23.2.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 50/11


VERORDENING (EG) Nr. 166/2008 VAN DE COMMISSIE

van 22 februari 2008

tot verlening van een vergunning voor een nieuwe toepassing van het preparaat van Bacillus cereus var. toyoi (Toyocerin) als toevoegingsmiddel voor diervoeding

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name op artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De toelating van toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de toelatingsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor een vergunning voor het in de bijlage bij deze verordening opgenomen preparaat ingediend. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en bescheiden zijn bij de aanvraag verstrekt.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor een nieuwe toepassing van het preparaat van micro-organismen Bacillus cereus var. toyoi NCIMB 40112/CNCM I-1012 (Toyocerin) als toevoegingsmiddel in de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” voor mestkalkoenen.

(4)

Voor het gebruik van dat preparaat van micro-organismen is een permanente vergunning verleend voor biggen jonger dan twee maanden en zeugen bij Verordening (EG) nr. 256/2002 van de Commissie (2), biggen en mestvarkens bij Verordening (EG) nr. 1453/2004 van de Commissie (3), mestkalveren bij Verordening nr. 255/2005 van de Commissie (4) en mestkonijnen en mestkippen bij Verordening (EG) nr. 1200/2005 van de Commissie (5).

(5)

Er zijn nieuwe gegevens ingediend ter staving van de aanvraag van een vergunning voor mestkalkoenen. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 19 september 2007 geconcludeerd dat het preparaat van micro-organismen Bacillus cereus var. toyoi NCIMB 40112/CNCM I-1012 (Toyocerin) geen ongunstige gevolgen heeft voor de consumenten, de gebruikers of het milieu (6). Overeenkomstig dat advies heeft het gebruik van dat preparaat geen ongunstige gevolgen voor deze bijkomende diercategorie en is het doeltreffend voor de verbetering van de gewichtstoename, de voederopname en het voedergebruik. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. Zij heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde communautaire referentielaboratorium was ingediend.

(6)

Uit de beoordeling van het preparaat blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van het preparaat zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „darmflorastabilisatoren”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 februari 2008.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie (PB L 59 van 5.3.2005, blz. 8).

(2)  PB L 41 van 13.2.2002, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1143/2007 (PB L 256 van 2.10.2007, blz. 23).

(3)  PB L 269 van 17.8.2004, blz. 3.

(4)  PB L 45 van 16.2.2005, blz. 3.

(5)  PB L 195 van 27.7.2005, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1445/2006 (PB L 271 van 30.9.2006, blz. 22).

(6)  Scientific Opinion of the Panel on Additives and Products or Substances used in Animal Feed on the safety and efficacy of Toyocerin (Bacillus cereus var. toyoi) as a feed additive for turkeys. Goedgekeurd op 19 september 2007. The EFSA Journal (2007) 549, 1-11.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

(handelsnaam)

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

CFU/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: darmflorastabilisatoren.

4b1701

Rubinum

Bacillus cereus var. toyoi

NCIMB 40112/CNCM I-1012

(Toyocerin)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel:

Bereiding van Bacillus cereus var. toyoi met ten minste 1 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof:

Bacillus cereus var. toyoi

NCIMB 40112/CNCM I-1012

 

Analysemethode (1)

Telling: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van trypton-soja-agar met voorverhittingsbehandeling van voedermonsters en identificatie: pulsed-field gel electroforese (PFGE)

Mestkalkoenen

0,2 × 109

1 × 109

1.

In de gebruiksaanwijzing van het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de maximale opslagduur en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Voor de veiligheid: gebruik van bril en handschoenen tijdens hantering.

3.

Mag worden gebruikt in mengvoeders die de volgende toegestane coccidiostatica bevatten: monensin-natrium, lasalocide-natrium, robenidine, halofuginone, diclazuril, maduramicin-ammonium.

14 maart 2018


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het communautaire referentielaboratorium: www.irmm.jrc.be/crl-feed-additives