26.5.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 135/6


RICHTLIJN 2007/28/EG VAN DE COMMISSIE

van 25 mei 2007

tot wijziging van bepaalde bijlagen bij de Richtlijnen 86/363/EEG en 90/642/EEG van de Raad wat betreft de maximumgehalten aan residuen van azoxystrobin, chloorfenapyr, folpet, iprodione, lambda-cyhalothrin, maleïnehydrazide, metalaxyl-M en trifloxystrobin

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 86/363/EEG van de Raad van 24 juli 1986 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op levensmiddelen van dierlijke oorsprong (1), en met name op artikel 10,

Gelet op Richtlijn 90/642/EEG van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit (2), en met name op artikel 7,

Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (3), en met name op artikel 4, lid 1, onder f),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Richtlijn 91/414/EEG valt de toelating van gewasbeschermingsmiddelen voor gebruik op bepaalde gewassen onder de bevoegdheid van de lidstaten. Deze toelating moet stoelen op een beoordeling van de gevolgen voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu. Bij deze beoordeling moet onder meer worden gekeken naar de blootstelling van toedieners en omstanders, de milieueffecten in bodem, water en lucht, en de gevolgen bij mens en dier van de consumptie van residuen op behandelde gewassen.

(2)

De maximumresidugehalten (MRL’s) worden vastgesteld op basis van een zodanige toepassing van de minimumhoeveelheden bestrijdingsmiddelen die voor een effectieve gewasbescherming nodig zijn dat de hoeveelheid residu zo klein mogelijk is en toxicologisch aanvaardbaar blijft, met name wat de geschatte opname via de voeding betreft.

(3)

De MRL’s voor onder de Richtlijnen 86/363/EEG en 90/642/EEG vallende bestrijdingsmiddelen moeten voortdurend worden bekeken en kunnen worden gewijzigd om rekening te houden met nieuwe of veranderde toepassingen. De Commissie is in kennis gesteld van nieuwe of gewijzigde toepassingen die zullen leiden tot andere gehalten aan residuen van azoxystrobin, chloorfenapyr, folpet, iprodione, lambda-cyhalothrin, maleïnehydrazide, metalaxyl-M en trifloxystrobin.

(4)

De levenslange blootstelling van de consument aan die bestrijdingsmiddelen via levensmiddelen die residuen daarvan kunnen bevatten, is beoordeeld en geëvalueerd volgens in de Gemeenschap gangbare procedures en werkwijzen en door de Wereldgezondheidsorganisatie gepubliceerde richtsnoeren (4). Op grond van deze beoordelingen en evaluaties moeten de MRL’s voor die bestrijdingsmiddelen zodanig worden vastgesteld dat de aanvaardbare dagelijkse inname niet wordt overschreden.

(5)

Voor chloorfenapyr, folpet en lambda-cyhalothrin bestaat een acute referentiedosis (ARfD) en is de acute blootstelling van de consument via elk levensmiddel dat residuen van deze bestrijdingsmiddelen kan bevatten volgens momenteel in de Gemeenschap gangbare procedures en werkwijzen en door de Wereldgezondheidsorganisatie gepubliceerde richtsnoeren beoordeeld. Er is rekening gehouden met het advies en de aanbevelingen van het Wetenschappelijk Comité voor planten, met name over de bescherming van de consument van met bestrijdingsmiddelen behandelde levensmiddelen (5). Op grond van de beoordeling van de inname via de voeding moeten de MRL’s voor deze bestrijdingsmiddelen zodanig worden vastgesteld dat de ARfD niet wordt overschreden. Uit de beschikbare informatie voor de overige stoffen blijkt dat geen ARfD en dus ook geen beoordeling van de acute effecten nodig is.

(6)

Wanneer toegelaten toepassingen van gewasbeschermingsmiddelen niet tot detecteerbare gehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in of op het levensmiddel leiden, wanneer er geen toegelaten toepassingen zijn, wanneer door de lidstaten toegelaten toepassingen niet met de nodige gegevens zijn onderbouwd, of wanneer toepassingen in derde landen die leiden tot residuen in of op levensmiddelen die op de markt van de Gemeenschap verkrijgbaar kunnen zijn, niet met de nodige gegevens zijn onderbouwd, moeten de MRL’s op de ondergrens van de analytische bepaling worden vastgesteld.

(7)

Dat op communautair niveau voorlopige MRL’s worden vastgesteld of gewijzigd, neemt niet weg dat de lidstaten overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder f), van Richtlijn 91/414/EEG en bijlage VI bij die richtlijn voorlopige MRL’s voor maleïnehydrazide and trifloxystrobin kunnen vaststellen. Een periode van vier jaar wordt voldoende geacht om de ontwikkeling van andere toepassingen van deze stoffen mogelijk te maken. Daarna moeten de voorlopige communautaire MRL’s definitief worden.

(8)

De in de bijlagen bij de Richtlijnen 86/363/EEG en 90/642/EEG opgenomen MRL’s moeten daarom worden gewijzigd om te zorgen voor een degelijke bewaking van en controle op de toepassingen van de desbetreffende gewasbeschermingsmiddelen en om de consument te beschermen. Als in de bijlagen bij die richtlijnen reeds MRL’s zijn vastgesteld, moeten die worden gewijzigd. Als er nog geen MRL’s zijn bepaald, moeten die voor het eerst worden vastgesteld.

(9)

De Richtlijnen 86/363/EEG en 90/642/EEG moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 86/363/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze richtlijn.

Artikel 2

Richtlijn 90/642/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze richtlijn.

Artikel 3

1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 26 november 2007 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 27 november 2007.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 4

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 5

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 25 mei 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 221 van 7.8.1986, blz. 43. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/27/EG van de Commissie (PB L 128 van 16.5.2007, blz. 31).

(2)  PB L 350 van 14.12.1990, blz. 71. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/27/EG van de Commissie.

(3)  PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/25/EG van de Commissie (PB L 106 van 24.4.2007, blz. 34).

(4)  Richtsnoeren voor het voorspellen van de opname via de voeding van residuen van bestrijdingsmiddelen (herziene versie), opgesteld door GEMS/voedselprogramma in samenwerking met het Codex-comité voor residuen van bestrijdingsmiddelen, gepubliceerd door de Wereldgezondheidsorganisatie, 1997 (WHO/FSF/FOS/97.7).

(5)  Opinion regarding questions relating to amending the annexes to Council Directives 86/362/EEC, 86/363/EEC and 90/642/EEC (uitgebracht op 14 juli 1998); Opinion regarding variable pesticide residues in fruit and vegetables (uitgebracht op 14 juli 1998); http://europa.eu.int/comm/food/fs/sc/scp/outcome_ppp_en.html


BIJLAGE I

In deel B van bijlage II bij Richtlijn 86/363/EEG wordt de volgende regel toegevoegd:

 

Maximumgehalte in mg/kg

Residuen van bestrijdingsmiddelen

voor vlees met inbegrip van vet, vleesbereidingen, eetbare slachtafvallen en dierlijke vetten, vermeld in bijlage I onder de posten ex 0201, 0202, 0203, 0204, 0205, 0206, 0207, ex 0208, 0209, 0210, 1601 en 1602

voor melk en melkproducten, vermeld in bijlage I onder de posten 0401, 0402, 0405 en 0406

voor verse eieren uit de schaal, voor vogeleieren en eigeel, vermeld in bijlage I onder de posten 0407 en 0408

„Maleïnehydride (2)

vlees (met uitzondering van pluimvee) 0,05 (3), lever (met uitzondering van pluimvee) 0,05 (3), nieren (met uitzondering van pluimvee) 0,5 (3), andere 0,02 (1)  (3)

0,2 (3)  (4)

0,1 (3)


(1)  Geeft de ondergrens van de analytische bepaling aan.

(2)  De residudefinitie voor melk en melkproducten is: maleïnehydrazide en de conjugaten daarvan, uitgedrukt als maleïnehydrazide.

(3)  Geeft aan dat het maximumresidugehalte voorlopig is vastgesteld overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder f), van Richtlijn 91/414/EEG.

(4)  Geeft aan dat het maximumresidugehalte voorlopig is vastgesteld tot en met 30 juni 2008 in afwachting van de indiening van gegevens door de aanvrager. Als op die datum nog geen gegevens zijn ontvangen, zal het MRL bij een richtlijn of een verordening worden ingetrokken.”


BIJLAGE II

In deel A van bijlage II bij Richtlijn 90/642/EEG worden de kolommen voor azoxystrobin, chloorfenapyr, folpet, iprodione, lambda-cyhalothrin, maleïnehydrazide, metalaxyl en trifloxystrobin vervangen door:

 

Residuen van bestrijdingsmiddelen en maximumgehalten aan residuen (mg/kg)

Groepen en voorbeelden van afzonderlijke producten waarop de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen van toepassing zijn

Azoxystrobin

Chloorfenapyr

Folpet

Iprodione

Lambda-cyhalothrin

Maleïnehydrazide

Metalaxyl, inclusief andere mengsels van samenstellende isomeren, waaronder metalaxyl-M (som van de isomeren)

Trifloxystrobin

„1.

Fruit, vers, gedroogd of ongekookt, bevroren, zonder toegevoegde suiker; noten

 

0,05 (1)

 

 

 

0,2 (1)  (3)

 

 

i)

CITRUSVRUCHTEN

1

 

0,02 (1)

 

 

 

0,5

0,3 (3)

Grapefruits

 

 

 

 

0,1

 

 

 

Citroenen

 

 

 

5 (3)

0,2

 

 

 

Limoenen

 

 

 

 

0,2

 

 

 

Mandarijnen (inclusief clementines en andere kruisingen)

 

 

 

1 (3)

0,2

 

 

 

Sinaasappelen

 

 

 

 

0,1

 

 

 

Pomelo’s

 

 

 

 

0,1

 

 

 

Andere

 

 

 

0,02 (1)  (3)

0,02 (1)

 

 

 

ii)

NOTEN (al dan niet in de dop, schil of schaal)

0,1 (1)

 

0,02 (1)

 

0,05 (1)

 

0,05 (1)

0,02 (1)  (3)

Amandelen

 

 

 

 

 

 

 

 

Paranoten

 

 

 

 

 

 

 

 

Cashewnoten

 

 

 

 

 

 

 

 

Kastanjes

 

 

 

 

 

 

 

 

Kokosnoten

 

 

 

 

 

 

 

 

Hazelnoten

 

 

 

0,2 (3)

 

 

 

 

Macadamianoten

 

 

 

 

 

 

 

 

Pecannoten

 

 

 

 

 

 

 

 

Pijnboompitten

 

 

 

 

 

 

 

 

Pistaches (pimpernoten)

 

 

 

 

 

 

 

 

Walnoten

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere

 

 

 

0,02 (1)  (3)

 

 

 

 

iii)

PITVRUCHTEN

0,05 (1)

 

3 (2)

5 (3)

0,1

 

1

0,5 (3)

Appelen

 

 

 

 

 

 

 

 

Peren

 

 

 

 

 

 

 

 

Kweeperen

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere

 

 

 

 

 

 

 

 

iv)

STEENVRUCHTEN

0,05 (1)

 

 

3 (3)

 

 

0,05 (1)

 

Abrikozen

 

 

 

 

0,2

 

 

1 (3)

Kersen

 

 

2

 

 

 

 

1 (3)

Perziken (inclusief nectarines en soortgelijke kruisingen)

 

 

 

 

0,2

 

 

1 (3)

Pruimen

 

 

 

 

 

 

 

0,2 (3)

Andere

 

 

0,02 (1)

 

0,1

 

 

0,02 (1)  (3)

v)

BESVRUCHTEN EN KLEIN FRUIT

 

 

 

 

 

 

 

 

a)

Tafel- en wijndruiven

2

 

 

10 (3)

0,2

 

 

5 (3)

Tafeldruiven

 

 

0,02 (1)

 

 

 

2

 

Wijndruiven

 

 

5

 

 

 

1

 

b)

Aardbeien (andere dan bosaardbeien)

2

 

3 (2)

15 (3)

0,5

 

0,5

0,5 (3)

c)

Rubussoorten (andere dan wilde vruchten)

 

 

 

10 (3)

 

 

0,05 (1)

0,02 (1)  (3)

Bramen

3

 

3 (2)

 

 

 

 

 

Dauwbramen

 

 

 

 

 

 

 

 

Loganbessen

 

 

 

 

 

 

 

 

Frambozen

3

 

3 (2)

 

0,2

 

 

 

Andere

0,05 (1)

 

0,02 (1)

 

0,02 (1)

 

 

 

d)

Ander klein fruit en besvruchten (voor zover niet wild)

0,05 (1)

 

 

10 (3)

 

 

0,05 (1)

 

Blauwe bosbessen

 

 

 

 

 

 

 

 

Veenbessen

 

 

 

 

 

 

 

 

Aalbessen (rood, zwart en wit)

 

 

3 (2)

 

0,1

 

 

1 (3)

Kruisbessen

 

 

3 (2)

 

0,1

 

 

1 (3)

Andere

 

 

0,02 (1)

 

0,02 (1)

 

 

0,02 (1)  (3)

e)

Wilde besvruchten en wilde vruchten

0,05 (1)

 

0,02 (1)

0,02 (1)  (3)

0,2

 

0,05 (1)

0,02 (1)  (3)

vi)

DIVERSE VRUCHTEN

 

 

0,02 (1)

 

 

 

0,05 (1)

 

Avocado’s

 

 

 

 

 

 

 

 

Bananen

2

 

 

 

 

 

 

0,05 (3)

Dadels

 

 

 

 

 

 

 

 

Vijgen

 

 

 

 

 

 

 

 

Kiwi’s

 

 

 

5 (3)

 

 

 

 

Kumquats

 

 

 

 

 

 

 

 

Lychees

 

 

 

 

 

 

 

 

Mango’s

0,2

 

 

 

0,1

 

 

 

Olijven (tafelolijven)

 

 

 

 

0,5

 

 

 

Olijven (olieproductie)

 

 

 

 

0,5

 

 

 

Papaja’s

0,2

 

 

 

 

 

 

1 (3)

Passievruchten

 

 

 

 

 

 

 

 

Ananassen

 

 

 

 

 

 

 

 

Granaatappels

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere

0,05 (1)

 

 

0,02 (1)  (3)

0,02 (1)

 

 

0,02 (1)  (3)

2.

Groenten, vers of ongekookt, bevroren of gedroogd

 

0,05 (1)

 

 

 

 

 

 

i)

WORTEL- EN KNOLGEWASSEN

 

 

0,02 (1)

 

 

 

 

 

Rode bieten

 

 

 

 

 

 

 

 

Wortelen

0,2

 

 

0,5 (3)

 

30 (3)

0,1

0,05 (3)

Cassave

 

 

 

 

 

 

 

 

Knolselderij

0,3

 

 

 

0,1

 

 

 

Mierikswortel (peperwortel)

0,2

 

 

0,5 (3)

 

 

0,1

 

Aardperen (topinamboers)

 

 

 

 

 

 

 

 

Pastinaken

0,2

 

 

0,5 (3)

 

30 (3)

0,1

 

Wortelpeterselie

0,2

 

 

0,5 (3)

 

 

 

 

Radijzen

0,2

 

 

0,3 (3)

0,1

 

0,1

 

Schorseneren

0,2

 

 

 

 

 

 

 

Bataten (zoete aardappelen)

 

 

 

 

 

 

 

 

Koolrapen

 

 

 

 

 

 

 

 

Rapen

 

 

 

 

 

 

 

 

Yams

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere

0,05 (1)

 

 

0,02 (1)  (3)

0,02 (1)

0,2 (1)  (3)

0,05 (1)

0,02 (1)  (3)

ii)

BOLGEWASSEN

 

 

 

 

 

0,2 (1)  (3)

 

0,02 (1)  (3)

Knoflook

 

 

 

0,2 (3)

 

15 (3)

0,5

 

Uien

 

 

0,1

0,2 (3)

 

15 (3)

0,5

 

Sjalotten

 

 

 

0,2 (3)

 

15 (3)

0,5

 

Bosuien

2

 

 

3 (3)

0,05

 

0,2

 

Andere

0,05 (1)

 

0,02 (1)

0,02 (1)  (3)

0,02 (1)

0,2 (1)  (3)

0,05 (1)

 

iii)

VRUCHTGROENTEN

 

 

 

 

 

0,2 (1)  (3)

 

 

a)

Solanaceae

2

 

 

5 (3)

 

 

 

 

Tomaten

 

 

2 (2)

 

0,1

 

0,2

0,5 (3)

Pepers (paprika’s)

 

 

 

 

0,1

 

0,5

 

Aubergines

 

 

 

 

0,5

 

 

 

Okra’s

 

 

 

 

0,1

 

 

 

Andere

 

 

0,02 (1)

 

0,02 (1)

 

0,05 (1)

0,02 (1)  (3)

b)

Cucurbitaceae met eetbare schil

1

 

0,02 (1)

2 (3)

0,1

 

 

0,2 (3)

Komkommers

 

 

 

 

 

 

0,5

 

Augurken

 

 

 

 

 

 

 

 

Courgettes

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere

 

 

 

 

 

 

0,05 (1)

 

c)

Cucurbitaceae met niet-eetbare schil

0,5

 

1

1 (3)

0,05

 

 

 

Meloenen

 

 

 

 

 

 

0,2

0,3 (3)

Pompoenen

 

 

 

 

 

 

 

 

Watermeloenen

 

 

 

 

 

 

0,2

0,2

Andere

 

 

 

 

 

 

0,05 (1)

0,02 (1)  (3)

d)

Suikermais

0,05 (1)

 

0,02 (1)

0,02 (1)  (3)

0,05

 

0,05 (1)

0,02 (1)  (3)

iv)

KOOLSOORTEN

 

 

 

 

 

0,2 (1)  (3)

 

0,02 (1)  (3)

a)

Bloemkoolachtigen

0,5

 

0,02 (1)

0,1 (3)

0,1

 

0,2

 

Broccoli

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloemkool

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere

 

 

 

 

 

 

 

 

b)

Sluitkoolachtigen

0,3

 

0,02 (1)

 

 

 

 

 

Spruitjes

 

 

 

0,5 (3)

0,05

 

 

 

Sluitkool

 

 

 

5 (3)

0,2

 

1

 

Andere

 

 

 

0,02 (1)  (3)

0,02 (1)

 

0,05 (1)

 

c)

Bladkoolachtigen

5

 

0,02 (1)

 

1

 

 

 

Chinese kool

 

 

 

5 (3)

 

 

 

 

Boerenkool

 

 

 

 

 

 

0,2

 

Andere

 

 

 

0,02 (1)  (3)

 

 

0,05 (1)

 

d)

Koolrabi

0,2

 

0,05

0,02 (1)  (3)

0,02 (1)

 

0,05 (1)

 

v)

BLADGROENTEN EN VERSE KRUIDEN

 

 

 

 

 

0,2 (1)  (3)

 

0,02 (1)  (3)

a)

Sla en dergelijke

3

 

 

10 (3)

 

 

 

 

Tuinkers

 

 

 

 

 

 

 

 

Veldsla

 

 

 

 

 

 

0,2

 

Sla

 

 

2

 

0,5

 

2

 

Andijvie

 

 

 

 

 

 

1

 

Rucola

 

 

 

 

 

 

 

 

Bladeren en stengels van koolsoorten, inclusief raapstelen

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere

 

 

0,02 (1)

 

1

 

0,05 (1)

 

b)

Spinazie en dergelijke

0,05 (1)

 

 

0,02 (1)  (3)

0,5

 

0,05 (1)

 

Spinazie

 

 

10

 

 

 

 

 

Snijbiet

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere

 

 

0,02 (1)

 

 

 

 

 

c)

Waterkers

0,05 (1)

 

0,02 (1)

0,02 (1)  (3)

0,02 (1)

 

0,05 (1)

 

d)

Witlof

0,2

 

0,02 (1)

2 (3)

0,02 (1)

 

0,3

 

e)

Kruiden

3

 

0,02 (1)

10 (3)

1

 

2

 

Kervel

 

 

 

 

 

 

 

 

Bieslook

 

 

 

 

 

 

 

 

Peterselie

 

 

 

 

 

 

 

 

Bladselderij

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere

 

 

 

 

 

 

 

 

vi)

PEULGROENTEN (vers)

 

 

 

 

 

0,2 (1)  (3)

0,05 (1)

 

Bonen (met peul)

1

 

2 (2)

5 (3)

0,2

 

 

0,5 (3)

Bonen (zonder peul)

0,2

 

2 (2)

 

 

 

 

 

Erwten (met peul)

0,5

 

 

2 (3)

0,2

 

 

 

Erwten (zonder peul)

0,2

 

 

0,3 (3)

0,2

 

 

 

Andere

0,05 (1)

 

0,02 (1)

0,02 (1)  (3)

0,02 (1)

 

 

0,02 (1)  (3)

vii)

STENGELGROENTEN (vers)

 

 

0,02 (1)

 

 

0,2 (1)  (3)

 

0,02 (1)  (3)

Asperges

 

 

 

 

 

 

 

 

Kardoen

 

 

 

 

 

 

 

 

Bleekselderij

5

 

 

 

0,3

 

 

 

Knolvenkel

 

 

 

 

0,3

 

 

 

Artisjokken

1

 

 

 

 

 

 

 

Prei

2

 

 

 

0,3

 

0,2

 

Rabarber

 

 

 

0,2 (3)

 

 

 

 

Andere

0,05 (1)

 

 

0,02 (1)  (3)

0,02 (1)

 

0,05 (1)

 

viii)

FUNGI

0,05 (1)

 

0,02 (1)

0,02 (1)  (3)

 

0,2 (1)  (3)

0,05 (1)

0,02 (1)  (3)

a)

Gekweekte paddenstoelen

 

 

 

 

0,02 (1)

 

 

 

b)

Wilde paddenstoelen

 

 

 

 

0,5

 

 

 

3.

Peulvruchten

0,1

0,05 (1)

0,02 (1)

0,2 (3)

0,02 (1)

0,2 (1)  (3)

0,05 (1)

0,02 (1)  (3)

Bonen

 

 

 

 

 

 

 

 

Linzen

 

 

 

 

 

 

 

 

Erwten

 

 

 

 

 

 

 

 

Lupinen

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere

 

 

 

 

 

 

 

 

4.

Oliehoudende zaden

 

0,1 (1)

0,05 (1)

 

0,05 (1)

0,5 (1)  (3)

0,1 (1)

0,05 (1)  (3)

Lijnzaad

 

 

 

0,5 (3)

 

 

 

 

Pinda’s

 

 

 

 

 

 

 

 

Papaverzaad

 

 

 

 

 

 

 

 

Sesamzaad

 

 

 

 

 

 

 

 

Zonnebloempitten

 

 

 

0,5 (3)

 

 

 

 

Kool- en raapzaad

0,5

 

 

0,5 (3)

 

 

 

 

Sojabonen

0,5

 

 

 

 

 

 

 

Mosterdzaad

 

 

 

 

 

 

 

 

Katoenzaad

 

 

 

 

 

 

 

 

Hennepzaad

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere

0,05 (1)

 

 

0,02 (1)  (3)

 

 

 

 

5.

Aardappelen

0,05 (1)

0,05 (1)

0,1

0,02 (1)  (3)

0,02 (1)

50 (3)

0,05 (1)

0,02 (1)  (3)

Vroege aardappelen

 

 

 

 

 

 

 

 

Bewaaraardappelen

 

 

 

 

 

 

 

 

6.

Thee (gedroogde bladeren en stengels, al dan niet gefermenteerd, van Camellia sinensis)

0,1 (1)

50

0,05 (1)

0,1 (1)  (3)

1

0,5 (1)  (3)

0,1 (1)

0,05 (1)  (3)

7.

Hop (gedroogd), inclusief hoppellets en niet-geconcentreerd poeder

20

0,1 (1)

150

0,1 (1)  (3)

10

0,5 (1)  (3)

10

30 (3)


(1)  Geeft de ondergrens van de analytische bepaling aan.

(2)  Som van captan en folpet.

(3)  Geeft aan dat het maximumresidugehalte voorlopig is vastgesteld overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder f), van Richtlijn 91/414/EEG.”.