30.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 285/28


BESLUIT 2010/656/GBVB VAN DE RAAD

van 29 oktober 2010

tot verlenging van de beperkende maatregelen tegen Ivoorkust

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 13 december 2004 Gemeenschappelijk Standpunt 2004/852/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Ivoorkust (1) vastgesteld teneinde de maatregelen uit te voeren die bij Resolutie 1572 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (hierna „VN-Veiligheidsraad” genoemd) aan Ivoorkust waren opgelegd.

(2)

De Raad heeft op 23 januari 2006 Gemeenschappelijk Standpunt 2006/30/GBVB (2) vastgesteld, waarbij de beperkende maatregelen tegen Ivoorkust met twaalf maanden zijn verlengd en met de bij punt 6 van Resolutie 1643 (2005) van de VN-Veiligheidsraad opgelegde maatregelen zijn aangevuld.

(3)

Ingevolge de verlenging van de beperkende maatregelen tegen Ivoorkust bij Resolutie 1842 (2008) van de VN-Veiligheidsraad, heeft de Raad op 18 november 2008 Gemeenschappelijk Standpunt 2008/873/GBVB (3) vastgesteld, waarbij de beperkende maatregelen tegen Ivoorkust met ingang van 1 november 2008 zijn verlengd.

(4)

De VN-Veiligheidsraad heeft op 15 oktober 2010 Resolutie 1946 (2010) vastgesteld, waarbij de bij Resolutie 1572 (2004) van de VN-Veiligheidsraad en de bij punt 6 van Resolutie 1643 (2005) van de VN-Veiligheidsraad opgelegde maatregelen tot en met 30 april 2011 worden verlengd en de beperkende maatregelen betreffende wapens worden gewijzigd.

(5)

Derhalve moeten de beperkende maatregelen tegen Ivoorkust worden verlengd. Teneinde naast de vrijstellingen van het wapenembargo waarin Resolutie 1946 (2010) van de VN-Veiligheidsraad voorziet, ook andere, door de Unie autonoom opgenomen uitrusting vrij te stellen, dienen de beperkende maatregelen tevens te worden gewijzigd.

(6)

De uitvoeringsmaatregelen van de Unie staan in de Verordening (EG) nr. 174/2005 van de Raad van 31 januari 2005 tot instelling van beperkingen op het leveren van bijstand in verband met militaire activiteiten aan Ivoorkust (4), Verordening (EG) nr. 560/2005 van de Raad van 12 april 2005 tot instelling van beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Ivoorkust (5) en Verordening (EG) nr. 2368/2002 van de Raad van 20 december 2002 tot uitvoering van de Kimberleyprocescertificering voor de internationale handel in ruwe diamant (6),

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De verkoop, levering of overdracht aan of de uitvoer naar Ivoorkust van wapens en alle soorten aanverwant materieel, waaronder wapens en munitie, militaire voertuigen en militaire uitrusting, paramilitaire uitrusting en onderdelen daarvoor, alsmede uitrusting die kan worden gebruikt voor binnenlandse repressie, door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten, ongeacht of de goederen daar oorspronkelijk vandaan komen, of met gebruik van onder hun vlag varende schepen of hun luchtvaartuigen, is verboden.

2.   Tevens is verboden:

a)

het rechtstreeks of onrechtstreeks verlenen van technische bijstand, tussenhandeldiensten en andere diensten in verband met de in lid 1 bedoelde goederen of in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van dergelijke goederen aan natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Ivoorkust of bestemd voor gebruik in Ivoorkust;

b)

het rechtstreeks of onrechtstreeks verstrekken van financiering of financiële bijstand in verband met de in lid 1 bedoelde goederen, met inbegrip van met name subsidies, leningen en exportkredietverzekering, ten behoeve van de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van die goederen, of ten behoeve van de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand, tussenhandeldiensten of andere diensten aan natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Ivoorkust of voor gebruik in Ivoorkust.

Artikel 2

Artikel 1 is niet van toepassing op:

a)

bevoorrading en technische bijstand die uitsluitend bestemd zijn voor ondersteuning van of gebruik door de operatie van de Verenigde Naties in Ivoorkust en de Franse troepen die de operatie steunen;

b)

op voorwaarde dat vooraf de goedkeuring is verkregen van het bij punt 14 van Resolutie 1572 (2004) van de VN-Veiligheidsraad opgerichte comité (hierna „Sanctiecomité” genoemd);

i)

de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van niet-dodelijke militaire uitrusting die uitsluitend is bestemd voor humanitair of beschermend gebruik, met inbegrip van dergelijke uitrusting voor crisisbeheersingsoperaties van de Unie, de VN, de Afrikaanse Unie en de Economic Community of West African States (ECOWAS);

ii)

de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van niet-dodelijke militaire uitrusting met als enig doel de Ivoriaanse veiligheidstroepen in staat te stellen enkel passend en evenredig geweld te gebruiken bij de handhaving van de openbare orde;

iii)

het verstrekken van financiering en financiële bijstand in verband met de onder i) en ii) bedoelde uitrusting;

iv)

het verstrekken van technische bijstand en opleiding in verband met de onder i) en ii) bedoelde uitrusting,

c)

de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van beschermende kledingstukken, met inbegrip van scherfwerende vesten en militaire helmen, die door personeel van de Verenigde Naties, personeel van de Unie of haar lidstaten, vertegenwoordigers van de media en humanitaire en ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel, louter voor persoonlijk gebruik tijdelijk naar Ivoorkust worden uitgevoerd;

d)

de verkoop of levering van goederen die tijdelijk naar Ivoorkust worden overgebracht of uitgevoerd voor de troepen van een staat die overeenkomstig het internationaal recht actie onderneemt die uitsluitend en direct is gericht op het faciliteren van de evacuatie van zijn onderdanen en de personen voor wie hij in Ivoorkust consulair verantwoordelijk is, indien dat vooraf ter kennis van het Sanctiecomité is gebracht;

e)

de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van wapens en aanverwant materieel en het verstrekken van technische opleiding en bijstand, uitsluitend bestemd ter ondersteuning van en gebruik bij het proces van herstructurering van de defensie- en veiligheidstroepen overeenkomstig punt 3, onder f), van de Overeenkomst van Linas-Marcoussis, indien vooraf de goedkeuring is verkregen van het Sanctiecomité;

f)

de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van niet-dodelijke uitrusting die kan worden gebruikt voor binnenlandse repressie, met als enig doel de Ivoriaanse veiligheidstroepen in staat te stellen enkel passend en evenredig geweld te gebruiken bij de handhaving van de openbare orde, en het verstrekken van financiering, financiële bijstand of technische bijstand en opleiding in verband met dergelijke uitrusting.

Artikel 3

De rechtstreekse of onrechtstreekse invoer van ruwe diamant in de Unie vanuit Ivoorkust, ongeacht of deze diamant al dan niet van oorsprong is uit dit land, is overeenkomstig Resolutie 1643 (2005) van de VN-Veiligheidsraad verboden.

Artikel 4

1.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen ter voorkoming van de binnenkomst in of doorreis door hun respectieve grondgebieden van alle personen die door het Sanctiecomité op een lijst zijn geplaatst omdat zij een bedreiging voor de vrede en voor het nationale verzoeningsproces in Ivoorkust vormen, in het bijzonder de personen die de uitvoering van de Overeenkomst van Linas-Marcoussis en de Overeenkomst van Accra III belemmeren, personen van wie op basis van relevante informatie is vastgesteld dat zij verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten en het internationale humanitaire recht in Ivoorkust, personen die publiekelijk aanzetten tot haat en geweld en personen van wie het Sanctiecomité heeft vastgesteld dat zij inbreuk maken op maatregelen die bij punt 7 van Resolutie 1572 (2004) van de VN-Veiligheidsraad zijn opgelegd.

De lijst van de in de eerste alinea bedoelde personen vormt de bijlage.

2.   Lid 1 verplicht de lidstaten niet eigen onderdanen te beletten hun grondgebied binnen te komen.

3.   Lid 1 is niet van toepassing wanneer het Sanctiecomité van oordeel is dat:

a)

de reis gerechtvaardigd is om dringende humanitaire redenen, religieuze voorschriften daaronder begrepen;

b)

een vrijstelling zou bijdragen tot het bereiken van de doelstellingen van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, namelijk de totstandbrenging van vrede en nationale verzoening in Ivoorkust en stabiliteit in de regio.

4.   In de gevallen waarin een lidstaat krachtens lid 3 machtiging verleent tot binnenkomst in of doorreis via zijn grondgebied van de door het Sanctiecomité op de lijst geplaatste personen, geldt deze machtiging alleen voor het doel waarvoor zij is verleend en alleen voor de daarbij betrokken personen.

Artikel 5

1.   Alle tegoeden en economische middelen die rechtstreeks of onrechtstreeks in bezit zijn of onder beheer staan van de overeenkomstig artikel 4, lid 1, door het Sanctiecomité op de lijst geplaatste personen of entiteiten, of die worden gehouden door entiteiten die rechtstreeks of onrechtstreeks in het bezit zijn of onder beheer staan van die personen of entiteiten, of van personen die namens hen of op hun aanwijzing handelen en door het Sanctiecomité op de lijst zijn geplaatst, worden bevroren.

De in de eerste alinea bedoelde personen zijn opgenomen in de bijlage.

2.   Tegoeden, financiële activa of economische middelen worden rechtstreeks noch onrechtstreeks aan of ten behoeve van de in lid 1 bedoelde personen of entiteiten ter beschikking gesteld.

3.   Lidstaten mogen vrijstellingen van de in de leden 1 en 2 genoemde maatregelen toestaan voor tegoeden en economische middelen die:

a)

noodzakelijk zijn ter dekking van basisuitgaven, zoals betalingen voor voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies of openbare nutsvoorzieningen;

b)

uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en de vergoeding van kosten in verband met de verlening van juridische diensten;

c)

uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten, overeenkomstig het nationaal recht, voor alleen het houden of beheren van bevroren tegoeden en economische middelen;

d)

noodzakelijk zijn ter dekking van uitzonderlijke uitgaven, na kennisgeving door de betrokken lidstaat aan het Sanctiecomité en goedkeuring door dit comité;

e)

het voorwerp zijn van een justitieel, administratief of arbitraal retentierecht of vonnis; in dat geval kunnen de tegoeden en economische middelen worden gebruikt om het retentierecht uit te oefenen of het vonnis ten uitvoer te leggen mits het retentierecht is ingegaan of het vonnis is gewezen vóór de betrokken persoon of entiteit door het Sanctiecomité op de lijst werd geplaatst en niet ten goede komt aan een in dit artikel genoemde persoon of entiteit, zulks na kennisgeving door de betrokken lidstaat aan het Sanctiecomité.

De in lid 3, onder a), b) en c), bedoelde vrijstellingen kunnen worden verleend nadat de betrokken lidstaat het Sanctiecomité kennis heeft gegeven van zijn voornemen om, in voorkomend geval, toestemming te verlenen voor de toegang tot dergelijke tegoeden en economische middelen en het Sanctiecomité binnen twee werkdagen na deze kennisgeving geen negatief besluit heeft genomen.

4.   Lid 2 is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:

a)

rente of andere inkomsten op die rekeningen, of

b)

betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de bij Gemeenschappelijk Standpunt 2004/852/GBVB of bij dit besluit opgelegde beperkende maatregelen op de betrokken rekeningen van toepassing werden,

op voorwaarde dat lid 1 op deze rente, andere inkomsten en betalingen van toepassing blijft.

Artikel 6

De Raad stelt de lijst van de bijlage vast en wijzigt deze in overeenstemming met de besluiten van de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité.

Artikel 7

1.   Wanneer de Veiligheidsraad of het Sanctiecomité een persoon of entiteit op de lijst plaatst, neemt de Raad die persoon of entiteit op in de bijlage. De Raad stelt de betrokken persoon of entiteit in kennis van zijn besluit en van de motivering voor plaatsing op de lijst, hetzij rechtstreeks, indien het adres bekend is, hetzij middels de bekendmaking van een kennisgeving, zodat zij daarover opmerkingen kan indienen.

2.   Indien er opmerkingen worden ingediend of substantieel nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, heroverweegt de Raad zijn besluit en brengt hij de persoon of entiteit van het resultaat op de hoogte.

Artikel 8

1.   In de bijlage worden de door de Veiligheidsraad of het Sanctiecomité opgegeven redenen vermeld waarom personen of entiteiten op de lijst zijn geplaatst.

2.   De bijlage bevat tevens, wanneer beschikbaar, informatie die door de Veiligheidsraad of het Sanctiecomité is verstrekt en die nodig is om de betrokken personen of entiteiten te kunnen identificeren. Met betrekking tot personen kan die informatie bestaan uit namen, inclusief aliassen, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, paspoort- en identiteitskaartnummers, geslacht, adres en functie of beroep. Met betrekking tot entiteiten kan die informatie namen, plaats en datum van registerinschrijving, registratienummer en de plaats van vestiging omvatten. De bijlage vermeldt tevens de datum waarop zij door de Veiligheidsraad of door het Sanctiecomité op de lijst zijn geplaatst.

Artikel 9

De Gemeenschappelijke Standpunten 2004/852/GBVB en 2006/30/GBVB worden ingetrokken.

Artikel 10

1.   Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

2.   Dit besluit wordt zo nodig herzien, gewijzigd of ingetrokken overeenkomstig door de VN-Veiligheidsraad genomen besluiten.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 2010.

Voor de Raad

De voorzitter

S. VANACKERE


(1)  PB L 368 van 15.12.2004, blz. 50.

(2)  PB L 19 van 24.1.2006, blz. 36.

(3)  PB L 308 van 19.11.2008, blz. 52.

(4)  PB L 29 van 2.2.2005, blz. 5.

(5)  PB L 95 van 14.4.2005, blz. 1.

(6)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 28.


BIJLAGE

Lijst van personen bedoeld in de artikelen 4 en 5

 

Naam (en eventuele aliassen)

Identificatiegegevens (geboortedatum en -plaats, paspoort/identiteitskaartnummer enz.)

Redenen voor plaatsing op de lijst

Datum plaatsing op de VN-lijst

1.

BLÉ GOUDÉ, Charles (alias Général; Génie de kpo, Gbapé Zadi)

Geboortedatum: 1.1.1972

Nationaliteit: Ivoriaan

P.: 04LE66241 Republiek Ivoorkust; uitgereikt op 10.11.2005; geldig tot en met 9.11.2008

PD.: AE/088 DH 12 Republiek Ivoorkust; uitgereikt op 20.12.2002; geldig tot en met 11.12.2005

P.: 98LC39292 Republiek Ivoorkust; uitgereikt op 24.11.2000; geldig tot en met 23.11.2003

Geboorteplaats: Guibéroua (Gagnoa) of Niagbrahio/Guiberoua of Guiberoua

In 2001 bekend adres: Yopougon Selmer, Bloc P 170; ook in Hotel Ivoire

Adres, opgegeven in reisdocument n. C2310421 uitgereikt door Zwitserland op 15.11.2005 en geldig tot en met 31.12.2005: Abidjan, Cocody

Leider van COJEP („Jeunes Patriotes” — „Jonge Patriotten”), herhaalde publieke verklaringen waarin wordt opgeroepen tot geweld tegen installaties en personeel van de Verenigde Naties en tegen buitenlanders; leidinggeven bij en deelnemen aan gewelddaden van milities, onder meer afranselingen, verkrachtingen en buitengerechtelijke executies; intimidatie van de Verenigde Naties, de Internationale Werkgroep (IWG), de politieke oppositie en de onafhankelijke pers; sabotage van internationale radiostations; belemmeren van het optreden van de IWG, de operatie van de Verenigde Naties in Ivoorkust (UNOCI), en de Franse strijdkrachten, en van het vredesproces als omschreven in Resolutie 1643 (2005).

7 februari 2006

2.

DJUÉ, Eugène N’goran Kouadio

Geboortedatum: 1.1.1966 of 20.12.1969

Nationaliteit: Ivoriaan

P.: 04 LE 017521 uitgereikt op 10 februari 2005 en geldig tot en met 10 februari 2008

Leider van de Union des Patriotes pour la Libération Totale de la Côte d’Ivoire (UPLTCI) (Unie van patriotten voor de totale bevrijding van Ivoorkust). Herhaalde openbare verklaringen waarin wordt opgeroepen tot geweld tegen installaties en personeel van de Verenigde Naties en tegen buitenlanders; leidinggeven bij en deelnemen aan gewelddaden van milities, onder meer afranselingen, verkrachtingen en buitengerechtelijke executies; belemmeren van het optreden van de IWG, de UNOCI en de Franse strijdkrachten, en van het vredesproces als omschreven in Resolutie 1643 (2005).

7 februari 2006

3.

FOFIE, Martin Kouakou

Geboortedatum: 1.1.1968

Nationaliteit: Ivoriaan

Geboorteplaats: BOHI, Ivoorkust

Burkinees identiteitskaartnummer: 2096927 (uitgereikt op 17 maart 2005)

Burkinees nationaliteitsbewijs: CNB N.076 (17 februari 2003)

Naam vader: Yao Koffi FOFIE

Naam moeder: Ama Krouama KOSSONOU

Ivoriaans identiteitskaartnummer: 970860100249 uitgereikt op 5 augustus 1997 en geldig tot en met 5 augustus 2007

Korporaal-chef „Forces Nouvelles”, commandant sector Korhogo. Strijdkrachten onder zijn commando betrokken bij het ronselen van kindsoldaten, ontvoeringen, dwangarbeid, seksueel misbruik van vrouwen, willekeurige aanhoudingen en buitengerechtelijke executies, in strijd met mensenrechtenverdragen en het internationaal humanitair recht; belemmeren van het optreden van de IWG, de UNOCI en de Franse strijdkrachten, en van het vredesproces als omschreven in Resolutie 1643 (2005).

7 februari 2006