29.6.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 167/26


VERORDENING (EG) Nr. 546/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 18 juni 2009

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1927/2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 159, derde alinea,

Gelet op het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s (2),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 (4) is een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) opgericht, met het doel de Gemeenschap in staat te stellen om steun te verlenen aan en solidariteit te tonen met werknemers die ontslagen zijn als gevolg van door de globalisering veroorzaakte ingrijpende structurele veranderingen van de wereldhandelspatronen.

(2)

In haar mededeling van 2 juli 2008 heeft de Commissie, overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1927/2006, het eerste jaarverslag ingediend bij het Europees Parlement en de Raad. De Commissie concludeert dat het nuttig zou zijn het effect van het EFG op het creëren van banen en opleidingsmogelijkheden voor de Europese werknemers te versterken.

(3)

De „Gemeenschappelijke beginselen inzake flexizekerheid” die de Europese Raad op 14 december 2007 heeft bevestigd en de mededeling van de Commissie over „Nieuwe vaardigheden voor nieuwe banen: anticipatie op en onderlinge afstemming van arbeidsmarktbehoeften en behoeften aan vaardigheden” benadrukken beide de doelstellingen van het bevorderen van het continue aanpassingsvermogen en de inzetbaarheid van werknemers door betere opleidingsmogelijkheden op alle niveaus en door strategieën voor de ontwikkeling van vaardigheden die aansluiten op de behoeften van de economie, zoals bijvoorbeeld de vaardigheden die nodig zijn voor de overgang naar een koolstofarme en een kenniseconomie.

(4)

De Commissie heeft op 26 november 2008 een mededeling over een Europees economisch herstelplan goedgekeurd, dat gebaseerd is op de fundamentele beginselen van solidariteit en sociale rechtvaardigheid. In het kader van de reactie op de crisis dienen de regels van het EFG herzien te worden teneinde in een afwijking te voorzien om de reikwijdte van het EFG tijdelijk te vergroten en het in staat te stellen om sneller te reageren. lidstaten die krachtens deze afwijking een EFG-bijdrage aanvragen, moeten een rechtstreeks verband aantonen tussen de gedwongen ontslagen en de financiële en economische crisis.

(5)

Om te waarborgen dat de criteria voor bijstandsverlening op transparante wijze worden toegepast, dient het begrip „gedwongen ontslagen” nader gedefinieerd te worden. Teneinde de lidstaten meer flexibiliteit te bieden wat het indienen van aanvragen betreft en de solidariteitsdoelstelling beter te verwezenlijken, dient in deze definitie de drempel verlaagd te worden.

(6)

Overeenkomstig de doelstelling van billijke en niet-discriminerende behandeling moeten alle ontslagen werknemers waarvan het collectieve ontslag duidelijk met dezelfde gebeurtenis verband houdt, kunnen profiteren van het pakket van individuele dienstverlening waarvoor een EFG-bijdrage wordt aangevraagd.

(7)

Technische bijstand op initiatief van de Commissie dient te worden benut om de uitvoering van de bijstandsverlening van het EFG te vergemakkelijken.

(8)

Om tijdens de periode van financiële en economische crisis extra EFG-bijstand te kunnen leveren, dient het medefinancieringspercentage tijdelijk verhoogd te worden.

(9)

Om de kwaliteit van de acties te verbeteren en voldoende tijd te laten opdat de maatregelen effect kunnen sorteren wat betreft het weer aan het werk helpen van de meest kwetsbare werknemers, dient de periode waarbinnen de subsidiabele acties uitgevoerd moeten worden, verlengd en verduidelijkt te worden.

(10)

Het functioneren van het EFG dient herzien te worden, met inbegrip van een tijdelijke uitzondering om ondersteuning van werknemers die ontslagen worden als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis mogelijk te maken.

(11)

Verordening (EG) nr. 1927/2006 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1927/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1.

in artikel 1 wordt het volgende lid ingevoegd:

„1 bis.   In afwijking van lid 1 verleent het EFG ook steun aan werknemers die worden ontslagen als rechtstreeks gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis, op voorwaarde dat de aanvragen voldoen aan de in artikel 2, onder a), b) of c), aangegeven criteria. lidstaten die krachtens deze afwijking een EFG-bijdrage aanvragen, tonen aan dat er een rechtstreeks verband is tussen de gedwongen ontslagen en de financiële en economische crisis.

Deze uitzondering is van toepassing op alle aanvragen die vóór 31 december 2011 worden ingediend.”;

2.

artikel 2 wordt vervangen door:

„Artikel 2

Criteria voor steunverlening

Een financiële bijdrage uit het EFG wordt toegekend als grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen leiden tot een ernstige ontwrichting van de economie, zoals een substantiële toename van de invoer naar de Europese Unie, een snelle daling van het marktaandeel van de Europese Unie in een bepaalde sector, of verplaatsing van bedrijfsactiviteiten naar derde landen, met als gevolg:

a)

ten minste 500 gedwongen ontslagen binnen een periode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat, met inbegrip van de ontslagen bij leveranciers of downstreamproducenten, of

b)

ten minste 500 gedwongen ontslagen binnen een periode van negen maanden, met name in kleine of middelgrote ondernemingen, in een NACE 2-divisie in een regio of in twee aan elkaar grenzende regio’s volgens de NUTS II-indeling;

c)

op kleine arbeidsmarkten of in uitzonderlijke omstandigheden, die door de betrokken lidstaat naar behoren moeten worden onderbouwd, kan een aanvraag voor een bijdrage uit het EFG, zelfs als niet volledig voldaan wordt aan de criteria voor steunverlening onder a) of b), als ontvankelijk worden aangemerkt, wanneer de gedwongen ontslagen ernstige gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en de lokale economie. De betrokken lidstaat dient duidelijk aan te geven dat de aanvraag niet geheel voldoet aan de criteria voor steunverlening onder a) of b). Het totaalbedrag van de bijdragen wegens uitzonderlijke omstandigheden mag niet hoger zijn dan 15 % van het jaarlijks maximumbedrag voor het EFG.

Voor de berekening van het aantal gedwongen ontslagen als bedoeld onder de bovenstaande punten a), b) en c) wordt een ontslag meegeteld vanaf:

de datum van de individuele kennisgeving door de werkgever dat de arbeidsovereenkomst van de betrokken werknemer tijdelijk of definitief beëindigd wordt,

de datum van de feitelijke beëindiging van een arbeidsovereenkomst voordat die afloopt, of

de datum waarop de werkgever overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 1, van Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (5), de bevoegde overheidsinstantie schriftelijk kennis geeft van het voorgenomen collectief ontslag; in dat geval verstrekt/verstrekken de aanvragende lidstaat/lidstaten de Commissie aanvullende informatie over het werkelijke aantal ontslagen overeenkomstig de punten a), b) en c) en over de geraamde kosten van het gecoördineerde pakket van individuele diensten, voordat de in artikel 10 van deze verordening bedoelde evaluatie wordt afgerond.

Voor elke onderneming die tot ontslagen overgaat, specificeert/specificeren de lidstaat/lidstaten in de aanvraag hoe het aantal ontslagen is berekend.

3.

het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 3 bis

In aanmerking komende personen

De lidstaten kunnen door het EFG medegefinancierde individuele diensten aanbieden aan getroffen werknemers, waaronder:

a)

werknemers die in de in artikel 2, onder a), b) of c), neergelegde periode ontslagen zijn, en

b)

werknemers die voor of na de in artikel 2, onder a) of c), bedoelde periode ontslagen zijn, wanneer een aanvraag uit hoofde van de genoemde bepalingen niet voldoet aan de in artikel 2, onder a), genoemde criteria, op voorwaarde dat de ontslagen plaatsvonden na de algemene aankondiging van de voorgenomen collectieve ontslagen en een duidelijk oorzakelijk verband kan worden gelegd met de gebeurtenis die aanleiding was tot de gedwongen ontslagen in de referentieperiode.”;

4.

artikel 5, lid 2, onder a), wordt vervangen door:

„a)

een beredeneerde analyse van het verband tussen de gedwongen ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de financiële en economische crisis, en bewijsstukken voor het aantal en een uitleg van het onvoorziene karakter van deze ontslagen.”;

5.

artikel 8 wordt vervangen door:

„Artikel 8

Technische bijstand op initiatief van de Commissie

1.

Op initiatief van de Commissie kan, tot een maximum van 0,35 % van het jaarlijks maximumbedrag voor het EFG, het EFG gebruikt worden voor het financieren van de voorbereiding van het toezicht op de informatie en het creëren van een kennisbasis die relevant is voor de operaties van het EFG. Het mag tevens worden gebruikt ter financiering van administratieve en technische bijstand, boekhoudkundige controle en evaluatiewerkzaamheden die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van deze verordening.

2.

Met inachtneming van het in lid 1 genoemde maximale bedrag stelt de begrotingsautoriteit aan het begin van ieder jaar op basis van een voorstel van de Commissie een bedrag voor technische bijstand ter beschikking.

3.

De in lid 1 aangegeven taken worden uitgevoerd in overeenstemming met het Financieel Reglement en de uitvoeringsvoorschriften die van toepassing zijn op deze vorm van begrotingsuitvoering.

4.

De technische bijstand van de Commissie omvat het verstrekken van informatie en richtsnoeren aan de lidstaten voor het gebruik van, het toezicht op en de evaluatie van het EFG. De Commissie kan ook aan de Europese en nationale sociale partners informatie verstrekken over het gebruik van het EFG.”;

6.

artikel 10, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   Op basis van de overeenkomstig artikel 5, lid 5, uitgevoerde beoordeling, voert de Commissie, aan de hand van onder andere het aantal te ondersteunen werknemers, de voorgestelde acties en de geraamde kosten, een evaluatie uit en doet zo snel mogelijk een voorstel inzake de hoogte van de eventuele financiële bijdrage die kan worden verstrekt binnen de grenzen van de beschikbare middelen. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan 50 % van de totale geraamde kosten zoals bedoeld in artikel 5, lid 2, onder d). Voor aanvragen die vóór de in artikel 1, lid 1 bis, genoemde datum zijn ingediend, mag het bedrag niet hoger zijn dan 65 % van die kosten.”;

7.

aan artikel 11 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Bij subsidies komen op forfaitaire basis gedeclareerde indirecte kosten tot maximaal 20 % van de directe kosten van een actie in aanmerking voor een bijdrage uit hoofde van het EFG, mits die indirecte kosten worden gemaakt overeenkomstig de nationale voorschriften, waaronder boekhoudregels.”;

8.

artikel 13, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De lidsta(a)t(en) voert/voeren alle in het gecoördineerde pakket van individuele diensten opgenomen subsidiabele acties zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 24 maanden na de in artikel 5 bedoelde datum van de aanvraag uit, of na de aanvangsdatum van deze maatregelen, mits laatstgenoemde datum niet later valt dan drie maanden na de datum van aanvraag.”;

9.

in artikel 20 wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd:

„Het Europees Parlement en de Raad kunnen deze verordening, met inbegrip van de in artikel 1, lid 1 bis, bepaalde tijdelijke afwijking, herzien op basis van een voorstel van de Commissie.”.

Artikel 2

Overgangsbepalingen

Deze verordening is van toepassing op alle aanvragen voor bijstand uit hoofde van het EFG die met ingang van 1 mei 2009 worden ingediend. Op voor die datum ontvangen aanvragen blijven gedurende de gehele looptijd van de EFG-bijstand de voorschriften van toepassing welke op de datum van aanvraag van kracht waren.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 juni 2009.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

Š. FÜLE


(1)  Advies van 24 maart 2009 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt).

(2)  Advies van 22 april 2009 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt).

(3)  Advies van het Europees Parlement van 6 mei 2009 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt) en besluit van de Raad van 11 juni 2009.

(4)  PB L 48 van 22.2.2008, blz. 82.

(5)  PB L 225 van 12.8.1998, blz. 16.”;