1.8.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 205/53


GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT 2008/632/GBVB VAN DE RAAD

van 31 juli 2008

tot wijziging van Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB houdende beperkende maatregelen tegen Zimbabwe

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 15,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB (1) heeft de Raad de beperkende maatregelen tegen Zimbabwe verlengd, die met name ten doel hebben de erdoor getroffen personen aan te moedigen een beleid te verwerpen waarbij de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting met voeten worden getreden en goed openbaar bestuur wordt belemmerd.

(2)

Ingevolge de door de autoriteiten van Zimbabwe georganiseerde en begane gewelddadigheden tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen in 2008, die deze verkiezingen tot een aanfluiting van de democratie hebben gemaakt, heeft de Raad besloten bepaalde personen en entiteiten toe te voegen aan de lijst in de bijlage bij Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB, zulks door aanneming op 22 juli 2008 van Besluit 2008/605/GBVB.

(3)

De beperkende maatregelen moeten eveneens worden aangescherpt wat betreft het verbod op binnenkomst op of doorreis via het grondgebied van de lidstaten van de in de bijlage bij Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB vermelde natuurlijke personen,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VASTGESTELD:

Artikel 1

Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB wordt als volgt gewijzigd:

1.

In artikel 4 wordt lid 1 vervangen door:

„1.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de binnenkomst op of de doorreis via hun grondgebied te beletten van de leden van de regering van Zimbabwe en van de met hen geassocieerde natuurlijke personen, alsmede van andere natuurlijke personen die zich schuldig maken aan activiteiten die de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe ernstig ondermijnen. De in dit lid bedoelde personen staan vermeld in de bijlage.”.

2.

Aan artikel 4, lid 3, wordt het volgende punt toegevoegd:

„d)

krachtens het Concordaat (Verdrag van Lateranen) van 1929 dat werd gesloten tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië.”.

3.

In artikel 4 worden de leden 5 en 6 vervangen door:

„5.   De lidstaten kunnen ontheffingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die plaatsvinden op grond van dringende humanitaire noden die deze reizen absoluut noodzakelijk maken of, bij wijze van uitzondering, wanneer de reis plaatsvindt om intergouvernementele vergaderingen bij te wonen, met inbegrip van vergaderingen waarvoor het initiatief is genomen door de Europese Unie, wanneer daar een politieke dialoog wordt gevoerd die rechtstreeks, onmiddellijk en in aanzienlijke mate beoogt de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe te bevorderen.

6.   Een lidstaat die de in lid 5 bedoelde ontheffingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De ontheffing wordt geacht te zijn verleend, tenzij een of meer leden van de Raad binnen 48 uur na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde ontheffing schriftelijk bezwaar maken bij de Raad. Indien een of meer leden van de Raad bezwaar maken, wordt de ontheffing niet verleend, behalve in gevallen waarin een lidstaat de ontheffing wenst te verlenen op grond van dringende humanitaire noden en absolute noodzaak. In deze gevallen kan de Raad, met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, besluiten de voorgestelde ontheffing te verlenen.”.

4.

In artikel 4 wordt lid 7 vervangen door:

„7.   In de gevallen waarin een lidstaat krachtens de leden 3 tot en met 6 machtiging verleent tot binnenkomst op of doorreis via zijn grondgebied van de in de bijlage vermelde personen, geldt deze machtiging strikt voor het doel waarvoor ze is verleend en alleen voor de rechtstreeks daarbij betrokken personen.”.

5.

In artikel 5 wordt lid 1 vervangen door:

„1.   Alle tegoeden en economische middelen die in het bezit zijn van leden van de regering van Zimbabwe of van de met hen geassocieerde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten en lichamen, dan wel van andere natuurlijke of rechtspersonen wier activiteiten de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe ernstig ondermijnen, worden bevroren. De lijst van de in dit lid bedoelde personen en entiteiten staat in de bijlage.”.

Artikel 2

Dit gemeenschappelijk standpunt wordt van kracht op de datum van vaststelling.

Artikel 3

Dit gemeenschappelijk standpunt wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 31 juli 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

B. KOUCHNER


(1)  PB L 50 van 20.2.2004, blz. 66. Gemeenschappelijk standpunt laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2008/605/GBVB (PB L 194 van 23.7.2008, blz. 34).