22.12.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 340/1


VERORDENING (EG, EURATOM) Nr. 1558/2007 VAN DE RAAD

van 17 december 2007

houdende aanpassing met ingang van 1 juli 2007 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten welke van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen, en met name op artikel 13,

Gelet op het Statuut van de ambtenaren en de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (1), en met name op de artikelen 63, 64, 65 en 82 van het Statuut en de bijlagen VII, XI en XIII bij dat Statuut, alsmede op artikel 20, eerste alinea, en artikel 64 en artikel 92 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat, teneinde te waarborgen dat de koopkracht van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen gelijke tred houdt met die van de nationale ambtenaren, de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen in het kader van het jaarlijkse onderzoek 2007 dienen te worden aangepast,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Met ingang van 1 juli 2007 wordt in artikel 63, tweede alinea, van het Statuut „1 juli 2006” vervangen door „1 juli 2007”.

Artikel 2

Met ingang van 1 juli 2007 wordt in artikel 66 van het Statuut de tabel van de maandelijkse basissalarissen die van toepassing is voor de berekening van de bezoldigingen en de pensioenen, vervangen door de volgende tabel:

1.7.2007

Salaristrap

Rang

1

2

3

4

5

16

15 761,93

16 424,26

17 114,43

 

 

15

13 930,91

14 516,30

15 126,30

15 547,14

15 761,93

14

12 312,60

12 829,99

13 369,12

13 741,07

13 930,91

13

10 882,28

11 339,57

11 816,07

12 144,81

12 312,60

12

9 618,12

10 022,29

10 443,43

10 733,99

10 882,28

11

8 500,81

8 858,03

9 230,25

9 487,05

9 618,12

10

7 513,30

7 829,02

8 158,00

8 384,97

8 500,81

9

6 640,50

6 919,54

7 210,31

7 410,91

7 513,30

8

5 869,09

6 115,72

6 372,71

6 550,01

6 640,50

7

5 187,30

5 405,28

5 632,41

5 789,12

5 869,09

6

4 584,71

4 777,36

4 978,11

5 116,61

5 187,30

5

4 052,11

4 222,39

4 399,82

4 522,23

4 584,71

4

3 581,39

3 731,89

3 888,71

3 996,90

4 052,11

3

3 165,35

3 298,37

3 436,97

3 532,59

3 581,39

2

2 797,64

2 915,20

3 037,71

3 122,22

3 165,35

1

2 472,65

2 576,55

2 684,82

2 759,52

2 797,64

Artikel 3

Met ingang van 1 juli 2007 worden de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 64 van het Statuut van toepassing zijn op de bezoldiging van de ambtenaren en de andere personeelsleden vastgesteld zoals aangegeven in kolom 2 van de onderstaande tabel.

Met ingang van 1 januari 2008 worden de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 17, lid 3, van bijlage VII bij het Statuut van toepassing zijn op de overmakingen van de ambtenaren en de andere personeelsleden vastgesteld zoals aangegeven in kolom 3 van de onderstaande tabel.

Met ingang van 1 juli 2007 worden de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 20, lid 2, van bijlage XIII bij het Statuut van toepassing zijn op de pensioenen vastgesteld zoals aangegeven in kolom 4 van de onderstaande tabel.

Met ingang van 1 mei 2008 worden de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 20, lid 2, van bijlage XIII bij het Statuut van toepassing zijn op de pensioenen vastgesteld zoals aangegeven in kolom 5 van de onderstaande tabel.

1

2

3

4

5

Land/Plaats

Bezoldiging

1.7.2007

Overmaking

1.1.2008

Pensioen

1.7.2007

Pensioen

1.5.2008

Bulgarije

65,8

58,0

100,0

100,0

Tsjechië

81,2

74,7

100,0

100,0

Denemarken

139,4

135,3

136,1

135,3

Duitsland

99,3

99,7

100,0

100,0

Bonn

98,3

 

 

 

Karlsruhe

96,9

 

 

 

München

106,6

 

 

 

Estland

79,6

77,7

100,0

100,0

Griekenland

95,3

93,3

100,0

100,0

Spanje

100,4

96,4

100,0

100,0

Frankrijk

117,4

107,3

109,3

107,3

Ierland

121,8

118,0

118,8

118,0

Italië

110,6

107,1

107,8

107,1

Varese

98,6

 

 

 

Cyprus

89,9

92,0

100,0

100,0

Letland

79,3

75,2

100,0

100,0

Litouwen

71,3

67,8

100,0

100,0

Hongarije

89,8

77,7

100,0

100,0

Malta

84,8

87,0

100,0

100,0

Nederland

111,5

103,0

104,7

103,0

Oostenrijk

107,8

107,2

107,3

107,2

Polen

80,7

73,0

100,0

100,0

Portugal

92,2

90,6

100,0

100,0

Roemenië

76,3

70,5

100,0

100,0

Slovenië

88,3

84,1

100,0

100,0

Slowakije

81,3

74,8

100,0

100,0

Finland

117,8

114,6

115,2

114,6

Zweden

117,0

113,7

114,4

113,7

Verenigd Koninkrijk

143,1

119,8

124,5

119,8

Culham

115,9

 

 

 

Artikel 4

Met ingang van 1 juli 2007 bedraagt de in artikel 42 bis, tweede en derde alinea, van het Statuut bedoelde toelage bij ouderschapsverlof 849,38 EUR, respectievelijk 1 132,49 EUR voor alleenstaande ouders.

Artikel 5

Met ingang van 1 juli 2007 bedraagt het basisbedrag van de in artikel 1, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde kostwinnerstoelage 158,86 EUR.

Met ingang van 1 juli 2007 bedraagt de in artikel 2, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde kindertoelage 347,13 EUR.

Met ingang van 1 juli 2007 bedraagt de in artikel 3, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde schooltoelage 235,53 EUR.

Met ingang van 1 juli 2007 bedraagt de in artikel 3, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde schooltoelage 84,80 EUR.

Met ingang van 1 juli 2007 bedraagt het minimumbedrag van de in artikel 69 van het Statuut en in artikel 4, lid 1, tweede alinea, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde ontheemdingstoelage 470,83 EUR.

Artikel 6

Met ingang van 1 januari 2008 wordt de in artikel 8, lid 2, tweede alinea, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde kilometertoelage als volgt aangepast:

 

0 EUR per km voor het gedeelte van de afstand tussen 0 en 200 km

 

0,3531 EUR per km voor het gedeelte van de afstand tussen 201 en 1 000 km

 

0,5884 EUR per km voor het gedeelte van de afstand tussen 1 001 en 2 000 km

 

0,3531 EUR per km voor het gedeelte van de afstand tussen 2 001 en 3 000 km

 

0,1177 EUR per km voor het gedeelte van de afstand tussen 3 001 en 4 000 km

 

0,0567 EUR per km voor het gedeelte van de afstand tussen 4 001 en 10 000 km

 

0 EUR per km voor het gedeelte van de afstand dat hoger ligt dan 10 000 km.

Aan deze vergoeding wordt een forfaitair supplement toegevoegd van:

176,52 EUR als de afstand per spoor tussen de standplaats en de plaats van herkomst tussen 725 km en 1 450 km bedraagt,

353,02 EUR als de afstand per spoor tussen de standplaats en de plaats van herkomst meer dan 1 450 km bedraagt.

Artikel 7

Met ingang van 1 juli 2007 bedraagt de in artikel 10, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde dagvergoeding:

36,48 EUR voor de ambtenaar die recht heeft op de kostwinnerstoelage,

29,41 EUR voor de ambtenaar die geen recht heeft op de kostwinnerstoelage.

Artikel 8

Met ingang van 1 juli 2007 wordt het minimumbedrag voor de inrichtingsvergoeding, bedoeld in artikel 24, lid 3, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, vastgesteld op:

1 038,73 EUR voor het personeelslid dat recht heeft op de kostwinnerstoelage,

617,64 EUR voor het personeelslid dat geen recht heeft op de kostwinnerstoelage.

Artikel 9

Met ingang van 1 juli 2007 wordt het minimumbedrag voor de werkloosheidsuitkering, bedoeld in artikel 28 bis, lid 3, tweede alinea, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, vastgesteld op 1 245,73 EUR en het maximumbedrag op 2 491,48 EUR, en wordt het vaste bedrag dat moet worden afgetrokken, vastgesteld op 1 132,49 EUR.

Artikel 10

Met ingang van 1 juli 2007 wordt de in artikel 63 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden opgenomen tabel van de maandelijkse basissalarissen vervangen door de hiernavolgende tabel:

1.7.2007

Salaristrap

Categorie

Groep

1

2

3

4

A

I

6 348,95

7 135,39

7 921,83

8 708,27

II

4 607,96

5 056,98

5 506,00

5 955,02

III

3 872,28

4 044,77

4 217,26

4 389,75

B

IV

3 719,83

4 084,00

4 448,17

4 812,34

V

2 921,86

3 114,47

3 307,08

3 499,69

C

VI

2 778,90

2 942,50

3 106,10

3 269,70

VII

2 487,22

2 571,85

2 656,48

2 741,11

D

VIII

2 248,06

2 380,46

2 512,86

2 645,26

IX

2 164,97

2 195,13

2 225,29

2 255,45

Artikel 11

Met ingang van 1 juli 2007 wordt de in artikel 93 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden opgenomen tabel van de maandelijkse basissalarissen vervangen door de hiernavolgende tabel:

Functie-groep

1.7.2007

Salaristrap

Rang

1

2

3

4

5

6

7

IV

18

5 433,53

5 546,53

5 661,87

5 779,61

5 899,81

6 022,50

6 147,74

17

4 802,29

4 902,16

5 004,11

5 108,17

5 214,40

5 322,84

5 433,53

16

4 244,39

4 332,66

4 422,76

4 514,73

4 608,62

4 704,46

4 802,29

15

3 751,30

3 829,31

3 908,95

3 990,24

4 073,22

4 157,92

4 244,39

14

3 315,50

3 384,44

3 454,83

3 526,67

3 600,01

3 674,88

3 751,30

13

2 930,32

2 991,26

3 053,46

3 116,96

3 181,78

3 247,95

3 315,50

III

12

3 751,25

3 829,25

3 908,88

3 990,16

4 073,14

4 157,84

4 244,30

11

3 315,47

3 384,41

3 454,79

3 526,63

3 599,97

3 674,83

3 751,25

10

2 930,32

2 991,25

3 053,45

3 116,95

3 181,77

3 247,93

3 315,47

9

2 589,91

2 643,76

2 698,74

2 754,86

2 812,14

2 870,62

2 930,32

8

2 289,04

2 336,64

2 385,23

2 434,83

2 485,46

2 537,15

2 589,91

II

7

2 589,84

2 643,71

2 698,70

2 754,83

2 812,12

2 870,61

2 930,32

6

2 288,93

2 336,53

2 385,13

2 434,74

2 485,38

2 537,07

2 589,84

5

2 022,97

2 065,05

2 108,00

2 151,84

2 196,60

2 242,29

2 288,93

4

1 787,92

1 825,11

1 863,07

1 901,82

1 941,37

1 981,75

2 022,97

I

3

2 202,57

2 248,29

2 294,95

2 342,58

2 391,20

2 440,82

2 491,48

2

1 947,17

1 987,58

2 028,83

2 070,94

2 113,92

2 157,79

2 202,57

1

1 721,38

1 757,11

1 793,57

1 830,80

1 868,79

1 907,58

1 947,17

Artikel 12

Met ingang van 1 juli 2007 wordt het minimumbedrag voor de inrichtingsvergoeding, bedoeld in artikel 94 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, vastgesteld op:

781,31 EUR voor het personeelslid dat recht heeft op de kostwinnerstoelage,

463,22 EUR voor het personeelslid dat geen recht heeft op de kostwinnerstoelage

Artikel 13

Met ingang van 1 juli 2007 wordt het minimumbedrag voor de werkloosheidsuitkering, bedoeld in artikel 96, lid 3, tweede alinea, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, vastgesteld op 934,31 EUR en het maximumbedrag op 1 868,61 EUR, en wordt het vaste bedrag dat moet worden afgetrokken, vastgesteld op 849,38 EUR.

Artikel 14

Met ingang van 1 juli 2007 worden de toeslagen voor continu- of ploegendienst, bedoeld in artikel 1, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 300/76 van de Raad (2) vastgesteld op 356,04 EUR, 537,38 EUR, 587,56 EUR en 801,03 EUR.

Artikel 15

Met ingang van 1 juli 2007 wordt op de in artikel 4 van Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad (3) genoemde bedragen een coëfficiënt toegepast van 5,139465.

Artikel 16

Met ingang van 1 juli 2007 wordt de tabel in artikel 8, lid 2, van bijlage XIII bij het Statuut vervangen door de hiernavolgende tabel:

1.7.2007

Salaristrap

Rang

1

2

3

4

5

6

7

8

16

15 761,93

16 424,26

17 114,43

17 114,43

17 114,43

17 114,43

 

 

15

13 930,91

14 516,30

15 126,30

15 547,14

15 761,93

16 424,26

 

 

14

12 312,60

12 829,99

13 369,12

13 741,07

13 930,91

14 516,30

15 126,30

15 761,93

13

10 882,28

11 339,57

11 816,07

12 144,81

12 312,60

 

 

 

12

9 618,12

10 022,29

10 443,43

10 733,99

10 882,28

11 339,57

11 816,07

12 312,60

11

8 500,81

8 858,03

9 230,25

9 487,05

9 618,12

10 022,29

10 443,43

10 882,28

10

7 513,30

7 829,02

8 158,00

8 384,97

8 500,81

8 858,03

9 230,25

9 618,12

9

6 640,50

6 919,54

7 210,31

7 410,91

7 513,30

 

 

 

8

5 869,09

6 115,72

6 372,71

6 550,01

6 640,50

6 919,54

7 210,31

7 513,30

7

5 187,30

5 405,28

5 632,41

5 789,12

5 869,09

6 115,72

6 372,71

6 640,50

6

4 584,71

4 777,36

4 978,11

5 116,61

5 187,30

5 405,28

5 632,41

5 869,09

5

4 052,11

4 222,39

4 399,82

4 522,23

4 584,71

4 777,36

4 978,11

5 187,30

4

3 581,39

3 731,89

3 888,71

3 996,90

4 052,11

4 222,39

4 399,82

4 584,71

3

3 165,35

3 298,37

3 436,97

3 532,59

3 581,39

3 731,89

3 888,71

4 052,11

2

2 797,64

2 915,20

3 037,71

3 122,22

3 165,35

3 298,37

3 436,97

3 581,39

1

2 472,65

2 576,55

2 684,82

2 759,52

2 797,64

 

 

 

Artikel 17

Met ingang van 1 juli 2007 worden de bedragen van de in artikel 14, eerste alinea, van bijlage XIII bij het Statuut bedoelde kindertoelage als volgt vastgesteld:

1.7.2007-31.12.2007

319,27

1.1.2008-31.12.2008

333,19

Artikel 18

Met ingang van 1 juli 2007 worden de bedragen van de in artikel 15, eerste alinea, van bijlage XIII bij het Statuut bedoelde schooltoelage als volgt vastgesteld:

1.7.2007-31.8.2007

50,86

1.9.2007-31.8.2008

67,83

Artikel 19

Met ingang van 1 juli 2007 wordt, voor de toepassing van artikel 18, lid 1, van bijlage XIII bij het Statuut, de vaste vergoeding genoemd in artikel 4 bis van bijlage VII bij het Statuut dat vóór 1 mei 2004 van kracht was, vastgesteld op:

122,83 EUR per maand voor ambtenaren in de rangen C4 en C5,

188,31 EUR per maand voor ambtenaren in de rangen C1, C2 en C3.

Artikel 20

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 december 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

J. SILVA


(1)  PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 337/2007 (PB L 90 van 30.3.2007, blz. 1).

(2)  Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 300/76 van de Raad van 9 februari 1976 tot vaststelling van de categorieën van begunstigden, de voorwaarden voor toekenning en de hoogte van de toeslagen die kunnen worden toegekend aan ambtenaren die hun werkzaamheden verrichten in het kader van een continu- of ploegendienst (PB L 38 van 13.2.1976, blz. 1). Verordening aangevuld bij Verordening (Euratom, EGKS, EEG) nr. 1307/87 (PB L 124 van 13.5.1987, blz. 6) en laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1873/2006 (PB L 360 van 19.12.2006, blz. 61).

(3)  Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van heffing van de belasting ten bate van de Europese Gemeenschappen (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 8). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1750/2002 (PB L 264 van 2.10.2002, blz. 15).