden besproken. Commentaar en andere bescheiden die niet later dan drie werkdagen voor een vergadering door de secretaris worden ontvangen, zullen aan de adviesgroep worden verspreid en, in beginsel, ook worden gepubliceerd op de website van de ECB. Documenten van vertrouwelijke aard (zoals van marktdeelnemers op voorwaarde van vertrouwelijkheid ontvangen documenten of door de voorzitter vertrouwelijk geachte documenten) zullen niet worden gepubliceerd.

9.5.

Besluiten van de adviesgroep zijn hetzij in de vorm van een advies dat rechtstreeks aan de besluitvormende organen van de ECB wordt gestuurd, d.w.z. de Raad van bestuur en de directie, of in de vorm van resoluties betreffende de organisatie van het werk van de adviesgroep of het werk van de subgroepen.

9.6.

Als regel wordt een advies aan de besluitvormingsorganen van de ECB door de leden van de adviesgroep die deelnemen aan de besluitvorming in de adviesgroep, bij consensus aangenomen. Indien geen consensus kan worden bereikt, kan de voorzitter besluiten de mate van steun voor een specifiek advies te beoordelen door alle volwaardige leden van de adviesgroep die deelnemen aan de besluitvorming in de adviesgroep, te vragen of ze het eens of oneens zijn met een voorstel. De mate van steun zal aan de besluitvormende organen van de ECB worden doorgegeven. In het geval dat er meerdere voorstellen voor advies zijn over hetzelfde onderwerp, zullen alleen die voorstellen die door ten minste zeven volwaardige leden van de adviesgroep (of hun plaatsvervangers) worden gesteund, aan de besluitvormende organen van de ECB worden gerapporteerd. Het is volwaardige leden niet toegestaan meer dan één voorstel over hetzelfde onderwerp te steunen. In het geval van kwesties van extreem belang, kunnen zeven volwaardige leden verzoeken dat hun minderheidsstandpunt rechtstreeks wordt doorgegeven aan de besluitvormende organen van de ECB.

9.7.

De adviesgroep kan substructuren opzetten ter ondersteuning van haar werk met betrekking tot: a) de technische implementatie van de gebruikersvereisten, b) harmonisatie voor met T2S samenhangende aangelegenheden, c) met T2S samenhangende juridische kwesties, of d) enigerlei ander gebied waarop de adviesgroep specifieke ondersteuning nodig acht. De mandaten van dergelijke substructuren worden bepaald en vastgesteld door de adviesgroep.

De adviesgroep kan subgroepen instellen die alle groepen van belanghebbenden van de adviesgroep omvatten en die qua aard van langere termijn zijn. Daarnaast kan de adviesgroep ook werkgroepen instellen die niet noodzakelijkerwijs alle belanghebbenden van de adviesgroep omvatten en/of die qua aard van korte termijn zijn. Voorts kan zowel de adviesgroep, als het T2S-projectteam workshops houden om bepaalde thema’s op een ad-hocbasis aan de orde te stellen.

Besluiten van de adviesgroep betreffende de organisatie van het werk van de substructuren zullen bij consensus worden genomen, of bij gewone meerderheid, indien geen consensus wordt bereikt.

9.8.

De adviesgroep moet verzekeren dat een brede kring van marktdeelnemers en autoriteiten de gelegenheid krijgt input te leveren aan de adviesgroep en dat zij worden geïnformeerd over haar beraadslagingen. De secretaris treedt op als coördinator voor dergelijke consultaties en wordt ondersteund door het ECB T2S-team en, waar nodig, door ander ECB-personeel.

Te dien einde zal in ieder land een nationale gebruikersgroep (NGG) worden opgericht als schakel tussen de nationale markt en de adviesgroep. NGG’s kunnen via de secretaris suggesties of voorstellen doen aan de adviesgroep.

De adviesgroep moet passende middelen aanwenden om marktdeelnemers, autorititeiten, alsook alle overige belanghebbenden en belanghebbende partijen te consulteren, bv. via NGG’s, publieke consultaties, rondetafelbesprekingen, specifieke vergaderingen en informatiebijeenkomsten, of de publicatie van feedback statements na consultaties.

In de regel moeten alle consultaties voorzien in een tijdspanne van niet minder dan drie weken voor commentaar, tenzij de voorzitter of de adviesgroep anders beslist.

10.   Rapportagelijnen en relatie met comités van het Europees Systeem van centrale banken (ESCB)

10.1.

De Raad van bestuur kan de adviesgroep algemene richtlijnen geven, hetzij op eigen initiatief of op verzoek.

10.2.

De adviesgroep geeft haar advies rechtstreeks ter overweging aan de besluitvormingsorganen van de ECB.

10.3.

De adviesgroep kan via de respectieve voorzitter rechtstreeks richtlijnen aan een subgroep geven met betrekking tot op grond van het mandaat ter hand te nemen werk, hetzij op eigen initiatief of op verzoek.

10.4.

De adviesgroep kan via haar voorzitter een ESCB-comité of één of meerdere subgroepen daarvan raadplegen betreffende specifieke technische kwesties binnen de bevoegdheid en expertise van dat comité (zoals juridische kwesties in verband met T2S). In beginsel zal voor een dergelijke raadpleging een minimumperiode van drie weken worden gegeven, tenzij speciale omstandigheden een kortere periode vereisen. De voorzitter verzekert tevens dat het werk van de adviesgroep niet overlapt met het mandaat van een ESCB-comité.

CSD-CONTACTGROEP

Mandaat en samenstelling

1.   Reikwijdte van het mandaat

De CSD-contactgroep (CCG) is verantwoordelijk voor de voorbereiding en onderhandeling van de raamovereenkomst tussen enerzijds het Eurosysteem en anderzijds de CSD’s die aan T2S willen deelnemen. De raamovereenkomst is een door de Raad van bestuur aan alle Europese CSD’s voor te stellen document. Het bestrijkt de ontwikkeling en de operationele fases van T2S. Elke CSD ondertekent de overeenkomst.

2.   Samenstelling

De CCG bestaat uit de CSD-projectsponsors en de leden van de T2S-programmaraad en hun vervangers.

De projectsponsors worden benoemd door de raden van bestuur van de CSD’s die op 16 juli 2009 het MoU met het Eurosysteem hebben ondertekend of nadien een unilaterale verklaring hebben afgelegd het te aanvaarden. Elk CSD-lid kan een plaatsvervanger aanwijzen die hem kan vervangen ingeval van belet. De CSD is niet vertegenwoordigd, indien noch de projectsponsor noch de plaatsvervanger beschikbaar is. Indien leden van de T2S-programmaraad en plaatsvervangers niet beschikbaar zijn, kunnen zij niet worden vervangen.

De CCG-voorzitter is de voorzitter van de T2S-programmaraad. In coördinatie met de CSD’s stelt de voorzitter 1. de vergaderingfrequentie, het vergaderformaat en de vergaderagenda vast; 2. nodigt externe deskundigen en/of T2S-teamleden uit voor vergaderingen met een specifiek onderwerp. De rapporteur is een T2S-teamlid van de ECB. Hij/zij 1. coördineert de organisatie van de vergaderingen en de tijdige verzending van de relevante documenten; 2. ondersteunt de voorzitter bij de voorbereiding van de vergaderingen van de groep; 3. stelt een ontwerpverslag op van de vergadering; 4. ondersteunt de voorzitter inzake het relatiebeheer met de betrokken (sub)groepen.

3.   Werkprocedures, interactie en ondersteuning

Werkprocedures

De CCG beoogt haar resoluties bij consensus vast te stellen. Indien gedurende twee achtereenvolgende vergaderingen geen consensus kan worden bereikt, worden de meningsverschillen zorgvuldig gedocumenteerd. In een dergelijk geval is het de verantwoordelijkheid van de T2S-programmaraad om een voorstel te doen aan de Raad van bestuur. CSD’s die het niet eens zijn met het voorstel van de T2S-programmaraad, hebben de mogelijkheid een afwijkende mening tot uitdrukking te brengen.

Interactie tussen de T2S-adviesgroep en de CCG

De CCG-voorzitter brengt de adviesgroep regelmatig op de hoogte van de voortgang in de onderhandelingen aangaande de raamovereenkomst.

Indien relevant zal de CCG (eventueel via de Subgroep projectmanagers (PMSG) en de Werkgroep contractuele kwesties (TCI)) input ontvangen zijdens de bestaande substructuren van de adviesgroep.

CCG ondersteuning

De CCG wordt ondersteund door:

de PMSG, die verantwoordelijk is voor het voorbereiden van het businessstandpunt voor de onderhandelingen (waaronder functionele, technische en planningkwesties);

de TCI die het CCG juridisch ondersteunt en in die hoedanigheid de businessinput van de CCG en de PMSG omzet in passende juridische taal.

De CCG stelt het mandaat van deze twee werkgroepen vast en bakent in brede zin hun agenda af.

NATIONALE GEBRUIKERSGROEP

Mandaat en samenstelling

1.   Inleiding

De nationale gebruikersgroep (NGG) verenigt dienstverleners en gebruikers van effectenafwikkelingsdiensten binnen de nationale markt ter ondersteuning van de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van TARGET2-Securities (T2S). Ze vormt een forum om nationale marktdeelnemers bij de activiteiten van de T2S-adviesgroep te betrekken en vormt de formele link tussen de adviesgroep en de nationale markt. De groep treedt op als klankbord voor het T2S-projectteam, alsook als aanbrenger van input voor de adviesgroep inzake alle door de adviesgroep aan de orde gestelde aangelegenheden. Aldus kan ze de adviesgroep kwesties in overweging geven.

De NGG’s kunnen worden betrokken bij het DGV-wijzigingsbeheerproces en een belangrijke rol spelen bij de beoordeling van dergelijke verzoeken binnen het kader van het functioneren van de nationale markt. De NGG’s dienen het T2S-beginsel te belijden dat T2S geen specifieke nationale kenmerken krijgt en dienen actief harmonisatie te bevorderen.

2.   Mandaat

Luidens hun mandaat dienen NGG’s:

de impact van de T2S-functionaliteit te beoordelen, met name veranderingen in de T2S-gebruikersvereisten, op hun nationale markt; daarbij dient voldoende rekening te worden gehouden met het concept van een „slanke T2S” dat beoogt nationale kenmerken te vermijden en harmonisatie te bevorderen;

de adviesgroep te wijzen op relevante problemen aangaande de nationale markt;

de T2S-bekendheid in alle geledingen van nationale effectengemeenschap te verhogen;

de leden van de adviesgroep die de nationale gemeenschap vertegenwoordigen, te ondersteunen.

3.   Samenstelling

De NGG omvat de voorzitter, de secretaris en leden.

De NGG-voorzitter is bij voorkeur een volwaardig lid of waarnemer van de adviesgroep. Bij uitstek zal een senior ambtenaar van de betrokken nationale centrale bank deze rol vervullen. Indien de betrokken centrale bank de NGG-voorzitter niet levert of aanwijst, nomineert de voorzitter van de adviesgroep de NGG-voorzitter, waarvoor hij consensus zoekt onder de belangrijkste deelnemers in de relevante markt. Indien de voorzitter geen lid van de adviesgroep is, dient een lid van de adviesgroep te coördineren tussen de adviesgroep en de NGG-voorzitter om een nauwe band tussen de adviesgroep en de NGG te verzekeren.

In landen van het eurogebied levert de betrokken nationale centrale bank de NGG-secretaris; in andere landen benoemt de NGG-voorzitter de NGG-secretaris. De secretaris wordt geacht briefings bij te wonen die het T2S-team regelmatig voor NGG-secretarissen organiseert.

De NGG-leden omvatten de betrokken leden en waarnemers van de adviesgroep (of hun voor de NGG-voorzitter aanvaardbare genomineerde senior vertegenwoordiger) en andere personen die gezien hun kennis en standing in brede zin representatief zijn voor alle categorieën gebruikers en dienstverleners in de nationale markt. Centrale effectenbewaarinstellingen, makelaars, banken, investeringsbanken, bewaarnemers, emittenten en/of hun agenten, centrale tegenpartijen, beurzen en multilaterale handelsfaciliteiten, de betrokken nationale centrale bank, regelgevende autoriteiten en de betrokken bankenverenigingen kunnen dus NGG-leden zijn.

4.   Werkprocedures

NGG’s behandelen slechts T2S-relevante kwesties. Zij worden geacht van het T2S-team briefing te vragen met betrekking tot actualiteiten, en tijdig nationale visies te verschaffen inzake door de secretaris van de adviesgroep verlangde of door de NGG opgeworpen kwesties. Het T2S-team informeert de NGG’s regelmatig en organiseert vergaderingen met de NGG-secretarissen om de interactie tussen de NGG en het T2S-team te bevorderen.

De NGG’s zullen trachten hun reguliere vergaderingen af te stemmen op het vergaderschema van de adviesgroep, opdat ze nationale leden van de adviesgroep kunnen adviseren. Dergelijke adviezen binden de leden van de adviesgroep echter niet. NGG’s kunnen via de secretaris van de adviesgroep ook schriftelijk suggesties doen en een lid van de adviesgroep uitnodigen haar visie te presenteren.

De NGG-secretaris beoogt een agenda en relevante documenten ter bespreking op een NGG-vergadering ten minste vijf werkdagen voor de vergadering rond te sturen. Binnen drie weken na elke NGG-vergadering wordt op de T2S-website — en, indien gepast, op de website van de respectieve NCB —, in het Engels en enige andere taal van de Unie een samenvatting van de NGG-vergaderingen gepubliceerd.

De namen van de NGG-leden zullen op de T2S-website bekend worden gemaakt. De NGG’s zullen op de T2S-website tevens een NGG-contact-e-mailadres publiceren, zodat deelnemers op nationale markten weten wie zij voor hun visie moeten aanspreken.