8.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 345/1


VERORDENING (EG) Nr. 1781/2006 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 15 november 2006

betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (1),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Zwartgeldstromen kunnen de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector aantasten en een gevaar betekenen voor de interne markt. Terrorisme ondergraaft de fundamenten van onze maatschappij. De soliditeit, integriteit en stabiliteit van kredietinstellingen en financiële instellingen en het vertrouwen in het financiële stelsel als geheel kunnen ernstig in gevaar worden gebracht door de pogingen van criminelen en hun medeplichtigen om hetzij de herkomst van de opbrengsten van misdrijven te verhullen, hetzij rechtmatig verkregen gelden aan te wenden voor terroristische doeleinden.

(2)

Witwassers en terrorismefinanciers kunnen, ter vergemakkelijking van hun criminele activiteiten, van de aan de geïntegreerde financiële ruimte inherente liberalisering van het kapitaalverkeer en van het verrichten van financiële diensten trachten te profiteren, indien niet op communautair niveau bepaalde coördinerende maatregelen worden genomen. Grootschalig optreden van de Gemeenschap kan een uniforme omzetting in de gehele Europese Unie waarborgen van speciale aanbeveling VII betreffende elektronische overmakingen (Special Recommendation VII — SR VII) van de Financiële Actiegroep Witwassen van Geld en Terrorismefinanciering (FATF), ingesteld bij de G7-Conferentie van Parijs van 1989, waarbij met name geen discriminatie mag optreden tussenbinnenlandse betalingen in een lidstaat en grensoverschrijdende betalingen tussen lidstaten. Een ongecoördineerd optreden door individuele lidstaten op het gebied van grensoverschrijdende geldovermakingen kan ernstige negatieve gevolgen hebben voor de goede werking van betalingssystemen op EU-niveau en aldus een schadelijk effect sorteren op de interne markt voor financiële diensten.

(3)

In de nasleep van de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001 heeft de Europese Raad op zijn buitengewone bijeenkomst van 21 september 2001 herhaald dat de strijd tegen het terrorisme een prioritaire doelstelling van de Europese Unie is. De Europese Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan een actieplan met het oog op de versterking van de politiële en justitiële samenwerking, de ontwikkeling van internationale rechtsinstrumenten om terrorisme tegen te gaan, de voorkoming van terrorismefinanciering, de versterking van de veiligheid in de luchtvaart en het bewerkstelligen van een betere samenhang tussen alle relevante beleidsterreinen van de Unie. Dit actieplan is door de Europese Raad herzien naar aanleiding van de terroristische aanslagen van 11 maart 2004 te Madrid en is er thans specifiek op gericht te waarborgen dat het wetgevingskader dat de Gemeenschap heeft ingesteld met het oog op de bestrijding van het terrorisme en de verbetering van de justitiële samenwerking, wordt aangepast aan de negen speciale aanbevelingen inzake de financiering van terrorisme welke zijn aangenomen door de FATF.

(4)

Ter voorkoming van de financiering van terrorisme zijn maatregelen genomen om de financiële en economische middelen van bepaalde personen, groepen en entiteiten te bevriezen, zoals Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad (3) en Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad (4). Met hetzelfde doel voor ogen zijn maatregelen genomen om het financiële stelsel te beschermen tegen de aanwending van financiële en economische middelen voor terroristische doeleinden. Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (5) bevat een aantal maatregelen dat erop gericht is het misbruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en terrorismefinanciering tegen te gaan. Geen van deze maatregelen maken het terroristen en andere criminelen echter volkomen onmogelijk om zich toegang te verschaffen tot betalingssystemen voor het doorsluizen van hun gelden.

(5)

Ter bevordering van een coherente internationale aanpak van de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering dient in toekomstige communautaire maatregelen rekening te worden gehouden met de ontwikkelingen op dat terrein, namelijk de negen door de FATF aangenomen speciale aanbevelingen inzake de financiering van terrorisme, en met name SR VII, alsook de herziene interpretatieve nota voor de tenuitvoerlegging van deze aanbeveling.

(6)

De volledige traceerbaarheid van geldovermakingen kan een bijzonder belangrijk en nuttig hulpmiddel zijn bij de voorkoming van, het onderzoek naar en de opsporing van het witwassen van geld of terrorismefinanciering. Om te waarborgen dat de informatie over de betaler door heel de hele betalingsketen wordt doorgegeven, verdient het bijgevolg aanbeveling te voorzien in een systeem dat betalingsdienstaanbieders ertoe verplicht bij geldovermakingen accurate en betekenisvolle informatie over de betaler te voegen.

(7)

Het bepaalde in deze verordening is van toepassing onverminderd Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (6). Bijvoorbeeld mag informatie die in het kader van deze verordening wordt vergaard en bijgehouden, niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt.

(8)

Personen die alleen maar papieren documenten in elektronische vorm omzetten en op contractbasis werkzaam zijn bij een betalingsdienstaanbieder, vallen niet onder de werkingssfeer van deze verordening; hetzelfde geldt voor natuurlijke of rechtspersonen die betalingsdienstaanbieders alleen maar een berichtensysteem of andere ondersteuningssystemen voor de overdracht van fondsen en/of clearing- en afwikkelingssystemen bieden.

(9)

Als bij geldovermakingen het witwasrisico of het risico van terrorismefinanciering klein is, verdient het aanbeveling dergelijke geldovermakingen van het toepassingsgebied van deze verordening uit te sluiten. Deze ontheffingen betreffen krediet- of debetkaarten, opnamen bij geldautomaten, automatische overmakingen, ingehouden cheques, betalingen van belastingen, boetes of andere heffingen en geldovermakingen, waarbij de betalers en begunstigden beiden betalingsdienstaanbieders zijn die voor eigen rekening handelen. Voorts mogen de lidstaten, om recht te doen aan de kenmerken van de nationale betalingssystemen, elektronische betalingen uitzonderen, op voorwaarde dat het altijd mogelijk is de betaler via de geldovermakingen te traceren. Indien de lidstaten de ontheffing voor elektronisch geld in het kader van Richtlijn 2005/60/EG hebben toegepast, moeten zij die ontheffing in het kader van deze richtlijn toepassen, op voorwaarde dat het bedrag van de elektronische overmaking niet hoger is dan 1 000 EUR.

(10)

De ontheffing voor elektronisch geld, zoals omschreven in Richtlijn 2000/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (7), geldt voor elektronisch geld, ongeacht het feit of de uitgevende instelling van dergelijk geld krachtens artikel 8 van deze richtlijn al dan niet ontheffing is verleend.

(11)

Om de doeltreffendheid van de betalingssystemen niet te hinderen, dienen de vereisten voor verificatie van geldovermakingen die via een rekening gebeuren worden gescheiden van de geldovermakingen die niet via een rekening gebeuren. Om te zorgen voor een juist evenwicht tussen, enerzijds het risico dat transacties in de clandestiniteit worden gedrongen doordat al te strikte identificatieverplichtingen worden opgelegd en, anderzijds, de potentiële terroristische dreiging die van kleine geldovermakingen uitgaat, in geval van geldovermakingen die niet via een rekening gebeuren, dient enkel bij individuele geldovermakingen die 1 000 EUR overschrijden, de verplichting om te verifiëren of de informatie over de betaler accuraat is, te worden toegepast, onverminderd de verplichtingen van Richtlijn 2005/60/EG. Voor geldovermakingen via een rekening wordt er van de betalingsdienstaanbieders niet vereist dat ze voor elke geldovermaking, waarbij aan de verplichtingen van Richtlijn 2005/60/EG is voldaan, de informatie over de betaler nagaan.

(12)

Tegen de achtergrond van Verordening (EG) nr. 2560/2001 van het Europees Parlement en de Raad (8) en de mededeling van de Commissie betreffende een nieuw rechtskader voor betalingen in de interne markt, is het voldoende om bij geldovermakingen binnen de Gemeenschap een minimum aan informatie over de betaler te verstrekken.

(13)

Teneinde de voor de bestrijding van het witwassen van geld of terrorismefinanciering in derde landen verantwoordelijke autoriteiten in staat te stellen de herkomst te traceren van de gelden die voor deze doeleinden worden gebruikt, dient bij geldovermakingen vanuit de Gemeenschap naar buiten de Gemeenschap volledige informatie over de betaler te worden gevoegd. Aan deze autoriteiten mag alleen toegang tot de volledige informatie over de betaler worden verleend voor de voorkoming van, het onderzoek naar en de opsporing van het witwassen van geld of terrorismefinanciering.

(14)

Opdat geldovermakingen van een enkele betaler aan meerdere begunstigden op goedkope wijze kunnen worden verzonden in batchbestanden waarin de afzonderlijke geldovermakingen vanuit de Gemeenschap naar buiten de Gemeenschap zijn opgenomen, dient het mogelijk te zijn dat bij deze afzonderlijke geldovermakingen alleen het rekeningnummer van de betaler of een unieke identificatiecode wordt gevoegd, mits het batchbestand de volledige informatie over de betaler bevat.

(15)

Om na te gaan of de vereiste informatie over de betaler bij de geldovermakingen is gevoegd en om verdachte transacties te helpen opsporen, dient de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde over effectieve procedures te beschikken om op te merken dat informatie over de betaler ontbreekt.

(16)

Vanwege de potentiële dreiging van terrorismefinanciering die van anonieme geldovermakingen uitgaat, verdient het aanbeveling de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde ertoe in staat te stellen dergelijke situaties te vermijden of recht te zetten wanneer hij zich rekenschap geeft van het ontbreken of de onvolledigheid van de informatie over de betaler. In dit verband dient op grond van de risicogevoeligheid evenwel enige flexibiliteit te worden toegestaan ten aanzien van de reikwijdte van de informatie over de betaler. Voorts dient de verantwoordelijkheid voor de correctheid en volledigheid van de informatie over de betaler bij de betalingsdienstaanbieder van de betaler te blijven berusten. Ingeval de betalingsdienstaanbieder van de betaler buiten het grondgebied van de Gemeenschap is gevestigd, dienen overeenkomstig Richtlijn 2005/60/EG uitgebreide „ken-uw-cliënt”-maatregelen te worden toegepast ten aanzien van grensoverschrijdende correspondentbankrelaties met deze betalingsdienstaanbieder.

(17)

Als er richtsnoeren van de bevoegde nationale instanties bestaan in verband met de verplichtingen om alle overdrachten te verwerpen van een betalingsdienstaanbieder die regelmatig nalaat de vereiste informatie over de betaler te verstrekken of om al dan niet de zakelijke relatie met deze betalingsdienstaanbieder te beperken of te beëindigen, moeten deze onder meer gebaseerd zijn op de convergentie van de beste praktijken en moeten ze tevens rekening houden met het feit dat de herziene interpretatieve nota bij SR VII van de FATF derde landen toelaat een drempel van 1 000 EUR of 1 000 USD te stellen voor de verplichting om informatie over de betaler toe te sturen, zonder daarbij afbreuk te doen aan de doelstelling om het witwassen van geld en terrorismefinanciering doeltreffend te bestrijden.

(18)

De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde dient op basis van een risicobeoordeling hoe dan ook bijzondere waakzaamheid aan de dag te leggen wanneer hij zich rekenschap geeft van het ontbreken of de onvolledigheid van de informatie over de betaler en dient verdachte transacties aan de bevoegde autoriteiten te melden overeenkomstig de meldingsplicht in Richtlijn 2005/60/EG en in de nationale uitvoeringsmaatregelen.

(19)

De bepalingen over geldovermakingen waarbij informatie over de betaler ontbreekt of onvolledig is, gelden onverminderd eventuele verplichtingen van betalingsdienstaanbieders om geldovermakingen waarbij civiel-, bestuurs- of strafrechtelijke bepalingen worden overtreden, stop te zetten of te weigeren.

(20)

Totdat de technische beperkingen zijn opgeheven die intermediaire betalingsdienstaanbieders kunnen beletten te voldoen aan de verplichting om alle ontvangen informatie over de betaler door te geven, dienen deze intermediaire betalingsdienstaanbieders deze informatie te bewaren. Deze technische beperkingen zouden moeten zijn opgeheven zodra de betalingssystemen zijn gemoderniseerd.

(21)

Aangezien het bij een strafrechtelijk onderzoek mogelijk is dat pas maanden of zelfs jaren nadat de oorspronkelijke geldovermaking heeft plaatsgevonden, kan worden uitgemaakt welke de benodigde gegevens of wie de betrokken personen zijn, verdient het aanbeveling betalingsdienstaanbieders informatie over de betaler te bewaren met het oog op de voorkoming van, het onderzoek naar en de opsporing van het witwassen van geld of terrorismefinanciering. Deze informatie dient gedurende een beperkte periode te worden bewaard.

(22)

Om snel te kunnen optreden in het kader van de terrorismebestrijding, dienen betalingsdienstaanbieders ook onverwijld te kunnen reageren op verzoeken om informatie over de betaler van de voor de bestrijding van het witwassen van geld of terrorismefinanciering verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn.

(23)

Het aantal werkdagen in de lidstaat van de betalingsdienstaanbieder van de betaler is bepalend voor het aantal dagen om te reageren op verzoeken om informatie over de betaler.

(24)

Gezien het belang van de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering dienen de lidstaten in hun nationale recht in doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties te voorzien ter bestraffing van de niet-naleving van deze verordening.

(25)

De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (9).

(26)

Een aantal landen en gebieden dat niet tot het grondgebied van de Gemeenschap behoort, heeft een monetaire unie met of maakt deel uit van de valutazone van een lidstaat of heeft een monetaire overeenkomst met de Europese Gemeenschap, vertegenwoordigd door een lidstaat, ondertekend, en heeft betalingsdienstaanbieders die rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemen aan de betalings- en afwikkelingssystemen van die lidstaat. Om te vermijden dat de toepassing van deze verordening op geldovermakingen tussen de betrokken lidstaat en deze landen of gebieden een groot negatief effect heeft op de economie van deze landen en gebieden, verdient het aanbeveling te voorzien in de mogelijkheid om dergelijke geldovermakingen als geldovermakingen binnen de betrokken lidstaten te behandelen.

(27)

Om giften voor liefdadigheidsdoeleinden niet te ontmoedigen, verdient het aanbeveling de lidstaten toe te staan op hun grondgebied gevestigde betalingsdienstaanbieders voor geldovermakingen tot een maximumbedrag van 150 EUR die op het grondgebied van die lidstaat worden uitgevoerd, te ontheffen van de verzameling, verificatie, bewaring of toezending van informatie over de betaler. Het verdient eveneens aanbeveling deze mogelijkheid afhankelijk te stellen van het vervullen van een aantal voorwaarden door non-profitorganisaties, zodat de lidstaten zich ervan kunnen vergewissen dat terroristen deze ontheffing niet aangrijpen om dergelijke organisaties te misbruiken als dekmantel of hulpmiddel voor de financiering van hun activiteiten.

(28)

Aangezien de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang of de gevolgen van de maatregel beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(29)

Om tot een coherente aanpak van de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering te komen, is het aangewezen dat de belangrijkste bepalingen van deze verordening met ingang van dezelfde datum van toepassing worden als de desbetreffende bepalingen die op internationaal niveau zijn aangenomen,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ONDERWERP, DEFINITIES EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden voorschriften vastgesteld met betrekking tot de bij geldovermakingen te voegen informatie over de betalers van deze gelden met het oog op de voorkoming van, het onderzoek naar en de opsporing van het witwassen van geld en terrorismefinanciering.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.

„terrorismefinanciering”: het verstrekken of verzamelen van gelden in de zin van artikel 1, lid 4, van Richtlijn 2005/60/EG;

2.

„witwassen van geld”: alle handelingen, indien opzettelijk begaan, die worden beschouwd als witwassen van geld in de zin van artikel 1, lid 2 of 3 van Richtlijn 2005/60/EG;

3.

„betaler”: een natuurlijke of rechtspersoon-rekeninghouder die een geldovermaking vanaf die rekening toestaat, of bij ontbreken van een rekening, een natuurlijke of rechtspersoon die de opdracht tot het overmaken van geld geeft;

4.

„begunstigde”: natuurlijke of rechtspersoon die de beoogde uiteindelijke ontvanger van de overgemaakte gelden is;

5.

„betalingsdienstaanbieder”: natuurlijke of rechtspersoon wiens bedrijfsactiviteit onder meer bestaat in het aanbieden van geldovermakingsdiensten;

6.

„intermediaire betalingsdienstaanbieder”: betalingsdienstaanbieder die noch de betalingsdienstaanbieder van de betaler, noch de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde is en die betrokken is bij de uitvoering van geldovermakingen;

7.

„geldovermaking”: transactie die door een betalingsdienstaanbieder langs elektronische weg wordt uitgevoerd voor rekening van een betaler met de bedoeling bij een betalingsdienstaanbieder gelden beschikbaar te stellen voor een begunstigde, ongeacht of de betaler en de begunstigde een en dezelfde persoon zijn;

8.

„blokovermaking”: meerdere afzonderlijke geldovermakingen die zijn gebundeld met het oog op de transmissie ervan;

9.

„unieke identificatiecode”: een combinatie van letters, cijfers of symbolen, door de betalingsdienstaanbieder bepaald, overeenkomstig de protocollen van het betalings- en afwikkelingssysteem of het berichtensysteem dat voor de geldovermaking is gebruikt.

Artikel 3

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op in om het even welke valuta luidende geldovermakingen die worden verzonden of ontvangen door een betalingsdienstaanbieder die in de Gemeenschap is gevestigd.

2.   Deze verordening is niet van toepassing op geldovermakingen die met behulp van een krediet- of debetkaart worden verricht, mits

a)

de begunstigde een overeenkomst met de betalingsdienstaanbieder heeft op grond waarvan de betaling voor de levering van goederen en de verrichting van diensten mogelijk is;

en

b)

bij de geldovermaking een unieke identificatiecode is gevoegd die het mogelijk maakt deze geldovermaking terug te traceren naar de betaler.

3.   Wanneer een lidstaat ervoor kiest de in artikel 11, lid 5, onder d), van Richtlijn 2005/60/EG bedoelde ontheffing toe te passen, is deze verordening niet van toepassing op geldovermakingen die worden verricht met elektronisch geld dat valt onder deze afwijking, tenzij het bedrag van de transactie hoger is dan 1 000 EUR.

4.   Onverminderd lid 3, is deze verordening niet van toepassing op geldovermakingen die via een mobiele telefoon of een ander digitaal of Informatie Technologie (IT)-toestel werden verricht, indien dergelijke geldovermakingen vooraf zijn betaald en de 150 EUR niet overschrijden.

5.   Deze verordening is niet van toepassing op geldovermakingen die met behulp van een mobiele telefoon of een ander digitaal of IT-toestel worden verricht, indien dergelijke geldovermakingen achteraf worden betaald en aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

de begunstigde heeft een overeenkomst met de betalingsdienstaanbieder op grond waarvan de betaling voor de levering van goederen en de verrichting van diensten mogelijk is;

b)

een unieke identificatiecode, waardoor de transactie kan worden getraceerd tot de betaler, wordt aan de geldovermaking gekoppeld;

en

c)

de betalingsdienstaanbieder is onderworpen aan de verplichtingen die in Richtlijn 2005/60/EG zijn neergelegd.

6.   Lidstaten kunnen beslissen deze verordening niet toe te passen op geldovermakingen binnen zijn grondgebied naar de rekening van een begunstigde waarmee betalingen voor de levering van goederen of de verrichting van diensten kunnen worden gedaan, indien:

a)

de verplichtingen van Richtlijn 2005/60/EG van toepassing zijn op de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde;

b)

de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde door middel van een uniek referentienummer de geldovermaking via de begunstigde kan traceren naar de natuurlijke of rechtspersoon die met de begunstigde een overeenkomst heeft voor de levering van goederen of de verrichting van diensten;

en

c)

het overgemaakte bedrag ten hoogste 1 000 EUR bedraagt.

De lidstaten die van deze ontheffing gebruikmaken, stellen de Commissie daarvan in kennis.

7.   Deze verordening is niet van toepassing op

a)

geldovermakingen waarbij de betaler geld van zijn of haar eigen rekening afhaalt;

b)

geldovermakingen waarbij er sprake is van een incassomachtiging tussen twee partijen op grond waarvan betalingen tussen deze partijen via rekeningen kunnen worden verricht, mits bij de geldovermaking een unieke identificatiecode is gevoegd die het mogelijk maakt de transactie naar de natuurlijke of de rechtspersoon te traceren;

c)

geldovermakingen waarbij „truncated” cheques worden gebruikt;

d)

geldovermakingen aan de overheid voor belastingen, boetes of andere heffingen binnen een lidstaat;

e)

geldovermakingen waarbij zowel de betaler als de begunstigde betalingsdienstaanbieders zijn die voor eigen rekening handelen.

HOOFDSTUK II

VERPLICHTINGEN VAN DE BETALINGSDIENSTAANBIEDER VAN DE BETALER

Artikel 4

Volledige informatie over de betaler

1.   De volledige informatie over de betaler bestaat uit zijn naam, adres en rekeningnummer.

2.   Het adres mag worden vervangen door de geboorteplaats en -datum van de betaler, zijn cliëntidentificatienummer of zijn nationaal identiteitsnummer.

3.   Bij gebreke van het rekeningnummer van de betaler vervangt de betalingsdienstaanbieder van de betaler dit door een unieke identificatiecode aan de hand waarvan de transactie terug kan worden getraceerd naar de betaler.

Artikel 5

Bij geldovermakingen te voegen informatieen bewaren van bewijsstukken

1.   Betalingsdienstaanbieders zorgen ervoor dat de volledige informatie over de betaler bij de geldovermakingen wordt gevoegd.

2.   Alvorens de gelden over te maken, verifieert de betalingsdienstaanbieder van de betaler de volledige informatie over de betaler aan de hand van documenten, gegevens of informatie afkomstig van een betrouwbare en onafhankelijke bron.

3.   Bij de overmaking van gelden vanaf een rekening wordt de verificatie geacht te hebben plaatsgevonden indien:

a)

de identiteit van een betaler geverifieerd is bij de opening van de rekening en de daarbij verkregen informatie is opgeslagen overeenkomstig de verplichtingen van artikel 8, lid 2, en artikel 30, onder a), van Richtlijn 2005/60/EG;

of

b)

de betaler onder artikel 9, lid 6, van Richtlijn 2005/60/EG valt.

4.   Onverminderd artikel 7, onder c), van Richtlijn 2005/60/EG verifieert de betalingsdienstaanbieder, ingeval van geldovermakingen die niet via een rekening gebeuren, de informatie over de betaler evenwel slechts indien het bedrag 1 000 EUR overschrijdt, behalve als de transactie in verschillende verrichtingen gebeurt waartussen een verband lijkt te bestaan, en deze samen hoger zijn dan 1 000 EUR.

5.   De betalingsdienstaanbieder van de betaler bewaart gedurende vijf jaar de volledige informatie over de betaler welke bij geldovermakingen wordt gevoegd.

Artikel 6

Geldovermakingen binnen de Gemeenschap

1.   In afwijking van artikel 5, lid 1, wordt bij geldovermakingen waarbij zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde in de Gemeenschap is gevestigd, alleen het rekeningnummer van de betaler gevoegd of een unieke identificatiecode aan de hand waarvan de transactie terug kan worden getraceerd naar de betaler.

2.   Indien de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde daarom verzoekt, stelt de betalingsdienstaanbieder van de betaler evenwel uiterlijk drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek de volledige informatie over de betaler ter beschikking van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde.

Artikel 7

Geldovermakingen vanuit de Gemeenschap naar buiten de Gemeenschap

1.   Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde buiten de Gemeenschap is gevestigd, wordt bij geldovermakingen de volledige informatie over de betaler gevoegd.

2.   Wanneer de betalingsdienstaanbieders van de begunstigden buiten de Gemeenschap zijn gevestigd, is bij blokovermakingen die afkomstig zijn van één betaler lid 1 niet van toepassing op de gebundelde afzonderlijke geldovermakingen, mits het batchbestand de in dat lid bedoelde informatie bevat en bij de afzonderlijke geldovermakingen het rekeningnummer van de betaler of een unieke identificatiecode is gevoegd.

HOOFDSTUK III

VERPLICHTINGEN VAN DE BETALINGSDIENSTAANBIEDER VAN DE BEGUNSTIGDE

Artikel 8

Opmerken van het ontbreken van informatie over de betaler

De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde moet opmerken of de velden voor informatie over de betaler in het berichtensysteem of het betalings- en afwikkelingssysteem dat voor de geldovermaking gebruikt wordt, zijn ingevuld met karakters of invoer die toegelaten zijn volgens de procedures van het berichten- of het betalings- en afwikkelingssysteem. Deze betalingsdienstaanbieder beschikt over effectieve procedures om het ontbreken van de volgende informatie over de betaler op te merken:

a)

bij geldovermakingen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler in de Gemeenschap is gevestigd, de uit hoofde van artikel 6 vereiste informatie;

b)

bij geldovermakingen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler buiten de Gemeenschap is gevestigd, de in artikel 4 bedoelde volledige informatie over de betaler, of, in voorkomend geval, de uit hoofde van artikel 13 vereiste informatie;

en

c)

bij blokovermakingen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler buiten de Gemeenschap is gevestigd, dient de in artikel 4 bedoelde volledige informatie over de betaler alleen in de blokovermaking te staan, en niet bij de daarin gebundelde afzonderlijke geldovermakingen.

Artikel 9

Ontbrekende of onvolledige informatie over de betaler bij geldovermakingen

1.   Ingeval de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde bij de ontvangst van geldovermakingen constateert dat de krachtens deze verordening vereiste informatie over de betaler onvolledig is, moet hij de overmaking weigeren of om de volledige informatie over de betaler verzoeken. De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde voegt zich hoe dan ook naar alle toepasselijke wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het witwassen van geld en terrorismefinanciering, en met name Verordening (EG) nr. 2580/2001, Verordening (EG) nr. 881/2002 en Richtlijn 2005/60/EG, alsmede de nationale uitvoeringsmaatregelen daarvan.

2.   Wanneer een betalingsdienstaanbieder regelmatig nalaat de vereiste informatie over de betaler te verstrekken, onderneemt de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde stappen, die aanvankelijk kunnen bestaan uit het sturen van waarschuwingen of het opleggen van uiterste termijnen, alvorens te besluiten alle toekomstige geldovermakingen van deze betalingsdienstaanbieder te weigeren of te besluiten zijn zakelijke relatie met deze betalingsdienstaanbieder al dan niet te beperken of te beëindigen.

De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde meldt dit feit aan de voor de bestrijding van het witwassen van geld of terrorismefinanciering verantwoordelijke autoriteiten.

Artikel 10

Risicobeoordeling

De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde neemt ontbrekende of onvolledige informatieverstrekking over de betaler in aanmerking bij de beoordeling of de geldovermaking, dan wel enigerlei daarmee verband houdende transactie, verdacht is en of dit overeenkomstig de verplichtingen neergelegd in hoofdstuk III van Richtlijn 2005/60/EG aan de voor de bestrijding van het witwassen van geld of terrorismefinanciering verantwoordelijke autoriteiten moet worden gemeld.

Artikel 11

Bewaren van bewijsstukken

De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde houdt alle over de betaler ontvangen informatie gedurende vijf jaar bij.

HOOFDSTUK IV

VERPLICHTINGEN VAN INTERMEDIAIRE BETALINGSDIENSTAANBIEDERS

Artikel 12

Het bij de overmaking houden van informatie over de betaler

Intermediaire betalingsdienstaanbieders zorgen ervoor dat alle ontvangen informatie over de betaler welke bij een geldovermaking is gevoegd, bij de overmaking blijft.

Artikel 13

Technische beperkingen

1.   Dit artikel is van toepassing wanneer de betalingsdienstaanbieder van de betaler buiten de Gemeenschap is gevestigd en de intermediaire betalingsdienstaanbieder in de Gemeenschap is gevestigd.

2.   Tenzij de intermediaire betalingsdienstaanbieder bij de ontvangst van een geldovermaking constateert dat de krachtens deze verordening vereiste informatie over de betaler ontbreekt of onvolledig is, kan hij een betalingssysteem met technische beperkingen gebruiken dat belet dat de informatie over de betaler bij de geldovermaking blijft om de geldovermakingen naar de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde te sturen.

3.   Wanneer de intermediaire betalingsdienstaanbieder bij ontvangst van een geldovermaking constateert dat de krachtens deze verordening vereiste informatie over de betaler ontbreekt of onvolledig is, gebruikt hij enkel een betalingssysteem met technische beperkingen als het de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde hierover kan inlichten, hetzij binnen een berichten- of betalingssysteem dat voorziet in de melding van dit feit, hetzij via een andere procedure, op voorwaarde dat deze communicatiewijze door beide betalingsdienstaanbieders is aanvaard of overeengekomen.

4.   Wanneer de intermediaire betalingsdienstaanbieder een betalingssysteem met technische beperkingen gebruikt, stelt hij op verzoek van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde uiterlijk drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek alle ontvangen informatie over de betaler ter beschikking van deze betalingsdienstaanbieder, ongeacht het feit of die informatie volledig is of niet.

5.   In de in de leden 2 en 3 vermelde gevallen bewaart de intermediaire betalingsdienstaanbieder alle ontvangen informatie gedurende vijf jaar.

HOOFDSTUK V

ALGEMENE VERPLICHTINGEN EN UITVOERINGSBEVOEGDHEDEN

Artikel 14

Medewerkingsplicht

Een betalingsdienstaanbieder reageert ten volle en onverwijld, overeenkomstig de procedurevereisten die in de nationale wetgeving van de lidstaat waar hij gevestigd is, zijn vastgelegd, op verzoeken die afkomstig zijn van de voor de bestrijding van het witwassen van geld of terrorismefinanciering verantwoordelijke autoriteiten van die lidstaat en die betrekking hebben op de bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler en op de desbetreffende bewijsstukken.

Deze autoriteiten, die handelen in overeenstemming met het nationale strafrecht en de fundamentele rechten, mogen deze informatie uitsluitend gebruiken voor de voorkoming van, het onderzoek naar of de opsporing van het witwassen van geld of terrorismefinanciering.

Artikel 15

Sancties en toezichtuitoefening

1.   De lidstaten stellen de voorschriften vast ten aanzien van de sancties die gelden voor overtredingen van de bepalingen van deze verordening en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden toegepast. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Ze zijn van toepassing vanaf 15 december 2007.

2.   De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 14 december 2007 in kennis van de in lid 1 bedoelde voorschriften en van de voor de toepassing ervan verantwoordelijke autoriteiten, en delen eventuele latere wijzigingen daarop zo spoedig mogelijk mee.

3.   De lidstaten dragen de bevoegde autoriteiten op om effectief toezicht uit te oefenen en de nodige maatregelen te nemen met het oog op de naleving van de vereisten van deze verordening.

Artikel 16

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij Richtlijn 2005/60/EG ingestelde Comité voor de voorkoming van het witwassen van geld en terrorismefinanciering, hierna „het Comité” te noemen.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit en op voorwaarde dat de maatregelen die in overeenstemming met deze procedure zijn aangenomen de essentiële bepalingen van deze verordening niet wijzigen.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

HOOFDSTUK VI

AFWIJKINGEN

Artikel 17

Overeenkomsten met landen of gebieden die niet tot het grondgebied van de Gemeenschap behoren

1.   De Commissie kan elke lidstaat machtigen op grond van nationale regelingen met een land of gebied dat niet tot het in artikel 299 van het Verdrag omschreven grondgebied van de Gemeenschap behoort, overeenkomsten te sluiten waarin bepalingen voorkomen die van deze verordening afwijken, zodat geldovermakingen tussen dat land of gebied en de lidstaat als geldovermakingen binnen de betrokken lidstaat worden behandeld.

Dergelijke overeenkomsten kunnen slechts worden toegestaan indien:

a)

het betrokken land of gebied een monetaire unie met de betrokken lidstaat heeft of deel uitmaakt van de valutazone van die lidstaat of een monetaire overeenkomst heeft ondertekend met de Europese Gemeenschap, vertegenwoordigd door een lidstaat;

b)

de betalingsdienstaanbieders in het betrokken land of gebied rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemen aan de betalings- en afwikkelingssystemen van die lidstaat;

en

c)

het betrokken land of grondgebied verlangt van onder zijn rechtsorde vallende betalingsdienstaanbieders dat zij dezelfde voorschriften toepassen als die welke bij deze verordening zijn vastgesteld.

2.   Een lidstaat die een overeenkomst als bedoeld in lid 1 wenst te sluiten, dient een verzoek in bij de Commissie en verschaft haar alle nodige gegevens.

Wanneer de Commissie een dergelijk verzoek van een lidstaat ontvangt, worden geldovermakingen tussen de betrokken lidstaat en het betrokken land of gebied tijdelijk als geldovermakingen binnen die lidstaat behandeld totdat een besluit is genomen volgens de in dit artikel beschreven procedure.

Indien de Commissie meent niet over alle nodige gegevens te beschikken, neemt zij binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek contact op met de betrokken lidstaat en deelt zij hem mee welke aanvullende gegevens vereist zijn.

Zodra de Commissie over alle gegevens beschikt die zij nodig acht voor de beoordeling van het verzoek, stelt zij de verzoekende lidstaat binnen één maand daarvan in kennis en zendt zij het verzoek aan de overige lidstaten.

3.   Binnen drie maanden na toezending van de in lid 2, vierde alinea, bedoelde gegevens besluit de Commissie volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde procedure of zij de betrokken lidstaat machtigt de in lid 1 van dit artikel bedoelde overeenkomst te sluiten.

Het in de eerste alinea bedoelde besluit wordt in ieder geval genomen binnen achttien maanden na ontvangst van het verzoek door de Commissie.

Artikel 18

Geldovermakingen aan non-profitorganisaties binnen een lidstaat

1.   Een lidstaat kan op zijn grondgebied gevestigde betalingsdienstaanbieders ontheffing verlenen van de in artikel 5 neergelegde verplichtingen in het geval van geldovermakingen aan non-profitorganisaties die liefdadige, religieuze, culturele, opvoedkundige, sociale, wetenschappelijke of sociëteitsactiviteiten ontplooien, op voorwaarde dat deze organisaties aan vereisten op het gebied van de verslaglegging en de externe accountantscontrole moeten voldoen of onder toezicht van een overheidsinstantie of een in het nationale recht erkend zelfregulerend orgaan staan, en dat deze geldovermakingen beperkt blijven tot een maximumbedrag van 150 EUR per overmaking en uitsluitend binnen het grondgebied van de betrokken lidstaat plaatsvinden.

2.   De lidstaten die van dit artikel gebruikmaken stellen de Commissie in kennis van de maatregelen die zij hebben genomen om van de bij de eerste alinea geboden mogelijkheid gebruik te maken, waaronder een lijst van organisaties waarop de ontheffing van toepassing is, de namen van de natuurlijke personen die zeggenschap hebben over die organisaties en uitleg over de wijze waarop de lijst zal worden bijgehouden. Deze informatie wordt ook ter beschikking gesteld van de voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering verantwoordelijke autoriteiten.

3.   Een actuele lijst van organisaties waarop de ontheffing van toepassing is, wordt door de betrokken lidstaat ter kennis gebracht van de betalingsdienstaanbieders die in die lidstaat actief zijn.

Artikel 19

Herzieningsclausule

1.   Uiterlijk op 28 december 2011 legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een verslag voor met een volledige economische en juridische beoordeling van deze verordening, indien nodig vergezeld van een voorstel tot wijziging of intrekking ervan.

2.   Dit verslag behandelt met name:

a)

de toepassing van artikel 3 met betrekking tot verdere ervaringen met mogelijk misbruik van elektronisch geld, zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 3, van Richtlijn 2000/46/EG, en andere nieuw ontwikkelde betaalmiddelen met het oog op het wiswassen van geld en terrorismefinanciering. Mocht er een dergelijk risico zijn, dan zal de Commissie een voorstel indienen om deze verordening te wijzigen;

b)

de toepassing van artikel 13 betreffende technische beperkingen die kunnen beletten dat volledige informatie over de betaler aan de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde wordt medegedeeld. Mocht er een mogelijkheid zijn om deze technische beperkingen in het licht van nieuwe ontwikkelingen in de betaalsector te overwinnen en waarbij rekening wordt gehouden met de desbetreffende kosten voor de betalingsdienstaanbieders, dan zal de Commissie een voorstel indienen om deze verordening te wijzigen.

HOOFDSTUK VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 20

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie, doch in geen geval voor 1 januari 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 15 november 2006.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

J. BORRELL FONTELLES

Voor de Raad

De voorzitster

P. LEHTOMÄKI


(1)  PB C 336 van 31.12.2005, blz. 109.

(2)  Advies van het Europees Parlement van 6 juli 2006 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 7 november 2006.

(3)  PB L 344 van 28.12.2001, blz. 70. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1461/2006 van de Commissie (PB L 272 van 3.10.2006, blz. 11).

(4)  PB L 139 van 29.5.2002, blz. 9. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1508/2006 van de Commissie (PB L 280 van 12.10.2006, blz. 12).

(5)  PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.

(6)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(7)  PB L 275 van 27.10.2000, blz. 39.

(8)  PB L 344 van 28.12.2001, blz. 13.

(9)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).