9.10.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 266/11


VERORDENING (EG) Nr. 924/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 16 september 2009

betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2560/2001

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (2),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Ter bevordering van de goede werking van de interne markt en van het grensoverschrijdende handelsverkeer binnen de Gemeenschap is het van essentieel belang dat de kosten van grensoverschrijdende betalingen in euro en die van overeenkomstige binnenlandse betalingen in een lidstaat gelijk zijn. Dat beginsel van gelijke kosten is verankerd in Verordening (EG) nr. 2560/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2001 betreffende grensoverschrijdende betalingen in euro (4), die van toepassing is op grensoverschrijdende betalingen in euro en in Zweedse kronor tot een bedrag van 50 000 EUR, of van gelijke waarde.

(2)

Het verslag van de Commissie van 11 februari 2008 over de toepassing van Verordening (EG) nr. 2560/2001 betreffende grensoverschrijdende betalingen in euro bevestigde dat de toepassing van die verordening de kosten van grensoverschrijdende betalingstransacties in euro daadwerkelijk tot het binnenlandse kostenpeil heeft gereduceerd en dat de verordening de Europese betalingssector ertoe heeft aangespoord de vereiste inspanningen te leveren om een betalingsinfrastructuur in de Gemeenschap uit te bouwen.

(3)

Het verslag van de Commissie onderzocht de praktische problemen die met betrekking tot de toepassing van Verordening (EG) nr. 2560/2001 zijn ondervonden. Bij wijze van conclusie werden een aantal wijzigingen in deze verordening voorgesteld met de bedoeling de volgende problemen aan te pakken die tijdens het evaluatieproces aan de oppervlakte zijn gekomen: de verstoring van de interne betaalmarkt doordat de statistische rapportageverplichtingen uiteenlopen, problemen met de handhaving van Verordening (EG) nr. 2560/2001 doordat er geen specifieke nationale bevoegde autoriteiten zijn aangewezen, het ontbreken van organen voor de buitengerechtelijke beslechting van geschillen die met deze verordening verband houden, en het feit dat automatische afschrijvingen niet onder de verordening vallen.

(4)

Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt (5) legt een moderne rechtsgrondslag voor de totstandbrenging van een interne betaalmarkt in de Gemeenschap. Teneinde de juridische samenhang tussen beide wetgevingsteksten te waarborgen, verdient het aanbeveling de desbetreffende bepalingen van Verordening (EG) nr. 2560/2001, en met name de definities, te wijzigen.

(5)

Verordening (EG) nr. 2560/2001 is van toepassing op grensoverschrijdende overmakingen en grensoverschrijdende elektronische betalingstransacties. Gezien de doelstelling van Richtlijn 2007/64/EG die erin bestaat grensoverschrijdende automatische afschrijvingen mogelijk te maken, verdient het aanbeveling om de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 2560/2001 uit te breiden. Het is nog steeds niet aangewezen het beginsel van gelijke kosten toe te passen op betaalinstrumenten die hoofdzakelijk of uitsluitend in papiervorm bestaan, zoals cheques, omdat dergelijke instrumenten, alleen al vanwege hun aard, niet even efficiënt kunnen worden verwerkt als elektronische betalingen.

(6)

Het beginsel van gelijke kosten moet gelden voor in papiervorm of in contanten geïnitieerde of afgewerkte betalingen, die in de loop van de betalingsuitvoeringsketen elektronisch worden verwerkt, uitgezonderd cheques, en voor alle kosten die direct en indirect verband houden met een betalingstransactie, met inbegrip van kosten verbonden met een overeenkomst, uitgezonderd valutawisselkosten. Indirecte kosten omvatten kosten voor het instellen van een doorlopende betalingsopdracht of vergoedingen voor het gebruik van een betalings-, krediet- of debetkaart, die gelijk zouden moeten zijn voor binnenlandse en grensoverschrijdende betalingstransacties in de Gemeenschap.

(7)

Ter voorkoming van de versnippering van de betaalmarkten is het aangewezen het beginsel van gelijke kosten toe te passen. Te dien einde dient voor elke categorie grensoverschrijdende betalingstransactie een binnenlandse betaling te worden geïdentificeerd met dezelfde kenmerken of vrijwel dezelfde kenmerken als de grensoverschrijdende betaling. Om na te gaan of een binnenlandse betaling overeenstemt met een grensoverschrijdende betaling, dient het mogelijk te zijn om onder meer van de volgende criteria gebruik te maken: het voor de initiatie, uitvoering en voltooiing van de betaling gekozen kanaal, de mate van automatisering, de eventuele betalingsgarantie, de status van de klant en de relatie met de betalingsdienstaanbieder of het gebruikte betalingsinstrument, als omschreven in artikel 4, lid 23, van Richtlijn 2007/64/EG. Deze criteria dienen niet als exhaustief te worden beschouwd.

(8)

De bevoegde autoriteiten moeten, voor zover zij zulks nodig achten, richtsnoeren uitvaardigen voor het vaststellen van overeenkomstige betalingen. De Commissie, waar nodig bijgestaan door het Comité voor betalingen, dient een passende sturing te verschaffen en de bevoegde autoriteiten bij te staan.

(9)

Het is van belang de uitvoering van grensoverschrijdende betalingen door betalingsdienstaanbieders te vergemakkelijken. In dat verband dient normalisering te worden gestimuleerd, met name wat het gebruik van het internationale bankrekeningnummer (IBAN) en de bankidentificatiecode (BIC) betreft. Het is bijgevolg dienstig dat betalingsdienstaanbieders betalingsdienstgebruikers met betrekking tot de betreffende rekening het IBAN en de BIC verstrekken.

(10)

De uitsluitend voor grensoverschrijdende betalingstransacties bestaande uiteenlopende rapportageverplichtingen ten behoeve van de opstelling van betalingsbalansstatistieken belemmeren de ontwikkeling van een geïntegreerde betaalmarkt, met name in het kader van de gemeenschappelijke eurobetalingsruimte (Single Euro Payments Area — SEPA). In een SEPA-context is het aangewezen vóór 31 oktober 2011 opnieuw te bekijken of die op bankbetalingen gebaseerde rapportageverplichtingen dienen te worden afgeschaft. Teneinde de continue, tijdelijke en efficiënte verstrekking van betalingsbalansstatistieken te garanderen, is het tevens wenselijk erop toe te zien dat het voor diverse betaalinstrumenten mogelijk blijft direct beschikbare betalingsgegevens, zoals IBAN, BIC en transactiebedrag, of geaggregeerde basisgegevens over betalingen te vergaren, mits het vergaringsproces de verwerking van automatische betalingen niet verstoort en volledig kan worden geautomatiseerd. Deze verordening doet geen afbreuk aan rapportageverplichtingen voor andere beleidsdoeleinden, zoals voor het voorkomen van het witwassen van geld of van de financiering van terrorisme, of voor fiscale doeleinden.

(11)

Momenteel worden voor de bestaande nationale systemen inzake automatische afschrijving verschillende bedrijfsmodellen gebruikt. Om de lancering van de SEPA-regeling voor automatische afschrijving te vergemakkelijken moet een gemeenschappelijk bedrijfsmodel worden ingevoerd en moet grotere juridische duidelijkheid worden verschaft met betrekking tot de multilaterale afwikkelingsvergoedingen. Ten aanzien van grensoverschrijdende automatische afschrijvingen kan dit bij wijze van uitzondering worden verwezenlijkt door gedurende een overgangsperiode een maximumbedrag voor de multilaterale afwikkelingsvergoeding per transactie vast te leggen. Het staat de partijen bij een multilaterale overeenkomst echter vrij om een lager bedrag of een nultarief voor de multilaterale afwikkeling vast te leggen. Voor binnenlandse automatische afschrijvingen volgens SEPA kan gebruik worden gemaakt van dezelfde afwikkelingsvergoeding of een andere overeengekomen interbancaire vergoeding die vóór de inwerkingtreding van deze verordening op nationaal niveau tussen de betalingsdienstaanbieders van de begunstigde en van de betaler bestond. Mocht gedurende de overgangsperiode een nationale multilaterale afwikkelingsvergoeding of een andere interbancaire vergoedingsovereenkomst worden ingeperkt of afgeschaft, bijvoorbeeld ten gevolge van de toepassing van het mededingingsrecht, dan moeten de herziene systemen tijdens de overgangsperiode van toepassing zijn op de nationale automatische afschrijvingen in het kader van SEPA. Indien de automatische afschrijvingstransactie onder een bilaterale overeenkomst valt, moeten de voorwaarden van de bilaterale overeenkomst prevaleren boven elke multilaterale afwikkelingsvergoeding of andere interbancair overeengekomen vergoedingen. De sector kan gebruikmaken van de tijdens de overgangsperiode geboden rechtszekerheid om een gemeenschappelijk bedrijfsmodel op lange termijn voor automatische afschrijvingstransacties in het kader van SEPA te ontwikkelen en overeen te komen. Aan het einde van de overgangsperiode moet een langetermijnoplossing voor het bedrijfsmodel voor automatische afschrijvingen in het kader van SEPA zijn ingevoerd overeenkomstig het communautaire mededingingsrecht en het communautaire regelgevingskader. In het kader van een duurzame dialoog met het bankwezen en op basis van bijdragen van de betrokken marktdeelnemers is de Commissie van plan om met spoed richtsnoeren te bieden inzake de objectieve en meetbare criteria voor de compatibiliteit van dergelijke multilaterale interbancaire vergoedingen, waartoe multilaterale afwikkelingsvergoedingen kunnen behoren, met het communautaire mededingingsrecht en het communautaire regelgevingskader.

(12)

Voor de verrichting van een automatische afschrijvingstransactie moet de rekening van de betaler bereikbaar zijn. Om het succesvolle gebruik van automatische afschrijvingen in het kader van SEPA te bevorderen is het derhalve van essentieel belang dat alle betalersrekeningen bereikbaar zijn, indien dit reeds het geval is voor de bestaande binnenlandse in euro luidende automatische afschrijvingen, anders kunnen betaler en begunstigde geen gebruik maken van de voordelen van grensoverschrijdende automatische afschrijving. Indien de betalersrekening in het kader van het SEPA-systeem inzake automatische afschrijving niet bereikbaar is, kan de betaler (schuldenaar) noch de begunstigde (schuldeiser) profiteren van de nieuwe mogelijkheden inzake automatische afschrijving. Dit is met name belangrijk wanneer de begunstigde de automatische afschrijving initieert middels een batchbestand, bijvoorbeeld maandelijks of driemaandelijks voor elektriciteitsrekeningen of andere rekeningen van nutsbedrijven, en niet voor elke klant afzonderlijk. Indien de schuldeisers niet in staat zijn om al hun schuldenaars in het kader van één enkele operatie te bereiken, is een bijkomende manuele interventie noodzakelijk waardoor de kosten waarschijnlijk zullen stijgen. Indien de bereikbaarheid van de betalingsdienstaanbieders van de betaler niet verplicht is, wordt de doeltreffendheid van de automatische afschrijvingen niet geoptimaliseerd en blijft de mededinging op Europees niveau beperkt. In het licht van de bijzondere kenmerken van automatische afschrijvingsverrichtingen tussen ondernemingen moet dit echter alleen van toepassing zijn op het SEPA-basissysteem inzake automatische afschrijving en niet op het SEPA-systeem inzake automatische afschrijving tussen ondernemingen. De bereikbaarheidsverplichting omvat het recht van een betalingsdienstaanbieder om een automatische afschrijving niet te verrichten overeenkomstig de bepalingen van de automatische afschrijvingsregeling ten aanzien van bijvoorbeeld het afwijzen, weigeren of ongedaan maken van transacties. Bovendien mag de bereikbaarheidsverplichting niet van toepassing zijn op betalingsdienstaanbieders die zijn gemachtigd om automatische afschrijvingstransacties aan te bieden en te verrichten, maar die dergelijke activiteiten niet op commerciële wijze verrichten.

(13)

In het licht van de technische vereisten in verband met de bereikbaarheid is het bovendien voor een betalingsdienstaanbieder van een betaler van belang over voldoende tijd te beschikken om zich voor te bereiden op de naleving van de bereikbaarheidsverplichting. Betalingsdienstaanbieders dienen derhalve te beschikken over een overgangsperiode van ten hoogste één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening met het oog op de naleving van deze verplichting. Aangezien betalingsdienstaanbieders uit lidstaten buiten de eurozone meer voorbereidingswerk moeten verrichten, moeten dergelijke betalingsdienstaanbieders toestemming krijgen om de toepassing van de bereikbaarheidsverplichting uit te stellen tot ten hoogste vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Betalingsdienstaanbieders die zich bevinden in een lidstaat die de euro binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening als zijn munt heeft ingevoerd, moeten echter binnen een jaar na de datum van toetreding van de betrokken lidstaat tot de eurozone aan de bereikbaarheidsverplichting voldoen.

(14)

De bevoegde autoriteiten moeten de nodige bevoegdheden krijgen om hun controletaken uit te voeren en alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat betalingsdienstaanbieders deze verordening naleven.

(15)

Om ervoor te zorgen dat verhaal mogelijk is bij een onjuiste toepassing van deze verordening, dienen de lidstaten adequate en efficiënte klachten- en beroepsprocedures op te zetten voor de beslechting van geschillen tussen de betalingsdienstgebruiker en zijn betalingsdienstaanbieder. Van belang is ook dat bevoegde autoriteiten en organen voor klachten en buitengerechtelijke geschillenbeslechting worden aangewezen waartoe, in voorkomend geval, bestaande organen worden aangewezen dan wel nieuwe organen worden opgericht.

(16)

Het is van essentieel belang ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten en organen voor klachten en buitengerechtelijke geschillenbeslechting binnen de Gemeenschap actief met elkaar samenwerken met het oog op een vlotte en spoedige beslechting van grensoverschrijdende geschillen met betrekking tot deze verordening. Het zou mogelijk moeten zijn dat een dergelijke samenwerking de vorm aanneemt van een uitwisseling van informatie over de wetgeving of de juridische praktijk in hun rechtsgebied en zo nodig de overdracht van klacht- en beroepsprocedures.

(17)

De lidstaten moeten in hun nationale recht in doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voorzien ter bestraffing van de niet-naleving van deze verordening.

(18)

Uitbreiding van de toepassing van deze verordening tot andere valuta's dan de euro zou duidelijke voordelen met zich brengen, vooral wat het aantal bestreken betalingen betreft. Om lidstaten die de euro niet als hun nationale valuta hebben in staat te stellen de toepassing van deze verordening tot grensoverschrijdende betalingen in hun valuta uit te breiden, dient derhalve een kennisgevingsprocedure te worden ingevoerd. Er dient echter te worden voorkomen dat lidstaten die deze kennisgevingsprocedure al hebben doorlopen, een nieuwe kennisgeving moeten indienen.

(19)

Het is wenselijk dat de Commissie een verslag opstelt over de vraag of op betalingen gebaseerde nationale rapportageverplichtingen al dan niet moeten worden afgeschaft. Het is tevens passend dat de Commissie een verslag over de toepassing van deze verordening presenteert waarin met name het gebruik wordt beoordeeld van IBAN en BIC om betalingen binnen de Gemeenschap te vergemakkelijken alsook marktontwikkelingen met betrekking tot de toepassing van de bepalingen inzake automatische afschrijvingstransacties. In het kader van de ontwikkeling van de SEPA is het ook wenselijk dat in bedoeld verslag wordt nagegaan of het maximum van 50 000 EUR dat thans van toepassing is op het beginsel van gelijke kosten, nog voldoende is.

(20)

Ter wille van de rechtszekerheid en de duidelijkheid dient Verordening (EG) nr. 2560/2001 te worden ingetrokken.

(21)

Om de juridische samenhang tussen deze verordening en Richtlijn 2007/64/EG te waarborgen, met name wat de transparantie van aan betalingsdiensten verbonden voorwaarden en informatieverplichtingen, alsook de rechten en plichten met betrekking tot de aanbieding en gebruikmaking van betalingsdiensten betreft, is het aangewezen dat deze verordening met ingang van 1 november 2009 van toepassing is. Het is passend dat lidstaten tot 1 juni 2010 de tijd krijgen om maatregelen vast te stellen waarbij sancties worden ingevoerd voor inbreuken op deze verordening.

(22)

Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, dat ook in dat artikel is neergelegd, gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp en werkingssfeer

1.   In deze verordening zijn regels neergelegd betreffende grensoverschrijdende betalingen binnen de Gemeenschap om ervoor te zorgen dat de kosten van grensoverschrijdende betalingen binnen de Gemeenschap dezelfde zijn als die van betalingen in dezelfde valuta binnen een lidstaat.

2.   Deze verordening is van toepassing op grensoverschrijdende betalingen, overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2007/64/EG, in euro of in de nationale valuta van de lidstaten die overeenkomstig artikel 14 kennis hebben gegeven van hun besluit de toepassing van de verordening tot hun nationale valuta uit te breiden.

3.   Deze verordening is niet van toepassing op betalingen die betalingsdienstaanbieders voor eigen rekening of namens andere betalingsdienstaanbieders verrichten.

4.   In de artikelen 6, 7 en 8 worden regels vastgesteld inzake in euro gestelde automatische afschrijvingstransacties tussen de betalingsdienstaanbieders van de begunstigde en van de betaler.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.   „grensoverschrijdende betaling”: door een betaler, dan wel door of via een begunstigde geïnitieerde elektronisch verwerkte betalingstransactie, waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler en de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde zich in verschillende lidstaten bevinden;

2.   „binnenlandse betaling”: door een betaler, dan wel door of via een begunstigde geïnitieerde elektronisch verwerkte betalingstransactie, waarbij de betalingsdienstaanbieders van de betaler en de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde zich in dezelfde lidstaat bevinden;

3.   „betaler”: hetzij een natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een betaalrekening en een betalingstransactie vanaf die betaalrekening toestaat, hetzij, bij ontbreken van een betaalrekening, een natuurlijke of rechtspersoon die een betalingsopdracht geeft;

4.   „begunstigde”: natuurlijke of rechtspersoon die de beoogde uiteindelijke ontvanger is van de geldmiddelen waarop een betalingstransactie betrekking heeft;

5.   „betalingsdienstaanbieder”: een van de in artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2007/64/EG bedoelde categorieën rechtspersonen en de natuurlijke of rechtspersonen als bedoeld in artikel 26 van genoemde richtlijn, met uitzondering van de instellingen genoemd in artikel 2 van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (6) waaraan door een lidstaat ontheffing is verleend op grond van artikel 2, lid 3, van Richtlijn 2007/64/EG;

6.   „betalingsdienstgebruiker”: natuurlijke of rechtspersoon die in de hoedanigheid van betaler, begunstigde of beide van een betalingsdienst gebruik maakt;

7.   „betalingstransactie”: een door een betaler dan wel door of via een begunstigde geïnitieerde handeling waarbij geldmiddelen worden gedeponeerd, overgemaakt of opgenomen, ongeacht of er onderliggende verplichtingen tussen de betaler en de begunstigde bestaan;

8.   „betalingsopdracht”: door een betaler of begunstigde aan zijn betalingsdienstaanbieder gegeven instructie om een betalingstransactie uit te voeren;

9.   „kosten”: alle kosten die een betalingsdienstaanbieder de betalingsdienstgebruiker aanrekent en die direct of indirect met een betalingstransactie verband houden;

10.   „geldmiddelen”: bankbiljetten en muntstukken, giraal geld en elektronisch geld als bedoeld in artikel 1, lid 3, onder b), van Richtlijn 2000/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het bedrijfseconomisch toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld (7);

11.   „consument”: een natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen;

12.   „micro-onderneming”: een onderneming die op het tijdstip van sluiting van het betalingsdienstencontract een onderneming is als gedefinieerd in artikel 1 en artikel 2, leden 1 en 3, van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (8);

13.   „afwikkelingsvergoeding”: een vergoeding die voor elke automatische afschrijvingstransactie tussen de betalingsdienstaanbieders van de betaler en van de begunstigde wordt betaald;

14.   „automatische afschrijving”: een betalingsdienst voor debiteringen van de betaalrekening van een betaler, waarbij een betalingstransactie wordt geïnitieerd door de begunstigde op basis van de door de betaler aan de begunstigde, de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde of de eigen betalingsdienstaanbieder van de betaler verstrekte instemming;

15.   „systeem voor automatische afschrijving”: een gemeenschappelijke reeks regels, praktijken en standaarden die tussen betalingsdienstaanbieders is overeengekomen voor de uitvoering van automatische afschrijvingstransacties.

Artikel 3

Kosten van grensoverschrijdende betalingen en overeenkomstige binnenlandse betalingen

1.   De kosten die een betalingsdienstaanbieder de gebruiker van betalingsdiensten voor grensoverschrijdende betalingen tot een bedrag van maximaal 50 000 EUR aanrekent, zijn dezelfde als de kosten welke die betalingsdienstaanbieder gebruikers van betalingsdiensten aanrekent voor overeenkomstige binnenlandse betalingen van dezelfde waarde en in dezelfde valuta.

2.   Voor de toepassing van lid 1 geeft een betalingsdienstaanbieder bij de beoordeling van het kostenpeil van een grensoverschrijdende betaling aan welke de overeenkomstige binnenlandse betaling is.

De bevoegde autoriteiten vaardigen, voor zover zij zulks nodig achten, richtsnoeren uit voor het vaststellen van overeenkomstige binnenlandse betalingen. De bevoegde autoriteiten werken binnen het Comité voor betalingen, dat overeenkomstig artikel 85, lid 1, van Richtlijn 2007/64/EG is ingesteld, actief samen om ervoor te zorgen dat de richtsnoeren voor overeenkomstige binnenlandse betalingen coherent zijn.

3.   Indien een lidstaat overeenkomstig artikel 14 kennis heeft gegeven van zijn besluit om de toepassing van deze verordening tot zijn valuta uit te breiden, kan een in de valuta van die lidstaat luidende binnenlandse betaling geacht worden overeen te stemmen met een in euro luidende grensoverschrijdende betaling.

4.   Deze verordening geldt niet voor valutawisselkosten.

Artikel 4

Maatregelen ter vergemakkelijking van de automatisering van betalingen

1.   Waar zulks van toepassing is, deelt een betalingsdienstaanbieder de betalingsdienstgebruiker het IBAN van de betalingsdienstgebruiker en de BIC van de betalingsdienstaanbieder mee.

Waar zulks van toepassing is, vermeldt een betalingsdienstaanbieder bovendien op rekeningoverzichten of in een bijlage daarbij, het IBAN van de betalingsdienstgebruiker en de BIC van de betalingsdienstaanbieder.

De overeenkomstig dit lid vereiste informatie wordt door de betalingsdienstaanbieder kosteloos aan de betalingsdienstgebruiker verstrekt.

2.   Wanneer zulks in het licht van de aard van de betrokken betalingstransactie passend is:

a)

deelt de betaler bij door hem geïnitieerde transacties de betalingsdienstaanbieder op diens verzoek het IBAN van de begunstigde en de BIC van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde mee;

b)

verstrekt de begunstigde bij door hem geïnitieerde transacties de betalingsdienstaanbieder op diens verzoek het IBAN van de betaler en de BIC van de betalingsdienstaanbieder van de betaler.

3.   De betalingsdienstaanbieder mag extra kosten aanrekenen naast de overeenkomstig artikel 3, lid 1, aan de betalingsdienstgebruiker aangerekende kosten, wanneer die gebruiker de betalingsdienstaanbieder de opdracht geeft een betalingstransactie uit te voeren zonder het IBAN en de BIC mede te delen overeenkomstig lid 2 van dit artikel. Deze extra kosten zijn passend en in overeenstemming met de reële kosten. Zij worden vastgesteld in onderling akkoord tussen de betalingsdienstaanbieder en de betalingsdienstgebruiker. De betalingsdienstaanbieder stelt de betalingsdienstgebruiker tijdig vóór een dergelijk akkoord in kennis van het bedrag van de extra kosten.

4.   Wanneer zulks in het licht van de aard van de betrokken betalingstransactie passend is, verstrekt een leverancier van goederen en diensten die onder deze verordening vallende betalingen accepteert, bij elke facturering van goederen en diensten binnen de Gemeenschap aan zijn klanten zijn IBAN en de BIC van zijn betalingsdienstaanbieder.

Artikel 5

Rapportageverplichtingen in verband met de betalingsbalans

1.   De lidstaten schaffen op 1 januari 2010 alle voor betalingsdienstaanbieders geldende, op betalingen gebaseerde nationale rapportageverplichtingen af voor betalingsbalansstatistieken met betrekking tot betalingstransacties van hun klanten tot een bedrag van 50 000 EUR.

2.   Onverminderd lid 1 mogen de lidstaten geaggregeerde gegevens of andere relevante, direct beschikbare gegevens blijven vergaren, mits deze vergaring geen gevolgen heeft voor de straight through processing van betalingen en volledig kan worden geautomatiseerd door betalingsdienstaanbieders.

Artikel 6

Afwikkelingsvergoeding voor grensoverschrijdende automatische afschrijvingstransacties

Bij ontstentenis van een bilaterale afspraak tussen de betalingsdienstaanbieders van de begunstigde en van de betaler, geldt voor elke grensoverschrijdende automatische afschrijvingstransactie die vóór 1 november 2012 wordt verricht, een multilaterale afwikkelingsvergoeding van 0,088 EUR, die door de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler wordt voldaan, tenzij een lagere multilaterale afwikkelingsvergoeding werd overeengekomen tussen de betrokken betalingsdienstaanbieders.

Artikel 7

Afwikkelingsvergoeding voor binnenlandse automatische afschrijvingstransacties

1.   Wanneer een multilaterale afwikkelingsvergoeding of andere overeengekomen vergoeding voor een vóór 1 november 2009 verrichte binnenlandse automatische afschrijvingstransactie tussen de betalingsdienstaanbieders van de begunstigde en van de betalers geldt, is onverminderd de leden 2 en 3 een dergelijke multilaterale afwikkelingsvergoeding of andere overeengekomen vergoeding van toepassing op elke binnenlandse automatische afschrijvingstransactie die vóór 1 november 2012 wordt verricht.

2.   Wanneer een dergelijke multilaterale afwikkelingsvergoeding of andere overeengekomen vergoeding vóór 1 november 2012 wordt verlaagd of afgeschaft, geldt deze vermindering of afschaffing voor elke binnenlandse automatische afschrijvingstransactie die vóór 1 november 2012 wordt verricht.

3.   Ingeval er een bilaterale afspraak tussen de betalingsdienstaanbieders van de begunstigde en van de betaler inzake een binnenlandse automatische afschrijvingstransactie bestaat, zijn de leden 1 en 2 niet van toepassing wanneer die binnenlandse automatische afschrijvingstransactie vóór 1 november 2012 werd verricht.

Artikel 8

Bereikbaarheid voor automatische afschrijvingstransacties

1.   Een betalingsdienstaanbieder van een betaler die bereikbaar is voor een in euro luidende binnenlandse automatische afschrijving op de betaalrekening van die betaler is ook bereikbaar, overeenkomstig het systeem inzake automatische afschrijvingen, voor in euro luidende automatische afschrijvingstransacties die door een begunstigde worden geïnitieerd via een in enige lidstaat gevestigde betalingsdienstaanbieder.

2.   Lid 1 is slechts van toepassing op automatische afschrijvingstransacties die voor consumenten in het kader van het systeem inzake automatische afschrijving beschikbaar zijn.

3.   Betalingsdienstaanbieders voldoen uiterlijk op 1 november 2010 aan de vereisten van de leden 1 en 2.

4.   Onverminderd lid 3 voldoet de betalingsdienstaanbieder die in een lidstaat is gevestigd welke de euro niet als nationale valuta heeft, uiterlijk op 1 november 2014 aan de vereisten van de leden 1 en 2 inzake in euro luidende automatische afschrijvingstransacties. Indien echter vóór 1 november 2013 de euro als nationale valuta van een dergelijke lidstaat wordt geïntroduceerd, voldoet de in die lidstaat gevestigde betalingsdienstaanbieder binnen een jaar na de datum waarop de betreffende lidstaat tot de eurozone is toegetreden, aan de vereisten van de leden 1 en 2.

Artikel 9

Bevoegde autoriteiten

De lidstaten wijzen de bevoegde autoriteiten aan die verantwoordelijk zijn voor het doen naleven van deze verordening.

De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk 29 april 2010 ervan in kennis welke instanties zij als bevoegde autoriteiten hebben aangewezen. Zij delen de Commissie alle latere wijzigingen met betrekking tot deze autoriteiten onverwijld mee.

De lidstaten mogen bestaande organen aanwijzen om als bevoegde autoriteit te fungeren.

De lidstaten verlangen van de bevoegde autoriteiten dat zij daadwerkelijk toezien op de naleving van deze verordening en alle nodige maatregelen nemen om die naleving te waarborgen.

Artikel 10

Klachtenprocedures voor inbreuken op deze verordening

1.   De lidstaten zetten procedures op die betalingsdienstgebruikers en andere belanghebbenden de mogelijkheid bieden bij de bevoegde autoriteiten klachten in te dienen met betrekking tot beweerde inbreuken van betalingsdienstaanbieders op deze verordening.

De lidstaten mogen voor dit doel gebruikmaken van bestaande procedures of deze uitbreiden.

2.   In voorkomend geval en onverminderd het recht om overeenkomstig het nationale procesrecht een klacht aan een rechterlijke instantie voor te leggen, informeren de bevoegde autoriteiten de partij die een klacht heeft ingediend over de krachtens artikel 11 in het leven geroepen buitengerechtelijke klachten- en verhaalprocedures.

Artikel 11

Buitengerechtelijke klacht- en verhaalprocedures

1.   De lidstaten zetten adequate en effectieve buitengerechtelijke klachten- en verhaalprocedures op voor de beslechting van geschillen tussen betalingsdienstgebruikers en hun betalingsdienstaanbieders met betrekking tot uit deze verordening voortvloeiende rechten en plichten. Daartoe wijzen de lidstaten bestaande organen aan of richten zij, in voorkomend geval, nieuwe organen op.

2.   De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk 29 april 2010 ervan in kennis welke organen zij hebben aangewezen. Zij delen de Commissie alle latere wijzigingen met betrekking tot deze organen onverwijld mee.

3.   De lidstaten mogen bepalen dat dit artikel slechts van toepassing is op betalingsdienstgebruikers die consumenten of micro-ondernemingen zijn. In dergelijke gevallen stellen de lidstaten de Commissie daarvan in kennis.

Artikel 12

Grensoverschrijdende samenwerking

De in artikel 9 bedoelde bevoegde autoriteiten en de in de artikelen 9 en 11 bedoelde organen die verantwoordelijk zijn voor procedures inzake klachten en buitengerechtelijke geschillenbeslechting van de diverse lidstaten werken actief en vlot met elkaar samen bij de beslechting van grensoverschrijdende geschillen. De lidstaten zien erop toe dat deze samenwerking plaatsvindt.

Artikel 13

Sancties

Onverminderd artikel 17 stellen de lidstaten uiterlijk op 1 juni 2010 de voorschriften vast ten aanzien van de sancties die gelden voor inbreuken op deze verordening en nemen zij de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties ook worden toegepast. Dergelijke sancties zijn effectief, proportioneel en afschrikkend. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk 29 oktober 2010 van de getroffen maatregelen in kennis en delen haar alle latere wijzigingen daarop zo spoedig mogelijk mee.

Artikel 14

Toepassing op andere valuta's dan de euro

1.   Een lidstaat die niet de euro als nationale valuta heeft en die besluit de toepassing van deze verordening, met uitzondering van de artikelen 6, 7 en 8, tot zijn nationale valuta uit te breiden, stelt de Commissie hiervan in kennis. Deze kennisgeving wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. De verruimde toepassing van deze verordening treedt 14 dagen na een dergelijke bekendmaking in werking.

2.   Een lidstaat die niet de euro als nationale valuta heeft en die besluit de toepassing van de artikelen 6, 7 of 8 dan wel enige combinatie daarvan uit te breiden tot zijn nationale valuta, stelt de Commissie hiervan in kennis. Deze kennisgeving wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. De verruimde toepassing van de artikelen 6, 7 of 8 treedt 14 dagen na een dergelijke bekendmaking in werking.

3.   Lidstaten die op 29 oktober 2009 de kennisgevingsprocedure van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2560/2001 reeds hebben doorlopen, behoeven niet tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde kennisgeving over te gaan.

Artikel 15

Herziening

1.   Uiterlijk op 31 oktober 2011 legt de Commissie het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de Europese Centrale Bank een verslag voor over de wenselijkheid van het afschaffen van op betalingen gebaseerde nationale rapportageverplichtingen. Dat verslag gaat, in voorkomend geval, vergezeld van een voorstel.

2.   Uiterlijk op 31 oktober 2012 legt de Commissie het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de Europese Centrale Bank een verslag voor over de toepassing van deze verordening, in voorkomend geval vergezeld van een voorstel. Dat verslag behandelt in het bijzonder:

a)

het gebruik van het IBAN en de BIC in verband met de automatisering van betalingen;

b)

de vraag of het in artikel 3, lid 1, bedoelde plafond dienstig is, en

c)

marktontwikkelingen in verband met de toepassing van de artikelen 6, 7 en 8.

Artikel 16

Intrekking

Verordening (EG) nr. 2560/2001 wordt ingetrokken met ingang van 1 november 2009.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 17

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 november 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 16 september 2009.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

J. BUZEK

Voor de Raad

De voorzitster

C. MALMSTRÖM


(1)  Advies van 24 maart 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  PB C 21 van 28.1.2009, blz. 1.

(3)  Advies van het Europees Parlement van 24 april 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 27 juli 2009.

(4)  PB L 344 van 28.12.2001, blz. 13.

(5)  PB L 319 van 5.12.2007, blz. 1.

(6)  PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1.

(7)  PB L 275 van 27.10.2000, blz. 39.

(8)  PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36.